Website van Cees Hagenbeek
Guillaume III de Nevers et d'Auxerre
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Guillaume III Comte de Nevers et d'Auxerre, geb. circa 1120, ovl. op 21 nov 1161,
, 1147 Graf v.Nevers und Auxerre.

tr.
met

Ida von Kärnten ?, ovl. circa 1178.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Guillaume IV  †1168   


Gerrit I van der Wateringe
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Gerrit I heer van der Wateringe1.

tr.
met

Margaretha van Teylinghen tot Hagestein1, dr. van Dirck Willems van Teylinghen (heer van Over-Sliedrecht 1327) en Geertrudis van Heukelom, vrouwe van Hagesteyn, tr. (1) met haar achterneef Gijsbert II uten Goye. Uit dit huwelijk 4 kinderen.

Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 39)
2.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 33)


Bertha uten Goye
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld

Bertha uten Goye1, abdis van St. Servaes te Utrecht, ovl. Utrecht op 9 mrt 1284.

 
 



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 26)
2.De Nederlandsche Leeuw (DNL), vanaf 1883
3.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
4.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 22)


Ida von Kärnten ?
Ida von Kärnten ?, ovl. circa 1178.

tr.
met

Guillaume III Comte de Nevers et d'Auxerre, zn. van Guillaume II Comte de Nevers en Adelheid ? , geb. circa 1120, ovl. op 21 nov 1161,
, 1147 Graf v.Nevers und Auxerre.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Guillaume IV  †1168   


Maria von Bawir
Maria von Bawir,
, Dochter van Hermann von Bawir en Elise von Merode zu Frankenberg.

tr.
met

Dietrich von Wylich, zn. van Dietrich von und zu Wylich und Diersfort en Anna von Schwanenberg, geb. in 1539, ovl. in 1583,
, Zu Wylich, Winnenthal, Pröbsting und Döringen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adolf     


Gijsbert III Willemsz van Bronckhorst
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Gijsbert III Willemsz van Bronckhorst1, geb. Bronkhorst circa 1182, vir nobilis, 1230 dominus de Radekeym, ovl. Bronkhorst voor 28 feb 1241.

tr. tussen jun 1230 en 10 sep 1232 
met

Cunegunde von Oldenburg1, dr. van Maurits von Oldenburg en Salome van Are-Hochstaden (Gravin van Oldenburg).

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wilhelm*1231     
Gisbert*1240 Bronkhorst †1306 Bremervorde [Duitsland] 66



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Herman Ghysebrecht uten Goye
 
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld

Herman Ghysebrecht uten Goye1, geb. circa 1225, vermeld 1282, ovl. na 1300,
, In juni 1282 verklaarde Bartholomeus van Eck, landrichter in de Betuwe, dat Willem van Rijswijk, ridder, drie hoeven land in diens land ‘Bredemate’ aan de deken en het kapittel ten Dom heeft overgedragen t.b.v. het altaar bij het graf van de overleden bisschop Hendrik. Onder de landgenoten, die als getuigen genoemd worden, komt voor ‘Hermanno Uthengoye’.

 
 



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 26)
2.De Nederlandsche Leeuw (DNL), vanaf 1883
3.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
4.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 22)


Margareta van Horne
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Lourens de Groot

Margareta van Horne1, geb. circa 1302, ovl. voor 7 sep 1350.

tr. kort na 1331, volgens P. Koene
met

Hendrick III van der Leck1, zn. van Peter van der Leck ridder en Jutte van Wassenaer,
van Haghensteyne, ovl. kort na 27 apr 1342,
, zij noemen zich van der Leck sinds Jan van Polanen dat gebied verwierf in 1342, uit de nalatenschap van Hendrik van der Leck. Hendrik's moeder was Jutta van Wassenaer, tr. (2) voor sep 1324 met Margareta uten Goye1,1, dr. van Johan uten Goye, geb. circa 1300, Vrouwe van Haghensteyne, ovl. tussen 27 apr 1331 en 29 mrt 1333 ,
, Den 18den November 1330 oorkondt Henric van der
Lecke, dat hij en zijn vrouw Margrite Uten Goye verzuimd hadden hunne Stichtsche leenen op tijd te verzoeken en dus daarvan vervallen waren, maar dat de bisschop, de leenheer, hun dit vergeven had en hen weder „om grasi" met deze goederen had beleend onder bepaling, dat bij kinderloos overlijden
van Margrite (die wellicht reeds ziekelijk was) haar
echtgenoot, Henric, zou beleend worden. Er moge aan herinnerd worden, dat Henric van der Lecke c.s. in dien tijd met de stad Utrecht in oorlog was en dat men bezig was om tot verzoening te komen. Nadat 26 Maart 1331 reeds een kort bestand tusschen partijen gesloten was, werden door tusschenkomst
van den graaf van Holland 27 April 1331
bepalingen gemaakt voor een vrede, waarbij aan Henric van der Lecke en zijn vrouw Joncvrouw Margriete van Haqhesteyne hun aanspraken op het huis Lichtenberch, onder Woudenberch gelegen, werden ontzegd. De vrede schijnt niet tot stand gekomen te ziin, want 31 Juli 1332 sluit de bisschop (Jan van Diest, 1322—f 1 Juni 1341) met de stad Utrecht een verbond, waarbij zij elkaar beloven in den oorlog tegen Henric van der Lecke, Har Willaem van Duvenvoerde en Heer Sueder van Vianen, geen afzonderlijke overeenkomst of vrede te zullen sluiten. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Maison de Hornes, Horn, Horne, Hoerne, Huerne, Hoorne, etc. (B 014), Etienne Patou, 2014 (blz. 5)


Hendrick III van der Leck
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Hendrick III van der Leck1,
van Haghensteyne, ovl. kort na 27 apr 1342,
, zij noemen zich van der Leck sinds Jan van Polanen dat gebied verwierf in 1342, uit de nalatenschap van Hendrik van der Leck. Hendrik's moeder was Jutta van Wassenaer.

tr. (1) kort na 1331
met

Margareta van Horne1, dr. van Gerard I ridder van Horne (heer van Horne, Altena en Weert 1306) en Johanna van Leuven-Gaesbeek (erfgename van Gaasbeek, Herstal en Baucignies, vermeld 1302), geb. circa 1302, ovl. voor 7 sep 1350.

tr. (2) voor sep 1324
met

Margareta uten Goye1,1, dr. van Johan uten Goye, geb. circa 1300, Vrouwe van Haghensteyne, ovl. tussen 27 apr 1331 en 29 mrt 1333 ,
, Den 18den November 1330 oorkondt Henric van der
Lecke, dat hij en zijn vrouw Margrite Uten Goye verzuimd hadden hunne Stichtsche leenen op tijd te verzoeken en dus daarvan vervallen waren, maar dat de bisschop, de leenheer, hun dit vergeven had en hen weder „om grasi" met deze goederen had beleend onder bepaling, dat bij kinderloos overlijden
van Margrite (die wellicht reeds ziekelijk was) haar
echtgenoot, Henric, zou beleend worden. Er moge aan herinnerd worden, dat Henric van der Lecke c.s. in dien tijd met de stad Utrecht in oorlog was en dat men bezig was om tot verzoening te komen. Nadat 26 Maart 1331 reeds een kort bestand tusschen partijen gesloten was, werden door tusschenkomst
van den graaf van Holland 27 April 1331
bepalingen gemaakt voor een vrede, waarbij aan Henric van der Lecke en zijn vrouw Joncvrouw Margriete van Haqhesteyne hun aanspraken op het huis Lichtenberch, onder Woudenberch gelegen, werden ontzegd. De vrede schijnt niet tot stand gekomen te ziin, want 31 Juli 1332 sluit de bisschop (Jan van Diest, 1322—f 1 Juni 1341) met de stad Utrecht een verbond, waarbij zij elkaar beloven in den oorlog tegen Henric van der Lecke, Har Willaem van Duvenvoerde en Heer Sueder van Vianen, geen afzonderlijke overeenkomst of vrede te zullen sluiten.

Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883


Willem de schele (Luscus Strabo van Goye
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Willem de schele (Luscus Strabo graaf van Goye1, geb. circa 1140, vermeld 1156-1159, 1165, 1178, ovl. circa 1195,
, Willem de schele wordt twaalf keer genoemd als getuige in een oorkonde. De eerste keer in 1156 onder de groep ‘laici nobiles et liberi’. De verdere vermeldingen dekken elkaar volledig zodat er weinig reden is – ondanks een onderbreking van zes jaar – te twijfelen aan de vereenzelviging van de persoonsvermeldingen. Zijn toenaam ‘luscus’ (eenogig) of ‘strabo’
(scheelkijkend) zal wijzen op een lichaamsgebrek wat nader gedefinieerd wordt in een vermelding uit 1165 waarin hij ‘Wilhelmus Skeluwe’ (Willem de schele) wordt genoemd.
Na een onderbreking van zes jaar treedt hij in 1165 voor het eerst weer als getuige op onder de groep ‘liberis’ samen met zijn zoon ‘Wilhelmo comite Strabone et filio eius Wilhelmo’. De oorkonde met het zegel van bisschop Godfried is bewaard gebleven, zodat er weinig twijfel is over de echtheid en dus ook de datering. Het bevreemdt wel dat Willem op dat moment erg jong moet zijn geweest (Willem de schele zal naar schatting omstreeks 1130 geboren zijn en zijn zoon Willem omstreeks 1160; dit laatste gebaseerd op zijn vermelding in 1190/’91, rekening houdende met een generatie-interval van 30 jaar). De stamreeksen Uten Goye en Van Amstel lopen in ieder geval synchroon.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wouter*1170  †1232  62



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 18)
2.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 17)


Willem van Goye
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Willem graaf van Goye1, geb. circa 1110, ovl. tussen 27 feb 1179 en 27 feb 1187 ,
, In 1134 verklaarde bisschop Andreas dat Fulco van Berne en zijn vrouw Bescela afstand hadden gedaan van goederen ten behoeve van de abt van Mariënweerd. Onder de getuigen wordt onder de ‘liberis hominibus’ genoemd ‘Willelmo filio comitis Willelmi’. Deze vermelding kan moeilijk anders uitgelegd worden dan dat hij een zoon is van graaf Willem. De enige graaf Willem die een generatie eerder voorkomt is de hiervoor genoemde Willem, graaf in de gouw Lek en IJssel. Bovendien komt Dirk, graaf van Upgoye, na 1131 niet meer voor in de oorkonden, zodat zijn optreden in 1134 aannemelijk is. Opvallend is dat hij in 1134 de waardigheid van ‘graaf van Upgoye’ (nog) niet deelachtig is geworden. Een mogelijkheid zou kunnen zijn dat Dirk nog wel in leven was maar niet meer in de openbaarheid optrad, maar meer voor de hand ligt dat de functie als rechtleen is afgestorven.
Vermast vermeldt ook nog een oorkonde van 1139, waarin bisschop Andreas de grote en kleine tiend, cijns en gerecht van 45 hoeven (nieuw) land in Tull, waarvan Gijsbert de cijns van twee hoven in leen heeft, schonk aan de abdij Mariënweerd. Onder de getuigen worden genoemd ‘Willelmo et Waltero frater eius’.Hij wil hierin voornoemde Willem zien, die dan een jongere broer Wouter zou hebben gehad. Het is verleidelijk dit broederpaar in te passen vanwege het later terugkeren van de naam Wouter maar meer kan er niet aan ontleend worden. Kortom onjuist.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1140  †1195  55



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 17)
2.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 16)


Wilhelmu de Upgoye
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Wilhelmu de Upgoye1 (Wilhelm in Isla en Lake), geb. circa 1080, ovl. voor 1126,
, ‘Wilhelmus comes’ komt voor het eerst voor in 1108. Hij is dan getuige voor bisschop  Burchard, wanneer deze vier kerken in vier Vlaamse ambachten schenkt aan het kapittel van Sint Salvator. Vervolgens is hij samen met zijn zoon (‘Wilhelmus comes et Theodericus filius eius’) getuige voor bisschop Godebald, die in 1121 de kerk van Warnsveld met de kapel te Vorden schonk aan het kapittel van Sint Pieter. Pas in 1122 wordt hij vermeld als graaf in de gouw Lek en IJssel. Keizer Hendrik bevestigde in dat jaar de kerken van Sint Maarten en
Sint Marie in hun bezit, gelegen in de gouw IJssel en Lek, evenals de cijns en het gerecht, en schonk hun de grafelijke bestuursfunctie, die graaf Willem door zijn opstand had verbeurd.
In de oorkonde wordt gesproken over ‘comes vel advocatus’. Hieraan is wellicht ten onrechte aan ontleend dat Willem ook bisschoppelijk voogd zou zijn geweest. Is hiermee niet bedoeld dat hij als graaf ook de voogdij (in het graafschap) uitoefende voor de desbetreffende kerken?
Hoe dan ook, bisschop Godebald wilde de Kromme Rijn afdammen en werd in dit voornemen gesteund door graaf Willem. Als gevolg daarvan ontstonden twee fracties. De ene partij had handelsbelangen en wenste ongehinderd vervoer over water, terwijl de andere partij belang had bij de verbetering van de waterbeheersing wat de agrarische ontwikkelingen ten goede zou
komen. Omstreeks Pinksteren 1122 waren de tegenstellingen zodanig opgelopen dat een gewapende strijd niet te vermijden was. De stad Utrecht, die voor haar handelsbelangen opkwam, kreeg uiteindelijk met steun van keizer Hendrik haar wensen ingewilligd. Voor graaf Willem betekende dit een nederlaag en hij verbeurde zijn bestuursfunctie in de gouw IJssel en
Lek. Nadien wordt hij niet meer als zodanig vermeld. In 1126 is hij opgevolgd door zijn zoon Dirk.

Hij krijgt 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1110  †1179  68
Dirk  †1134   



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 16)


Wilhelmus de Upgoye
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Wilhelmus graaf de Upgoye, geb. circa 1050, vermeld 1108-1122, ovl. na 1122,
, Graaf in Isla-et-Lake.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wilhelmu*1080  †1126  46


Gerard de Cocq van Batenborch van Waardenburg
 
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Gerard de Cocq van Batenborch van Waardenburg, geb. Waardenburg op het kasteel Waardenburg circa 1280, 3e heer van Waardenburg, ovl. Driel op 6 jan 1339,
, Gerit de Coc mit den wringende hals huwelijkte (kennelijk als chef de famille) uit aan zijn broersdochter als erfdochter van Vuren uit zodat het nageslacht van de heren van Vuren zou stammen blijkens deze kroniek uit een huwelijk van deze erfdr van Vuen met de heer van Asperen (danwel Herberen danwel diens broer). Dit suggereert dat Vuren al voordien kwam te resorteren (en niet eerder gekoloniseerd) onder de Chatillon-nazaten.
In danwel de tekst danwel de interpretatie klopt iets niet. De tekst in eenzelfde zin maakt onderscheid tussen dese Gerit van Werdenberch en Gerit de Coc van Batenborch.

 

tr. circa 1314
met

Johanna van Buren, dr. van Alard III heer van Buren en Elisabeth Adelise de Vriese Friso (Vrouwe Van Balgoy), geb. Buren circa 1282, ovl. in 1347.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan  †1360   
Alard     
Mechteld*1310     
Jutta     


Johanna van Buren
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Johanna van Buren, geb. Buren circa 1282, ovl. in 1347.

 

tr. circa 1314
met

Gerard de Cocq van Batenborch van Waardenburg, zn. van Rudolf II de Cocq van Weerdenburg (2e Heer van Waardenburg) en Margaretha van Batenburg, geb. Waardenburg op het kasteel Waardenburg circa 1280, 3e heer van Waardenburg, ovl. Driel op 6 jan 1339,
, Gerit de Coc mit den wringende hals huwelijkte (kennelijk als chef de famille) uit aan zijn broersdochter als erfdochter van Vuren uit zodat het nageslacht van de heren van Vuren zou stammen blijkens deze kroniek uit een huwelijk van deze erfdr van Vuen met de heer van Asperen (danwel Herberen danwel diens broer). Dit suggereert dat Vuren al voordien kwam te resorteren (en niet eerder gekoloniseerd) onder de Chatillon-nazaten.
In danwel de tekst danwel de interpretatie klopt iets niet. De tekst in eenzelfde zin maakt onderscheid tussen dese Gerit van Werdenberch en Gerit de Coc van Batenborch.

 

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan  †1360   
Alard     
Mechteld*1310     
Jutta     



Bronnen:
1.Middeleeuws Vlechtwerk (A 008), A 008


Alard de Cocq van Waardenburg
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Alard de Cocq van Waardenburg1 (Alard van Buren).

  • Vader:
    Gerard de Cocq van Batenborch van Waardenburg, zn. van Rudolf II de Cocq van Weerdenburg (2e Heer van Waardenburg) en Margaretha van Batenburg, geb. Waardenburg op het kasteel Waardenburg circa 1280, 3e heer van Waardenburg, ovl. Driel op 6 jan 1339,
    , Gerit de Coc mit den wringende hals huwelijkte (kennelijk als chef de famille) uit aan zijn broersdochter als erfdochter van Vuren uit zodat het nageslacht van de heren van Vuren zou stammen blijkens deze kroniek uit een huwelijk van deze erfdr van Vuen met de heer van Asperen (danwel Herberen danwel diens broer). Dit suggereert dat Vuren al voordien kwam te resorteren (en niet eerder gekoloniseerd) onder de Chatillon-nazaten.
    In danwel de tekst danwel de interpretatie klopt iets niet. De tekst in eenzelfde zin maakt onderscheid tussen dese Gerit van Werdenberch en Gerit de Coc van Batenborch, tr. circa 1314.
 

tr.
met

NN Both van der Eem1, geb. voor 1344.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ida*1360 Buren    



Bronnen:
1.Heraldieke Bibliotheek. (HB), J.B. Rietstap, ’s-Gravenhage


Mechteld de Cocq van Waardenburg
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Mechteld de Cocq van Waardenburg ]]https://gw.geneanet.org/nico1?lang=nl&pz=nicolaas&nz=van+ginkel&p=mechteld&n=de+cock+van+waardenburg]], geb. circa 1310.

  • Vader:
    Gerard de Cocq van Batenborch van Waardenburg, zn. van Rudolf II de Cocq van Weerdenburg (2e Heer van Waardenburg) en Margaretha van Batenburg, geb. Waardenburg op het kasteel Waardenburg circa 1280, 3e heer van Waardenburg, ovl. Driel op 6 jan 1339,
    , Gerit de Coc mit den wringende hals huwelijkte (kennelijk als chef de famille) uit aan zijn broersdochter als erfdochter van Vuren uit zodat het nageslacht van de heren van Vuren zou stammen blijkens deze kroniek uit een huwelijk van deze erfdr van Vuen met de heer van Asperen (danwel Herberen danwel diens broer). Dit suggereert dat Vuren al voordien kwam te resorteren (en niet eerder gekoloniseerd) onder de Chatillon-nazaten.
    In danwel de tekst danwel de interpretatie klopt iets niet. De tekst in eenzelfde zin maakt onderscheid tussen dese Gerit van Werdenberch en Gerit de Coc van Batenborch, tr. circa 1314.
 

tr. circa 1330
met

Arnold van Heukelom, zn. van Otto I van Arkel ridder (heer van Heukelom en Asperen) en NN Jansdr van Heusden van Asperen, geb. Heukelom in 1266, ridder 1328, heer van Leyenberg, ovl. na 1338, tr. (1) met Geertruid van Wijffliet. Uit dit huwelijk een zoon


Jutta de Cocq van Waardenburg
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Fred Spaans

Jutta de Cocq van Waardenburg (de Cock van Waardenburch).

  • Vader:
    Gerard de Cocq van Batenborch van Waardenburg, zn. van Rudolf II de Cocq van Weerdenburg (2e Heer van Waardenburg) en Margaretha van Batenburg, geb. Waardenburg op het kasteel Waardenburg circa 1280, 3e heer van Waardenburg, ovl. Driel op 6 jan 1339,
    , Gerit de Coc mit den wringende hals huwelijkte (kennelijk als chef de famille) uit aan zijn broersdochter als erfdochter van Vuren uit zodat het nageslacht van de heren van Vuren zou stammen blijkens deze kroniek uit een huwelijk van deze erfdr van Vuen met de heer van Asperen (danwel Herberen danwel diens broer). Dit suggereert dat Vuren al voordien kwam te resorteren (en niet eerder gekoloniseerd) onder de Chatillon-nazaten.
    In danwel de tekst danwel de interpretatie klopt iets niet. De tekst in eenzelfde zin maakt onderscheid tussen dese Gerit van Werdenberch en Gerit de Coc van Batenborch, tr. circa 1314.
 

tr.
met

Dirck (Arentsz Jansz) (Dirk) ridder de Roever (Roever), heer van Aerle Rixtel, Beek en Stiphout, hoogschout en schepen van 's-Hertogenbosch van 1315 tot 1328, ovl. in 1356,
, vermeld 1315-1328, ridder, hoogschout van Den Bosch (1315-1328), hofmeester van de hertog van Brabant, werd op 22 maart 1347 door Wenceslaus en Johanna, Hertog en Hertogin van Brabant begriftigd met het huis de Nemelaer, overl. 1356.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Agnes     
Arnt*1320  †1384 's-Hertogenbosch 64
Edmond     


Rudolf II de Cocq van Weerdenburg
 
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Fred Spaans

Rudolf II (Roelof II) de Cocq van Weerdenburg, geb. circa 1243, 2e Heer van Waardenburg, ovl. in 1315,
, Over Rudolf de Cock, tweede heer van Weerdenberg en zijn in de periode 1310-1320 Gerard en Gijsbert van Weerdenberg, vermoedelijk broers, zonen van Rodolf de Cock, de tweede heer van Weerdenberg, van wie waarschijnlijk nog in 1306 een vermelding is, als hij optreedt als scheidsman.

  • Vader:
    Ridder Rudolf (Roelof I, Raoul) de Chatillon bijgenaamd de Cock van Weerdenburgh (Raoul de Châtillon, de Cocq van Châtillon, de Cock van Weerdenburg) (Raoul de Châtillon), zn. van René (Reinald II) de Châtillon en NN Coucy, geb. Chatillon-sur-Long [Frankrijk] circa 1210, miles, 1e heer van Waardenburg, Opijnen en IJzendoorn, vermeld 1265-1295, ovl. in 1283 (circa 1275),
    , Rudolf de Cock heette van oorsprong de Châtillon. Volgens overlevering noemde de Franse koning hem "Coquin"= schavuit/haantje, hetgeen hij als Geuzennaam beschouwde en was wel zo beledigd als edelman dat hij zwoer de naam te dragen tot hij op gepaste wijze revanche had genomen. Hij viel daarop met enkele edelen de troepen van de Franse koning aan die hij versloeg. Toen de koning dit ter ore kwam, zou hij gezegd hebben,"Le Cocq a chanter de bon matin", (De haan heeft vroeg gekraaid". Door dit voorval was Raoul niet meer veilig in Frankrijk en trok zich terug naar het geërfde kasteel van zijn nicht Philppina van Dammartin en zijn neef Graaf Otto II van Gelre, te Rhenoy. Hij noemde zich vanaf dat moment niet meer de Châtillon, mede omdat hij nog steeds niet veilig was voor de Franse koning.
    Hij gebruikte evenals zijn nazaten alleen de naam de Cocq/de Cock. Alle de Cock's hadden als basis hetzelfde wapen als de Châtillon, maar dan als toevoeging een onderdeel van het wapen van hun verworven bezit daarbij gevoegd. Zie wapens van Herwijen, Delwijnen, Geldermalsen, Kerkwijk, Zaltbommel etc.
    Op 5 augustus 1265 gaf Otto II van Gelre de dorpen Hiem (oude naam van Waardenburg), Neerijnen en Opijnen aan Rudolph de Cock. Die stond op zijn beurt Rhenoy af aan Otto II.
    Otto II van Gelre was getrouwd met Philippa de Dammartin en later met Philippina de Châtillon. Hier liggen de familieverbanden, en de reden waarom Rudolf gronden kreeg in de Betuwe en met name het geërfde kasteel te Rhenoy, dat hij later inruilde voor Weerdenburg.
    Rudolf wordt ook in 1265 genoemd als eerste eigenaar van kasteel Ophemert in de gemeente Neerijnen.
    Het huis Châtillon was een bekende Franse familie, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 9e eeuw en die uitstierf in 1762. De naam is afkomstig van een graafschap in de Champagne, waarvan Châtillon-sur-Marne de hoofdstad was en uitzwermde in de takken Saint-Pol-sur-Ternoise, Blois, Penthièvre, Chartres, etc. De graven van Châtillon voegden aan hun titel deze toe van prins van Porcien.
    Een tak van het Huis Châtillon noemde zich De Coqc of De Cock, te beginnen met:
    Raoul van Châtillon, beter bekend als Rudolph I de Cock (1210-1280), 1e heer van Weerdenburg 1265-1280 en heer van Hiern, Neerijnen, Oppijnen en Meteren
    Van Rodolf de Cock van Weerdenberg is een aantal vermeldingen bekend. Allereerst wordt hij genoemd in 1265 met zijn vader Rodolf, en zijn broers Henric, Gijsbert en Willem. Daarna wordt hij vermeld in 1280, 1283, 1287, 1292, 1300 en 1306. In ieder geval in 1280 is hij zijn vader al opgevolgd als de tweede heer van Weerdenberg, en hij is het die in 1283 den sael en de ronde toern van Weerdenberg heeft laten bouwen. Hij wordt voor het eerst genoemd met zijn broers Henric, Gijsbert en Willem in de bekende acte van 1265. Over hun leeftijden is op dit moment weinig te zeggen, maar te proberen is een poging om een beetje reeële schatting te maken van hun leeftijden. Omdat zij alle 4 vermeld worden, mag de conclusie getrokken worden, dat ze volwassen waren. Ervan uitgaande, dat de jongste misschien rond de 14 jaar is. De oudste zoon zal dan makkelijk rond de 22 jaar zijn, en is daarmee dus geboren rond 1243. Zijn laatste vermelding ligt rond 1306, dus dan zou hij rond 65 jaar zijn geworden. Alleszins acceptabele getallen, waar misschien ook nog enige rek in zit. In het minimale geval was de jongste zoon rond de 2 jaar, en de oudste dan rond de 10 jaar, en dan zou Rodolf II geboren zijn rond 1255, en overleden zijn op in zijn vijftiger jaren. Er is voor zijn geboortejaar dus een schatting te maken: tussen 1240 en 1255. Zijn vader kan dan getrouwd zijn rond die tijd, 1235-1250 lijkt acceptabel, en uit de vermelding van 1283 is bekend dat zijn vader ook Rodolf heette.
    Rudolph I de Cocq liet zijn afkomst van Huis Mello weg en hanteerde alleen de Cocq (van Weerdenburg)
      …Hij voerde wel het wapen van moeders huis de Châtillon
    Zijn nichtje, Philippine, een dochter van oom Simon de Dammartin trouwde in 1253 met graaf Otto II van Gelre.
      …Anno 1332 treden zoon Gijsbert & kleinzoon Ricold nog op als getuigen bij Rainald II von Geldern (†1343)
    op 5 augustus 1265 gaf graaf Otto II van Gelre de dorpen Hiern (Waardenburg), Neerijnen en Opijnen aan Rudolph de Cock
      …die daartegenover zijn bezittingen in Rhenoy afstond.
    Leenheer, graaf Otto, gaf Rudolf I toestemming om te bouwen => het latere Kasteel Waardenburg
     …De aftakking van Waardenburg sterft eind 16e eeuw uit met Agnes de Cocq g.m. W. v Broeckhuysen (†1415)
     Periode    Heer van Waardenburg    Opmerking  
     tot 1280    Rudolf I    ---  
     tot 1315    Rudolf II    ---  
     tot xxxx    Gerard    g.m. Johanna van Buren  
     tot xxxx    Johan    g.m. Agnes van Mirlaer  
     tot xxxx    Gerard II    g.m. Henrica van Culemborg  
     tot xxxx    Willem van Broeckhuysen (†1415)    g.m. Agnes d C v W  
     tot xxxx    Johan van Broeckhuysen    g.m. Agnes van Brakel  
    Grootvader Gerard II maakt zijn kleinzoon Johan van Broeckhuysen tot zijn erfgenaam
      … Johan, heer Willems soen van Broechusen, was de 7e Heer van Weerdenberch, tr. (2) circa 1231 met Agnes van Kuyc, dr. van Ridder Hendrik III graaf van Kuyc en Agnes Jansdr Putten van Persijn, geb. Cuijck circa 1214. Uit dit huwelijk 2 zonen, tr. (1) in 1255.
 

tr. (1) voor 15 sep 1292
met

N.N. Gerritsdr van Rossem, dr. van Ridder Gerard van Rossem en Hadewigis .

tr. (2) op 14 jun 1310
met

Elisabeth van der Sluys, dr. van Arnoud van der Sluys en Agnes van der Lecke (vrouwe van Haamstede), geb. circa 1283, ovl. na 1315.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan     

tr. (3) circa 1275
met

Margaretha van Batenburg, dr. van Gerard van Batenburg ridder (raad van graaf Reinald van Gelre 1271) en Elisabeth van Meurs, ovl. in 1299.

Uit dit huwelijk 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem     
Willem  †1318   
Gerard*1280 Waardenburg †1339 Driel 58


N.N. Gerritsdr van Rossem
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Fred Spaans

N.N. Gerritsdr van Rossem.

tr. voor 15 sep 1292
met

Rudolf II (Roelof II) de Cocq van Weerdenburg, zn. van Ridder Rudolf de Chatillon bijgenaamd de Cock van Weerdenburgh (miles, 1e heer van Waardenburg, Opijnen en IJzendoorn, vermeld 1265-1295) en Aleyt Ricoltsdr van Ochten, geb. circa 1243, 2e Heer van Waardenburg, ovl. in 1315,
, Over Rudolf de Cock, tweede heer van Weerdenberg en zijn in de periode 1310-1320 Gerard en Gijsbert van Weerdenberg, vermoedelijk broers, zonen van Rodolf de Cock, de tweede heer van Weerdenberg, van wie waarschijnlijk nog in 1306 een vermelding is, als hij optreedt als scheidsman, tr. (2) met Elisabeth van der Sluys. Uit dit huwelijk een zoon, tr. (3) met Margaretha van Batenburg. Uit dit huwelijk 3 zonen.