Genealogische website van Cees Hagenbeek
Ludmilla van Bohemen
Ludmilla van Bohemen (von Böhmen), geb. Olomuc [Duitsland] circa 1170, ovl. Landshut tussen 5 aug 1240 en 15 aug 1240 ,
, 1232 Stifterin v.Kloster Seligenthal b.Landshut.

tr.
met

Lodewijk I (der Kelheimer) Hertog van Beieren, zn. van Otto I hertog van Beieren (hertog Beieren-Altenberg) en Agnes van Loon, geb. Kelheim circa 1173, ovl. Kelheim op 15 sep 1231,
, der Kelheimer, 1181/1183 Herzog, 6.(9/10).1214-1228 Pfalzgraf bei Rhein, ?.7.1226 Reichsgubernator und Vormund von Kaiser Heinrich VII.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Otto II*1206 Kelheim †1253 Landshut 47


Arend de Cocq van Opijnen
Arend ridder de Cocq van Opijnen, geb. circa 1305, ovl. op 10 mei 1363,
, vermeld 1341.

tr. (1)
met

Geertruid van Broeckhuijsen, geb. circa 1310.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan  †1392   

tr. (2)
met

NN van Harcourt.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna*1342 Opijnen    


Geertruid van Broeckhuijsen
Geertruid van Broeckhuijsen, geb. circa 1310.

tr.
met

Arend ridder de Cocq van Opijnen, zn. van Ridder Jan de Cocq van Opijnen (heer van Opijnen) en Aleijd van Baer, geb. circa 1305, ovl. op 10 mei 1363,
, vermeld 1341, tr. (2) met NN van Harcourt. Uit dit huwelijk een dochter.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan  †1392   


Jan de Cocq van Opijnen
Ridder Jan (Johan) de Cocq van Opijnen, geb. circa 1275, heer van Opijnen, ovl. in 1336.

tr.
met

Aleijd van Baer, dr. van Aert van Baer.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arend*1305  †1363  57


Aleijd van Baer
Aleijd van Baer.

tr.
met

Ridder Jan (Johan) de Cocq van Opijnen, zn. van Hendrik de Cocq van Weerdenburg en Elisabeth Goossens van Rossem, geb. circa 1275, heer van Opijnen, ovl. in 1336.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arend*1305  †1363  57


Hendrik de Cocq van Weerdenburg
Hendrik de Cocq van Weerdenburg, geb. circa 1245, ovl. circa 1312,
, hij werd in 1285 gevangen genomen door de Brabanders van hertog Jan I en bij Tiel gevangen genomen. Hij streed vervolgens mee in de slag bij Woeringen (Fühlingerheide) onder hertog Reinoud I van Gelre, graaf van Gelre en Zutphen, zoon en opvolger van Otto II. Hendrik werd in die slag gevangen genomen door graaf Walram van Gulick en moest, om weer in vrijheid gesteld te worden, zich leenman maken van deze graaf voor een bedrag van drie Mark uit de goederen, die gelegen waren te Hiern (=Waardenburg).
Er is een De kaart (oorkonde) die stelt dat Hedels wedem toen open was gevallen en ter vergeving stond der achtbare heeren Deken en Kapittel van St Marie te Utrecht.
De gebroeders Roelof en Hendrik de Cock, beide ridders, die hen kwamen bidden om de openstaande kerk. Zij deden zulks ten behoeve van hun vriend, heer Godevaert, een priester,
die toen nog niet begiftigd was. Op 4 Juli 1292 hingen zij hun zegel aan de oorkonde en stelden -deze aan hun goeden vriend ter hand. Zij zijn met hun bede zijn geslaagd, want de oorkonde is tot op heden bewaard gebleven in het archief van St. Marie. Zij luidt als volgt :
Viris venerabilibus et discretis, decano ceteriaque
concanonicis suis venerabilis ecclesie beate Marie I civitatis
Trajectensis, Rodolphus dictus Coc miles et Henricus dictus Coc miles fratres I saluten1 et quicquid possunt honoris et promotion’s in eorum districtu. Confidentes de vestra amicitia et discretione vobis pro dilectro nostro amico, domino Godefrido sacerdote, in forma paupertatis existente, latore presentium, humiliter ‘supplicamus, quatenus eidem ecclesiam vestram de Hetel, vestre collationi vacantem, conferre dignemini propter Dominum et causa petionis ‘nostre, cum pro nobis rogamus : facientes ut vobis teneamur regratiari, cum tempus postulat aut res. Datas anno Domini millesimo ducentesimo nonagesimo secundo in die Translationis beati Martini.
Naar het oorspronkelqk perkament met een uithangend
zegel O) in witachtig was, nog aanwezig in het archief
van Ste Marie te Utrecht (Vermeulen, Inventaris der
oudste charters no. 467).
Niet slechts om de kerk, maar ook om de twee heeren
ridders, verdient deze kaart alle aandacht. Aan deze
toch ontsproot een rijkdom van vertakkingen, die we
later gevestigd vinden op Waardenburg, Haaften, Isendoorn,
Hemert, Opijnen, Delwijnen, Neerijnen enz. (v. Spaen, Inleiding tot de Historie van Gelderland, III bl. 289). Wat hun te Hedel zooveel invloed gaf, dat zij met hoop op goed gevolg hun yerzoek bij het Utrechtsche kapittel konden indienen ? We vermoeden, dat ze, heer Hendrik de jongere der twee in het bijzonder, rechten konden doen gelden op de heerlijkheid Hedel, en dat zij voorgangers zijn der heeren van Cranendonck, die de eerste helft der 14e eeuw als heeren van Hedel voorkomen.

  • Vader:
    Ridder Rudolf (Roelof I, Raoul) de Chatillon bijgenaamd de Cock van Weerdenburgh (Raoul de Châtillon, de Cocq van Châtillon, de Cock van Weerdenburg), zn. van René (Reinald II) de Châtillon en NN Coucy, geb. Chatillon sur Marne [Frankrijk] circa 1210, miles, 1e heer van Waardenburg, Opijnen en IJzendoorn, vermeld 1265-1295, ovl. in 1283 (circa 1275),
    , Rudolf de Cock heette van oorsprong de Châtiillon. Volgens overlevering noemde de Franse koning hem "Coquin"= schavuit/haantje, hetgeen hij als Geuzennaam beschouwde en was wel zo beledigd als edelman dat hij zwoer de naam te dragen tot hij op gepaste wijze revanche had genomen. Hij viel daarop met enkele edelen de troepen van de Franse koning aan die hij versloeg. Toen de koning dit ter ore kwam, zou hij gezegd hebben,"Le Cocq a chanter de bon matin", (De haan heeft vroeg gekraaid". Door dit voorval was Raoul niet meer veilig in Frankrijk en trok zich terug naar het geërfde kasteel van zijn nicht Philppina van Dammartin en zijn neef Graaf Otto II van Gelre, te Rhenoy. Hij noemde zich vanaf dat moment niet meer de Châtillon, mede omdat hij nog steeds niet veilig was voor de Franse koning.
    Hij gebruikte evenals zijn nazaten alleen de naam de Cocq/de Cock. Alle de Cock's hadden als basis hetzelfde wapen als de Châtillon, maar dan als toevoeging een onderdeel van het wapen van hun verworven bezit daarbij gevoegd. Zie wapens van Herwijen, Delwijnen, Geldermalsen, Kerkwijk, Zaltbommel etc.
    Op 5 augustus 1265 gaf Otto II van Gelre de dorpen Hiem (oude naam van Waardenburg), Neerijnen en Opijnen aan Rudolph de Cock. Die stond op zijn beurt Rhenoy af aan Otto II.
    Otto II van Gelre was getrouwd met Philippa de Dammartin en later met Philippina de Châtillon. Hier liggen de familieverbanden, en de reden waarom Rudolf gronden kreeg in de Betuwe en met name het geërfde kasteel te Rhenoy, dat hij later inruilde voor Weerdenburg.
    Rudolf wordt ook in 1265 genoemd als eerste eigenaar van kasteel Ophemert in de gemeente Neerijnen.
    Het huis Châtillon was een bekende Franse familie, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 9e eeuw en die uitstierf in 1762. De naam is afkomstig van een graafschap in de Champagne, waarvan Châtillon-sur-Marne de hoofdstad was en uitzwermde in de takken Saint-Pol-sur-Ternoise, Blois, Penthièvre, Chartres, etc. De graven van Châtillon voegden aan hun titel deze toe van prins van Porcien.
    Een tak van het Huis Châtillon noemde zich De Coqc of De Cock, te beginnen met:
    Raoul van Châtillon, beter bekend als Rudolph I de Cock (1210-1280), 1e heer van Weerdenburg 1265-1280 en heer van Hiern, Neerijnen, Oppijnen en Meteren
    Van Rodolf de Cock van Weerdenberg is een aantal vermeldingen bekend. Allereerst wordt hij genoemd in 1265 met zijn vader Rodolf, en zijn broers Henric, Gijsbert en Willem. Daarna wordt hij vermeld in 1280, 1283, 1287, 1292, 1300 en 1306. In ieder geval in 1280 is hij zijn vader al opgevolgd als de tweede heer van Weerdenberg, en hij is het die in 1283 den sael en de ronde toern van Weerdenberg heeft laten bouwen. Hij wordt voor het eerst genoemd met zijn broers Henric, Gijsbert en Willem in de bekende acte van 1265. Over hun leeftijden is op dit moment weinig te zeggen, maar te proberen is een poging om een beetje reeële schatting te maken van hun leeftijden. Omdat zij alle 4 vermeld worden, mag de conclusie getrokken worden, dat ze volwassen waren. Ervan uitgaande, dat de jongste misschien rond de 14 jaar is. De oudste zoon zal dan makkelijk rond de 22 jaar zijn, en is daarmee dus geboren rond 1243. Zijn laatste vermelding ligt rond 1306, dus dan zou hij rond 65 jaar zijn geworden. Alleszins acceptabele getallen, waar misschien ook nog enige rek in zit. In het minimale geval was de jongste zoon rond de 2 jaar, en de oudste dan rond de 10 jaar, en dan zou Rodolf II geboren zijn rond 1255, en overleden zijn op in zijn vijftiger jaren. Er is voor zijn geboortejaar dus een schatting te maken: tussen 1240 en 1255. Zijn vader kan dan getrouwd zijn rond die tijd, 1235-1250 lijkt acceptabel, en uit de vermelding van 1283 is bekend dat zijn vader ook Rodolf heette.
    Rudolph I de Cocq liet zijn afkomst van Huis Mello weg en hanteerde alleen de Cocq (van Weerdenburg)
      …Hij voerde wel het wapen van moeders huis de Châtillon
    Zijn nichtje, Philippine, een dochter van oom Simon de Dammartin trouwde in 1253 met graaf Otto II van Gelre.
      …Anno 1332 treden zoon Gijsbert & kleinzoon Ricold nog op als getuigen bij Rainald II von Geldern (†1343)
    op 5 augustus 1265 gaf graaf Otto II van Gelre de dorpen Hiern (Waardenburg), Neerijnen en Opijnen aan Rudolph de Cock
      …die daartegenover zijn bezittingen in Rhenoy afstond.
    Leenheer, graaf Otto, gaf Rudolf I toestemming om te bouwen => het latere Kasteel Waardenburg
     …De aftakking van Waardenburg sterft eind 16e eeuw uit met Agnes de Cocq g.m. W. v Broeckhuysen (†1415)
     Periode    Heer van Waardenburg    Opmerking  
     tot 1280    Rudolf I    ---  
     tot 1315    Rudolf II    ---  
     tot xxxx    Gerard    g.m. Johanna van Buren  
     tot xxxx    Johan    g.m. Agnes van Mirlaer  
     tot xxxx    Gerard II    g.m. Henrica van Culemborg  
     tot xxxx    Willem van Broeckhuysen (†1415)    g.m. Agnes d C v W  
     tot xxxx    Johan van Broeckhuysen    g.m. Agnes van Brakel  
    Grootvader Gerard II maakt zijn kleinzoon Johan van Broeckhuysen tot zijn erfgenaam
      … Johan, heer Willems soen van Broechusen, was de 7e Heer van Weerdenberch, tr. (1) met zijn nicht Aleyt Ricoltsdr van Ochten. Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder, tr. (2) circa 1231.
 

tr. (1)
met

Elisabeth Goossens van Rossem.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1275  †1336  61

tr. (2)
met

Eva van Langel


Elisabeth Goossens van Rossem
Elisabeth Goossens van Rossem.

tr.
met

Hendrik de Cocq van Weerdenburg, zn. van Ridder Rudolf de Chatillon bijgenaamd de Cock van Weerdenburgh (miles, 1e heer van Waardenburg, Opijnen en IJzendoorn, vermeld 1265-1295) en Agnes van Kuyc, geb. circa 1245, ovl. circa 1312,
, hij werd in 1285 gevangen genomen door de Brabanders van hertog Jan I en bij Tiel gevangen genomen. Hij streed vervolgens mee in de slag bij Woeringen (Fühlingerheide) onder hertog Reinoud I van Gelre, graaf van Gelre en Zutphen, zoon en opvolger van Otto II. Hendrik werd in die slag gevangen genomen door graaf Walram van Gulick en moest, om weer in vrijheid gesteld te worden, zich leenman maken van deze graaf voor een bedrag van drie Mark uit de goederen, die gelegen waren te Hiern (=Waardenburg).
Er is een De kaart (oorkonde) die stelt dat Hedels wedem toen open was gevallen en ter vergeving stond der achtbare heeren Deken en Kapittel van St Marie te Utrecht.
De gebroeders Roelof en Hendrik de Cock, beide ridders, die hen kwamen bidden om de openstaande kerk. Zij deden zulks ten behoeve van hun vriend, heer Godevaert, een priester,
die toen nog niet begiftigd was. Op 4 Juli 1292 hingen zij hun zegel aan de oorkonde en stelden -deze aan hun goeden vriend ter hand. Zij zijn met hun bede zijn geslaagd, want de oorkonde is tot op heden bewaard gebleven in het archief van St. Marie. Zij luidt als volgt :
Viris venerabilibus et discretis, decano ceteriaque
concanonicis suis venerabilis ecclesie beate Marie I civitatis
Trajectensis, Rodolphus dictus Coc miles et Henricus dictus Coc miles fratres I saluten1 et quicquid possunt honoris et promotion’s in eorum districtu. Confidentes de vestra amicitia et discretione vobis pro dilectro nostro amico, domino Godefrido sacerdote, in forma paupertatis existente, latore presentium, humiliter ‘supplicamus, quatenus eidem ecclesiam vestram de Hetel, vestre collationi vacantem, conferre dignemini propter Dominum et causa petionis ‘nostre, cum pro nobis rogamus : facientes ut vobis teneamur regratiari, cum tempus postulat aut res. Datas anno Domini millesimo ducentesimo nonagesimo secundo in die Translationis beati Martini.
Naar het oorspronkelqk perkament met een uithangend
zegel O) in witachtig was, nog aanwezig in het archief
van Ste Marie te Utrecht (Vermeulen, Inventaris der
oudste charters no. 467).
Niet slechts om de kerk, maar ook om de twee heeren
ridders, verdient deze kaart alle aandacht. Aan deze
toch ontsproot een rijkdom van vertakkingen, die we
later gevestigd vinden op Waardenburg, Haaften, Isendoorn,
Hemert, Opijnen, Delwijnen, Neerijnen enz. (v. Spaen, Inleiding tot de Historie van Gelderland, III bl. 289). Wat hun te Hedel zooveel invloed gaf, dat zij met hoop op goed gevolg hun yerzoek bij het Utrechtsche kapittel konden indienen ? We vermoeden, dat ze, heer Hendrik de jongere der twee in het bijzonder, rechten konden doen gelden op de heerlijkheid Hedel, en dat zij voorgangers zijn der heeren van Cranendonck, die de eerste helft der 14e eeuw als heeren van Hedel voorkomen, tr. (2) met Eva van Langel. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1275  †1336  61


Gerard van Rossem
Ridder Gerard van Rossem.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Goossen*1230  †1263  33


Agnes van Kuyc
Agnes van Kuyc, geb. Cuijck circa 1214.

  • Vader:
    Ridder Hendrik III graaf van Kuyc1, zn. van Albert ridder van Kuyc (ridder, vermeld 1191-1233, Heer van Cuyk en Grave 1204-1233, van Herpen, Merum en half Asten 1220) en Heilwig van Merheim (erfdochter van Merum en half Asten), geb. circa 1195, ovl. in 1254,
    , Vermeld 1226-1254, heer van Kuyc en van Grave 1233-1254, heer van Merum en half Asten, tr. (2) met NN van Perwez. Uit dit huwelijk een dochter, tr. (1).
 

tr. circa 1231
met

Ridder Rudolf (Roelof I, Raoul) de Chatillon bijgenaamd de Cock van Weerdenburgh (Raoul de Châtillon, de Cocq van Châtillon, de Cock van Weerdenburg), zn. van René (Reinald II) de Châtillon en NN Coucy, geb. Chatillon sur Marne [Frankrijk] circa 1210, miles, 1e heer van Waardenburg, Opijnen en IJzendoorn, vermeld 1265-1295, ovl. in 1283 (circa 1275),
, Rudolf de Cock heette van oorsprong de Châtiillon. Volgens overlevering noemde de Franse koning hem "Coquin"= schavuit/haantje, hetgeen hij als Geuzennaam beschouwde en was wel zo beledigd als edelman dat hij zwoer de naam te dragen tot hij op gepaste wijze revanche had genomen. Hij viel daarop met enkele edelen de troepen van de Franse koning aan die hij versloeg. Toen de koning dit ter ore kwam, zou hij gezegd hebben,"Le Cocq a chanter de bon matin", (De haan heeft vroeg gekraaid". Door dit voorval was Raoul niet meer veilig in Frankrijk en trok zich terug naar het geërfde kasteel van zijn nicht Philppina van Dammartin en zijn neef Graaf Otto II van Gelre, te Rhenoy. Hij noemde zich vanaf dat moment niet meer de Châtillon, mede omdat hij nog steeds niet veilig was voor de Franse koning.
Hij gebruikte evenals zijn nazaten alleen de naam de Cocq/de Cock. Alle de Cock's hadden als basis hetzelfde wapen als de Châtillon, maar dan als toevoeging een onderdeel van het wapen van hun verworven bezit daarbij gevoegd. Zie wapens van Herwijen, Delwijnen, Geldermalsen, Kerkwijk, Zaltbommel etc.
Op 5 augustus 1265 gaf Otto II van Gelre de dorpen Hiem (oude naam van Waardenburg), Neerijnen en Opijnen aan Rudolph de Cock. Die stond op zijn beurt Rhenoy af aan Otto II.
Otto II van Gelre was getrouwd met Philippa de Dammartin en later met Philippina de Châtillon. Hier liggen de familieverbanden, en de reden waarom Rudolf gronden kreeg in de Betuwe en met name het geërfde kasteel te Rhenoy, dat hij later inruilde voor Weerdenburg.
Rudolf wordt ook in 1265 genoemd als eerste eigenaar van kasteel Ophemert in de gemeente Neerijnen.
Het huis Châtillon was een bekende Franse familie, waarvan de oorsprong teruggaat tot de 9e eeuw en die uitstierf in 1762. De naam is afkomstig van een graafschap in de Champagne, waarvan Châtillon-sur-Marne de hoofdstad was en uitzwermde in de takken Saint-Pol-sur-Ternoise, Blois, Penthièvre, Chartres, etc. De graven van Châtillon voegden aan hun titel deze toe van prins van Porcien.
Een tak van het Huis Châtillon noemde zich De Coqc of De Cock, te beginnen met:
Raoul van Châtillon, beter bekend als Rudolph I de Cock (1210-1280), 1e heer van Weerdenburg 1265-1280 en heer van Hiern, Neerijnen, Oppijnen en Meteren
Van Rodolf de Cock van Weerdenberg is een aantal vermeldingen bekend. Allereerst wordt hij genoemd in 1265 met zijn vader Rodolf, en zijn broers Henric, Gijsbert en Willem. Daarna wordt hij vermeld in 1280, 1283, 1287, 1292, 1300 en 1306. In ieder geval in 1280 is hij zijn vader al opgevolgd als de tweede heer van Weerdenberg, en hij is het die in 1283 den sael en de ronde toern van Weerdenberg heeft laten bouwen. Hij wordt voor het eerst genoemd met zijn broers Henric, Gijsbert en Willem in de bekende acte van 1265. Over hun leeftijden is op dit moment weinig te zeggen, maar te proberen is een poging om een beetje reeële schatting te maken van hun leeftijden. Omdat zij alle 4 vermeld worden, mag de conclusie getrokken worden, dat ze volwassen waren. Ervan uitgaande, dat de jongste misschien rond de 14 jaar is. De oudste zoon zal dan makkelijk rond de 22 jaar zijn, en is daarmee dus geboren rond 1243. Zijn laatste vermelding ligt rond 1306, dus dan zou hij rond 65 jaar zijn geworden. Alleszins acceptabele getallen, waar misschien ook nog enige rek in zit. In het minimale geval was de jongste zoon rond de 2 jaar, en de oudste dan rond de 10 jaar, en dan zou Rodolf II geboren zijn rond 1255, en overleden zijn op in zijn vijftiger jaren. Er is voor zijn geboortejaar dus een schatting te maken: tussen 1240 en 1255. Zijn vader kan dan getrouwd zijn rond die tijd, 1235-1250 lijkt acceptabel, en uit de vermelding van 1283 is bekend dat zijn vader ook Rodolf heette.
Rudolph I de Cocq liet zijn afkomst van Huis Mello weg en hanteerde alleen de Cocq (van Weerdenburg)
  …Hij voerde wel het wapen van moeders huis de Châtillon
Zijn nichtje, Philippine, een dochter van oom Simon de Dammartin trouwde in 1253 met graaf Otto II van Gelre.
  …Anno 1332 treden zoon Gijsbert & kleinzoon Ricold nog op als getuigen bij Rainald II von Geldern (†1343)
op 5 augustus 1265 gaf graaf Otto II van Gelre de dorpen Hiern (Waardenburg), Neerijnen en Opijnen aan Rudolph de Cock
  …die daartegenover zijn bezittingen in Rhenoy afstond.
Leenheer, graaf Otto, gaf Rudolf I toestemming om te bouwen => het latere Kasteel Waardenburg
 …De aftakking van Waardenburg sterft eind 16e eeuw uit met Agnes de Cocq g.m. W. v Broeckhuysen (†1415)
 Periode    Heer van Waardenburg    Opmerking  
 tot 1280    Rudolf I    ---  
 tot 1315    Rudolf II    ---  
 tot xxxx    Gerard    g.m. Johanna van Buren  
 tot xxxx    Johan    g.m. Agnes van Mirlaer  
 tot xxxx    Gerard II    g.m. Henrica van Culemborg  
 tot xxxx    Willem van Broeckhuysen (†1415)    g.m. Agnes d C v W  
 tot xxxx    Johan van Broeckhuysen    g.m. Agnes van Brakel  
Grootvader Gerard II maakt zijn kleinzoon Johan van Broeckhuysen tot zijn erfgenaam
  … Johan, heer Willems soen van Broechusen, was de 7e Heer van Weerdenberch, tr. (1) in 1255 met zijn nicht Aleyt Ricoltsdr van Ochten. Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder.

 

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1245  †1312  67
Gijsbert*1232     



Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 69)


Constance von Antiochien
Constance Fürstin von Antiochien (Tarente), geb. circa 1127, ovl. in 1163,
, 1131-1136, 1139-1163 Fürstin.

tr. (1)
met

Raimund de Guienne Fürst von Antiochien, zn. van Willem VIII/IX van Poitiers en Acquitanië (hertog van Aquitanië en de Gascogne) en Philippa van Toulouse, geb. circa 1100, vorst van Antiochië in 1136, ovl. op 27 jun 1149.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1145  †1182  37

tr. (2) circa mei 1153
met

Reinoud II (Renaud) van Chatillon (de Chatillon Princeps Antiochiae), zn. van Henri I de Montjay Chatillon châtelain de Châtillon en Ermengard de Châtillon, ovl. in jul 1187,
, Van  Chatillon, 1153 Fürst, +1163?, Überfällt im Frühjahr 1186 von seiner Burg Kerak in Moab eine Karawane syrischer Mekka-Pilger und macht reiche Beute. Trotzt den Schadenersatzforderungen des Sultans Saladin und wird so zur Ursache für die vernichtende Niederlage der Kreuzritter bei Hattin am 4.7.1187. Wird von Sultan Saladin als Gefangener erschlagen?

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Agnes  †1184   
Hugues     


Johan III van Broeckhuijsen
Johan III Heer van Broeckhuijsen (Johan heer van Brouckhusen), geb. in 1288, ambtman van Rheinberg 1315-1354, ovl. in 1354.

tr.
met

Sophie van Loe,
, vermeld in 1364.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan     


Sweder de Cock van Weerdenburg
Ridder Sweder (Seger) de Cock van Weerdenburg, geb. circa 1360, ovl. circa 1404.


Otto II van Heukelom van Asperen
Heer Otto II van Heukelom van Asperen, geb. circa 1282, ovl. na 25 dec 1345,
, vermeld op 14 aug. 1311 als getuige, zegelde als heer van
Heukelem (knape) op 22 april 1312 (Nederl. Leeuw 1952, pag. 137), schuldeiser van de bisschop van Utrecht 21 maart 1328 en borg voor graaf Willem 111 op 9 aug. 1330. Tenslotte zegelde hij nog op 25 dec. 1346 een verklaring van bisschop Jan van Arkel. Volgens Korteweg, t.a.p,kol. 138, moet deze laatste acte ‘echter volgens de Kerststijl gedateerd zijn en dus van 25 dec. 1345 dagtekenen. Wellicht was hij gehuwd met een dochter van Gijsbert van der Leck. Otto II is blijkbaar nooit tot ridder geslagen.

tr.
met

Agatha Gijsberts van der Lecke, dr. van Gijsbert van der Lecke, geb. Monster circa 1294.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marie     
Jan II*1322  †1373  51
Gerard*1325  †1380  55
Otto     
Gijsbrecht     


Agatha Gijsberts van der Lecke
Agatha Gijsberts van der Lecke, geb. Monster circa 1294.

tr.
met

Heer Otto II van Heukelom van Asperen, zn. van Jan I van Heukelom van Asperen, geb. circa 1282, ovl. na 25 dec 1345,
, vermeld op 14 aug. 1311 als getuige, zegelde als heer van
Heukelem (knape) op 22 april 1312 (Nederl. Leeuw 1952, pag. 137), schuldeiser van de bisschop van Utrecht 21 maart 1328 en borg voor graaf Willem 111 op 9 aug. 1330. Tenslotte zegelde hij nog op 25 dec. 1346 een verklaring van bisschop Jan van Arkel. Volgens Korteweg, t.a.p,kol. 138, moet deze laatste acte ‘echter volgens de Kerststijl gedateerd zijn en dus van 25 dec. 1345 dagtekenen. Wellicht was hij gehuwd met een dochter van Gijsbert van der Leck. Otto II is blijkbaar nooit tot ridder geslagen.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marie     
Jan II*1322  †1373  51
Gerard*1325  †1380  55
Otto     
Gijsbrecht     


Marie van Asperen
Marie van Asperen.


Jan II van Heukelom
Jan II van Heukelom, geb. circa 1322, ovl. circa 1373.

tr. op 20 nov 1353
met

Elisabeth (Else) van Horne, dr. van Willem IV / V van Horne en Gaesbeek (heer van Horn, Altena, Weert, Nederweert, Wessem, Heeze, Leende en Kortessem, ondervoogd van Thorn) en Elisabeth gravin van Kleef-Hülchenrath (vrouwe van Bergheim, Kervenheim en Oedt), geb. circa 1339, ovl. circa 1416, tr. (1) in 1359 met Hendrik van Diest. Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Otto III  †1409   


Gerard van Asperen
Gerard van Asperen, geb. circa 1325, heer van Tuyl en 't Waal, ovl. circa 1380.

tr.
met

Elisabeth van Kuyc, dr. van Jan III van Kuyc en Bebbeken (Catharina) Berthouts


Ghijsbrecht uten Goye famulus
Ghijsbrecht uten Goye famulus1,2, geb. circa 1277, 2e burggraaf van Utrecht, ovl. circa 1334,
, in hem vlamde het verzet tegen de bisschop weer op, want toen Guy van Avesnes (bisschop van Utrecht 1301 - 1317) rond het jaar 1315 buiten het Sticht vertoefde, ondernam Ghisebrecht Uten Goye strooptochten in het Sticht en noemde zich weer onafhankelijk heer van Gaspewerde, Tull, 't Waal, Honswijk, Jaarsveld, Everdingen, Goberdingen Houten en 't Goy. Bij zijn terugkeer heeft de bisschop hem overwonnen en hem doen onthoofden. Vermeld wordt dat hij in het schip van de Mariakerk in Utrecht begraven zou zijn.

  • Vader:
    Gijsbert II uten Goye (Giselbertus uten Goye famulus, Wtten Ghoye)3, zn. van Ghiselbert uten Goye (ridder, maarschalk van de bisschop van Utrecht, vermeld 1242-1271) en Berta van Woerden, geb. circa 1253, vermeld 1277-1299, heer van Hagestein, ovl. op 18 mrt 1299 onthoofd,
    , op 15 juni 1295 kocht Helyas Didericssone van de Velde in aanwezigheid van heer Gijsbert uten Goye, ridder, op het huis Ten Goye, van zijn oom Gelys van de Velde 1/2 morgen land boven Oesterlake in het gerecht van Goye om het meteen weer door te verkopen. Zo zien we de persoon Elyaes/Helyaes van Werconden, schildknaap terug onder de benamingen Van de Velde en Van Werconden
    Gijsbert II uten Goye treedt na het overlijden van Wouter II uten Goye sterk op de voorgrond, waarbij de gedachte heeft postgevat dat hij de facto de heerlijkheid Goye bestuurde.
    Vrijwel meteen na het overlijden van zijn oudere broer Wouter raakte hij in conflict met het kapittel van Sint Marie te Utrecht over de tienden van Houten, waarvan zijn vader al in 1252 afstand had gedaan. De bisschop erkende op 1 juli 1278 ‘het goed recht’ van het kapittel tegenover Gijsbert uten Goye, tr. (2) met NN van Rijningen3. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (1) voor 1275.
 

tr. (1)
met

Margriet van Beusinchem (van Bosichem)2, dr. van Ridder Hubert III van Culemborch (Heer van Beusinchem) en Elisabeth van Arkel, geb. in 1275.

tr. (2)
met

NN van Werconden2, dr. van Elias van Werconden.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina*1300  †1351  50



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 38)
2.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 48)
3.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 33)
4.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 39)


Elisabeth van Kuyc
Elisabeth van Kuyc.

tr.
met

Gerard van Asperen, zn. van Heer Otto II van Heukelom van Asperen en Agatha Gijsberts van der Lecke, geb. circa 1325, heer van Tuyl en 't Waal, ovl. circa 1380


Jan III van Kuyc
Jan III van Kuyc, geb. circa 1295, ovl. in 1357.

tr. (1) circa 1320
met

Bebbeken (Catharina) Berthouts.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth     
Wenemar*1330  †1390  60

tr. (2)
met

Elisabeth van Bronckhorst-Batenburg, dr. van Gijsbert V Willemsz Bronckhorst ridder (heer vanBronckhorst en Batenburg) en Catharina van Leefdael, ovl. circa 1403, tr. (2) in 1360 met Alard V heer van Buren en Beusichem, zn. van Alard IV van Buren en Mabilia I van Caets alias van Bosinchem (vrouwe van Beusichem, vermeld 1336-1361), ovl. tussen 1406 en 1409. Uit dit huwelijk 2 kinderen