Genealogische website van Cees Hagenbeek
Hendrik IV van Montfoort
Hendrik IV burggraaf van Montfoort, ovl. voor 1459,
, heer van Purmerend, Linschoten, Hekendorp, etc. etc, baljuw van Woerden, baljuw van Rijnland.

tr. in 1432
met

Margaretha van Croy, dr. van Antoine van Croy (graaf van Porcéan) en Marie de Roubais Dame d'Aubermont, ovl. circa 1432.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna  †1536   
Johan  †1522   


Margaretha van Croy
Margaretha van Croy, ovl. circa 1432.

tr. in 1432
met

Hendrik IV burggraaf van Montfoort, zn. van Jan (Johan II) burggraaf van Montfoort en Cunegonda Bronckhorst, ovl. voor 1459,
, heer van Purmerend, Linschoten, Hekendorp, etc. etc, baljuw van Woerden, baljuw van Rijnland.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna  †1536   
Johan  †1522   


Johan II van Montfoort
Jan (Johan II) burggraaf van Montfoort, geb. tussen 1388 en 1389, ovl. op 16 jan 1448,
, heer van Purmerend, Linschoten, etc, raad en kamerheer van de echtgenoot van Jacaba van Beieren, de dauphin Jan van Touraine, tresaurier van Holland en Zeeland 1417-‘18, raad en kamerling van Hertog Philips van Bourgondië.

tr.
met

Cunegonda Bronckhorst, dr. van Gijsbert VI Bronckhorst ridder (heer van Bronckhorst, drost van het land van Zutphen) en Hedwig Tecklenburg, ovl. na 1460.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik IV  †1459   


Cunegonda Bronckhorst
Cunegonda Bronckhorst, ovl. na 1460.

tr.
met

Jan (Johan II) burggraaf van Montfoort, zn. van Hendrik III burggraaf van Montfoort en Oda van Polanen, geb. tussen 1388 en 1389, ovl. op 16 jan 1448,
, heer van Purmerend, Linschoten, etc, raad en kamerheer van de echtgenoot van Jacaba van Beieren, de dauphin Jan van Touraine, tresaurier van Holland en Zeeland 1417-‘18, raad en kamerling van Hertog Philips van Bourgondië.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik IV  †1459   


Hendrik III van Montfoort
Hendrik III burggraaf van Montfoort, ovl. tussen 23 jun 1402 en 29 okt 1402 ,
, 6e burggraaf van Montfoort 1375, heer van
Linschoten, raad van de graaf van Holland doch verbannen 28-5-1393 wegens medeplichtigheid aan de moord op Willem Cuser en Aleid van Poelgeest.

tr. op 30 mei 1378
met

Oda van Polanen (Oda van der Leck), dr. van Jan II van Polanen (burggraaf van Geertruidenberg, heer van de Leck, Breda, etc.) en Oda van Horne, ovl. op 7 jan 1417.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1388  †1448  60
Lodewijk*1385  †1451  66


Jan van Vlaanderen
Jan van Vlaanderen (Jean de Crevecoeur Vicomte de Chateaudun), burggraaf van Châteaudun, heer van Dendermonde en Nesles, ovl. voor 1360.

tr.
met

Beatrix Châtillon St. Pol, dr. van Jacques I Châtillon St. Pol (gouverneur van Vlaanderen, vermeld 1292) en Catherine de Conde Dame de Buquoy de Duisant et d'Aubigny, Erbin von Alleux, ovl. na 1350.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha  †1372   


Beatrix Châtillon St. Pol
Beatrix Châtillon St. Pol, Erbin von Alleux, ovl. na 1350.

tr.
met

Jan van Vlaanderen (Jean de Crevecoeur Vicomte de Chateaudun), zn. van Willem van Vlaanderen (heer van Dendermonde en Crevecoeur) en Alix Vicomtesse de Clermont Chateaudun Dame de Mondoubleau (Erbin von Chateaudun), burggraaf van Châteaudun, heer van Dendermonde en Nesles, ovl. voor 1360.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha  †1372   


Margaretha van Vlaanderen
Margaretha van Vlaanderen (de Crevecoeur Vicomtesse de Chateaudun), burggravin van Châteaudun, ovl. in nov 1372,
, 1337 Verkauf von Dendermonde, Crevecoeur und Alleux an France, 1347 an Flandern abgetreten.

tr.
met

Guillaume van Craon, geb. na 15 apr 1318, ovl. op 8 jun 1387,
, heer van La Ferté, Bernarville, Ponthieu etc, kamerheer van de Koning van Frankrijk, 1395 Verkauf von Craon? (Chateaudun?) an den Duc d'Orléans.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jean  †1400   


Guy de Châtillon Comte de St. -Pol Seigneur d'Ancre de Luceu Et de Doullenger
Guy de Châtillon Comte de St. -Pol Seigneur d'Ancre de Luceu Et de Doullenger, graaf van St. Pol, ovl. in 1317.

tr. in 1292
met

Marie van Bretagne, geb. in 1268, ovl. in 1339


Marie van Bretagne
Marie van Bretagne, geb. in 1268, ovl. in 1339.

tr. in 1292
met

Guy de Châtillon Comte de St. -Pol Seigneur d'Ancre de Luceu Et de Doullenger, zn. van Guido II van Châtillon-St. Pol (graaf van St. Pol) en Mathilde van Brabant, graaf van St. Pol, ovl. in 1317


Antoine van Croy
Antoine van Croy, graaf van Porcéan, ovl. in 1475,
, heer van Croy en Renti, eerste kamerheer van de
Hertog van Bourgondië,grand maitre de France”,
gouverneur-generaal der Nederlanden en van het
Hertogdom Luxemburg, ridder van het Gulden
Vlies.

tr.
met

Marie de Roubais Dame d'Aubermont, dr. van Jean de Roubais en Agnes de Lannoy.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha  †1432   


Marie de Roubais Dame d'Aubermont
Marie de Roubais Dame d'Aubermont.

tr.
met

Antoine van Croy, zn. van Jean van Croy en Marie van Craon, graaf van Porcéan, ovl. in 1475,
, heer van Croy en Renti, eerste kamerheer van de
Hertog van Bourgondië,grand maitre de France”,
gouverneur-generaal der Nederlanden en van het
Hertogdom Luxemburg, ridder van het Gulden
Vlies.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha  †1432   


Zweder II van Montfoort
Zweder II burggraaf van Montfoort, burggraaf van Montfoort, ovl. op 15 aug 1375 tijdens een reis naar Jeruzalem.

tr. in 1348
met

Mechteld van Culemborgh, dr. van Hubert II/IV heer van Culemborch en Jutte (Jutta) van der Leck (erfgename van de heerlijkheden Werth en Wertherbruch).

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik III  †1402   
Catharina     



Bronnen:
1.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 239)


Mechteld van Culemborgh
Mechteld van Culemborgh.

tr. in 1348
met

Zweder II burggraaf van Montfoort, zn. van Hendrik II burggraaf de Rovere van Montfoort en Agnes van IJsselstein, burggraaf van Montfoort, ovl. op 15 aug 1375 tijdens een reis naar Jeruzalem.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik III  †1402   
Catharina     


Gijsbert VI Bronckhorst
Gijsbert VI (Gijsbert) Bronckhorst ridder, heer van Bronckhorst, drost van het land van Zutphen, ovl. op 1 nov 1409,
, nach 1406/1379 auch in Borkeloo, 1386 Drost von Zütphen, Gijsbert (IV) van Bronkhorst, die gehuwd was met Hedwig van Tecklenburg. Huwelijkse voorwaarden werden gesloten op 7 november 1391. Hij overleed 1 november 1407 en werd opgevolgd door achtereenvolgens zijn zonen Willem en Otto. Hieronder een foto van een afschrift van de akte waarin  Gyselbert van Brun[c]horst, heer to Borclo, bevestigt, dat hij in leen ontvangen heeft van bisschop Otto van der Hoya "dat slot unde de alynge herscap van Borclo myd allen eren tobehoringen und myd allen guden de sarin roret". Hij ontving dus in leen de gehele (niet meer gedeelde) heerlijkheid Borculo, 1406, maart 6
Gijsbert (III) van Bronkhorst was de zoon van Gijsbert (I) van Bronkhorst (overleden in 1356) en voor 1344 gehuwd met Catharina van Leefdael. Zij overleed op 13 april 1361. Gijsbert III huwde in februari 1360 met Henrica van Dodinkweerde, vrouwe van Borculo. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend. Henrica overleed voor 1397. Borculo vererfde op haar neef Godert van Borculo genaamd van Dodinkweerde. In 1397 heeft deze de heerlijkheid overgedragen aan Gijsbert (III) van Bronkhorst. Deze stierf in 1401, waarna de heerlijkheid vererfde op zijn neef Frederik van Bronkhorst.
Ergens tussen 1364 en 1379 - de periode waarin Floris van Wevelikhoven bisschop was in Muenster - is Gijsbert (III) van Bronkhorst beleend met het kasteel van Borculo en de helft van de heerlijkheid met de daarin gelegen gerichten. De andere helft hield "zijn zoon" Henricus van Wisch in leen van de vorst-bisschop. Twee vragen zijn in dit verband belangrijk: waarom werd Henricus van Wisch genoemd als "zoon" van Gijsbert van Bronkhorst? En: welk(e) gebied(en) en gericht(en) behoorde(n) bij die andere helft  die Hendrik van Wisch in leen hield? We beperken ons hier tot beantwoording van de eerste vraag.
Het huwelijk van Gijsbert III van Bronkhorst met Henrica van Dodinkweerde is kinderloos gebleven. Henricus van Wisch kan dus geen zoon van hen geweest zijn. Kemkes c.s. [zie literatuurlijst] beweren dat Gijsbert slechts een dochter had, die gehuwd was met Henricus van Wisch. "Zoon" moet men dus lezen als "schoonzoon". Maar ook dit is onjuist. Catharina van Bronkhorst (overleden na 1420) sloot huwelijkse voorwaarden met Henrick heer van Wisch op 15 juni 1381. Zij was dochter van Willem van Bronckhorst en Cunigonda van Meurs. Deze Willem van Bronkhorst was zoon van Gijsbert (II) van Bronkhorst en Catharina van Leefdael. Hij was dus een broer van onze Gijsbert (III). Henrick van Wisch was een aangetrouwde neef.

tr. in 1391
met

Hedwig Tecklenburg, von Tecklenburg, dr. van Otto graaf van Tecklenburg en Adelheid van Lippe.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cunegonda  †1460   
Otto  †1458   


Hedwig Tecklenburg
Hedwig Tecklenburg, von Tecklenburg.

tr. in 1391
met

Gijsbert VI (Gijsbert) Bronckhorst ridder, zn. van Willem IV Bronckhorst ridder en Cunigonde van Meurs, heer van Bronckhorst, drost van het land van Zutphen, ovl. op 1 nov 1409,
, nach 1406/1379 auch in Borkeloo, 1386 Drost von Zütphen, Gijsbert (IV) van Bronkhorst, die gehuwd was met Hedwig van Tecklenburg. Huwelijkse voorwaarden werden gesloten op 7 november 1391. Hij overleed 1 november 1407 en werd opgevolgd door achtereenvolgens zijn zonen Willem en Otto. Hieronder een foto van een afschrift van de akte waarin  Gyselbert van Brun[c]horst, heer to Borclo, bevestigt, dat hij in leen ontvangen heeft van bisschop Otto van der Hoya "dat slot unde de alynge herscap van Borclo myd allen eren tobehoringen und myd allen guden de sarin roret". Hij ontving dus in leen de gehele (niet meer gedeelde) heerlijkheid Borculo, 1406, maart 6
Gijsbert (III) van Bronkhorst was de zoon van Gijsbert (I) van Bronkhorst (overleden in 1356) en voor 1344 gehuwd met Catharina van Leefdael. Zij overleed op 13 april 1361. Gijsbert III huwde in februari 1360 met Henrica van Dodinkweerde, vrouwe van Borculo. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend. Henrica overleed voor 1397. Borculo vererfde op haar neef Godert van Borculo genaamd van Dodinkweerde. In 1397 heeft deze de heerlijkheid overgedragen aan Gijsbert (III) van Bronkhorst. Deze stierf in 1401, waarna de heerlijkheid vererfde op zijn neef Frederik van Bronkhorst.
Ergens tussen 1364 en 1379 - de periode waarin Floris van Wevelikhoven bisschop was in Muenster - is Gijsbert (III) van Bronkhorst beleend met het kasteel van Borculo en de helft van de heerlijkheid met de daarin gelegen gerichten. De andere helft hield "zijn zoon" Henricus van Wisch in leen van de vorst-bisschop. Twee vragen zijn in dit verband belangrijk: waarom werd Henricus van Wisch genoemd als "zoon" van Gijsbert van Bronkhorst? En: welk(e) gebied(en) en gericht(en) behoorde(n) bij die andere helft  die Hendrik van Wisch in leen hield? We beperken ons hier tot beantwoording van de eerste vraag.
Het huwelijk van Gijsbert III van Bronkhorst met Henrica van Dodinkweerde is kinderloos gebleven. Henricus van Wisch kan dus geen zoon van hen geweest zijn. Kemkes c.s. [zie literatuurlijst] beweren dat Gijsbert slechts een dochter had, die gehuwd was met Henricus van Wisch. "Zoon" moet men dus lezen als "schoonzoon". Maar ook dit is onjuist. Catharina van Bronkhorst (overleden na 1420) sloot huwelijkse voorwaarden met Henrick heer van Wisch op 15 juni 1381. Zij was dochter van Willem van Bronckhorst en Cunigonda van Meurs. Deze Willem van Bronkhorst was zoon van Gijsbert (II) van Bronkhorst en Catharina van Leefdael. Hij was dus een broer van onze Gijsbert (III). Henrick van Wisch was een aangetrouwde neef.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cunegonda  †1460   
Otto  †1458   


Willem IV Bronckhorst
Willem IV Bronckhorst ridder, geb. circa 1344, heer van Bronckhorst, burggaaaf van Nijmegen, Raad van de hertog van Gelre, drost en landrentmeester van Zutphen, ovl. in 1399,
, zijn vader, Gijsbert V laat een weduwe en zeven kinderen na. Zijn jongste zoon Dirk krijgt Batenburg. Vanaf nu zal deze tak Batenburg in bezit houden en door het leven gaan als Bronckhorst-Batenburg. Dirk wordt de stamvader van een nieuw geslacht en verwerft vele bezittingen, waarvan de bekendste wel de heerlijkheid Anholt (Duitsland) is.
Gijbert V's oudste zoon Willem IV volgt hem op als heer van Bronckhorst. Willem IV zal diverse hoge posten bezetten, zoals raad van de hertog, drost en landrentmeester van Zutphen. Voor dit laatste ambt moet hij hertog Willem I van Gelre 10.000 oude schilden betalen, toentertijd een fiks bedrag.
Willem IV is getrouwd met Cunegonde van Meurs. Hun dochters Elisabeth en Catharine trouwen na elkaar met Hendrik II van Wisch. In 1360 trouwt Willem IV's broer Gijsbert met Henrica van Dodinckweerde, vrouwe van Borculo.
Voor 1367 verwerven de Bronckhorsten ook het "goet to Hacvorte", want in dat jaar geeft Willem IV tienden over de boerderij Tiodinck in leen aan Gerrit I van Hackfort. In 1392 beleend hij diens zoon Jacob II van Hackfort met geheel Hackfort. Dit goed zal tot de verkoop in 1702 bij de bannerij Bronckhorst horen. Na de dood van hertog Reinald III laait de twist tussen de Bronckhorsten versus Heekerens opnieuw op. Willem IV van Bronckhorst leidt het kamp van de Bronckhorsten. In 1399 trekt hij zich terug en draagt hij Bronckhorst over aan zijn oudste zoon Gijsbert VI. Op 12 maart 1410 sterft hij. Ruim tien jaar heeft hij van zijn pensioen mogen genieten.

tr. in nov 1365
met

Cunigonde van Meurs (Cunigonde van Lanscroen), dr. van Dirk IV van Moers (ridder, heer van Moers 1307,) en Kunigunde van Volmestein (vermeld 1314-39), geb. circa 1325, ovl. na 1371, tr. (2) met Frederik heer van Baer. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert VI  †1409   
Catharina  †1420   


Cunigonde van Meurs
Cunigonde van Meurs (Cunigonde van Lanscroen), geb. circa 1325, ovl. na 1371.

tr. (1) in nov 1365
met

Willem IV Bronckhorst ridder, zn. van Gijsbert V Willemsz Bronckhorst ridder (heer vanBronckhorst en Batenburg) en Catharina van Leefdael, geb. circa 1344, heer van Bronckhorst, burggaaaf van Nijmegen, Raad van de hertog van Gelre, drost en landrentmeester van Zutphen, ovl. in 1399,
, zijn vader, Gijsbert V laat een weduwe en zeven kinderen na. Zijn jongste zoon Dirk krijgt Batenburg. Vanaf nu zal deze tak Batenburg in bezit houden en door het leven gaan als Bronckhorst-Batenburg. Dirk wordt de stamvader van een nieuw geslacht en verwerft vele bezittingen, waarvan de bekendste wel de heerlijkheid Anholt (Duitsland) is.
Gijbert V's oudste zoon Willem IV volgt hem op als heer van Bronckhorst. Willem IV zal diverse hoge posten bezetten, zoals raad van de hertog, drost en landrentmeester van Zutphen. Voor dit laatste ambt moet hij hertog Willem I van Gelre 10.000 oude schilden betalen, toentertijd een fiks bedrag.
Willem IV is getrouwd met Cunegonde van Meurs. Hun dochters Elisabeth en Catharine trouwen na elkaar met Hendrik II van Wisch. In 1360 trouwt Willem IV's broer Gijsbert met Henrica van Dodinckweerde, vrouwe van Borculo.
Voor 1367 verwerven de Bronckhorsten ook het "goet to Hacvorte", want in dat jaar geeft Willem IV tienden over de boerderij Tiodinck in leen aan Gerrit I van Hackfort. In 1392 beleend hij diens zoon Jacob II van Hackfort met geheel Hackfort. Dit goed zal tot de verkoop in 1702 bij de bannerij Bronckhorst horen. Na de dood van hertog Reinald III laait de twist tussen de Bronckhorsten versus Heekerens opnieuw op. Willem IV van Bronckhorst leidt het kamp van de Bronckhorsten. In 1399 trekt hij zich terug en draagt hij Bronckhorst over aan zijn oudste zoon Gijsbert VI. Op 12 maart 1410 sterft hij. Ruim tien jaar heeft hij van zijn pensioen mogen genieten.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert VI  †1409   
Catharina  †1420   

tr. (2)
met

Frederik heer van Baer, zn. van Johan van Zuylen-Anholt (heer van Baer) en Richarda van Bronckhorst-Batenburg


Gijsbert V Willemsz Bronckhorst
Gijsbert V Willemsz Bronckhorst ridder, geb. circa 1317, heer vanBronckhorst en Batenburg, ovl. in 1356,
, hij was in de sedert 1349 in Gelderland woedende strijd tussen de Heeckerens en,de Bronckhorsten leider en naamgever van de partij van de Bronckhorsten. Deze partijstrijd werd eerst beslist in 1361 in het voordeel van de Bronckhorsten, toen Eduard van Gelre met de Bronckhorsten in de slag bij Tiel zijn op de Heeckerens steunende broeder, Hertog Reinoud van Gelre, versloeg en deze met het hoofd van de partij der Heeckerens, de later in dit hoofdstuk te noemen Frederik van Heeckeren genaamd van der Ese, gevangen nam.
Willem III's oudste zoon Gijsbert V volgt hem op als heer van Bronckhorst. Zijn tweede zoon Dirk krijgt Batenburg. Dirk sterft al spoedig, zodat Gijsbert V beide kastelen bezit. Gijsbert V is getrouwd met Catharina van Leefdael. Gijsbert V is de beruchtste en invloedrijkste heer van Bronckhorst. In 1344 sticht hij samen met zijn vrouw de kapel te Bronckhorst.
Hij heeft een groot aandeel in de burgeroorlog met de Heekerens en steunt Eduard in zijn aanspraken op de hertogshoed van Gelre tegen Reinald III van Gelre. Gijsbert V sterft in 1356 op het hoogtepunt van zijn macht. Het einde van de oorlog maakt hij niet mee. In het eigen kamp wordt Gijsbert V gezien als een kundig en geducht legeraanvoerder, een ervaren politicus en een bezielende partijleider. Het andere kamp ziet hem als een bloeddorstige beroepssoldaat voor wie een mensenleven niet telt, een sluwe intrigant en fanatieke, bekrompen bendeleider. In werkelijkheid zal hij niet slechter of beter zijn geweest dan andere edelen uit die tijd. 1328 Teilung: in Bronchorst, 1344/1351 auch in Batenburg.

tr. voor 1344
met

Catharina van Leefdael, dr. van Rogier burggraaf van Leefdael (burggraaf van Brussel) en Agnes van Kleef-Hülchrath, ovl. op 13 apr 1361.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem IV*1344  †1399  55
Dirk*1340 Batenburg †1407  67
Elisabeth  †1403   
Gijsbert  †1402   
Catharina     


Willem III van Bronckhorst und Reckheim
Willem III van Bronckhorst und Reckheim, geb. circa 1286, maarschalk in dienst van Hertog Reinald II van Gelre, ovl. Hasselt in het land van Luyck [België] op 25 sep 1328,
, op 15 juni 1318 verkopen Willem (III) van Bronkhorst, Johanna zijn echtgenote en Richarda Kanunnikes te Elten, diens zuster hun allodiale goederen te Haren, Horssen en Batenburg onder vermelding van borgen, gerichtslieden en getuigen voor 2000 pond kleine munt aan de abdij van Camp. (M. Dicks, Die abtei Camp am Niederrhein (Meurs 1913)p. 230)
Zie voor meer in NL 2006 door Henri Vermeulen
1328 November 15 (Nymeghen des Dinsdaghes na sunte Martiinsdaghe in den wynter).
Reynout (II), graaf van Gelren, oorkondt, dat op 26 October 1328 in zijn gericht te Aernem vrouwe Johanna, vrouwe van Brunchorst en Batenborgh, een scheiding maakte van de nalatenschap van haar man, heer Willam, heer van Bronchorst, met haar zoons Ghiselbrecht, Dideric en Baudewijn, waarbij Ghiselbrecht als oudste de heerschap
Bronchorst verkrijgt en Johanna de heerschap Batenborgh behoudt, te vererven op de jongere zoons.
Bron: (Inv. No. 224) Uit: De graven van Limburg Stirum in Gelderland Regestenlijst.
Verschillende Heren van Batenburg zijn in vreemde krijgsdienst geweest. Dit heeft ook tot gevolg gehad dat diverse Heren slechts kort geleefd hebben. De laatste mannelijke telg van de Heren van Batenburg overleed in 1315. Zijn erfdochter Johanna was juist daarvoor getrouwd met de bannerheer van Bronkhorst. Daardoor waren twee adellijke families in Gelre voor bijna 350 jaar met elkaar verenigd. De Heren van Bronkhorst-Batenburg gingen op dezelfde voet verder als hun voorgangers. Zij hebben aanzienlijke macht in deze periode. De Heren worden vooral betrokken bij de strijd tussen Gelre en Habsburg en Gelre en Brabant. Door deze strijd kwam Batenburg, dat sinds 1389 stadsrechten had, een aantal malen in het bezit van zowel Habsburg als Gelre. De stad moest dan weer veroverd of teruggekocht worden.
Zo wordt Batenburg in 1534 teruggekocht door Herman van Bronkhorst-Batenburg. Deze beschouwde zich nog steeds als leenman van de Duitse keizer. Gelre zei echter dat Batenburg na de verovering in 1503 tot Gelderland behoorde. Tientallen malen en gedurende honderden jaren (tot 1893) hebben rechtbanken zich over deze kwestie gebogen en even vaak positief als negatief geoordeeld.

tr. circa 1305
met

Johanna vrouwe van Batenburg, dr. van Dirk van Batenburg en Mechteld van Kuijck, geb. circa 1290, nicht van graaf Reinald II van Gelre, boedelscheiding tussen haar en wijlen haar man Willem, heer van Bronckhorst op 26 okt 1328, ovl. op 28 nov 1351,
, (Nijhoff dl. 1 nr. 300 blz. 338 e.v.)
27 Maart 1335 Testament of uiterste wilsbeschikking van Reinald(II) graaf van Gelre, ten behoeve van een aantal geestelijke gestichten. In deze lijvige oorkonde noemt hij: "..ene edel vrouwe onse lieue nichte vrouwe Johanna vrouwe van Batenborch...". In Nijhoff 2: Nr. 42-blz. 43 staat het volgende: 27 juli 1349 De heerlijkheid Batenburg door den Roomsch-koning Karel IV. aan Johanna van Batenburg ten leen gegeven. ……..nos itaque, saepedictae dominae de Battenburg ac illustris .Wilhelmi marchionis Juliacensis consanguinei……….
Aantekening Nijhoff:
Wilhelmi. marchionis Juliacensis (Willem (VI)van Gulik) Deze werd nevens Reinald (III) hertog van Gelre, ten zelfden dage, waarop dit stuk uitgevaardigd is, door keizer Karel gemagtigd, om, in zijnen naam, van de vrouw van Batenburg den leeneed af te nemen Johanna van Batenburg ontvangt Batenburg dus rechtstreeks in leen via een oorkonde van keizer Karel IV.
En Karel IV noemt Johanna en Willem (VI) van Gulik tevens zijn
bloedverwanten. (consanguinei).
1328 November 15 (Nymeghen des Dinsdaghes na sunte Martiinsdaghe in den wynter). Reynout (II), graaf van Gelren, oorkondt, dat op 26 October 1328 in zijn gericht te Aernem vrouwe Johanna, vrouwe van Brunchorst en Batenborgh, een scheiding maakte van de nalatenschap van haar man, heer Willam, heer van Bronchorst, met haar zoons Ghiselbrecht, Dideric en Baudewijn, waarbij Ghiselbrecht als oudste de heerschap Bronchorst verkrijgt en Johanna de heerschap Batenborgh behoudt, te vererven op de jongere zoons.
Bron: (Inv. No. 224) Uit: De graven van Limburg Stirum in Gelderland Regestenlijst Reinald v.Geldern nennt sie eine edle Frau, unsere Nichte. dochter van : Dirk+Mechtild
Johanna van Batenburg wordt in het testament van Reinout II van Gelre, gedateerd 27 mrt 1335, "onse lieve nichte"  genoemd (Nijhoff I, nr 301). Johanna was als dochter van Machteld van Cuyk een kleindochter van Jutta van Nassau en
achterkleindochter van Machteld van Gelre, zuster van Reinouts overgrootvader. Reinout en Johanna waren derhalve "third cousins".

Uit dit huwelijk 4 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert V*1317  †1356  39
Diederik  †1328   
Balduin  †1347   
Frederik