Website van $boomnaam$

Dirk van Batenburg
 
Dirk van Batenburg1,, vanaf 1883 Jrg. 2008, pag 36, geb. circa 1264, ovl. in 1315,
, vermeld van 1286 tot 1311 als bannerheer van Batenburg.

  • Vader:
    Gerard van Batenburg, geb. circa 1247, ridder en bannerheer van Batenburg, ovl. in 1291, tr. (2) met Bele (Mabelia) van Meurs, geb. circa 1235, ovl. na 1254. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (1) in 1260.
 

tr.
met

Mechteld van Kuijck1, dr. van Jan I van Kuyc (heer van Kuyc en Grave) en Jutta van Nassau (gravin van Nassau, vermeld 1285-1313), ovl. Batenburg in 1320,
, in de meest recente publicatie over het geslacht Van Bronckhorst (NL 2006 door Henri Vermeulen) wordt nog gesproken over Willem (III) die gehuwd was met Johanna van Batenburg dochter van Dirk en Mechtild N. Batenburg was een zeer aantrekkelijke partij. Waarschijnlijk kan de naam Mechtild N. uitgebreid kan worden tot dochter van N. van Gelre. Dat blijkt uit enkele oorkonden waar een bepaalde familierelatie vermeld wordt:
Allereerst in (Nijhoff dl. 1 nr. 300 blz. 338 e.v.) 27 Maart 1335 Testament of uiterste wilsbeschikking van Reinald(II) graaf van Gelre, ten behoeve van een aantal geestelijke gestichten.
In deze lijvige oorkonde noemt hij: "..ene edel vrouwe onse lieue nichte vrouwe Johanna vrouwe van Batenborch..."
In Regesten van de Graven van Limburg Stirum Nr. 79 blz. 14 vond ik 1351 september 13 (des Dinxdages na onser Vrouwen dach Nativitas). Edwart van Ghelren zegt zijn neef heer Ghisebrecht (V), heer van Bronckhorst en van Batenborch, die hem bijstand tegen zijn broeder, den hertog van Ghelren en graaf van Zuytphen heeft beloofd, wederkerig hulp toe en ontheft hem van alle vroeger oorveden, echter onder beding, dat het huis te Bronchorst een open huis zal blijven voor zijn broeder. Gijsbrecht (V) is de zoon van Johanna en Willem (III) en Edwart de zoon van Reinald(II).
Uit de volgende aanwijzing is af te leiden dat de familieband waarschijnlijk gezocht moet worden in de generatie van Mechteld die gehuwd was met Dirk van Batenburg.
De ouders van Dirk zijn n.l. al bewezen (Gerard X Elisabeth van
Elsloo) In Nijhoff 2: Nr. 42-blz. 43 staat het volgende:
27 juli 1349 De heerlijkheid Batenburg door den Roomsch-koning Karel IV. aan Johanna van Batenburg ten leen gegeven.
……..nos itaque, saepedictae dominae de Battenburg ac illustris. .Wilhelmi marchionis Juliacensis consanguinei……….
Aantekening vanNijhoff:
Wilhelmi. marchionis Juliacensis (Willem (VI)van Gulik) Deze werd nevens Reinald (III) hertog van Gelre, ten zelfden dage, waarop dit stuk uitgevaardigd is, door keizer Karel gemagtigd, om, in zijnen.naam, van de vrouw van Batenburg den leeneed af te nemen. Johanna van Batenburg ontvangt Batenburg dus rechtstreeks in leen via een oorkonde van keizer Karel IV.
En Karel IV noemt Johanna en Willem (VI) van Gulik tevens zijn bloedverwanten. (consanguinei).
Er zijn dus 3 namen. Waar kruisen de voorouders elkaar?
1. Karel IV had als grootouders Hendrik VII van Luxemburg en Margaretha van Brabant dr. van Jan I
2. Willem (VI) van Gulick was een kleinzoon van Willem (VI) van Gulick en Richardis van Gelre, die op haar beurt een dochter was van Gerard van Gelre en Margaretha van Brabant dochter van Hendrik I
3. Als Mechteld, de moeder van Johanna een (achter?)kleinkind is van Margaretha van Brabant dochter van Hendrik I maken, dan past alles goed in elkaar.
Uit: (Kort, Het archief van de heren van Voorne. nr. 281) (Zie ook NL 2006 kol.197)
Gijsbrecht van Bronkhorst wordt in 1328 met 13 Hollandse ponden, gevestigd op de visrechten van Maarland beleend door Gerard, heer van Voorne. Gijsbrecht wordt hierbij Gijsbrecht van Batenburg!! genoemd. Gerard van Voorne noemt hem bij deze gelegenheid zijn neef. Gerard van Voorne is het kleinkind van Gerhard III van Durbuy en Mechtild van Kleef. Mechtild van Kleef is op haar beurt een dochter van Dirk Primogenitus en Elisabeth van Brabant dr. van Hendrik I.
Daarnaast blijkt Mechtild (X Batenburg) ook nog een dochter, Richarda te hebben.
Op 15 juni 1318 verkopen Willem (III) van Bronkhorst, Johanna zijn echtgenote en Richarda Kanunnikes te Elten, diens zuster hun allodiale goederen te Haren, Horssen en Batenburg onder vermelding van borgen, gerichtslieden en getuigen voor 2000 pond kleine munt aan de abdij van Camp. (M. Dicks, Die abtei Camp am Niederrhein (Meurs 1913)p. 230)
Zie voor meer in NL 2006 door Henri Vermeulen.
Richarda is een naam die sinds enkele generaties in het geslacht Van Gelre voorkwam nadat Otto I was gehuwd met Richardis van Beieren.
Nog wat materiaal van de tweede orde:
In volgende privéaangelegenheid worden Gijsbrecht heer van Bronkhorst en Dirk heer van Batenburg onmiddellijk na de gravin genoemd. In het jaar 1307 kan er al sprake zijn van een verloving of huwelijk van Willem III en Johanna.
Nyhoff 1 N°. 89. 1307 Reinald (I) graaf van Gelre geeft aan de Orde van het hospitaal van S. Jan van Jeruzalem de kerk te Spankeren en die te Hengelo, voorts uit Nijenbeek eene jaarrente van vijf tig pond gelds en uit den hoj en molen te Staveren eene van twintig pond, waarvoor de Orde zoo te Nijenbeek of S. Janswaard als te Staveren twee priesters en eenen leekebroeder zoude houden, belovende voorts, te Godswaard, dat Hattem plagt te heeten, op zijne kosten, twee priesters en eenen leekebroeder te zullen onderhouden; verder vergunt hij, dat de broeders der Orde alleen voor den grootmeester in Duitschland zouden teregt staan, en dat zij zich mogten bevlijtigen om de kerk te Godswaardin bezit te krijgen; al hetwelk geschiedt met bewilliging van Margaretha gravin van Gelre, Gijsbrecht heer van Bronkhorst, Dirk heer van Batenburg, Dirk heer van Bylant, Steven heer van Wisch en Frederik van Reden, ridders.
en:
1328 November 15 (Nymeghen des Dinsdaghes na sunte Martiinsdaghe in den wynter).
Reynout (II), graaf van Gelren, oorkondt, dat op 26 October 1328 in zijn gericht te Aernem vrouwe Johanna, vrouwe van Brunchorst en Batenborgh, een scheiding maakte van de nalatenschap van haar man, heer Willam, heer van Bronchorst, met haar zoons Ghiselbrecht, Dideric en Baudewijn, waarbij Ghiselbrecht als oudste de heerschap
Bronchorst verkrijgt en Johanna de heerschap Batenborgh behoudt, te vererven op de jongere zoons. Oorspr. (Inv.No. 224)
Uit: De graven van Limburg Stirum in Gelderland Regestenlijst
Er is dus een aantal redenen om aan te nemen dat Mechtild uit het huis Van Gelre kwam. Het lastig om te bepalen wie haar ouders waren. Uit de naam Johanna als dochter is niets af te leiden.
Richarda kan het aanknopingspunt zijn.
Op het eerste gezicht valt te denken aan Reinald (I) als vader van Mechtild. Het geboortejaar van Johanna wordt wel eens geschat op 1290. Stel dan dat Mechtild geboren is rond 1270.
Men neemt wel eens aan dat Reinald (I) rond 1276 huwde met Ermgard van Luxemburg. Reinald's ouders huwden in 1253. Dat is allemaal tamelijk krap. Dirk van Batenburg X Machteld [van Gelre][of van Gulik] Onlangs is verondersteld dat Dirk van Batenburg zeer mogelijk een Machteld van Gelre gehuwd had.
Johanna van Batenburg en haar nazaten werden door diverse personen als familie betiteld.
Het spoor bleek telkens over het geslacht van Gelre te lopen naar Hendrik I van Brabant. Het is problematisch om de waarschijnlijke ouders van Machteld te noemen. Verder zoeken in Acten Gelre en Zutphen 1376-1392 door van Doorninck.
Daarin een aantal oorkonden van Willem III van Gulik, waarin hij vanaf 1371/1377 als Willem I hertog van Gelre en vanaf 1393 hertog van Gulik voorkomt. Willem was de oudste zoon van hertog Willem II van Gulik en van Maria van Gelre, de halfzuster van de laatste hertog van het Gelderse hertogelijke huis, Reinald III. In een aantal oorkonden noemt hij Willem van Bronkhorst (zn van Gijsbert en Catharina v. Leefdael) en zijn zonen Gijsbert en Frederik " onsen lieven neven".
Dat klopt omdat zijn moeder Maria van Gelre was. Maar zoekend in de gegevens van Van Gulik leek het een betere optie om Machteld [van Gelre] te veranderen in Machteld [van Gulik]. Op de site van Erlangen staat: Willem (IV) van Gulick X
Richardis van Gelre. Aan deze Willem worden 13 kinderen toegedicht. 7 kinderen met Richardis en 6 waarvan de moeder niet zeker is. Het 13e kind heet Mechtild !! en zou overleden zijn na 1287.
Erlangen refereert aan:
1. W.K. von Isenburg: Europäische Stammtafeln, Band I, Tafel 187. Marburg, 1953 (1965)
2. W.Möller: Stamm-Tafeln westdeutscher Adels-Geschlechter im Mittelalter, Band I, Tafel 7. Darmstadt, 1922 (Degener Verlag, Neustadt Aisch)
3. D.Schwennicke: Europäische Stammtafeln, Vol. XVIII, Tafeln 28. Marburg, 1998
Helaas is dit niet de oorspronkelijke bron . Voorlopig is het zo dat Machteld van Gulik in 1287 een enkele keer genoemd wordt. Daarna is ze nooit meer als zodanig vermeld.
Als Mechtild inderdaad een Van Gulik was, dan wordt daarmee het vorige bericht geen geweld aangedaan. Alle vermeldingen kunnen ook op haar slaan.
Diverse andere feiten vallen nog mooier op hun plaats.
1. Johanna was de erfdochter. Zij zal de oudste zijn geweest.
Richarde was dus de tweede dochter. De tweede dochter wordt vaak naar grootmoeder van moederskant genoemd.
2. Aantekening Nijhoff: 27 juli 1349, Wilhelmi. marchionis Juliacensis (Willem (VI)van Gulik) Deze werd nevens Reinald (III) hertog van Gelre, ten zelfden dage, waarop dit stuk uitgevaardigd is, door keizer Karel gemagtigd, om, in zijnen naam, van de vrouw van Batenburg den leeneed af te nemen. Ook deze oorkonde krijgt een duidelijker plaats.
3. In het vorige bericht is gesteld dat Mechtild geboren is rond 1270. Vader Willem (IV) van Gulick zou rond 1251 met Richardis van Gelre gehuwd zijn. Ze hebben veel kinderen gehad. Het geboortejaar van Mechtild zou hierin kunnen passen. Johanna van Batenburg wordt geschat geboren te zijn ca 1290. Dat er na 1287 niets meer is vernomen van Machteld van Gulik kan dus zijn omdat ze korte tijd later als vrouwe van Batenburg door het leven ging.
Möller geeft geen oorspronkelijke bron. ES geeft zoveel referenties dat het een hele klus is die allemaal na te slaan.
ES XVIII vermeldt evenwel ook een (mogelijk) huwelijk van Mechtild. Vermeld wordt {letterlijk citaat}: Mechtild 1287 (x nach 1287 Arnold IV Hr v Wesemaele 1272 X b Kortrijk 11.VIII.1302). X staat voor de gekruiste zwaarden: gesneuveld.
Let wel het huwelijk staat tussen haakjes, dus er zijn twijfels.
Deze Arnold was ook gehuwd met Ida van Crainhem van Bierbeke, maar haar levensdata zijn onbekend. Het kan dus zijn dat Arnold twee maal huwde.
Maar het ook zijn dat de vermelding van het huwelijk van Mechtild met Arnold onjuist is en dat bovengemelde theorie klopt.
De talrijke zusters van Mechtild huwen allen met graven of burggraven. Mechtild zou dan wel ietwat beneden haar stand gehuwd zijn. Een mogelijkheid, die niet is genoemd, is dat de verwantschap van Johanna van Batenburg met de hoge adel via een buitenechtelijke verbintenis loopt.

 

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna*1290 Batenburg †1351  61
Richarda*1283     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Genealogie van Nassau (B 150), ir B.T. Wilschut, Uitgeverij Kronieken, 978-90-8860-0005-0, Amsterdam, 2009 (blz. 4)
3.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 69)

Mechteld van Kuijck
 
Mechteld van Kuijck1, ovl. Batenburg in 1320,
, in de meest recente publicatie over het geslacht Van Bronckhorst (NL 2006 door Henri Vermeulen) wordt nog gesproken over Willem (III) die gehuwd was met Johanna van Batenburg dochter van Dirk en Mechtild N. Batenburg was een zeer aantrekkelijke partij. Waarschijnlijk kan de naam Mechtild N. uitgebreid kan worden tot dochter van N. van Gelre. Dat blijkt uit enkele oorkonden waar een bepaalde familierelatie vermeld wordt:
Allereerst in (Nijhoff dl. 1 nr. 300 blz. 338 e.v.) 27 Maart 1335 Testament of uiterste wilsbeschikking van Reinald(II) graaf van Gelre, ten behoeve van een aantal geestelijke gestichten.
In deze lijvige oorkonde noemt hij: "..ene edel vrouwe onse lieue nichte vrouwe Johanna vrouwe van Batenborch..."
In Regesten van de Graven van Limburg Stirum Nr. 79 blz. 14 vond ik 1351 september 13 (des Dinxdages na onser Vrouwen dach Nativitas). Edwart van Ghelren zegt zijn neef heer Ghisebrecht (V), heer van Bronckhorst en van Batenborch, die hem bijstand tegen zijn broeder, den hertog van Ghelren en graaf van Zuytphen heeft beloofd, wederkerig hulp toe en ontheft hem van alle vroeger oorveden, echter onder beding, dat het huis te Bronchorst een open huis zal blijven voor zijn broeder. Gijsbrecht (V) is de zoon van Johanna en Willem (III) en Edwart de zoon van Reinald(II).
Uit de volgende aanwijzing is af te leiden dat de familieband waarschijnlijk gezocht moet worden in de generatie van Mechteld die gehuwd was met Dirk van Batenburg.
De ouders van Dirk zijn n.l. al bewezen (Gerard X Elisabeth van
Elsloo) In Nijhoff 2: Nr. 42-blz. 43 staat het volgende:
27 juli 1349 De heerlijkheid Batenburg door den Roomsch-koning Karel IV. aan Johanna van Batenburg ten leen gegeven.
……..nos itaque, saepedictae dominae de Battenburg ac illustris. .Wilhelmi marchionis Juliacensis consanguinei……….
Aantekening vanNijhoff:
Wilhelmi. marchionis Juliacensis (Willem (VI)van Gulik) Deze werd nevens Reinald (III) hertog van Gelre, ten zelfden dage, waarop dit stuk uitgevaardigd is, door keizer Karel gemagtigd, om, in zijnen.naam, van de vrouw van Batenburg den leeneed af te nemen. Johanna van Batenburg ontvangt Batenburg dus rechtstreeks in leen via een oorkonde van keizer Karel IV.
En Karel IV noemt Johanna en Willem (VI) van Gulik tevens zijn bloedverwanten. (consanguinei).
Er zijn dus 3 namen. Waar kruisen de voorouders elkaar?
1. Karel IV had als grootouders Hendrik VII van Luxemburg en Margaretha van Brabant dr. van Jan I
2. Willem (VI) van Gulick was een kleinzoon van Willem (VI) van Gulick en Richardis van Gelre, die op haar beurt een dochter was van Gerard van Gelre en Margaretha van Brabant dochter van Hendrik I
3. Als Mechteld, de moeder van Johanna een (achter?)kleinkind is van Margaretha van Brabant dochter van Hendrik I maken, dan past alles goed in elkaar.
Uit: (Kort, Het archief van de heren van Voorne. nr. 281) (Zie ook NL 2006 kol.197)
Gijsbrecht van Bronkhorst wordt in 1328 met 13 Hollandse ponden, gevestigd op de visrechten van Maarland beleend door Gerard, heer van Voorne. Gijsbrecht wordt hierbij Gijsbrecht van Batenburg!! genoemd. Gerard van Voorne noemt hem bij deze gelegenheid zijn neef. Gerard van Voorne is het kleinkind van Gerhard III van Durbuy en Mechtild van Kleef. Mechtild van Kleef is op haar beurt een dochter van Dirk Primogenitus en Elisabeth van Brabant dr. van Hendrik I.
Daarnaast blijkt Mechtild (X Batenburg) ook nog een dochter, Richarda te hebben.
Op 15 juni 1318 verkopen Willem (III) van Bronkhorst, Johanna zijn echtgenote en Richarda Kanunnikes te Elten, diens zuster hun allodiale goederen te Haren, Horssen en Batenburg onder vermelding van borgen, gerichtslieden en getuigen voor 2000 pond kleine munt aan de abdij van Camp. (M. Dicks, Die abtei Camp am Niederrhein (Meurs 1913)p. 230)
Zie voor meer in NL 2006 door Henri Vermeulen.
Richarda is een naam die sinds enkele generaties in het geslacht Van Gelre voorkwam nadat Otto I was gehuwd met Richardis van Beieren.
Nog wat materiaal van de tweede orde:
In volgende privéaangelegenheid worden Gijsbrecht heer van Bronkhorst en Dirk heer van Batenburg onmiddellijk na de gravin genoemd. In het jaar 1307 kan er al sprake zijn van een verloving of huwelijk van Willem III en Johanna.
Nyhoff 1 N°. 89. 1307 Reinald (I) graaf van Gelre geeft aan de Orde van het hospitaal van S. Jan van Jeruzalem de kerk te Spankeren en die te Hengelo, voorts uit Nijenbeek eene jaarrente van vijf tig pond gelds en uit den hoj en molen te Staveren eene van twintig pond, waarvoor de Orde zoo te Nijenbeek of S. Janswaard als te Staveren twee priesters en eenen leekebroeder zoude houden, belovende voorts, te Godswaard, dat Hattem plagt te heeten, op zijne kosten, twee priesters en eenen leekebroeder te zullen onderhouden; verder vergunt hij, dat de broeders der Orde alleen voor den grootmeester in Duitschland zouden teregt staan, en dat zij zich mogten bevlijtigen om de kerk te Godswaardin bezit te krijgen; al hetwelk geschiedt met bewilliging van Margaretha gravin van Gelre, Gijsbrecht heer van Bronkhorst, Dirk heer van Batenburg, Dirk heer van Bylant, Steven heer van Wisch en Frederik van Reden, ridders.
en:
1328 November 15 (Nymeghen des Dinsdaghes na sunte Martiinsdaghe in den wynter).
Reynout (II), graaf van Gelren, oorkondt, dat op 26 October 1328 in zijn gericht te Aernem vrouwe Johanna, vrouwe van Brunchorst en Batenborgh, een scheiding maakte van de nalatenschap van haar man, heer Willam, heer van Bronchorst, met haar zoons Ghiselbrecht, Dideric en Baudewijn, waarbij Ghiselbrecht als oudste de heerschap
Bronchorst verkrijgt en Johanna de heerschap Batenborgh behoudt, te vererven op de jongere zoons. Oorspr. (Inv.No. 224)
Uit: De graven van Limburg Stirum in Gelderland Regestenlijst
Er is dus een aantal redenen om aan te nemen dat Mechtild uit het huis Van Gelre kwam. Het lastig om te bepalen wie haar ouders waren. Uit de naam Johanna als dochter is niets af te leiden.
Richarda kan het aanknopingspunt zijn.
Op het eerste gezicht valt te denken aan Reinald (I) als vader van Mechtild. Het geboortejaar van Johanna wordt wel eens geschat op 1290. Stel dan dat Mechtild geboren is rond 1270.
Men neemt wel eens aan dat Reinald (I) rond 1276 huwde met Ermgard van Luxemburg. Reinald's ouders huwden in 1253. Dat is allemaal tamelijk krap. Dirk van Batenburg X Machteld [van Gelre][of van Gulik] Onlangs is verondersteld dat Dirk van Batenburg zeer mogelijk een Machteld van Gelre gehuwd had.
Johanna van Batenburg en haar nazaten werden door diverse personen als familie betiteld.
Het spoor bleek telkens over het geslacht van Gelre te lopen naar Hendrik I van Brabant. Het is problematisch om de waarschijnlijke ouders van Machteld te noemen. Verder zoeken in Acten Gelre en Zutphen 1376-1392 door van Doorninck.
Daarin een aantal oorkonden van Willem III van Gulik, waarin hij vanaf 1371/1377 als Willem I hertog van Gelre en vanaf 1393 hertog van Gulik voorkomt. Willem was de oudste zoon van hertog Willem II van Gulik en van Maria van Gelre, de halfzuster van de laatste hertog van het Gelderse hertogelijke huis, Reinald III. In een aantal oorkonden noemt hij Willem van Bronkhorst (zn van Gijsbert en Catharina v. Leefdael) en zijn zonen Gijsbert en Frederik " onsen lieven neven".
Dat klopt omdat zijn moeder Maria van Gelre was. Maar zoekend in de gegevens van Van Gulik leek het een betere optie om Machteld [van Gelre] te veranderen in Machteld [van Gulik]. Op de site van Erlangen staat: Willem (IV) van Gulick X
Richardis van Gelre. Aan deze Willem worden 13 kinderen toegedicht. 7 kinderen met Richardis en 6 waarvan de moeder niet zeker is. Het 13e kind heet Mechtild !! en zou overleden zijn na 1287.
Erlangen refereert aan:
1. W.K. von Isenburg: Europäische Stammtafeln, Band I, Tafel 187. Marburg, 1953 (1965)
2. W.Möller: Stamm-Tafeln westdeutscher Adels-Geschlechter im Mittelalter, Band I, Tafel 7. Darmstadt, 1922 (Degener Verlag, Neustadt Aisch)
3. D.Schwennicke: Europäische Stammtafeln, Vol. XVIII, Tafeln 28. Marburg, 1998
Helaas is dit niet de oorspronkelijke bron . Voorlopig is het zo dat Machteld van Gulik in 1287 een enkele keer genoemd wordt. Daarna is ze nooit meer als zodanig vermeld.
Als Mechtild inderdaad een Van Gulik was, dan wordt daarmee het vorige bericht geen geweld aangedaan. Alle vermeldingen kunnen ook op haar slaan.
Diverse andere feiten vallen nog mooier op hun plaats.
1. Johanna was de erfdochter. Zij zal de oudste zijn geweest.
Richarde was dus de tweede dochter. De tweede dochter wordt vaak naar grootmoeder van moederskant genoemd.
2. Aantekening Nijhoff: 27 juli 1349, Wilhelmi. marchionis Juliacensis (Willem (VI)van Gulik) Deze werd nevens Reinald (III) hertog van Gelre, ten zelfden dage, waarop dit stuk uitgevaardigd is, door keizer Karel gemagtigd, om, in zijnen naam, van de vrouw van Batenburg den leeneed af te nemen. Ook deze oorkonde krijgt een duidelijker plaats.
3. In het vorige bericht is gesteld dat Mechtild geboren is rond 1270. Vader Willem (IV) van Gulick zou rond 1251 met Richardis van Gelre gehuwd zijn. Ze hebben veel kinderen gehad. Het geboortejaar van Mechtild zou hierin kunnen passen. Johanna van Batenburg wordt geschat geboren te zijn ca 1290. Dat er na 1287 niets meer is vernomen van Machteld van Gulik kan dus zijn omdat ze korte tijd later als vrouwe van Batenburg door het leven ging.
Möller geeft geen oorspronkelijke bron. ES geeft zoveel referenties dat het een hele klus is die allemaal na te slaan.
ES XVIII vermeldt evenwel ook een (mogelijk) huwelijk van Mechtild. Vermeld wordt {letterlijk citaat}: Mechtild 1287 (x nach 1287 Arnold IV Hr v Wesemaele 1272 X b Kortrijk 11.VIII.1302). X staat voor de gekruiste zwaarden: gesneuveld.
Let wel het huwelijk staat tussen haakjes, dus er zijn twijfels.
Deze Arnold was ook gehuwd met Ida van Crainhem van Bierbeke, maar haar levensdata zijn onbekend. Het kan dus zijn dat Arnold twee maal huwde.
Maar het ook zijn dat de vermelding van het huwelijk van Mechtild met Arnold onjuist is en dat bovengemelde theorie klopt.
De talrijke zusters van Mechtild huwen allen met graven of burggraven. Mechtild zou dan wel ietwat beneden haar stand gehuwd zijn. Een mogelijkheid, die niet is genoemd, is dat de verwantschap van Johanna van Batenburg met de hoge adel via een buitenechtelijke verbintenis loopt.

  • Vader:
    Jan I van Kuyc1,2, zn. van Ridder Hendrik III graaf van Kuyc en Agnes Jansdr Putten van Persijn, geb. circa 1230, heer van Kuyc en Grave, ovl. op 13 jul 1308,
    , Vermeld 1260-1308, heer van Kuyc en Grave 1254-1308, heer van Merum en Neerloon, heer van Kuyc en Grave ter opvolging van zijn vader 1254; tevens heer van Merum en Neerloon; verbindt zich met hertog Jan I van Brabant (doch met voorbehoud tegenover Gelre) 31-10-1286 en strijdt, als aanvoerder van een afdeling (conroot) waarin ook de banner-eenheden van Arkel en Heusden waren opgenomen, met hertog Jan I mee bij Woeringen 5-6-1288; organisator van de ontvoering van graaf Floris V van Holland 1296; vermeld t/m 1308; zn. van Hendrik III van Kuyc, ridder, heer van Kuyc en Grave, van Merum en half Asten, en diens eerste echtgenote
    (waarschijnlijk een dochter van Jan van Putten). Het bezit van Katendrecht wordt in leen gegeven door Jan van Cuyk aan Nicolaas van Putten: 8.7.1311 Jan Heer van Kuuc oorkondt, dat hij in leen heeft gegeven aan Heer Niclais van Putten en Striene de goederen en rechten die hij heeft in het ambacht van Katendrecht. Overigens wordt hij pas op 12 april 1260 voor het eerst vermeld als zoon van Hendrick: Jan, heer van Cuijk, bevestigt de gift door zijn vader Hendrik aan de abdij Mariënweerd gedaan, van zijn aandeel in het patronaatsrecht van de kerk te Beesd, tr. circa 1260.
 
  • Moeder:
    Jutta van Nassau2,3, dr. van Hendrik II 'de Rijke' graaf van Nassau (graaf, bouwt de Dillenburg) en Machteld van Gelre, geb. circa 1240 (circa 1240, schatting), gravin van Nassau, vermeld 1285-1313, ovl. na 25 jan 1312,
    , Bij de Nassause deling van 16 december 1255  zien we als zegelende getuige graaf Emich van Leiningen. Een eerdere verwantschap tussen Leiningen en Nassau is niet bekend. Het zou dus best mogelijk zijn dat graaf Otto II van Nassau reeds voor 16 december 1255 was gehuwd met Agnes van Leiningen. Opmerkelijke afwezige in dit delingsverdrag was zus Jutta die volgens Coldeweij ca.1260 zou huwen met Jan I van Kuyc. De eerste maal dat Jan I wordt genoemd als getuige voor zijn zwager - de elect Jan van Nassau - was pas in 1274. Het is overigens best mogelijk dat Jutta in december 1255 nog onmondig was en/of haar minimale huwelijkse leeftijd nog niet zou hebben bereikt. Verder door filosoferend zou Jutta dus geboren moeten zijn na december 1243. Haar ouders, graaf Hendrik II van Nassau en Mechteld van Gelre worden voor het laatst genoemd in 1247 zodat dat gegeven haar hypothetische geboortejaar niet in de weg staat. Omdat haar ouders al voor 1221 waren gehuwd zal Jutta het nakomertje in het gezin zijn gewees.
 

tr.
met

Dirk van Batenburg1,, vanaf 1883 Jrg. 2008, pag 36, zn. van Gerard van Batenburg (ridder en bannerheer van Batenburg) en Elizabeth van Elsloo, geb. circa 1264, ovl. in 1315,
, vermeld van 1286 tot 1311 als bannerheer van Batenburg.

 

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna*1290 Batenburg †1351  61
Richarda*1283     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Genealogie van Nassau (B 150), ir B.T. Wilschut, Uitgeverij Kronieken, 978-90-8860-0005-0, Amsterdam, 2009 (blz. 4)
3.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 69)


Gisbert van Bronckhorst und Reckheim
Gisbert van Bronckhorst und Reckheim, drost van Over Rijn, verliest Reckheim, ovl. tussen 1312 en 1317.

tr.
met

Elisabeth von Steinfurt, dr. van Boudewijn von Steinfurt en Elisabeth van der Lippe, werd na de dood van haar man abdis van klooster Hunnepe in Gelderland. na 1328.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem III*1280 Bronkhorst †1328 Hasselt in het land van Luyck [België] 48


Elisabeth von Steinfurt
Elisabeth von Steinfurt, werd na de dood van haar man abdis van klooster Hunnepe in Gelderland. na 1328.

tr.
met

Gisbert van Bronckhorst und Reckheim, zn. van Wilhelm van Bronckhorst und Reckheim en Ermgard van Randerode/Montfoort/Sponheim, drost van Over Rijn, verliest Reckheim, ovl. tussen 1312 en 1317.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem III*1280 Bronkhorst †1328 Hasselt in het land van Luyck [België] 48


Gisbert van Wachtendonck
Gijsbert (Gisbert) van Wachtendonck, ovl. na 1485,
, Peter van Egmont, richter van Veluwen, oorkondt, dat voor hem en gerichtslieden heer Gisbert van Wachtendonck, ridder, en vrouwe Mary van Somberch (lees Sombreffe), zijn huisvrouw, de accijnzen te Nyerkerck en Putten verbonden hebben voor een schuld van 400 rijnsgld. aan joffr, Johanna van  Aller Besslesdochter. Gegeven int jaer ons Heren dusent vierhondert ende tsestich, des Saterdaichs post Petri ad vincula Datering 1460 Augustus 2 NB Opgenomen in een vidimus d.d. 1529 Februari 12 (zie no. 601).

tr. in 1448
met

Maria von Sombreffe4, dr. van Wilhelm II van Sombreffe Herr zu Recken u. Kerpen4 en Isabeau de Chabot4, geb. in 1435, ovl. Wachtendonk na 1495,
, vermeld 1448, extrait de la chronique de Jean de Stavelot : 1484, 22 Nov Messire Ghisbrecht van Wachtendonck, chevalier, comme mari de dame Marie, veuve de Willem de Sombreffe, fait relief; après quoi il fait transport a Daniel de Noenheim, fils de Henride Noenhem.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hermanna  †1490 Limbricht  
Willem     
Wilhelmina     
Balthasara     



Bronnen:
1.De graven en hertogen van Gelre (DOO/GHG), P.N. van Doorninck & J.S. van Veen, Arnhem, 1904 (blz. 20)
2.Register op de Leenaktenboeken Gelre- Zutphen: (LGZ/O), Register op de Leenaktenboeken van het vors, J.J.S. baron Sloet e.a., Gouda Quint, Arnhem, 1924
3.Leenaktenboeken van Gelre-Zutphen: Overkwartier van Gelre (B 018), J.J.S. baron Sloet e.a., Gouda Quint, Arnhem, 1924
4.Europäische Stammtafeln.-(). Neue Folge (ES-NF 12), Detlev Schwennicke, Stargardt, Marburg [Duitsland], 1986


Maria von Sombreffe
Maria von Sombreffe1, geb. in 1435, ovl. Wachtendonk na 1495,
, vermeld 1448, extrait de la chronique de Jean de Stavelot : 1484, 22 Nov Messire Ghisbrecht van Wachtendonck, chevalier, comme mari de dame Marie, veuve de Willem de Sombreffe, fait relief; après quoi il fait transport a Daniel de Noenheim, fils de Henride Noenhem.

tr. in 1448
met

Gijsbert (Gisbert) van Wachtendonck, zn. van Wilhelm bastaard Geldern-Jülich en Hermanna van Bronckhorst-Batenburg, ovl. na 1485,
, Peter van Egmont, richter van Veluwen, oorkondt, dat voor hem en gerichtslieden heer Gisbert van Wachtendonck, ridder, en vrouwe Mary van Somberch (lees Sombreffe), zijn huisvrouw, de accijnzen te Nyerkerck en Putten verbonden hebben voor een schuld van 400 rijnsgld. aan joffr, Johanna van  Aller Besslesdochter. Gegeven int jaer ons Heren dusent vierhondert ende tsestich, des Saterdaichs post Petri ad vincula Datering 1460 Augustus 2 NB Opgenomen in een vidimus d.d. 1529 Februari 12 (zie no. 601).

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hermanna  †1490 Limbricht  
Willem     
Wilhelmina     
Balthasara     



Bronnen:
1.Europäische Stammtafeln.-(). Neue Folge (ES-NF 12), Detlev Schwennicke, Stargardt, Marburg [Duitsland], 1986
2.Europäische Stammtafeln (ES-Freytag 2), F.Freytag v.Loringhoven, Marburg [Duitsland], 1968
3.De graven en hertogen van Gelre (DOO/GHG), P.N. van Doorninck & J.S. van Veen, Arnhem, 1904 (blz. 20)


Otto IV van Arkel-Heukelum
Otto IV van Arkel-Heukelum, geb. op 27 feb 1442, heer van Heukelom, ovl. op 12 jun 1503,
, Hij was dood 12 juni 1503, op welke datum zijn weduwe zegelde. Op 12 juni 1481 lijftochtte hij zijn vrouw Walravina van
Broekhuizen, vrouwe van Waardenburg, dochter van Johan van Broekhuizen Gerritszoon, heer van Waardenburg, en Elisabeth van Haeften. Walravina werd in 1496 met Waardenburg en Amersoyen beleend (Leenreg. Gelre, Kwartier v. Nijmegen,
pag. 498 en 703), na de dood van haar broeder Gerrit
van Broekhiuizen. Als weduwe van Hoekelum beval zij
19 juni 1504 de belangen van haar kinderen aan in de
goede zorgen van Floris van Egmond, de beroemde veldheer
van keizer Maximiliaan. (Drossaers, Arch. Nass. Domeinraad
11, b. 4, regest 14.) Het was in de tijd van de Gelderse oorlogen tegen de laatste hertog Karel, die in 1492 in zijn land was teruggekeerd. Walravina stierf vóór 1514, toen haar zoon Walraven werd beleend; zij was hertrouwd met Herman van Wachtendonck.

tr. op 12 jun 1481
met

Walraven (Walravina) van Broekhuizen (Vrouwe van Waardenburg en Ammersoyen)1, dr. van Johan van Broekhuizen (heer van Broekhuizen en Waardenburg, erfhofmeester van Gelre) en Elisabeth van Haeften en Vlodrop (vrouwe van Varick), geb. Waardenburg circa 1460, vrouwe van Amerzoden en Waardenburg, ovl. Waardenburg in 1515,
, zij is vrouwe van Waardenburg en is ook in bezit van kasteel Ammersooijen. Zij trouwt twee maal. De eerste keer op 28 augustus 1481 met Otto van Arkel, Heer van Heukelum. Otto overlijdt in 1503. De tweede keer worden huwelijkse voorwaarden opgemaakt in 1507 met Herman van Wachtendonk geb. ca 1490 te Germeseel. Herman verkoopt het kasteel Ammersooijen in 1513 aan Hendrick III graaf van Nassau. In 1508 is Jan van Broekhuizen overleden. Otto IV heer van Heukelom was dood 12 juni 1503, op welke datum zijn weduwe zegelde. Op 12 juni 1481 lijftochtte hij zijn vrouw Walravina van Broekhuizen, vrouwe van Waardenburg, dochter van Johan van Broekhuizen Gerritszoon, heer van Waardenburg, en Elisabeth van Haefhen. Walravina werd in 1496 met Waardenburg en Amersoyen beleend (Leenreg. Gelre, Kwartier v. Nijmegen, pag. 498 en 703), na de dood van haar broeder Gerrit van Broekhuizen in 1494. Als weduwe van Hoekelum beval zij 19 juni 1504 de belangen van haar kinderen aan in de goede zorgen van Floris van Egmond, de beroemde veldheer van keizer Maximiliaan. (Drossaers, Arch. Nass. Domeinraad 11, b. 4, regest 14.) Het was in de tijd van de Gelderse oorlogen tegen de laatste hertog Karel, die in 1492 in zijn land was teruggekeerd. Walravina stierf vóór 1514, toen haar zoon Walraven werd beleend; zij was hertrouwd met Herman van Wachtendonck. (Vgl. Dr. G. D. J. Schotel, Ammerzode, in: Bijdr. Vad. Gesch. 14), tr. (1) Waardenburg in 1507 met Herman van Wachtendonck van Germanseel. Uit dit huwelijk 2 zonen, tr. (3) met Steven Zuylen van Nijevelt. Uit dit huwelijk een dochter.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan*1481  †1512  31
Walraven  †1556   



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883


Eberhard ter Stegen
Eberhard ter Stegen.

tr.
met

Elisabeth Bruyns, dr. van Nicolaas Bruyns en joffer Wendela Jansdr van Till, geb. na 1530, ovl. voor 8 jun 1614,
, De stamboom Van Wagtendonk  geeft Goris Jansz van Wachtendonk een vrouw Geertruy van Arkel (geb. te Ammersoden) en de resp. voorouders Johan, Goris, François en Dirk. De laatste zou de richter in Cranenburg zijn, die ca. 1574 trouwt met Elisabeth Bruins. [Elisabeths broer Ludolph Bruyns, burgemeester van Emmerik, had een dochter Margaretha. Uit haar verbintenis met Frederik Hendrik, prins van Oranje, werd in 1624 geboren jr. Frederik (Hendrik) van Nassau, heer van Zuylenstein en Leersum, de stamvader van de Nassau-Zuylenstein's]. De voorouders van Dirk van Wachtendonk zouden uit het adellijk geslacht Van Wachtendonck stammen, de genoemde genealogie geeft een m.i. grotendeels gefantaseerde stamlijn tot het geslacht van Este omstreeks het jaar 900. Daar ook voor de eerste 4 geslachten een bronvermelding ontbreekt (ook op aanvraag) is er niet van uit te gaan dat de link naar Dirk van Wachtendonk betrouwbaar is, tr. (1) met Dirk van Wachtendonck. Uit dit huwelijk 4 kinderen


Nicolaas Bruyns
Nicolaas Bruyns.

tr. in 1522
met

joffer Wendela Jansdr van Till, dr. van Lambert Hermansz van Till1 (burgemeester van Kleef) en Wendelina Jansdr van Arnhem1, ovl. voor 14 sep 1577.

 

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1530  †1614  83
Nicolaas  †1614   
Ludolph*1555  †1617  62



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Wendela Jansdr van Till
 
joffer Wendela Jansdr van Till, ovl. voor 14 sep 1577.

 
 

tr. in 1522
met

Nicolaas Bruyns, zn. van Ludolph Bruyns (wijnkoper) en Catharina van Boetbergen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1530  †1614  83
Nicolaas  †1614   
Ludolph*1555  †1617  62



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883


Margriet Scheiffart van Merode
Margriet Scheiffart van Merode (van Merode van Schlosberg)1,2, geb. Schlossburg [Duitsland] in 1526, ovl. Tongeren [België] op 2 dec 1600.

 
 

tr. (1) op 6 aug 1555
met

Otto von Wachtendonck zu Bissenberg1, zn. van Herman van Wachtendonck van Germanseel (heer van Hauserholz) en Maria Adelheid Schenck van Niedegen, geb. Waardenburg in 1523, drost van Kleef, ovl. op 2 mei 1592,
, Op 15 Juli 1575 beleende Willem, Hertog van Cleef, Gulik en Berg, Reinier van Aeswin, oudsten zoon van wijlen Reinierr van AeswinN met de hofstad te Kemenaden en de hofstad Wimbergen onder Doetichem. Getuigen waren Arend van Wachtendunck, Maarschalk en Ambtman te Cranenburg en Otto van Wachtendonk, drost van Cleef.

Uit dit huwelijk 3 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna  †1626 Gramsbergen  
Willemina*1555  †1629 Oyen 74
Margriet     

tr. (2)
met

Andreas VI von Merode-Frankenberg zu Vliesteden, zn. van Andreas V von Merode-Fliesteden en Katharina von Vercken, zu Vliesteden, ovl. op 14 jun 1554.

Bronnen:
1.Heraldieke Bibliotheek. (HB), J.B. Rietstap, ’s-Gravenhage
2.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883


Anna van Wachtendonck
Anna van Wachtendonck1, vrouwe van Bösenberg, ovl. in 1626, begr. Gramsbergen in de Hervormde kerk,
, In 1608-'14 volgde in opdracht van Anna van Wachtendonk de herbouw van de havezate Gramsbergen, die vervolgens weer sterk te lijden had van belegering door Munsterse troepen in 1673 en vernielingen het jaar daarop.

otr. op 16 okt 1584, tr.
met

Jhr Eustaes (Statius) van Aeswijn1, zn. van Reynier van Aeswijn tot Gramsbergen1 (heer van Kemnade, Duringen, Wesenhorst, ter Stonde en Gramsbergen) en Jvr Josina Staasendr van Broeckhuysen1 (vrouwe van Brakel en Willige Langerak), heer van Gramsbergen, WilIige Langerak, ovl. in 1607, begr. Grambergen in de Hervormde Kerk,
, Heer van Gramsbergen en Willige Langerak. Hij brengt ten huwelijk het Huis Gramsbergen in Overijssel, de Heerlijkheid Williuge Langerak bij Schoonhoven,
een huis te Schoonhoven, goed in Beverland en Piershil, thienden te Renoy en huis en hof in Nederbetuwe. Zijn huwelijksvrienden waren FLORIS VAN DEN BONGARD, Heer van Nijenrode, STEVEN VAN WYLICH vm KERVENDONCK,
FREDERIKVANPALLANDT, heer van Keppel en Voorst, REINARD
VAN GELRE Heer van Aerssen, en OTTO VAN WIJHE, Heer van Echteld.

Uit dit huwelijk 4 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha  †1657   
Agnes*1594  †1644  49
Anna     
Aleida  †1632   



Bronnen:
1.Heraldieke Bibliotheek. (HB), J.B. Rietstap, ’s-Gravenhage
2.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Johan Scheiffart van Merode Schlossberg
 
Johan Scheiffart van Merode Schlossberg, geb. circa 1495, ovl. circa 1565,
, Zu Schlossberg, Konradsheim und Koslar.

 

tr. circa 1525
met

Lucia van Haes tot Conradsheim, dr. van Johann van Haes tot Conradsheim (Herr von Turnich) en Anna Schall van Bell tot Morreshoven, geb. circa 1490, ovl. na 6 okt 1550,
, Erbin zu Coslar, to: Johann en A Schall v.Bell, 1.Ehe: Daem von dem Bongart zum Busch.

 

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margriet*1526 Schlossburg [Duitsland] †1600 Tongeren [België] 74


Lucia van Haes tot Conradsheim
 
Lucia van Haes tot Conradsheim, geb. circa 1490, ovl. na 6 okt 1550,
, Erbin zu Coslar, to: Johann en A Schall v.Bell, 1.Ehe: Daem von dem Bongart zum Busch.

 
 

tr. circa 1525
met

Johan Scheiffart van Merode Schlossberg, zn. van Adam van Merode Schlossberg en Margaretha von Gertzen gen. Sintzich, geb. circa 1495, ovl. circa 1565,
, Zu Schlossberg, Konradsheim und Koslar.

 

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margriet*1526 Schlossburg [Duitsland] †1600 Tongeren [België] 74


Statius van Aeswijn
Jhr Eustaes (Statius) van Aeswijn1, heer van Gramsbergen, WilIige Langerak, ovl. in 1607, begr. Grambergen in de Hervormde Kerk,
, Heer van Gramsbergen en Willige Langerak. Hij brengt ten huwelijk het Huis Gramsbergen in Overijssel, de Heerlijkheid Williuge Langerak bij Schoonhoven,
een huis te Schoonhoven, goed in Beverland en Piershil, thienden te Renoy en huis en hof in Nederbetuwe. Zijn huwelijksvrienden waren FLORIS VAN DEN BONGARD, Heer van Nijenrode, STEVEN VAN WYLICH vm KERVENDONCK,
FREDERIKVANPALLANDT, heer van Keppel en Voorst, REINARD
VAN GELRE Heer van Aerssen, en OTTO VAN WIJHE, Heer van Echteld.

otr. op 16 okt 1584, tr.
met

Anna van Wachtendonck1, dr. van Otto von Wachtendonck zu Bissenberg (drost van Kleef) en Margriet Scheiffart van Merode, vrouwe van Bösenberg, ovl. in 1626, begr. Gramsbergen in de Hervormde kerk,
, In 1608-'14 volgde in opdracht van Anna van Wachtendonk de herbouw van de havezate Gramsbergen, die vervolgens weer sterk te lijden had van belegering door Munsterse troepen in 1673 en vernielingen het jaar daarop.

Uit dit huwelijk 4 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha  †1657   
Agnes*1594  †1644  49
Anna     
Aleida  †1632   



Bronnen:
1.Heraldieke Bibliotheek. (HB), J.B. Rietstap, ’s-Gravenhage
2.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883


Reynier van Aeswijn tot Gramsbergen
Reynier van Aeswijn tot Gramsbergen1, geb. Doetichem Ambt in 1513, heer van Kemnade, Duringen, Wesenhorst, ter Stonde en Gramsbergen, ovl. circa 1555,
, Kamerling van de hertog Karel van Gelre, woont in Brakel vanaf 1533
Zijn zoon Reinier van Aeswijn tot Gramsbergen, heer van Brakell, Durringen, Kemnade en Wesenthorst, volgde hem op. Afgevaardigd uit de ridderschap van Nijmegen, bezegelde hij in 1538 mede het verdrag, waarbij hertog Karel van Gelder, Willem van Kleef tot zijn opvolger benoemde. Hij stierf voor 1555, en was in 1533 gehuwd met Josina van Broeckhuisen, vrouwe van Brakell en Willige Langerack, dochter van Steesken, beer tot Waarden- burg, en van Cornelia van Wijhe tot Echteid *), uit welk huwelijk zeven kinderen geboren werden.
Koopbrief voor Reinier van Aeswijn, heer te Brakel, van zeker aandeel in een stuk land, "dair dat nyge Schutstall nu ter tijdt gelacht is", met een daarbij gelegen stukje, dat zich uitstrekt van het Moelenwater tot aan de Vecht, met opdracht voor de richter van Gramsbergen voor zover betreft het aandeel, dat Everdt Heynen en Johan Wilpeshair daaraan hebben, 1548 maart 6. (HCO 0220/ 1
Reyer van Aeswijn sr. in bezit is gekomen van de heerlijkheid Gramsbergen. Ik denk dat hij dat verkregen heeft als onderdeel van de nalatenschap van een erfdochter uit de familie Van der Ese. Vervolgens wordt op internet door Tettero wat informatie verstrekt over de 80-jarige oorlog in Overijssel. Zoon Statius, leenvolger van zijn vader Reyer sr. zou in 1572 naar Zwolle gevlucht zijn vanwege een Spaanse bezetting van zijn kasteel. Rond 1580 zou hij Spaansgezind zijn geweest. Dat is dan wel een heel ander standpunt dan van zijn broer Reyer jr. die partijganger was van de graaf van Leicester en tegenstander van Oldenbarnevelt. Ik weet niet welk vertrouwen ik moet schenken aan deze beweringen van Tettero. Het kasteel Gramsbergen schijnt dusdanig geleden te hebben door oorlogshandelingen, dat de weduwe van Statius van Aeswijn, Anna van Wachtendonk, het kasteel heeft moeten herbouwen. Ik weet dat het echtpaar alleen maar dochters had en dat het kasteel in handen is geraakt van iemand uit de familie Van Haeften, gehuwd met één van die dochters.
Huwelijksvoorwaarden van Reiner van Aiswijn en Joest (Josina) van Broickhuysen. Huwelijkslieden, magen en vrienden zijn Agnes van Ulft, wed. van Reinold van Aiswijn, moeder, Elbert van Paillant, erfmaarschalk van Cleef, en Otto van Tellicht, ter eener, en Cornelia van Wijhe, Otto's dr, wed. van Steffen van Broickhuysen, moeder, Jaspar van Wijhe en Gijsbert van den Poll, ter andere zijde. — Reiner van Aeswijn brengt o. a. ten huwelijk het goed de Wesenthorst en het huis te Doeringen en Josina van Broekhuizen o. a. het huis en de heerlijkheid van Brakel. — Frederik van Aeswijn, Reiners ouder-broeder is sedert jaren uitlandig, zonder dat men weet, of hij leeft. Bond. na onzer Liever Vrouwe dag Assumptio 1533. Josina van Bruckhuizen, vrouwe van Brakel, draagt over, ex donatione inter vivos, ten behoeve van Reiner van Ayswin, heer van Brakel, Statius, Evert en Arend van Ayswin, hare zonen, alle goederen, welke haar van hare dochter Geertruid van Ayswin aanbestorven zijn. 28 Jun. 1574. Voorzien met de zegels van Andries van Anderlecht, drost vair den Berg, en van Johan van Kerssel, gerigtsman.
Nationaal Archief, Nassause Domeinraad. Goederen in de Neder-Betuwe. 849, Akte, waarbij REYNER VAN AESSWIJN, heer van Brakel, en zijn vrouw JOSYNA VAN BROICHUYSEN alle goederen en inkomsten, die MAXIMILIAAN VAN EGMOND bezit in het kerspel Ingen, in pand nemen, 1542. Afgelost. Met vidimus dd. 1543 2 charters (1.08.06 inv nr 849)
28-4-1558 Volmagt van Josina van Broickhuijsen wed. Reijner van Aeswijn op Johan van Knyppenburg, om voor de leenen, op haren oudsten zoon, de jongen Reijner van Aeswijn, vervallen, hulde te doen, 1 charter (Gelders Archief leenkamer gelre/zutphen 0002/1728)
BRAKEL 5. Een huizing en hofstede bij de parochiekerk van Brakel in de Bommelerwaard met de begeving van de kerk en toebehoren. 28-12-1545: Reiner van Azewijn, heer van Brakel, voor Josina van Broekhuizen, zijn vrouw, en draagt de begeving van de kerk van Willige buiten Schoonhoven in ruil voor het leen over aan de leenheer, 1 fol. 265v-267. (Hogenda : lenen WProosdij van Ous-Munster)
Lenen van Gelre Zutphen, kwartier van Nijmegen: Brakel. p616 leennr 278 (Vereniging Gelre en foto van Dam (GA) 2 : DSCN 4338) Staes v Broeckhusen Arentsz (erve sijnes vaders Arnts anno 1515) Josina Staes v Broeckhuijsensdochter onmundig, erve haeres vader 24-11-1525 Eadem huijsvrou Reiners van Aeswijn, eedt vernijt 5-4-1535 (….) Eadem, weduwe stelt tot hulder Johan van Knippnberch 5-5-1558 (…) Reiner van Aeswijn, erve sijne moder Josine 10-5-1583
1655 Lenen buiten Brakel (kopje in latijn) Reijner .. van Aeswijn 15-2-1555 daarna weduwe Josijna van Broeckhuijsen .. van Braekell.
Akte van huwelijksvoorwaarden tussen hem en Josina van Broekhuizen, 1533. 1 charter
1-5-1552 Claes Pieck contra Reyner van Aeswijn, Visserij van Zuilichem. "...ten gerichtelicken versueck des erentfesten ende vromen Claes Pijeck (NB uit Zuilichem) durch vermanisse des gesworen richters mit recht daer toe bedwongen wesende mit opgerechte vingeren volstaefts eedtz lyffelick an god ende sijnen helligen gezworen ende bij den selven sijnen eed verclaert ende gedeponiert Als dat hij inden wynter lestleden nyet wetende van den precisen tijt, gecomen is tho Brakell op den dijck daer hem gemoet sijn des heeren van Brakels dieners als nemelick heern Gijsbert van den Veen ende meer anderen die hem vraechden off hij mit hem luijden to bier wolde gaen waer op hij deponent antworden Ja ende is alsoe mit hem luijden gegaen tot DES EUSTEES HUIJSE ende aldaer comende heeft hij aldaer vinden sitten DEN HEER VAN BRAKEL dien hij vraechde of hij wall een kanne biers mit hem drincken mochte Daer op die heer van Brakell antworden Ja mitseggende off hij oick wall mede drincken wolde, daer hij deponent op antworden Ja..." (GA 0124/4931 1554/30 scan +/- 500/907, nb ook getuigenis van priester Reijner Joosten van Brakel).

tr. huwelijkse voorwaarden in 1533 Donderdach na O.L.V. dach Assumptionis 1533
met

Jvr Josina Staasendr van Broeckhuysen (Broichuysen, Brukhuizen)1, dr. van Steffen of Eustatius van Broeckhuysen en Cornelia van Wyhe tot Echteld, vrouwe van Brakel en Willige Langerak, ovl. circa 1582.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Eustaes  †1607 Grambergen  
Reynier     



Bronnen:
1.Heraldieke Bibliotheek. (HB), J.B. Rietstap, ’s-Gravenhage


Josina Staasendr van Broeckhuysen
Jvr Josina Staasendr van Broeckhuysen (Broichuysen, Brukhuizen)1, vrouwe van Brakel en Willige Langerak, ovl. circa 1582.

tr. huwelijkse voorwaarden in 1533 Donderdach na O.L.V. dach Assumptionis 1533
met

Reynier van Aeswijn tot Gramsbergen1, zn. van Reynold van Aeswijn tot Gramsbergen (heer van Gramsbergen en Brakel) en Agnes van Ulft (vrouwe van Kemnade, ter Stonde, ter Brugge en Gramsbergen), geb. Doetichem Ambt in 1513, heer van Kemnade, Duringen, Wesenhorst, ter Stonde en Gramsbergen, ovl. circa 1555,
, Kamerling van de hertog Karel van Gelre, woont in Brakel vanaf 1533
Zijn zoon Reinier van Aeswijn tot Gramsbergen, heer van Brakell, Durringen, Kemnade en Wesenthorst, volgde hem op. Afgevaardigd uit de ridderschap van Nijmegen, bezegelde hij in 1538 mede het verdrag, waarbij hertog Karel van Gelder, Willem van Kleef tot zijn opvolger benoemde. Hij stierf voor 1555, en was in 1533 gehuwd met Josina van Broeckhuisen, vrouwe van Brakell en Willige Langerack, dochter van Steesken, beer tot Waarden- burg, en van Cornelia van Wijhe tot Echteid *), uit welk huwelijk zeven kinderen geboren werden.
Koopbrief voor Reinier van Aeswijn, heer te Brakel, van zeker aandeel in een stuk land, "dair dat nyge Schutstall nu ter tijdt gelacht is", met een daarbij gelegen stukje, dat zich uitstrekt van het Moelenwater tot aan de Vecht, met opdracht voor de richter van Gramsbergen voor zover betreft het aandeel, dat Everdt Heynen en Johan Wilpeshair daaraan hebben, 1548 maart 6. (HCO 0220/ 1
Reyer van Aeswijn sr. in bezit is gekomen van de heerlijkheid Gramsbergen. Ik denk dat hij dat verkregen heeft als onderdeel van de nalatenschap van een erfdochter uit de familie Van der Ese. Vervolgens wordt op internet door Tettero wat informatie verstrekt over de 80-jarige oorlog in Overijssel. Zoon Statius, leenvolger van zijn vader Reyer sr. zou in 1572 naar Zwolle gevlucht zijn vanwege een Spaanse bezetting van zijn kasteel. Rond 1580 zou hij Spaansgezind zijn geweest. Dat is dan wel een heel ander standpunt dan van zijn broer Reyer jr. die partijganger was van de graaf van Leicester en tegenstander van Oldenbarnevelt. Ik weet niet welk vertrouwen ik moet schenken aan deze beweringen van Tettero. Het kasteel Gramsbergen schijnt dusdanig geleden te hebben door oorlogshandelingen, dat de weduwe van Statius van Aeswijn, Anna van Wachtendonk, het kasteel heeft moeten herbouwen. Ik weet dat het echtpaar alleen maar dochters had en dat het kasteel in handen is geraakt van iemand uit de familie Van Haeften, gehuwd met één van die dochters.
Huwelijksvoorwaarden van Reiner van Aiswijn en Joest (Josina) van Broickhuysen. Huwelijkslieden, magen en vrienden zijn Agnes van Ulft, wed. van Reinold van Aiswijn, moeder, Elbert van Paillant, erfmaarschalk van Cleef, en Otto van Tellicht, ter eener, en Cornelia van Wijhe, Otto's dr, wed. van Steffen van Broickhuysen, moeder, Jaspar van Wijhe en Gijsbert van den Poll, ter andere zijde. — Reiner van Aeswijn brengt o. a. ten huwelijk het goed de Wesenthorst en het huis te Doeringen en Josina van Broekhuizen o. a. het huis en de heerlijkheid van Brakel. — Frederik van Aeswijn, Reiners ouder-broeder is sedert jaren uitlandig, zonder dat men weet, of hij leeft. Bond. na onzer Liever Vrouwe dag Assumptio 1533. Josina van Bruckhuizen, vrouwe van Brakel, draagt over, ex donatione inter vivos, ten behoeve van Reiner van Ayswin, heer van Brakel, Statius, Evert en Arend van Ayswin, hare zonen, alle goederen, welke haar van hare dochter Geertruid van Ayswin aanbestorven zijn. 28 Jun. 1574. Voorzien met de zegels van Andries van Anderlecht, drost vair den Berg, en van Johan van Kerssel, gerigtsman.
Nationaal Archief, Nassause Domeinraad. Goederen in de Neder-Betuwe. 849, Akte, waarbij REYNER VAN AESSWIJN, heer van Brakel, en zijn vrouw JOSYNA VAN BROICHUYSEN alle goederen en inkomsten, die MAXIMILIAAN VAN EGMOND bezit in het kerspel Ingen, in pand nemen, 1542. Afgelost. Met vidimus dd. 1543 2 charters (1.08.06 inv nr 849)
28-4-1558 Volmagt van Josina van Broickhuijsen wed. Reijner van Aeswijn op Johan van Knyppenburg, om voor de leenen, op haren oudsten zoon, de jongen Reijner van Aeswijn, vervallen, hulde te doen, 1 charter (Gelders Archief leenkamer gelre/zutphen 0002/1728)
BRAKEL 5. Een huizing en hofstede bij de parochiekerk van Brakel in de Bommelerwaard met de begeving van de kerk en toebehoren. 28-12-1545: Reiner van Azewijn, heer van Brakel, voor Josina van Broekhuizen, zijn vrouw, en draagt de begeving van de kerk van Willige buiten Schoonhoven in ruil voor het leen over aan de leenheer, 1 fol. 265v-267. (Hogenda : lenen WProosdij van Ous-Munster)
Lenen van Gelre Zutphen, kwartier van Nijmegen: Brakel. p616 leennr 278 (Vereniging Gelre en foto van Dam (GA) 2 : DSCN 4338) Staes v Broeckhusen Arentsz (erve sijnes vaders Arnts anno 1515) Josina Staes v Broeckhuijsensdochter onmundig, erve haeres vader 24-11-1525 Eadem huijsvrou Reiners van Aeswijn, eedt vernijt 5-4-1535 (….) Eadem, weduwe stelt tot hulder Johan van Knippnberch 5-5-1558 (…) Reiner van Aeswijn, erve sijne moder Josine 10-5-1583
1655 Lenen buiten Brakel (kopje in latijn) Reijner .. van Aeswijn 15-2-1555 daarna weduwe Josijna van Broeckhuijsen .. van Braekell.
Akte van huwelijksvoorwaarden tussen hem en Josina van Broekhuizen, 1533. 1 charter
1-5-1552 Claes Pieck contra Reyner van Aeswijn, Visserij van Zuilichem. "...ten gerichtelicken versueck des erentfesten ende vromen Claes Pijeck (NB uit Zuilichem) durch vermanisse des gesworen richters mit recht daer toe bedwongen wesende mit opgerechte vingeren volstaefts eedtz lyffelick an god ende sijnen helligen gezworen ende bij den selven sijnen eed verclaert ende gedeponiert Als dat hij inden wynter lestleden nyet wetende van den precisen tijt, gecomen is tho Brakell op den dijck daer hem gemoet sijn des heeren van Brakels dieners als nemelick heern Gijsbert van den Veen ende meer anderen die hem vraechden off hij mit hem luijden to bier wolde gaen waer op hij deponent antworden Ja ende is alsoe mit hem luijden gegaen tot DES EUSTEES HUIJSE ende aldaer comende heeft hij aldaer vinden sitten DEN HEER VAN BRAKEL dien hij vraechde of hij wall een kanne biers mit hem drincken mochte Daer op die heer van Brakell antworden Ja mitseggende off hij oick wall mede drincken wolde, daer hij deponent op antworden Ja..." (GA 0124/4931 1554/30 scan +/- 500/907, nb ook getuigenis van priester Reijner Joosten van Brakel).

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Eustaes  †1607 Grambergen  
Reynier     



Bronnen:
1.Heraldieke Bibliotheek. (HB), J.B. Rietstap, ’s-Gravenhage


Anna Boon
Anna Boon,
, Signatur: 5883 - AA 002
Aktenzeichen: W 13/30
Beteiligt als (2) Kläger: Anna Boon als Witwe von Arnold von Wachtendonk namens ihrer Kinder Franz, Arnold, Gottfried, Johann, Sara und Catharina Beteiligt als (3) Beklagter: Abt des Klosters Kornelimünster und  Konsorten: Gottfried von Wachtendonk
Beteiligt als (4) Prokuratoren (Kl.): Lic. Johann Konrad Albrecht 1664 - Subst.: Lic. Franz Eberhard Albrecht Sachverhalt des Falls:Streitgegenstand: Klage wegen der Immission von Gottfried von Wachtendonk in die der Klägerin gehörende Kupfermühle gen. der Haw und die zugehörigen Güter durch den Abt des Klosters Kornelimünster. Die Klägerin verweist auf einen 1663 von dem Abt in Sachen Wachtendonck ./. Wachtendonck ergangenen Bescheid, der beiden Parteien eine Beibehaltung des Rechtsstandes bis zur Beendigung eines in Den Haag geführten Prozesses auferlegte, aber auch die Möglichkeit eines Vergleichs bot. Gegen dieses Urteil soll Gottfried von Wachtendonk an das RKG appelliert haben. Der Abt erließ daraufhin 1664 einen Bescheid, in dem er aufgrund des bereits 1661 Gottfried von Wachtendonk zuerkannten Besitzes der Kupfermühle, über die sein Bruder Arnold von Wachtendonk verfügte, ihm sein väterliches Erbgut erneut bestätigte. Die Klägerin erklärt, daß der 1664 ergangene Beschluß aufgrund des Urteils von 1663 nicht rechtmäßig sei.
Prozessart: (5) Prozeßart: Mandati de non gravando contra sententiam et rem judicatam neque contra juris ordinem et cassando cum clausula
Instanz: (6) Instanzen: RKG 1664 - 1667 (1626 - 1666)
Folgende Beweismittel wurden vorgelegt:
(7) Beweismittel: Zeugenverhör, 1664 (Q 7). Aufteilung der Hinterlassenschaft von Gotthard von Wachtendonk unter seinen Erben, 1626 (Q 8). Auszüge aus den Akten des Provinzialrats von Holland in Den Haag 1659 - 1660 (Q 9 - 10, Q 15, Q 25).
Beschreibung: (8) Beschreibung: 2,5 cm, 75 Bl, lose, Q 1 - 28; Q 4 fehlt; Q 28 mit Vermerk "Acta zu registrieren den 26. (Aprilis) 1666 in Lectoriae eingelifert".

tr.
met

Arnold van Wachtendonk, zn. van Arnold van Wachtendonck (drost van Kranenburg) en Elisabeth von Loe zu Wissen, geb. Waardenburg in 1564, kanunnik, ovl. Luik (B) in 1633, begr. Luik (B) in 1633,
, Ontdekker van de Wachtendonkse Psalmen, kanunnik eerst te Hildesheim, dan na zijn broer Herman te Luik in 1580, aartsdiaken van Brabant in 1602, groot-deken van 't Kapittel te Luik in 1620, eist vóór 1623 in Brussel zijn erfenis op, deze werd in 1623 afgewezen, het geschil bleef echter bestaan, de Wachtendoncks kregen hun bezit, het Wachtendonk's Patrimonium niet terug. Proost van Xanten in, Groot-Kanselier van de Prins-bisschop van Luik; speeld een gewichtige rol in de geschiedenis van het prinsbisdom; geleerd humanist, stelt zijn neef Arnold, die gehuwd was met Anna gravin van Nesselrode aan als zijn erfgenaam.

Uit dit huwelijk 6 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold     
Godfried~1630 Aken [Duitsland] †1681  51
Johan     
Sara     
Catharina     
Frans*1618 Aken [Duitsland] †1671  52


Anna Margaretha van Wachtendonck
Anna Margaretha van Wachtendonck, ged. Ouderkerk aan de Amstel op 15 apr 1648, ovl. op 22 feb 1674.

tr.
met

Matthias Joostzn von Beeck, zn. van Joost von Beeck en Agneta van Collen, geb. in 1646, koopman en assuradeur te Amsterdam, woonde te Amsterdam, ovl. op 28 feb 1720.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna~1675 Amsterdam †1738 Tiel 63
Clara~1676     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883


Matthias Joostzn von Beeck
Matthias Joostzn von Beeck, geb. in 1646, koopman en assuradeur te Amsterdam, woonde te Amsterdam, ovl. op 28 feb 1720.

tr.
met

Anna Margaretha van Wachtendonck, dr. van Frans van Wachtendonck en Anna Bessels, ged. Ouderkerk aan de Amstel op 15 apr 1648, ovl. op 22 feb 1674.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna~1675 Amsterdam †1738 Tiel 63
Clara~1676     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883