tr. (1)
met
Henricus Wouters Farrie (Ferie).
Uit dit huwelijk een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Maria | ~1698 | Alkmaar | †1742 | Leiden | 44 | 1 | 10 |
tr. (2)
met
otr. op 15 apr 1690, tr. op 7 mei 1690 (getuige: zijn vader en haar schoonvader Henry Engelbert)
met
Jean (Johannes) Engelbert, zn. van Henry Engelbert (drapier op de Oostdwersgraft) en Marija Herry Nivell, ged. Leiden op 2 feb 1661 (getuigen: Henry François en Marie Poncelet), tr. (2) met Marytje Jacobs. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) met Anna Brant. Uit dit huwelijk geen kinderen.
otr. Leiden op 10 dec 1689, tr. Leiden op 1 jan 1690 (getuige: zijn vader en haar schoonvader Henry Engelbert)
met
Jean (Johannes) Engelbert, zn. van Henry Engelbert (drapier op de Oostdwersgraft) en Marija Herry Nivell, ged. Leiden op 2 feb 1661 (getuigen: Henry François en Marie Poncelet), tr. (1) met Elisabeth Jacobs Lavain. Uit dit huwelijk geen kinderen, otr. (3) Leiden op 10 jul 1693, tr. Leiden op 26 jul 1693 (getuige: zijn vader en haar schoonvader Henry Engelbert) met Anna Brant. Uit dit huwelijk geen kinderen.
otr. Leiden op 10 jul 1693, tr. Leiden op 26 jul 1693 (getuige: zijn vader en haar schoonvader Henry Engelbert)
met
Jean (Johannes) Engelbert, zn. van Henry Engelbert (drapier op de Oostdwersgraft) en Marija Herry Nivell, ged. Leiden op 2 feb 1661 (getuigen: Henry François en Marie Poncelet), otr. (1) op 15 apr 1690, tr. op 7 mei 1690 (getuige: zijn vader en haar schoonvader Henry Engelbert) met Elisabeth Jacobs Lavain. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (2) met Marytje Jacobs. Uit dit huwelijk geen kinderen.
|
|
|
tr.
met
Gerard van Velsen1,2, zn. van Albert van Velsen (heer van Noordwijk en Beverwijk) en Clementia van Noordwijk, geb. circa 1245, heer van Noordwijk en Beverwijk, ovl. Leiden in 1296.
Gerard van Velsen.
in 1275 werd hij tot schout van Wijk aan Zee benoemd.
In 1296 beraamde Van Velsen samen met Herman van Woerden, Gijsbrecht IV van Amstel, Jan van Kuyk en Arnold van Benschop een complot om graaf Floris V van Holland te ontvoeren. Direct motief voor de overval was hem te dwingen af te treden ten gunste van zijn minderjarige zoon, maar daarachter gingen waarschijnlijk allerlei politieke en wellicht ook persoonlijke redenen schuil. Uiteindelijk werkten Van Woerden en Van Amstel mee aan deze daad en sloten de graaf op in het Muiderslot. Na een ontsnappingspoging stak Van Velsen met handlangers de graaf met 22 steken dood, waarna Van Velsen naar kasteel Kronenburg nabij Loenen aan de Vecht vluchtte. Na een belegering van enkele dagen werd hij opgepakt om te worden berecht in Leiden. Daar wordt hij drie dagen lang gefolterd en daarna gevierendeeld.
Bronnen:
1. | Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 71) |
2. | Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 80) |
3. | Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 69) |
4. | De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 243) |
5. | Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 34) |
6. | Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 76) |
tr.
met
Salome van Are-Hochstaden1, dr. van Otto I van Are (Graaf van Are, heer van Heerlen) en Aleidis van Hochstaden, geb. Wickrath [Duitsland] circa 1144, Gravin van Oldenburg, ovl. Oldenburg [Duitsland] circa 1215.
Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Cunegunde | 1 | 2 |
1. | Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 |
tr.
met
Jutta van Kinzweiler, geb. circa 1206, ovl. in 1238.
Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Ermgard | 1 | 2 | |||||
2 | Mathildis | *1225 | Strijen | †1294 | 69 | 1 | 1 |
tr. (1)
met
Nicolaas II Persijn, zn. van Jan II Persijn (ridder) en Ludgard van Lijnden, geb. Velsen circa 1250, Heer van Half Waterland, Velzen, de Lier en Zouteveen, ovl. op 20 mrt 1304.
Nicolaas II Persijn.
hij wordt op 27 juli 1282 met name als de oudste zoon genoemd (Oorkondeboek II no 460). Hij is gesneuveld bij Zierikzee. Heer van half Waterland, Velsen (ca. 1255, hij woonde er ook), de Lier en Zouteveen. Hij werd op 28-09-1298 gegijzeld op huis Wena. Op 5 nov 1303 deden Nicolaas van Persijn, ridder, Nicolaas, heer van Putten, Philip van Duvenvoorde, Vriese van der Mye, baljuw van Zuid-Holland, uitspraak over goederen in Ticsclynswaerde (v Mieris II bl 35).
Claes Persijn (+ 1304) die in 1321 broer genoemd wordt van burggraaf Hendrik van Leiden was geen letterlijke broer maar een neef". Daarbij wordt voor de "jurisprudentie" verwezen naar een ander bekend raadsel dat niet letterlijk opgelost kon worden. In een oorkonde uit 1262 van Sweder van Beusinchem werd zijn oudste dochter verloofd met Henrik Rover van Montfoort. Als laatste in de getuigenrij worden genoemd Sweder en Wouter van Sulen, mijn "broers". In tal van berichten werd gepoogd dit op de een of andere wijze zinvol te verklaren. Uiteindelijk is duidelijk geworden dat deze twee Van Zuylen broers wel volle neven maar geen broers, halfbroers of stiefbroers van Sweder van Beusinchem konden zijn. Iets dergelijks is hier in die betiteling van 1321 ook. De aanduiding broer voor Claes Persijn kan niet letterlijk verklaard worden, maar accepteren we dat de verwantschapsaanduiding iets ruimer gezien moet worden, dan valt er toch een oplossing te vinden voor het vraagstuk. Als de werkelijke verwantschapsverhouding er een van "neef" was dan valt ook op dat Claes Persijn in het bezit was van een leen van de burggraaf van Leiden dat weer als leen afhing van de graaf van Holland. Claes Persijn was dus leenman en neef van de burggraaf. Dat betekend ook dat de link tussen Persijn en Leiden in hogere generaties gezocht dient te worden. Kijken we naar de moeder van Claes dan is deze niet bekend. Wel heeft Claes Persijn als broers een Dirk en een Jan.
Nu zegt dat wellicht niets totdat de voornamen worden bekeken vanuit het aspect van vernoeming (niet iedereen is daar gecharmeerd van) en dan blijkt dat de oudste zoon Claes vernoemd is naar zijn vaderlijke grootvader en derde broer Jan naar zijn eigen vader. Dat doet dus vermoeden dat de tweede broer Dirk vernoemd is naar zijn moederlijke grootvader. Door het bovengenoemde rijst een sterk vermoeden dat de moeder van de broers Claes, Dirk en Jan Persijn, een dochter was van Dirk van Kuyc, burggraaf van Leiden, en van Christina van Leiden. Door middel van dit huwelijk heeft Jan II Persijn goederen als leen verworven van de burggraaf van Leiden. Deze zijn vererfd op zijn zoon Claes die er zijn vrouw aan tochte. In 1321 zijn die leengoederen uitgegeven aan ridder Arnoud van Groeneveld, de tweede man van de weduwe van Claes Persijn.
Uit dit huwelijk een zoon:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Jan III | †1353 | 1 | 3 |
tr. (2) voor 31 jan 1321
met
Arnout van Groenevelt.
Bronnen:
1. | Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 |
2. | Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 69) |
3. | Het ontstaan van Leiden. (B 021), Freek Lugt, Primavera Pers, 978-90-5997-126-4, Leiden, 2012 (blz. 82) |
4. | Het goed van Oegstgeest (B 151), F.H. Lugt, Uitgeverij Ginkgo, 978-90-71256-09-7, Leiden, 2009 (blz. 189) |
5. | Het ontstaan van Leiden. (B 021), Freek Lugt, Primavera Pers, 978-90-5997-126-4, Leiden, 2012 (blz. 80) |
6. | Oorkondenboek van Holland en Zeeland van 1222 tot 1256, deel 2 (B 045), Oorkondenboek van Holland en Zeeland II, Dr. J.G. Kruisheer, van Gorcum, Assen, 1986 (blz. 568) |
7. | Oorkondenboek van Holland en Zeeland van 1222 tot 1256, deel 2 (B 045), Oorkondenboek van Holland en Zeeland II, Dr. J.G. Kruisheer, van Gorcum, Assen, 1986 (blz. 655) |
tr. voor 31 jan 1321
met
Lijzebeth (Elisabeth) , dr. van Dirk van Cuijck (burggraaf van Leiden (1243)) en Christina Jacobsdr van Oestgeest burggravin van Leiden (vrouwe van Leiderdorp en Oegstgeest), geb. circa 1260, ovl. in 1321.
Bronnen:
1. | Oorkondenboek van Holland en Zeeland van 1222 tot 1256, deel 2 (B 045), Oorkondenboek van Holland en Zeeland II, Dr. J.G. Kruisheer, van Gorcum, Assen, 1986 (blz. 762) |
Bronnen:
1. | Oorkondenboek van Holland en Zeeland van 1222 tot 1256, deel 2 (B 045), Oorkondenboek van Holland en Zeeland II, Dr. J.G. Kruisheer, van Gorcum, Assen, 1986 (blz. 762) |
tr.
met
Fastré II d'Oisy dit d'Avesnes, zn. van Fastré I d'Oisy (voogd van Doornik) en Ada van Avesnes, geb. in 1065, voogd van Doornik, ovl. na 1111.
Uit dit huwelijk een zoon:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Wouter | *1085 | †1137 | 52 | 1 | 2 |
tr.
met
Wouter (Walter I "Plukiel") d'Oisy (Gauthier Le Beau d'Avesnes), zn. van Fastré II d'Oisy dit d'Avesnes (voogd van Doornik) en Richilde of Mathilde , geb. circa 1085, voogd van Doornik, heer van Avesnes, ovl. in 1137.
Wouter (Walter I "Plukiel") d'Oisy.
Seigneur de Mortagne, d'Avesnes, de Leuze, de Landrecies et de Condé - Vicomte de Tournai - Pair du.
Uit dit huwelijk 2 zonen:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Nicolas | *1120 | 1 | 2 | ||||
2 | Diederik II | 1 | 0 |
tr. in 1380
met
Robert van Namen Seigneur de Beaufort, zn. van Johann I van Namen en Marie d'Artois, geb. in 1326, Herr v.Beaufort-sur-Meuse und Renaix, Marschall v.Brabant, ovl. in 1391, tr. (1) met zijn achternicht Isabella van Holland-Henegouwen. Uit dit huwelijk geen kinderen.
tr.
met
Uit dit huwelijk een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Isabella | 1 | 0 |
tr.
met
Hugo van Melun, heervan Antoing, burggraaf van Gent.
Uit dit huwelijk een dochter:
naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen | |
1 | Isabella | 1 | 0 |
tr. waarschijnlijk Landshut op 2 aug 1254
met
Ludwig 'der Strenge' van Beieren3,4, zn. van Otto II (der Erlauchte) Hertog van Beieren (paltsgraaf aan de Rijn) en Agnes Welf van de Palts, geb. Heidelberg op 13 apr 1229, ovl. aldaar op 2 feb 1294, tr. (3) op 24 aug 1260 met Anna von Schlesien-Glogau. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Ludwig 'der Strenge' van Beieren.
Overhaastige hertog onthoofdde zijn eega.
Daar sta je dan als hertog van Beieren: heb je net uit jaloezie je vrouw laten onthoofden, blijkt je woede te berusten op een misverstand. Het overkwam hertog Lodewijk van Beieren in 1256. Hij had de nek van Maria van Brabant op het hakblok laten leggen omdat hij dacht dat ze vreemdging met een van zijn ridders. Dat bleek helaas een vergissing. Zijn echtgenote was hij kwijt, maar hij had een bijnaam gewonnen: de Strenge.
Hoe kwam het tot deze tragedie? Lodewijk was afkomstig uit het vooraanstaande Zuid-Duitse adelgeslacht Wittelsbach. Hij deed als tiener al mee met de oorlogen van zijn vader Otto III. Toen die in 1253 overleed, deelden Lodewijk en zijn broer het hertogdom Beieren in tweeën: Lodewijk kreeg Oberbayern en werd ook graaf van de Keur-Palts, wat hem een stem gaf in de verkiezing van de Rooms-Duitse koning.
De Palts bestond uit een lappendeken van gebiedjes, waar altijd wel een conflict uit te vechten was. Lodewijk was hier in 1256 op veldtocht toen een boodschapper zijn kamp bereikte. De ruiter had twee brieven van Maria van Brabant bij zich: één voor de hertog en één voor Hendrik I Raugraf, een wapenbroeder van Lodewijk.
In de brief aan haar man schreef Maria dat ze hoopte op zijn snelle thuiskomst. De brief aan Hendrik was wat uitgebreider. De hertogin vroeg hem goed op de hertog te passen en hem heelhuids terug te brengen. Als Hendrik dat deed, aldus Maria, dan zou ze hem de gunst verlenen waarom hij haar al zo lang gevraagd had.
Beide brieven waren met dezelfde kleur lak verzegeld en de boodschapper vergiste zich: hij gaf de hertog de brief die eigenlijk voor Hendrik bedoeld was. Lodewijk las de woorden van Maria en ontstak in toorn. Wat voor gunst werd hier in het vooruitzicht gesteld?!.
Hij vermoedde dat zijn echtgenote en ondergeschikte een affaire hadden en galoppeerde ziedend naar de burcht Mangoldstein, waar Maria verbleef. Zijn jaloezie was onterecht. De gunst waarvan sprake was, betrof het voorrecht voor Hendrik om Maria met Du in plaats van Sie te mogen aanspreken.
Eenmaal bij Maria aangekomen, was Lodewijk niet te overtuigen van de onschuld van zijn vrouw. Hij liet haar vrijwel meteen onthoofden, samen met twee van haar hofdames en de kasteelheer die om clementie voor Maria had gesmeekt.
Uit dit huwelijk 6 kinderen.
Bronnen:
1. | Afstammingsreeksen van de Hertogen van Brabant (B 009), Vic Hamers, Rob Dix en Zeno Deurvorst, NGV, 978-90-72771-08-7, Woerden, 2006 (blz. 127) |
2. | Afstammingsreeksen van de Hertogen van Brabant (B 009), Vic Hamers, Rob Dix en Zeno Deurvorst, NGV, 978-90-72771-08-7, Woerden, 2006 (blz. 144) |
3. | NRC Handelsblad (NRC), dagblad, Vlaamse Mediahuis, Bart Funnekotter, Amsterdam |
4. | Genealogie van Nassau (B 150), ir B.T. Wilschut, Uitgeverij Kronieken, 978-90-8860-0005-0, Amsterdam, 2009 (blz. 13) |