Genealogische website van Cees Hagenbeek
Elisabeth de Nevele
Elisabeth de Nevele.

tr.
met

Everard IV Radulf burggraaf van Doornick (van Mortagne), zn. van Balduin/Boudewijn burggaaf van Doornick en Heldiarde , ovl. tussen 8 jan 1226 en jul 1226 , tr. (1) met Elisabeth d' Enghien. Uit dit huwelijk een zoon


Balduin/Boudewijn van Doornick
Balduin/Boudewijn burggaaf van Doornick, geb. voor 1166, ovl. op 21 mei 1208.

tr.
met

Heldiarde .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Everard IV  †1226   


Heldiarde
Heldiarde .

tr.
met

Balduin/Boudewijn burggaaf van Doornick, zn. van Everhard Radulf III van Mortagne (ridder, heer van Mortagne en Feignies, burggraaf van Doornik) en Gertrud von Lüttich, geb. voor 1166, ovl. op 21 mei 1208.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Everard IV  †1226   


Gertrud von Lüttich
Gertrud von Lüttich,
, Tochter des Grafen Lambert v. Leopold (v. Montaigu?).

tr.
met

Everhard Radulf III van Mortagne, zn. van Everhard II van Mortagne burggraaf van Doornik (heer van Mortagne, burggraaf van Doornik 1116-57, vermeld 1135-59) en Richilde van Henegouwen (erfgename van de heerlijkheid Feignies), ridder, heer van Mortagne en Feignies, burggraaf van Doornik, ovl. na 7 mrt 1190,
, vermeld ca. 1157-89, tr. (1) met Mathilde van Béthune. Uit dit huwelijk een dochter.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Balduin/Boudewijn*1166  †1208  41


Everhard I Radulf van Doornick Seigneur de Mortagne
Everhard I Radulf van Doornick Seigneur de Mortagne, ovl. na 1110.

tr. (1)
met

Francka , ovl. na 1078.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Walter  †1137   

tr. (2)
met

Helwide , ovl. na 1092


Francka
Francka , ovl. na 1078.

tr.
met

Everhard I Radulf van Doornick Seigneur de Mortagne, zn. van Alard I von Peteghem und Eine, ovl. na 1110, tr. (2) met Helwide . Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Walter  †1137   


Helwide
Helwide , ovl. na 1092.

tr.
met

Everhard I Radulf van Doornick Seigneur de Mortagne, zn. van Alard I von Peteghem und Eine, ovl. na 1110, tr. (1) met Francka . Uit dit huwelijk een zoon


Alard I von Peteghem und Eine
Alard I von Peteghem und Eine, ovl. na mei 1067.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Everhard I  †1110   


NN van Keppel
NN van Keppel, ovl. voor 1326.

  • Vader:
    Dirk van Keppel, zn. van Wolter II van Keppel, geb. Verwolde in 1245, heer van Keppel en Olbergen, ridder 1272, beleend met Olbergen op 26 jul 1279, strijdt in de slag bij Woeringen op 5 jun 1288, ovl. op 7 jul 1302,
    , Derck II is de eerste heer van Keppel die in het huisarchief van Keppel voorkomt. Hij draagt het vrije goed Keppel op aan de graaf van Kleef, alhoewel zijn relatie met Reinald I van Gelre niet slecht is, want hij treedt meermalen als borg op.
    Derck II is getrouwd met Beatrijs van Meurs. Het gravengeslacht Meurs is niet onbekend in De Graafschap. De heren van Keppel bezitten goederen die grenzen aan die van Meurs, zodat dit huwelijk ook politiek ingegeven zal zijn. Het feit dat de heren van Keppel een grafelijke dochter kunnen trouwen duidt erop dat ook zij van hoge adellijke afkomst zijn. Derck II en Beatrix krijgen in ieder geval twee zonen, die zij (verrassenderwijs) Wolter (III) en Derck (III) noemen.
    In 1288 vecht Derck II aan Gelderse zijde mee in de slag bij Woeringen. Een held is hij echter niet, want als een van de eersten slaat hij op de vlucht.
    In 1290 staat hij borg voor graaf Reinald I van Gelre als deze zijn graafschap moet verpanden. In 1300 treedt hij op als borg voor de graaf van Kleef. Na zijn dood erft Wolter III de Keppelse goederen en Derck III erft Verwolde, tr. circa 1280.
 

tr.
met

Herman van Laghe, tr. (2) met Elisabeth van Diest, dr. van Jan van Diest (bisschop van Utrecht). Uit dit huwelijk geen kinderen


Herman van Laghe
Herman van Laghe.

tr. (1)
met

NN van Keppel, dr. van Dirk van Keppel (heer van Keppel en Olbergen, ridder 1272) en Beatrix gravin van Moers, ovl. voor 1326.

tr. (2)
met

Elisabeth van Diest, dr. van Jan van Diest (bisschop van Utrecht)


Elisabeth van Diest
Elisabeth van Diest.

tr.
met

Herman van Laghe, tr. (1) met NN van Keppel. Uit dit huwelijk geen kinderen


Jan van Diest
Jan van Diest, bisschop van Utrecht, ovl. op 1 jun 1340, begr. Utrecht (Domkerk),
, was bisschop van Utrecht van 1322, Jan was afkomstig uit een Brabantse adellijke familie, en was aanvankelijk proost van Kamerijk. In 1322 werd hij op voorstel van Willem III van Holland en Reinoud II van Gelre tot bisschop benoemd, zeer tegen de zin van de Utrechtse kapittels, die Jan van Bronkhorst hadden gekozen. Paus Johannes XXII verklaarde deze keuze (bevestigd door de aartsbisschop van Keulen) echter ongeldig en wijdde Jan in Avignon persoonlijk tot bisschop. Jan werd pas in 1327 tot priester gewijd.
Het bewind van Jan van Diest betekende een dieptepunt voor het bisdom Utrecht. Het werd voornamelijk gekenmerkt door financiële misstanden en nepotisme op grote schaal. Bij zijn aantreden rfde hij al een grote schuldenlast van zijn voorgangers. Door aankoop van goederen in het Oversticht verergerde hij de situatie. Hiervan profiteerde niet alleen de ridderschap, maar ook de graven van Holland en Gelre zagen hun kans schoon. Zij verleenden de bisschop kredieten waardoor deze volledig in hun macht kwam. In 1331 sloten zij een verdrag op grond waarvan het Sticht opgedeeld zou worden. Willem III dreigde zich het Nedersticht toe te eigenen, en het is slechts aan het verzet van de Stichtse onderdanen te danken dat de zelfstandigheid van het bisdom niet verloren ging. Bisschop Johan van Diest (van Utrecht) noemde Walraven van Benthem (de zoon van Walraven), vermeld 1306-1336, zijn neef. Hoe dit precies te verklaren is is nog niet bekend, echter Otto V van Tecklenburg (uit de manstam van de graven van Bentheim) was gehuwd met Cunegonde, erfdochter van Dalen en Diepenheim. Als weduwe trouwde zij met Willem van Kuyc, heer van Boxtel, die een zoon was van Willem van Kuyc en Maria van Diest. Maria van Diest was een zuster van bisschop Jan van Diest.

Hij krijgt 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth     
Willemette     


Willemette van Diest
Willemette van Diest.

tr. op 14 apr 1336
met

Jan van Woudenberg, zn. van Elias van Woudenberg (heer van Hoevelaken) en Agniese van de Berghe (vermeld 1328-1339), geb. circa 1310, ovl. in 1367


Jan van Woudenberg
Jan van Woudenberg, geb. circa 1310, ovl. in 1367.

tr. op 14 apr 1336
met

Willemette van Diest, dr. van Jan van Diest (bisschop van Utrecht)


Neelken de Cock
Neelken de Cock.

tr. Herwijnen op 22 mei 1718
met

Aart Peterse van Diest, zn. van Peter van Diest en Marieken Aertzen Noot, ged. Herwijnen op 19 aug 1688


Arnold VI van Diest
Arnold VI van Diest, geb. circa 1240 (circa 1230), ovl. na 1297 (circa 1296).

tr. circa 1275
met

Elisabeth (Isabella) van Doornick (Isabella van Mortagne), van Mortagne, dr. van Arnold de Mortagne Seigneur van Doornick en Yolande van Coucy, geb. circa 1250, ovl. in 1315.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1272     
Aleidis     
Jolande     
Jan  †1340 Utrecht (Domkerk)  
Thomas*1280  †1349  69


Marie de Mortagne van Doornick
Marie de Mortagne van Doornick.

tr. voor 1278
met

Jean (Johan) Berthout Seigneur de Grammene, zn. van Lodewijk II van Berthout en Sophie van Gaveren,
, vermeld tussen 1268 en 1303.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan I*1284 Mechelen [België] 1328 Binderen [België] 44


Elisabeth van Doornick
Elisabeth (Isabella) van Doornick (Isabella van Mortagne), van Mortagne, geb. circa 1250, ovl. in 1315.

tr. circa 1275
met

Arnold VI van Diest, zn. van Arnulf V van Diest en Mathilde van Béthune, geb. circa 1240 (circa 1230), ovl. na 1297 (circa 1296).

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1272     
Aleidis     
Jolande     
Jan  †1340 Utrecht (Domkerk)  
Thomas*1280  †1349  69


Aleidis van Diest
Aleidis van Diest.

tr.
met

Hendrick van Cuyck, zn. van Jan I van Kuyc (heer van Kuyc en Grave) en Jutta van Nassau (gravin van Nassau, vermeld 1285-1313), ovl. in 1304


Hendrick van Cuyck
Hendrick van Cuyck, ovl. in 1304.

  • Vader:
    Jan I van Kuyc1,2, zn. van Ridder Hendrik III graaf van Kuyc en Agnes Jansdr Putten van Persijn, geb. circa 1230, heer van Kuyc en Grave, ovl. op 13 jul 1308,
    , Vermeld 1260-1308, heer van Kuyc en Grave 1254-1308, heer van Merum en Neerloon, heer van Kuyc en Grave ter opvolging van zijn vader 1254; tevens heer van Merum en Neerloon; verbindt zich met hertog Jan I van Brabant (doch met voorbehoud tegenover Gelre) 31-10-1286 en strijdt, als aanvoerder van een afdeling (conroot) waarin ook de banner-eenheden van Arkel en Heusden waren opgenomen, met hertog Jan I mee bij Woeringen 5-6-1288; organisator van de ontvoering van graaf Floris V van Holland 1296; vermeld t/m 1308; zn. van Hendrik III van Kuyc, ridder, heer van Kuyc en Grave, van Merum en half Asten, en diens eerste echtgenote
    (waarschijnlijk een dochter van Jan van Putten). Het bezit van Katendrecht wordt in leen gegeven door Jan van Cuyk aan Nicolaas van Putten: 8.7.1311 Jan Heer van Kuuc oorkondt, dat hij in leen heeft gegeven aan Heer Niclais van Putten en Striene de goederen en rechten die hij heeft in het ambacht van Katendrecht. Overigens wordt hij pas op 12 april 1260 voor het eerst vermeld als zoon van Hendrick: Jan, heer van Cuijk, bevestigt de gift door zijn vader Hendrik aan de abdij Mariënweerd gedaan, van zijn aandeel in het patronaatsrecht van de kerk te Beesd, tr. circa 1260.
 
  • Moeder:
    Jutta van Nassau2,3, dr. van Hendrik II 'de Rijke' graaf van Nassau (graaf, bouwt de Dillenburg) en Machteld van Gelre, geb. circa 1240 (circa 1240, schatting), gravin van Nassau, vermeld 1285-1313, ovl. na 25 jan 1312,
    , Bij de Nassause deling van 16 december 1255  zien we als zegelende getuige graaf Emich van Leiningen. Een eerdere verwantschap tussen Leiningen en Nassau is niet bekend. Het zou dus best mogelijk zijn dat graaf Otto II van Nassau reeds voor 16 december 1255 was gehuwd met Agnes van Leiningen. Opmerkelijke afwezige in dit delingsverdrag was zus Jutta die volgens Coldeweij ca.1260 zou huwen met Jan I van Kuyc. De eerste maal dat Jan I wordt genoemd als getuige voor zijn zwager - de elect Jan van Nassau - was pas in 1274. Het is overigens best mogelijk dat Jutta in december 1255 nog onmondig was en/of haar minimale huwelijkse leeftijd nog niet zou hebben bereikt. Verder door filosoferend zou Jutta dus geboren moeten zijn na december 1243. Haar ouders, graaf Hendrik II van Nassau en Mechteld van Gelre worden voor het laatst genoemd in 1247 zodat dat gegeven haar hypothetische geboortejaar niet in de weg staat. Omdat haar ouders al voor 1221 waren gehuwd zal Jutta het nakomertje in het gezin zijn gewees.
 

tr.
met

Aleidis van Diest, dr. van Arnold VI van Diest en Elisabeth van Doornick.

Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Genealogie van Nassau (B 150), ir B.T. Wilschut, Uitgeverij Kronieken, 978-90-8860-0005-0, Amsterdam, 2009 (blz. 4)
3.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 69)