Website van Cees Hagenbeek
Herbaren van den Berghe
Herbaren van den Berghe, vermeld 1317-1319, ovl. na 1319.


Elisabeth van den Berghe
Elisabeth van den Berghe, vermeld 1317.

relatie
met

Jan Berthout, vermeld 1317


Agniese van de Berghe
Agniese van de Berghe, vermeld 1328-1339, ovl. na 1333,
, eist op 12.4.1332 de erfenis van haar vader op en die van haar broer Herbaren en bekomt een derde deel der goederen van Aertsbergen.

relatie
met

Elias van Woudenberg, geb. circa 1285, heer van Hoevelaken, ovl. voor 1339,
, vermeld 1328-1336, Elias van Woudenberg is mogelijk voor het eerst vermeld in 1314  en noemt in 1316 Mechteld zijn stiefmoeder. In 1328 geeft Elias van Woudenberg, knaap, mede uit naam van zijn echtgenote Agnes, het goed Emelaer aan heer Arnoud van IJsselstein. In 1321, nog tijdens het leven van zijn vader Jan, geeft hij, als knape, een oorkonde uit betreffende het goederencomplex Te Velde. In 1329 heeft de bisschop een schuld aan Elias.  In 1333 verkoopt Elias het goed te Hoevelaken aan Reijnald, graaf van Gelre, hetgeen hem door de bisschop niet in dank wordt afgenomen. Ten einde zijn betrekkingen met de bisschop te verbeteren doet hij nog in datzelfde jaar met zijn vrouw en zijn zoon Jan afstand van alle rechten op de goederen, die ze van de bisschop in leen houden, als Elias zich niet voor 11 november van dat jaar te Duurstede in gevangenschap heeft begeven of voordien met de bisschop heeft verzoend. In 1336 belooft hij, nog steeds als knaap, heer Gijselbrecht, heer van IJsselstein, en diens zoon Arnoud, dat hij het huis Woudenberg slechts met hun toestemming in een oorlog zal gebruiken en het op hun verzoek voor de bisschop zal openstellen. In hetzelfde jaar verklaren hij en zijn vrouw met de bisschop te zijn overeengekomen dat hun oudste zoon Jan zal trouwen met jonkvrouwe Willemette, dochter van de bisschop. Ze vermaken daartoe hun zoon Jan hun huis te Woudenberg met alles wat ertoe behoort, behoudens een lijftocht voor hen beiden en beloven deze erfenis een half jaar na het huwelijk over te zullen dragen. Verder geven ze hun zoon Jan dadelijk een lijfrente van 100 pond zwarte tornoisen uit goederen aan te wijzen door de heer van IJsselstein en diens zoon Arnoud. Ook zullen ze binnen een half jaar, in overleg met diezelfde heren, Willemette een lijfrente van 40 pond geven en een even grote erfelijke rente. In 1339 verklaart Agnes, dat haar neef Herbaren van Riede, op haar verzoek drie brieven betreffende haar lijftocht uit het goed Woudenberg en het goed Oevelaer in ontvangst heeft genomen van haar oom de heer van IJsselstein. Hieruit blijkt o.m. dat Woudenberg dan een leen is van de graaf van Kleef en dat haar oom, na opdracht door Elias haar echtgenoot, hun zoon Jan daarmee beleent, behoudens de lijftocht voor haar echtgenoot en haarzelf. Waarschijnlijk mogen we hieruit ook concluderen dat Elias in 1339 reeds overleden is.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1310 Woerden †1367 Woerden 57


Alverade van den Berghe
Alverade van den Berghe, vermeld 1321.


Jan Berthout
in
Kwartierstaat van Fred Spaans

Jan Berthout, vermeld 1317.

relatie
met

Elisabeth van den Berghe, dr. van Aernout van Liesveld van den Berghe (vermeld 1277-1300) en dochter van Aemstel, vermeld 1317


Elias van Woudenberg
in
Kwartierstaat van Fred Spaans

Elias van Woudenberg, geb. circa 1285, heer van Hoevelaken, ovl. voor 1339,
, vermeld 1328-1336, Elias van Woudenberg is mogelijk voor het eerst vermeld in 1314  en noemt in 1316 Mechteld zijn stiefmoeder. In 1328 geeft Elias van Woudenberg, knaap, mede uit naam van zijn echtgenote Agnes, het goed Emelaer aan heer Arnoud van IJsselstein. In 1321, nog tijdens het leven van zijn vader Jan, geeft hij, als knape, een oorkonde uit betreffende het goederencomplex Te Velde. In 1329 heeft de bisschop een schuld aan Elias.  In 1333 verkoopt Elias het goed te Hoevelaken aan Reijnald, graaf van Gelre, hetgeen hem door de bisschop niet in dank wordt afgenomen. Ten einde zijn betrekkingen met de bisschop te verbeteren doet hij nog in datzelfde jaar met zijn vrouw en zijn zoon Jan afstand van alle rechten op de goederen, die ze van de bisschop in leen houden, als Elias zich niet voor 11 november van dat jaar te Duurstede in gevangenschap heeft begeven of voordien met de bisschop heeft verzoend. In 1336 belooft hij, nog steeds als knaap, heer Gijselbrecht, heer van IJsselstein, en diens zoon Arnoud, dat hij het huis Woudenberg slechts met hun toestemming in een oorlog zal gebruiken en het op hun verzoek voor de bisschop zal openstellen. In hetzelfde jaar verklaren hij en zijn vrouw met de bisschop te zijn overeengekomen dat hun oudste zoon Jan zal trouwen met jonkvrouwe Willemette, dochter van de bisschop. Ze vermaken daartoe hun zoon Jan hun huis te Woudenberg met alles wat ertoe behoort, behoudens een lijftocht voor hen beiden en beloven deze erfenis een half jaar na het huwelijk over te zullen dragen. Verder geven ze hun zoon Jan dadelijk een lijfrente van 100 pond zwarte tornoisen uit goederen aan te wijzen door de heer van IJsselstein en diens zoon Arnoud. Ook zullen ze binnen een half jaar, in overleg met diezelfde heren, Willemette een lijfrente van 40 pond geven en een even grote erfelijke rente. In 1339 verklaart Agnes, dat haar neef Herbaren van Riede, op haar verzoek drie brieven betreffende haar lijftocht uit het goed Woudenberg en het goed Oevelaer in ontvangst heeft genomen van haar oom de heer van IJsselstein. Hieruit blijkt o.m. dat Woudenberg dan een leen is van de graaf van Kleef en dat haar oom, na opdracht door Elias haar echtgenoot, hun zoon Jan daarmee beleent, behoudens de lijftocht voor haar echtgenoot en haarzelf. Waarschijnlijk mogen we hieruit ook concluderen dat Elias in 1339 reeds overleden is.

relatie
met

Agniese van de Berghe, dr. van Aernout van Liesveld van den Berghe (vermeld 1277-1300) en dochter van Aemstel, vermeld 1328-1339, ovl. na 1333,
, eist op 12.4.1332 de erfenis van haar vader op en die van haar broer Herbaren en bekomt een derde deel der goederen van Aertsbergen.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1310 Woerden †1367 Woerden 57


Wouter uten Goye
 
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Ridder Wouter uten Goye1,1,2,3,4:br> (Wouter I van Langerak), geb. circa 1225, ged. in 1260, vermeld 1268-1277, ovl. tussen 19 nov 1281 en 19 nov 1282 ,
, Heer van Goije, Hagestein en Langerak en Half-Nieuwpoort, famulus 1268, knaap 1277, vermoedelijk ridder vermeld 1259
Hij komt voor als: Walterus de Goye famulus Dominus Gyselberti ex Goye, 1268; Walterus de Goye famulus zoon van Dominus. Giselbertus frater et Commendator quondam domus beate Marie Teutonicorum Traiectensis, 1271; Wauter van Goye, 1272; Wouter Heer tot Langeraeck, 1273 (1253?); Walterus Dns. de Goie et de Hagensteine necnon de Langher(ak)e, 1274; Heer Wouter van Langheraeck (ridder), posthuum vermeld in 1283.
Hij wordt beschouwd als de eerste heer van Langherake uit zijn geslacht. Hij was de oudste zoon van Dns. Ghiselbertus dns. de Goye miles, de latere Landcommandeur der D.O. en van diens eerste vrouw, jonkvrouw Wittenhorst. Walterus was getrouwd met een dochter uit het huis van Arkel en wij zagen reeds, dat zij waarschijn lijk een dochter was van Dns. Harbernus de Monte, heer van Liesvelt en Nyport, ridder, die in 1254 genoemd wordt als broeder van heer Jan heer van Arkel en evenals deze zegelde met het volle wapen Arkel, zijnde (in zilver) twee beurtelings gekanteelde (rode) dwarsbalken met als randschrift: + S? HARBERNI DE ARKEL MILITIS.
Waterus was de eerste heer van Langherake uit het geslacht der heren van Goye, welke heerlijkheid hem evenals half-Nypoort waarschijnlijk door zijn vrouw mede ten huwelijk werd gebracht. Zien wij af van de oorkonde met twijfelachtige dateering 1253, dan wordt hij in de stukken slechts vermeld van 1268-1277. Hij moet overleden zijn nà 20 oktober 1281, de datum, waarop zijn zoon Gisbrecht nog voorkomt als heer van Langeraeck en zijn vader dus nog niet was opgevolgd in Goye en Hagestein en vóór 29 april 1283, de datum, waarop heer Wouter van Langheraeck ridder overleden vermeld wordt. Aangezien het Kalendarium van St. Servaes te Utrecht (ARA Inv. HS, no. 358III, fol 122v.) vermeldt: "XIII Kal. (Decembr.) Obiit . . . .Wouter de Goye pater B(erte) Abbatisse", is hij overleden op 19 november 1281 of 1282. Weliswaar staat in het Kalendarium 'pater', maar dit is met zekerheid een schrijffout voor 'frater', want de Abdis van St. Servaes, Berta de Goye, was een dochter van Dns. Giselbertus de Goye en dus een zuster van Wouter en het Kalendarium is ons slechts bekend in afschrift van Buchelius, die zich daarbij vergist zal hebben.
Op 28 juli 1268 is Walterus ex Goye famulus in een geschil gewikkeld met de ridder Hubertus de Everdinghen en de knaap Arnoldus Snoye over de dagelijkse en tinsgerechten in hun aangrenzende landen, die daar schijnen dooreen te lopen. Het geschil wordt beslecht door scheidsrechters aan wier hoofd zijn vader, frater Ghiselbertus quondam Dominus (de) Goye staat. Welke gerechten dit betrof, wordt ons duidelijk uit de oorkonde van 31 augustus 1269 (Ant. Matthaeus. Fund. et Fata ecdes. (ed. 1703), pag. 600; zie ook vertaald ridimus van 15 mei 1525: RAU. Inv. HS. no. 1298), waarbij Walterus ex Goye, filius Dni. Ghyselberti ex Goye met heer Zweder van Buesinchem een overeenkomst aangaat over de schouw der Hagewetering van de Helsloet af tot de wetering van Gasperde. Die Hagewetering is een water tussen de polders Grote en Kleine Hagen, oostelijk van het huidige Vianen. Voorts maken zij bepalingen over de rechtspraak in beider aangrenzende gerechten, nl. de heerlijkheid van heer Zweder om de Helsloet gelegen en de heerlijkheid van Wouter, omvattend Gasperde, Everdingen en Golberdingen (behorend tot de heerschappij van Haghensteyn).
Walterus ex Goye, zoon van heer Giselbertus de Goye, draagt in 1269 (RAU. Inv. HS. no. 378. Deel 4, fol 433, sub no. 20) zijn kasteel te Hagensteyne, evenals zijn vader had gedaan, op aan de graaf van Gelre om er weer mee beleend te worden. Hieruit blijkt, dat zijn vader vóór zijn intrede in het Duitse Huis afstand van zijn goederen had gedaan; men weet immers, dat deze bij zijn intrede de gelofte van armoede moest afleggen en dat het afscheid nemen van de wereld zelfs zo ver ging, dat de vrouw van de ridder nadien al weduwe genoemd werd. Walterus de Goye famulus staat op 19 juli 1271 aan het Duitse Huis het land af door wijlen zijn vader heer Giselbertus, eertijds broeder en Commendator van genoemd Huis, daaraan beloofd: de landerijen in den Eng, Vrijtgraes en het Hilichlant, te zamen 16 morgen groot, liggende in de heerlijkheid van Goye, aan de zuid-oostelijke kant van het Slot. Van deze gift, die een totale waarde heeft van 88 ponden, zal hij een gedeelte mogen terugkopen tegen een evenredig bedrag. Dit schijnt gebeurd te zijn, althans het land Vrijtgras, in zijn geheel 14 morgen groot, was in 1295 nog in bezit van zijn broeder Giselbertus de Goye. Wouter?s zegel aan deze oorkonde vertoont een schild met het vair en de dwarsbalken van Goye en heeft tot randschrift: S? WAL. . . 1, FAMULI . DE. GOYE. (Ned. Leeuw LXVI, 1949, k. 391).
Hacepernus van der Lede, heer van Haestrecht, verkoopt in de Octave van Pasen 1272 (25-30 april; RAU. Arch. Zevender. Inv. no. 57) een watergang aan Walter van Goye en de ridder Fredericus van der Sevender, samen bezitters van de vijf hoeven. Het water zou afgevoerd worden via de Vornesloet (bij de Voornebrug) naar de Vlist en verder naar den IJssel. Walterus Dns. de Goie et de Hagensteine necnon de Langherake sluit op 27 mei 1274 met de buren en geërfden in Langherake en met heer Frederik gezegd van Sevendere een overeenkomst over het opnieuw bedijken, de uitwatering en de schouw hunner landen. Deze oorkonde werd reeds besproken; daaraan hangt het fraai bewaarde zegel van Walterus aan rood zijden koordjes. Het vertoont het meergemelde wapen van Goye, met randschrift: + S? WALTERI. FAMULI. DE. GOYE.
Wolterus de Goye famulus was op 23 juni 1277 getuige voor de Utrechtse elect Jan (van Nassau, 1268- 1288) bij de verpanding van het Slot ter Horst aan Jan heer van Cuyck. Watferus de Goye famulus verkoopt op 9 september 1277 aan de ridder Arnoldus de Amestelle, behoudens de goedkeuring van zijn leenheer, heer Johannes de Kuc, zijn gerecht, de cijns, het veerschip en de visserij van Eyteren, onder voorwaarde, dat heer Arnoldus de schuld van Walterus aan Gerardus de Vlete, gehuwd met de zuster van Walterus, vereffenen zal; zo nodig zal Giselbetus de Goye, broeder van Waterus, in deze arbiter zijn. De oorkonde zegt, dat het gerecht zich aan beide zijden van de IJssel uitstrekte. Nog steeds bezat dus het geslacht van Goye dat gerecht in de oude gouw Isla et Lake, waarover zijn voorouders met bisschop en keizer in strijd geweest waren, al was het nu dan ook als Cuyks leen (zie ook hiervoor onder jonkvrouw N. de Goye). De uitgifte van deze oorkonde is niet alleen de laatst bekende daad van Walterus geweest, het is ook tevens de laatste keer, dat hij wordt vermeld.
In de geauthentiseerde notariële kopie uit 1603 van een der handvesten van Nieuwpoort, van 29 april 1283 (Telting: Oude rechten van Nieuwpoort. Versl. en Med Ter. t. Uitg. bronnen v/h Oud Vaderl. Recht, 4e deel (1903), pag. 17 sqq; zie aldaar ook de bijlagen en noten, oa. deze oorkonde), wordt Wouter genoemd: heer Wouter van Langheraeck ridder. Aangezien hij in de bovengenoemde oorkonde van 9 september 1277 nog voorkomt als 'famulus', zou hij op het einde van zijn leven, uit welk tijdperk wij gegevens omtrent hem missen, nog ridder geworden zijn.

  • Vader:
    Wouter graaf uten Goye2,5:br>, zn. van Willem de schele (Luscus Strabo graaf van Goye (vermeld 1156-1159, 1165, 1178), geb. circa 11706:br>, comes de Goye, ovl. tussen 1232 en 1242 (circa 1240),
    , vermeld 1190/1191,1208, 1225-1228
    Hij wordt voor het eerst vermeld als naamloze broer van Willem, graaf van Goye, in 1190/’91, toen zij getuigen waren voor de graaf van Gelre waarbij de stad Zutphen vrijheid werd verleend. In 1208 schonk bisschop Dirk aan het kapittel van Sint Marie de tienden van nieuw ontgonnen landerijen langs de Lek en de IJssel, waarin gesproken wordt over ‘proprietatis comitis de Goie’. De in de oorkonde aan Sint Marie geschonken novale tienden lagen vrijwel geheel in
    het gebied van de graaf van Goye, waarover hijzelf en door zijn nazaten later herhaaldelijk is getwist. In 1225 werd hij als eerste lekengetuige ‘Woltero comite de Goye’ genoemd. Op 29 maart 1226 gaf Otto, bisschop van Utrecht, aan Gijsbert van Amstel de gerechten met toebehoren van Muiden, Weesp en Diemen in erfpacht met als tweede onder de getuigen ‘Walterus comes de Goi’. Vervolgens deed in 1227 bisschop Otto uitspraak in een geschil
    tussen de graaf van Goye en het kapittel van Sint Marie over de tienden, die in zijn gebied zijn gelegen. Ten slotte was ‘Woltero comite de Goy, nobilis’ getuige voor bisschop Wilbrand toen deze in 1228 het patronaatsrecht van de kerk van Doesburg aan het klooster Bethlehem gaf.
    In 1228 staat Wouter I als laatste van zijn familie te boek als nobilis en graaf van Goye, terwijl zijn zoon Gijsbert I uten Goye in 1245 tot de ministerialen wordt gerekend en als heer van Goye voorkomt.141 Hierbij komen vragen op, zoals om welk gebied gaat het en wat hield de functie in dit specifieke geval van graaf in. En wat de aanleiding is geweest dat tussen 1228 en 1245 tot verandering van het standsverschil (van nobilis tot ministeriaal) heeft geleid, tr.
 

tr.
met

Jkv. NN van Arkel van Everdingen1,2,4:br>, dr. van Herbernus de Monte (ridder) en NN NN,
, Ridder Daniël van der Merwede is een oom van Alverade, een broeder van haar moeder en bijaldien zou Wouter van Langherake getrouwd zijn geweest met een jonkvrouw van der Merwede.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wouter II*1255  †1298 Utrecht 43
(Margaretha)     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.De Nederlandsche Leeuw (DNL), vanaf 1883
3.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 22)
4.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 56)
5.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 20)
6.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 238)
7.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 18)

Gijsbert II uten Goye
 
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld

Gijsbert II uten Goye1 (Giselbertus uten Goye famulus, Wtten Ghoye), geb. circa 1253, vermeld 1277-1299, heer van Hagestein, ovl. op 18 mrt 1299 onthoofd,
, op 15 juni 1295 kocht Helyas Didericssone van de Velde in aanwezigheid van heer Gijsbert uten Goye, ridder, op het huis Ten Goye, van zijn oom Gelys van de Velde 1/2 morgen land boven Oesterlake in het gerecht van Goye om het meteen weer door te verkopen. Zo zien we de persoon Elyaes/Helyaes van Werconden, schildknaap terug onder de benamingen Van de Velde en Van Werconden
Gijsbert II uten Goye treedt na het overlijden van Wouter II uten Goye sterk op de voorgrond, waarbij de gedachte heeft postgevat dat hij de facto de heerlijkheid Goye bestuurde.
Vrijwel meteen na het overlijden van zijn oudere broer Wouter raakte hij in conflict met het kapittel van Sint Marie te Utrecht over de tienden van Houten, waarvan zijn vader al in 1252 afstand had gedaan. De bisschop erkende op 1 juli 1278 ‘het goed recht’ van het kapittel tegenover Gijsbert uten Goye.

  • Vader:
    Wouter II uten Goye2, ovl. op 18 nov 1277,
    , knaap 1268, vermeld 1268-1277, memorie 18 november, tr.
 

tr. (1) voor 1275
met

Margaretha van Teylinghen tot Hagestein4, dr. van Dirck Willems van Teylinghen (heer van Over-Sliedrecht 1327) en Geertrudis van Heukelom, vrouwe van Hagesteyn, tr. (2) met Gerrit I heer van der Wateringe4. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bertha*1280 Utrecht †1320 Utrecht 40
Ghijsbrecht*1277  †1334  57
Margaretha*1290  †1340  50
Johan     

tr. (2)
met

NN van Rijningen1, dr. van Philips van Rijningen.

Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 33)
2.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 26)
3.Oorkondenboek van Holland en Zeeland van 1222 tot 1256, deel 2 (B 045), Oorkondenboek van Holland en Zeeland II, Dr. J.G. Kruisheer, van Gorcum, Assen, 1986 (blz. 657)
4.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 39)


Wouter II van Langerak
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Wouter II [[KdG: 9126]] van Langerak1,1,2,4, geb. tussen 1255 en 12603, knape, vermeld 1283-1298, ovl. Utrecht tussen 1298 en 1311,
, vermeld 1285-1298.

  • Vader:
    Ridder Wouter uten Goye1,1,2,5,6:br> (Wouter I van Langerak), zn. van Wouter graaf uten Goye (comes de Goye) en Rixa van Amstel, geb. circa 1225, ged. in 1260, vermeld 1268-1277, ovl. tussen 19 nov 1281 en 19 nov 1282 ,
    , Heer van Goije, Hagestein en Langerak en Half-Nieuwpoort, famulus 1268, knaap 1277, vermoedelijk ridder vermeld 1259
    Hij komt voor als: Walterus de Goye famulus Dominus Gyselberti ex Goye, 1268; Walterus de Goye famulus zoon van Dominus. Giselbertus frater et Commendator quondam domus beate Marie Teutonicorum Traiectensis, 1271; Wauter van Goye, 1272; Wouter Heer tot Langeraeck, 1273 (1253?); Walterus Dns. de Goie et de Hagensteine necnon de Langher(ak)e, 1274; Heer Wouter van Langheraeck (ridder), posthuum vermeld in 1283.
    Hij wordt beschouwd als de eerste heer van Langherake uit zijn geslacht. Hij was de oudste zoon van Dns. Ghiselbertus dns. de Goye miles, de latere Landcommandeur der D.O. en van diens eerste vrouw, jonkvrouw Wittenhorst. Walterus was getrouwd met een dochter uit het huis van Arkel en wij zagen reeds, dat zij waarschijn lijk een dochter was van Dns. Harbernus de Monte, heer van Liesvelt en Nyport, ridder, die in 1254 genoemd wordt als broeder van heer Jan heer van Arkel en evenals deze zegelde met het volle wapen Arkel, zijnde (in zilver) twee beurtelings gekanteelde (rode) dwarsbalken met als randschrift: + S? HARBERNI DE ARKEL MILITIS.
    Waterus was de eerste heer van Langherake uit het geslacht der heren van Goye, welke heerlijkheid hem evenals half-Nypoort waarschijnlijk door zijn vrouw mede ten huwelijk werd gebracht. Zien wij af van de oorkonde met twijfelachtige dateering 1253, dan wordt hij in de stukken slechts vermeld van 1268-1277. Hij moet overleden zijn nà 20 oktober 1281, de datum, waarop zijn zoon Gisbrecht nog voorkomt als heer van Langeraeck en zijn vader dus nog niet was opgevolgd in Goye en Hagestein en vóór 29 april 1283, de datum, waarop heer Wouter van Langheraeck ridder overleden vermeld wordt. Aangezien het Kalendarium van St. Servaes te Utrecht (ARA Inv. HS, no. 358III, fol 122v.) vermeldt: "XIII Kal. (Decembr.) Obiit . . . .Wouter de Goye pater B(erte) Abbatisse", is hij overleden op 19 november 1281 of 1282. Weliswaar staat in het Kalendarium 'pater', maar dit is met zekerheid een schrijffout voor 'frater', want de Abdis van St. Servaes, Berta de Goye, was een dochter van Dns. Giselbertus de Goye en dus een zuster van Wouter en het Kalendarium is ons slechts bekend in afschrift van Buchelius, die zich daarbij vergist zal hebben.
    Op 28 juli 1268 is Walterus ex Goye famulus in een geschil gewikkeld met de ridder Hubertus de Everdinghen en de knaap Arnoldus Snoye over de dagelijkse en tinsgerechten in hun aangrenzende landen, die daar schijnen dooreen te lopen. Het geschil wordt beslecht door scheidsrechters aan wier hoofd zijn vader, frater Ghiselbertus quondam Dominus (de) Goye staat. Welke gerechten dit betrof, wordt ons duidelijk uit de oorkonde van 31 augustus 1269 (Ant. Matthaeus. Fund. et Fata ecdes. (ed. 1703), pag. 600; zie ook vertaald ridimus van 15 mei 1525: RAU. Inv. HS. no. 1298), waarbij Walterus ex Goye, filius Dni. Ghyselberti ex Goye met heer Zweder van Buesinchem een overeenkomst aangaat over de schouw der Hagewetering van de Helsloet af tot de wetering van Gasperde. Die Hagewetering is een water tussen de polders Grote en Kleine Hagen, oostelijk van het huidige Vianen. Voorts maken zij bepalingen over de rechtspraak in beider aangrenzende gerechten, nl. de heerlijkheid van heer Zweder om de Helsloet gelegen en de heerlijkheid van Wouter, omvattend Gasperde, Everdingen en Golberdingen (behorend tot de heerschappij van Haghensteyn).
    Walterus ex Goye, zoon van heer Giselbertus de Goye, draagt in 1269 (RAU. Inv. HS. no. 378. Deel 4, fol 433, sub no. 20) zijn kasteel te Hagensteyne, evenals zijn vader had gedaan, op aan de graaf van Gelre om er weer mee beleend te worden. Hieruit blijkt, dat zijn vader vóór zijn intrede in het Duitse Huis afstand van zijn goederen had gedaan; men weet immers, dat deze bij zijn intrede de gelofte van armoede moest afleggen en dat het afscheid nemen van de wereld zelfs zo ver ging, dat de vrouw van de ridder nadien al weduwe genoemd werd. Walterus de Goye famulus staat op 19 juli 1271 aan het Duitse Huis het land af door wijlen zijn vader heer Giselbertus, eertijds broeder en Commendator van genoemd Huis, daaraan beloofd: de landerijen in den Eng, Vrijtgraes en het Hilichlant, te zamen 16 morgen groot, liggende in de heerlijkheid van Goye, aan de zuid-oostelijke kant van het Slot. Van deze gift, die een totale waarde heeft van 88 ponden, zal hij een gedeelte mogen terugkopen tegen een evenredig bedrag. Dit schijnt gebeurd te zijn, althans het land Vrijtgras, in zijn geheel 14 morgen groot, was in 1295 nog in bezit van zijn broeder Giselbertus de Goye. Wouter?s zegel aan deze oorkonde vertoont een schild met het vair en de dwarsbalken van Goye en heeft tot randschrift: S? WAL. . . 1, FAMULI . DE. GOYE. (Ned. Leeuw LXVI, 1949, k. 391).
    Hacepernus van der Lede, heer van Haestrecht, verkoopt in de Octave van Pasen 1272 (25-30 april; RAU. Arch. Zevender. Inv. no. 57) een watergang aan Walter van Goye en de ridder Fredericus van der Sevender, samen bezitters van de vijf hoeven. Het water zou afgevoerd worden via de Vornesloet (bij de Voornebrug) naar de Vlist en verder naar den IJssel. Walterus Dns. de Goie et de Hagensteine necnon de Langherake sluit op 27 mei 1274 met de buren en geërfden in Langherake en met heer Frederik gezegd van Sevendere een overeenkomst over het opnieuw bedijken, de uitwatering en de schouw hunner landen. Deze oorkonde werd reeds besproken; daaraan hangt het fraai bewaarde zegel van Walterus aan rood zijden koordjes. Het vertoont het meergemelde wapen van Goye, met randschrift: + S? WALTERI. FAMULI. DE. GOYE.
    Wolterus de Goye famulus was op 23 juni 1277 getuige voor de Utrechtse elect Jan (van Nassau, 1268- 1288) bij de verpanding van het Slot ter Horst aan Jan heer van Cuyck. Watferus de Goye famulus verkoopt op 9 september 1277 aan de ridder Arnoldus de Amestelle, behoudens de goedkeuring van zijn leenheer, heer Johannes de Kuc, zijn gerecht, de cijns, het veerschip en de visserij van Eyteren, onder voorwaarde, dat heer Arnoldus de schuld van Walterus aan Gerardus de Vlete, gehuwd met de zuster van Walterus, vereffenen zal; zo nodig zal Giselbetus de Goye, broeder van Waterus, in deze arbiter zijn. De oorkonde zegt, dat het gerecht zich aan beide zijden van de IJssel uitstrekte. Nog steeds bezat dus het geslacht van Goye dat gerecht in de oude gouw Isla et Lake, waarover zijn voorouders met bisschop en keizer in strijd geweest waren, al was het nu dan ook als Cuyks leen (zie ook hiervoor onder jonkvrouw N. de Goye). De uitgifte van deze oorkonde is niet alleen de laatst bekende daad van Walterus geweest, het is ook tevens de laatste keer, dat hij wordt vermeld.
    In de geauthentiseerde notariële kopie uit 1603 van een der handvesten van Nieuwpoort, van 29 april 1283 (Telting: Oude rechten van Nieuwpoort. Versl. en Med Ter. t. Uitg. bronnen v/h Oud Vaderl. Recht, 4e deel (1903), pag. 17 sqq; zie aldaar ook de bijlagen en noten, oa. deze oorkonde), wordt Wouter genoemd: heer Wouter van Langheraeck ridder. Aangezien hij in de bovengenoemde oorkonde van 9 september 1277 nog voorkomt als 'famulus', zou hij op het einde van zijn leven, uit welk tijdperk wij gegevens omtrent hem missen, nog ridder geworden zijn, tr.
 

tr. (1)
met

NN van der Merwede1:br>.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alverade     
Dochter     
Gijsbert*1283  †1329  45

tr. (2)
met

NN van Teijlingen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert*1295  †1329  33



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.De Nederlandsche Leeuw (DNL), vanaf 1883
3.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 57)
4.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 58)
5.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 22)
6.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 56)


Agniese van Langerak
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Agniese van Langerak1,2 (Agnes uten Goye), geb. circa 1255, vermeld 1306-1317/1318, ovl. tussen 16 jan 1317 en 16 jan 1318 .

  • Vader:
    Wouter II uten Goye3, ovl. op 18 nov 1277,
    , knaap 1268, vermeld 1268-1277, memorie 18 november, tr.
 

tr.
met

Hubrecht (Hubert) ridder van Vianen1 (van Bloemensteyn), zn. van Zweder I van Bosinchem en Vianen en Margaretha Jacobsdr van Vlotstale, geb. in 1255, ovl. op 25 mei 1318, begr. in 1319,
, Knape 1 april 1288, ridder 19 oktober 1289 (toen hij van graaf Floris V voor 236 pond en 15 stuivers het gerecht in Vreeswijk pandde). Beloofde op 25 oktober 1294 hulp aan graaf Floris V, herhaalde deze belofte tegenover graaf Jan I op 24 juni 1298.
Beloofde aan graaf Reinoud van Gelre 6 dec. 1294 niet zonder permissie op de Veluwe te jagen, evenalls zijn oom Alard van Bosinchem, zijn neef Dirk Splinter van Bosinchem en zijn zoon Zweder beloofle hij graaf Floris V op 25 okt. 1294 hulp, zij herhaalden deze belofte tegenover graaf Jan I op 24 juni 1298, pachtte op 18 juli 1306 van het convent van Oostbroek de hofstede Vuthoff en het goed van Hulsdingen ten westen van Vianen, 19 okt. 1307 borg voor [de heer van Culemborg, leende op 13 nov. 1313 graaf Reinoud I van Gelre 1000 pond, zegelde nog op 6 mei 1318.
Anno 1317 Gerardus de Sconouwen 18665  famulus samen met Hubertus de Vianen miles, Johannes de Bosinchem en Otto de Buren, famuli borg voor Gerardus de Weerdenberch famulus filius quondam dni Rodolphi de Koc militis als deze de tiende van Hyre, Nedereynen en Poynen van het kapittel van St Jan Utrecht in pacht ontvangt.

 

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Zweder II*1275  †1333  58
Hendrik I*1285  †1352  67
Catharina     



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 29)
2.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 51)
3.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 26)
4.Oorkondenboek van Holland en Zeeland van 1222 tot 1256, deel 2 (B 045), Oorkondenboek van Holland en Zeeland II, Dr. J.G. Kruisheer, van Gorcum, Assen, 1986 (blz. 657)


(Margaretha) van Langerak
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

(Margaretha) van Langerak1.

  • Vader:
    Ridder Wouter uten Goye2,2,3,4,5:br> (Wouter I van Langerak), zn. van Wouter graaf uten Goye (comes de Goye) en Rixa van Amstel, geb. circa 1225, ged. in 1260, vermeld 1268-1277, ovl. tussen 19 nov 1281 en 19 nov 1282 ,
    , Heer van Goije, Hagestein en Langerak en Half-Nieuwpoort, famulus 1268, knaap 1277, vermoedelijk ridder vermeld 1259
    Hij komt voor als: Walterus de Goye famulus Dominus Gyselberti ex Goye, 1268; Walterus de Goye famulus zoon van Dominus. Giselbertus frater et Commendator quondam domus beate Marie Teutonicorum Traiectensis, 1271; Wauter van Goye, 1272; Wouter Heer tot Langeraeck, 1273 (1253?); Walterus Dns. de Goie et de Hagensteine necnon de Langher(ak)e, 1274; Heer Wouter van Langheraeck (ridder), posthuum vermeld in 1283.
    Hij wordt beschouwd als de eerste heer van Langherake uit zijn geslacht. Hij was de oudste zoon van Dns. Ghiselbertus dns. de Goye miles, de latere Landcommandeur der D.O. en van diens eerste vrouw, jonkvrouw Wittenhorst. Walterus was getrouwd met een dochter uit het huis van Arkel en wij zagen reeds, dat zij waarschijn lijk een dochter was van Dns. Harbernus de Monte, heer van Liesvelt en Nyport, ridder, die in 1254 genoemd wordt als broeder van heer Jan heer van Arkel en evenals deze zegelde met het volle wapen Arkel, zijnde (in zilver) twee beurtelings gekanteelde (rode) dwarsbalken met als randschrift: + S? HARBERNI DE ARKEL MILITIS.
    Waterus was de eerste heer van Langherake uit het geslacht der heren van Goye, welke heerlijkheid hem evenals half-Nypoort waarschijnlijk door zijn vrouw mede ten huwelijk werd gebracht. Zien wij af van de oorkonde met twijfelachtige dateering 1253, dan wordt hij in de stukken slechts vermeld van 1268-1277. Hij moet overleden zijn nà 20 oktober 1281, de datum, waarop zijn zoon Gisbrecht nog voorkomt als heer van Langeraeck en zijn vader dus nog niet was opgevolgd in Goye en Hagestein en vóór 29 april 1283, de datum, waarop heer Wouter van Langheraeck ridder overleden vermeld wordt. Aangezien het Kalendarium van St. Servaes te Utrecht (ARA Inv. HS, no. 358III, fol 122v.) vermeldt: "XIII Kal. (Decembr.) Obiit . . . .Wouter de Goye pater B(erte) Abbatisse", is hij overleden op 19 november 1281 of 1282. Weliswaar staat in het Kalendarium 'pater', maar dit is met zekerheid een schrijffout voor 'frater', want de Abdis van St. Servaes, Berta de Goye, was een dochter van Dns. Giselbertus de Goye en dus een zuster van Wouter en het Kalendarium is ons slechts bekend in afschrift van Buchelius, die zich daarbij vergist zal hebben.
    Op 28 juli 1268 is Walterus ex Goye famulus in een geschil gewikkeld met de ridder Hubertus de Everdinghen en de knaap Arnoldus Snoye over de dagelijkse en tinsgerechten in hun aangrenzende landen, die daar schijnen dooreen te lopen. Het geschil wordt beslecht door scheidsrechters aan wier hoofd zijn vader, frater Ghiselbertus quondam Dominus (de) Goye staat. Welke gerechten dit betrof, wordt ons duidelijk uit de oorkonde van 31 augustus 1269 (Ant. Matthaeus. Fund. et Fata ecdes. (ed. 1703), pag. 600; zie ook vertaald ridimus van 15 mei 1525: RAU. Inv. HS. no. 1298), waarbij Walterus ex Goye, filius Dni. Ghyselberti ex Goye met heer Zweder van Buesinchem een overeenkomst aangaat over de schouw der Hagewetering van de Helsloet af tot de wetering van Gasperde. Die Hagewetering is een water tussen de polders Grote en Kleine Hagen, oostelijk van het huidige Vianen. Voorts maken zij bepalingen over de rechtspraak in beider aangrenzende gerechten, nl. de heerlijkheid van heer Zweder om de Helsloet gelegen en de heerlijkheid van Wouter, omvattend Gasperde, Everdingen en Golberdingen (behorend tot de heerschappij van Haghensteyn).
    Walterus ex Goye, zoon van heer Giselbertus de Goye, draagt in 1269 (RAU. Inv. HS. no. 378. Deel 4, fol 433, sub no. 20) zijn kasteel te Hagensteyne, evenals zijn vader had gedaan, op aan de graaf van Gelre om er weer mee beleend te worden. Hieruit blijkt, dat zijn vader vóór zijn intrede in het Duitse Huis afstand van zijn goederen had gedaan; men weet immers, dat deze bij zijn intrede de gelofte van armoede moest afleggen en dat het afscheid nemen van de wereld zelfs zo ver ging, dat de vrouw van de ridder nadien al weduwe genoemd werd. Walterus de Goye famulus staat op 19 juli 1271 aan het Duitse Huis het land af door wijlen zijn vader heer Giselbertus, eertijds broeder en Commendator van genoemd Huis, daaraan beloofd: de landerijen in den Eng, Vrijtgraes en het Hilichlant, te zamen 16 morgen groot, liggende in de heerlijkheid van Goye, aan de zuid-oostelijke kant van het Slot. Van deze gift, die een totale waarde heeft van 88 ponden, zal hij een gedeelte mogen terugkopen tegen een evenredig bedrag. Dit schijnt gebeurd te zijn, althans het land Vrijtgras, in zijn geheel 14 morgen groot, was in 1295 nog in bezit van zijn broeder Giselbertus de Goye. Wouter?s zegel aan deze oorkonde vertoont een schild met het vair en de dwarsbalken van Goye en heeft tot randschrift: S? WAL. . . 1, FAMULI . DE. GOYE. (Ned. Leeuw LXVI, 1949, k. 391).
    Hacepernus van der Lede, heer van Haestrecht, verkoopt in de Octave van Pasen 1272 (25-30 april; RAU. Arch. Zevender. Inv. no. 57) een watergang aan Walter van Goye en de ridder Fredericus van der Sevender, samen bezitters van de vijf hoeven. Het water zou afgevoerd worden via de Vornesloet (bij de Voornebrug) naar de Vlist en verder naar den IJssel. Walterus Dns. de Goie et de Hagensteine necnon de Langherake sluit op 27 mei 1274 met de buren en geërfden in Langherake en met heer Frederik gezegd van Sevendere een overeenkomst over het opnieuw bedijken, de uitwatering en de schouw hunner landen. Deze oorkonde werd reeds besproken; daaraan hangt het fraai bewaarde zegel van Walterus aan rood zijden koordjes. Het vertoont het meergemelde wapen van Goye, met randschrift: + S? WALTERI. FAMULI. DE. GOYE.
    Wolterus de Goye famulus was op 23 juni 1277 getuige voor de Utrechtse elect Jan (van Nassau, 1268- 1288) bij de verpanding van het Slot ter Horst aan Jan heer van Cuyck. Watferus de Goye famulus verkoopt op 9 september 1277 aan de ridder Arnoldus de Amestelle, behoudens de goedkeuring van zijn leenheer, heer Johannes de Kuc, zijn gerecht, de cijns, het veerschip en de visserij van Eyteren, onder voorwaarde, dat heer Arnoldus de schuld van Walterus aan Gerardus de Vlete, gehuwd met de zuster van Walterus, vereffenen zal; zo nodig zal Giselbetus de Goye, broeder van Waterus, in deze arbiter zijn. De oorkonde zegt, dat het gerecht zich aan beide zijden van de IJssel uitstrekte. Nog steeds bezat dus het geslacht van Goye dat gerecht in de oude gouw Isla et Lake, waarover zijn voorouders met bisschop en keizer in strijd geweest waren, al was het nu dan ook als Cuyks leen (zie ook hiervoor onder jonkvrouw N. de Goye). De uitgifte van deze oorkonde is niet alleen de laatst bekende daad van Walterus geweest, het is ook tevens de laatste keer, dat hij wordt vermeld.
    In de geauthentiseerde notariële kopie uit 1603 van een der handvesten van Nieuwpoort, van 29 april 1283 (Telting: Oude rechten van Nieuwpoort. Versl. en Med Ter. t. Uitg. bronnen v/h Oud Vaderl. Recht, 4e deel (1903), pag. 17 sqq; zie aldaar ook de bijlagen en noten, oa. deze oorkonde), wordt Wouter genoemd: heer Wouter van Langheraeck ridder. Aangezien hij in de bovengenoemde oorkonde van 9 september 1277 nog voorkomt als 'famulus', zou hij op het einde van zijn leven, uit welk tijdperk wij gegevens omtrent hem missen, nog ridder geworden zijn, tr.
 

relatie
met

Dirk heer Symonsz van Theylingen1:br> (Teylingen, Teijlingen, Teilingen).

Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 58)
2.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
3.De Nederlandsche Leeuw (DNL), vanaf 1883
4.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 22)
5.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 56)


NN van der Merwede
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

NN van der Merwede1.

tr.
met

Wouter II [[KdG: 9126]] van Langerak1,1,2,4, zn. van Ridder Wouter uten Goye (vermeld 1268-1277) en Jkv. NN van Arkel van Everdingen, geb. tussen 1255 en 12603, knape, vermeld 1283-1298, ovl. Utrecht tussen 1298 en 1311,
, vermeld 1285-1298, tr. (2) met NN van Teijlingen. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alverade     
Dochter     
Gijsbert*1283  †1329  45



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.De Nederlandsche Leeuw (DNL), vanaf 1883
3.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 57)
4.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 58)


Alverade van Langerak
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Alverade van Langerak1,2, vermeld 1314-1342.

otr. op 29 nov 1314 (getuigen: Daniel van der Merwede, ridder, en Gijsbert,
burggraaf van Utrecht), tr, Op 29 november 1314 maakt Gerard van Damassche huwelijkse voorwaarden met
Alverade ‘sinen wive die Woutersdochter was van Langherake.’ De getuigen en
maaksmannen van haar kant zijn Daniel van der Merwede, ridder, en Gijsbert,
burggraaf van Utrecht.469 Chronologisch komt Alverade in aanmerking als dochter van
Wouter, heer van Langerak (1303)
met

Gherard van Damassche1,2, vermeld 1311-1344,
, Op 29 november 1314 is ‘Ghisebert van den Goye, borchgrave te Utrecht een van de maakmannen bij het opstellen van het huwelijkscontract tussen Gerard van Damasche en Alverade, dochter van wijlen Wouter van Langerak.

Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (DNL), vanaf 1883
2.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 58)
3.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
4.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 57)


Gherard van Damassche
Gherard van Damassche1,2, vermeld 1311-1344,
, Op 29 november 1314 is ‘Ghisebert van den Goye, borchgrave te Utrecht een van de maakmannen bij het opstellen van het huwelijkscontract tussen Gerard van Damasche en Alverade, dochter van wijlen Wouter van Langerak.

otr. op 29 nov 1314 (getuigen: Daniel van der Merwede, ridder, en Gijsbert,
burggraaf van Utrecht), tr.
met

Alverade van Langerak1,2, dr. van Wouter II [[KdG: 9126]] van Langerak (knape, vermeld 1283-1298) en NN van der Merwede, vermeld 1314-1342.

Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (DNL), vanaf 1883
2.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 58)

Hubrecht van Vianen
 
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Hubrecht (Hubert) ridder van Vianen1 (van Bloemensteyn), geb. in 1255, ovl. op 25 mei 1318, begr. in 1319,
, Knape 1 april 1288, ridder 19 oktober 1289 (toen hij van graaf Floris V voor 236 pond en 15 stuivers het gerecht in Vreeswijk pandde). Beloofde op 25 oktober 1294 hulp aan graaf Floris V, herhaalde deze belofte tegenover graaf Jan I op 24 juni 1298.
Beloofde aan graaf Reinoud van Gelre 6 dec. 1294 niet zonder permissie op de Veluwe te jagen, evenalls zijn oom Alard van Bosinchem, zijn neef Dirk Splinter van Bosinchem en zijn zoon Zweder beloofle hij graaf Floris V op 25 okt. 1294 hulp, zij herhaalden deze belofte tegenover graaf Jan I op 24 juni 1298, pachtte op 18 juli 1306 van het convent van Oostbroek de hofstede Vuthoff en het goed van Hulsdingen ten westen van Vianen, 19 okt. 1307 borg voor [de heer van Culemborg, leende op 13 nov. 1313 graaf Reinoud I van Gelre 1000 pond, zegelde nog op 6 mei 1318.
Anno 1317 Gerardus de Sconouwen 18665  famulus samen met Hubertus de Vianen miles, Johannes de Bosinchem en Otto de Buren, famuli borg voor Gerardus de Weerdenberch famulus filius quondam dni Rodolphi de Koc militis als deze de tiende van Hyre, Nedereynen en Poynen van het kapittel van St Jan Utrecht in pacht ontvangt.

tr.
met

Agniese van Langerak1,2 (Agnes uten Goye), dr. van Wouter II uten Goye en Elisabeth (Alverade) van der Lede van Arkel, geb. circa 1255, vermeld 1306-1317/1318, ovl. tussen 16 jan 1317 en 16 jan 1318 .

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Zweder II*1275  †1333  58
Hendrik I*1285  †1352  67
Catharina     



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 29)
2.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 51)


Dirk heer Symonsz van Theylingen
Dirk heer Symonsz van Theylingen1 (Teylingen, Teijlingen, Teilingen).

relatie
met

(Margaretha) van Langerak1, dr. van Ridder Wouter uten Goye (vermeld 1268-1277) en Jkv. NN van Arkel van Everdingen.

Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 58)


Henric bastaard Splinter van Riede
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Lourens de Groot

Henric bastaard Splinter van Riede, geb. circa 1260, vermeld 1285, ovl. in 1290,
, hij heeft lenen in ambacht Barendrecht/Albrandswaard/Katendrecht.

relatie
met

dochter van den Berghe, dr. van Herbaren ridder van den Berghe (heer van Haastrecht en van de Vlist, heer van Lysveld en Nyport) en Agniese van Brederode.

Uit deze relatie 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Herbaren*1285  †1362 Pendrecht 77
dochter     


Herbaren van Riede
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Lourens de Groot

Herbaren van Riede, geb. circa 1285, heer van Pendrecht, ovl. Pendrecht in 1362,
, vermeld 1312-1351.

relatie
met

Machtilde van Heusden, dr. van Jan III van Heusden van Drongelen (ridder, heer van Dussen) en Elisabeth van Mirlaer, ged. Pernis in 1291, vermeld 1323-1324, ovl. op 1 apr 1362.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnt~1300     


dochter Splinter
dochter Splinter.


Machtilde van Heusden
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Machtilde van Heusden, ged. Pernis in 1291, vermeld 1323-1324, ovl. op 1 apr 1362.

relatie
met

Herbaren van Riede, zn. van Henric bastaard Splinter van Riede (vermeld 1285) en dochter van den Berghe, geb. circa 1285, heer van Pendrecht, ovl. Pendrecht in 1362,
, vermeld 1312-1351.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnt~1300     



Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 76)