Genealogische website van Cees Hagenbeek
Wilhelm zu Kuyc von Escharen
Wilhelm zu Kuyc von Escharen, ovl. na 1308.


Beatrix? van Kuyc
Beatrix? van Kuyc.

tr.
met

Willem van Deurne


Daniël van Beveren
Daniël van Beveren.

tr.
met

Aleidis van Kuyc, dr. van Willem van Cuyck (heer van Escharen en half Asten) en Beatrix van Diest (Vrouwe van Asten en Esseren)


Willem van Deurne
Willem van Deurne.

tr.
met

Beatrix? van Kuyc, dr. van Willem van Cuyck (heer van Escharen en half Asten) en Beatrix van Diest (Vrouwe van Asten en Esseren)


Albert I van Kuyc
Albert I van Kuyc ridder, van Cuyk, heer van Herpen, ovl. circa 1288,
, vermeld 1228-1308.

relatie (1)

tr. (2)
met

Hadewig .

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna     
Albert II  †1313   
Rutger     
Maria     


Elisabeth van Boxtel
Elisabeth van Boxtel, erfdochter van Boxtel,
, de Boxtelse geschiedschrijving begint in de 11e eeuw, als de 1e vermeldingen van de Boxtelse Heren in de archieven opduiken. Boxtel is dan een Rijksleen, waar de Heer, later Baanderheer of Baron genoemd, rechtstreeks onder de Duitse Keizer staat. Tot 1439 handhaaft Boxtel deze status van Rijksonmiddellijke Baronie: een ‘staatje in de staat’, onafhankelijk van het Hertogdom Brabant. Vanaf 1439 is Boxtel een Brabants leen, tot de Franse tijd met de titel Baronie. De 1e Heren van Boxtel woonden niet op het kasteel, maar vermoedelijk op de plek waar nu de Petruskerk staat. Later werd Stapelen de nieuwe residentie van de Heren van Boxtel als voogden van het keizerlijk domein.  Met het huwelijk van Willems erfdochter Elisabeth met Rutger van Cuyk gaat de Heerlijkheid Boxtel over naar de Heren Van Cuyk. Hun jongste zoon Willem II huwt met Maria van Diest. Voor zijn heldhaftig optreden bij de slag van Woeringen in 1288 wordt hij tot ridder geslagen en krijgt hij het beheer over Stapelen. Daarmee raakt zijn wapen met Boxtel verbonden.

tr.
met

Rutger/Rogier van Cuyck, zn. van Albert ridder van Kuyc (ridder, vermeld 1191-1233, Heer van Cuyk en Grave 1204-1233, van Herpen, Merum en half Asten 1220) en Heilwig van Merheim (erfdochter van Merum en half Asten), geb. circa 1200, heer van Herpen, vermeld 1226-1264, ovl. voor 1268, tr. (1) met Maria? van Diest. Uit dit huwelijk 3 kinderen


Willem van Boxtel
Willem van Boxtel.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth     


Willem II van Kuyc
Willem II van Kuyc, heer van Boxtel bei EStT Bruder des Albert/Alhard v.Herpen, ovl. in 1350,
, voor zijn heldhaftig optreden bij de slag van Woeringen in 1288 wordt hij tot ridder geslagen en krijgt hij het beheer over Stapelen. Daarmee raakt zijn wapen met Boxtel verbonden.

tr. (1) op 8 nov 1290
met

Maria van Diest, dr. van Arnold VI van Diest en Elisabeth van Doornick, geb. circa 1272.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem  †1372   

tr. (2)
met

Elisabeth van Doornick-Montague


Maria van Diest
Maria van Diest, geb. circa 1272.

tr. op 8 nov 1290
met

Willem II van Kuyc, zn. van Willem I van Kuyc van Boxtel en Justina van Diepenbeek, heer van Boxtel bei EStT Bruder des Albert/Alhard v.Herpen, ovl. in 1350,
, voor zijn heldhaftig optreden bij de slag van Woeringen in 1288 wordt hij tot ridder geslagen en krijgt hij het beheer over Stapelen. Daarmee raakt zijn wapen met Boxtel verbonden, tr. (2) met Elisabeth van Doornick-Montague. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem  †1372   


Berta van Abcoude
Berta van Abcoude.

tr.
met

Gijsbert I van Zuilen van Anholt, zn. van Zweder van Zuijlen en N. Gisbertsdr von Brempt.

 

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna*1230     
Sweder I*1230  †1287  57
Wouter*1240 Amerongen †1295  55


Willem von Braunschweig-Lüneburg
Willem Herzog von Braunschweig-Lüneburg, geb. op 11 apr 1184, hertog van Brunswijk, ovl. tussen 12 dec 1213 en 13 dec 1213 ,
, geboren (tijdens de eerste ballingschap van zijn vader) Winchester 11-4-1184; blijft tijdens diens tweede ballingschap vermoedelijk bij zijn moeder, die dan het bestuur der Welfische goederen voert doch reeds na enkele maanden overlijdt; wordt samen met zijn broer Otto in gijzeling gegeven aan keizer Hendrik VI bij de verzoening te Tilleda waaraan eerst na diens dood (28-9-1197) een einde schijnt te zijn gekomen; bestuurt aanvankelijk samen met zijn beide broers de erfenis van hun vader gemeenschappelijk; wordt in het kader van een samenwerking met Denemarken door Otto (inmiddels Duits (tegen-)koning geworden) verloofd met een zuster van de Deense koning Knut; deelt met zijn broers de Welfische bezittingen Paderborn 2-5-1202 waarvan hem (kennelijk met het oog op zijn Deense connectie) het van de Billungers afkomstige noordoostelijke deel toevalt dat hij vervolgens geheel zelfstandig, en zonder zich in de rijkspolitiek te mengen, bestuurt met Lüneburg als centrum; voert nimmer de hertogstitel, doch noemt zich (ook op zijn zegel) slechts ‘Willehelmus de Luneburc filius ducis Saxonie’.

tr. Hamburg (D) in jul 1202
met

Helena van Denemarken, dr. van Valdemar I koning van Denemarken en Sofia Wolodarowna Minskaja, geb. in 1176, ovl. op 22 nov 1233, begr. Lüneburg [Duitsland].

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Otto I*1204  †1252 Harzburg 47


Otto van IJsselstein
Otto van IJsselstein (van Amstel IJsselstein), ovl. in 1353.

tr. eind 1343
met

Machteld van Zuilen (Mechteld Jansdr van Beverweerd van Zuylen), dr. van Johan van Zuylen-Anholt, vrouwe van Beverweerd, tr. (1) met Zweder van Vianen. Uit dit huwelijk een dochter.

Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 69)
2.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 239)


Gijsbrecht II van Amstel
Gijsbrecht II van Amstel1, geb. tussen 1170 en 1175, ovl. tussen 1240 en 1244,
, Ministeriaal van de bisschop van Utrecht, ridder. Voor het eerst vermeld in 1200, als hij met zijn broers Egbert en Egidius onder de getuigen van bisschop Diederik wordt vermeld. Vermeld als getuige voor het kapittel van St. Jan te Utrecht in 1200; in 1201 onder de getuigen vermeld  voor de bisschop van Utrecht in het verdrag tussen de graaf van Gelre met de hertog van Lotharingen en de bisschop van Utrecht ; getuige voor bisschop Diederik in 1207, 1207-1212, 1209 [26], 1210; getuige voor de elect Otto in 1212-1215, drie maal in 1213 (samen met zijn broer Egbert), 1216 (samen met zijn broer Egbert); getuige voor de Domproost Otto in 1213 (samen met zijn broer Egbert); getuige voor bisschop Otto, de Domdeken Rembold en Wouter, proost van Oudmunster, in 1216-1220; getuige voor bisschop Otto in 1217 [33], 1222, 1224, 1225 (samen met zijn broer Egidius), 1227 (samen met broer Egidius) [37], nogmaals in 1227; getuige in 1220 als Albert van Kuyc oorkondt, dat hij aan bisschop Otto zijn graafschap in Utrecht en andere rechten aldaar heeft verkocht; in 1224 getuige als Hendrik van Amersfoort oorkondt dat hij zekere goederen aan het convent te Mariënweerd heeft verkocht; verklaart in 1224, ridder zijnde, in tegenwoordigheid van de bisschop, prelaten en ministerialen van de kerk van Utrecht, dat hij zijn vrouw, zonen en erfgenamen afstand heeft laten doen van de goederen in Naardingerland, welke hij bij privilege van de abdis van Elten bezat; in 1225 arbiter voor de bisschop van Utrecht in een geschil tussen Gerard, graaf van Gelre, en bisschop Otto; in 1225 getuige bij een uitspraak door Koenraad, bisschop van Portus, legaat van de paus, in enige geschillen tussen bisschop Otto en graaf Floris (IV) van Holland; in 1226 geeft bisschop Otto aan Gijsbrecht van Amstel de gerechten met toebehoren van Muiden, Weesp en Diemen in erfpacht, nadat Hendrik van Velde afstand van zijn rechten op zijn aandeel daarin had gedaan; in 1226 doet Gijsbrecht afstand van het leenheerschap over Slagmaat, die de gebroeders Gijsbrecht, Frederik en Gerard van Vechte van hem hielden (en die Gijsbrecht in leen hield van de bisschop) en die zij aan het kapittel van St. Jan te Utrecht verkocht hadden, de bisschop bevestigt dit en onder de getuigen worden genoemd Gijsbrecht, heer van Amstel, en diens zoon G.; in 1227 ontslaat de rooms-koning Hendrik de graaf van Gelre en Gijsbrecht van Amstel en hun medegevangenen van de beloften, die zij aan Rudolf van Koevorden en diens partijgenoten hadden gedaan, wijl deze waren gebannen; getuige voor bisschop Wilbrand in 1228, 1230 (ridder), draagt in 1231 zijn stenen huis te Utrecht op aan graaf Floris van Holland en ontvangt het weder van hem in leen; getuige voor bisschop Wilbrand in 1231 (ridder)],  1232 (ridder) en nogmaals in 1232, 1233; in 1233 schrijft hij, ridder zijnde, aan de abdis van Rijnsburg, dat hij bereid is de goederen te Boskoop tegen een zekere som aan de abdij af te staan en een gemachtigde benoemd heeft voor de voorlopige overdracht, in afwachting van zijn persoonlijke afstand voor de graaf van Holland; in 1235 komt hij, ridder zijnde, met het kapittel van St. Marie te Utrecht overeen tot afbakening van hun tienden onder Kortenhoef en Dorsseveen; getuige voor de elect Otto in 1238 (2x).

  • Vader:
    Gijsbrecht I van Amstel2,1, zn. van Egbert van Amstel en Badeloge Gijbertsdr van Muijden, geb. tussen 1140 en 1145, rentmeester van Amestelle, ovl. tussen 1188 en 1201,
    , Ministeriaal van de bisschop van Utrecht. Als getuige vermeld voor bisschop Godfried in 1176; getuige voor Boudewijn, proost van de kerk van St. Marie te Utrecht, in 1176; getuige voor bisschop Godfried in 1178 (2x). Voor het laatst vermeld als getuige voor bisschop Boudewijn in 1188, tr.
 

tr.
met

NN van Schalkwijk1.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbrecht III*1200  †1254  54
Clementia  †1248   



Bronnen:
1.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 238)
2.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 20)

Gijsbrecht I van Amstel
 
Gijsbrecht I van Amstel1,2, geb. tussen 1140 en 1145, rentmeester van Amestelle, ovl. tussen 1188 en 1201,
, Ministeriaal van de bisschop van Utrecht. Als getuige vermeld voor bisschop Godfried in 1176; getuige voor Boudewijn, proost van de kerk van St. Marie te Utrecht, in 1176; getuige voor bisschop Godfried in 1178 (2x). Voor het laatst vermeld als getuige voor bisschop Boudewijn in 1188.

  • Vader:
    Egbert van Amstel2, zn. van Wolfgerus van Amstel (schout van Amestelle), geb. tussen 1100 en 1105, ovl. na 1172,
    , Ministeriaal van de bisschop van Utrecht. Vermeld als getuige voor bisschop Andreas in  1131, nogmaals in 1131; getuige voor bisschop Hartbert in 1143. In 1145 als getuige vermeld in de oorkonde waarin koning Koenraad volgens rechterlijke uitspraak de Utrechtse kerk bevestigt in het bezit van het graafschap Oostergo en Westergo. In hetzelfde jaar als getuige vermeld in de oorkonde waarbij koning Koenraad aan de kapittelen van de Dom en Oudmunster het uitsluitende recht schenkt, om bij vacature een nieuwe bisschop te kiezen. Getuige voor het kapittel van St. Pieter in 1147].  In 1156 herstelt keizer Frederik het kapittel van St. Marie te Utrecht in het bezit van enige tienden en andere goederen, hun door Egbert van Amstel, ministeriaal van St. Maarten, wederrechtelijk ontnomen, nadat Egbert van Amstel tevoren ten overstaan van bisschop Hartbert het recht van het kapittel daarop erkend had en bepaalt verder de grenzen van de wederzijdse landen. Als getuige vermeld in de oorkonde van 1165 waarbij keizer Frederik vergunt, dat door de Nude een waterleiding gegraven zal worden tot afvoer van het water van de Rijn naar zee, en dat een dam, bij Wijk in de Rijn gelegd, zal blijven bestaan, en beveelt de dam te Zwammerdam, door de graaf van Holland ten onrechte daar aangelegd, op te ruimen. In 1169 oorkondt bisschop Godfried, dat hij door de bemoeiingen van aartsbisschop Philips van Keulen met Egbert van Amstel, die in de rijksban gevallen was, verzoend is, en wel op voorwaarde, dat Egbert de goederen die hij zich wederrechtelijk als leenman had roegeëigend en nu teruggegeven heeft, als dienstgoed van het schoutambt (van Amstel) heeft terugontvangen, en dat hij verder afstand heeft gedaan van het Bijlmerbroek en de halve tiend van Weesp, die hij zich eveneens wederrechtelijk had toegeëigend. In 1171 als getuige vermeld als keizer Frederik bisschop Godfried bevestigt in het bezit der door keizer Otto II geschonken goederen. Voor het laatst vermeld in 1172, als getuige voor bisschop Godfried, samen met zijn zoon Hendrik, tr.
 

tr.
met

Hadewich .

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbrecht II*1170  †1240  70
Egbert     
Egidius     
Rixa  †1252   



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 20)
2.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 238)


Egbert van Amstel
Egbert van Amstel, vermeld 1200-1226,
, in 1200 met zijn broers Gijsbrecht en Egidius vermeld als getuige voor bisschop Diederik en in 1213 drie maal samen met zijn broer Gijsbrecht voor de elect Otto en in datzelfde jaar, ook samen met broer Gijsbrecht voor de Domproost Otto.
Egbert sticht Huis ten Bosch (Uitermeer).

  • Vader:
    Gijsbrecht I van Amstel1,2, zn. van Egbert van Amstel en Badeloge Gijbertsdr van Muijden, geb. tussen 1140 en 1145, rentmeester van Amestelle, ovl. tussen 1188 en 1201,
    , Ministeriaal van de bisschop van Utrecht. Als getuige vermeld voor bisschop Godfried in 1176; getuige voor Boudewijn, proost van de kerk van St. Marie te Utrecht, in 1176; getuige voor bisschop Godfried in 1178 (2x). Voor het laatst vermeld als getuige voor bisschop Boudewijn in 1188, tr.
 



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 20)
2.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 238)


Egidius van Amstel
Egidius van Amstel, heer van Mijnden, v. 1200-1227,
, in 1200 met zijn broers Gijsbrecht en Egbert vermeld als getuige voor bisschop Diederik.

  • Vader:
    Gijsbrecht I van Amstel1,2, zn. van Egbert van Amstel en Badeloge Gijbertsdr van Muijden, geb. tussen 1140 en 1145, rentmeester van Amestelle, ovl. tussen 1188 en 1201,
    , Ministeriaal van de bisschop van Utrecht. Als getuige vermeld voor bisschop Godfried in 1176; getuige voor Boudewijn, proost van de kerk van St. Marie te Utrecht, in 1176; getuige voor bisschop Godfried in 1178 (2x). Voor het laatst vermeld als getuige voor bisschop Boudewijn in 1188, tr.
 



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 20)
2.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 238)

Egbert van Amstel
 
Egbert van Amstel1, geb. tussen 1100 en 1105, ovl. na 1172,
, Ministeriaal van de bisschop van Utrecht. Vermeld als getuige voor bisschop Andreas in  1131, nogmaals in 1131; getuige voor bisschop Hartbert in 1143. In 1145 als getuige vermeld in de oorkonde waarin koning Koenraad volgens rechterlijke uitspraak de Utrechtse kerk bevestigt in het bezit van het graafschap Oostergo en Westergo. In hetzelfde jaar als getuige vermeld in de oorkonde waarbij koning Koenraad aan de kapittelen van de Dom en Oudmunster het uitsluitende recht schenkt, om bij vacature een nieuwe bisschop te kiezen. Getuige voor het kapittel van St. Pieter in 1147].  In 1156 herstelt keizer Frederik het kapittel van St. Marie te Utrecht in het bezit van enige tienden en andere goederen, hun door Egbert van Amstel, ministeriaal van St. Maarten, wederrechtelijk ontnomen, nadat Egbert van Amstel tevoren ten overstaan van bisschop Hartbert het recht van het kapittel daarop erkend had en bepaalt verder de grenzen van de wederzijdse landen. Als getuige vermeld in de oorkonde van 1165 waarbij keizer Frederik vergunt, dat door de Nude een waterleiding gegraven zal worden tot afvoer van het water van de Rijn naar zee, en dat een dam, bij Wijk in de Rijn gelegd, zal blijven bestaan, en beveelt de dam te Zwammerdam, door de graaf van Holland ten onrechte daar aangelegd, op te ruimen. In 1169 oorkondt bisschop Godfried, dat hij door de bemoeiingen van aartsbisschop Philips van Keulen met Egbert van Amstel, die in de rijksban gevallen was, verzoend is, en wel op voorwaarde, dat Egbert de goederen die hij zich wederrechtelijk als leenman had roegeëigend en nu teruggegeven heeft, als dienstgoed van het schoutambt (van Amstel) heeft terugontvangen, en dat hij verder afstand heeft gedaan van het Bijlmerbroek en de halve tiend van Weesp, die hij zich eveneens wederrechtelijk had toegeëigend. In 1171 als getuige vermeld als keizer Frederik bisschop Godfried bevestigt in het bezit der door keizer Otto II geschonken goederen. Voor het laatst vermeld in 1172, als getuige voor bisschop Godfried, samen met zijn zoon Hendrik.

tr.
met

Badeloge Gijbertsdr van Muijden, dr. van Ghisebrecht Bothen (heer van Laar) en Gerprich .

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbrecht I*1140  †1188  48
Hendrik*1145  †1172  27



Bronnen:
1.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 238)

Hendrik van Amstel
 
Hendrik van Amstel (van Abbekewolde)1, geb. circa 1145, ovl. in 1172,
, vermeld in 1172.

  • Vader:
    Egbert van Amstel1, zn. van Wolfgerus van Amstel (schout van Amestelle), geb. tussen 1100 en 1105, ovl. na 1172,
    , Ministeriaal van de bisschop van Utrecht. Vermeld als getuige voor bisschop Andreas in  1131, nogmaals in 1131; getuige voor bisschop Hartbert in 1143. In 1145 als getuige vermeld in de oorkonde waarin koning Koenraad volgens rechterlijke uitspraak de Utrechtse kerk bevestigt in het bezit van het graafschap Oostergo en Westergo. In hetzelfde jaar als getuige vermeld in de oorkonde waarbij koning Koenraad aan de kapittelen van de Dom en Oudmunster het uitsluitende recht schenkt, om bij vacature een nieuwe bisschop te kiezen. Getuige voor het kapittel van St. Pieter in 1147].  In 1156 herstelt keizer Frederik het kapittel van St. Marie te Utrecht in het bezit van enige tienden en andere goederen, hun door Egbert van Amstel, ministeriaal van St. Maarten, wederrechtelijk ontnomen, nadat Egbert van Amstel tevoren ten overstaan van bisschop Hartbert het recht van het kapittel daarop erkend had en bepaalt verder de grenzen van de wederzijdse landen. Als getuige vermeld in de oorkonde van 1165 waarbij keizer Frederik vergunt, dat door de Nude een waterleiding gegraven zal worden tot afvoer van het water van de Rijn naar zee, en dat een dam, bij Wijk in de Rijn gelegd, zal blijven bestaan, en beveelt de dam te Zwammerdam, door de graaf van Holland ten onrechte daar aangelegd, op te ruimen. In 1169 oorkondt bisschop Godfried, dat hij door de bemoeiingen van aartsbisschop Philips van Keulen met Egbert van Amstel, die in de rijksban gevallen was, verzoend is, en wel op voorwaarde, dat Egbert de goederen die hij zich wederrechtelijk als leenman had roegeëigend en nu teruggegeven heeft, als dienstgoed van het schoutambt (van Amstel) heeft terugontvangen, en dat hij verder afstand heeft gedaan van het Bijlmerbroek en de halve tiend van Weesp, die hij zich eveneens wederrechtelijk had toegeëigend. In 1171 als getuige vermeld als keizer Frederik bisschop Godfried bevestigt in het bezit der door keizer Otto II geschonken goederen. Voor het laatst vermeld in 1172, als getuige voor bisschop Godfried, samen met zijn zoon Hendrik, tr.
 

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Henrica*1165  †1230  65



Bronnen:
1.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 238)


Wolfgerus van Amstel
Wolfgerus van Amstel1, geb. tussen 1075 en 1080, schout van Amestelle, scultetus (schout) van Aemstel van 1105 tot 1126, ministeriaal van de bisschop van Utrecht in 1118, ovl. circa 1131,
, schout van Amstel. Als zodanig vermeld als getuige voor bisschop Burchard  in 1105, waarbij hij in de rij getuigen  der "servientes episcopi" staat vermeld. Mogelijk ook in 1108 als getuige voor bisschop Burchard vermeld. Voorts in 1126 als getuige voor bisschop Godebold vermeld. Voor het laatst vermeld in 1126, als (leke)getuige voor bisschop Godebold.

Hij krijgt 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Egbert*1100  †1172  72
Godfried     



Bronnen:
1.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 238)


Godfried van Amstel
Godfried van Amstel,
, vermeld in 1131 als getuige voor bisschop Andreas, samen met Egbert van Amstel (waaruit overigens niet hun onderlinge familierelatie blijkt).



Bronnen:
1.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 238)