Website van Cees Hagenbeek
Hubert II/IV van Culemborch
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Fred Spaans

Hubert II/IV (Hubert 'Schenk') heer van Culemborch (van Bosinchem), geb. in 1300, onmondig 1307-1311, heer van Schalkwijk, heer van Culemborg beleend op 1 jul 1314, erfschenker van Utrecht in 1322, beleend met het gerecht van Everdingen van 6 apr 1333 tot 22 apr 1344 , ridder vanaf 1335, koopt de gerechten van Zijderveld en Hagestein op 1 aug 1341, ovl. op 21 jul 1347, begr. Culemborg op 1 aug 1347,
, Vermeld 1305-1339, hij is in 1300 geboren, want hij 1314 is hij leenrechtelijk meerderjarig, reeds op 1 juli 1314 door de hertog van Gelre beleend met het huis te Culemborg (zijn vader behield het vruchtgebruik), kocht de gerichten van Zijderveld, Autena en Hagestein, 1 aug. 1341 borg voor de hertog van Gelre, tussen 14 mei en 2 aug. 1347, hij zou 21 juli 1347 gesneuveld zijn in de slag bij Hamont, begr. Culemborch 1 augustus 1347 (zijn opvolgers noemden zich niet meer Van Bosinchem).

tr. circa 1337
met

Jutte (Jutta) van der Leck, dr. van Peter van der Leck ridder en Jutte van Wassenaer, geb. circa 1320, erfgename van de heerlijkheden Werth en Wertherbruch, ovl. op 21 sep 1352,
, Zij erfde van haar broer Hendrik III (+1342) de heerlijkheden Werth en Wertherbruch (tussen Anholt en Rees).

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan  †1377   
Gerrit*1336 Culemborg †1394  57
Hendrica  †1406   
Mechteld     


Jutta van der Leck
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Fred Spaans

Jutte (Jutta) van der Leck, geb. circa 1320, erfgename van de heerlijkheden Werth en Wertherbruch, ovl. op 21 sep 1352,
, Zij erfde van haar broer Hendrik III (+1342) de heerlijkheden Werth en Wertherbruch (tussen Anholt en Rees).

tr. circa 1337
met

Hubert II/IV (Hubert 'Schenk') heer van Culemborch (van Bosinchem), zn. van Johan I van Bosichem heer van Culemborch en Margaretha van Maurik (erfdochter van Maurik), geb. in 1300, onmondig 1307-1311, heer van Schalkwijk, heer van Culemborg beleend op 1 jul 1314, erfschenker van Utrecht in 1322, beleend met het gerecht van Everdingen van 6 apr 1333 tot 22 apr 1344 , ridder vanaf 1335, koopt de gerechten van Zijderveld en Hagestein op 1 aug 1341, ovl. op 21 jul 1347, begr. Culemborg op 1 aug 1347,
, Vermeld 1305-1339, hij is in 1300 geboren, want hij 1314 is hij leenrechtelijk meerderjarig, reeds op 1 juli 1314 door de hertog van Gelre beleend met het huis te Culemborg (zijn vader behield het vruchtgebruik), kocht de gerichten van Zijderveld, Autena en Hagestein, 1 aug. 1341 borg voor de hertog van Gelre, tussen 14 mei en 2 aug. 1347, hij zou 21 juli 1347 gesneuveld zijn in de slag bij Hamont, begr. Culemborch 1 augustus 1347 (zijn opvolgers noemden zich niet meer Van Bosinchem).

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan  †1377   
Gerrit*1336 Culemborg †1394  57
Hendrica  †1406   
Mechteld     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883


Peter van der Leck
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Peter van der Leck ridder1, raad van de graaf van Holland in 1322 en 1338, ridder in 1305, bouwt Wertheim in 1311, vermeld in het Kleefse van 1313 tot 1318, raad van de graaf van Gelre in 1316, verkoopt de ambachten Brantwijk en Gijbeland in 1325, verpacht meerdere ambachten op 30 mrt 1326, ovl. op 26 nov 1338,
, Pieter van der Lecke x Jutte [van Wassenaer] noemt Jan van Polanen x Catharina van Brederode zijn zwager.

tr.
met

Jutte van Wassenaer, dr. van Philips II van Wassenaer (knape, zegelbewaarder en grafelijk raadgever onder Floris V en Jan I,) en Katrine? Gerardsdr of Jansdr van de Wateringen, ovl. na 1345.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jutte*1320  †1352  32
Hendrick III  †1342   



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883


Othilde van Smitshuisen
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Othilde van Smitshuisen1, ovl. in 1233, begr. Zennewijnen.

tr.
met

Folpert II van der Lecke2,1, zn. van Giselbert van der Lecke en NN van Voorne, geb. circa 1190, heer van de Lek 1219-1247, ovl. tussen 1247 en 9 aug 1249 ,
, vermeld 1217-1228, tr. (2) met Margaretha (Margaretha (Mettgen)) van Cuyck (Kuyc, van) (Cuijck, van). Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1210 Geleen †1271 Geleen 61



Bronnen:
1.Oorkondenboek van Holland en Zeeland van 1222 tot 1256, deel 2 (B 045), Oorkondenboek van Holland en Zeeland II, Dr. J.G. Kruisheer, van Gorcum, Assen, 1986 (blz. 84)
2.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883


Margaretha van Cuyck
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Margaretha (Margaretha (Mettgen)) van Cuyck1 (Kuyc, van) (Cuijck, van), geb. circa 1198 (circa 1205).

  • Vader:
    Albert (Albrecht) ridder van Kuyc1,2 (Albert van Kuyc, van Cuijck, van Cuyk), zn. van Hendrik II graaf van Cuyck (burggraaf van Utrecht) en Sophia van Rhenen (van Herpen) (erfdochter van Herpen, vermeld 1191-1203), geb. Cuijk circa 1177, ridder, vermeld 1191-1233, Heer van Cuyk en Grave 1204-1233, van Herpen, Merum en half Asten 1220, ovl. Asten in 1233,
    , Getuige bij een schenking van het allodium Herpen aan de Brabantse hertog 1191, heer van Cuyc en Grave 1204-1233, heer van Herpen, Merum en half Asten 1220-1233, stadsgraaf van Utrecht tot 12-3-1220, verkocht zijn rechten voor 200 pond Utrechts, leenman van de bisschop van Utrecht voor het hoge en lage gerecht van Gasperde en Everdingen, tr. circa 1195.
 

tr. (1)
met

Folpert II van der Lecke1,3, zn. van Giselbert van der Lecke en NN van Voorne, geb. circa 1190, heer van de Lek 1219-1247, ovl. tussen 1247 en 9 aug 1249 ,
, vermeld 1217-1228, tr. (1) met Othilde van Smitshuisen, dr. van Hendrik van Smitshuisen (ministeriaal) en Machteld . Uit dit huwelijk een zoon.

tr. (2) circa 1219
met

Hendrik (Hendrik I) van Rode (Hendrik I van Mierlo) ridder, zn. van Roelof Rover van Rode en Didradis van Rixtel, geb. circa 1188 (circa 1195), heer van Mierlo of Boxtel, ovl. voor 1256,
, 1245 Ridder Hendrik van Mierlo heeft de tienden van Sterksel verkocht aan de abdij van Averbode,
6-9-1256 Wijlen Hendrik van Rode heer van Mierlo heeft de novaaltiende van Mierlo verkocht aan het klooster van Binderen te Helmond,
7-1-1263 Hendrik van Mierlo, ridder, bezitter van het patronaatsrecht van de kerk van Mierlo, heeft minstens 40 jaar geleden een schenking gedaan,
Heer van Mierlo, Ridder, alias: van Rode of Rover, Hendrik I van Mierlo (~1195 - < 1256), heer van Rode en Mierlo, gehuwd met een zekere Helwig kind:
Ermegard van Mierlo, die zou trouwen met Engelbert van Horne, de het Kasteel Cranendonck te Soerendonk liet bouwen,
Hendrik I van Mierlo of Hendrik I van Rode was een van de eerste heren van Mierlo. Volgens een document uit 1256 volgde hij omstreeks 1220 zijn vader Roelof Rover van Rode op als Heer van Mierlo. Zijn familie was eerder in bezit van het Graafschap Rode, wat een groot deel van Zuidoost-Brabant besloeg. In 1256 was Hendriks zoon Gooswijn Moedel van Mierlo al aan de macht.
Hendrik is dus voor 1256 gestorven, tr. (2) met zijn schoonzuster Agnes (Heilwig) van Cuijck, dr. van Albert ridder van Kuyc (ridder, vermeld 1191-1233, Heer van Cuyk en Grave 1204-1233, van Herpen, Merum en half Asten 1220) en Heilwig van Merheim (erfdochter van Merum en half Asten), geb. circa 1210, ovl. in 1289. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ermengard*1220  †1245  25
Roelof*1225  †1262  37



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 69)
3.Oorkondenboek van Holland en Zeeland van 1222 tot 1256, deel 2 (B 045), Oorkondenboek van Holland en Zeeland II, Dr. J.G. Kruisheer, van Gorcum, Assen, 1986 (blz. 84)


Heylwich van Haeften
in
Kwartierstaat van Fred Spaans

Heylwich van Haeften, ovl. in 1503.

tr.
met

Reynier van Raesfelt, zn. van Goossen (Goswin) van Raesfelt (gedeputeerde van Munster 1464) en Bertha van Homoet, geb. in 1467, ovl. in 1535, tr. (2) met Jolanda (Ulant) von Boedberg-Haag (Boedberg tot Haga, van). Uit dit huwelijk geen kinderen

Zweder II van Vianen
 
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Zweder II heer van Vianen, geb. circa 1275, ovl. in 1333,
, Zweder II heer van Vianen, zegelde of 16 okt. 1317 als borg voor Wouter van Amstel van Mijnden ten overstaan van de Hollandse graaf Willem III, op 8 nov. 1323 namens de bisschop van Utrecht (die een dijkgraaf en heemraden voor de Lekdijk benoemde) en op 24 juli 1328 de huwelijkse voorwaarden van Jan van Culemborg, overl. 4 dec. 1333, tr. vermoedelijk een dochter van heer Claes van Egmond.
Op 29 sept. 1326 beloofden graaf Willem III en Willem van Duivenvoorde aan heer Zweder II, die de burcht en de heerlijkheid van Vianen aan hen had overgegeven, hem zijn goederen terug te geven, als hij uit zijn schulden,gered” was.

  • Vader:
    Hubrecht (Hubert) ridder van Vianen1 (van Bloemensteyn), zn. van Zweder I van Bosinchem en Vianen en Margaretha Jacobsdr van Vlotstale, geb. in 1255, ovl. op 25 mei 1318, begr. in 1319,
    , Knape 1 april 1288, ridder 19 oktober 1289 (toen hij van graaf Floris V voor 236 pond en 15 stuivers het gerecht in Vreeswijk pandde). Beloofde op 25 oktober 1294 hulp aan graaf Floris V, herhaalde deze belofte tegenover graaf Jan I op 24 juni 1298.
    Beloofde aan graaf Reinoud van Gelre 6 dec. 1294 niet zonder permissie op de Veluwe te jagen, evenalls zijn oom Alard van Bosinchem, zijn neef Dirk Splinter van Bosinchem en zijn zoon Zweder beloofle hij graaf Floris V op 25 okt. 1294 hulp, zij herhaalden deze belofte tegenover graaf Jan I op 24 juni 1298, pachtte op 18 juli 1306 van het convent van Oostbroek de hofstede Vuthoff en het goed van Hulsdingen ten westen van Vianen, 19 okt. 1307 borg voor [de heer van Culemborg, leende op 13 nov. 1313 graaf Reinoud I van Gelre 1000 pond, zegelde nog op 6 mei 1318.
    Anno 1317 Gerardus de Sconouwen 18665  famulus samen met Hubertus de Vianen miles, Johannes de Bosinchem en Otto de Buren, famuli borg voor Gerardus de Weerdenberch famulus filius quondam dni Rodolphi de Koc militis als deze de tiende van Hyre, Nedereynen en Poynen van het kapittel van St Jan Utrecht in pacht ontvangt, tr.
 

tr.
met

Elisabeth Claesdr van Egmond, dr. van Nicolaas van Egmond en Elisabeth van Heemskerck.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Heilwig*1333  †1351  18
Elisabeth*1310  †1337  27



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 29)
2.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 51)


Hendrik van Smitshuisen
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Hendrik van Smitshuisen, geb. circa 1160, ministeriaal, ovl. voor 1219,
, had de tol van Smithuizen in pacht van het kapittel van St. Marie te Utrecht. Hij verleende de abdij van Marienweert in 1216 tolvrij, vermels 1199-1204.

tr.
met

Machteld .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Othilde  †1233 Zennewijnen  


Machteld
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Machteld .

tr.
met

Hendrik van Smitshuisen, zn. van Steven van Smitshuisen, geb. circa 1160, ministeriaal, ovl. voor 1219,
, had de tol van Smithuizen in pacht van het kapittel van St. Marie te Utrecht. Hij verleende de abdij van Marienweert in 1216 tolvrij, vermels 1199-1204.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Othilde  †1233 Zennewijnen  


Steven van Smitshuisen
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Steven van Smitshuisen.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1160  †1219  59


Petrus Nicolaasz van Borssele
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Petrus Nicolaasz (Peter, Pieter I) heer van Borssele (Borsselen, van), geb. Borselen in 1219, ridder, heer van Borselen en Goes, ovl. Borselen in 1278,
, vermeld 1263-1278, trouwt 1 ? Hadewig van Cruijningen ? of Machteld van Holland? of Hendrik van Kinzweilersdr?, ovl. na 25-11-1294, marriage ca 1259 Ridder, heer in Borsele, van Goes en Kloetinge
Hij was ridder en heer van Borssele, Goes en Kloetingen, vermeld 1263- 1278. Dominus Petrus de Bersalia, miles, heer van Goes en Borselen. In 1263 geven P. en H. milites, filii quondam domini Nicolai de Bersalia, aan abt en convent van Middelburg een kwitantie van 1673 ponden, die deze geestelijke heren aan domina M, zuster van P. en H. voornoemd, afbetaald hadden op een som van 3000 pond, die de abt verschuldigd was "recolende memorie domino N. patri nostro". In 1265 wordt een twist beslecht die dominus Godefridus de Crunighen en dominus Petrus en dominus Henricus de Bersalia, deze beide laatste broeders, met de gravin-weduwe Aleyd van Holland hadden, enz. In 1276 kwam dominus Petrus de Borsalia, miles, te Leiden voor onder de getuigen van graaf Floris V. De laatste keer dat hij in een akte genoemd wordt was in 1278. Hij had twee dochters en een zoon. De oudste dochter was Jutte. Zij trouwde in 1271 met Henricus de Lecke. In dat jaar gaf heer Petrus zijn dochter 1200 pond holl. ten huwelijk, en in 1278 bleven verschillende edelen borg voor de betaling. Bron: De Nederlandsche Leeuw 1927: "Het geslacht van Borselen", door Dr. Henri Obreen. Er is sprake van een zeer nauwe familierelatie tussen de Van Kruiningen's en de Van Borselen's. Deze blijkt ook al uit een lang bekende oorkonde van 6 (?) november 1271 waarbij heer Pieter van Borsele belooft om zijn (kennelijk oudste) dochter Jutte - die dus geboren moet zijn vóór december 1259 - voor haar huwelijk met Hendrik, heer van de Lek, 1200 pond Hollands mee te geven. Als borgen voor de bruidsschat worden later onder de naaste verwanten ook dezelfde Hugo en Wouter van Kruiningen genoemd. (.) Bron: De Nederlandse Leeuw 1993: "De vrouwen van Randerode en van Zandenburg (Veere)", door J.W. Zondervan. (leovankruining)
.

 

tr. (1)
met

Hadewig van Cruijningen, dr. van Godfried heer van Cruijningen (jonker (domicellus)) en Oda Gageldonck, geb. circa 1235, ovl. circa 1263.

 

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Oda*1255  †1294  39
Jutta  †1296   

tr. (2)
met

Machteld van Holland, dr. van Floris IV graaf van Holland (graaf van Holland 4-2-1222) en Mathilde (Machteld) van Brabant (voogdes van Zeeland), tr. (1) met Lodewijk Willem van der Aa https://gw.geneanet.org/griese551?lang=nl&iz=465&p=lodewijk+willem&n=van+der+aa]]. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Bronnen:
1.Oorkondenboek van Holland en Zeeland van 1222 tot 1256, deel 2 (B 045), Oorkondenboek van Holland en Zeeland II, Dr. J.G. Kruisheer, van Gorcum, Assen, 1986 (blz. 327)
2.Oorkondenboek van Holland en Zeeland van 1222 tot 1256, deel 2 (B 045), Oorkondenboek van Holland en Zeeland II, Dr. J.G. Kruisheer, van Gorcum, Assen, 1986 (blz. 328)


Johan I van Bosichem heer van Culemborch
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Fred Spaans

Johan I van Bosichem heer van Culemborch, ovl. na 23 nov 1321,
, Heer van Culemborg, beloofde op 19 okt. 1307 ( na belening door (de graaf van Gelre) de (burcht Maurik als open huis te bewaren, 29 sept. 1319,door de bisschop van Utrecht met het gericht van Schalkwijk beleend (intussen had hij al op 6 dec. 13818 de poorters van Culemborg zekere vrijheden (stadsrechten) gegeven).

  • Vader:
    Ridder Hubert III (Hubrecht) van Culemborch1 (Hubert van Beusichem gezegd Schenck (Pincerna) de Bosinchem, Schenck van Bosinchem, van Bosichem, van Bosinchem), zn. van Ridder Hubert II van Bosinchem [de Schenk] (heer van Beusinchem, ridder 1258) en NN van Zuylen, geb. Beusichem in 1240, Heer van Beusinchem (Heer van Culemborg), ovl. Utrecht op 20 mrt 1309 (20 mrt 1300),
    , Ridder, heer van Culemborg, schenker van Utrecht, vermeld tussen 11 febr. 1271 en 18 maart 1300, ridder, 25 juni 1271 beleend met de jurisdictie van het Convent in Vuilskop c.a, kreeg 4 juli 1281 in eigendom een hoeveland te Culemborg (waarop hij zijn slot gebouwd had) en werd er 21 nov. daar aan volgend door de graaf van Gelre mee beleend.
    Erfschenker van de bisschop van Utrecht en het kapittel van Oudmunster te Utrecht, tr. (2) circa 1278 met Clementia (Clemence) van Woerden. Uit dit huwelijk een dochter, tr. (1) circa 1280.
 

tr. (1) circa 1300
met

Margaretha van Maurik, dr. van Gerard van Maurik, erfdochter van Maurik, ovl. circa 1307.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hubert*1300  †1347 Culemborg 47

tr. (2) circa 1308
met

Agnes Pieternel (Peronele, Petronella) van Zuylen Abcoude (van Abcoude), dr. van Sweder van Abcoude, ovl. na 1311,
, Pauselijke dispensatie van 11 juli 1308, huw. voorw. 1310.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan  †1358   



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 48)


Margaretha van Maurik
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Fred Spaans

Margaretha van Maurik, erfdochter van Maurik, ovl. circa 1307.

tr. circa 1300
met

Johan I van Bosichem heer van Culemborch, zn. van Ridder Hubert III van Culemborch (Heer van Beusinchem) en Elisabeth van Arkel, ovl. na 23 nov 1321,
, Heer van Culemborg, beloofde op 19 okt. 1307 ( na belening door (de graaf van Gelre) de (burcht Maurik als open huis te bewaren, 29 sept. 1319,door de bisschop van Utrecht met het gericht van Schalkwijk beleend (intussen had hij al op 6 dec. 13818 de poorters van Culemborg zekere vrijheden (stadsrechten) gegeven), tr. (2) met Agnes Pieternel van Zuylen Abcoude (van Abcoude). Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hubert*1300  †1347 Culemborg 47


Agnes Pieternel van Zuylen Abcoude
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Agnes Pieternel (Peronele, Petronella) van Zuylen Abcoude (van Abcoude), ovl. na 1311,
, Pauselijke dispensatie van 11 juli 1308, huw. voorw. 1310.

tr. circa 1308
met

Johan I van Bosichem heer van Culemborch, zn. van Ridder Hubert III van Culemborch (Heer van Beusinchem) en Elisabeth van Arkel, ovl. na 23 nov 1321,
, Heer van Culemborg, beloofde op 19 okt. 1307 ( na belening door (de graaf van Gelre) de (burcht Maurik als open huis te bewaren, 29 sept. 1319,door de bisschop van Utrecht met het gericht van Schalkwijk beleend (intussen had hij al op 6 dec. 13818 de poorters van Culemborg zekere vrijheden (stadsrechten) gegeven), tr. (1) met Margaretha van Maurik, dr. van Gerard van Maurik. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan  †1358   


Gerard van Maurik
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Gerard van Maurik.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha  †1307   


Hubert III van Culemborch
 
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Ridder Hubert III (Hubrecht) van Culemborch1 (Hubert van Beusichem gezegd Schenck (Pincerna) de Bosinchem, Schenck van Bosinchem, van Bosichem, van Bosinchem), geb. Beusichem in 1240, Heer van Beusinchem (Heer van Culemborg), ovl. Utrecht op 20 mrt 1309 (20 mrt 1300),
, Ridder, heer van Culemborg, schenker van Utrecht, vermeld tussen 11 febr. 1271 en 18 maart 1300, ridder, 25 juni 1271 beleend met de jurisdictie van het Convent in Vuilskop c.a, kreeg 4 juli 1281 in eigendom een hoeveland te Culemborg (waarop hij zijn slot gebouwd had) en werd er 21 nov. daar aan volgend door de graaf van Gelre mee beleend.
Erfschenker van de bisschop van Utrecht en het kapittel van Oudmunster te Utrecht.

tr. (1) circa 1280
met

Elisabeth van Arkel1, dr. van Jan I Herbaren de Sterke van Arkel Heer van der Lede (heer van Arkel, ridder) en Yda van Andel, ovl. in 1312,
, Het was onzeker of haar vader is: Heer Jan I van Arkel (<1230-1297) is. Is er concreet bewijs dat Elisabet de vrouw van Hubert III van Beusichem, heer van Culemborg, een Van Arkel en een dochter van Jan II van Arkel was?
Volgens een oude kroniek zou genoemd Jan (+ 1297) een dochter hebben gehad gehuwd met Huybrecht 5e heer van Culenburch. Zie ´Historia dominorum de Teysterband, Arckel, Egmonda, Brederoede, IJsselsteyn etc´. een proefschrift uit 1933 van W.F. Andriessen. In J.W. Groesbeek, ´De heren van Arkel´, dNL 1954, kolom 109, heeft deze dochter de voornaam Margaretha? toebedeeld gekregen. Dit werd door M.J. Waale herhaald in zijn ´Nogmaals een bijdrage tot de genealogie van het middeleeuwse adellijke geslacht Van Arkel´, dNL 2000, kolom 13, met de aanvulling dat Margaretha in 1281 gehuwd was en dat Hubrecht van Beusichem (van Culemborg), heer van Schonauwen werd. Waale verwijst naar de publicatie van Dek maar ziet een oudere over het hoofd.
P.G.F. Vermast, 'De Heeren van Bosinchem voor het jaar 1300' in Bijdragen en Mededelingen Gelre dl. LIII (1953), blz. 38 corrigeert de voornaam Margriet in Elisabet met een verwijzing naar het kalendarium van St. Servaes te Utrecht. Vermast merkt hierbij op dat de naam Margriet (en de aanduiding des heeren dochter van Arkel) ontleend is aan een vermelding bij Anth. Matthaeus en dat ze elders genoemd (zonder bronvermelding) wordt als Geertruyt. Bij Dek 'De adellijke geslachten Van Culemborg etc.' in dNL 1975, kolom 87, zien we inderdaad Margaretha van Arkel (?) weer terug. Hier met verwijzing naar het Arkel-artikel van Groesbeek.
Anth. Matthaeus (1700) heeft zijn wetenschap ongetwijfeld ontleend aan een 15e/16e eeuwse kronieken aangevuld. Na hem is men aan het naschrijven gegaan. Vermast corrigeert weliswaar de voornaam in Elisabet maar zijn informatiebron laat haar afkomst onvermeld. Er hoeft echter niet getwijfeld te woorden aan het feit dat Elisabeth van Arkel devrouw van Hubert van Beusichem (1271-1300) is.
Hans Vermeulen besteedde in zijn artikel 'Borgen zijn familie" in het liber amcorum voor Ben de Keijzer (Ons Voorgeslacht, juli/augustus 2010) al eens aandacht aan een oorkonde van 19 oktober 1307, waarin heer Jan III van Arkel en zijn oom Arnold, heer van Noordeloos, ridders als eerste borgen voorkomen voor Jan van Beusichem (zij staan nog vóór diens neef Hubert van Vianen).
Ze worden onder zijn magen en vrunden genoemd. Ze waren neef en oom van moederskant.
Een oorkonden van 25 februari 1311 (of 1312, afhankelijk van een al dan niet gehanteerde Paasstijl) noemt Jan van Beusichem juist weer onder de magen van Jan III van Arkel en zijn broer Herbaren van Arkel, heer van Bottersloot, als deze laatste een uitwatering op de Giessen geeft via zijn gerecht, aan de onderdanen van Hubert van Vianen te Meerkerk en Bloemendaal.
Voor Herbaren zegelen mee Jan, heer van Arkel, 'minen broeder', ridder, en Jan van Beusichem, Jan van Noordeloos en Otto van Heukelum, 'minen maghen' en knapen.
Op 22 april 1312 tenslotte zegelt Jan van Beusichem voor Johan III van Arkel, wanneer die een uitwatering geeft aan de dorpen Zijderveld en Everdingen, hier overigens zonder familieaanduiding.
Uit eigen onderzoek is mij gebleken dat de kronieken betreffende de heren van Culemborg alle teruggaan op het werk van de Gorcumse kanunnik Dirk Pauw Frankenzoon.
Deze schreef rond 1471 een eerste geslachtslijst op in zijn eerste versie van zijn Hollandse kroniek. Hierin blijft Huberts bruid, een dochter van de heer van Arkel, nog zonder naam. In zijn tweede versie van de Hollandse kroniek ca. 1478 noemt hij haar Aleid. In zijn Wereldkroniek van rond 1485 is de naam Geertruid geworden. Dezelfde naam die we in de zestiende eeuwse kronieken tegenkomen.
Pauw is ook degene die in zijn kronieken in plaats van Steven van Beusichem rond 1240 een Johan van Beusichem opvoert, die nooit bestaan heeft. Een fout die daarna nog enkele eeuwen door de 'geschiedvorsers' is nageschreven.
Pauw begint zijn geslachtslijst bij Rudolf van Beusichem, de vader van Hubert I. Als vrouw van Rudolf noemt hij in 1478 en 1485 een Aleid. Haar toenaam van Heinsberg is echter een 16e eeuwse toevoeging, om de genealogie op te fraaien.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan I  †1321   
Margriet*1275     
Jutte     
Agnes     
Gerard     

tr. (2) circa 1278
met

Clementia (Clemence) van Woerden, dr. van Herman VI van Woerden en Elizabeth van Amstel, geb. circa 1265, ovl. tussen 29 apr 1312 en 29 apr 1316  (1316),
, 1312 Juli 17 [des Manendaghes na sinte Margrietendach]
Henric van Rick, abt van St. Pauwels tUtrecht, beleent vrouwe Clementie, weduwe van heer Hubrecht van Bosinchem, met het goed en de tienden te Kesteren, zooals zij daarmede beleend was door den overleden abt Johan. (Regesten Heren van Culemborg).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1295  †1332  37



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 48)


Elisabeth van Arkel
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Elisabeth van Arkel1, ovl. in 1312,
, Het was onzeker of haar vader is: Heer Jan I van Arkel (<1230-1297) is. Is er concreet bewijs dat Elisabet de vrouw van Hubert III van Beusichem, heer van Culemborg, een Van Arkel en een dochter van Jan II van Arkel was?
Volgens een oude kroniek zou genoemd Jan (+ 1297) een dochter hebben gehad gehuwd met Huybrecht 5e heer van Culenburch. Zie ´Historia dominorum de Teysterband, Arckel, Egmonda, Brederoede, IJsselsteyn etc´. een proefschrift uit 1933 van W.F. Andriessen. In J.W. Groesbeek, ´De heren van Arkel´, dNL 1954, kolom 109, heeft deze dochter de voornaam Margaretha? toebedeeld gekregen. Dit werd door M.J. Waale herhaald in zijn ´Nogmaals een bijdrage tot de genealogie van het middeleeuwse adellijke geslacht Van Arkel´, dNL 2000, kolom 13, met de aanvulling dat Margaretha in 1281 gehuwd was en dat Hubrecht van Beusichem (van Culemborg), heer van Schonauwen werd. Waale verwijst naar de publicatie van Dek maar ziet een oudere over het hoofd.
P.G.F. Vermast, 'De Heeren van Bosinchem voor het jaar 1300' in Bijdragen en Mededelingen Gelre dl. LIII (1953), blz. 38 corrigeert de voornaam Margriet in Elisabet met een verwijzing naar het kalendarium van St. Servaes te Utrecht. Vermast merkt hierbij op dat de naam Margriet (en de aanduiding des heeren dochter van Arkel) ontleend is aan een vermelding bij Anth. Matthaeus en dat ze elders genoemd (zonder bronvermelding) wordt als Geertruyt. Bij Dek 'De adellijke geslachten Van Culemborg etc.' in dNL 1975, kolom 87, zien we inderdaad Margaretha van Arkel (?) weer terug. Hier met verwijzing naar het Arkel-artikel van Groesbeek.
Anth. Matthaeus (1700) heeft zijn wetenschap ongetwijfeld ontleend aan een 15e/16e eeuwse kronieken aangevuld. Na hem is men aan het naschrijven gegaan. Vermast corrigeert weliswaar de voornaam in Elisabet maar zijn informatiebron laat haar afkomst onvermeld. Er hoeft echter niet getwijfeld te woorden aan het feit dat Elisabeth van Arkel devrouw van Hubert van Beusichem (1271-1300) is.
Hans Vermeulen besteedde in zijn artikel 'Borgen zijn familie" in het liber amcorum voor Ben de Keijzer (Ons Voorgeslacht, juli/augustus 2010) al eens aandacht aan een oorkonde van 19 oktober 1307, waarin heer Jan III van Arkel en zijn oom Arnold, heer van Noordeloos, ridders als eerste borgen voorkomen voor Jan van Beusichem (zij staan nog vóór diens neef Hubert van Vianen).
Ze worden onder zijn magen en vrunden genoemd. Ze waren neef en oom van moederskant.
Een oorkonden van 25 februari 1311 (of 1312, afhankelijk van een al dan niet gehanteerde Paasstijl) noemt Jan van Beusichem juist weer onder de magen van Jan III van Arkel en zijn broer Herbaren van Arkel, heer van Bottersloot, als deze laatste een uitwatering op de Giessen geeft via zijn gerecht, aan de onderdanen van Hubert van Vianen te Meerkerk en Bloemendaal.
Voor Herbaren zegelen mee Jan, heer van Arkel, 'minen broeder', ridder, en Jan van Beusichem, Jan van Noordeloos en Otto van Heukelum, 'minen maghen' en knapen.
Op 22 april 1312 tenslotte zegelt Jan van Beusichem voor Johan III van Arkel, wanneer die een uitwatering geeft aan de dorpen Zijderveld en Everdingen, hier overigens zonder familieaanduiding.
Uit eigen onderzoek is mij gebleken dat de kronieken betreffende de heren van Culemborg alle teruggaan op het werk van de Gorcumse kanunnik Dirk Pauw Frankenzoon.
Deze schreef rond 1471 een eerste geslachtslijst op in zijn eerste versie van zijn Hollandse kroniek. Hierin blijft Huberts bruid, een dochter van de heer van Arkel, nog zonder naam. In zijn tweede versie van de Hollandse kroniek ca. 1478 noemt hij haar Aleid. In zijn Wereldkroniek van rond 1485 is de naam Geertruid geworden. Dezelfde naam die we in de zestiende eeuwse kronieken tegenkomen.
Pauw is ook degene die in zijn kronieken in plaats van Steven van Beusichem rond 1240 een Johan van Beusichem opvoert, die nooit bestaan heeft. Een fout die daarna nog enkele eeuwen door de 'geschiedvorsers' is nageschreven.
Pauw begint zijn geslachtslijst bij Rudolf van Beusichem, de vader van Hubert I. Als vrouw van Rudolf noemt hij in 1478 en 1485 een Aleid. Haar toenaam van Heinsberg is echter een 16e eeuwse toevoeging, om de genealogie op te fraaien.

  • Vader:
    Jan I Herbaren de Sterke (Johan) (Jan I (III) de Sterke) van Arkel Heer van der Lede2, zn. van Herbaren II Floris van de Lede van Arkel (ridder vermeld 1227-1253) en Alveradis van Heusden, geb. Gorinchem circa 1233, heer van Arkel, ridder, Ridder, Heer van Arkel 3, Ridder, Heer van Arkel 4, ovl. Gorinchem op 15 mei 1272, begr. aldaar,
    , Jan I van Arkel volgt zijn vader Herbaren op kort voor 1253. Komt voor als getuigen van zijn oom Jan I van der Lede op 7 maart 1253 en 12 juni 1254 bij de verlening van een derde van Dalem en op 29 october 1263 wanneer hij een bloedverwant beleent met de goederen bij Slingeland. Laatst vermeld in 1264, waarschijnlijk gestorven in of net voor 1272.
    Jan I (de Sterke). Vermeld als broer van Herbaren van den Berghe in de enig bekende oorkonde van Herbaren, gedateerd 17 maart 1253 (Kerststijl) of 1254 (Paasstijl).
    Dat Jan I van Arkel de oudste zoon was blijkt uit het gegeven dat Arkel de leenheer was over de kenmerkende bezittingen van de jongere takken: De Grote Waard; Noordeloos; Berghambacht; Heukelom. Arkel was ook leenheer over de heerlijkheden Hoog-Blokland; Oosterwijk; (Over-)Slingeland; Leerdam en Leede; Stolwijk; Haastrecht; Willige Langerak;
    etc. In de akte van 17.3.1253 (OHZ-.) treedt hij, als heer
    van Arkel en ridder genoemd, met zijn broer, heer Herbaren van den Berghe, op als getuige voor heer Jan van der Lede. In het volgende jaar, op 25.6.1254, vinden wij hem met zijn broers Otto en Hugo vermeld in de oorkonde waarin heer Jan van der Lede en zijn neef Hugo van Arkel heer Floris van Dalem belenen met een derde van Dalem.
    Op 29.10.1263 beleent hij zijn "cognatus" Otto met het bedijkte land dat Slingeland genoemd wordt. Voor de laatste maal wordt hij vermeld op 23.8.1264, wanneer hij met Willem, heer van Brederode, een watergang verleent aan heer Hendrik van Alblas. De traditie geeft hem tot vrouw Bertha van Ochten. Een direkt bewijs hiervoor is in de bronnen niet te vinden, maar
    wijlen de heer de Groot heeft zulke sterke aanwijzingen naar voren gebracht voor dit huwelijk, dat wij hier van een zeer grote waarschijnlijkheid spreken kunnen. Hij wees op het voorkomen van de voornaam Ricoud, de kenmerkende voornaam bij de van Ochtens, bij de van Arkels van Noordeloos, die stammen uit een zoon van onze Jan I. Deze voornaam komt niet voor bij de andere Arkel-takken, zodat deze bij het huwelijk van Jan I in zijn geslacht gekomen moet zijn. Verder wees hij op het feit, dat Jan III van Arkel in het bezit komt van leengoed dat hij oorspronkelijk van Jan van Ochten in leen
    gehouden had (5.12.1305 - Hist.Gen, Codex Dipl.Neerl, 2e serie, dl.I, afd.I, nr.10).
    Hoewel hiermede wel is komen vast te staan, dat Jan I van Arkel gehuwd was met een van Ochten, kon de heer de Groot slechts aanwijzingen bijbrengen omtrent het al of niet juist zijn van haar voornaam Bertha. Nu lezen wij (Wapenheraut I, p.37) "de Wolfswaarden onder Opheusden en Wageningen
    herinneren vrij zeker aan Johan Wolf, ridder, in 1280 vermeld als de gemaal van Bertha van Ochten, die in 1272 weduwe geworden was van Jan van Arkel. Zij was een dochter van Ricold, heer van Ochten, in 1280 dood, bij Jutta, in dit jaar domina (edelvrouw) getiteld". Dit alles vindt in sommige opzichten een treffende bevestiging in een oorkonde van 13.12.1281 (Sloet-1040), waarin vermeld worden: Henricus en Godefridus van Ochten, zoons van domina Jutta van Ochten. In dezelfde oorkonde worden "dominus Johannes dictus Wolf, miles, et Bertha ejus uxor" vermeld. Zij wordt hier niet uitdrukkelijk genoemd als zuster van Hendrik en Godfried, dus kan ook een tante van beide broers geweest zijn, en dus een dochter van Ricold I van Ochten (en Marina van Bentheim?) zoals de heer de Groot veronderstelde, relatie. Hij krijgt 2 zonen, tr. circa 1250.
 

tr. circa 1280
met

Ridder Hubert III (Hubrecht) van Culemborch1 (Hubert van Beusichem gezegd Schenck (Pincerna) de Bosinchem, Schenck van Bosinchem, van Bosichem, van Bosinchem), zn. van Ridder Hubert II van Bosinchem [de Schenk] (heer van Beusinchem, ridder 1258) en NN van Zuylen, geb. Beusichem in 1240, Heer van Beusinchem (Heer van Culemborg), ovl. Utrecht op 20 mrt 1309 (20 mrt 1300),
, Ridder, heer van Culemborg, schenker van Utrecht, vermeld tussen 11 febr. 1271 en 18 maart 1300, ridder, 25 juni 1271 beleend met de jurisdictie van het Convent in Vuilskop c.a, kreeg 4 juli 1281 in eigendom een hoeveland te Culemborg (waarop hij zijn slot gebouwd had) en werd er 21 nov. daar aan volgend door de graaf van Gelre mee beleend.
Erfschenker van de bisschop van Utrecht en het kapittel van Oudmunster te Utrecht, tr. (2) met Clementia (Clemence) van Woerden. Uit dit huwelijk een dochter.

 

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan I  †1321   
Margriet*1275     
Jutte     
Agnes     
Gerard     



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 48)
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 347)
3.Kastelen in de Krimpenerwaard e.O. (S517), S517
4.Kastelen in de Krimpenerwaard e.O. (S517-2), S517-2


Hubert II van Bosinchem [de Schenk]
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Ridder Hubert II van Bosinchem [de Schenk], heer van Beusinchem, ridder 1258, ovl. voor 1271,
, Vermeld 1248-1271.

tr. (1)

Uit dit huwelijk 5 kinderen.

tr. (2)
met

NN van Zuylen, tr. (2) met Loef van Ruweel. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk     
Hubert III*1240 Beusichem †1309 Utrecht 68


Meilindis
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Meilindis .

tr.
met

Arnold (Arent) heer van Rijswijk, zn. van Willem van Rijswijk, Dapifer van Holland, vermeld 1198-1216, ovl. na 1206,
, Arnold van Rijswijk (1198-1216) vervulde de grafelijke functie van `dapifer` in de periode 1198/1201. Indien nu heer Arnold van Rijswijk ook de vader was van abt Lubbert I van Egmond en diens broer Dirk van Rijswijk dan valt ook een verdere conclusie te trekken, namelijk dat heer Arnold de schoonvader van Gerard van Egmond zal zijn geweest. Gerard heeft zijn oudste zoon Wouter naar zijn eigen vader vernoemd en de tweede zoon Arnold naar zijn schoonvader. Daarnaast heeft Gerard van Egmond zijn zoon Lubbert vernoemd naar diens oom abt Lubbert I van Egmond, en deze tevens voorbestemd voor een kerkelijke loopbaan. Dit laatste, vernoeming en bestemming, is namelijk een Middeleeuwse gewoonte die in veel families aan te treffen valt.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bertha*1200 Sassenheim    
F[lorentia]*1200 Zevenbergen    


Clementia van Woerden
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Clementia (Clemence) van Woerden, geb. circa 1265, ovl. tussen 29 apr 1312 en 29 apr 1316  (1316),
, 1312 Juli 17 [des Manendaghes na sinte Margrietendach]
Henric van Rick, abt van St. Pauwels tUtrecht, beleent vrouwe Clementie, weduwe van heer Hubrecht van Bosinchem, met het goed en de tienden te Kesteren, zooals zij daarmede beleend was door den overleden abt Johan. (Regesten Heren van Culemborg).

  • Vader:
    Herman VI van Woerden1,2,3, zn. van Herman V van Woerden en Clementia Badeloch van Amstel, geb. circa 1240, ovl. in 1304,
    , stamt uit een oud geslacht van Utrechtse diesntlieden (ministerialen). Uit een oorkonde van 21 maart 1288 blijkt dat Herman van Woerden aan graaf Floris V beloofde dat zijn dochters niet zonder toestemming van de graaf zouden huwen (Coldeweij "De heren van Kuyc 1096-1400", blz. 88-93), tr. (1) met Elisabeth van Brederode. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (2) circa 1265.
 

tr. circa 1278
met

Ridder Hubert III (Hubrecht) van Culemborch6 (Hubert van Beusichem gezegd Schenck (Pincerna) de Bosinchem, Schenck van Bosinchem, van Bosichem, van Bosinchem), zn. van Ridder Hubert II van Bosinchem [de Schenk] (heer van Beusinchem, ridder 1258) en NN van Zuylen, geb. Beusichem in 1240, Heer van Beusinchem (Heer van Culemborg), ovl. Utrecht op 20 mrt 1309 (20 mrt 1300),
, Ridder, heer van Culemborg, schenker van Utrecht, vermeld tussen 11 febr. 1271 en 18 maart 1300, ridder, 25 juni 1271 beleend met de jurisdictie van het Convent in Vuilskop c.a, kreeg 4 juli 1281 in eigendom een hoeveland te Culemborg (waarop hij zijn slot gebouwd had) en werd er 21 nov. daar aan volgend door de graaf van Gelre mee beleend.
Erfschenker van de bisschop van Utrecht en het kapittel van Oudmunster te Utrecht, tr. (1) met Elisabeth van Arkel, dr. van Jan I Herbaren de Sterke van Arkel Heer van der Lede (heer van Arkel, ridder) en Yda van Andel. Uit dit huwelijk 5 kinderen.

 

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1295  †1332  37



Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 69)
2.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 71)
3.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 243)
4.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 34)
5.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 76)
6.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 48)