Website van $boomnaam$
Hubert II/IV van Culemborch
Hubert II/IV (Hubert 'Schenk') heer van Culemborch (van Bosinchem), geb. in 1300, onmondig 1307-1311, heer van Schalkwijk, heer van Culemborg beleend op 1 jul 1314, erfschenker van Utrecht in 1322, beleend met het gerecht van Everdingen van 6 apr 1333 tot 22 apr 1344 , ridder vanaf 1335, koopt de gerechten van Zijderveld en Hagestein op 1 aug 1341, ovl. op 21 jul 1347, begr. Culemborg op 1 aug 1347,
, Vermeld 1305-1339, hij is in 1300 geboren, want hij 1314 is hij leenrechtelijk meerderjarig, reeds op 1 juli 1314 door de hertog van Gelre beleend met het huis te Culemborg (zijn vader behield het vruchtgebruik), kocht de gerichten van Zijderveld, Autena en Hagestein, 1 aug. 1341 borg voor de hertog van Gelre, tussen 14 mei en 2 aug. 1347, hij zou 21 juli 1347 gesneuveld zijn in de slag bij Hamont, begr. Culemborch 1 augustus 1347 (zijn opvolgers noemden zich niet meer Van Bosinchem).

tr. circa 1337
met

Jutte (Jutta) van der Leck, dr. van Peter van der Leck ridder en Jutte van Wassenaer, geb. circa 1320, erfgename van de heerlijkheden Werth en Wertherbruch, ovl. op 21 sep 1352,
, Zij erfde van haar broer Hendrik III (+1342) de heerlijkheden Werth en Wertherbruch (tussen Anholt en Rees).

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan  †1377   
Gerrit*1336 Culemborg †1394  57
Hendrica  †1406   
Mechteld     



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 48)


Jutta van der Leck
Jutte (Jutta) van der Leck, geb. circa 1320, erfgename van de heerlijkheden Werth en Wertherbruch, ovl. op 21 sep 1352,
, Zij erfde van haar broer Hendrik III (+1342) de heerlijkheden Werth en Wertherbruch (tussen Anholt en Rees).

tr. circa 1337
met

Hubert II/IV (Hubert 'Schenk') heer van Culemborch (van Bosinchem), zn. van Johan I van Bosichem heer van Culemborch en Margaretha van Maurik (erfdochter van Maurik), geb. in 1300, onmondig 1307-1311, heer van Schalkwijk, heer van Culemborg beleend op 1 jul 1314, erfschenker van Utrecht in 1322, beleend met het gerecht van Everdingen van 6 apr 1333 tot 22 apr 1344 , ridder vanaf 1335, koopt de gerechten van Zijderveld en Hagestein op 1 aug 1341, ovl. op 21 jul 1347, begr. Culemborg op 1 aug 1347,
, Vermeld 1305-1339, hij is in 1300 geboren, want hij 1314 is hij leenrechtelijk meerderjarig, reeds op 1 juli 1314 door de hertog van Gelre beleend met het huis te Culemborg (zijn vader behield het vruchtgebruik), kocht de gerichten van Zijderveld, Autena en Hagestein, 1 aug. 1341 borg voor de hertog van Gelre, tussen 14 mei en 2 aug. 1347, hij zou 21 juli 1347 gesneuveld zijn in de slag bij Hamont, begr. Culemborch 1 augustus 1347 (zijn opvolgers noemden zich niet meer Van Bosinchem).

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan  †1377   
Gerrit*1336 Culemborg †1394  57
Hendrica  †1406   
Mechteld     


Peter van der Leck
Peter van der Leck ridder, raad van de graaf van Holland in 1322 en 1338, ridder in 1305, bouwt Wertheim in 1311, vermeld in het Kleefse van 1313 tot 1318, raad van de graaf van Gelre in 1316, verkoopt de ambachten Brantwijk en Gijbeland in 1325, verpacht meerdere ambachten op 30 mrt 1326, ovl. in 1339,
, Pieter van der Lecke x Jutte [van Wassenaer] noemt Jan van Polanen x Catharina van Brederode zijn zwager.

tr.
met

Jutte van Wassenaer, dr. van Philips II van Wassenaer (knape, zegelbewaarder en grafelijk raadgever onder Floris V en Jan I,) en Katrine? Gerardsdr of Jansdr van de Wateringen, ovl. na 1345.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jutte*1320  †1352  32
Hendrik  †1342   


Othilde van Smitshuisen
Othilde van Smitshuisen, ovl. in 1233, begr. Zennewijnen.

tr.
met

Folpert II van der Lecke1, zn. van Giselbert van der Lecke en NN van Voorne, geb. circa 1190, heer van de Lek 1219-1247, ovl. tussen 1247 en 9 aug 1249 ,
, vermeld 1217-1228, tr. (2) met Margaretha (Margaretha (Mettgen)) van Cuyck (Kuyc, van) (Cuijck, van). Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1210 Geleen †1271 Geleen 61



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883


Margaretha van Cuyck
Margaretha (Margaretha (Mettgen)) van Cuyck1 (Kuyc, van) (Cuijck, van), geb. circa 1198 (circa 1205).

  • Vader:
    Albert (Albrecht) ridder van Kuyc (Albert van Kuyc, van Cuijck, van Cuyk)1,2, zn. van Hendrik II graaf van Cuyck (burggraaf van Utrecht) en Sophia van Rhenen (van Herpen) (erfdochter van Herpen, vermeld 1191-1203), geb. Cuijk circa 1177, ridder, vermeld 1191-1233, Heer van Cuyk en Grave 1204-1233, van Herpen, Merum en half Asten 1220, ovl. Asten in 1233,
    , Getuige bij een schenking van het allodium Herpen aan de Brabantse hertog 1191, heer van Cuyc en Grave 1204-1233, heer van Herpen, Merum en half Asten 1220-1233, stadsgraaf van Utrecht tot 12-3-1220, verkocht zijn rechten voor 200 pond Utrechts, leenman van de bisschop van Utrecht voor het hoge en lage gerecht van Gasperde en Everdingen, tr. circa 1195.
 

tr. (1)
met

Folpert II van der Lecke1, zn. van Giselbert van der Lecke en NN van Voorne, geb. circa 1190, heer van de Lek 1219-1247, ovl. tussen 1247 en 9 aug 1249 ,
, vermeld 1217-1228, tr. (1) met Othilde van Smitshuisen, dr. van Hendrik van Smitshuisen (ministeriaal) en Machteld . Uit dit huwelijk een zoon.

tr. (2) circa 1219
met

Hendrik (Hendrik I) van Rode (Hendrik I van Mierlo) ridder, zn. van Roelof Rover van Rode en Didradis van Rixtel, geb. circa 1188 (circa 1195), heer van Mierlo of Boxtel, ovl. voor 1256,
, 1245 Ridder Hendrik van Mierlo heeft de tienden van Sterksel verkocht aan de abdij van Averbode,
6-9-1256 Wijlen Hendrik van Rode heer van Mierlo heeft de novaaltiende van Mierlo verkocht aan het klooster van Binderen te Helmond,
7-1-1263 Hendrik van Mierlo, ridder, bezitter van het patronaatsrecht van de kerk van Mierlo, heeft minstens 40 jaar geleden een schenking gedaan,
Heer van Mierlo, Ridder, alias: van Rode of Rover, Hendrik I van Mierlo (~1195 - < 1256), heer van Rode en Mierlo, gehuwd met een zekere Helwig kind:
Ermegard van Mierlo, die zou trouwen met Engelbert van Horne, de het Kasteel Cranendonck te Soerendonk liet bouwen,
Hendrik I van Mierlo of Hendrik I van Rode was een van de eerste heren van Mierlo. Volgens een document uit 1256 volgde hij omstreeks 1220 zijn vader Roelof Rover van Rode op als Heer van Mierlo. Zijn familie was eerder in bezit van het Graafschap Rode, wat een groot deel van Zuidoost-Brabant besloeg. In 1256 was Hendriks zoon Gooswijn Moedel van Mierlo al aan de macht.
Hendrik is dus voor 1256 gestorven, tr. (2) met zijn schoonzuster Agnes (Heilwig) van Cuijck, dr. van Albert ridder van Kuyc (ridder, vermeld 1191-1233, Heer van Cuyk en Grave 1204-1233, van Herpen, Merum en half Asten 1220) en Heilwig van Merheim (erfdochter van Merum en half Asten), geb. circa 1210, ovl. in 1289. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ermengard*1220  †1245  25
Roelof*1225  †1262  37



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 69)


Heylwich van Haeften
Heylwich van Haeften, ovl. in 1503.

tr.
met

Reynier van Raesfelt, zn. van Goossen (Goswin) van Raesfelt (gedeputeerde van Munster 1464) en Bertha van Homoet, geb. in 1467, ovl. in 1535, tr. (2) met Jolanda (Ulant) von Boedberg-Haag (Boedberg tot Haga, van). Uit dit huwelijk geen kinderen

Zweder II van Vianen
 
Zweder II heer van Vianen, geb. circa 1275, ovl. in 1333,
, Zweder II heer van Vianen, zegelde of 16 okt. 1317 als borg voor Wouter van Amstel van Mijnden ten overstaan van de Hollandse graaf Willem III, op 8 nov. 1323 namens de bisschop van Utrecht (die een dijkgraaf en heemraden voor de Lekdijk benoemde) en op 24 juli 1328 de huwelijkse voorwaarden van Jan van Culemborg, overl. 4 dec. 1333, tr. vermoedelijk een dochter van heer Claes van Egmond.
Op 29 sept. 1326 beloofden graaf Willem III en Willem van Duivenvoorde aan heer Zweder II, die de burcht en de heerlijkheid van Vianen aan hen had overgegeven, hem zijn goederen terug te geven, als hij uit zijn schulden,gered” was.

  • Vader:
    Hubrecht (Hubert) ridder van Vianen (van Bloemensteyn)1, zn. van Zweder I van Bosinchem en Vianen en Margaretha Jacobsdr van Vlotstale, geb. in 1255, ovl. op 25 mei 1318, begr. in 1319,
    , Knape 1 april 1288, ridder 19 oktober 1289 (toen hij van graaf Floris V voor 236 pond en 15 stuivers het gerecht in Vreeswijk pandde). Beloofde op 25 oktober 1294 hulp aan graaf Floris V, herhaalde deze belofte tegenover graaf Jan I op 24 juni 1298.
    Beloofde aan graaf Reinoud van Gelre 6 dec. 1294 niet zonder permissie op de Veluwe te jagen, evenalls zijn oom Alard van Bosinchem, zijn neef Dirk Splinter van Bosinchem en zijn zoon Zweder beloofle hij graaf Floris V op 25 okt. 1294 hulp, zij herhaalden deze belofte tegenover graaf Jan I op 24 juni 1298, pachtte op 18 juli 1306 van het convent van Oostbroek de hofstede Vuthoff en het goed van Hulsdingen ten westen van Vianen, 19 okt. 1307 borg voor [de heer van Culemborg, leende op 13 nov. 1313 graaf Reinoud I van Gelre 1000 pond, zegelde nog op 6 mei 1318.
    Anno 1317 Gerardus de Sconouwen 18665  famulus samen met Hubertus de Vianen miles, Johannes de Bosinchem en Otto de Buren, famuli borg voor Gerardus de Weerdenberch famulus filius quondam dni Rodolphi de Koc militis als deze de tiende van Hyre, Nedereynen en Poynen van het kapittel van St Jan Utrecht in pacht ontvangt, tr.
 

tr.
met

Elisabeth Claesdr van Egmond, dr. van Nicolaas van Egmond en Elisabeth van Heemskerck.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Heilwig*1333  †1351  18
Elisabeth*1310  †1337  27



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 29)
2.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 51)
3.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 26)


Hendrik van Smitshuisen
Hendrik van Smitshuisen, geb. circa 1160, ministeriaal, ovl. voor 1219,
, had de tol van Smithuizen in pacht van het kapittel van St. Marie te Utrecht. Hij verleende de abdij van Marienweert in 1216 tolvrij, vermels 1199-1204.

tr.
met

Machteld .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Othilde  †1233 Zennewijnen  


Machteld
Machteld .

tr.
met

Hendrik van Smitshuisen, zn. van Steven van Smitshuisen, geb. circa 1160, ministeriaal, ovl. voor 1219,
, had de tol van Smithuizen in pacht van het kapittel van St. Marie te Utrecht. Hij verleende de abdij van Marienweert in 1216 tolvrij, vermels 1199-1204.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Othilde  †1233 Zennewijnen  


Steven van Smitshuisen
Steven van Smitshuisen.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1160  †1219  59


Petrus Nicolaasz van Borssele
Petrus Nicolaasz heer van Borssele (Borsselen, van), geb. Borselen circa 1219, ridder, heer van Borselen en Goes, ovl. na 1278,
, vermeld 1263-1278, trouwt 1 ? Hadewig van Cruijningen ? of Machteld van Holland? of Hendrik van Kinzweilersdr?, ovl. na 25-11-1294, marriage ca 1259.

 

tr. (1)
met

(mog.) Machteld van Holland, dr. van Floris IV graaf van Holland (graaf van Holland 4-2-1222).

tr. (2)
met

Hadewig van Cruijningen, dr. van Godfried heer van Cruijningen5 (jonker (domicellus)) en Oda Gageldonck5, geb. circa 1225, ovl. circa 1263.

 

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Oda*1255  †1294  39
Jutta  †1296   



Bronnen:
1.Genealogie der Graven van Holland (DEK/HOL), Dr. A.W.E. Dek, Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1969 (blz. 16)
2.Graven van Holland (B 021), D.E.H. Boer en E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, 90-6011-915-0, Zutphen, 1995 (blz. 63)
3.Graven van Holland, Middeleeuwse vorsten in woord en beeld (880-1580) (B 236), Graven van Holland, Middeleeuwse vorsten ., Prof. dr. D.E.H. Boer Dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, 978-90-5730-644-0, Zwolle, 2010 (blz. 73)
4.Gravinnen van Holland (CORD), E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, 90-6011-525-5, Zutphen, 1987 (blz. 82)
5.CBG (CBG 005), Centraal Bureau voor Genealogie (blz. 84)


Johan I van Bosichem heer van Culemborch
Johan I van Bosichem heer van Culemborch, ovl. na 23 nov 1321,
, Heer van Culemborg, beloofde op 19 okt. 1307 ( na belening door (de graaf van Gelre) de (burcht Maurik als open huis te bewaren, 29 sept. 1319,door de bisschop van Utrecht met het gericht van Schalkwijk beleend (intussen had hij al op 6 dec. 13818 de poorters van Culemborg zekere vrijheden (stadsrechten) gegeven).

 

tr. (1) circa 1300
met

Margaretha van Maurik, dr. van Gerard van Maurik, erfdochter van Maurik, ovl. circa 1307.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hubert*1300  †1347 Culemborg 47

tr. (2) circa 1308
met

Agnes Pieternel (Peronele, Petronella) van Zuylen Abcoude (van Abcoude), dr. van Sweder van Abcoude, ovl. na 1311,
, Pauselijke dispensatie van 11 juli 1308, huw. voorw. 1310.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan  †1358   



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 48)
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 347)


Margaretha van Maurik
Margaretha van Maurik, erfdochter van Maurik, ovl. circa 1307.

tr. circa 1300
met

Johan I van Bosichem heer van Culemborch, zn. van Ridder Hubert III van Culemborch (Heer van Beusinchem) en Elisabeth van Arkel, ovl. na 23 nov 1321,
, Heer van Culemborg, beloofde op 19 okt. 1307 ( na belening door (de graaf van Gelre) de (burcht Maurik als open huis te bewaren, 29 sept. 1319,door de bisschop van Utrecht met het gericht van Schalkwijk beleend (intussen had hij al op 6 dec. 13818 de poorters van Culemborg zekere vrijheden (stadsrechten) gegeven), tr. (2) met Agnes Pieternel van Zuylen Abcoude (van Abcoude). Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hubert*1300  †1347 Culemborg 47



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 48)


Agnes Pieternel van Zuylen Abcoude
Agnes Pieternel (Peronele, Petronella) van Zuylen Abcoude (van Abcoude), ovl. na 1311,
, Pauselijke dispensatie van 11 juli 1308, huw. voorw. 1310.

tr. circa 1308
met

Johan I van Bosichem heer van Culemborch, zn. van Ridder Hubert III van Culemborch (Heer van Beusinchem) en Elisabeth van Arkel, ovl. na 23 nov 1321,
, Heer van Culemborg, beloofde op 19 okt. 1307 ( na belening door (de graaf van Gelre) de (burcht Maurik als open huis te bewaren, 29 sept. 1319,door de bisschop van Utrecht met het gericht van Schalkwijk beleend (intussen had hij al op 6 dec. 13818 de poorters van Culemborg zekere vrijheden (stadsrechten) gegeven), tr. (1) met Margaretha van Maurik, dr. van Gerard van Maurik. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan  †1358   



Bronnen:
1.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 48)


Gerard van Maurik
Gerard van Maurik.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha  †1307   


Hubert III van Culemborch
 
Ridder Hubert III (Hubrecht) van Culemborch (Hubert van Beusichem gezegd Schenck (Pincerna) de Bosinchem, Schenck van Bosinchem, van Bosichem, van Bosinchem)1, geb. Beusichem in 1240, Heer van Beusinchem (Heer van Culemborg), ovl. Utrecht op 20 mrt 1309 (20 mrt 1300),
, Ridder, heer van Culemborg, schenker van Utrecht, vermeld tussen 11 febr. 1271 en 18 maart 1300, ridder, 25 juni 1271 beleend met de jurisdictie van het Convent in Vuilskop c.a, kreeg 4 juli 1281 in eigendom een hoeveland te Culemborg (waarop hij zijn slot gebouwd had) en werd er 21 nov. daar aan volgend door de graaf van Gelre mee beleend.
Erfschenker van de bisschop van Utrecht en het kapittel van Oudmunster te Utrecht.

tr. (1) circa 1280
met

Elisabeth van Arkel1, dr. van Johan (Jan) Herbaren de Sterke van Arkel Heer van der Lede (heer van Arkel, ridder) en Yda van Andel, ovl. in 1312,
, Het was onzeker of haar vader is: Heer Jan I van Arkel (<1230-1297) is. Is er concreet bewijs dat Elisabet de vrouw van Hubert III van Beusichem, heer van Culemborg, een Van Arkel en een dochter van Jan II van Arkel was?
Volgens een oude kroniek zou genoemd Jan (+ 1297) een dochter hebben gehad gehuwd met Huybrecht 5e heer van Culenburch. Zie ´Historia dominorum de Teysterband, Arckel, Egmonda, Brederoede, IJsselsteyn etc´. een proefschrift uit 1933 van W.F. Andriessen. In J.W. Groesbeek, ´De heren van Arkel´, dNL 1954, kolom 109, heeft deze dochter de voornaam Margaretha? toebedeeld gekregen. Dit werd door M.J. Waale herhaald in zijn ´Nogmaals een bijdrage tot de genealogie van het middeleeuwse adellijke geslacht Van Arkel´, dNL 2000, kolom 13, met de aanvulling dat Margaretha in 1281 gehuwd was en dat Hubrecht van Beusichem (van Culemborg), heer van Schonauwen werd. Waale verwijst naar de publicatie van Dek maar ziet een oudere over het hoofd.
P.G.F. Vermast, 'De Heeren van Bosinchem voor het jaar 1300' in Bijdragen en Mededelingen Gelre dl. LIII (1953), blz. 38 corrigeert de voornaam Margriet in Elisabet met een verwijzing naar het kalendarium van St. Servaes te Utrecht. Vermast merkt hierbij op dat de naam Margriet (en de aanduiding des heeren dochter van Arkel) ontleend is aan een vermelding bij Anth. Matthaeus en dat ze elders genoemd (zonder bronvermelding) wordt als Geertruyt. Bij Dek 'De adellijke geslachten Van Culemborg etc.' in dNL 1975, kolom 87, zien we inderdaad Margaretha van Arkel (?) weer terug. Hier met verwijzing naar het Arkel-artikel van Groesbeek.
Anth. Matthaeus (1700) heeft zijn wetenschap ongetwijfeld ontleend aan een 15e/16e eeuwse kronieken aangevuld. Na hem is men aan het naschrijven gegaan. Vermast corrigeert weliswaar de voornaam in Elisabet maar zijn informatiebron laat haar afkomst onvermeld. Er hoeft echter niet getwijfeld te woorden aan het feit dat Elisabeth van Arkel devrouw van Hubert van Beusichem (1271-1300) is.
Hans Vermeulen besteedde in zijn artikel 'Borgen zijn familie" in het liber amcorum voor Ben de Keijzer (Ons Voorgeslacht, juli/augustus 2010) al eens aandacht aan een oorkonde van 19 oktober 1307, waarin heer Jan III van Arkel en zijn oom Arnold, heer van Noordeloos, ridders als eerste borgen voorkomen voor Jan van Beusichem (zij staan nog vóór diens neef Hubert van Vianen).
Ze worden onder zijn magen en vrunden genoemd. Ze waren neef en oom van moederskant.
Een oorkonden van 25 februari 1311 (of 1312, afhankelijk van een al dan niet gehanteerde Paasstijl) noemt Jan van Beusichem juist weer onder de magen van Jan III van Arkel en zijn broer Herbaren van Arkel, heer van Bottersloot, als deze laatste een uitwa