Website van $boomnaam$
Herman Valcke van de Veenhuys
Herman Valcke van de Veenhuys.

tr.
met

Johanna Schele.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sophia*1565 Veenhuizen    


Johanna Schele
Johanna Schele.

tr.
met

Herman Valcke van de Veenhuys.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sophia*1565 Veenhuizen    


Johanna Abbink
Johanna Abbink, ged. Varsseveld op 15 apr 1732.



Bronnen:
1.Rekeningen van de rentmeesters van Gendringen en Etten (R 001), Archief Huis Bergh, Inv. nr. 3767, fol. 20, van 1697 tot 1698


Geertruijt Abbink
Geertruijt Abbink, ged. Varsseveld op 15 apr 1742.



Bronnen:
1.Rekeningen van de rentmeesters van Gendringen en Etten (R 001), Archief Huis Bergh, Inv. nr. 3767, fol. 20, van 1697 tot 1698


Anna of East Anglia
Anna of East Anglia, koning van East-Anglia.

tr.
met

Saewara .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sexburga     


Saewara
Saewara .

tr.
met

Anna of East Anglia, zn. van Eni of East Anglia en Saewara , koning van East-Anglia.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sexburga     


Eni of East Anglia
Eni of East Anglia.

tr.
met

Saewara .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna     


Saewara
Saewara .

tr.
met

Eni of East Anglia, zn. van Tytila of East Anglia (koning van East-Anglia).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna     


Tytila of East Anglia
Tytila of East Anglia, koning van East-Anglia, ovl. circa 593,
, volgt op als koning  in ca. 578.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Eni     


Wuffa of East Anglia
Wuffa of East Anglia, koning van East-Anglia, volgt op in.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Tytila  †593   


Alewijn van Voorhout
Alewijn van Voorhout, burggraaf van Leiden, ovl. voor 1130.

tr.
met

Beatrix van Gent, dr. van Boudewijn I heer van Aalst van Gent ridder (ridder, heer van Aalst, Waas, Drongen en Ruiselede) en Oda , geb. circa 1059, ovl. Bleiswijk in 1086.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Doede*1086 Voorhout †1161  75
Alewijn II*1080  †1121  41


Hendrik van Rode
Hendrik (Hendrik I) van Rode (Hendrik I van Mierlo) ridder, geb. circa 1188 (circa 1195), heer van Mierlo of Boxtel, ovl. voor 1256,
, 1245 Ridder Hendrik van Mierlo heeft de tienden van Sterksel verkocht aan de abdij van Averbode,
6-9-1256 Wijlen Hendrik van Rode heer van Mierlo heeft de novaaltiende van Mierlo verkocht aan het klooster van Binderen te Helmond,
7-1-1263 Hendrik van Mierlo, ridder, bezitter van het patronaatsrecht van de kerk van Mierlo, heeft minstens 40 jaar geleden een schenking gedaan,
Heer van Mierlo, Ridder, alias: van Rode of Rover, Hendrik I van Mierlo (~1195 - < 1256), heer van Rode en Mierlo, gehuwd met een zekere Helwig kind:
Ermegard van Mierlo, die zou trouwen met Engelbert van Horne, de het Kasteel Cranendonck te Soerendonk liet bouwen,
Hendrik I van Mierlo of Hendrik I van Rode was een van de eerste heren van Mierlo. Volgens een document uit 1256 volgde hij omstreeks 1220 zijn vader Roelof Rover van Rode op als Heer van Mierlo. Zijn familie was eerder in bezit van het Graafschap Rode, wat een groot deel van Zuidoost-Brabant besloeg. In 1256 was Hendriks zoon Gooswijn Moedel van Mierlo al aan de macht.
Hendrik is dus voor 1256 gestorven.

 

tr. (1) circa 1219
met

Margaretha (Margaretha (Mettgen)) van Cuyck1 (Kuyc, van) (Cuijck, van), dr. van Albert ridder van Kuyc (ridder, vermeld 1191-1233, Heer van Cuyk en Grave 1204-1233, van Herpen, Merum en half Asten 1220) en Heilwig van Merheim (erfdochter van Merum en half Asten), geb. circa 1198 (circa 1205), tr. (1) met Folpert II van der Lecke. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ermengard*1220  †1245  25
Roelof*1225  †1262  37

tr. (2)
met

Agnes (Heilwig) van Cuijck, dr. van Albert ridder van Kuyc (ridder, vermeld 1191-1233, Heer van Cuyk en Grave 1204-1233, van Herpen, Merum en half Asten 1220) en Heilwig van Merheim (erfdochter van Merum en half Asten), geb. circa 1210, ovl. in 1289.

Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 69)


Lucie van Teisterbant
Lucie van Teisterbant.

tr.
met

Jan I (Johan) van Horne1, zn. van Willem I van Horne en Agnes van Cuijck1, geb. Horn, seigneur van Horn, ovl. in 1144, tr. (1) met Adélaïde Gijsbertus van Bronckhorst. Uit dit huwelijk een zoon.

 


Bronnen:
1.Maison de Hornes, Horn, Horne, Hoerne, Huerne, Hoorne, etc. (B 014), Etienne Patou, 2014 (blz. 2)


Magdalena Christina Nusman Hagenbeek
Magdalena Christina Nusman Hagenbeek, geb. Utrecht op 7 mrt 1838.


Willem van Kessel
Willem graaf van Kessel, geb. in 1210.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina*1245  †1308  63


Roelof van Cranendonk van Emmichoven
Roelof van Cranendonk van Emmichoven, geb. Dordrecht circa 1330, pastoor van de kerk van Maarheze onder Cranendonck 1368-1388, ovl. na 1388,
, vermeld als pastoor van de kerk van Marrijs (=Maarheze, onder Cranendonck) 1368/88, zegelde als raad van de heer van Horne, Altena en Kurtersem 10.05.1386 met drie jachthoorns (2 en 1), met in een vrijkwartier 2 afgewende zalmen. Blijkens een belening van 31.10.1388 van "Willem van Ghennep Roelofs soen van Emmichoven pastoers van Marrijs" is hij vermoedelijk in of kort na 1388 overleden. Roelof had 3 (bastaard-) zonen vermoedelijk bij 3 verschillende vrouwen: Willem van Gennep, Jan van Craenendonck en Edmond van Emmichoven (waarschijnlijk commandeur van de Malteser Orde 1455). Gezien zijn wapenvoering stamt waarschijnlijk zijn moeder uit het Altenase geslacht Van Emmichoven (2 afgekeerde zalmen), wellicht was ze een kleindochter van Roelof van Emmichoven vermeld 1300. Zijn vader zal een wapen met 3 hoorns gehad hebben, waarschijnlijk iemand uit het geslacht Horne of Cranendonck. Gezien het standsverschil tussen het vasallengeslacht van Emminckhoven en het adelijke geslacht Horne/Cranendonck is hij vermoedelijk een onwettige zoon geweest van één der zonen van Willem II van Cranendonck en Elisabeth van Steyn. Er zijn echter ook andere hypothesen mogelijk.
Toen wij in 1992 onze monografie over de geslachten Cranendonckl publiceerden, gingen wij uit van een hypothetische stamvader Roelof (van) Cranendonck, vader van Jan Cranendonck Roelofsz, die wij als oudste in de bronnen hadden aangetroffen. Deze Jan Cranendonck Roelofsz. werd samen met zijn (volwassen) zoons Roelof, Willem en Jan Jansz. Cranendonck in 1445-1450 genoemd als landpoorter van Dordrecht, wonende in Riederwaard (bij Ridderkerk). In het dijkkavelingsregister van de Riederwaard (ca.1453) komt hij voor als' Jan Roeloffssoen die men heet Jan Cranendonck'. Uit hem stammen de vele CranendonckeniKranendonken op de Zuidhollandse eilanden en waarden.
Van de hypothetische stamvader Roelof hadden wij echter in de archieven van Dordrecht en omliggende eilanden en waarden geen sporen aangetroffen. Reeds enkele jaren na de uitgave van ons boek werden wij via publikatie van de leenregisters van Altena geattendeerd op een zekere Jan van Kraandonk, zoon van Roelofvan Emmichoven, 'pastoor van Marrijs'. Jan van Kraandonk wordt hierin venneld in 1388 en 1392, maar het is onduidelijk of hij op dat moment al meerderjarig was. Pas in 1411 blijkt hij zelfstandig op te treden. Het geschatte geboortejaar van 'onze' Jan Cranendonck Roelofsz. (ca. 1380), zou hiermee mooi overeenkomen. Hoewel voornaam, patroniem, familienaam en geschat geboortejaar zeer goed pasten, wilden wij toch iets meer zekerheid, voordat we de conclusie zouden trekken dat Jan Cranendonck Roelofsz. inderdaad de zoon was van Roelof van Emmichoven, pastoor van Marrijs. Als hypothese werd deze afstamming in volgende jaren overigens door anderen reeds verondersteld.
Het heeft enige tijd geduurd voordat wij er achter kwamen, wat met 'Marrijs' werd bedoeld, maar toen het kwartje viel en wij veronderstelden dat hier Maarheeze mee werd
bedoeld, werd het pas echt spannend: de Brabantse heerlijkheid Cranendonck valt immers onder de parochie Maarheeze! Dankzij een bronvermelding uit 1368, waarin Roelof van Emmichoven ondubbelzinnig als pastoor van 'Maerheze' wordt aangeduid, kunnenwij onze hypothese nu verder uitbouwen.
Behalve het bovengenoemde leen, zijn met name de gevoerde wapens belangrijk m.b.t. de afstamming van het Riederwaarse geslacht Cranendonck. In ons boek veronderstelden wij op grond van wapenovereenkomst reeds een verband met de heren van Cranendonck, maar hoe dit precies in elkaar zat was onduidelijk. Het wapen van de Zuidhollandse Cranendoncken (1459) bestaat uit twee of drie hoorns vergezeld van een ster, met in een vrij kwartier twee afgewende zalmen met de koppen naar boven. In de 17e eeuw blijken de kleuren van dit wapen: rode hoorns op een gouden veld; blauwe zalmen op een groen veld. Het geslacht Home, dat vanaf 1242 de heerlijkheid Cranendonck in bezit had, voerde eveneens drie rode hoorns op een gouden veld (de derde hoorn inhet Zuidhollandse Cranendonckwapen werd soms afgedekt door het vrijkwartier): De afgewende zalmen komen overeen met het wapen Altena (twee afgewende rode zalmen op een gouden veld), maar ook met het wapen Ernnlichoven (twee afgewende gouden zalmen op een blauw veld). De afwijkingen van deze basisfiguren in het wapen Cranendonck (een ster, de bovenste hoorn gewend, afwijkende kleuren van het vrij kwartier) kunnen worden gezien als 'breuken' (veranderingen in het stamwapen die aangeven dat het een jongere of bastaardtak betreft).
Inderdaad lijkt het wapen van de Hollandse Cranendoncken gebaseerd te zijn op het wapen van Roelof van Emmichoven, pastoor van Maarheeze. In de inventaris van
het archief van Altena is sprake van een akte d.d. 10-5-1386 bezegeld door o.a. 'Roelof van Emmichoven pastoor van Mareyis'. Hoewel het originele charter onvindbaar bleek, is toch een beschrijving van de zegelfiguur bekend dankzij een beschrijvend kaartje. Roelof van Emmichoven, pastoor van Mareyis, zegelde in 1386 met drie jachthoorns (2 en 1), met in een vrij kwartier twee afgewende zalmen.
De naam Roelof van Emmichoven verwijst overduidelijk naar het Altenase geslacht Van Emmichoven, waarvan het familiewapen terugkomt in het vrijkwartier van het wapen van de pastoor. Meestal is een vrij kwartier een aanwijzing voor een moederlijke afstamming. Deze afstamming uit het Altenase geslacht Van Emmichoven blijkt uit het leen in de Spijk onder Emmikhoven, dat aan zijn zoons wordt over­gedragen. Bovendien was hij raad van Willem van Home en Altena, blijkens een akte uit 1386, mede bezegeld door 'Ma­thijs van Kessel ridder, Dyrc van Uutwijc, Roelofvan Emmichoven pastoor van Mareys, ende Henric die Borchgrave, knape, onse ghetrou raed.
De vader van pastoor Roelof zal derhalve een wapen met de drie hoorns hebben gevoerd. Gelet op de functie van de pastoor (Maarheeze onder Cranendonck) en de naam Cranendonck die zijn afstammelingen later voerden, zou de vader iemand moeten zijn uit het geslacht Home of Cranendonck. Gezien het standsverschil tussen het adellijke geslacht Horne/Cranendonck en het vazallengeslacht Van Emmichoven, betreft het daarbij vermoedelijk geen wettige afstamming. Wellicht was de pastoor een bastaard van eenvan de broers Cranendonck uit de eerste helft van de 14e eeuw: Amoud, Willem (lIl) of Dirck van Cranendonck, zoons van Willem II van Cranendonck en Elisabeth van Steyn. Dirck werd in het Land van Altena vermeld op 22-7-1331, toen heer Willem van Home en vijf van zijn Altenase leenmannen, waaronder Emond van Emmichoven en Dirck van Cranendonck, een verklaring aflegden.9 Dirck, die mogelijk pastoor van Bindervelt in Limburg was, werd in de laatste jaren van zijn leven heer van Cranendonck (ca. 1340­1342), als opvolger van zijn broer Willem III (heer ca. 1323-ca.1340). Dirck moest het geslacht behoeden voor uitsterven en kreeg daarom dispensatie voor een huwelijk met zijn nicht Aleid van Home. Het huwelijk leverde echter geen nageslacht op, zodat Aleid na zijn dood vrouwe van Cranendonck werd (ca.1342-ca.1355). Na de dood van Aleid ging de heerlijkheid Cranendonck over op resp. zoon(s) van Dirks' zuster Irmgard van Cranendonck, gehuwd met Thomas van Sevenborn.
Andere hypothesen m.b.t. de vader van pastoor Roelof van Emmichoven zijn minder waarschijnlijk, maar niet uit te sluiten: ook een van de vele zoons van Gerard van Home en Joanna van Gaasbeek I Ermgard van Kleef zou in aanmerking kunnen komen, bijv. Jan van Home, overleden na 1350. Omdat Jan van Cranendonck een broer had die Willem van Gennep genoemd werd, zou men kunnen denken dat de geslachtsnaam Cranendonck gebaseerd was op zijn geboorteplaats: zijn vader was immers pastoor in Maarheeze/Cranendonck. Juist Roelofs' benoeming tot pastoor van Maarheeze versterkt echter in onze ogen de hypothese van bastaardij uit de heren van Home-Altena: meestal zorgden de adellijke heren goed voor hun bastaarden en het vergeven van bepaalde 'baantjes' hoorde daar zeker bij! Mede gelet op de dominerende aanwezigheid van leden van het geslacht van Home/Cranendonck in het Altenase woongebied van de Van Emmichovens, is een relatie tussen leden van deze geslachten zeer goed voorstelbaar. Overigens werd een Altena's leen, bestaande uit 6 morgen 2 hont land onder Waardhui­zerbroek (ten oosten van Emmikhoven), in 1461 nog aangeduid als 'de Kranendonken'.
Uit het vrij kwartier in het wapen van Roelof van Emmichoven, pastoor van Maarheeze, kan voorzichtig geconcludeerd worden, dat hij met naam en toenaam vernoemd zou kunnen zijn naar zijn grootvader van moederszijde. Deze grootvader Roelof van Emmichoven zou zeer goed identiek kunnen zijn met de stamvader van het Altenase geslacht: Roelof van Emmichoven, genoemd 10-2-1300. Van het geslacht Van Emmichoven wordt wel beweerd, dat het evenals andere Altenase geslachten als Boeckelaer (Beuckelaer), zou stammen uit de heren van Altena. Wellicht is deze bewering gebaseerd op de zal men die deze geslachten in hun wapen voerden, of een foutieve interpretatie van een akte d.d. 29-4-1300, waarin Willem van Home en Altena zich verzoende met Jan van Rijswijk: Jan mocht hierna zijn huis en hof in leen houden, met toestemming daarbinnen een kemmenade te timmeren, zo groot als 'heren Willem onsen sone, Lodewijck Boekelaer ende Roelof van Emmichoven goet ende moeghe1ijc sal duncken (te) wesen'. Uiteraard wordt met 'onsen sone' slechts Willem bedoeld, de volgende heer van Home en Altena, en niet de getuigen Lodewijck Boekelaer en Roelofvan Emmichoven.
Helaas is de genealogie van de oudere generaties van dit geslacht Van Emmichoven niet volledig. Na een eerste fragment-genealogie, gebaseerd op een aantal lenen, publiceerde Peter van Eeten in 1990 en 1991 een vrij uitgebreid overzicht van de op dat moment bekende gegevens. Uit deze publikaties, aangevuld met gegevens o.a. uit sindsdien uitgegeven repertoria van lenen, valt echter met het nodige voorbehoud wel een fragmentarische genealogie van de oudste generaties te contrueren. De oude Roelof van Emmichoven had vermoedelijk meerdere zoons: Matthijs van Emmichoven en mogelijk ook Emond van Emmichoven (vermeld 1323, 1336) en Jan (de jonge) van Emmichoven (vermeld 1325): zie schema. De pastoor Roelof van Emmichoven kan zijn naam hebben gekregen via een onbekende dochter van oude Roelof van Emmichoven.
Een extra moeilijkheid voor het reconstrueren van een genealogie van het geslacht Van Emmichoven, ligt in het veelvuldig voorkomen van de voornaam Roelof. Behalve de
Aanwijzing voor de nauwe onderlinge verwantschap tussen de pastoor en bovengenoemde Roelofvan Emmichoven (overl. na 1396) ligt in het feit, dat een leen van 7 morgen land in de Spijk onder Emmikhoven door deze Roeof van Emmichoven, met toestemming van diens oudste zoon Anton, overgedragen werd op de kinderen van pastoor Roelof van Emmichoven. Deze Roelof van Emmichoven werd in 1392 beleend met 5 morgen land in Emmikhoven bij overdracht door een zekere Jan van Wisschel, eveneens zoon van een pastoor, die op zijn beurt in 1411 werd beleend met de eerstgenoemde 7 morgen bij overdracht door Jan van Craendonck, zoon van de pastoor Roelof van Emmichoven. Gelet op deze onderlinge 'uitwisseling' van lenen, kan worden vermoed, dat Jan van Wisschel of zijn vrouw Claessien op een of andere manier geparenteerd waren aan het geslacht Van Emmichoven. Een andere aanwijzing hiervoor is het voorkomen van de naam Roelof in dit geslacht: in 1451 was in Emmikhoven sprake van de erven van Roelof van Wisschel.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1380 Dordrecht †1454 Ridderkerk 74


Roelof van Emmichoven
Roelof van Emmichoven, geb. in 1275, ovl. in 1325.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Isolde*1305 Maarheeze    


Trijntje Maartens Kruijk
Trijntje Maartens Kruijk, geb. Kralingen.

tr. (1) op 15 mrt 1699
met

Hyme Abrahams Bredervelt, zn. van Abraham Cornelisse Bredervelt en Annetje Heymen van der Meer, ged. Schipluiden op 5 jun 1661, doet belijdenis in Naaldwijk op 25 dec 1686, begr. Vlaardingen op 30 jan 1736, tr. (1) met Lijsbeth Abrahams Lugtigheid, dr. van Abraham Gerrits Lugtigheyt (bouwman te Abtswoude) en Lijsbeth Pouwelsdr Verspeck. Uit dit huwelijk 5 kinderen.

otr. (2) Bleiswijk op 23 apr 1723, tr.
met

Kornelis Hogenrijn.

Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht 1947 (OV 004), 1947 (blz. 28)


Jacob Isaacsz Bredervelt
Jacob Isaacsz Bredervelt1, geb. Schipluiden, doopgetuige van zijn neef Abraham Cornelisse Bredervelt Schipluiden op 5 feb 1640.

otr. Kethel op 1 feb 1642, tr. Schipluiden
met

Jannitgen Rochusdr.

Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 234)
2.Ons Voorgeslacht 1947 (OV 004), 1947 (blz. 28)


Aeltgen Gerrits van Vleuten
Aeltgen Gerrits van Vleuten.

tr. (1)
met

Isaack Cornelis Bredervelt, kerkmeester in 1615, ovl. voor 1654.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis     
Jacob Schipluiden    

tr. (2) Delft op 23 mei 1654
met

Willem Cornelisz Lantslot