Genealogische website van Cees Hagenbeek
Johan Taets van Amerongen
Johan Taets van Amerongen.

tr.
met

Margriet van Colverschoten, vrouwe van Reynesteyn.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha  †1481   


Dirk van Brederode
Dirk van Brederode1, geb. Santpoort slot Brederode in 1365, geestelijke, clericus redditus, ovl. Zelhem in 1415,
, trad 1389 in het karthuizerklooster Monnikhuizen bij Arnhem ging in 1403 over naar de chartreuse van St. Baptist te Zeelhem bij Diest. Hij was geen monnik, doch clericus redditus, d.w.z. koorreligieus en stierf te Zeelhem in 1415.



Bronnen:
1.CBG (CBG 005), Centraal Bureau voor Genealogie (blz. 111)


Jan van Brederode
Jan van Brederode1, geb. Santpoort slot Brederode in 1367, ovl. Azincourt [Frankrijk] op 25 okt 1415,
, volgde zijn vader in 1390 op als 7e heer van Brederode en huwde Johanna, dochter van Willem heer van Abcoude. Hij nam in 1396 deel aan de tocht naar Friesland, doch in 1402 trokken beide echtgenoten in het klooster, zij waren kinderloos. Jan werd lekebroeder te Zeelhem. Omdat echter in 1407 zijn schoonvader was gestorven zonder zonen na te laten, verliet hij in 1409 het klooster weder en keerde in de wereld terug. Hij haalde in 1410 met geweld zijn vrouw uit het klooster Wijk bij Duurstede, doch werd gevangengenomen en tot 1412 vastgehouden, sneuvelde 25 Oktober 1415 bij Azincourt. Hij vertaalde in zijn kloostertijd enige werken uit het Frans (Des Coninx Summe)
Ging in 1401 (getrouwd, met instemming van zijn vrouw) in het Karthuizer klooster te Utrecht (Zelhem) wonen. Zijn vrouw werd non te Wijk bij Duurstede in het door haar gestichte dominicanessenklooster.
Toenin 1407 zijn vader overleed wilde hij zijn erfdeel opeisen, Omdat hij zijn kloostergelofte niet wilde schenden vroeg en kreeg hij toestemming van de Paus zijn pij te mogen uittrekken. Daarop ontvoerdde hij zijn vrouw uit het Wijker klooster.
De samenwerking tussen Paus en bisschop van Utrecht (Frederik van Blankenheim) was niet innig, en de bisschop (die zich door het opeisen door Jan van zijn erfdeel bedreigd voelde) zond mannen uit om Jan gevangen te nemen, waar zij in slaagden. Daarop nam de bisschop bezit van stad en slot van Wijk bij Duurstede.
De bisschop hield zelf de stad, en schonk het slot aan Jacob van Gaasbeek, die eveneens met Abcoude werd beleend.
De bisschop had niet alle macht in Utrecht. Het stadsbestuur steunde Jan van Brederode. De schout, Berend Proeijs, had echter Jacob van Gaasbeek bevoordeeld, waarvoor hij later ter verantwoording werd geroepen: hij moest F50,= boete betalen en verloor zijn burgerschap.
Jacob aanvaardde gaarne. Jan's vrouw, Johanna, stierf kort daarop toen haar man in de kerker zat.
Jan begaf zich na zijn vrijlating in vreemde krijgsdienst en sneuvelde als dapper ridder in de bekende slag bij Azincourt in 1415.

tr. in 1395
met

Johanna van Abcoude1, dr. van Willem heer van Gaesbeek, ovl. op 10 jan 1411,
, zij overleed 10 Januari 1411, na in haar klooster te zijn teruggekeerd.

Bronnen:
1.CBG (CBG 005), Centraal Bureau voor Genealogie (blz. 111)


Willem van Brederode
Willem van Brederode1, geb. Santpoort slot Brederode in 1374, ovl. in 1451,
, trad na 1417 op als voogd van de 3 kinderen van zijn broeder en als regent voor de lenen van Brederode. Hij huwde ca 1402 Margaretha van de Merwede, erfdochter van Daniël, heer van Merwede en Stein en Margaretha v. Heijnen. Hij werd in 1420 door Jacoba van Beieren tot ridder geslagen en nam deel aan de partijstrijd in Holland, zodat in 1426 het beroemde kasteel Brederode werd verwoest. Als bevelhebber der Hoekse vloot werd hij bij Wieringen verslagen en gevankelijk naar Enkhuizen gevoerd, waar 84 der zijnen werden terechtgesteld.
Met zijn gemalin bezocht hij Rome in 1450, zij stierven beiden in 1451 aan de pest, heer Willem 8 dagen na zijn vrouw.

tr.
met

Margaretha van der Merwede1, dr. van Daniël van der Merwede en Margaretha van Heijnen, ovl. in 1451.

Bronnen:
1.CBG (CBG 005), Centraal Bureau voor Genealogie (blz. 113)
2.CBG (CBG 005), Centraal Bureau voor Genealogie (blz. 111)


Walraven I van Brederode
Walraven I van Brederode1, geb. Santpoort slot Brederode in 1370, ovl. Gorinchem op 1 dec 1417,
, volgde zijn broeder Jan op als 8e heer van Brederode. Hij trok met Albrecht van Beieren in 1396 naar Friesland en werd 8 sept. 1400 burggraaf van Stavoren, doch van 1402 tot 14019 hield heer Jan van Arkel hem gevangen. Later een krachtige steun van graaf Willem VI, trad hij meermalen op als stadhouder van Holland. Hij sneuvelde, als bevelhebber
der troepen van gravin Jacoba, op 1 December 1417 in de straten van Gorinchem en werd begraven in de kerk te Vianen. (Zijn schedel wordt nog aldaar bewaard.) Hij huwde 1414 Johanna van Vianen, erfdochter van Hendrik heer van Vianen en van Hadewij van Herlaer, erfdochter van Ameide. Zij overleed 1418 in het kraambed en werd eveneens begraven te Vianen, in het koor der kerk.

tr.
met

Johanna van Vianen, dr. van Hendrik II van Vianen en Heilwich (Hadewich) van Herlaer (erfdochter van Ameide), 1, ovl. op 18 apr 1418.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Reinoud II*1415 Vianen †1473 Utrecht 58
Gijsbrecht*1416 Vianen †1475 Breda 59
Walravina*1418 Vianen    



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 113)
2.CBG (CBG 005), Centraal Bureau voor Genealogie (blz. 111)


Johanna van Abcoude
Johanna van Abcoude1, ovl. op 10 jan 1411,
, zij overleed 10 Januari 1411, na in haar klooster te zijn teruggekeerd.

tr. in 1395
met

Jan van Brederode1, zn. van Reinoud I van Brederode (baljuw van Kennemerland) en Jolanda gravin van Gennep, geb. Santpoort slot Brederode in 1367, ovl. Azincourt [Frankrijk] op 25 okt 1415,
, volgde zijn vader in 1390 op als 7e heer van Brederode en huwde Johanna, dochter van Willem heer van Abcoude. Hij nam in 1396 deel aan de tocht naar Friesland, doch in 1402 trokken beide echtgenoten in het klooster, zij waren kinderloos. Jan werd lekebroeder te Zeelhem. Omdat echter in 1407 zijn schoonvader was gestorven zonder zonen na te laten, verliet hij in 1409 het klooster weder en keerde in de wereld terug. Hij haalde in 1410 met geweld zijn vrouw uit het klooster Wijk bij Duurstede, doch werd gevangengenomen en tot 1412 vastgehouden, sneuvelde 25 Oktober 1415 bij Azincourt. Hij vertaalde in zijn kloostertijd enige werken uit het Frans (Des Coninx Summe)
Ging in 1401 (getrouwd, met instemming van zijn vrouw) in het Karthuizer klooster te Utrecht (Zelhem) wonen. Zijn vrouw werd non te Wijk bij Duurstede in het door haar gestichte dominicanessenklooster.
Toenin 1407 zijn vader overleed wilde hij zijn erfdeel opeisen, Omdat hij zijn kloostergelofte niet wilde schenden vroeg en kreeg hij toestemming van de Paus zijn pij te mogen uittrekken. Daarop ontvoerdde hij zijn vrouw uit het Wijker klooster.
De samenwerking tussen Paus en bisschop van Utrecht (Frederik van Blankenheim) was niet innig, en de bisschop (die zich door het opeisen door Jan van zijn erfdeel bedreigd voelde) zond mannen uit om Jan gevangen te nemen, waar zij in slaagden. Daarop nam de bisschop bezit van stad en slot van Wijk bij Duurstede.
De bisschop hield zelf de stad, en schonk het slot aan Jacob van Gaasbeek, die eveneens met Abcoude werd beleend.
De bisschop had niet alle macht in Utrecht. Het stadsbestuur steunde Jan van Brederode. De schout, Berend Proeijs, had echter Jacob van Gaasbeek bevoordeeld, waarvoor hij later ter verantwoording werd geroepen: hij moest F50,= boete betalen en verloor zijn burgerschap.
Jacob aanvaardde gaarne. Jan's vrouw, Johanna, stierf kort daarop toen haar man in de kerker zat.
Jan begaf zich na zijn vrijlating in vreemde krijgsdienst en sneuvelde als dapper ridder in de bekende slag bij Azincourt in 1415.

Bronnen:
1.CBG (CBG 005), Centraal Bureau voor Genealogie (blz. 111)


Johanna van Vianen
Johanna van Vianen, 1, ovl. op 18 apr 1418.

tr.
met

Walraven I van Brederode1, zn. van Reinoud I van Brederode (baljuw van Kennemerland) en Jolanda gravin van Gennep, geb. Santpoort slot Brederode in 1370, ovl. Gorinchem op 1 dec 1417,
, volgde zijn broeder Jan op als 8e heer van Brederode. Hij trok met Albrecht van Beieren in 1396 naar Friesland en werd 8 sept. 1400 burggraaf van Stavoren, doch van 1402 tot 14019 hield heer Jan van Arkel hem gevangen. Later een krachtige steun van graaf Willem VI, trad hij meermalen op als stadhouder van Holland. Hij sneuvelde, als bevelhebber
der troepen van gravin Jacoba, op 1 December 1417 in de straten van Gorinchem en werd begraven in de kerk te Vianen. (Zijn schedel wordt nog aldaar bewaard.) Hij huwde 1414 Johanna van Vianen, erfdochter van Hendrik heer van Vianen en van Hadewij van Herlaer, erfdochter van Ameide. Zij overleed 1418 in het kraambed en werd eveneens begraven te Vianen, in het koor der kerk.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Reinoud II*1415 Vianen †1473 Utrecht 58
Gijsbrecht*1416 Vianen †1475 Breda 59
Walravina*1418 Vianen    



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 113)


Margaretha van der Merwede
Margaretha van der Merwede1, ovl. in 1451.

tr.
met

Willem van Brederode1, zn. van Reinoud I van Brederode (baljuw van Kennemerland) en Jolanda gravin van Gennep, geb. Santpoort slot Brederode in 1374, ovl. in 1451,
, trad na 1417 op als voogd van de 3 kinderen van zijn broeder en als regent voor de lenen van Brederode. Hij huwde ca 1402 Margaretha van de Merwede, erfdochter van Daniël, heer van Merwede en Stein en Margaretha v. Heijnen. Hij werd in 1420 door Jacoba van Beieren tot ridder geslagen en nam deel aan de partijstrijd in Holland, zodat in 1426 het beroemde kasteel Brederode werd verwoest. Als bevelhebber der Hoekse vloot werd hij bij Wieringen verslagen en gevankelijk naar Enkhuizen gevoerd, waar 84 der zijnen werden terechtgesteld.
Met zijn gemalin bezocht hij Rome in 1450, zij stierven beiden in 1451 aan de pest, heer Willem 8 dagen na zijn vrouw.

Bronnen:
1.CBG (CBG 005), Centraal Bureau voor Genealogie (blz. 113)


Hendrik II van Vianen
Hendrik II van Vianen1, geb. tussen 1357 en 1358, ovl. op 17 apr 1417,
, heer van Vianen 1391-1417, geb. omstreeks 1357/‘58, zegelde o.a. 30 maart 1386, werd 24 april 1392 beleend in Gelre en sloot 21 juni d.a.v,een bestand met de heren van Arkel (er was een conflict over Ameide en Everstein), beloofde Arkel op 23 sept. 1394 een schadeloosstelling van 500 pond oude gelderse guldens, verkocht 28 mei 1397 huis en gerechte van den Goye en Houten aan Willem, heer van Abcoude, op 3 mei 1398 met vele edelen door Albrecht van Beieren opgeroepen voor de oorlog in Friesland, droeg 25 mei 1413 de heerlijkheid Langbolgerijen (kerspel Zijdervelt) over op heer Hubrecht van Culemborg, die er door graaf Willem VI mee werd beleend, beloofde 15 aug. 1416 met andere Hoeken om gravin Jacoba te huldigen na de dood van haar vader Willem VI. Op 29 april 1403 sloten de hertog van Gelre en de heren van Arkel een bestand met graaf Willem VI, heer Hendrik II van Vianen, zijn dochter en heer Jan van Heukelom. Hij is pachter van de tienden van 't Goy en Houten, nadat zijn vader een jaar daarvoorvoor is overleden.

  • Vader:
    Gijsbrecht van Vianen en van den Goye, zn. van Ridder Hendrik I van Vianen (heer van Vianen) en Catharina Gijsberts uten Goye (5e burggravin van Utrecht), ovl. op 21 aug 1391,
    , burggraaf van Utrecht 1351, werd op 24 januari 1353 door de graaf van Holland met Vianen beleend, vermeld op 21 maart 1355 als raadsheer van graaf Willem V en evenzo 30 juni 1356 bij de verzoening met bisschop Jan van Arkel, zegelde 15 aufg. 1361 het testament van Arnoud heer van Ysselstein, 12 mei 1370 en 16 dec. 1372 raadsheer van Albert van Beieren (de ruwaard), zegelde 17 mei 1375 (samen met zijn broer Zweder van Vianen) een overeenkomst van bisschop Arend van Hoove met het Nedersticht, overl. 21 aug. 1391, tr. kort vóór 24 april 1353 Beatrix van Egmond, kreeg op 1 januari 1355 als huwelijksgoed het land tussen de poort van IJsselstein en de IJsseldam (18 juni 1355 bevestigd door graaf Willem V), tr. voor 24 apr 1353.
 

tr. voor 29 sep 1372
met

Heilwich (Hadewich) (Hadewich, Margarethe) van Herlaer1, dr. van Johan heer van Herlaer (heer van Ameide en Bokhoven) en Marie van Asperen, geb. circa 1358, erfdochter van Ameide, ovl. tussen 1400 en 1408,
, Vermeld vanaf 1358.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna  †1418   



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 113)


Heilwich (Hadewich) van Herlaer
Heilwich (Hadewich) (Hadewich, Margarethe) van Herlaer1, geb. circa 1358, erfdochter van Ameide, ovl. tussen 1400 en 1408,
, Vermeld vanaf 1358.

tr. voor 29 sep 1372
met

Hendrik II van Vianen1, zn. van Gijsbrecht van Vianen en van den Goye en Beatrix van Egmond, geb. tussen 1357 en 1358, ovl. op 17 apr 1417,
, heer van Vianen 1391-1417, geb. omstreeks 1357/‘58, zegelde o.a. 30 maart 1386, werd 24 april 1392 beleend in Gelre en sloot 21 juni d.a.v,een bestand met de heren van Arkel (er was een conflict over Ameide en Everstein), beloofde Arkel op 23 sept. 1394 een schadeloosstelling van 500 pond oude gelderse guldens, verkocht 28 mei 1397 huis en gerechte van den Goye en Houten aan Willem, heer van Abcoude, op 3 mei 1398 met vele edelen door Albrecht van Beieren opgeroepen voor de oorlog in Friesland, droeg 25 mei 1413 de heerlijkheid Langbolgerijen (kerspel Zijdervelt) over op heer Hubrecht van Culemborg, die er door graaf Willem VI mee werd beleend, beloofde 15 aug. 1416 met andere Hoeken om gravin Jacoba te huldigen na de dood van haar vader Willem VI. Op 29 april 1403 sloten de hertog van Gelre en de heren van Arkel een bestand met graaf Willem VI, heer Hendrik II van Vianen, zijn dochter en heer Jan van Heukelom. Hij is pachter van de tienden van 't Goy en Houten, nadat zijn vader een jaar daarvoorvoor is overleden.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna  †1418   



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 113)


Reinoud II van Brederode
Reinoud II van Brederode, geb. Vianen slot Batenstein in 1415, ovl. Utrecht op 16 okt 1473,
, volgde in 1417 zijn vader op als 9e heer van Brederode, onder voogdij van zijn oom Willem van Brederode. Tevens erfde hij van moederszijde Vianen en Ameide. Hij werd 1445 ridder in de orde van het Gulden Vlies, ook werd hij burggraaf van Utrecht, doch later kwam hij, met zijn broer Gijsbrecht, in botsing met de Bourgondiërs. Hij werd in 1470 door bisschop David gevangen gezet en ontzettend gemarteld, ook zijn bastaardzonen en zijn broeder werden opgesloten. Karel de Stoute schonk hem de vrijheid, hij stierf 16 October 1473 en werd te Vianen begraven, 58 jaar oud.

tr. in 1456
met

Jolanthe (Jolande) van Lalaing, ovl. op 15 aug 1497.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Walraven II*1462  †1531  69



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 113)


Gijsbrecht van Brederode
Gijsbrecht van Brederode1, geb. Vianen slot Batenstein circa 1416, ovl. Breda op 15 aug 1475,
, 1428 Canonicus zu St.Lambert in Lüttich, 1435 Domherr, 1437-1474 Dompropst zu Utrecht, 1455-1456 Bischof, 1456 abgesetzt, 1456 Propst zu St.Donat in Brügge und Erzkanzler von Flandern, 1459-1467 Propst zu St.Servatius in Maastricht, 1473 Archidiakon in Utrecht, kanunnik ten Dom 11-3-1435;
domproost te Utrecht 29-11-1437; ook proost van Sint-Servaas te Maastricht en van Sint-Donaas te Brugge, waardoor tevens erfkanselier van Vlaanderen sept. 1438; bisschop van Utrecht 7-4-1455 tot 6-8-1456, doch verdreven door zijn tegenstander David van Bourgondië; gevangene 1470-74; moet zijn domproostdij afstaan en wordt verbannen, heeft meerdere buitenechtelijke relaties.

Hij krijgt 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anthony     
Johanna*1454 Utrecht †1522 Delfshaven 68



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 113)


Jolande van Lalaing
Jolanthe (Jolande) van Lalaing, ovl. op 15 aug 1497.

tr. in 1456
met

Reinoud II van Brederode, zn. van Walraven I van Brederode en Johanna van Vianen, geb. Vianen slot Batenstein in 1415, ovl. Utrecht op 16 okt 1473,
, volgde in 1417 zijn vader op als 9e heer van Brederode, onder voogdij van zijn oom Willem van Brederode. Tevens erfde hij van moederszijde Vianen en Ameide. Hij werd 1445 ridder in de orde van het Gulden Vlies, ook werd hij burggraaf van Utrecht, doch later kwam hij, met zijn broer Gijsbrecht, in botsing met de Bourgondiërs. Hij werd in 1470 door bisschop David gevangen gezet en ontzettend gemarteld, ook zijn bastaardzonen en zijn broeder werden opgesloten. Karel de Stoute schonk hem de vrijheid, hij stierf 16 October 1473 en werd te Vianen begraven, 58 jaar oud.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Walraven II*1462  †1531  69


Hendrik II van der Lecke
Ridder Hendrik II van der Lecke (van der Leck), ovl. in 1305, begr. in 1309,
, heer van de Lek 1271, ridder, verbannen 1287, 1293-1295, raad van de graaf van Holland 1297, neemt de tol van Smithuizen en de hoven Ewijk en Malbergen in erfpacht.

tr. (1) op 30 okt 1271
met

Jutta van Borselen (van Borsselen), dr. van Petrus Nicolaasz heer van Borssele (ridder, heer van Borselen en Goes) en Hadewig van Cruijningen, ovl. voor 1296.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1272  †1307  35
Gijsbert     
Peter  †1339   
Agnes     
Sophie  †1307   

tr. (2) voor 1296
met

Heilwig van Bentheim


Jutta van Borselen
Jutta van Borselen (van Borsselen), ovl. voor 1296.

 

tr. op 30 okt 1271
met

Ridder Hendrik II van der Lecke (van der Leck), zn. van Hendrik van der Lecke en Jutta van Werth, ovl. in 1305, begr. in 1309,
, heer van de Lek 1271, ridder, verbannen 1287, 1293-1295, raad van de graaf van Holland 1297, neemt de tol van Smithuizen en de hoven Ewijk en Malbergen in erfpacht, tr. (2) met Heilwig van Bentheim. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1272  †1307  35
Gijsbert     
Peter  †1339   
Agnes     
Sophie  †1307   


Hendrik van der Lecke
Hendrik (Hendrick) van der Lecke (Lecke, van de), geb. Geleen circa 1210, ovl. Geleen op 3 nov 1271,
, vermeld als ridder, heer van de Lek in 1249-1268. Henrick is in 1233 nog onmondig. Van het kapittel van St. Marie te Utrecht ontvangt hij de tol van Smithuizen in leen. Hendrik I, heer van de Lecke, zoon van heer Folpert, die hij tussen 1247 en 1249 opvolgde. Hij komt met zijn vader het eerst voor in 1243, was 1249 ridder en nam in 1255, ingevolge het verdrag van 1228, van het kapittel van St. Marie te Utrecht in erfpacht de tol te Smithuizen en de hoven van Ewijk en Malbergen; in 1268 kreeg hij van hetzelfde kapittel de gerechten van Lopik en Bonrepas. Hij was in 1256 onder de edelen die beloofden de vrede met Vlaanderen te zullen helpen bewaren, en hielp in 1257 Floris, de voogd van Holland, tegen Utrecht. Hij was reeds overleden 3 november 1271, wanneer zijn zoon Hendrik II, die volgt (2082), voorkomt.

tr. (1)
met

Jutta van Werth, geb. in 1210, ovl. in 1296.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik II  †1305   
Aleid*1245  †1293  48

tr. (2)
met

Heilwich van Bentheim, geb. circa 1225.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ermgaert*1240     


Heilwig van Bentheim
Heilwig van Bentheim.

tr. voor 1296
met

Ridder Hendrik II van der Lecke (van der Leck), zn. van Hendrik van der Lecke en Jutta van Werth, ovl. in 1305, begr. in 1309,
, heer van de Lek 1271, ridder, verbannen 1287, 1293-1295, raad van de graaf van Holland 1297, neemt de tol van Smithuizen en de hoven Ewijk en Malbergen in erfpacht, tr. (1) met Jutta van Borselen, dr. van Petrus Nicolaasz heer van Borssele (ridder, heer van Borselen en Goes) en Hadewig van Cruijningen. Uit dit huwelijk 5 kinderen


Folpert II van der Lecke
Folpert II van der Lecke, geb. circa 1190, heer van de Lek 1219-1247, ovl. tussen 1247 en 9 aug 1249 ,
, vermeld 1217-1228.

tr. (1)
met

Othilde van Smitshuisen, dr. van Hendrik van Smitshuisen (ministeriaal) en Machteld , ovl. in 1233, begr. Zennewijnen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1210 Geleen †1271 Geleen 61

tr. (2)
met

Margaretha van Cuyck (Cuijck, van), dr. van Albert ridder van Kuyc (ridder, vermeld 1191-1233, Heer van Cuyk en Grave 1204-1233, van Herpen, Merum en half Asten 1220) en Heilwig van Merheim (erfdochter van Merum en half Asten), geb. circa 1215, tr. (2) circa 1250 met Hendrik van Rode ridder [[https://gw.geneanet.org/rvankoert?lang=nl&p=hendrik+i+van+rode&n=heer+van+mierlo+en+rixtel], geb. circa 1188, heer van Mierlo of Boxtel, ovl. voor 1256. Uit dit huwelijk geen kinderen


Henricus van Keppel
Henricus van Keppel,
, is in 1324 getuige bij Reinald van Gelre. Van hem stammen de waarschijnlijk de Keppels van Westerholt.

  • Vader:
    Dirk van Keppel, zn. van Wolter van Keppel, beleend met Olbergen op 26 jul 1279, strijdt in de slag bij Woeringen op 5 jun 1288, ovl. op 7 jul 1302,
    , heer van Keppel, tr. circa 1290.
 

tr.
met

Jutta .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hermann     


Gijsbert van der Lecke
Gijsbert van der Lecke,
, trouwt NN van Cuijk.

tr. (1)
met

NN van Cuyck, dr. van Jan I van Kuyc (heer van Kuyc en Grave) en Jutta van Nassau (gravin van Nassau, vermeld 1285-1313).

relatie (2)

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Agatha*1294 Monster