Website van $boomnaam$
Plectrude
Plectrude (Blittrudis) ,
, Het privé leven van Pepijn werd bepaald door familiedrama's.  Getrouwd sinds 691 met Plectrude uit één van de machtigste families van Austrasië (vgl. 50), bij wie hij de zoons Drogo en Grimoald had, had hij een tweede echtgenote Alpaïde, met als zoons Karel en Childebrant. Tussen beide vrouwen, elk met hun eigen aanhang, bestond een enorme haat, hetgeen rond 705 cumuleerde tot de moord op de prelaat van Luik, St. Lambert, aanhanger van Plectrude. Kort daarop stierf Drogo en in april 714 werd Grimoald gedood op de graftombe van St. Lambert.  Tegen het einde van zijn leven stond Pepijn geheel onder de invloed van Plectrude en benoemde als zijn opvolger een bastaardzoon van Grimoald, mede uit wraak op de moord van Grimoald, dit ten koste van de zoons van Alpaïde en vier zoons van Drogo, die waarschijnlijk niet onschuldig waren aan deze moord. Deze fragile opvolging had desastreuze gevolgen kunnen hebben voor de opbouw van het rijk, ware het niet dat Karel, zoon van Alpaïs, kort na Pepijn's dood wist te ontsnappen.

tr.
met

Pippijn de Middelste (Pepin van Herstal), zn. van Ansegisel van Autrasië (hertog der Franken) en Begga van Lander, geb. circa 645, hofmeier 687-714, ovl. Jupille a/d Maas op 16 dec 714, relatie (1) met Alpheid de Bruyeres. Uit deze relatie 3 zonen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Grimoald  †714 Lüttich [Duitsland]  


Abigail van Brakel tot Hemersteyn
Abigail van Brakel tot Hemersteyn.

otr. (1) Den Haag op 21 jul 1675, tr. Den Haag op 28 jul 1675
met

Jhr Thomas van Rheeden, zn. van Jhr Gerrit van Rheeden (luitenant in de compagnie van Kapitein Vijch, in het garnizoen te Burick) en Christina van Heurn, geb. voor 1638, ovl. tussen 1683 en 1700.

otr. (2) Rhenen op 29 nov 1683, tr. Veenendaal op 18 dec 1683
met

Mr Thomas Heurnius.

tr. (3)
met

Mr Gijsbert Hoogenhouck


Aelbrecht van Brakel
Aelbrecht van Brakel.

otr. Den Haag op 17 jul 1605, tr.
met

Jvr Abigael van Berlicom.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Abigail     


Abigael van Berlicom
Jvr Abigael van Berlicom.

otr. Den Haag op 17 jul 1605, tr.
met

Aelbrecht van Brakel.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Abigail     


Gijsbert Hoogenhouck
Mr Gijsbert Hoogenhouck.

tr.
met

Abigail van Brakel tot Hemersteyn, dr. van Aelbrecht van Brakel en Jvr Abigael van Berlicom, tr. (1) met Jhr Thomas van Rheeden. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (2) met Mr Thomas Heurnius. Uit dit huwelijk geen kinderen


Thomas Heurnius
Mr Thomas Heurnius.

otr. Rhenen op 29 nov 1683, tr. Veenendaal op 18 dec 1683
met

Abigail van Brakel tot Hemersteyn, dr. van Aelbrecht van Brakel en Jvr Abigael van Berlicom, otr. (1) Den Haag op 21 jul 1675, tr. Den Haag op 28 jul 1675 met Jhr Thomas van Rheeden. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) met Mr Gijsbert Hoogenhouck. Uit dit huwelijk geen kinderen


Jacob Daniël Eberstadt
Jacob Daniël Eberstadt, geb. Hilsbach [Duitsland] in 1790, ged. Bornheim (bij Frankfurt) [Duitsland] op 28 okt 1821, koopman, ovl. Oberhollenberg [Duitsland] op 16 feb 1832,
, Jacob Daniël = Victor Eberstadt. Dat was zijn Joodse naam.

tr. Ründeroth [Duitsland] op 6 apr 1825
met

Wilhelmina Niebel, dr. van Johan Wilhelm Peter Niebel (timmerman) en Anna Gertrud (Maria Gertraud) Mücher, geb. Wallefeld [Duitsland] circa 1795, ovl. Winterswijk op 12 mrt 1859.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johann*1829 Hahn/Ründeroth †1908 Winterswijk 78


Wilhelmina Niebel
Wilhelmina Niebel, geb. Wallefeld [Duitsland] circa 1795, ovl. Winterswijk op 12 mrt 1859.

tr. Ründeroth [Duitsland] op 6 apr 1825
met

Jacob Daniël Eberstadt, zn. van Friederich = Isaac Levi = Moses Löb Eberstadt (rabbi en koopman) en Elisabeth Susmann, geb. Hilsbach [Duitsland] in 1790, ged. Bornheim (bij Frankfurt) [Duitsland] op 28 okt 1821, koopman, ovl. Oberhollenberg [Duitsland] op 16 feb 1832,
, Jacob Daniël = Victor Eberstadt. Dat was zijn Joodse naam.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johann*1829 Hahn/Ründeroth †1908 Winterswijk 78


Johann Christian Viebahn
Johann Christian Viebahn, geb. Niedernhagen [Duitsland] op 18 jan 1779, maurer, ovl. Calsbach [Duitsland] op 9 sep 1838.

tr. Mariënheide [Duitsland] op 3 mrt 1823
met

Anna Magdalena Tasche, dr. van Johann Peter Tasche en Anna Magdalena Budde, ged. Obersiemerkusen [Duitsland] op 12 aug 1787, ovl. Calsbach [Duitsland] op 31 jan 1847.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Helene*1824 Kalsbach/Gummersbach †1891 Winterswijk 67


Anna Magdalena Tasche
Anna Magdalena Tasche, ged. Obersiemerkusen [Duitsland] op 12 aug 1787, ovl. Calsbach [Duitsland] op 31 jan 1847.

tr. Mariënheide [Duitsland] op 3 mrt 1823
met

Johann Christian Viebahn, zn. van J(ohann) Christoph Viebahn (landbouwer) en Engel Maria Schwager, geb. Niedernhagen [Duitsland] op 18 jan 1779, maurer, ovl. Calsbach [Duitsland] op 9 sep 1838.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Helene*1824 Kalsbach/Gummersbach †1891 Winterswijk 67


Régintrude Merovingiens
 
Régintrude (Ragentrude) (Regentrud) Merovingiens, van Neustrië, geb. circa 622, ovl. in 693,
, Langobardin, Schwester Rotheri II.

  • Vader:
    Dagobert I (Dagobert der Franken (van Neustrië) I) koning van Neustrië, zn. van Clotaire II Rex Merovingien (koning der Franken 613-629) en Bertrude , geb. op 1 jul 602, koning der Franken, ovl. Epinay-sur-Seine [Frankrijk] op 19 jan 639, begr. Parijs [Frankrijk] in jun 639,
    , koning der Franken 629-639, zoon van Clotaire II van Neustrië en koningin Bertrude. Dagobert I was (met Clovis I) zonder enige twijfel de bekendste der Merovingers.  Hij had in ieder geval zeggenschap over het gehele rijk der Franken en wist dat zeer goed aan zijn buurlanden over te brengen.  Hij wist een gezonde schatkist op te bouwen, een goede structuur van de kerk en was omringd door een raad van sterke mannen als Ouen, Eloi, Didier van Cahors en Paul van Verdun, waarvan de eerste drie heilig werden verklaard.
    In 623 werd zijn vader koning van beide rijksdelen en droeg Dagobert op de machtige edelen van Austrasië de hofmeier Pepijn en Arnulf, bisschop van Metz, te beteugelen,  Dagobert wist zich snel onder de hoede van zijn vader uit te werken en als onafhankelijk vorst te regeren, hoewel hij in 625 nog een huwelijk moest accepteren met de zuster van zijn stiefmoeder Sichilde, Gomatrude.  In 629 verkreeg hij ongeveer het hele koninkrijk maar moest daarvoor wel zijn half-broer Caribert II en de partij die rond hem was gevormd, elimineren.  Hij liet hem slechts een kleine strook rond Toulouse en bij diens dood in 632 verwierf hij ook dit laatste deel.  In 631 vestigde hij zich definitief te Parijs, verstootte Gertrude onder het motto dat ze geen kinderen kon krijgen en trouwde de Neustrische Nantilde.  Datzelfde jaar werd hij tijdens een tour door Austrasië in 630 verliefd op een jong meisje Ragentrude bij wie hij een zoon Sigebert verwekte die als Sigebert III koning van Austrasië werd.  In 633 voerde hij een oorlog tegen de Wenden, een Slavisch volk onder gezag van een Samo, een Frank.  Door geringe medewerking van de Austrasiërs voerde deze oorlog niet tot succes.  Inmiddels bracht Nantilde ook een zoon ter wereld, Clovis, en Dagobert kwam met de Austrasische edelen overeen dat deze Clovis slechts Neustrië en Bourgondië zou erven.  De laatste jaren voerde hij oorlog tegen Saksen en vooral tegen Gascogne.  Tegen de laatste ondernam hij een expeditie die de bloem der edelen bevatte.  Hoewel de expeditie met succes werd bekroond, werd vlak bij de Spaanse grens de hertog Arembert in een vernietigende hinderlaag gelokt, een feit waarin we één van de oorsprongen van de legende van het Roelantslied kunnen herkennen.
    Hij had zes maîtresses, waaronder Ragnetrude, Ulfgonde en Berthilde, tr. (2) met Ragnetrude (Regentrud) van Austrasie van de Ardennen, geb. circa 605, ovl. op 1 jan 633,
    , Ragnetrud, Sie heiratet in 2. Ehe 640 Hugobert v. Austrasien, Pfalzgraf und Seneschall. Uit dit huwelijk een zoon, tr. (1) circa 629.
 

tr. (1)
met

Theodard d' Oeren de Maastricht, geb. in 620, bisschop van Tongeren (Maastricht) in 669, ovl. op 11 dec 680.

 

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Theodrada*640 Oeren [België] †710  70
Irmina*650  †708 Gunzenhausen [Duitsland] 58

relatie (2)

tr. (3)
met

Theodor V hertog van Beieren, zn. van Théodon I van Beieren (Duc de Bavière 625-680) en Fara Balthes, geb. in 630, Herzog von Bayern um 695-717, ovl. op 15 dec 716.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willigarde*660 Autrasia [Frankrijk]    


Chrolanda van Laon
Chrolanda van Laon, geb. circa 680, ovl. voor apr 704,
, zoon van Irmina en Chariveus.


Johan van Lynden
 
Ridder Johan (Jan) Heer van Lynden (van Lienden)1, geb. tussen 1320 en 1325, heer van Lienden, erfschenker, ovl. tussen 5 feb 1381 en jun 1381 ,
, Raad van Hertog Reinald van Gelre vermeld in 1361 en 1371 Heer van Half Lienden, Leede, Oudeweerd, Ommeren, Erfschenker van Gelderland, in den slag bij Tiel op de strijdweerd tusschen Reinald VIII en zijn broeder Eduard 25 Mei 1361 gevangen genomen als trouw aanhanger van Hertog Reinald en naar het Kasteel Rozendaal gevoerd, doch vrijgelaten door tusschenkomst van Willem van Gennep,  Aartsbisschop en Keurvorst van Keulen. Hij was Raad van Hertog Reinald XII in 1371. Hij werd des anderen daags na St. Laurentius 1379 door Hertog Willem van Gulik en Gelre beleend met het Kasteel Ter Leede en het Erfschenkambt van Gelderland. Johan here van Lijnden verklaart 27 September 1365 Ydo bastaarddochter van Ot van Beynen en hare nakomelingen voor altoos vrij en ontheft haar van de keurmede, welke zij aan hem en aan zijn ouders verschuldigd was. Hij bezegelt 1 November 1368 met STEVEN VAN LIJNDEN de huwelijksvoorwaarden tusschen Hertog EDUARD en CATHARINA oudste dochter van Hertog ALBRECHT VAN BEIEREN. Hij bezegelt de oorkonde, waarbij Hertog EDUARD ingeval van kinderloos overlijden de terugbetallng der huwelijksgave zijner bruid CATHARINA waarborgt 1 November 1368. Hij belooft mede 25 Mei 1372 Graaf JAN VAN BLOIS schadeloos te zullen houden, wegens alle lofnisse die hij gheloeft heeft voer heren RUTGHER VAN LAECMONDE, Ridder, voer RUTGHER VAN RENWYC ende voer DYRYCKE DEN ROEDEN, knapen, in zake de nalatenschap van RUTGER VAN DEN LEWENBORCH. Hij verklaart 7 December 1375 met zijn gemalin MARGRIET VAN GENNEP, dat hun behuwdbroeder REINALD VAN BREDERODE, Heer van Gennep, hun het Huis Grunsfoort heeft overgedaan. Hij bezegelt 21 Febr. 1375 met STEVEN VAN LIJNDEN, Heer van Hijmen, een oorkonde ten behoeve van de St. Jans heeren in Arnhem.
Hij bezegelt 2 November 1376 met STEVEN VAN LIJNDEN en GOESSEN VAN LIJNDEN, Ridders, den zoenbrief van JAN VAN BLOIS en Hertogin MECHTELD ten behoeve van een aantal edelen en helpt 6 Januari 1377 den Landvrede oprichten tusschen JAN VAN BLOIS en MECHTELD en de Ridders van Overen Nederbetuwe. Hij bezegelt als Raad van Jan VAN BLOIS en MECHTELD dezer verdrag 21 Maart 1379 met WILLEM en MARIA, Hertog en Hertogin VAN GUILIK. Hij overleed vóór 11 Juni 1381. Hij huwde Ie in 1339 ELISABETH VAN DEN BERGH, Vrouwe van Millingen, dochter van FREDERIK VAN DEN BERGH, Heer van ‘s-Heerenberg, en ELISABETH VAN MILLINGEN.
Hij huwde 2e omstreeks 1365 MARGREET VAN GENNEP.
Zij liet zich na doode van haar zoon DIRK VAN LIJNDEN in 1408 beleenen met Lienden. Zij hertrouwde JOHAN VAN
Looz, Heer van Heinsberg.

  • Vader:
    Dirk III heer van Lynden2, zn. van Steven van Lynden2 (knape, gegoed te Lienden), heer van Lienden, ovl. na 7 feb 1359,
    , Vermeld als knape 1320 -, als ridder 1327-1359, erfschenker van de hertog van Gelre van 1339 tot aan zijn dood, raad van de hertog (1344, 1345, 1358), woonde op het huis Ter Lede (1355,1359), verkocht goederen te Deest e.o. 1327, tr. circa 1312.
 
 

tr. (1) voor dec 1371
met

Margaretha van Gennep2,1, dr. van Gerard (Johan) van Gennep en Johanna Both van der Eem, geb. in 1360, ovl. Gennep op 4 okt 1419, tr. (2) met Johan II heer van Heinsberg gezegd van Loon. Uit dit huwelijk een zoon.

 

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna     

tr. (2) in 1353
met

Elisabeth van den Berghe, dr. van Willem van den Berghe (heer van Bergh) en Sophia van Bylandt (Erbin von Bylandt, Millingen und Pannerden), ovl. voor 1375.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth     



Bronnen:
1.CBG (CBG 005), Centraal Bureau voor Genealogie (blz. 255)
2.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
3.CBG (CBG 005), Centraal Bureau voor Genealogie (blz. 111)
4.Genealogie der Graven van Holland (DEK/HOL), Dr. A.W.E. Dek, Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1969 (blz. 42)
5.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 239)
6.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 16)

Gerard (Johan) van Gennep
 
Gerard (Johan) (Johan) van Gennep1, ovl. voor 1368.

tr. in 1347
met

Johanna Both van der Eem2,1,3, dr. van Hendrick Both van der Eem en Hadewich van Cralingen, geb. in Lotharingen circa 1317, ovl. Utrecht in 1373,
, Erfdochter van de Heerlijkheden van der Eem, van de Alm en kasteel Almstein
Johanna "Janne" Both van der Eem, gelijftocht (1330), geboren vóór 1317, waarschijnlijk dochter van Hendrick [Both] van der Eem (zie V-b) en [Hadewich?].
Johanna wordt op 14 maart 1330 gelijftocht met "De tiende aan de Dussen op 50 a 60 pond" door haar echtgenoot Daniel van der Merwede. Zijn moet dus reeds getrouwd zijn in of vóór 1330. Voor het huwelijk zal ze minstens 12 jaar geweest zijn en dus geboren in of voor 1317. Ze kan dus geen dochter zijn van Margaretha van Arkel, waarvan wordt vermoed dat ze rond 1312/1318 geboren is.
Bron: Ons Voorgeslacht 1996, pagina 239-246.
Johanna is dus niet dezelfde persoon als Johanna Both van der Eem, dochter van Gijsbrecht van der Eem en Margaretha van Arkel. Toch moet ze nauw verwant zijn want haar zoon Daniel VIII van der Merwede was aanwezig met de oorkonde in verband met de huwelijksgift bij het echtpaar Johanna Both van der Eem en Jan van Gennep. Een mogelijkheid zou dus kunnen zijn dat Johanna een zuster is van Gijsbrecht. In dat geval is de aanwezige Daniel VIII van de Merwede een neef van Johanna Both van der Eem.
Geen zus van Gijsbrecht
Overzicht van de relaties tussen Gijsbrecht en Johanna Both van der Eem
Er volgt echter een huwelijk tussen Willem van Brederode en Margaretha van der Merwede. Van dit huwelijk is geen dispensatie in vierde graad bekend die echter wel zou moeten bestaan in eerder vermeld relatie. Het niet bestaan betekent niet dat het er niet geweest is, maar er van uitgaande dat deze niet nodig was betekent dat Gijsbrecht en Johanna geen broer en zuster waren maar een neef en nicht van elkaar. En dan is Daniel VIII van der Merwede en Johanna, dochter van Gijsbrecht en Johanna, achterneef en achternicht van elkaar, wat nog steeds zijn aanwezigheid verklaart bij de oorkonde van de huwelijksgift.
Familiewapen van der MerwedeJohanna is getrouwd vóór 14 maart 1330 met Daniel VII van der Merwede, vermeld (1317-1345), knaap (1325), ridder (1328), baanderheer (1341), heer van der Merwede, gesneuveld op 26 september 1345 te Staveren, zoon van Daniel VI van der Merwede (heer van de Merwede, Wieldrecht en Oversliedrecht) en Beatrix van Alkemade.
Gravure van het kasteel van der Merwede.
Gravure van het kasteel van der Merwede.
Aan de noordzijde van Dordrecht ligt de ruine van het kasteel te Merwede. Het werd gebouwd voor 1307. Waarschijnlijk was de stichter Daniel's vader Daniel VI van der Merwede, maar dit kan niet met zekerheid gezegd worden. In 1410 was Margaretha van der Merwede, de echtgenote van Willem van Brederode, de bewoonster van dit kasteel. Het kasteel werd verwoest rond 1418. De restanten werden door de omwoners gebruikt, onder andere voor het bouwen van de Grote Kerk in Dordrecht. Met de Sint-Elisabethsvloed van 1421 werd het volledig een ruine dat met zijn funderingen in het water van de Merwede stond. In 1449 werd door de magistraat van Dordrecht verboden om nog verder stenen van de ruine te gebruiken.
1337: Akte van borgstelling door Johanna van Henegouwen, Willem IV, Gerard van Voorne en Daniël van de Merwede voor de lijfrentebrieven van Willem III aan Willem van Duivenvoorde.
Op 9 april 1341 begunstigde graaf Willem IV zijn getrouwen, waaronder Daniël van de Merwede met enkele feodale voorrechten, vanwege het feit dat zij kort tevoren baanderheren geworden waren. Deze bijzondere heffing heeft misschien plaatsgevonden tijdens of na het beleg van Doornik in september 1340. Een baanderheer was iemand die tenminste 50 gewapenden onder zijn banier kon aanvoeren.
Bron: "Creatie van de baanderheren", Brokken, pagina 60; "Heren van de Merwede", Lenselink, pagina 13, noot 57.
Het was met deze plechtigheid dat Jacob van Maerlant een gedicht voordroeg: "Die doot maect cont allene das / Wies de mensce werdich was. Scone vorme ende zuver leven / Selden sijn si gevriende bleven. Niet nes so diere, vondemens vele / Men sout copen omme niet te spele. Men weent langere omme goet / Dan men omme vriende doet. Omme vrient weent men lose trane / Maer om ghelt rechte vraye, ic wane. Alse vele alse wast dijn ghelt / Also vele wast met ghewelt. Die wille van vort te winne meer: / Ghelt wachtmen nauwe in allen keer. Hier endt nu altemale / Die proverbien van Juvenale."
Bron: Nieky Klaus.
Mede hierdoor heeft hij het recht van onsterfelijk leen verkregen op zijn bezittingen, 'omme den voirsz. staet dair hi toe gecomen es mede te beledene ende te houdene als daer toe behoert'. Het zou niet besterven zolang hij een wettige nakomeling had bij Johanna, zijn vrouw, 'est zone, est dochter'. Na de dood van zijn kinderen zouden de lenen echter weer als rechte lenen vererven.
Bron: "Heren van de Merwede", Lenselink, pagina 13, noot 57; "Charters van Holland en Zeeland", deel II, van Mieris, pagina 649-650.
In de dramatische veldslag bij Staveren in 1345 kwamen veel Hollandse edelen om, onder hen Daniël van de Merwede. Tijdens die noodlottige gebeurtenis was zijn zoon, Daniël van de Merwede nog minderjarig. Hij trad pas voor het eerst op in 1348.
Bron: "De heren van Arkel", Groesbeek, pagina 178; Croniken, pagina 191, cLXXXI, tr. (2) met Daniel VII van der Merwede. Uit dit huwelijk 11 kinderen, waaronder.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1360  †1419 Gennep 59
Jolanda*1350 Gennep †1413 Santpoort 63



Bronnen:
1.CBG (CBG 005), Centraal Bureau voor Genealogie (blz. 111)
2.Genealogie der Graven van Holland (DEK/HOL), Dr. A.W.E. Dek, Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1969 (blz. 42)
3.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 239)


Johanna Both van der Eem
Johanna Both van der Eem1,2,3, geb. in Lotharingen circa 1317, ovl. Utrecht in 1373,
, Erfdochter van de Heerlijkheden van der Eem, van de Alm en kasteel Almstein
Johanna "Janne" Both van der Eem, gelijftocht (1330), geboren vóór 1317, waarschijnlijk dochter van Hendrick [Both] van der Eem (zie V-b) en [Hadewich?].
Johanna wordt op 14 maart 1330 gelijftocht met "De tiende aan de Dussen op 50 a 60 pond" door haar echtgenoot Daniel van der Merwede. Zijn moet dus reeds getrouwd zijn in of vóór 1330. Voor het huwelijk zal ze minstens 12 jaar geweest zijn en dus geboren in of voor 1317. Ze kan dus geen dochter zijn van Margaretha van Arkel, waarvan wordt vermoed dat ze rond 1312/1318 geboren is.
Bron: Ons Voorgeslacht 1996, pagina 239-246.
Johanna is dus niet dezelfde persoon als Johanna Both van der Eem, dochter van Gijsbrecht van der Eem en Margaretha van Arkel. Toch moet ze nauw verwant zijn want haar zoon Daniel VIII van der Merwede was aanwezig met de oorkonde in verband met de huwelijksgift bij het echtpaar Johanna Both van der Eem en Jan van Gennep. Een mogelijkheid zou dus kunnen zijn dat Johanna een zuster is van Gijsbrecht. In dat geval is de aanwezige Daniel VIII van de Merwede een neef van Johanna Both van der Eem.
Geen zus van Gijsbrecht
Overzicht van de relaties tussen Gijsbrecht en Johanna Both van der Eem
Er volgt echter een huwelijk tussen Willem van Brederode en Margaretha van der Merwede. Van dit huwelijk is geen dispensatie in vierde graad bekend die echter wel zou moeten bestaan in eerder vermeld relatie. Het niet bestaan betekent niet dat het er niet geweest is, maar er van uitgaande dat deze niet nodig was betekent dat Gijsbrecht en Johanna geen broer en zuster waren maar een neef en nicht van elkaar. En dan is Daniel VIII van der Merwede en Johanna, dochter van Gijsbrecht en Johanna, achterneef en achternicht van elkaar, wat nog steeds zijn aanwezigheid verklaart bij de oorkonde van de huwelijksgift.
Familiewapen van der MerwedeJohanna is getrouwd vóór 14 maart 1330 met Daniel VII van der Merwede, vermeld (1317-1345), knaap (1325), ridder (1328), baanderheer (1341), heer van der Merwede, gesneuveld op 26 september 1345 te Staveren, zoon van Daniel VI van der Merwede (heer van de Merwede, Wieldrecht en Oversliedrecht) en Beatrix van Alkemade.
Gravure van het kasteel van der Merwede.
Gravure van het kasteel van der Merwede.
Aan de noordzijde van Dordrecht ligt de ruine van het kasteel te Merwede. Het werd gebouwd voor 1307. Waarschijnlijk was de stichter Daniel's vader Daniel VI van der Merwede, maar dit kan niet met zekerheid gezegd worden. In 1410 was Margaretha van der Merwede, de echtgenote van Willem van Brederode, de bewoonster van dit kasteel. Het kasteel werd verwoest rond 1418. De restanten werden door de omwoners gebruikt, onder andere voor het bouwen van de Grote Kerk in Dordrecht. Met de Sint-Elisabethsvloed van 1421 werd het volledig een ruine dat met zijn funderingen in het water van de Merwede stond. In 1449 werd door de magistraat van Dordrecht verboden om nog verder stenen van de ruine te gebruiken.
1337: Akte van borgstelling door Johanna van Henegouwen, Willem IV, Gerard van Voorne en Daniël van de Merwede voor de lijfrentebrieven van Willem III aan Willem van Duivenvoorde.
Op 9 april 1341 begunstigde graaf Willem IV zijn getrouwen, waaronder Daniël van de Merwede met enkele feodale voorrechten, vanwege het feit dat zij kort tevoren baanderheren geworden waren. Deze bijzondere heffing heeft misschien plaatsgevonden tijdens of na het beleg van Doornik in september 1340. Een baanderheer was iemand die tenminste 50 gewapenden onder zijn banier kon aanvoeren.
Bron: "Creatie van de baanderheren", Brokken, pagina 60; "Heren van de Merwede", Lenselink, pagina 13, noot 57.
Het was met deze plechtigheid dat Jacob van Maerlant een gedicht voordroeg: "Die doot maect cont allene das / Wies de mensce werdich was. Scone vorme ende zuver leven / Selden sijn si gevriende bleven. Niet nes so diere, vondemens vele / Men sout copen omme niet te spele. Men weent langere omme goet / Dan men omme vriende doet. Omme vrient weent men lose trane / Maer om ghelt rechte vraye, ic wane. Alse vele alse wast dijn ghelt / Also vele wast met ghewelt. Die wille van vort te winne meer: / Ghelt wachtmen nauwe in allen keer. Hier endt nu altemale / Die proverbien van Juvenale."
Bron: Nieky Klaus.
Mede hierdoor heeft hij het recht van onsterfelijk leen verkregen op zijn bezittingen, 'omme den voirsz. staet dair hi toe gecomen es mede te beledene ende te houdene als daer toe behoert'. Het zou niet besterven zolang hij een wettige nakomeling had bij Johanna, zijn vrouw, 'est zone, est dochter'. Na de dood van zijn kinderen zouden de lenen echter weer als rechte lenen vererven.
Bron: "Heren van de Merwede", Lenselink, pagina 13, noot 57; "Charters van Holland en Zeeland", deel II, van Mieris, pagina 649-650.
In de dramatische veldslag bij Staveren in 1345 kwamen veel Hollandse edelen om, onder hen Daniël van de Merwede. Tijdens die noodlottige gebeurtenis was zijn zoon, Daniël van de Merwede nog minderjarig. Hij trad pas voor het eerst op in 1348.
Bron: "De heren van Arkel", Groesbeek, pagina 178; Croniken, pagina 191, cLXXXI.

tr. (1) in 1347
met

Gerard (Johan) (Johan) van Gennep2, ovl. voor 1368.

 

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1360  †1419 Gennep 59
Jolanda*1350 Gennep †1413 Santpoort 63

tr. (2)
met

Daniel VII van der Merwede1, geb. circa 1300, ovl. Warns op 26 sep 1345.

Uit dit huwelijk 11 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna  †1395   



Bronnen:
1.Genealogie der Graven van Holland (DEK/HOL), Dr. A.W.E. Dek, Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1969 (blz. 42)
2.CBG (CBG 005), Centraal Bureau voor Genealogie (blz. 111)
3.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 239)
4.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 71)

Dirk III van Lynden
 
Dirk III heer van Lynden1, heer van Lienden, ovl. na 7 feb 1359,
, Vermeld als knape 1320 -, als ridder 1327-1359, erfschenker van de hertog van Gelre van 1339 tot aan zijn dood, raad van de hertog (1344, 1345, 1358), woonde op het huis Ter Lede (1355,1359), verkocht goederen te Deest e.o. 1327.

tr. circa 1312
met

Ermgard (Irmengard) van Keppel, dr. van Wolter van Keppel en Jutte van der Sluijs (stiftsjuffer te Bedbur),
, vermeld 1327-1340.

 

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan*1320  †1381  60
Steven     
Machteld     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Ermgard van Keppel
 
Ermgard (Irmengard) van Keppel,
, vermeld 1327-1340.

  • Vader:
    Wolter (Wolther III) van Keppel (Wolter van Overrijn), zn. van Dirk van Keppel (heer van Keppel en Olbergen, ridder 1272) en Beatrix gravin van Moers, geb. Keppel circa 1283, ovl. op 30 mei 1330, begr. op 30 mei 1330,
    , 1330 ipso die Inventionis sanctae Crucis. Wouter, heer van Keppel, met zijne moeder Beatrix sticht in de kerk van Keppel verscheidene altaren, als aan St. Marie, aan het H. Kruis, aan St. Andreas, aan St. Nicolaas en aan St. Catharina. Aan elk van deze verzekert hij eenige inkomsten. Als uitvoerder van dezen last, die als zijn uiterste wil is te beschouwen, stelt hij aan zijne vrouw Jutta en zijn broeder Dirk, omdat hij zelf zwak en ziekelijk is. Deze hebben daarop nog bij heer Wouter's leven met zijn goedvinden en ook in overleg met Roderik heer van Voorst (zijn schoonzoon) en Beatrix, diens vrouw, Frederik (III) van der Ehze en Everard van Ulft, ridders, nader bepaald :..etc. (Med. Gelre 1916) (Nijhoff, Bijdr. IX, blz. 76.)
    1307. Wolter van Keppel, zich noemende „consanguineus et fidelis" van den graaf van Cleve, verzoekt approbatie van de ruiling, die hij gedaan heeft van Nolcardïnc bij Grol aan Cleve leenroerig, tegen Rosepe en Hoeve te Geisteren met Wolter de Koere, knape. (Arch. Keppel.)
    (Consanguineus, bloedverwant, meer dan vijf graden afstand.) Dus als moeder Beatrix werkelijk een dochter is van Dirk II van Moers en Elisabeth v.Isenberg zou daar Kleefs bloed in moeten zitten. Als Wolter doelde op de verwantschap via zijn vrouw Jutta van der Sluse met Kleef, dan zou eerder de term affinas of affinitas gebruikt worden.
    Wolter III is getrouwd met Jutta van der Sluse. Zij krijgen geen zonen, maar vruchtbaar is het huwelijk wel. Zij worden gezegend met maar liefst acht dochters, waarvan de oudste Beatrijs wordt gedoopt.
    In 1312 raakt Wolter betrokken in een gewapend conflict met Otto van Bylant en Borre van Doornik, waarin hij wordt bijgestaan door graaf Reinald I van Gelre. Wolter III lijkt aanvankelijk op goede voet te staan met Reinald I. Hij valt Reinald I af als diens zoon Reinald II zich tegen zijn vader gaat verzetten.
    In 1313 treedt Wolter III als getuige op. In 1316 wordt hij als raadsvriend genoemd en in 1318 wordt hij leenman van Gelre in Overrijn. Na opnieuw een getuigenis in 1324 wordt hij in dat jaar samen met zijn broer Derck als raadslid genoemd. Wolter III staat ook op goede voet met de Utrechtse bisschop, want hij wordt in 1327 als schout van Salland belast met het bestuur van een gedeelte van het Oversticht.
    De goede relatie met Utrecht is in 1330 voorbij, want Wolter III verklaart samen met andere Sallandse edelen de oorlog aan de bisschop. Als Wolter III in datzelfde jaar komt te overlijden sterft het geslacht Keppel met hem. Zijn erfdochter Beatrijs trouwt in 1330 net voor het overlijden van haar vader met Roderic I van Voorst, zodat de heerlijkheid in het geslacht Voorst terecht komt. Deze heren gaan zich voortaan Van Voorst en Keppel noemen.
    Knape in 1302 en 1308,Ridder 1316,Leenman van Overrijn en Gelre in 1318.Raadslid 1324,1327 Schout van Salland, tr. circa 1300.
 
 

tr. circa 1312
met

Dirk III heer van Lynden1, zn. van Steven van Lynden (knape, gegoed te Lienden), heer van Lienden, ovl. na 7 feb 1359,
, Vermeld als knape 1320 -, als ridder 1327-1359, erfschenker van de hertog van Gelre van 1339 tot aan zijn dood, raad van de hertog (1344, 1345, 1358), woonde op het huis Ter Lede (1355,1359), verkocht goederen te Deest e.o. 1327.

 

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan*1320  †1381  60
Steven     
Machteld     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883


Berthe de Prüm
Berthe (Bertrade) de Prüm, geb. Bitburg [Duitsland] Bitburg-Prüm in 670, stichtster van de abdij in Prüm in 721, ovl. Laon [Frankrijk] op 16 jul 721,
, zij gaf een belangrijke schenking in de vorm van grond, verkregen uit de erfenis van haar voorouders, voor de stichting van de abdij. De acte is medeondertekend door haar zoon Caribert en drie ongetwijfeld naaste bloedverwanten, Bernier, Rolande en Thierry, allen typisch Mérovingische namen.

 
 

tr.
met

Martin de Laon, zn. van Ansegisel van Autrasië (hertog der Franken) en Begga van Lander, geb. Laon [Frankrijk] circa 655, ovl. circa 696,
, Dux (une position militaire, Comte de Laon, comte de Laon, par opposition à un titre de noblesse ).

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rolinde*695     
Charibert*695  †762  67


Chariveus de Laon
Chariveus de Laon, geb. in 660, graaf (?) van Laon 680-692, ovl. tussen 692 en 696.

tr.
met

Irmina d' Oehren, dr. van Theodard d' Oeren de Maastricht (bisschop van Tongeren (Maastricht) in 669.) en Régintrude Merovingiens, geb. in 650 Juliaanse kalender, Fondatrice de l'Abbaye d'Echternach (L) 697, Abbesse d'Oeren de 698-706 (, ovl. Gunzenhausen [Duitsland] in dat laatste jaar was zij non op 24 dec 708,
, niet te verwarren met Irmina van Ören, die als schoonmoeder van Berthe van Prüm vermeld werd in "Les Ancêtres de Charlemagne", maar nu als tante van "onze" Irmina voorkomt, zuster van Theodrada de echtgenote van Hugobert (vgl. haar ouders), tr. (2) circa 670 met haar zwager Hugobert de Baviere d'Autrasië. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Chrolanda*680  †704  23


Irmina d' Oehren
Irmina d' Oehren, geb. in 650 Juliaanse kalender, Fondatrice de l'Abbaye d'Echternach (L) 697, Abbesse d'Oeren de 698-706 (, ovl. Gunzenhausen [Duitsland] in dat laatste jaar was zij non op 24 dec 708,
, niet te verwarren met Irmina van Ören, die als schoonmoeder van Berthe van Prüm vermeld werd in "Les Ancêtres de Charlemagne", maar nu als tante van "onze" Irmina voorkomt, zuster van Theodrada de echtgenote van Hugobert (vgl. haar ouders).

 
 

tr. (1)
met

Chariveus de Laon, zn. van Robert (Chrotbert II) van Haspengau (paltsgraaf van Arras en van Haspengau) en Théodrada de Thérouane, geb. in 660, graaf (?) van Laon 680-692, ovl. tussen 692 en 696.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Chrolanda*680  †704  23

tr. (2) circa 670
met

Hugobert de Baviere d'Autrasië, zn. van Alberic d' Aquitanië en Adèle von Thurngau, geb. circa 643, senechal 693, ovl. Keulen [Duitsland] circa 693, tr. (1) met Theodrada de Hesbaye, dr. van Theodard d' Oeren de Maastricht (bisschop van Tongeren (Maastricht) in 669.) en Régintrude Merovingiens, geb. Oeren [België] in 640, ovl. in 710,
, zij was een zuster van Irmine, abdes van Ören. Uit dit huwelijk geen kinderen.