Genealogische website van Cees Hagenbeek
Claes Dircksz Keth
Claes Dircksz (Nicolaas Dirksz) Keth1,2,3, landbouwer Koudekerk, leenman te Warmond 1465, 1472, schout te Koudekerk a/d Rijn in 1500, ovl. tussen 1472 en 22 okt 1478 ,
, vermeld in 1465 en in leen 58½ morgen land in Koudekerk gemeen in een weer van 18 morgen, waar Nikolaas Dirksz, vader van de leenman, op woont, belend ais nr. 57, (1472: jaarlijks 12 waardig).
25-5-1465: Dirk Nikolaasz. (Ket) bij opdracht uit eigen, eventueel te komen op zijn vader, 570 fo. 90, LRK 283 fo. 74.

tr.
met

Catrijn Dircksdr.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joris  †1478   



Bronnen:
1.Onze Voorouders Kwartierstaten en Stamreeksen deel II (OV Rijnland II), NGV, afdeling Rijnland, Leiden, 1992 (blz. 38)
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 111)
3.Over de oudste generaties Ket(H) te Koudekerk en omgeving (B 239), Tijdschrift "Mensen van Vroeger", 1975 (blz. 170)
4.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 5)
5.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 115)


Gerrit smijt Claesz
Gerrit smijt Claesz.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Claes  †1519   


Neeltje Wollebrant Jansdr
Neeltje Wollebrant (Neeltje Wollebrand Jans) Jansdr (Boot), geb. circa 1440, ovl. circa 1497 (1467),
, Memorie 88. Memoria parpetua van Neeltgin Wollebrant Jansdr, de huisvrou van Doen Beijensz. staet op twee ende een half lijne lants, geleegen buyten Zweerdijck onder sijn huis aen den Cruisdijck; dit sal staen op beyde haer
kindern te samen ende 't eynde haer doot te coemen in den boosum daer 't uytgecoemen is. (Dus niet eeuwig).

tr. circa 1458
met

Doen Beyensz de jonge (Doen Beijense(de jonge)) van Driel op 28- 1-1485 beleend met de leengoederen van zijn vader, schepen van Poortugaal 1491 en 1507, testeert op 6- 1-1513, van Doens, Beijenszn de jonge.
Stichter van de grote memorielanden te Poortugaal. Hij werd op 28 januari 1485 beleend met de leengoederen van zijn vader, zn. van Beije Doensz van Driel (schepen van Poortugaal in 1458 en 1463) en Lijsbeth Bartelmeesdr Drapenier, geb. Poortugaal in 1438, schepen van Poortugaal, ovl. Poortugaal op 6 dec 1515 (15 dec 1515),
, Doen Beijensz (de jongere), ? < dec 1515, beleend met de leengoederen van zijn vader in 1495, schepen Poortugaal 1491; tr. (2) (H)aeskin, die met haar zoon Cornelis Doensz haar memorie vestigde op haar huis en erf waarin Cornelis woond
Doen Beijensz. werd op 28-01-1485 beleend door de Hofstad van Putten met de goederen van zijn vader. Hij was de fondateur van de "Grote Memorielanden" aldaar. Hij testeerde op 06-01-1513. Doen Beyens: "Disponeerende van syne goederen heeft gewild, dat op den oudsten en naasten van syne Descendenten tot een eeuwige memorie soude succederen seeckere omtrent een en twintig gemeten lants, geleegen in Poortugaal; Mitsgaders nog seeckere omtrent veertien gemeten lants, geleegen als vooren, omme bij denselven als patroon of patronesse geconfereert te worden, aan yemand van de descendenten, van den voorgeschreven fondateur omme den zelven uit het innekomen viccary te laten stuydeeren, bequam te maken en onderhouden tot een priester". Op de secretarie van Poortugaal werd in de 17e en 18e eeuw een parenteelstaat (afstammingslijst) bijgehouden van bovengenoemde landerijen, de zogenaamde "Grote Memorielanden".
HET GESLACHT COUWENHOVEN EN DE,GESLACHTBOOM
OFTE DE AFKOMSTELINGEN VAN DOEN BEYENSE VAN DRIEL” door G. J. Vermaat
Op het artikel van Ir. J. A. van der Giessen over Het geslacht Kouwenhoven in,Ons Voorgeslacht” 1962, blz. 118, kunnen
nog de volgende aanvulling geven. Oudere gegevens zijn nl. te vinden in de leenkamer van Holiand. Op 21 maart 1368 kriigen de broers Hughe en Willem Waddiins van Zweder van Abcoude, heer van Putten enz, in leen ieder de helft van een drogendiik in Oedenvliet. De percelen dijk liggen aan weersziiden van het huis van Hughe Waddiins,dat men heet Coudenhove”, (leenkamer, inv. 78, fol. 214). Op 31 december 1434 draagt Willem Hughe Waddiins de beide percelen over aan Hughe Adriaens, die er mee beleend wordt en weer wordt het huis Coudenhove genoemd,daar Willem Hughe placht te wonen”, [leenkamer, inv. 78, fol. 271). Later bliikt een deel van de diik ook deze naam te dragen, want op 31 december 1548 wordt Commer Beyensz. na overdracht door Pieter Wadde beleend met een stuk dijk genaamd Coudenhoven en gelegen in Oedenvliet (=Hoogvliett. 11 Op dezelfde dag draagt Piste: Wadde het tweede perceel diik, genaamd Coenewarde, over aan Ysbrant Jansz. (leenkamer, inv. 127, cap. Arckel, Putte en Strijen, fol. 20).  Aan de hand van de verdere beleningen met de diik genaamd Coudenhoven leren wij de nakomelingen van Commer Beyensz. kennen, [indien deze voorkomen in het bovengenoemde artikel Kouwenhoven, wordt hiernaar verwezen met de cijfers tussen haakjes). Bij de data uit de leenkamer moet in aanmerking worden genomen, dat na het overlijden van een leenman het leen opnieuw verzocht moest worden binnen een jaar en een dag.
9-7-1565: Cornelis Commersz. bij dode von zijn vader CommernBeyensz. (leenkamer, inv. 130, cap. Arckel, Putte en Strijen, fol.24~0.1. Hij is onmondig, zodat zijn (half?lbroer en voogd Evert Thonisz. hulde doet, bovendien is het leen niet op tiid verzocht en moet hiervoor nu een dubbel heergewaad worden betaald.
27-6-1613: Pieter Cornelisz. (lla) bij dode van zijn vader Cornelis Commersz. (leenkamer, inv. 141, cap. Arckel, Putte en Strijen, fol. 12vo.l.
20-6-1640: Wouter Pietersz. (lla, 11 bii dode van zijn vader Pieter Cornelisz. (leenkamer, inv. 148, cap. Arckel, Putte en Strijen, fol. 38~0.). Hij is onmondig en zijn oom tenardt Cornelisz.
Couwenhoven (Ilb] doet hulde. Op 26 februari 1648 verheft hij zelf zijn leen.
27-3-1658: Cornelis Pietersz. Couwenhoven flla, 2) bij dode van zijn broer Wouter Pietersz. (leenkamer, inv. 153, cap. Arckel, Putte en Strijen, fol. 8~0.1.
Lommer Beyensz. wordt op 29 october 1551 beleend na overdracht door Adriaen Heermansz. met de helft van de Lombaertschen dijk, zuidwaarts strekkende van de andere helft tot de Driendijk toe, achter Commer Beyenszoons huis.
Het leen wordt enkele generaties niet verzocht, totdat van de zijde van de leenkamer een aanmaning komt. Op 2 october 1648 stuurt Pieter Cornelisz. Couwenhoven Illcl een verzoek in om er mede beleend te mogen worden en legt hierbii de volgende acte over: Grietgen Pieters, weduwe van Cornelis Commersz . Couwenhoven, met haar gecoren voogd Claes Claesz. Wey verklaart voor notaris Cornelis Nieupoort te Schiedam, dat zij dd. 22-9-1612 voor schout en schepenen van Hoogvliet haar kinderen heeft uitgekocht, waarbij haar zoon Pieter ontvangen heeft de woning waarin zij woont,wezende huys, kete, schuyr, bargen ende plantagie”, verder de Lombaertschen dijk, beginnende van de leendijk Couwenhoven, strekkende oostwaarts tot de dijk, toekomende de heer van Sprang of de kinderen van jonkheer Tuyl, en 8 hond bruikwaar land. (Blijkens leenkamer, inv. 232, fol. 152vo, is de dijk van de heer van Sprang de andere helft van de Lombaertschen dijk). Op 5 maart 1649 wordt Pieter, wonende te Hoogvliet, er mee beleend, maar moet dan tweemaal het dubbele heergewaad betalen. (Leenkamer, inv. 151, cap. Arckel, Putte en Strijen, fol. 1~0.1. Zijn moeder is inmiddels overleden. Op 19 november 1686 wordt Japhet Pietersz. Couwenhoven (llc, 11 te Hoogvliet ermee beleend bij dode van zijn vader Pieter Cornelisz. Couwenhoven, (leenkamer, inv. 232, fol. 1501. Op 13 mei 1688 wordt hii bovendien nog beleend na overdracht door Neeltgen Vincents met 7 lijnen land te Hoogvliet en een dijk genaamd Coenewaerde, hij woont dan te Dircxland. (Leenkamer, inv. 232, fol. 105 en 165~0.1. Op 20 october 1721 volgt na zijn overlijden zijn dochter Annetje Japhets Couwenhoven te Hoogvliet, oud omtrent 26 iaar, hem op, waarbii haar oom Pieter Westduel, schout van Pernis, hulde doet. (Leenkamer, inv. 232, fol. 10 .5~0. en 165~0.). Tenslotte wordt op 19 december 1771 Cornelis Tiisz. Pons beleend bii dode van zijn moeder Annetie Japhets Couwenhoven, weduwe van Tijs Jacobsz. Pons, (leenkamer, inv. 232, fol. 105~0. en 165~0.1.
In een acte van scheiding, gemaakt tussen de erfgenamen van Pieter Cornelisz. Kouwenhoven en Lijsbeth Bastiaens dd. 28 mei 1661, wordt een opsomming gegeven van de landerijen die tot de boedel behoren, nl. 20 gemet land in Barendrecht, 5 in ‘t Roosant, 2 in Lombardiien (Pernis), 2 in Hoogvliet en 6 in het land van Poortuqaal. Reeds eerder is ‘in samenwerking met de heer C. Hoek in,Ons Voorgeslacht” 1958, blz. 115, de aandacht er op gevestigd, dat de meeste leden van het nageslacht in mannelijke lijn van Doen Beyensz, overleden 1515, ten onrechte in de,Geslachtboom etc.” worden aangeduid met de familienaam,Van Driel”. In tabel I is schematisch aangegeven in welke generaties bewijsbaar
een geslachtsnaam verschijnt; hierin zijn alle meisjes en van de mannen degenen, van wie geen geslachtsnaamdragers afkomen, weggelaten, tr. (2) met Aeskin Cornelis Hoogendijck. Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder.

Uit dit huwelijk 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Beyen*1462 Poortugaal †1549 Poortugaal 87
Cornelis*1470 Poortugaal †1542 Poortugaal 72
Willem*1478  †1560  82


N van Reigersbergh
N van Reigersbergh.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan     


Jan Reigersbergen
Jan Reigersbergen.


Jan Janse van Reigersbergh
Jan Janse van Reigersbergh.

tr. circa 1539
met

Stijne Jacobs Vordael.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1547  †1602 Veere 54


Stijne Jacobs Vordael
Stijne Jacobs Vordael.

tr. circa 1539
met

Jan Janse van Reigersbergh.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter*1547  †1602 Veere 54


Jan Thomasz Griffijn
Jan Thomasz Griffijn, ged. Overschie op 18 dec 1644 (getuige: Lijsbet Thomas), meester scheepstimmerman.

otr. Rotterdam op 4 jul 1666, tr. Hillegersberg op 18 jul 1666
met

Agnietje Boon


Agnietje Boon
Agnietje Boon.

otr. Rotterdam op 4 jul 1666, tr. Hillegersberg op 18 jul 1666
met

Jan Thomasz Griffijn, zn. van Thomas Griffijn (smid) en Lijsbeth Ariens, ged. Overschie op 18 dec 1644 (getuige: Lijsbet Thomas), meester scheepstimmerman

Hendrik I van Montfoort
 
Hendrik I van Montfoort (de Rovere), geb. circa 1260, ovl. tussen 12 jan 1299 en 9 jan 1300 ,
, Vermeld 1282-1298
Hij werd in 1280/81 benoemd tot eerste burggraaf van Montfoort, uit het geslacht de Rovere. De bijbehorende bezittingen waren onder andere Blokland, Williskop, Heeswijk en Achthoven. Zijn ouders waren Roelof de Rovere (de Rode), heer van Mierlo en Odila van Montfoort, een dochter van Willem Everard, kastelein van Montfoort. Hendrik was in 1262[1] gehuwd met een dochter van Zweder van Bosichem. Ze kregen minstens twee kinderen. • Zweder de Rovere (1270-1330/31) 2e burggraaf van Montfoort • Roelof de Rovere (1285-1345) heer van Linschoten. Hij trouwde met Ada Symons van Benthem. Uit zijn huwelijk werd geboren: • Hadewig van Montfoort. Zij trouwde met Wouter van Isendoorn. Hij was een zoon van Willem I de Cock van Weerdenburg (1275-1318) en Mabelia van Arkel van Heukelom (1285-1317). In de volksverhalenbundel Merkwaardige kastelen staat een verhaal over Hendrik de Rovere opgetekend, stammend uit 1450. Hendrik werd na het overlijden van zijn oudste broer (dat is mogelijk Hendrik I van Mierlo) voogd over zijn twee dochters. Deze twee dochters hadden hun erfrechten verpacht aan diversen geestelijke kapittels van o.a. Sint Oedenrode, Hilvarenbeek en Oirschot. Oom Hendrik was het hier niet mee eens en hield met een huurleger enkele plunderingen in de deze geestelijke huizen, twee kanunniken in Sint Oedenrode lieten het leven bij deze plunderingen, waardoor Hendrik de Rovere moest vluchten. Door omzwervingen belandde hij in het Utrechtse land, sommige bronnen beweren dat door toedoen van zowel bisschop Jan II van Sierck als zowel Floris V van Holland hij door huwelijk met Oda of Odila van Montfoort burggraaf van Montfoort werd. Andere bronnen beweren dat de Montfoortse goederen in 1280 van Zweder van Bosichem waren en door huwelijk met zijn dochter de rechten aan Hendrik de Rovere kwamen en omdat Odila van Montfoort zijn moeder was.

  • Vader:
    Roelof de Rovere van Montfoort, zn. van Hendrik van Rode ridder (heer van Mierlo of Boxtel) en Margaretha van Cuyck, geb. circa 1225, ovl. voor 1262,
    , Een bekende ridder uit het geslacht de Roode is Edmond de RoodeEdmond was de aanvoerder van het leger van Hendrik II ( Hendrik II Graaf van Cuijk (1140-1204), Heer van Herpen, Stadsgraaf van Utrecht) Hij krijgt in een veldtocht in 1179 tegen de bisschop van Utrecht de bijnaam De Roovere. Via zijn zoon Gerlach de Roovere is de familietak Stakenburg ontstaan, genoemd naar een jachtslot dat eertijds ten noorden van Hooidonk aan de Dommel lag.Van de zes kinderen van Emond van Rode traden er drie in de geestelijke stand, terwijl zijn zoons Hendrik, Arnout en Gerlach de stam-vaders werden van families, die op verschillende plaatsen uitgebreide bezittingen hadden en die allen drie molenijzers in hun wapen voerden. Diverse families in de Meierij en in het noorden van België hadden in later tijd een familiewapen met drie molenijzers. Ook het latere kwartier van Peelland had een soortgelijk wapen: drie gouden molenijzers op een zilveren veld, het geheel gedekt met een gravenkroon, tr. circa 1258.
 

tr. in 1280
met

NN Zweder van Bosinchem en Vianen, dr. van Zweder I van Bosinchem en Vianen en Margaretha Jacobsdr van Vlotstale, geb. circa 1260, ovl. circa 1300.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Machteld     
Zweder I*1280  †1328  48
Lijsbeth  †1327   
Roelof*1278  †1345 Warns 67


Roelof de Rovere van Montfoort
 
Roelof de Rovere van Montfoort, geb. circa 1225, ovl. voor 1262,
, Een bekende ridder uit het geslacht de Roode is Edmond de RoodeEdmond was de aanvoerder van het leger van Hendrik II ( Hendrik II Graaf van Cuijk (1140-1204), Heer van Herpen, Stadsgraaf van Utrecht) Hij krijgt in een veldtocht in 1179 tegen de bisschop van Utrecht de bijnaam De Roovere. Via zijn zoon Gerlach de Roovere is de familietak Stakenburg ontstaan, genoemd naar een jachtslot dat eertijds ten noorden van Hooidonk aan de Dommel lag.Van de zes kinderen van Emond van Rode traden er drie in de geestelijke stand, terwijl zijn zoons Hendrik, Arnout en Gerlach de stam-vaders werden van families, die op verschillende plaatsen uitgebreide bezittingen hadden en die allen drie molenijzers in hun wapen voerden. Diverse families in de Meierij en in het noorden van België hadden in later tijd een familiewapen met drie molenijzers. Ook het latere kwartier van Peelland had een soortgelijk wapen: drie gouden molenijzers op een zilveren veld, het geheel gedekt met een gravenkroon.

tr. circa 1258
met

Odilia van Randerode van Montfoort, dr. van Willem van Randerode van Montfoort (Burggraaf 1236) en Aleida van Holland, geb. circa 1240, ovl. voor 1262.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik I*1260  †1299  38


Odilia van Randerode van Montfoort
Odilia van Randerode van Montfoort, geb. circa 1240, ovl. voor 1262.

tr. circa 1258
met

Roelof de Rovere van Montfoort, zn. van Hendrik van Rode ridder (heer van Mierlo of Boxtel) en Margaretha van Cuyck, geb. circa 1225, ovl. voor 1262,
, Een bekende ridder uit het geslacht de Roode is Edmond de RoodeEdmond was de aanvoerder van het leger van Hendrik II ( Hendrik II Graaf van Cuijk (1140-1204), Heer van Herpen, Stadsgraaf van Utrecht) Hij krijgt in een veldtocht in 1179 tegen de bisschop van Utrecht de bijnaam De Roovere. Via zijn zoon Gerlach de Roovere is de familietak Stakenburg ontstaan, genoemd naar een jachtslot dat eertijds ten noorden van Hooidonk aan de Dommel lag.Van de zes kinderen van Emond van Rode traden er drie in de geestelijke stand, terwijl zijn zoons Hendrik, Arnout en Gerlach de stam-vaders werden van families, die op verschillende plaatsen uitgebreide bezittingen hadden en die allen drie molenijzers in hun wapen voerden. Diverse families in de Meierij en in het noorden van België hadden in later tijd een familiewapen met drie molenijzers. Ook het latere kwartier van Peelland had een soortgelijk wapen: drie gouden molenijzers op een zilveren veld, het geheel gedekt met een gravenkroon.

 

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik I*1260  †1299  38



Bronnen:
1.Genealogie der Graven van Holland (DEK/HOL), Dr. A.W.E. Dek, Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1969 (blz. 15)


Willem van Randerode van Montfoort
Willem van Randerode van Montfoort, geb. circa 1215, Burggraaf 1236, ovl. in 1252.

tr.
met

Aleida van Holland1, dr. van Otto van Holland (bisschop van Utrecht 1268-1290, proost van Deventer 1299), geb. circa 1220,
, buitenechtelijke dochter van Otto van Holland. Deze Otto was de broer van graaf Floris V van Holland, die het huwelijk van zijn halfnicht had bewerkstelligd, tr. (1) op 1 feb 1270 of iets daarvoor met Boudewijn van Noordwijk1. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Odilia*1240  †1262  22



Bronnen:
1.Genealogie der Graven van Holland (DEK/HOL), Dr. A.W.E. Dek, Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1969 (blz. 15)


Bernhard van Randerode van Montfoort
Bernhard van Randerode van Montfoort, geb. circa 1190, heer van Montfoort.

tr.
met

Odilia Willemsdr van Linschoten, geb. circa 1195.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1215  †1252  37


Lijntje Jorisdr
Lijntje Jorisdr (Lijntgen Jorissen), geb. Amsterdam circa 1627, woonde in de Levendelstraet Amsterdam in mrt 1654.

otr. Amsterdam op 21 mrt 16541, tr. Alphen a/d Rijn op 12 apr 16542
met

Aert Evertsz Blaser, zn. van Evert Aertsz Blaser en Maritgen Cornelisdr van der Sluiijs, ged. Alphen a/d Rijn op 4 apr 1632 (getuigen: Henrick Aertsz en Jannetgen Aerts)3, kistemakersgesel, op de Elandsgracht Amsterdam in mrt 1654,
, Aert Evertsz Blaser, wonende te Aarlanderveen, verkoopt op 24 nov 1668 aan Marritge Cornelis, weduwe van Evert Aertsz Blaser, een huis en erf met een klein huisje aan de Lage Zijde van de Rijn onder Aarlanderveen, strekkende uit de Rijn tot de Heerweg, belend ten noorden Heijndrick Oosterlingh en ten zuiden de weduwe van Jan Claesz, kaaskoper. Koopsom 600 gulden.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Evert~1660 Alphen a/d Rijn †1714  54
Maertje~1662 Alphen a/d Rijn    
Cornelis~1665 Alphen a/d Rijn    
Jannetje~1657 Amsterdam (Westerkerk)    
Marritje~1655 Amsterdam (Westerkerk)    



Bronnen:
1.Ondertrouwboek Amsterdam (T 277), Stadsarchief Amsterdam, DTB Amsterdam, Inventarisnr.: 473, Geref., Alphen a/d Rijn, 1654 (21 mrt 1654 blz. 79)
2.Trouwboek Alphen aan den Rijn (T 377), Streekarchief Rijnlands Midden, DTB Alphen a/d Rijn, Inventarisnr.: 27, NH, Alphen a/d Rijn, van 1644 tot 1701 (12 apr 1654 blz. 97)
3.Doopboek Alphen a/d Rijn (D 304), Streekarchief Midden-Holland, DTB Alphen a/d Rijn, Inventarisnr.: 20, Geref., Alphen a/d Rijn, van 23 nov 1622 tot 6 okt 1638  (4 apr 1632 blz. 88)


Evert Aertsz Blaser
Evert Aertsz Blaser, geb. Alphen a/d Rijn circa 1600, ovl. voor 1668,
, Evert Aertsz Blaser verkoopt op 9 mei 1637 Jan Dircksz van der Clijff een erfje, dat hij zelf eerder gekocht had van Cornelis Gijsbertsz, linnenwever te Bodegraven, liggend in 't Zuideinde van Alphen, strekkend van de Heereweg tot in de Molenvliet, belend ten zuiden de weduwe van Adriaen Pietersz, stoeldraaier, ten noorden Maerten Claesz, snijder. Koopsom 300 gulden.
Jan Dircksz van der Clijff draagt op 20 aug 1640 over op Evert Aertsz Blaser een huis en erf in 't Zuideinde van Alphen, strekkend van de Heereweg tot in de Molenvliet, belend ten zuiden de weduwe van Adriaen Pietersz, stoeldraaier, ten noorden Aert Aertsz Dobben. Koopsom 1425 gulden. Met schuldbrief.
Evert Aertsz Blaser draagt ook op 20 aug 1640 over op Arien Cornelisz Coster een eigendomsbrief van een huis en erf in het Zuideinde van Alphen. Koopsom 1.600 gulden.

otr. (1) Alphen a/d Rijn op 7 nov 16251, tr. Alphen a/d Rijn op 25 nov 1625
met

Maritgen Cornelisdr van der Sluiijs, dr. van Cornelis Mattheusz van der Sluiijs, geb. circa 1600, woont Alphen a/d Rijn in nov 1625,
, Neeltgen Evertsz Blaser, weduwe van Jan Leendertsz van der Lucht, met Cornelis Evertsz Blaser, haar broer en voogd, is op 4 sep 1668 schuldig Phillips Cornelisz Stoopenburch, wonend te Zwammerdam, een bedrag van 500 gulden. Gesteld onderpand: een huis en erf in Alphen op de hoek van de Bruggestraat belend ten oosten Cornelis Londersloot, ten zuiden de Bruggestraat, ten westen de Heerestraat, ten noorden Hendrick Stevin, heer van Schrevelsrecht. Het huis is belast met een schuld van 500 gulden, toekomend Cornelis Londersloot. Borgen: Marrichge Cornelisdr, weduwe van Evert Aartsz Blaser en Cornelis Evertsz Blaser.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aert~1632 Alphen a/d Rijn    
Jan~1636 Alphen a/d Rijn    
Cornelis~1634 Alphen a/d Rijn †1679  45
Neeltgen~1627 Alphen a/d Rijn    

relatie (2)

Bronnen:
1.Trouwboek Alphen a/d Rijn (T 276), Streekarchief Midden-Holland, DTB Alphen a/d Rijn, Inventarisnr.: 26, Geref, Alphen a/d Rijn, van 23 okt 1622 tot jan 1644  (7 nov 1654 blz. 15)


Maritgen Cornelisdr van der Sluiijs
Maritgen Cornelisdr van der Sluiijs, geb. circa 1600, woont Alphen a/d Rijn in nov 1625,
, Neeltgen Evertsz Blaser, weduwe van Jan Leendertsz van der Lucht, met Cornelis Evertsz Blaser, haar broer en voogd, is op 4 sep 1668 schuldig Phillips Cornelisz Stoopenburch, wonend te Zwammerdam, een bedrag van 500 gulden. Gesteld onderpand: een huis en erf in Alphen op de hoek van de Bruggestraat belend ten oosten Cornelis Londersloot, ten zuiden de Bruggestraat, ten westen de Heerestraat, ten noorden Hendrick Stevin, heer van Schrevelsrecht. Het huis is belast met een schuld van 500 gulden, toekomend Cornelis Londersloot. Borgen: Marrichge Cornelisdr, weduwe van Evert Aartsz Blaser en Cornelis Evertsz Blaser.

otr. Alphen a/d Rijn op 7 nov 16251, tr. Alphen a/d Rijn op 25 nov 1625
met

Evert Aertsz Blaser, zn. van Aert Blaser, geb. Alphen a/d Rijn circa 1600, ovl. voor 1668,
, Evert Aertsz Blaser verkoopt op 9 mei 1637 Jan Dircksz van der Clijff een erfje, dat hij zelf eerder gekocht had van Cornelis Gijsbertsz, linnenwever te Bodegraven, liggend in 't Zuideinde van Alphen, strekkend van de Heereweg tot in de Molenvliet, belend ten zuiden de weduwe van Adriaen Pietersz, stoeldraaier, ten noorden Maerten Claesz, snijder. Koopsom 300 gulden.
Jan Dircksz van der Clijff draagt op 20 aug 1640 over op Evert Aertsz Blaser een huis en erf in 't Zuideinde van Alphen, strekkend van de Heereweg tot in de Molenvliet, belend ten zuiden de weduwe van Adriaen Pietersz, stoeldraaier, ten noorden Aert Aertsz Dobben. Koopsom 1425 gulden. Met schuldbrief.
Evert Aertsz Blaser draagt ook op 20 aug 1640 over op Arien Cornelisz Coster een eigendomsbrief van een huis en erf in het Zuideinde van Alphen. Koopsom 1.600 gulden, relatie. Hij krijgt geen kinderen.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aert~1632 Alphen a/d Rijn    
Jan~1636 Alphen a/d Rijn    
Cornelis~1634 Alphen a/d Rijn †1679  45
Neeltgen~1627 Alphen a/d Rijn    



Bronnen:
1.Trouwboek Alphen a/d Rijn (T 276), Streekarchief Midden-Holland, DTB Alphen a/d Rijn, Inventarisnr.: 26, Geref, Alphen a/d Rijn, van 23 okt 1622 tot jan 1644  (7 nov 1654 blz. 15)


Aert Blaser
Aert Blaser.

Hij krijgt 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Evert*1600 Alphen a/d Rijn †1668  68
Hendrick     
Jannetgen     
Meerten     


Heinrich Lindemann
Heinrich Lindemann, geb. Sterckrade [Duitsland] op 20 jul 1792.

tr. Duisburg [Duitsland] op 26 mei 1813
met

Carolian Helene Keller, geb. Camp Rheinberg [Duitsland] op 17 okt 1785


Carolian Helene Keller
Carolian Helene Keller, geb. Camp Rheinberg [Duitsland] op 17 okt 1785.

tr. Duisburg [Duitsland] op 26 mei 1813
met

Heinrich Lindemann, zn. van Wilhelm Lindemann en Elisabeth Lohmann, geb. Sterckrade [Duitsland] op 20 jul 1792