Genealogische website van Cees Hagenbeek
Elisabeth von Hessen
Elisabeth von Hessen, geb. Kassel [Duitsland] op 13 feb 1539, ovl. Heidelberg tussen 14 mrt 1582 en 24 mrt 1582 .

tr. Marburg [Duitsland] op 7 aug 1560
met

Ludwig VI Kurfürst von der Pfalz, geb. Simmern [Duitsland] op 4 jul 1539, ovl. Heidelberg op 22 okt 1583.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Friedrich IV*1574 Amberg [Duitsland] †1610 Heidelberg 36


Ludwig VI von der Pfalz
Ludwig VI Kurfürst von der Pfalz, geb. Simmern [Duitsland] op 4 jul 1539, ovl. Heidelberg op 22 okt 1583.

tr. Marburg [Duitsland] op 7 aug 1560
met

Elisabeth von Hessen, dr. van Philip I Landgraf von Hessen-Cassel der Grossmütige en Christine Herzogin von Sachsen, geb. Kassel [Duitsland] op 13 feb 1539, ovl. Heidelberg tussen 14 mrt 1582 en 24 mrt 1582 .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Friedrich IV*1574 Amberg [Duitsland] †1610 Heidelberg 36


Willem VII van Gulik-Berg
Willem VII hertog van Gulik-Berg, geb. circa 1345, ovl. op 25 jun 1408,
, 1360/1361 Graf v.Berg und 1361-1395 v.Ravensberg, 24.5.1380 Herzog v.Berg.

tr. vermoedelijk 24 mei 1363
met

Anna paltsgravin bei Rhein (Anna [Wttelsbach] Von Bayern), geb. in 1346, ovl. op 30 nov 1415.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem IX*1380  †1428 Bielefeld 48


Anna bei Rhein
Anna paltsgravin bei Rhein (Anna [Wttelsbach] Von Bayern), geb. in 1346, ovl. op 30 nov 1415.

tr. vermoedelijk 24 mei 1363
met

Willem VII hertog van Gulik-Berg, geb. circa 1345, ovl. op 25 jun 1408,
, 1360/1361 Graf v.Berg und 1361-1395 v.Ravensberg, 24.5.1380 Herzog v.Berg.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem IX*1380  †1428 Bielefeld 48


Gerard VII van Gulik-Berg graaf van Ravensberg
Gerard VII hertog van Gulik-Berg graaf van Ravensberg1, geb. circa 1420, ovl. op 19 aug 1475,
, Gerhard II, 1430-1444 Domherr zu Köln, Resignation, 1437 Herzog v.Jülich, Graf v.Berg und v.Ravensberg, 3.11.1444 bei Linnich Sieger über Herzog Arnold v.Geldern, Stifter des Hubertus-Ordens, 21.11.1445 Vergleich von Wesel mit Arnold v.Geldern (der auf Jülich nicht aber auf den Herzogstitel verzichtet), 1456 und 28.6.1466 Verlängerung des Waffenstillstands mit Geldern, 20.6.1473 Verkauf der Erbrechte an Geldern an den Herzog v.Burgund, Ankauf der heinsbergischen Lande.

tr.
met

Sophia von Sachsen-Lauenburg-Ratzeburg1, geb. tussen 1429 en 1430, ovl. op 9 sep 1473.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1455  †1511  56



Bronnen:
1.Genealogie van Nassau (B 150), ir B.T. Wilschut, Uitgeverij Kronieken, 978-90-8860-0005-0, Amsterdam, 2009 (blz. 28)


Sophia von Sachsen-Lauenburg-Ratzeburg
Sophia von Sachsen-Lauenburg-Ratzeburg1, geb. tussen 1429 en 1430, ovl. op 9 sep 1473.

tr.
met

Gerard VII hertog van Gulik-Berg graaf van Ravensberg1, zn. van Willem IX van Gulik-Berg graaf van Ravensberg en Adelheid van Tecklenburg, geb. circa 1420, ovl. op 19 aug 1475,
, Gerhard II, 1430-1444 Domherr zu Köln, Resignation, 1437 Herzog v.Jülich, Graf v.Berg und v.Ravensberg, 3.11.1444 bei Linnich Sieger über Herzog Arnold v.Geldern, Stifter des Hubertus-Ordens, 21.11.1445 Vergleich von Wesel mit Arnold v.Geldern (der auf Jülich nicht aber auf den Herzogstitel verzichtet), 1456 und 28.6.1466 Verlängerung des Waffenstillstands mit Geldern, 20.6.1473 Verkauf der Erbrechte an Geldern an den Herzog v.Burgund, Ankauf der heinsbergischen Lande.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1455  †1511  56



Bronnen:
1.Genealogie van Nassau (B 150), ir B.T. Wilschut, Uitgeverij Kronieken, 978-90-8860-0005-0, Amsterdam, 2009 (blz. 28)


Willem III/IV van Gulik-Berg graaf van Ravensberg
Willem III/IV van Gulik-Berg graaf van Ravensberg1, geb. op 9 jan 1455, ovl. tussen 6 sep 1511 en 7 sep 1511 ,
, Wilhelm VI, v.Jülich u. Berg, 1498 Erwerb von Wassenberg, Borne und Herzogenrath als brabantisches Pfand, 1499 Miterbt (seine Frau, 1472), kauft (von der Schwägerin, 1483) und vertauscht Diest, Sichem und die Burggrafschaft Antwerpen an Nassau gegen Gangelt, Erbauer der Karthause vor Jülich, EStT: +6.9, 149? sichert ihm Kaiser Maximilian I. das Erbfolgerecht seiner Tochter Maria, bemüht sich um Heirat seiner Tochter mit dem klevischen Thronfolger, 1496 Vereinbarung der Herzöge von Jülich und Kleve über die Ehe ihrer Kinder, Zustimmung der Landstände, Zustimmung des Kaisers, 1.10.1510 Hochzeit der Kinder.

tr. Saarbrücken [Duitsland] op 19 okt 1472
met

Elisabeth (Isabella) van Nassau-Saarbrücken1, dr. van Johan II van Nassau-Saarbrücken en Johanna van Loon-Heinsberg, geb. Saarbrücken [Duitsland] op 19 okt 1459, ovl. Saarbrücken [Duitsland] op 9 mrt 1479.

Bronnen:
1.Genealogie van Nassau (B 150), ir B.T. Wilschut, Uitgeverij Kronieken, 978-90-8860-0005-0, Amsterdam, 2009 (blz. 28)


Elisabeth van Nassau-Saarbrücken
Elisabeth (Isabella) van Nassau-Saarbrücken1, geb. Saarbrücken [Duitsland] op 19 okt 1459, ovl. Saarbrücken [Duitsland] op 9 mrt 1479.

tr. Saarbrücken [Duitsland] op 19 okt 1472
met

Willem III/IV van Gulik-Berg graaf van Ravensberg1, zn. van Gerard VII hertog van Gulik-Berg graaf van Ravensberg en Sophia von Sachsen-Lauenburg-Ratzeburg, geb. op 9 jan 1455, ovl. tussen 6 sep 1511 en 7 sep 1511 ,
, Wilhelm VI, v.Jülich u. Berg, 1498 Erwerb von Wassenberg, Borne und Herzogenrath als brabantisches Pfand, 1499 Miterbt (seine Frau, 1472), kauft (von der Schwägerin, 1483) und vertauscht Diest, Sichem und die Burggrafschaft Antwerpen an Nassau gegen Gangelt, Erbauer der Karthause vor Jülich, EStT: +6.9, 149? sichert ihm Kaiser Maximilian I. das Erbfolgerecht seiner Tochter Maria, bemüht sich um Heirat seiner Tochter mit dem klevischen Thronfolger, 1496 Vereinbarung der Herzöge von Jülich und Kleve über die Ehe ihrer Kinder, Zustimmung der Landstände, Zustimmung des Kaisers, 1.10.1510 Hochzeit der Kinder.

Bronnen:
1.Genealogie van Nassau (B 150), ir B.T. Wilschut, Uitgeverij Kronieken, 978-90-8860-0005-0, Amsterdam, 2009 (blz. 28)


Johan II van Nassau-Saarbrücken
Johan II van Nassau-Saarbrücken1, geb. Saarbrücken [Duitsland] op 4 apr 1423, ovl. Vehingen [Duitsland] op 25 jul 1472.

tr.
met

Johanna van Loon-Heinsberg1, dr. van Jan IV van Loon-Heinsberg en Johanna van Diest, geb. op 29 jun 1443, ovl. Mainz [Duitsland] op 3 sep 1469,
, vermeld 1448-1469,v.Loen? Heinsberg-Looz?, Erbin von Heinsberg, Geilenkirchen, Dalenbroich, Diest, Sichem und Zelhem.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1459 Saarbrücken [Duitsland] †1479 Saarbrücken [Duitsland] 19



Bronnen:
1.Genealogie van Nassau (B 150), ir B.T. Wilschut, Uitgeverij Kronieken, 978-90-8860-0005-0, Amsterdam, 2009 (blz. 28)


Maritje Claasse Droogendijck
Maritje Claasse (Maritje Claesdr) Droogendijck (Drogendijk, Droogendijk), geb. Poortugaal in 1475, ovl. na 1515.

tr. circa 1496
met

Beyen Doensz (Beije Doenszn) van Driel (Doedijnsz)1, zn. van Doen Beyensz de jonge van Driel (schepen van Poortugaal) en Neeltje Wollebrant Jansdr, geb. Poortugaal circa 1462, heemraad van Poortugaal in 1538, ovl. Poortugaal tussen 1549 en 1556, tr. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Claasje     
Adriaen*1503 Poortugaal †1543 Poortugaal 40
Commer*1514 Poortugaal †1565 Hoogvliet 51



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 333)


Beije Doensz van Driel
Beije Doensz van Driel1, geb. Poortugaal in 1408, schepen van Poortugaal in 1458 en 1463, ovl. Poortugaal op 8 jan 1485,
, beleend op 11-9-1452 met het leenland van zijn vader, in 1454-1455 leenmangetuige voor de Heer van Putten, op 8-12-1455 beleend net de dijk gelegen aan de molen van Poortugaal en de Zweerdijksedijk, in 1457 leenmangetuige, en 10-10-1458 vermeld als schepen van Poortugaal, 1-7-1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge, pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal, in 1464 wordt Wouter Pietersz. zijn zwager (= schoonzoon) genoemd, zegelt 1-5-1465 voor zijn neef Olaert Hendricksz, schepen van  Poortugaal, vestigt samen met zijn (oudste) zoon Aert Beyensz. een memorie op 2 gemet land.
Leenman van Putten(1455-1485), schepen van Poortugaal(1458-1462), stichter van een memorie te Nieuw Rhoon. Neef van Olaert HENRICKSZ. Ons Voorgeslacht 1972 bldz.143, Ons Voorgeslacht 1972 bldz.142, Hollandse Studieën 3 bldz.105. In 1457 leenmangetuige en op 10 Okt 1458 vermeld als schepen van Poortugaal. In 1454-1455 leenmangetuige voor de heer van Putten. Beleend op 11 Sep 1452 met het leenland van zijn vader. Neemt op 8 Dec 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, nl. de latere Kruisdijk en de dijk gelegen langs de korenmolen, die achter de dijk van Albrantswaard zijn komen te liggen. Juist ten noorden van de plaats, waar de beide lenen elkaar ontmoeten, ligt een boerderij tegen de binnenkant van de dijk op de dijkzate, waarvoor jaarlijks één kapoen moet worden betaald. Deze betaling geschiedt van 1459 tot 1469 door hem, de boerderij wordt dan nog naar een vorige eigenaar de Thomashofstede genoemd. In deze periode is hij 32sc. 6d. aan jaarlijkse accijns verschuldigd voor 4 gemet 1 lijn land bij de kerk en 3 pond hollands voor 7 1/2 gemet land, genaamd de Grote Weyde. Op 1 Jul 1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge. Pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal. In 1466 wordt Wouter PIETERSZ zijn zwager(=schoonzoon) genoemd. Zegelt op 1 Mei 1465 voor zijn neef Olaert HENDRICKSZ. Vestigt samen met zijn oudste zoon Aert BEIJENSZ een memorie op 2 gemet land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Doen. Deze laatste wordt na de dood van zijn vader op 8 Jan 1485 beleend met diens lenen. Van 1459 tot 1465 betaalt hij 18sc. hollands voor de quade 6 gemet. Van 1461 tot 1465 pacht hij de droge dijk tussen het Oostdorp en de Driendijk, de plaats waar zijn leendijken bij de boerderij beginnen, tegen 2 pond 16 1/2, in 1466 tegen 20sc. In 1461 pacht hij tienden van Waddenswaert tegen 7 pond 10 1/2 sc. en in 1465 die voor het dorp tegen 10sc. en de lammertiende tegen 4 pond 1sc. Van 1459 tot 1462 pacht hij samen met Jan MATTENSZ de staalvisserij van Battenoert tegen 37 pond hollands en van 1466 tot 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij tegen 5 1/2 pond. De zwaandrift in Poortugaal pacht hij van 1466 tot 1468 tegen 2 pond 5sc. en in 1469 tegen 2 pond. Hij houdt van 1466 tot 1469 2 gemet land aan de Puddikepoelseweg tegen 28sc. samen met Claisz GOUT en Wouter PETERSZ het grootste deel van het land te Poortugaal van het klooster Nieuwlicht in pacht tegen 283 rijnsguldens 9 st.
=========
Beijen Doenszn. Overl. voor, 28 januari 1485.
Leenman van Putten, hij volgt zijn vader in diens leengoederen op, schepen van Poortugaal 1458 (bron: Cartularium van het karthuizer klooster Nieuwlicht akte: 47 V) en 1462 (bron: Leenkamer Holland akte: 83/5), in welk jaar hij een tiende aldaar in pacht houdt (bron: Archief van de besturen van de domeinen akte: 747/A). Nam op 8 december 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, namelijk de latere Kruisdijk en de dijk langs de korenmolen. Van 1459 tot en met 1469 betaalde hij jaarlijks 1 kapoen voor de Thomashofstede, een boerderij tegen de binnenkant van de dijk. Van 1459 tot en met 1462 pachtte hij de staalvisserij te Battenoert en van 1466 tot en met 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij. Hij vestigt zijn memorie op 5 gemet land te Nieuw Rhoon (bron: Register van memorie stichtingen in de kerk te Poortugaal akte: 105), te versterven op zijn zoon Doen Beyenszn. Deze werd na de dood van zijn vader op 28 januari 1485 beleend met diens lenen.
Rel.
36769 Lijsbeth N.N. Overl. 17 december 1485.
Zet enige memorie met haar zoon Cornelis Beijenszn. op 6 gemet land liggende in Pernis.
==========
Leenman van Putten(1455-1485), schepen van Poortugaal(1458-1462), stichter van een memorie te Nieuw Rhoon. Neef van Olaert HENRICKSZ. Ons Voorgeslacht 1972 bldz.143, Ons Voorgeslacht 1972 bldz.142, Hollandse Studieën 3 bldz.105. In 1457 leenmangetuige en op 10 Okt 1458 vermeld als schepen van Poortugaal. In 1454-1455 leenmangetuige voor de heer van Putten. Beleend op 11 Sep 1452 met het leenland van zijn vader. Neemt op 8 Dec 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, nl. de latere Kruisdijk en de dijk gelegen langs de korenmolen, die achter de dijk van Albrantswaard zijn komen te liggen. Juist ten noorden van de plaats, waar de beide lenen elkaar ontmoeten, ligt een boerderij tegen de binnenkant van de dijk op de dijkzate, waarvoor jaarlijks één kapoen moet worden betaald. Deze betaling geschiedt van 1459 tot 1469 door hem, de boerderij wordt dan nog naar een vorige eigenaar de Thomashofstede genoemd. In deze periode is hij 32sc. 6d. aan jaarlijkse accijns verschuldigd voor 4 gemet 1 lijn land bij de kerk en 3 pond hollands voor 7 1/2 gemet land, genaamd de Grote Weyde. Op 1 Jul 1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge. Pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal. In 1466 wordt Wouter PIETERSZ zijn zwager(=schoonzoon) genoemd. Zegelt op 1 Mei 1465 voor zijn neef Olaert HENDRICKSZ. Vestigt samen met zijn oudste zoon Aert BEIJENSZ een memorie op 2 gemet land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Doen. Deze laatste wordt na de dood van zijn vader op 8 Jan 1485 beleend met diens lenen. Van 1459 tot 1465 betaalt hij 18sc. hollands voor de quade 6 gemet. Van 1461 tot 1465 pacht hij de droge dijk tussen het Oostdorp en de Driendijk, de plaats waar zijn leendijken bij de boerderij beginnen, tegen 2 pond 16 1/2, in 1466 tegen 20sc. In 1461 pacht hij tienden van Waddenswaert tegen 7 pond 10 1/2 sc. en in 1465 die voor het dorp tegen 10sc. en de lammertiende tegen 4 pond 1sc. Van 1459 tot 1462 pacht hij samen met Jan MATTENSZ de staalvisserij van Battenoert tegen 37 pond hollands en van 1466 tot 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij tegen 5 1/2 pond. De zwaandrift in Poortugaal pacht hij van 1466 tot 1468 tegen 2 pond 5sc. en in 1469 tegen 2 pond. Hij houdt van 1466 tot 1469 2 gemet land aan de Puddikepoelseweg tegen 28sc. samen met Claisz GOUT en Wouter PETERSZ het grootste deel van het land te Poortugaal van het klooster Nieuwlicht in pacht tegen 283 rijnsguldens 9 st.
=========
Beijen Doenszn. Overl. voor, 28 januari 1485.
Leenman van Putten, hij volgt zijn vader in diens leengoederen op, schepen van Poortugaal 1458 (bron: Cartularium van het karthuizer klooster Nieuwlicht akte: 47 V) en 1462 (bron: Leenkamer Holland akte: 83/5), in welk jaar hij een tiende aldaar in pacht houdt (bron: Archief van de besturen van de domeinen akte: 747/A). Nam op 8 december 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, namelijk de latere Kruisdijk en de dijk langs de korenmolen. Van 1459 tot en met 1469 betaalde hij jaarlijks 1 kapoen voor de Thomashofstede, een boerderij tegen de binnenkant van de dijk. Van 1459 tot en met 1462 pachtte hij de staalvisserij te Battenoert en van 1466 tot en met 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij. Hij vestigt zijn memorie op 5 gemet land te Nieuw Rhoon (bron: Register van memorie stichtingen in de kerk te Poortugaal akte: 105), te versterven op zijn zoon Doen Beyenszn. Deze werd na de dood van zijn vader op 28 januari 1485 beleend met diens lenen.
Rel.
36769 Lijsbeth N.N. Overl. 17 december 1485.
Zet enige memorie met haar zoon Cornelis Beijenszn. op 6 gemet land liggende in Pernis.
==========
Beleend op 11-9-1452 met het leengoed van zijn vader (Ons Voorgeslacht, juni 1972, repertorium op de lenen van Putten, leen 63 en 64)
In 1454 en 1455 leenmangetuige voor de Heer van Putten (Archief Heren vanPutten, inv. nr. 67, fol. 11v-12v, 14, 15, 15v-16, 16, 16v-17.)
Op 8-12-1455 beleend met de dijk gelegen aan de molen van Poortugaal en de Zweerdijkse dijk (Archief Heren van Putten fol. 20)
In 1457 leenmangetuige (Archief Heren van Putten fol. 143v-144v.)
Op 10-10-1458 vermeld als schepen van Poortugaal (Ons Voorgeslacht nr. 98Klooster Nieuwlicht bij Utrecht, cartularium fol. 47v.)
Op 1-7-1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge Doen
Beyensdr. (G.A. Rotterdam, weeskamer inv. nr. 577. fol. 66-67, resp. inv.nr. 578, fol. 63-66v)
Pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal (HLK inv. nr. 83, fol.
5-6r)
in 1464 wordt Wouter Pietersz. zijn zwager (=schoonzoon) genoemd (Archief Besturen van de Domeinen, inv. nr. 747a)
Zegelt 1-5-1465 voor zijn neef Olaert Hendricksz, schepen van Poortugaal (Ons Voorgeslacht nr. 98, Klooster Nieuwlicht bij Utrecht, cartularium, fol. 47v)
Vestigd samen met zijn (oudste) zoon Aert Beyensz. een memorie op 2 gemet land "Memoria parpetua (=eeuwige memorie) van Beye Doensz. ende Aert Beyensz.
zijn zoon staet op 2 gemeeten lants geleegen in Vernellenhouck; ende staet Doen Beyensz. van hem te coemen opte outste ende naeste die van Beye voornoemt gecoemen is." (de Blaffaard van de Memorielanden van Poortugaaldoor J.L. van de Gouw in Hollandse Studien nr. 3, 1972, memorie 105)
Fundatie van wekelijkse memories (= de vicarie) op Beye Doensz. "Item soo heeft Beye Doensz. gefondeert een eeuwige misse ter weecke te leesen binnen de kercke van Poortugael des vrijdaechs de Santa Cruce. Ende staet verseeckert op 5 gemeeten lants leggende in Nieuw Roon, aengelant de Memoristen van Delft aen de zuytzijde ende staet opten outsten ende naesten die van Beye Doensz. voorseyt gecoemen is" (de Blaffaard van de Memorielanden van Poortugaal door J.L. van der Gouw in Hollandse Studien nr. 3, 1972, memorie 141)
Overleden voor 28-1-1485 als zijn zoon Doen Beyensz. wordt beleend. (Ons Voorgeslacht juni 1972, repertorium op de lenen van Putten)
Beye was gehuwd met Lijsbeth N.N.
Vestigt na het overlijden van haar man met haar zoon Cornelis Beyensz, een wekelijkse mis op 6 gemet land. "Lijsbet Beye Doensz. weduwe heeft geset haer eewige memorie met Cornelis Beyensz. haer soon mit een misse te weecke op 6 gemeeten lants leggende bij Arien Dirxz. in Pernis; Ende dese memorie sal men altijt doen op Sinte Michielsdag (= 29 september) ende sal doen Doen Beyensz. haer soon. (in de marge) Deze memorie is affgecoft aen de Heyligen Geest van Poortugael bij Doen Willemsz. ende meester Pieter Cornelisz." (de Blaffaard van de Memorielanden van Poortugaal door J.L. van de Gouw in Hollandse Studien nr. 3, 1972, memorie 82)
Beleend op 11 sep 1452 met het leenland van zijn vader.
In 1454-1455 leenman-getuige voor de Heer van Putten.
Op 8 dec 1455 beleend met de dijk gelegen aan de molen van Poortugaal en de Zweerdijkse dijk.
In 1457 leenman-getuige.
1 jul 1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge, als zijn zoon Doen wordt beleend.
Leenman van de heer van Putten, hij volgt zijn vader in diens leengoederen op; schepen van Poortugaal 1458 [bron: Cartularium van het karthuizer klooster Nieuwlicht akte 47 v] en 1462 [bron: Leenkamer Holland akte 83/5], in welk jaar hij een tiende aldaar in pacht houdt [bron:Archief van de besturen van de domeinen akte 747/A].
Nam op 8.12.1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, namelijk de latere Kruisdijk en de dijk langs de korenmolen. Van 1459 tot en met 1469 betaalde hij jaarlijks 1 kapoen voor de Thomashofstede, een boerderij tegen de binnenkant van de dijk. Van 1459 tot en met 1462 pachtte hij de staalvisserij te Battenoert en van 1466 tot en met 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij.
Hij vestigt zijn memorie op 5 gemet land te Nieuw Rhoon [bron: Register van memorie stichtingen in de kerk te Poortugaal akte 105], te versterven op zijn zoon Doen Beyenszn. Deze werd na de dood van zijn vader op 28.1.1485 beleend met diens lenen. Hij was gehuwd met Lijsbeth N, geboren rond 1413 (?), overleden op 17 december 1485. zij vestigt na het overlijden van haar man, samen met Cornelis, haar zoon, een wekelijkse mis op zes gemet land. )
Ook vermelding van alle kinderen.

tr.
met

Lijsbeth Bartelmeesdr Drapenier1, dr. van Bartholomees Jacobsz Drapenier en Aechte Jansdr van Diest, geb. Poortugaal in 1412, ovl. Poortugaal op 17 dec 1485, onbekende lijkbezorging,
, Vestigt na het overlijden van haar man met haar zoon Cornelis Beyensz,een wekelijkse mis op 6 gemet land. "Lijsbet Beye Doensz. weduwe heeft geset haer eewige memorie met Cornelis Beyensz. haer soon mit een misse te weecke op 6 gemeeten lants leggende bij Arien Dirxz. in Pernis; Ende dese memorie sal men altijt doen op Sinte Michielsdag (= 29 september) ende sal doen Doen Beyensz. haer soon. (in de marge) Deze memorie is affgecoft aen de Heyligen Geest van Poortugael bij Doen Willemsz. ende meester Pieter Cornelisz." (de Blaffaard van de Memorielanden van Poortugaal door J.L. van de Gouw in Hollandse Studien nr. 3, 1972, memorie 82).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Doen*1438 Poortugaal †1515 Poortugaal 77



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 112)
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 321)


Nele Wollebrandt Jans Boot Hodister
Nele Wollebrandt Jans (Nele) Boot Hodister (Neeltje Boot), geb. vermoedelijk Poortugaal circa 1450, ovl. na 1485,
, Doen De Jonge BEIJENS, testeert op 6 Jan 1513. Memorie 88. Memoria parpetua van Neeltgin Wollebrant Jansdr, de huisvrou van Doen Beijensz. staet op twee ende een half lijne lants, geleegen buyten Zweerdijck onder sijn huis aen den Cruisdijck; dit sal staen op beyde haer kindern te samen ende ´t eynde haer doot te coemen in den boosum daer ´t uytgecoemen is. (Dus niet eeuwig).

tr. (1)
met

Claes Hendricksz, geb. vermoedelijk Poortugaal circa 1450.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maritje*1475 Poortugaal †1515  40

tr. (2) circa 1480
met

Doen de Jonge van Driel, zn. van Doens Beijensz en Lijsbeth , geb. Poortugaal circa 1444, leenman van Putten, schepen, ovl. voor 16 dec 1515, tr. (1) circa 1459 met Haasje Cornelissen, geb. circa 1440. Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder.

Uit dit huwelijk 2 kinderen.


Lijsbeth Bartelmeesdr Drapenier
Lijsbeth Bartelmeesdr Drapenier1, geb. Poortugaal in 1412, ovl. Poortugaal op 17 dec 1485, onbekende lijkbezorging,
, Vestigt na het overlijden van haar man met haar zoon Cornelis Beyensz,een wekelijkse mis op 6 gemet land. "Lijsbet Beye Doensz. weduwe heeft geset haer eewige memorie met Cornelis Beyensz. haer soon mit een misse te weecke op 6 gemeeten lants leggende bij Arien Dirxz. in Pernis; Ende dese memorie sal men altijt doen op Sinte Michielsdag (= 29 september) ende sal doen Doen Beyensz. haer soon. (in de marge) Deze memorie is affgecoft aen de Heyligen Geest van Poortugael bij Doen Willemsz. ende meester Pieter Cornelisz." (de Blaffaard van de Memorielanden van Poortugaal door J.L. van de Gouw in Hollandse Studien nr. 3, 1972, memorie 82).

tr.
met

Beije Doensz van Driel1, zn. van Doen Beyensz (mede bedijker van het oudeland van strijen(1436)) en Margriet Hendricks Drogendijck, geb. Poortugaal in 1408, schepen van Poortugaal in 1458 en 1463, ovl. Poortugaal op 8 jan 1485,
, beleend op 11-9-1452 met het leenland van zijn vader, in 1454-1455 leenmangetuige voor de Heer van Putten, op 8-12-1455 beleend net de dijk gelegen aan de molen van Poortugaal en de Zweerdijksedijk, in 1457 leenmangetuige, en 10-10-1458 vermeld als schepen van Poortugaal, 1-7-1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge, pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal, in 1464 wordt Wouter Pietersz. zijn zwager (= schoonzoon) genoemd, zegelt 1-5-1465 voor zijn neef Olaert Hendricksz, schepen van  Poortugaal, vestigt samen met zijn (oudste) zoon Aert Beyensz. een memorie op 2 gemet land.
Leenman van Putten(1455-1485), schepen van Poortugaal(1458-1462), stichter van een memorie te Nieuw Rhoon. Neef van Olaert HENRICKSZ. Ons Voorgeslacht 1972 bldz.143, Ons Voorgeslacht 1972 bldz.142, Hollandse Studieën 3 bldz.105. In 1457 leenmangetuige en op 10 Okt 1458 vermeld als schepen van Poortugaal. In 1454-1455 leenmangetuige voor de heer van Putten. Beleend op 11 Sep 1452 met het leenland van zijn vader. Neemt op 8 Dec 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, nl. de latere Kruisdijk en de dijk gelegen langs de korenmolen, die achter de dijk van Albrantswaard zijn komen te liggen. Juist ten noorden van de plaats, waar de beide lenen elkaar ontmoeten, ligt een boerderij tegen de binnenkant van de dijk op de dijkzate, waarvoor jaarlijks één kapoen moet worden betaald. Deze betaling geschiedt van 1459 tot 1469 door hem, de boerderij wordt dan nog naar een vorige eigenaar de Thomashofstede genoemd. In deze periode is hij 32sc. 6d. aan jaarlijkse accijns verschuldigd voor 4 gemet 1 lijn land bij de kerk en 3 pond hollands voor 7 1/2 gemet land, genaamd de Grote Weyde. Op 1 Jul 1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge. Pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal. In 1466 wordt Wouter PIETERSZ zijn zwager(=schoonzoon) genoemd. Zegelt op 1 Mei 1465 voor zijn neef Olaert HENDRICKSZ. Vestigt samen met zijn oudste zoon Aert BEIJENSZ een memorie op 2 gemet land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Doen. Deze laatste wordt na de dood van zijn vader op 8 Jan 1485 beleend met diens lenen. Van 1459 tot 1465 betaalt hij 18sc. hollands voor de quade 6 gemet. Van 1461 tot 1465 pacht hij de droge dijk tussen het Oostdorp en de Driendijk, de plaats waar zijn leendijken bij de boerderij beginnen, tegen 2 pond 16 1/2, in 1466 tegen 20sc. In 1461 pacht hij tienden van Waddenswaert tegen 7 pond 10 1/2 sc. en in 1465 die voor het dorp tegen 10sc. en de lammertiende tegen 4 pond 1sc. Van 1459 tot 1462 pacht hij samen met Jan MATTENSZ de staalvisserij van Battenoert tegen 37 pond hollands en van 1466 tot 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij tegen 5 1/2 pond. De zwaandrift in Poortugaal pacht hij van 1466 tot 1468 tegen 2 pond 5sc. en in 1469 tegen 2 pond. Hij houdt van 1466 tot 1469 2 gemet land aan de Puddikepoelseweg tegen 28sc. samen met Claisz GOUT en Wouter PETERSZ het grootste deel van het land te Poortugaal van het klooster Nieuwlicht in pacht tegen 283 rijnsguldens 9 st.
=========
Beijen Doenszn. Overl. voor, 28 januari 1485.
Leenman van Putten, hij volgt zijn vader in diens leengoederen op, schepen van Poortugaal 1458 (bron: Cartularium van het karthuizer klooster Nieuwlicht akte: 47 V) en 1462 (bron: Leenkamer Holland akte: 83/5), in welk jaar hij een tiende aldaar in pacht houdt (bron: Archief van de besturen van de domeinen akte: 747/A). Nam op 8 december 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, namelijk de latere Kruisdijk en de dijk langs de korenmolen. Van 1459 tot en met 1469 betaalde hij jaarlijks 1 kapoen voor de Thomashofstede, een boerderij tegen de binnenkant van de dijk. Van 1459 tot en met 1462 pachtte hij de staalvisserij te Battenoert en van 1466 tot en met 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij. Hij vestigt zijn memorie op 5 gemet land te Nieuw Rhoon (bron: Register van memorie stichtingen in de kerk te Poortugaal akte: 105), te versterven op zijn zoon Doen Beyenszn. Deze werd na de dood van zijn vader op 28 januari 1485 beleend met diens lenen.
Rel.
36769 Lijsbeth N.N. Overl. 17 december 1485.
Zet enige memorie met haar zoon Cornelis Beijenszn. op 6 gemet land liggende in Pernis.
==========
Leenman van Putten(1455-1485), schepen van Poortugaal(1458-1462), stichter van een memorie te Nieuw Rhoon. Neef van Olaert HENRICKSZ. Ons Voorgeslacht 1972 bldz.143, Ons Voorgeslacht 1972 bldz.142, Hollandse Studieën 3 bldz.105. In 1457 leenmangetuige en op 10 Okt 1458 vermeld als schepen van Poortugaal. In 1454-1455 leenmangetuige voor de heer van Putten. Beleend op 11 Sep 1452 met het leenland van zijn vader. Neemt op 8 Dec 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, nl. de latere Kruisdijk en de dijk gelegen langs de korenmolen, die achter de dijk van Albrantswaard zijn komen te liggen. Juist ten noorden van de plaats, waar de beide lenen elkaar ontmoeten, ligt een boerderij tegen de binnenkant van de dijk op de dijkzate, waarvoor jaarlijks één kapoen moet worden betaald. Deze betaling geschiedt van 1459 tot 1469 door hem, de boerderij wordt dan nog naar een vorige eigenaar de Thomashofstede genoemd. In deze periode is hij 32sc. 6d. aan jaarlijkse accijns verschuldigd voor 4 gemet 1 lijn land bij de kerk en 3 pond hollands voor 7 1/2 gemet land, genaamd de Grote Weyde. Op 1 Jul 1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge. Pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal. In 1466 wordt Wouter PIETERSZ zijn zwager(=schoonzoon) genoemd. Zegelt op 1 Mei 1465 voor zijn neef Olaert HENDRICKSZ. Vestigt samen met zijn oudste zoon Aert BEIJENSZ een memorie op 2 gemet land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Doen. Deze laatste wordt na de dood van zijn vader op 8 Jan 1485 beleend met diens lenen. Van 1459 tot 1465 betaalt hij 18sc. hollands voor de quade 6 gemet. Van 1461 tot 1465 pacht hij de droge dijk tussen het Oostdorp en de Driendijk, de plaats waar zijn leendijken bij de boerderij beginnen, tegen 2 pond 16 1/2, in 1466 tegen 20sc. In 1461 pacht hij tienden van Waddenswaert tegen 7 pond 10 1/2 sc. en in 1465 die voor het dorp tegen 10sc. en de lammertiende tegen 4 pond 1sc. Van 1459 tot 1462 pacht hij samen met Jan MATTENSZ de staalvisserij van Battenoert tegen 37 pond hollands en van 1466 tot 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij tegen 5 1/2 pond. De zwaandrift in Poortugaal pacht hij van 1466 tot 1468 tegen 2 pond 5sc. en in 1469 tegen 2 pond. Hij houdt van 1466 tot 1469 2 gemet land aan de Puddikepoelseweg tegen 28sc. samen met Claisz GOUT en Wouter PETERSZ het grootste deel van het land te Poortugaal van het klooster Nieuwlicht in pacht tegen 283 rijnsguldens 9 st.
=========
Beijen Doenszn. Overl. voor, 28 januari 1485.
Leenman van Putten, hij volgt zijn vader in diens leengoederen op, schepen van Poortugaal 1458 (bron: Cartularium van het karthuizer klooster Nieuwlicht akte: 47 V) en 1462 (bron: Leenkamer Holland akte: 83/5), in welk jaar hij een tiende aldaar in pacht houdt (bron: Archief van de besturen van de domeinen akte: 747/A). Nam op 8 december 1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, namelijk de latere Kruisdijk en de dijk langs de korenmolen. Van 1459 tot en met 1469 betaalde hij jaarlijks 1 kapoen voor de Thomashofstede, een boerderij tegen de binnenkant van de dijk. Van 1459 tot en met 1462 pachtte hij de staalvisserij te Battenoert en van 1466 tot en met 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij. Hij vestigt zijn memorie op 5 gemet land te Nieuw Rhoon (bron: Register van memorie stichtingen in de kerk te Poortugaal akte: 105), te versterven op zijn zoon Doen Beyenszn. Deze werd na de dood van zijn vader op 28 januari 1485 beleend met diens lenen.
Rel.
36769 Lijsbeth N.N. Overl. 17 december 1485.
Zet enige memorie met haar zoon Cornelis Beijenszn. op 6 gemet land liggende in Pernis.
==========
Beleend op 11-9-1452 met het leengoed van zijn vader (Ons Voorgeslacht, juni 1972, repertorium op de lenen van Putten, leen 63 en 64)
In 1454 en 1455 leenmangetuige voor de Heer van Putten (Archief Heren vanPutten, inv. nr. 67, fol. 11v-12v, 14, 15, 15v-16, 16, 16v-17.)
Op 8-12-1455 beleend met de dijk gelegen aan de molen van Poortugaal en de Zweerdijkse dijk (Archief Heren van Putten fol. 20)
In 1457 leenmangetuige (Archief Heren van Putten fol. 143v-144v.)
Op 10-10-1458 vermeld als schepen van Poortugaal (Ons Voorgeslacht nr. 98Klooster Nieuwlicht bij Utrecht, cartularium fol. 47v.)
Op 1-7-1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge Doen
Beyensdr. (G.A. Rotterdam, weeskamer inv. nr. 577. fol. 66-67, resp. inv.nr. 578, fol. 63-66v)
Pacht in 1462 een tiende gelegen tot Poortugaal (HLK inv. nr. 83, fol.
5-6r)
in 1464 wordt Wouter Pietersz. zijn zwager (=schoonzoon) genoemd (Archief Besturen van de Domeinen, inv. nr. 747a)
Zegelt 1-5-1465 voor zijn neef Olaert Hendricksz, schepen van Poortugaal (Ons Voorgeslacht nr. 98, Klooster Nieuwlicht bij Utrecht, cartularium, fol. 47v)
Vestigd samen met zijn (oudste) zoon Aert Beyensz. een memorie op 2 gemet land "Memoria parpetua (=eeuwige memorie) van Beye Doensz. ende Aert Beyensz.
zijn zoon staet op 2 gemeeten lants geleegen in Vernellenhouck; ende staet Doen Beyensz. van hem te coemen opte outste ende naeste die van Beye voornoemt gecoemen is." (de Blaffaard van de Memorielanden van Poortugaaldoor J.L. van de Gouw in Hollandse Studien nr. 3, 1972, memorie 105)
Fundatie van wekelijkse memories (= de vicarie) op Beye Doensz. "Item soo heeft Beye Doensz. gefondeert een eeuwige misse ter weecke te leesen binnen de kercke van Poortugael des vrijdaechs de Santa Cruce. Ende staet verseeckert op 5 gemeeten lants leggende in Nieuw Roon, aengelant de Memoristen van Delft aen de zuytzijde ende staet opten outsten ende naesten die van Beye Doensz. voorseyt gecoemen is" (de Blaffaard van de Memorielanden van Poortugaal door J.L. van der Gouw in Hollandse Studien nr. 3, 1972, memorie 141)
Overleden voor 28-1-1485 als zijn zoon Doen Beyensz. wordt beleend. (Ons Voorgeslacht juni 1972, repertorium op de lenen van Putten)
Beye was gehuwd met Lijsbeth N.N.
Vestigt na het overlijden van haar man met haar zoon Cornelis Beyensz, een wekelijkse mis op 6 gemet land. "Lijsbet Beye Doensz. weduwe heeft geset haer eewige memorie met Cornelis Beyensz. haer soon mit een misse te weecke op 6 gemeeten lants leggende bij Arien Dirxz. in Pernis; Ende dese memorie sal men altijt doen op Sinte Michielsdag (= 29 september) ende sal doen Doen Beyensz. haer soon. (in de marge) Deze memorie is affgecoft aen de Heyligen Geest van Poortugael bij Doen Willemsz. ende meester Pieter Cornelisz." (de Blaffaard van de Memorielanden van Poortugaal door J.L. van de Gouw in Hollandse Studien nr. 3, 1972, memorie 82)
Beleend op 11 sep 1452 met het leenland van zijn vader.
In 1454-1455 leenman-getuige voor de Heer van Putten.
Op 8 dec 1455 beleend met de dijk gelegen aan de molen van Poortugaal en de Zweerdijkse dijk.
In 1457 leenman-getuige.
1 jul 1461 voogd over de kinderen van zijn zuster Ariaentge, als zijn zoon Doen wordt beleend.
Leenman van de heer van Putten, hij volgt zijn vader in diens leengoederen op; schepen van Poortugaal 1458 [bron: Cartularium van het karthuizer klooster Nieuwlicht akte 47 v] en 1462 [bron: Leenkamer Holland akte 83/5], in welk jaar hij een tiende aldaar in pacht houdt [bron:Archief van de besturen van de domeinen akte 747/A].
Nam op 8.12.1455 twee droge dijken te Poortugaal in leen, namelijk de latere Kruisdijk en de dijk langs de korenmolen. Van 1459 tot en met 1469 betaalde hij jaarlijks 1 kapoen voor de Thomashofstede, een boerderij tegen de binnenkant van de dijk. Van 1459 tot en met 1462 pachtte hij de staalvisserij te Battenoert en van 1466 tot en met 1468 de potinge in die Roden als rietbroek en visserij.
Hij vestigt zijn memorie op 5 gemet land te Nieuw Rhoon [bron: Register van memorie stichtingen in de kerk te Poortugaal akte 105], te versterven op zijn zoon Doen Beyenszn. Deze werd na de dood van zijn vader op 28.1.1485 beleend met diens lenen. Hij was gehuwd met Lijsbeth N, geboren rond 1413 (?), overleden op 17 december 1485. zij vestigt na het overlijden van haar man, samen met Cornelis, haar zoon, een wekelijkse mis op zes gemet land. )
Ook vermelding van alle kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Doen*1438 Poortugaal †1515 Poortugaal 77



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 112)


Doen Beyensz
Doen (Doedijn) Beyensz1, geb. Poortugaal circa 1376, mede bedijker van het oudeland van strijen(1436), ovl. Poortugaal voor 11 sep 1452,
, beleend met 2 gemet land na opdracht uit eigen op 1-4-1429,  in 1432-1434 leenmangetuige voor de Heer van Putten, in 1436 medebédijker van het Oudeland van Strijen, heeft land gemeen met Gheen Jansz. en diens zwager Simon Bartoutsz. op 10-5-1442, 1445 twee maal vermeld als leenmangetuige  als belender genoemd in de blaffaard van de memorielanden, vestigt zijn memorie op 2 gemet land, overleden voor 11-9-1452 als zijn zoon beleend wordt met het leenland; 1gemet = Putse maat = 3 lijn of 3 hont = 0,4949 ha
Leenman van Putten(1429-1452).
Referenties: Ons Voorgeslacht 1972 bldz.143,
De Nederlandsche Leeuw 1946 kol.134,
Ons Voorgeslacht 1976 bldz.315,
Ons Voorgeslacht 1980 bldz.649.
Op 11 Sep 1452 wordt zijn zoon Beije Doensz beleend met het leenland van zijn vader. Zijn zoon Antheunis Doensz volgt zijn vader Doedijn Beijensz op op 7 Jan 1444.
Belend met 2 gemet land na opdracht uit eigen beleend met 2 gemet land te Poortugaal aan de Hofweg op 1 Apr 1429, belend ten zuiden door Beijen Lemsz. In 1432 tot 1434 leenmangetuige voor de Heer van Putten.
Op 12 Mrt 1436 medebedijker van Het Oudeland van Strijen. Heeft land gemeen met Gheen Jansz en diens zwager Simon Bartoutsz op 10 Mei 1442. Hij vestigt zijn memorie op 2 gemet land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Beije Doensz. In 1445 tweemaal vermeld als leenmangetuige. Als belender genoemd in de blaffaard van de memorielanden.
Doen Beijenszn. Overl. voor, 11 september 1452.
Beleend met 2 gemet land na opdracht uit eigen op 1 april 1429.
Wordt in 1434 door de heer van Putten genoemd onder "onsen mannen van 't land van Putte" (=leenman, Rhoon en Poortugaal en omgeving behoorden tot de heerlijkheid van Putten),
[bron: Leenkamer Holland akte 85/5V].
Hij maakte deel uit van een consortium dat in 1436 kort na de St. Elisabethsvloed, de bedijking van het Oudeland van Strijen op zich nam [bron: Leenkamer Holland akte: 83].
Op 1 december 1445 komt hij voor als leenman-getuige. Hij vestigt zijn memorie op 2 gemet land in Vernelle hoeck, te versterven op zijn zoon Beye Doenszn.
Zijn eerste vrouw Margriet N.N. Overl. circa 1446.
Vestigt haar memorie op 4 lijn land achter de kerk te Poortugaal (bron: register van memorie stichtingen in de kerk te Poortugaal akte: 46).
Omstreeks 1450 sticht zijn tweede vrouw haar memorie op 2 1/2 lijn land in Zwaardijk onder het huis van haar man gelegen [bron: Register van memorie stichtingen in de kerk te Poortugaal akte: 88]. Deze boerderij wordt in de domeinrekeningen als Thomashofstede aangeduid, vermoedelijk heeft hij zich hier omstreeks 1430 gevestigd.

tr. (1)
met

Margriet Hendricks Drogendijck1, dr. van Heyndrick Kerstensz Drogendijck en Suetkin , geb. in 1386, ovl. in 1446,
, zij vestigt haar memorie in de kerk van Poortugaal, op 4 lijn land achter de kerk te Poortugaal.
Dochter van Heyndrick en Suetkin.
"Anno 1446 starff Margriete Doens ende heeft geset haer eewige memorie op vier lijnts lants geleegen achter de kercke; . Ende dese memorie sal coemen opten outsten ende naesten die van Margriet voornoemt gecoemen is."
(de Blaffaard van de Memorielanden van Poortugaal door J.L. van der Gouw in Hollandse Studien 1972 nr. 3, memorie 46).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Beije*1408 Poortugaal †1485 Poortugaal 77

tr. (2)
met

Neeltje Wolbrant Jansdr.

Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 321)
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 322)


Margriet Hendricks Drogendijck
Margriet Hendricks Drogendijck1, geb. in 1386, ovl. in 1446,
, zij vestigt haar memorie in de kerk van Poortugaal, op 4 lijn land achter de kerk te Poortugaal.
Dochter van Heyndrick en Suetkin.
"Anno 1446 starff Margriete Doens ende heeft geset haer eewige memorie op vier lijnts lants geleegen achter de kercke; .. Ende dese memorie sal coemen opten outsten ende naesten die van Margriet voornoemt gecoemen is."
(de Blaffaard van de Memorielanden van Poortugaal door J.L. van der Gouw in Hollandse Studien 1972 nr. 3, memorie 46).

tr.
met

Doen (Doedijn) Beyensz1, zn. van Beye Beyensz en Lijsbeth , geb. Poortugaal circa 1376, mede bedijker van het oudeland van strijen(1436), ovl. Poortugaal voor 11 sep 1452,
, beleend met 2 gemet land na opdracht uit eigen op 1-4-1429,  in 1432-1434 leenmangetuige voor de Heer van Putten, in 1436 medebédijker van het Oudeland van Strijen, heeft land gemeen met Gheen Jansz. en diens zwager Simon Bartoutsz. op 10-5-1442, 1445 twee maal vermeld als leenmangetuige  als belender genoemd in de blaffaard van de memorielanden, vestigt zijn memorie op 2 gemet land, overleden voor 11-9-1452 als zijn zoon beleend wordt met het leenland; 1gemet = Putse maat = 3 lijn of 3 hont = 0,4949 ha
Leenman van Putten(1429-1452).
Referenties: Ons Voorgeslacht 1972 bldz.143,
De Nederlandsche Leeuw 1946 kol.134,
Ons Voorgeslacht 1976 bldz.315,
Ons Voorgeslacht 1980 bldz.649.
Op 11 Sep 1452 wordt zijn zoon Beije Doensz beleend met het leenland van zijn vader. Zijn zoon Antheunis Doensz volgt zijn vader Doedijn Beijensz op op 7 Jan 1444.
Belend met 2 gemet land na opdracht uit eigen beleend met 2 gemet land te Poortugaal aan de Hofweg op 1 Apr 1429, belend ten zuiden door Beijen Lemsz. In 1432 tot 1434 leenmangetuige voor de Heer van Putten.
Op 12 Mrt 1436 medebedijker van Het Oudeland van Strijen. Heeft land gemeen met Gheen Jansz en diens zwager Simon Bartoutsz op 10 Mei 1442. Hij vestigt zijn memorie op 2 gemet land in ver Nellenhouck, te versterven op zijn zoon Beije Doensz. In 1445 tweemaal vermeld als leenmangetuige. Als belender genoemd in de blaffaard van de memorielanden.
Doen Beijenszn. Overl. voor, 11 september 1452.
Beleend met 2 gemet land na opdracht uit eigen op 1 april 1429.
Wordt in 1434 door de heer van Putten genoemd onder "onsen mannen van 't land van Putte" (=leenman, Rhoon en Poortugaal en omgeving behoorden tot de heerlijkheid van Putten),
[bron: Leenkamer Holland akte 85/5V].
Hij maakte deel uit van een consortium dat in 1436 kort na de St. Elisabethsvloed, de bedijking van het Oudeland van Strijen op zich nam [bron: Leenkamer Holland akte: 83].
Op 1 december 1445 komt hij voor als leenman-getuige. Hij vestigt zijn memorie op 2 gemet land in Vernelle hoeck, te versterven op zijn zoon Beye Doenszn.
Zijn eerste vrouw Margriet N.N. Overl. circa 1446.
Vestigt haar memorie op 4 lijn land achter de kerk te Poortugaal (bron: register van memorie stichtingen in de kerk te Poortugaal akte: 46).
Omstreeks 1450 sticht zijn tweede vrouw haar memorie op 2 1/2 lijn land in Zwaardijk onder het huis van haar man gelegen [bron: Register van memorie stichtingen in de kerk te Poortugaal akte: 88]. Deze boerderij wordt in de domeinrekeningen als Thomashofstede aangeduid, vermoedelijk heeft hij zich hier omstreeks 1430 gevestigd, tr. (2) met Neeltje Wolbrant Jansdr. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Beije*1408 Poortugaal †1485 Poortugaal 77



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 321)


Beye Beyensz
Beye Beyensz1, geb. Poortugaal circa 1344, ovl. Poortugaal voor 1408,
, pacht de strook grond langs de dijk tussen Poortugaal en Deyffel in 1395 en 1396
Beijen Beijens, bewoont een hofstad te Poortugaal, pacht de strook grond langs de dijk tussen Poortugaal en de Deijffel (1395-1396) van Zweder van Abcoude, heer van Putten, betaalt 3 kapoenen voor een weg naar zijn hofstad (1395/98)
Beije Beijensz, genoemd als pachter van grond bij Poortugaal in 1395 en 1396, stichtte met zijn moeder een memorie in de Vernelle Hoek, tr. ± 1381 Lijsbeth die met haar zoon Beije Beijensz een memorie stichtte.
Overleden vóór 1408. In 1395/6 werd Beye Beyens genoemd als leenman van Zweder van Abcoude Heer van Putten, van wie hij een stuk land in pacht had langs de dijk tussen Poortugaal en Deyssel. Hij stichtte met zijn moeder een memorie in de Vernelle Hoek. Pacht de strook grond langs de dijk tussen Poortugaal en Deyffel in 1395 en 1396. (Rentmeesterrekeningen van de Domeinen, inv. nr. 5562 resp. 5563).

tr.
met

Lijsbeth 1, geb. Poortugaal in 1354,
, Lijsbeth N.N, vestigt een memorie in de kerk van Poortugaal verzekerd op 2 gem. in ver Nellenhouck met haar zoon Beije Beijens.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Doen*1376 Poortugaal †1452 Poortugaal 76



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 322)
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 323)


Lijsbeth
Lijsbeth 1, geb. Poortugaal in 1354,
, Lijsbeth N.N, vestigt een memorie in de kerk van Poortugaal verzekerd op 2 gem. in ver Nellenhouck met haar zoon Beije Beijens.

tr.
met

Beye Beyensz1, zn. van Beye Rutgersz van Doens en Lijsbeth , geb. Poortugaal circa 1344, ovl. Poortugaal voor 1408,
, pacht de strook grond langs de dijk tussen Poortugaal en Deyffel in 1395 en 1396
Beijen Beijens, bewoont een hofstad te Poortugaal, pacht de strook grond langs de dijk tussen Poortugaal en de Deijffel (1395-1396) van Zweder van Abcoude, heer van Putten, betaalt 3 kapoenen voor een weg naar zijn hofstad (1395/98)
Beije Beijensz, genoemd als pachter van grond bij Poortugaal in 1395 en 1396, stichtte met zijn moeder een memorie in de Vernelle Hoek, tr. ± 1381 Lijsbeth die met haar zoon Beije Beijensz een memorie stichtte.
Overleden vóór 1408. In 1395/6 werd Beye Beyens genoemd als leenman van Zweder van Abcoude Heer van Putten, van wie hij een stuk land in pacht had langs de dijk tussen Poortugaal en Deyssel. Hij stichtte met zijn moeder een memorie in de Vernelle Hoek. Pacht de strook grond langs de dijk tussen Poortugaal en Deyffel in 1395 en 1396. (Rentmeesterrekeningen van de Domeinen, inv. nr. 5562 resp. 5563).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Doen*1376 Poortugaal †1452 Poortugaal 76



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 322)


Maritge
Maritge , geb. Hoogvliet circa 1518, ovl. na 1574.

tr.
met

Commer Beijensz van Driel1, zn. van Beyen Doensz van Driel (heemraad van Poortugaal in 1538) en Maritje Claasse Droogendijck, geb. Poortugaal in 1514, ovl. Hoogvliet op 9 jul 1565,
, landbouwer onder Hoogvliet, leenman van de hofstad Putten te Hoogvliet, beleend met Coudenhoven vanaf 31-1215748 en met de zuidelijke helft van de Lombardsedijk te Hoogvliet vanaf 29-101551.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1550 Hoogvliet †1612 Hoogvliet 62



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 327)


Walburg van Cuyck van Meteren
Walburg van Cuyck van Meteren.

tr.
met

Otto van Haeften, zn. van Johan van Haeften en Diederika/Theodora van Immerseel, ovl. in 1555


Dietrich von Sayn Hachenburg
Dietrich graaf von Sayn Hachenburg1, geb. op 7 aug 1415, ovl. op 2 aug 1452.

tr. in 1435
met

Margaretha van Nassau-Dillenburg1, dr. van Engelbert I graaf van Nassau (graaf van Nassau, Dietz en Vianden, heer van Breda, de Lek, enz.) en Johanna van Polanen (erfdochter van Breda), geb. circa 1415, ovl. op 27 mei 1467.

Bronnen:
1.Genealogie van Nassau (B 150), ir B.T. Wilschut, Uitgeverij Kronieken, 978-90-8860-0005-0, Amsterdam, 2009 (blz. 23)
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 16)