Genealogische website van Cees Hagenbeek
Christina NN
Christina NN.

relatie
met

Gijsbert Barentszn Queckel, zn. van Barent Queckel en Margareta NN, Burgemeester van Dordrecht Dordrecht, Zuid-Holland in 14261, ovl. Dordrecht na 14521.

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johanna     



Bronnen:
1.Batavia Illustrata, ofte Oud Batavien, vervattende De Verhandelinge van den Adel (S458), S458


Clementia Jansdr van Muijlwijck
Clementia Jansdr van Muijlwijck.

relatie
met

Jacob Tielmanszn Oem Isereel, zn. van Tielman Gilliszn Oem en Catharina Jacobsdr van der Burch, geb. Dordrecht, Zuid-Holland circa 1355, Schepen Dordrecht, Zuid-Holland op 83 13871.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Tielman*1385 Dordrecht    



Bronnen:
1.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221), S221


Tielman Gilliszn Oem
Tielman Gilliszn Oem, geb. Dordrecht circa 1330, Schepen in Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland Dordrecht, Zuid-Holland in 13541 en in 13542.

relatie
met

Catharina Jacobsdr van der Burch, dr. van Jacob Janszn NN en Nn Simonsdr van der Burch.

Uit deze relatie 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1355 Dordrecht, Zuid-Holland    
Godschalk*1360 Dordrecht †1403 Dordrecht 43



Bronnen:
1.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221), S221
2.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221-2), S221-2
3.Begin van Hollant in Dordrecht, mitsgaders der eerste Stede beschrijvinge, reger (S483), S483
4.Begin van Hollant in Dordrecht, mitsgaders der eerste Stede beschrijvinge, reger (S483-2), S483-2


Catharina Jacobsdr van der Burch
Catharina Jacobsdr van der Burch.

relatie
met

Tielman Gilliszn Oem, zn. van Gilles Claeszn Oem en Barbara de Joode, geb. Dordrecht circa 1330, Schepen in Dordrecht en baljuw van Zuid-Holland Dordrecht, Zuid-Holland in 13542 en in 13543.

Uit deze relatie 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1355 Dordrecht, Zuid-Holland    
Godschalk*1360 Dordrecht †1403 Dordrecht 43



Bronnen:
1.Nederlandsch Geslacht-Stam en Wapen-Boek, Volume 1 Eerste deel Letter A-B (S481), S481
2.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221), S221
3.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221-2), S221-2


Jan Willemszn van Muijlwijck
Jan Willemszn van Muijlwijck, geb. Dordrecht circa 1340.

relatie
met

Catharina Sasbout, geb. Dordrecht circa 1343.

Uit deze relatie 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Clementia     
Gerrit*1370 Dordrecht †1450  80


Catharina Sasbout
Catharina Sasbout, geb. Dordrecht circa 1343.

relatie
met

Jan Willemszn van Muijlwijck, zn. van Willem Nicolaas van Muijlwijck en Rutgera van Bijsanten, geb. Dordrecht circa 1340.

Uit deze relatie 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Clementia     
Gerrit*1370 Dordrecht †1450  80


Gilles Claeszn Oem
Gilles Claeszn Oem1,2, geb. Dordrecht, Zuid-Holland circa 1300, Schildknaap Dordrecht, Zuid-Holland in 13543 en in 13544, ovl. Dordrecht, Zuid-Holland in 1354.

relatie
met

Barbara de Joode, geb. Hardinxveld circa 1305.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Tielman*1330 Dordrecht    



Bronnen:
1.Begin van Hollant in Dordrecht, mitsgaders der eerste Stede beschrijvinge, reger (S483), S483
2.Begin van Hollant in Dordrecht, mitsgaders der eerste Stede beschrijvinge, reger (S483-2), S483-2
3.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221), S221
4.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221-2), S221-2
5.Vandaagindegeschiedenis.Nl (S516), S516
6.Regionaalarchiefdordrecht.Nl/biografisch-Woordenboek (S482), S482
7.Vandaagindegeschiedenis.Nl (S516-2), S516-2
8.Regionaalarchiefdordrecht.Nl/biografisch-Woordenboek (S482-2), S482-2


Barbara de Joode
Barbara de Joode, geb. Hardinxveld circa 1305.

relatie
met

Gilles Claeszn Oem1,2, zn. van Claes Claeszn Oem en Johanna Jansdr van van Arkel van Bockhoven, geb. Dordrecht, Zuid-Holland circa 1300, Schildknaap Dordrecht, Zuid-Holland in 13543 en in 13544, ovl. Dordrecht, Zuid-Holland in 1354.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Tielman*1330 Dordrecht    



Bronnen:
1.Begin van Hollant in Dordrecht, mitsgaders der eerste Stede beschrijvinge, reger (S483), S483
2.Begin van Hollant in Dordrecht, mitsgaders der eerste Stede beschrijvinge, reger (S483-2), S483-2
3.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221), S221
4.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221-2), S221-2


Mathieu Sonvey
Mathieu Sonvey, geb. voor 1617, ovl. na 1630.

tr. voor 1630
met

Marguerite .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catherine*1635 Visé [België] †1668  33


Barent Queckel
Barent Queckel.

relatie
met

Margareta NN.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert  †1452 Dordrecht  


Margareta NN
Margareta NN.

relatie
met

Barent Queckel.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert  †1452 Dordrecht  


Claes Claeszn Oem
Claes Claeszn Oem1,4,5,8, geb. Dordrecht circa 12751,5,2,6, Ambachts-heer van Dubbeldam, verlijdt in het Leen-register van Hollant Dordrecht, Zuid-Holland1,2 schout in Dordrecht, Ambachts-heer van Dubbeldam, verlijdt in het Leen-register van Hollant Dordrecht, Zuid-Holland5,6 schout in Dordrecht, ovl. Bij Stavoren, Friesland op 26 sep 13451,3,5,7.

relatie
met

Johanna Jansdr van (Johanna Jansdr) van Arkel van Bockhoven (Arkel), dr. van Jan (Johan Herbaren) graaf van Arkel (ridder, heer van Arkel) en Bertrade Gerardsdr van Sterkenburgh, geb. Benthuizen, Zuid-Holland circa 1280.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gilles*1300 Dordrecht, Zuid-Holland †1354 Dordrecht, Zuid-Holland 54



Bronnen:
1.Begin van Hollant in Dordrecht, mitsgaders der eerste Stede beschrijvinge, reger (S483), S483
2.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221), S221
3.Vandaagindegeschiedenis.Nl (S516), S516
4.Regionaalarchiefdordrecht.Nl/biografisch-Woordenboek (S482), S482
5.Begin van Hollant in Dordrecht, mitsgaders der eerste Stede beschrijvinge, reger (S483-2), S483-2
6.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221-2), S221-2
7.Vandaagindegeschiedenis.Nl (S516-2), S516-2
8.Regionaalarchiefdordrecht.Nl/biografisch-Woordenboek (S482-2), S482-2
9.De oudste stadsrekeningen van Dordrecht 1283-1287 (S518), S518
10.Oorkonden en regesten betreffende de stad Dordrecht en hare naaste omgeving tijd (S519), S519
11.Aantekening (S278), S278
12.Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 (S520), S520
13.De oudste stadsrekeningen van Dordrecht 1283-1287 (S518-2), S518-2
14.Oorkonden en regesten betreffende de stad Dordrecht en hare naaste omgeving tijd (S519-2), S519-2
15.Aantekening (S278-2), S278-2
16.Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 (S520-2), S520-2


Johanna Jansdr van van Arkel
Johanna Jansdr van (Johanna Jansdr) van Arkel van Bockhoven (Arkel), geb. Benthuizen, Zuid-Holland circa 1280.

 

relatie
met

Claes Claeszn Oem3,6,7,10, zn. van Claes Claeszn Oem en Elisabeth Vrancken van Dordt, geb. Dordrecht circa 12753,7,4,8, Ambachts-heer van Dubbeldam, verlijdt in het Leen-register van Hollant Dordrecht, Zuid-Holland3,4 schout in Dordrecht, Ambachts-heer van Dubbeldam, verlijdt in het Leen-register van Hollant Dordrecht, Zuid-Holland7,8 schout in Dordrecht, ovl. Bij Stavoren, Friesland op 26 sep 13453,5,7,9.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gilles*1300 Dordrecht, Zuid-Holland †1354 Dordrecht, Zuid-Holland 54



Bronnen:
1.Het voorgeslacht van Ir. Adriaan Stoop (1856-1935) (S645), S645
2.Het voorgeslacht van Ir. Adriaan Stoop (1856-1935) (S645-2), S645-2
3.Begin van Hollant in Dordrecht, mitsgaders der eerste Stede beschrijvinge, reger (S483), S483
4.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221), S221
5.Vandaagindegeschiedenis.Nl (S516), S516
6.Regionaalarchiefdordrecht.Nl/biografisch-Woordenboek (S482), S482
7.Begin van Hollant in Dordrecht, mitsgaders der eerste Stede beschrijvinge, reger (S483-2), S483-2
8.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221-2), S221-2
9.Vandaagindegeschiedenis.Nl (S516-2), S516-2
10.Regionaalarchiefdordrecht.Nl/biografisch-Woordenboek (S482-2), S482-2


Claes Claeszn Oem
Claes Claeszn Oem, geb. circa 1240, Schepen, wijnkoper, pachter van de wijnaccijns Dordrecht, Zuid-Holland2 en 6, ovl. Dordrecht in dec 12901,2,3,4,5,6,7,8.

relatie
met

Elisabeth Vrancken van Dordt.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Claes*1275 Dordrecht †1345 Bij Stavoren, Friesland 70



Bronnen:
1.De oudste stadsrekeningen van Dordrecht 1283-1287 (S518), S518
2.Oorkonden en regesten betreffende de stad Dordrecht en hare naaste omgeving tijd (S519), S519
3.Aantekening (S278), S278
4.Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 (S520), S520
5.De oudste stadsrekeningen van Dordrecht 1283-1287 (S518-2), S518-2
6.Oorkonden en regesten betreffende de stad Dordrecht en hare naaste omgeving tijd (S519-2), S519-2
7.Aantekening (S278-2), S278-2
8.Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 (S520-2), S520-2
9.Regionaalarchiefdordrecht.Nl/biografisch-Woordenboek (S482), S482
10.Regionaalarchiefdordrecht.Nl/biografisch-Woordenboek (S482-2), S482-2


Elisabeth Vrancken van Dordt
Elisabeth Vrancken van Dordt.

relatie
met

Claes Claeszn Oem, zn. van Claes Oem en Catharina Gijsdr Duijck, geb. circa 1240, Schepen, wijnkoper, pachter van de wijnaccijns Dordrecht, Zuid-Holland2 en 6, ovl. Dordrecht in dec 12901,2,3,4,5,6,7,8.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Claes*1275 Dordrecht †1345 Bij Stavoren, Friesland 70



Bronnen:
1.De oudste stadsrekeningen van Dordrecht 1283-1287 (S518), S518
2.Oorkonden en regesten betreffende de stad Dordrecht en hare naaste omgeving tijd (S519), S519
3.Aantekening (S278), S278
4.Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 (S520), S520
5.De oudste stadsrekeningen van Dordrecht 1283-1287 (S518-2), S518-2
6.Oorkonden en regesten betreffende de stad Dordrecht en hare naaste omgeving tijd (S519-2), S519-2
7.Aantekening (S278-2), S278-2
8.Geschiedenis van Dordrecht tot 1572 (S520-2), S520-2


Claes Oem
Claes Oem1,2.

relatie
met

Catharina Gijsdr Duijck, dr. van Gijs Duijck.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Claes*1240  †1290 Dordrecht 50



Bronnen:
1.Regionaalarchiefdordrecht.Nl/biografisch-Woordenboek (S482), S482
2.Regionaalarchiefdordrecht.Nl/biografisch-Woordenboek (S482-2), S482-2


Catharina Gijsdr Duijck
Catharina Gijsdr Duijck.

relatie
met

Claes Oem3,4.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Claes*1240  †1290 Dordrecht 50



Bronnen:
1.Oorkonden en regesten betreffende de stad Dordrecht en hare naaste omgeving tijd (S519), S519
2.Oorkonden en regesten betreffende de stad Dordrecht en hare naaste omgeving tijd (S519-2), S519-2
3.Regionaalarchiefdordrecht.Nl/biografisch-Woordenboek (S482), S482
4.Regionaalarchiefdordrecht.Nl/biografisch-Woordenboek (S482-2), S482-2


Marguerite
Marguerite .

tr. voor 1630
met

Mathieu Sonvey, geb. voor 1617, ovl. na 1630.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catherine*1635 Visé [België] †1668  33


Mathurin du Ry
Matthieu (Mathurin) du Ry, geb. Verneuil en Halatte, Oise [Frankrijk] op 2 nov 1602, ged. op 10 nov 1602, begr. Parijs [Frankrijk] Saintes-Pères cimetière in Parijs op 2 nov 1674 Alle zonen zijn aanwezig als getuige bij de begrafenis en worden genoemd.
De dochters zijn er vermoedelijk ook bij en zijn vrouw.
Daaruit kan worden geconcludeerd dat er sprake was van ziekte. Ze zagen het aankomen en konden er allemaal bij zijn,
, Wordt op 23-10-1694 notarieel genoemd in Montfoort (Utrecht) als bloedverwant, erflater en huwelijkspartner.
Wordt op 10-3-1697 in Montfoort (Utrecht) notarieel genoemd als bloedverwant, erfgenaam en huwelijkspartner na het overlijden van Marguerite Aubert.
Verneuil-en-Halatte ligt aan de Oise ongeveer 40km ten noorden van Parijs iets ten oosten van Creil.
Mathurin wordt op 5-5-1629 architect van de duchesse de Longueville
Mathurin heeft zeker 16 kinderen gekregen.
Van de 16 kinderen zijn er 4 in Frankrijk in de gevangenis overleden.
Veel kinderen hebben rond 1694 in Montfoort bij Utrecht gewoond.
Vier zijn er naar Engeland gevlucht,
vier naar Duitsland (eerst naar Nederland daarna naar omgeving Kassel) en
vier naar Nederland (omgeving Leiden). Van de laatste gaat de directe lijn naar Olav Du Ry van Beest Holle.
Bron is het Algemeen nederlandsch Familieblad 12 juli 1883
De famile van Salomon de Brosse (1571-1626) komt er ook vandaan.
Algemene geschiedenis:
1517 Martin Luther verkondigt zijn 95 stellingen tegen de aflaten van de RK-kerk.
Op 23 op 24-8-1572 Bartholomeusnacht.
Op 13 april1598 wordt het Edict van Nantes (was een tolerantieedict) uitgevaardigd door Henry de 4e.
Richelieu ontneemt de Hugenoten hun rechten in 1629.
Vanaf 1669 wetten tegen gereformeerden.
Op 22 oktober 1685 wordt het Edict van Nantes opgeheven (in het Edict van Fontainebleau) door Lodewijk XIV (vroom katholiek).
Hugenoten zijn nu vogelvrij.
In 1689 volgt Edict van Potsdam (uitnodiging aan vluchtelingen om naar Brandenburg-Pruissen te komen)
1680-1720 Vlucht en vervolging van Hugenoten uit Frankrijk naar
- 44000 naar Duitsland
- 50000 naar België
- 60000 naar Nederland
- 6000 naar Engeland
Tussen 1521 en 1720 verlieten ca 800000-900000 mensen Frankrijk. Naar schatting alleen al 170000 Hugenoten.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bron Douen.
Du Ry (La famille des), architectes du roi, alliée aux Ponchart, aux Mounier, aux Hatton (aliàs Hauton), aux Wolf, aux De Lamberville, aux De Burges, à la famille du paysagiste Rousseau et à celles des architectes Petit et De La Fonds, jouit d'une grande notoriété au XVIP siècle.
Marié en premières noces (1631) à Corneille des Martins, sans doute parente des peintres de ce nom, Mathurin Du Ry, fils de Charles, et de Camille Métivier, épousait, en i635, Marguerite Aubert *, fille de feu Samuel, lapidaire, ancien de Charenton, et de feu Marie Girom. Il mourut en 1674, âgé de soixante-douze ans, et fut inhumé dans le cimetière des Saints-Pères, en présence des cinq fils qui lui survécurent, Paul, Jacques, Samuel, Alexandre et Théodore.
Il avait eu de sa seconde femme seize enfants :
Camille (1637), mort à l'âge de six mois,
Camille (1638),
Marie (1640),
Marguerite (1642),
Charles (1643), décédé avant son père,
Paul (1644),
Jacques (1646),
Florence (1647),
Théodore (1648), inhumé en 1652 ainsi que
Susanne,
Samuel (1652),
Susanne (1653),
Madelaine (1655),
Alexandre (1657),
Elisabeth (1659) et
Théodore (1661).
Dury (Florence), fille de Mathurin, architecte du roi, et de
Marguerite Aubert, 17 avril 1686; Madelaine, sa fille, trente ans,
détenue aux Feuillantines, 25 avril 1686; Susanne, sa fille, détenue
au couvent Sainte-Avoye, 22 août 1686 (Fr. 7o55 f" 488, 441, 446
et 7o53 f" 399).
Le 16 janvier 1686, le commissaire Fleuri annonçait au procureur-général qu'il venait de conduire dans trois monastères Mme Combel, Mme de Cheuse et Mme du Ry. Elles ont obéi sans murmurer, disait-il, mais en promettant bien de ne pas changer de religion (Fr. 17421 f° 20). Le 29, il écrivait à La Reynie : «Sa Majesté a été informée que la veuve Du Ry, de la rue Neuve Saint-Eustache, qui a été mise dans un couvent, a laissé des enfants dans sa maison qui sont fort opiniâtres, et Sa Majesté désire que vous fassiez mettre les filles où vous jugerez à propos» (O' 3o).
Aucune des six filles de Marguerite Aubert n'était-elle mariée?
? Quoi qu'il en soit, l'ordre d'emprisonnement ne tarda pas à être partiellement exécuté. Dès le 2 février, une demoiselle du Ry fut mise aux Nouvelles-Catholiques (0'3o), et, le 19, le couvent des Ursulines recevait l'ordre d'en mettre une en liberté, soit celle des Nouvelles-Catholiques transférée aux Ursulines, soit plus probablement Mme du Ry elle-même ou une autre de ses deux filles aînées emprisonnée quelques jours après la première. Les renseignements relatifs aux quatre autres sont plus précis ; elles furent enlevées et placées dans des couvents séparés par ordre du 26 mars, et l'une d'elles fut, par ordre du 11 avril, transférée de la Visitation Sainte-Marie de Saint-Denis dans un autre couvent.
Florence abjura le 17 avril chez les Ursulines de Saint-Denis (Fr. 7o55 f° 488, et 7o53 f° 218) et en sortit par ordre du 6 mai (O^ 3o). Dans sa lettre du i" mai Desgrez disait en parlant de Susanne: «J'ai appris que celle qui est à Sainte-Avoye est fort entière et ne se fléchit point ; je hirai sic) pour être plus certain ». Elle abjura le 22 août et sortit du couvent par ordre du 24 (Fr. 7o5i f" 446 et O* 3o).
Madelaine, âgée de trente ans, abjura le 25 avril dans le couvent des Feuillantines de la rue Saint-Jacques (Fr. 7o55 f° 441) et en sortit par ordre du 29 (O' 3o). Dans sa lettre du 1e mai, Desgrez disait au sujet d'Elisabeth:
«Quand j'irai à Vincennes, je verrai aux chanoinesses de Saint-Augustin à Picpus la cadette qui est aussi fort résolue à ne pas changer». Elle finit cependant par abjurer aussi et fut remise en liberté par ordre du 19 juin.
La première bataille était perdue ; Mme du Ry avait dû plier aussi bien que ses filles; mais aucune d'elles ne resta dans le pays où la violence imposait aux consciences un joug insupportable. En 1688, Marie et Susanne, probablement réfugiées près d'un de leurs frères, étaient naturalisées en Angleterre (Agnew, III, 49 b). Nous ignorons si elles rejoignirent plus tard leurs soeurs et leur mère, établies en Hollande, à Montfort, où Mme du Ry mourut au mois de janvier 1697, âgée de soixante-seize ans.
Probablement plusieurs des cinq frères n'avaient pas attendu la Révocation pour quitter la France; tous passèrent à l'étranger, s'y marièrent et y fondèrent des familles : l'un en Angleterre ; un second, officier dans le régiment de La Melonnière, en Irlande, et les trois autres en Hollande. Paul, ingénieur militaire de mérite, fut chargé de réparer les fortifications de Maëstricht, et appelé, en 1687, à Cassel, par l'électeur de Hesse, qui le nomma architecte de la ville, conservateur des bâtiments et professeur de l'académie. Il épousa, en 1681, une fille de Philémon Cadet de Moriambert. Son fils Charles marcha dignement sur ses traces ; mais tous deux furent éclipsés par le fils de celui-ci, Simon-Louis, le plus grand architecte
de l'Allemagne au XVIIP siècle (voir La France prot.).
Le 24 mars 1686, Desgrez arrêtait et conduisait aux Nouvelles- Catholiques deux demoiselles du Ry, qui ne laissaient voir encore «aucune apparence de changement» au mois de décembre, ni le 1er février 1687, et ne voulaient payer que 200 livres chacune. Elles furent transférées par ordre du 4 août 1687, la cadette, au château de Nantes, véritable enfer où elle contracta une surdité qui dura plusieurs années, ? l'aînée, à la citadelle de Montreuil, dont elle sortit par ordre du 5 octobre, après avoir abjuré sous l'influence de la duchesse d'Elbeuf, que Seignelay félicita au nom du roi d'avoir opéré cette conversion. Haag les a crues filles de Mathurin ; c'était une erreur. Ces victimes du fanatisme impitoyable étaient deux
soeurs nommées Marie et Judith, or aucune des filles de Mathurin ne s'appelait Judith. Elles étaient donc filles de quelqu'un de ses parents, soit de son frère Charles, architecte, soit de Jean, aussi architecte, soit de Jacques, chirurgien, etc. Les extraits des registres de Charenton ne permettent pas d'élucider à fond la question. ? Les papiers de La Reynie mentionnent trois soeurs Dury, deux ouvrières à la journée, et la troisième, maîtresse, qui demeuraient en janvier 1688 chez les dames Hugas, marchandes de dentelles, rue
Thibaut-aux-Dez, et dans la même maison deux soeurs Bouras. A la date du 28 octobre 1687, les registres du Secrétariat mentionnent l'ordre du saisir chez la veuve Du Ry, du quartier Montmartre, les biens appartenant à sa fille qui peuvent être entre ses mains (O' 3i).
Marie Aubert, mariée à Charenton en 1665, à Gaspard Hatton, fils de Pierre, docteur en médecine, et d'Elisabeth Du Ry, fut conduite de la Bastille à Mons et expulsée du royaume, par ordre du 2 mars 1688. Elle était veuve alors (.Ref; du Secr, O' 32). Nous ignorons le degré de parenté qui unissait cette vaillante protestante, que le grand roi n'avait pu réduire, à la femme de Mathurin Du Ry. ? Nous ne connaissons pas davantage Anne Aubert, de Paris, veuve âgée de soixante-quatre ans, naturalisée anglaise en 1682.

tr. Parijs [Frankrijk] op 29 mei 1635
met

Marguérite Aubert, dr. van Samuel Aubert en Marie Girom, geb. Parijs [Frankrijk] in 1621, ovl. Montfoort op 14 jan 1697,
, Op 16-1-1686 werd zij gevangen gezet in het Ursulinen Klooster te Parijs. Zij was toen volgens Gerland 65 jaar oud. Dus is het waarschijnlijk dat zij in 1620 geboren is. De 7 dochters waren toen nog thuis.
11 februari 1686.
Mijn lieve dochters! Ik sta onder zo grote druk dat ik geen moment rust heb. Zaterdag, de 9e 's morgens kwam een Kapucijner monnik mij spreken en 's middags de heer Abbé Heron, die mij vertelde dat hij de aangelegenheid moest beëindigen en ik nog maar enkele dagen bedenktijd had. Ik diende te ondertekenen anders zou men mij gevangen nemen, 200 mijl van hier wegbrengen en mij daar tussen 4 muren opsluiten, waar ik noch kon lezen noch met iemand kon spreken en dat ik al lang een besluit had moeten nemen. Jullie zien dat ik het erg nodig heb dat men God om hulp vraagt, dit verzoek ik jullie te doen, waarbij ik hetzelfde voor jullie zal doen. Mogelijk is dit de laatste keer dat ik aan jullie schrijf, maar al zijn wij op deze aarde voor altijd uit elkaar, zonder jullie ooit nog te kunnen zien, zo zal de heer ons de genade verlenen elkaar in de hemel te hervinden waar ik hem ooit zal zeggen:
Heer, zie mij en de kinderen die U mij ooit geschonken heeft.
De heer zal ons deze genade verlenen. Ik voor mij onderwerp mij volledig aan zijn wil, hij is de Eeuwige, hij moet doen hetgeen hem goed lijkt.
Wij moeten geduldig de ongemakken dragen die God ons stuurt.
Ik heb er geen twijfel over dat jullie vaak de geestelijken zullen zien die zullen proberen jullie over te halen het geloof op te geven. Door de genade van God kennen jullie het geloof, waar hij jullie liet geboren worden, maak goed gebruik van de lessen die jullie daarover hebben gekregen.
De goede God moge bij jullie en bij mij blijven en ons allen de heilige geest geven, om ons naar zijn wil te leiden. Op dat wij niets doen wat niet tot zijn roem en heil zij.
Dit zijn de wensen van jullie moeder en vriendin.
Marguerite Aubert.
Op 19 februari 1686 was haar wil gebroken en herriep zij haar geloof in de stellige overtuiging Frankrijk te verlaten. Alle dochters waren uiteindelijk met de moeder naar Montfoort bij Utrecht verhuisd.
Volgens Les Amis du Vieux Verneuil is zij op2-9-1687 nog in Frankrijk.
Montfoort had toen een Waalsche kerkgemeente.
Ergens staat dat zij gestorven is in Amersfoort, maar Montfoort is meer waarschijnlijk. Zijn archieven van Amersfoort en Montfoort samengevoegd?Of spraakverwarring?
Er bestaan verschillende aktes waarin zij erflater is voor haar kinderen in Montfoort (verwarring Montfoort en Amersfoort?).
Uit de aktes van 1694 uit Montfoort blijkt haar naam duidelijk Marguerite Aubert. Zij was toen weduwe.
Naam werd ook wel gezien als Hubert. Blijkt niet zo te zijn.
Op de akte uit 1694 staat ook de handtekening van Marguerite Aubert. Met daarbij de getuigen:
C. Bloud (= Charles Bloud)
Jean le Grand
Ook op ander aktes staan deze getuigen. Gezien de Franse namen mogelijk bekenden/vrienden uit Frankrijk?
Er woont in 1642 een Antoine Legrand in Meudon, zuid-west van Parijs.
23-10-1695 worden in een akte genoemd als wonend in Montfoort (toen Montfort):
Camille
Maria
Florance
Susanne
Madeleine.

Uit dit huwelijk 17 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Samuel*1651 Parijs [Frankrijk] †1729 Leiden 77


Johan (Jan) Herbaren de Sterke van Arkel
 
Johan (Jan) Herbaren de Sterke (Jan I (III) de Sterke) van Arkel Heer van der Lede1, geb. Gorinchem circa 1220, Ridder, Heer van Arkel 2, Ridder, Heer van Arkel 3, ovl. Gorinchem (Arkel) voor 15 mei 1272, begr. Gorinchem,
,
Jan I van Arkel volgt zijn vader Herbaren op kort voor 1253. Komt voor als getuigen van zijn oom Jan I van der Lede op 7 maart 1253 en 12 juni 1254 bij de verlening van een derde van Dalem en op 29 october 1263 wanneer hij een bloedverwant beleent met de goederen bij Slingeland. Laatst vermeld in 1264, waarschijnlijk gestorven in of net voor 1272.
Jan I (de Sterke). Vermeld als broer van Herbaren van den Berghe in de enig bekende oorkonde van Herbaren, gedateerd 17 maart 1253 (Kerststijl) of 1254 (Paasstijl).
Dat Jan I van Arkel de oudste zoon was blijkt uit het gegeven dat Arkel de leenheer was over de kenmerkende bezittingen van de jongere takken: De Grote Waard; Noordeloos; Berghambacht; Heukelom. Arkel was ook leenheer over de heerlijkheden Hoog-Blokland; Oosterwijk; (Over-)Slingeland; Leerdam en Leede; Stolwijk; Haastrecht; Willige Langerak;
etc. In de akte van 17.3.1253 (OHZ-.) treedt hij, als heer
van Arkel en ridder genoemd, met zijn broer, heer Herbaren van den Berghe, op als getuige voor heer Jan van der Lede. In het volgende jaar, op 25.6.1254, vinden wij hem met zijn broers Otto en Hugo vermeld in de oorkonde waarin heer Jan van der Lede en zijn neef Hugo van Arkel heer Floris van Dalem belenen met een derde van Dalem.
Op 29.10.1263 beleent hij zijn "cognatus" Otto met het bedijkte land dat Slingeland genoemd wordt. Voor de laatste maal wordt hij vermeld op 23.8.1264, wanneer hij met Willem, heer van Brederode, een watergang verleent aan heer Hendrik van Alblas. De traditie geeft hem tot vrouw Bertha van Ochten. Een direkt bewijs hiervoor is in de bronnen niet te vinden, maar
wijlen de heer de Groot heeft zulke sterke aanwijzingen naar voren gebracht voor dit huwelijk, dat wij hier van een zeer grote waarschijnlijkheid spreken kunnen. Hij wees op het voorkomen van de voornaam Ricoud, de kenmerkende voornaam bij de van Ochtens, bij de van Arkels van Noordeloos, die stammen uit een zoon van onze Jan I. Deze voornaam komt niet voor bij de andere Arkel-takken, zodat deze bij het huwelijk van Jan I in zijn geslacht gekomen moet zijn. Verder wees hij op het feit, dat Jan III van Arkel in het bezit komt van leengoed dat hij oorspronkelijk van Jan van Ochten in leen
gehouden had (5.12.1305 - Hist.Gen, Codex Dipl.Neerl, 2e serie, dl.I, afd.I, nr.10).
Hoewel hiermede wel is komen vast te staan, dat Jan I van Arkel gehuwd was met een van Ochten, kon de heer de Groot slechts aanwijzingen bijbrengen omtrent het al of niet juist zijn van haar voornaam Bertha. Nu lezen wij (Wapenheraut I, p.37) "de Wolfswaarden onder Opheusden en Wageningen
herinneren vrij zeker aan Johan Wolf, ridder, in 1280 vermeld als de gemaal van Bertha van Ochten, die in 1272 weduwe geworden was van Jan van Arkel. Zij was een dochter van Ricold, heer van Ochten, in 1280 dood, bij Jutta, in dit jaar domina (edelvrouw) getiteld". Dit alles vindt in sommige opzichten een treffende bevestiging in een oorkonde van 13.12.1281 (Sloet-1040), waarin vermeld worden: Henricus en Godefridus van Ochten, zoons van domina Jutta van Ochten. In dezelfde oorkonde worden "dominus Johannes dictus Wolf, miles, et Bertha ejus uxor" vermeld. Zij wordt hier niet uitdrukkelijk genoemd als zuster van Hendrik en Godfried, dus kan ook een tante van beide broers geweest zijn, en dus een dochter van Ricold I van Ochten (en Marina van Bentheim?) zoals de heer de Groot veronderstelde.

  • Vader:
    Herbaren Floris II van de Lede van Arkel4,5,6, zn. van Floris Herbarensz van de Lede (vermeld 1204-1207) en Asekijn Hugodr Botter van Schoonhoven, geb. circa 1200, ridder vermeld 1227-1253 nobilis, ridder 1241, heer van Arkel, Asperen en Heukelom, ovl. op dec 1253, tr. (1) met Mabelia van Cuijk. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (2) circa 1222.
 

relatie (1)
met

Bertha van Ochten, dr. van Rycolt II van Ochten (heer van Isendoorn) en Jutta (Agnes) van Cuijck, ovl. na 128110,11,
, Bertha van Ochten (overl. na . 1281) Jans zogenaamde weduwe is niet juist. Berta van Ochten had bij haar man ridder Jan, genaamd Wolf (overl. na . 1290) minstens twee kinderen: Jutte en Ricold. Jutte Wolf werd in 1277 non in het klooster Zennewijnen en overleed in of na 1309. Dat Bertha van Ochten een dochter zou zijn van Ricold (overl. voor 1281) van Ochten kan kloppen. Deze ridder huwde echter pas c.1245 met een Jutta N.N. (overl. na . 1282). Kleindochter Jutta Wolf blijkt mooi te zijn vernoemd naar moeders moeder. Aangezien Jan I van Arkel rond 1240 huwde en zijn zogenaamde schoonvader Ricold van Ochten pas rond 1245, is het niet waarschijnlijk dat Jan II een zoon is van Jan I bij Bertha van Ochten.
Waarschijnlijker is dat Yda van Andel de echtgenote was van an I van Arkel. Yda van Andel's naam is ontleend aan het obituarium van de Sint Jan te Den Bosch. Hun dochter Yda (dochter van Yda) huwde met de Bossche ridder Gooswijn Cnode, overl. v. 1306. In 1306 komen we een zoon van hem met naam Jan van Arkel tegen, tr. (2) met Jan Wolf ridder. Uit dit huwelijk 2 kinderen.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1245  †1297 Vronen, Sint Pancras, Noord-Holland 52

tr. (2) circa 1239
met

Yda van Andel, geb. Andel circa 1225, ovl. Arkel,
, Haar naam is ontleend aan het obituarium van de Sint Jan te Den Bosch. Hun dochter Yda (dochter van Yda) huwde met de Bossche ridder Gooswijn Cnode, overl. v. 1306. In 1306 komen we een zoon van hem met naam Jan van Arkel tegen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnoud I*1260 Arkel    
Yda     
Elisabeth  †1312   



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 347)
2.Kastelen in de Krimpenerwaard e.O. (S517), S517
3.Kastelen in de Krimpenerwaard e.O. (S517-2), S517-2
4.Gens Nostra (GN), Nederlandse Genealogische Vereniging, Amsterdam, van 1946 tot 1995
5.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
6.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 22)
7.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 76)
8.CBG (CBG 005), Centraal Bureau voor Genealogie (blz. 107)
9.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 78)
10.Het voorgeslacht van Ir. Adriaan Stoop (1856-1935) (S645), S645
11.Het voorgeslacht van Ir. Adriaan Stoop (1856-1935) (S645-2), S645-2