Genealogische website van Cees Hagenbeek
Bertha van Ochten
Bertha van Ochten, ovl. na 12811,2,
, Bertha van Ochten (overl. na . 1281) Jans zogenaamde weduwe is niet juist. Berta van Ochten had bij haar man ridder Jan, genaamd Wolf (overl. na . 1290) minstens twee kinderen: Jutte en Ricold. Jutte Wolf werd in 1277 non in het klooster Zennewijnen en overleed in of na 1309. Dat Bertha van Ochten een dochter zou zijn van Ricold (overl. voor 1281) van Ochten kan kloppen. Deze ridder huwde echter pas c.1245 met een Jutta N.N. (overl. na . 1282). Kleindochter Jutta Wolf blijkt mooi te zijn vernoemd naar moeders moeder. Aangezien Jan I van Arkel rond 1240 huwde en zijn zogenaamde schoonvader Ricold van Ochten pas rond 1245, is het niet waarschijnlijk dat Jan II een zoon is van Jan I bij Bertha van Ochten.
Waarschijnlijker is dat Yda van Andel de echtgenote was van an I van Arkel. Yda van Andel's naam is ontleend aan het obituarium van de Sint Jan te Den Bosch. Hun dochter Yda (dochter van Yda) huwde met de Bossche ridder Gooswijn Cnode, overl. v. 1306. In 1306 komen we een zoon van hem met naam Jan van Arkel tegen.

relatie (1)
met

Johan (Jan) Herbaren de Sterke (Jan I (III) de Sterke) van Arkel Heer van der Lede3, zn. van Herbaren Floris II van de Lede van Arkel (ridder vermeld 1227-1253) en Alveradis van Heusden, geb. Gorinchem circa 1220, Ridder, Heer van Arkel 4, Ridder, Heer van Arkel 5, ovl. Gorinchem (Arkel) voor 15 mei 1272, begr. Gorinchem,
,
Jan I van Arkel volgt zijn vader Herbaren op kort voor 1253. Komt voor als getuigen van zijn oom Jan I van der Lede op 7 maart 1253 en 12 juni 1254 bij de verlening van een derde van Dalem en op 29 october 1263 wanneer hij een bloedverwant beleent met de goederen bij Slingeland. Laatst vermeld in 1264, waarschijnlijk gestorven in of net voor 1272.
Jan I (de Sterke). Vermeld als broer van Herbaren van den Berghe in de enig bekende oorkonde van Herbaren, gedateerd 17 maart 1253 (Kerststijl) of 1254 (Paasstijl).
Dat Jan I van Arkel de oudste zoon was blijkt uit het gegeven dat Arkel de leenheer was over de kenmerkende bezittingen van de jongere takken: De Grote Waard; Noordeloos; Berghambacht; Heukelom. Arkel was ook leenheer over de heerlijkheden Hoog-Blokland; Oosterwijk; (Over-)Slingeland; Leerdam en Leede; Stolwijk; Haastrecht; Willige Langerak;
etc. In de akte van 17.3.1253 (OHZ-.) treedt hij, als heer
van Arkel en ridder genoemd, met zijn broer, heer Herbaren van den Berghe, op als getuige voor heer Jan van der Lede. In het volgende jaar, op 25.6.1254, vinden wij hem met zijn broers Otto en Hugo vermeld in de oorkonde waarin heer Jan van der Lede en zijn neef Hugo van Arkel heer Floris van Dalem belenen met een derde van Dalem.
Op 29.10.1263 beleent hij zijn "cognatus" Otto met het bedijkte land dat Slingeland genoemd wordt. Voor de laatste maal wordt hij vermeld op 23.8.1264, wanneer hij met Willem, heer van Brederode, een watergang verleent aan heer Hendrik van Alblas. De traditie geeft hem tot vrouw Bertha van Ochten. Een direkt bewijs hiervoor is in de bronnen niet te vinden, maar
wijlen de heer de Groot heeft zulke sterke aanwijzingen naar voren gebracht voor dit huwelijk, dat wij hier van een zeer grote waarschijnlijkheid spreken kunnen. Hij wees op het voorkomen van de voornaam Ricoud, de kenmerkende voornaam bij de van Ochtens, bij de van Arkels van Noordeloos, die stammen uit een zoon van onze Jan I. Deze voornaam komt niet voor bij de andere Arkel-takken, zodat deze bij het huwelijk van Jan I in zijn geslacht gekomen moet zijn. Verder wees hij op het feit, dat Jan III van Arkel in het bezit komt van leengoed dat hij oorspronkelijk van Jan van Ochten in leen
gehouden had (5.12.1305 - Hist.Gen, Codex Dipl.Neerl, 2e serie, dl.I, afd.I, nr.10).
Hoewel hiermede wel is komen vast te staan, dat Jan I van Arkel gehuwd was met een van Ochten, kon de heer de Groot slechts aanwijzingen bijbrengen omtrent het al of niet juist zijn van haar voornaam Bertha. Nu lezen wij (Wapenheraut I, p.37) "de Wolfswaarden onder Opheusden en Wageningen
herinneren vrij zeker aan Johan Wolf, ridder, in 1280 vermeld als de gemaal van Bertha van Ochten, die in 1272 weduwe geworden was van Jan van Arkel. Zij was een dochter van Ricold, heer van Ochten, in 1280 dood, bij Jutta, in dit jaar domina (edelvrouw) getiteld". Dit alles vindt in sommige opzichten een treffende bevestiging in een oorkonde van 13.12.1281 (Sloet-1040), waarin vermeld worden: Henricus en Godefridus van Ochten, zoons van domina Jutta van Ochten. In dezelfde oorkonde worden "dominus Johannes dictus Wolf, miles, et Bertha ejus uxor" vermeld. Zij wordt hier niet uitdrukkelijk genoemd als zuster van Hendrik en Godfried, dus kan ook een tante van beide broers geweest zijn, en dus een dochter van Ricold I van Ochten (en Marina van Bentheim?) zoals de heer de Groot veronderstelde, tr. (2) met Yda van Andel. Uit dit huwelijk 3 kinderen.

 

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1245  †1297 Vronen, Sint Pancras, Noord-Holland 52

tr. (2)
met

Jan Wolf ridder, ovl. na 1290.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jutte  †1309   
Ricolt     



Bronnen:
1.Het voorgeslacht van Ir. Adriaan Stoop (1856-1935) (S645), S645
2.Het voorgeslacht van Ir. Adriaan Stoop (1856-1935) (S645-2), S645-2
3.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVI), Deel XVI (blz. 347)
4.Kastelen in de Krimpenerwaard e.O. (S517), S517
5.Kastelen in de Krimpenerwaard e.O. (S517-2), S517-2


Gijs Duijck
Gijs Duijck, ovl. Dordrecht (Dordrecht, Zuid-Holland) in jul 12931,2.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina     



Bronnen:
1.Oorkonden en regesten betreffende de stad Dordrecht en hare naaste omgeving tijd (S519), S519
2.Oorkonden en regesten betreffende de stad Dordrecht en hare naaste omgeving tijd (S519-2), S519-2


Nn Duijck
Nn Duijck.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijs  †1293 Dordrecht  


Jacob Janszn NN
Jacob Janszn NN1.

relatie
met

Nn Simonsdr van der Burch, dr. van Simon van der Burch.

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina     



Bronnen:
1.Nederlandsch Geslacht-Stam en Wapen-Boek, Volume 1 Eerste deel Letter A-B (S481), S481


Nn Simonsdr van der Burch
Nn Simonsdr van der Burch.

relatie
met

Jacob Janszn NN2.

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina     



Bronnen:
1.Stamreeks van der Burch (S536), S536
2.Nederlandsch Geslacht-Stam en Wapen-Boek, Volume 1 Eerste deel Letter A-B (S481), S481


Simon van der Burch
Simon van der Burch1.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nn     



Bronnen:
1.Stamreeks van der Burch (S536), S536


Marguérite Aubert
Marguérite Aubert, geb. Parijs [Frankrijk] in 1621, ovl. Montfoort op 14 jan 1697,
, Op 16-1-1686 werd zij gevangen gezet in het Ursulinen Klooster te Parijs. Zij was toen volgens Gerland 65 jaar oud. Dus is het waarschijnlijk dat zij in 1620 geboren is. De 7 dochters waren toen nog thuis.
11 februari 1686.
Mijn lieve dochters! Ik sta onder zo grote druk dat ik geen moment rust heb. Zaterdag, de 9e 's morgens kwam een Kapucijner monnik mij spreken en 's middags de heer Abbé Heron, die mij vertelde dat hij de aangelegenheid moest beëindigen en ik nog maar enkele dagen bedenktijd had. Ik diende te ondertekenen anders zou men mij gevangen nemen, 200 mijl van hier wegbrengen en mij daar tussen 4 muren opsluiten, waar ik noch kon lezen noch met iemand kon spreken en dat ik al lang een besluit had moeten nemen. Jullie zien dat ik het erg nodig heb dat men God om hulp vraagt, dit verzoek ik jullie te doen, waarbij ik hetzelfde voor jullie zal doen. Mogelijk is dit de laatste keer dat ik aan jullie schrijf, maar al zijn wij op deze aarde voor altijd uit elkaar, zonder jullie ooit nog te kunnen zien, zo zal de heer ons de genade verlenen elkaar in de hemel te hervinden waar ik hem ooit zal zeggen:
Heer, zie mij en de kinderen die U mij ooit geschonken heeft.
De heer zal ons deze genade verlenen. Ik voor mij onderwerp mij volledig aan zijn wil, hij is de Eeuwige, hij moet doen hetgeen hem goed lijkt.
Wij moeten geduldig de ongemakken dragen die God ons stuurt.
Ik heb er geen twijfel over dat jullie vaak de geestelijken zullen zien die zullen proberen jullie over te halen het geloof op te geven. Door de genade van God kennen jullie het geloof, waar hij jullie liet geboren worden, maak goed gebruik van de lessen die jullie daarover hebben gekregen.
De goede God moge bij jullie en bij mij blijven en ons allen de heilige geest geven, om ons naar zijn wil te leiden. Op dat wij niets doen wat niet tot zijn roem en heil zij.
Dit zijn de wensen van jullie moeder en vriendin.
Marguerite Aubert.
Op 19 februari 1686 was haar wil gebroken en herriep zij haar geloof in de stellige overtuiging Frankrijk te verlaten. Alle dochters waren uiteindelijk met de moeder naar Montfoort bij Utrecht verhuisd.
Volgens Les Amis du Vieux Verneuil is zij op2-9-1687 nog in Frankrijk.
Montfoort had toen een Waalsche kerkgemeente.
Ergens staat dat zij gestorven is in Amersfoort, maar Montfoort is meer waarschijnlijk. Zijn archieven van Amersfoort en Montfoort samengevoegd?Of spraakverwarring?
Er bestaan verschillende aktes waarin zij erflater is voor haar kinderen in Montfoort (verwarring Montfoort en Amersfoort?).
Uit de aktes van 1694 uit Montfoort blijkt haar naam duidelijk Marguerite Aubert. Zij was toen weduwe.
Naam werd ook wel gezien als Hubert. Blijkt niet zo te zijn.
Op de akte uit 1694 staat ook de handtekening van Marguerite Aubert. Met daarbij de getuigen:
C. Bloud (= Charles Bloud)
Jean le Grand
Ook op ander aktes staan deze getuigen. Gezien de Franse namen mogelijk bekenden/vrienden uit Frankrijk?
Er woont in 1642 een Antoine Legrand in Meudon, zuid-west van Parijs.
23-10-1695 worden in een akte genoemd als wonend in Montfoort (toen Montfort):
Camille
Maria
Florance
Susanne
Madeleine.

tr. Parijs [Frankrijk] op 29 mei 1635
met

Matthieu (Mathurin) du Ry, zn. van Charles du Ry en Camille Métivier, geb. Verneuil en Halatte, Oise [Frankrijk] op 2 nov 1602, ged. op 10 nov 1602, begr. Parijs [Frankrijk] Saintes-Pères cimetière in Parijs op 2 nov 1674 Alle zonen zijn aanwezig als getuige bij de begrafenis en worden genoemd.
De dochters zijn er vermoedelijk ook bij en zijn vrouw.
Daaruit kan worden geconcludeerd dat er sprake was van ziekte. Ze zagen het aankomen en konden er allemaal bij zijn,
, Wordt op 23-10-1694 notarieel genoemd in Montfoort (Utrecht) als bloedverwant, erflater en huwelijkspartner.
Wordt op 10-3-1697 in Montfoort (Utrecht) notarieel genoemd als bloedverwant, erfgenaam en huwelijkspartner na het overlijden van Marguerite Aubert.
Verneuil-en-Halatte ligt aan de Oise ongeveer 40km ten noorden van Parijs iets ten oosten van Creil.
Mathurin wordt op 5-5-1629 architect van de duchesse de Longueville
Mathurin heeft zeker 16 kinderen gekregen.
Van de 16 kinderen zijn er 4 in Frankrijk in de gevangenis overleden.
Veel kinderen hebben rond 1694 in Montfoort bij Utrecht gewoond.
Vier zijn er naar Engeland gevlucht,
vier naar Duitsland (eerst naar Nederland daarna naar omgeving Kassel) en
vier naar Nederland (omgeving Leiden). Van de laatste gaat de directe lijn naar Olav Du Ry van Beest Holle.
Bron is het Algemeen nederlandsch Familieblad 12 juli 1883
De famile van Salomon de Brosse (1571-1626) komt er ook vandaan.
Algemene geschiedenis:
1517 Martin Luther verkondigt zijn 95 stellingen tegen de aflaten van de RK-kerk.
Op 23 op 24-8-1572 Bartholomeusnacht.
Op 13 april1598 wordt het Edict van Nantes (was een tolerantieedict) uitgevaardigd door Henry de 4e.
Richelieu ontneemt de Hugenoten hun rechten in 1629.
Vanaf 1669 wetten tegen gereformeerden.
Op 22 oktober 1685 wordt het Edict van Nantes opgeheven (in het Edict van Fontainebleau) door Lodewijk XIV (vroom katholiek).
Hugenoten zijn nu vogelvrij.
In 1689 volgt Edict van Potsdam (uitnodiging aan vluchtelingen om naar Brandenburg-Pruissen te komen)
1680-1720 Vlucht en vervolging van Hugenoten uit Frankrijk naar
- 44000 naar Duitsland
- 50000 naar België
- 60000 naar Nederland
- 6000 naar Engeland
Tussen 1521 en 1720 verlieten ca 800000-900000 mensen Frankrijk. Naar schatting alleen al 170000 Hugenoten.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Bron Douen.
Du Ry (La famille des), architectes du roi, alliée aux Ponchart, aux Mounier, aux Hatton (aliàs Hauton), aux Wolf, aux De Lamberville, aux De Burges, à la famille du paysagiste Rousseau et à celles des architectes Petit et De La Fonds, jouit d'une grande notoriété au XVIP siècle.
Marié en premières noces (1631) à Corneille des Martins, sans doute parente des peintres de ce nom, Mathurin Du Ry, fils de Charles, et de Camille Métivier, épousait, en i635, Marguerite Aubert *, fille de feu Samuel, lapidaire, ancien de Charenton, et de feu Marie Girom. Il mourut en 1674, âgé de soixante-douze ans, et fut inhumé dans le cimetière des Saints-Pères, en présence des cinq fils qui lui survécurent, Paul, Jacques, Samuel, Alexandre et Théodore.
Il avait eu de sa seconde femme seize enfants :
Camille (1637), mort à l'âge de six mois,
Camille (1638),
Marie (1640),
Marguerite (1642),
Charles (1643), décédé avant son père,
Paul (1644),
Jacques (1646),
Florence (1647),
Théodore (1648), inhumé en 1652 ainsi que
Susanne,
Samuel (1652),
Susanne (1653),
Madelaine (1655),
Alexandre (1657),
Elisabeth (1659) et
Théodore (1661).
Dury (Florence), fille de Mathurin, architecte du roi, et de
Marguerite Aubert, 17 avril 1686; Madelaine, sa fille, trente ans,
détenue aux Feuillantines, 25 avril 1686; Susanne, sa fille, détenue
au couvent Sainte-Avoye, 22 août 1686 (Fr. 7o55 f" 488, 441, 446
et 7o53 f" 399).
Le 16 janvier 1686, le commissaire Fleuri annonçait au procureur-général qu'il venait de conduire dans trois monastères Mme Combel, Mme de Cheuse et Mme du Ry. Elles ont obéi sans murmurer, disait-il, mais en promettant bien de ne pas changer de religion (Fr. 17421 f° 20). Le 29, il écrivait à La Reynie : «Sa Majesté a été informée que la veuve Du Ry, de la rue Neuve Saint-Eustache, qui a été mise dans un couvent, a laissé des enfants dans sa maison qui sont fort opiniâtres, et Sa Majesté désire que vous fassiez mettre les filles où vous jugerez à propos» (O' 3o).
Aucune des six filles de Marguerite Aubert n'était-elle mariée?
? Quoi qu'il en soit, l'ordre d'emprisonnement ne tarda pas à être partiellement exécuté. Dès le 2 février, une demoiselle du Ry fut mise aux Nouvelles-Catholiques (0'3o), et, le 19, le couvent des Ursulines recevait l'ordre d'en mettre une en liberté, soit celle des Nouvelles-Catholiques transférée aux Ursulines, soit plus probablement Mme du Ry elle-même ou une autre de ses deux filles aînées emprisonnée quelques jours après la première. Les renseignements relatifs aux quatre autres sont plus précis ; elles furent enlevées et placées dans des couvents séparés par ordre du 26 mars, et l'une d'elles fut, par ordre du 11 avril, transférée de la Visitation Sainte-Marie de Saint-Denis dans un autre couvent.
Florence abjura le 17 avril chez les Ursulines de Saint-Denis (Fr. 7o55 f° 488, et 7o53 f° 218) et en sortit par ordre du 6 mai (O^ 3o). Dans sa lettre du i" mai Desgrez disait en parlant de Susanne: «J'ai appris que celle qui est à Sainte-Avoye est fort entière et ne se fléchit point ; je hirai sic) pour être plus certain ». Elle abjura le 22 août et sortit du couvent par ordre du 24 (Fr. 7o5i f" 446 et O* 3o).
Madelaine, âgée de trente ans, abjura le 25 avril dans le couvent des Feuillantines de la rue Saint-Jacques (Fr. 7o55 f° 441) et en sortit par ordre du 29 (O' 3o). Dans sa lettre du 1e mai, Desgrez disait au sujet d'Elisabeth:
«Quand j'irai à Vincennes, je verrai aux chanoinesses de Saint-Augustin à Picpus la cadette qui est aussi fort résolue à ne pas changer». Elle finit cependant par abjurer aussi et fut remise en liberté par ordre du 19 juin.
La première bataille était perdue ; Mme du Ry avait dû plier aussi bien que ses filles; mais aucune d'elles ne resta dans le pays où la violence imposait aux consciences un joug insupportable. En 1688, Marie et Susanne, probablement réfugiées près d'un de leurs frères, étaient naturalisées en Angleterre (Agnew, III, 49 b). Nous ignorons si elles rejoignirent plus tard leurs soeurs et leur mère, établies en Hollande, à Montfort, où Mme du Ry mourut au mois de janvier 1697, âgée de soixante-seize ans.
Probablement plusieurs des cinq frères n'avaient pas attendu la Révocation pour quitter la France; tous passèrent à l'étranger, s'y marièrent et y fondèrent des familles : l'un en Angleterre ; un second, officier dans le régiment de La Melonnière, en Irlande, et les trois autres en Hollande. Paul, ingénieur militaire de mérite, fut chargé de réparer les fortifications de Maëstricht, et appelé, en 1687, à Cassel, par l'électeur de Hesse, qui le nomma architecte de la ville, conservateur des bâtiments et professeur de l'académie. Il épousa, en 1681, une fille de Philémon Cadet de Moriambert. Son fils Charles marcha dignement sur ses traces ; mais tous deux furent éclipsés par le fils de celui-ci, Simon-Louis, le plus grand architecte
de l'Allemagne au XVIIP siècle (voir La France prot.).
Le 24 mars 1686, Desgrez arrêtait et conduisait aux Nouvelles- Catholiques deux demoiselles du Ry, qui ne laissaient voir encore «aucune apparence de changement» au mois de décembre, ni le 1er février 1687, et ne voulaient payer que 200 livres chacune. Elles furent transférées par ordre du 4 août 1687, la cadette, au château de Nantes, véritable enfer où elle contracta une surdité qui dura plusieurs années, ? l'aînée, à la citadelle de Montreuil, dont elle sortit par ordre du 5 octobre, après avoir abjuré sous l'influence de la duchesse d'Elbeuf, que Seignelay félicita au nom du roi d'avoir opéré cette conversion. Haag les a crues filles de Mathurin ; c'était une erreur. Ces victimes du fanatisme impitoyable étaient deux
soeurs nommées Marie et Judith, or aucune des filles de Mathurin ne s'appelait Judith. Elles étaient donc filles de quelqu'un de ses parents, soit de son frère Charles, architecte, soit de Jean, aussi architecte, soit de Jacques, chirurgien, etc. Les extraits des registres de Charenton ne permettent pas d'élucider à fond la question. ? Les papiers de La Reynie mentionnent trois soeurs Dury, deux ouvrières à la journée, et la troisième, maîtresse, qui demeuraient en janvier 1688 chez les dames Hugas, marchandes de dentelles, rue
Thibaut-aux-Dez, et dans la même maison deux soeurs Bouras. A la date du 28 octobre 1687, les registres du Secrétariat mentionnent l'ordre du saisir chez la veuve Du Ry, du quartier Montmartre, les biens appartenant à sa fille qui peuvent être entre ses mains (O' 3i).
Marie Aubert, mariée à Charenton en 1665, à Gaspard Hatton, fils de Pierre, docteur en médecine, et d'Elisabeth Du Ry, fut conduite de la Bastille à Mons et expulsée du royaume, par ordre du 2 mars 1688. Elle était veuve alors (.Ref; du Secr, O' 32). Nous ignorons le degré de parenté qui unissait cette vaillante protestante, que le grand roi n'avait pu réduire, à la femme de Mathurin Du Ry. ? Nous ne connaissons pas davantage Anne Aubert, de Paris, veuve âgée de soixante-quatre ans, naturalisée anglaise en 1682.

Uit dit huwelijk 17 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Samuel*1651 Parijs [Frankrijk] †1729 Leiden 77


Samuel Aubert
Samuel Aubert, geb. voor 1588, ovl. Parijs [Frankrijk] voor 10 mei 1650, begr. Parijs [Frankrijk],
, Inventaire après décès de AUBERT Samuel, lapidaire, veuf de GIRON Marie jadis sa femme ; en présence de : AUBERT Samuel, orfèvre demeurant rue Neuve St Louis paroisse St Barthélémy, curateur par sentence homologuée du 06.05.1650 ; AUBERT Jean et Jacques, frères émancipés d'âge ; AUBERT Marguerite femme de DURY Mathurin, architecte ordinaire du roi ; AUBERT Marie, fille majeure ; mention de : traité de mariage le 28.12.1616 devant CHAPELAIN le jeune et MANCHEVELLE (ET/LVI/0025) ; transport avec DURY Mathurin le 27.04.1644 devant MOUFLE et LEROUX [fichier MC]
Volgens Otto Gerland 1899:
lapidaire á Charenton pres de Paris, dus juwelier of steenhouwer.
Hij was oudste van de gereformeerde gemeente te Charenton
Hij was al overleden voor het huwelijk van zijn dochter in 1635
Oudere van Parijs van 1604 ? 1630 AUBERT (Samuel). Dus waarschijnlijk gestorven in 1630?
Nee, de inventaris werd op 10-5-1650 verdeeld, dus gestorven kort ervoor.
Het is waarschijnlijk dat dit de levende kinderen zijn in 1650.
Maitre tailleur de diamants à Paris en 1606, lapidaire à Paris, dus geboren voor 1588
28-12-1616
Contrat de mariage entre AUBERT Samuel, marchand lapidaire demeurant sur le pont Marchand, fils de défunts AUBERT Louis, vivant marchand bourgeois de Paris et de DE REGNIDORT ? Judith, et GIRON Marie fille de François, dict Pimonn, cordonnier et valet de chambre du roi demeurant rue de G ? paroisse St Eustache, et de DE BROSSE Élisabeth sa femme ; en présence du côté du futur : De REGNIDORT ? Marguerite veuve de feu ANDRONET DU SORIAU ?, architecte du roi, tante ; LECLORE Martin, marchand tapissier et AUBIN Jeanne, sa femme, tante ; PARENT François ? du roi, cousin germain ; PITTAN Jean, orfèvre et DOCLER, Madeleine sa femme ; TURGIS Pierre, marchand à Paris, cousin germain ; SIBILLE Gabriel, PARENS Douze et REGONNIER François, tous avocats au Parlement.
1650-05-10
Inventaire après décès de AUBERT Samuel, lapidaire, veuf de GIRON Marie jadis sa femme ; en présence de :
AUBERT Samuel, orfèvre demeurant rue Neuve St Louis paroisse St Barthélémy, curateur par sentence homologuée du 06.05.1650 ;
AUBERT Jean et Jacques, frères émancipés d'âge ;
AUBERT Marguerite femme de DURY Mathurin, architecte ordinaire du roi ;
AUBERT Marie, fille majeure ;
mention de : traité de mariage le 28.12.1616 devant CHAPELAIN le jeune et MANCHEVELLE (ET/LVI/0025) ;
transport avec DURY Mathurin le 27.04.1644 devant MOUFLE et LEROUX [fichier MC] HEMANT / AYMAN DE AN ET/XXI/0208.

tr. Parijs [Frankrijk] op 28 dec 1616
met

Marie Girom (Giron), dr. van François Girom en Elisabeth de Brosse, geb. voor 1595, ovl. circa 1626.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marguérite*1621 Parijs [Frankrijk] †1697 Montfoort 7617 


Godschalk Tielmanszn Oem
Godschalk Tielmanszn Oem, geb. Dordrecht circa 1360, Schildknaap van de Oude Gravinne van Holland Kamerik, Utrecht in 13851, ovl. Dordrecht na 1403.

relatie
met

Catharina van den Woude.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Godschalk     



Bronnen:
1.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221-2), S221-2
2.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221), S221


Catharina van den Woude
Catharina van den Woude.

relatie
met

Godschalk Tielmanszn Oem, zn. van Tielman Gilliszn Oem en Catharina Jacobsdr van der Burch, geb. Dordrecht circa 1360, Schildknaap van de Oude Gravinne van Holland Kamerik, Utrecht in 13851, ovl. Dordrecht na 1403.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Godschalk     



Bronnen:
1.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221-2), S221-2


Godschalk Godschalkszn Oem
Godschalk Godschalkszn Oem, Burgemeester van Dordrecht Dordrecht, Zuid-Holland in 1440 Occupation2.

relatie
met

Elisabeth Willemsdr Bordt.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Tielman  †1486 Papendrecht  



Bronnen:
1.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221-2), S221-2


Elisabeth Willemsdr Bordt
Elisabeth Willemsdr Bordt.

relatie
met

Godschalk Godschalkszn Oem, zn. van Godschalk Tielmanszn Oem en Catharina van den Woude, Burgemeester van Dordrecht Dordrecht, Zuid-Holland in 1440 Occupation2.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Tielman  †1486 Papendrecht  


Marie Girom
Marie Girom (Giron), geb. voor 1595, ovl. circa 1626.

tr. Parijs [Frankrijk] op 28 dec 1616
met

Samuel Aubert, zn. van Louis Aubert en Judith de Raguidier, geb. voor 1588, ovl. Parijs [Frankrijk] voor 10 mei 1650, begr. Parijs [Frankrijk],
, Inventaire après décès de AUBERT Samuel, lapidaire, veuf de GIRON Marie jadis sa femme ; en présence de : AUBERT Samuel, orfèvre demeurant rue Neuve St Louis paroisse St Barthélémy, curateur par sentence homologuée du 06.05.1650 ; AUBERT Jean et Jacques, frères émancipés d'âge ; AUBERT Marguerite femme de DURY Mathurin, architecte ordinaire du roi ; AUBERT Marie, fille majeure ; mention de : traité de mariage le 28.12.1616 devant CHAPELAIN le jeune et MANCHEVELLE (ET/LVI/0025) ; transport avec DURY Mathurin le 27.04.1644 devant MOUFLE et LEROUX [fichier MC]
Volgens Otto Gerland 1899:
lapidaire á Charenton pres de Paris, dus juwelier of steenhouwer.
Hij was oudste van de gereformeerde gemeente te Charenton
Hij was al overleden voor het huwelijk van zijn dochter in 1635
Oudere van Parijs van 1604 ? 1630 AUBERT (Samuel). Dus waarschijnlijk gestorven in 1630?
Nee, de inventaris werd op 10-5-1650 verdeeld, dus gestorven kort ervoor.
Het is waarschijnlijk dat dit de levende kinderen zijn in 1650.
Maitre tailleur de diamants à Paris en 1606, lapidaire à Paris, dus geboren voor 1588
28-12-1616
Contrat de mariage entre AUBERT Samuel, marchand lapidaire demeurant sur le pont Marchand, fils de défunts AUBERT Louis, vivant marchand bourgeois de Paris et de DE REGNIDORT ? Judith, et GIRON Marie fille de François, dict Pimonn, cordonnier et valet de chambre du roi demeurant rue de G ? paroisse St Eustache, et de DE BROSSE Élisabeth sa femme ; en présence du côté du futur : De REGNIDORT ? Marguerite veuve de feu ANDRONET DU SORIAU ?, architecte du roi, tante ; LECLORE Martin, marchand tapissier et AUBIN Jeanne, sa femme, tante ; PARENT François ? du roi, cousin germain ; PITTAN Jean, orfèvre et DOCLER, Madeleine sa femme ; TURGIS Pierre, marchand à Paris, cousin germain ; SIBILLE Gabriel, PARENS Douze et REGONNIER François, tous avocats au Parlement.
1650-05-10
Inventaire après décès de AUBERT Samuel, lapidaire, veuf de GIRON Marie jadis sa femme ; en présence de :
AUBERT Samuel, orfèvre demeurant rue Neuve St Louis paroisse St Barthélémy, curateur par sentence homologuée du 06.05.1650 ;
AUBERT Jean et Jacques, frères émancipés d'âge ;
AUBERT Marguerite femme de DURY Mathurin, architecte ordinaire du roi ;
AUBERT Marie, fille majeure ;
mention de : traité de mariage le 28.12.1616 devant CHAPELAIN le jeune et MANCHEVELLE (ET/LVI/0025) ;
transport avec DURY Mathurin le 27.04.1644 devant MOUFLE et LEROUX [fichier MC] HEMANT / AYMAN DE AN ET/XXI/0208.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marguérite*1621 Parijs [Frankrijk] †1697 Montfoort 7617 


François Girom
François Girom, geb. voor 1575, ovl. na 1614.

tr. voor 1595
met

Elisabeth de Brosse, dr. van Jean de Brosse en Julienne Androuet de Cerceau, geb. na 1572, ovl. na 1614,
, De zuster van de grote Brosse, dochter van de heer Jean Brosse trouwde met de heer Giron valet van koning Lodewijk de 13e en zij was de moeder van onze grootmoeder Aubert, evenals van onze Oom Giron die stierf als Minister in de Bretagne én van onze Tante Loiseau. En door deze Grootmoeder noemen wij ons ?De Verneuil?.
Uit de brief van Camille Du Ry uit 1701 aan haar broer Samuel/Jacques.
Mogelijk dat haar naam Isabel was? Zie Pannier uit 1911 Salomon de Brosse.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marie*1595  †1626  31


Tielman Godschalkszn Oem
Tielman Godschalkszn Oem, Schepen in Dordrecht Dordrecht, Zuid-Holland in 14731.

Hij kocht de Heerlijkheid van Papendrecht van Gijsbrecht van HEMERTEN (1486)
Ovl. Papendrecht op 23 nov 14861.

tr. circa 1450
met

Elisabeth Jansdr van Muijlwijck.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelia     



Bronnen:
1.Beschryvinge Der stad Dordrecht: Vervatende Haar Begin, Opkomst, Toeneming, en v (S221-2), S221-2


Elisabeth de Brosse
Elisabeth de Brosse, geb. na 1572, ovl. na 1614,
, De zuster van de grote Brosse, dochter van de heer Jean Brosse trouwde met de heer Giron valet van koning Lodewijk de 13e en zij was de moeder van onze grootmoeder Aubert, evenals van onze Oom Giron die stierf als Minister in de Bretagne én van onze Tante Loiseau. En door deze Grootmoeder noemen wij ons ?De Verneuil?.
Uit de brief van Camille Du Ry uit 1701 aan haar broer Samuel/Jacques.
Mogelijk dat haar naam Isabel was? Zie Pannier uit 1911 Salomon de Brosse.

tr. voor 1595
met

François Girom, geb. voor 1575, ovl. na 1614.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marie*1595  †1626  31


Jean de Brosse
Jean de Brosse, geb. Verneuil en Halatte, Oise [Frankrijk] circa 1540, ovl. voor sep 1585.

tr. in 1568
met

Julienne Androuet de Cerceau, dr. van Jacques I de Cerceau (Architecte et graveur) en Johanna Vannier, geb. na 1546, ovl. na 1585.

Uit dit huwelijk 22 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1572  †1614  42


Julienne Androuet de Cerceau
Julienne Androuet de Cerceau, geb. na 1546, ovl. na 1585.

tr. in 1568
met

Jean de Brosse, geb. Verneuil en Halatte, Oise [Frankrijk] circa 1540, ovl. voor sep 1585.

Uit dit huwelijk 22 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1572  †1614  42


Joachim Ruthgers Liens
dr Joachim Ruthgers Liens, geb. Tholen in 1665, advocaat te Almelo, gemeentesecretaris, ovl. op 3 sep 1721.

tr. Almelo op 23 apr 1713
met

Hendrica Schuitmaker, dr. van Hendrik Schuijtemaker (burgemeester van Almelo) en Rijkje Cotgens.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sara*1720     
Joachim~1714  †1779  65


Hendrica Schuitmaker
Hendrica Schuitmaker.

tr. Almelo op 23 apr 1713
met

dr Joachim Ruthgers Liens, zn. van ds Joachim Liens (predikant te Vriezenveen) en Sara Putman, geb. Tholen in 1665, advocaat te Almelo, gemeentesecretaris, ovl. op 3 sep 1721.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sara*1720     
Joachim~1714  †1779  65