Website van Cees Hagenbeek
Heiltje Ariensdr van Oosterhout
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld

Heiltje Ariensdr van Oosterhout, geb. Sliedrecht circa 1586, ovl. aldaar in 1620.

tr. Oud Alblas circa 1601
met

Arijen Pietersz Hartog, geb. Sliedrecht circa 1580, ovl. aldaar op 21 aug 1611.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cors*1604 Sliedrecht †1666 Sliedrecht 62


NN van Arkel van Everdingen
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Jkv. NN van Arkel van Everdingen1,2,3,
, Ridder Daniël van der Merwede is een oom van Alverade, een broeder van haar moeder en bijaldien zou Wouter van Langherake getrouwd zijn geweest met een jonkvrouw van der Merwede.

tr.
met

Ridder Wouter uten Goye1,1,2,3,4:br> (Wouter I van Langerak), zn. van Wouter graaf uten Goye (comes de Goye) en Rixa van Amstel, geb. circa 1225, ged. in 1260, vermeld 1268-1277, ovl. tussen 19 nov 1281 en 19 nov 1282 ,
, Heer van Goije, Hagestein en Langerak en Half-Nieuwpoort, famulus 1268, knaap 1277, vermoedelijk ridder vermeld 1259
Hij komt voor als: Walterus de Goye famulus Dominus Gyselberti ex Goye, 1268; Walterus de Goye famulus zoon van Dominus. Giselbertus frater et Commendator quondam domus beate Marie Teutonicorum Traiectensis, 1271; Wauter van Goye, 1272; Wouter Heer tot Langeraeck, 1273 (1253?); Walterus Dns. de Goie et de Hagensteine necnon de Langher(ak)e, 1274; Heer Wouter van Langheraeck (ridder), posthuum vermeld in 1283.
Hij wordt beschouwd als de eerste heer van Langherake uit zijn geslacht. Hij was de oudste zoon van Dns. Ghiselbertus dns. de Goye miles, de latere Landcommandeur der D.O. en van diens eerste vrouw, jonkvrouw Wittenhorst. Walterus was getrouwd met een dochter uit het huis van Arkel en wij zagen reeds, dat zij waarschijn lijk een dochter was van Dns. Harbernus de Monte, heer van Liesvelt en Nyport, ridder, die in 1254 genoemd wordt als broeder van heer Jan heer van Arkel en evenals deze zegelde met het volle wapen Arkel, zijnde (in zilver) twee beurtelings gekanteelde (rode) dwarsbalken met als randschrift: + S? HARBERNI DE ARKEL MILITIS.
Waterus was de eerste heer van Langherake uit het geslacht der heren van Goye, welke heerlijkheid hem evenals half-Nypoort waarschijnlijk door zijn vrouw mede ten huwelijk werd gebracht. Zien wij af van de oorkonde met twijfelachtige dateering 1253, dan wordt hij in de stukken slechts vermeld van 1268-1277. Hij moet overleden zijn nà 20 oktober 1281, de datum, waarop zijn zoon Gisbrecht nog voorkomt als heer van Langeraeck en zijn vader dus nog niet was opgevolgd in Goye en Hagestein en vóór 29 april 1283, de datum, waarop heer Wouter van Langheraeck ridder overleden vermeld wordt. Aangezien het Kalendarium van St. Servaes te Utrecht (ARA Inv. HS, no. 358III, fol 122v.) vermeldt: "XIII Kal. (Decembr.) Obiit . . . .Wouter de Goye pater B(erte) Abbatisse", is hij overleden op 19 november 1281 of 1282. Weliswaar staat in het Kalendarium 'pater', maar dit is met zekerheid een schrijffout voor 'frater', want de Abdis van St. Servaes, Berta de Goye, was een dochter van Dns. Giselbertus de Goye en dus een zuster van Wouter en het Kalendarium is ons slechts bekend in afschrift van Buchelius, die zich daarbij vergist zal hebben.
Op 28 juli 1268 is Walterus ex Goye famulus in een geschil gewikkeld met de ridder Hubertus de Everdinghen en de knaap Arnoldus Snoye over de dagelijkse en tinsgerechten in hun aangrenzende landen, die daar schijnen dooreen te lopen. Het geschil wordt beslecht door scheidsrechters aan wier hoofd zijn vader, frater Ghiselbertus quondam Dominus (de) Goye staat. Welke gerechten dit betrof, wordt ons duidelijk uit de oorkonde van 31 augustus 1269 (Ant. Matthaeus. Fund. et Fata ecdes. (ed. 1703), pag. 600; zie ook vertaald ridimus van 15 mei 1525: RAU. Inv. HS. no. 1298), waarbij Walterus ex Goye, filius Dni. Ghyselberti ex Goye met heer Zweder van Buesinchem een overeenkomst aangaat over de schouw der Hagewetering van de Helsloet af tot de wetering van Gasperde. Die Hagewetering is een water tussen de polders Grote en Kleine Hagen, oostelijk van het huidige Vianen. Voorts maken zij bepalingen over de rechtspraak in beider aangrenzende gerechten, nl. de heerlijkheid van heer Zweder om de Helsloet gelegen en de heerlijkheid van Wouter, omvattend Gasperde, Everdingen en Golberdingen (behorend tot de heerschappij van Haghensteyn).
Walterus ex Goye, zoon van heer Giselbertus de Goye, draagt in 1269 (RAU. Inv. HS. no. 378. Deel 4, fol 433, sub no. 20) zijn kasteel te Hagensteyne, evenals zijn vader had gedaan, op aan de graaf van Gelre om er weer mee beleend te worden. Hieruit blijkt, dat zijn vader vóór zijn intrede in het Duitse Huis afstand van zijn goederen had gedaan; men weet immers, dat deze bij zijn intrede de gelofte van armoede moest afleggen en dat het afscheid nemen van de wereld zelfs zo ver ging, dat de vrouw van de ridder nadien al weduwe genoemd werd. Walterus de Goye famulus staat op 19 juli 1271 aan het Duitse Huis het land af door wijlen zijn vader heer Giselbertus, eertijds broeder en Commendator van genoemd Huis, daaraan beloofd: de landerijen in den Eng, Vrijtgraes en het Hilichlant, te zamen 16 morgen groot, liggende in de heerlijkheid van Goye, aan de zuid-oostelijke kant van het Slot. Van deze gift, die een totale waarde heeft van 88 ponden, zal hij een gedeelte mogen terugkopen tegen een evenredig bedrag. Dit schijnt gebeurd te zijn, althans het land Vrijtgras, in zijn geheel 14 morgen groot, was in 1295 nog in bezit van zijn broeder Giselbertus de Goye. Wouter?s zegel aan deze oorkonde vertoont een schild met het vair en de dwarsbalken van Goye en heeft tot randschrift: S? WAL. . . 1, FAMULI . DE. GOYE. (Ned. Leeuw LXVI, 1949, k. 391).
Hacepernus van der Lede, heer van Haestrecht, verkoopt in de Octave van Pasen 1272 (25-30 april; RAU. Arch. Zevender. Inv. no. 57) een watergang aan Walter van Goye en de ridder Fredericus van der Sevender, samen bezitters van de vijf hoeven. Het water zou afgevoerd worden via de Vornesloet (bij de Voornebrug) naar de Vlist en verder naar den IJssel. Walterus Dns. de Goie et de Hagensteine necnon de Langherake sluit op 27 mei 1274 met de buren en geërfden in Langherake en met heer Frederik gezegd van Sevendere een overeenkomst over het opnieuw bedijken, de uitwatering en de schouw hunner landen. Deze oorkonde werd reeds besproken; daaraan hangt het fraai bewaarde zegel van Walterus aan rood zijden koordjes. Het vertoont het meergemelde wapen van Goye, met randschrift: + S? WALTERI. FAMULI. DE. GOYE.
Wolterus de Goye famulus was op 23 juni 1277 getuige voor de Utrechtse elect Jan (van Nassau, 1268- 1288) bij de verpanding van het Slot ter Horst aan Jan heer van Cuyck. Watferus de Goye famulus verkoopt op 9 september 1277 aan de ridder Arnoldus de Amestelle, behoudens de goedkeuring van zijn leenheer, heer Johannes de Kuc, zijn gerecht, de cijns, het veerschip en de visserij van Eyteren, onder voorwaarde, dat heer Arnoldus de schuld van Walterus aan Gerardus de Vlete, gehuwd met de zuster van Walterus, vereffenen zal; zo nodig zal Giselbetus de Goye, broeder van Waterus, in deze arbiter zijn. De oorkonde zegt, dat het gerecht zich aan beide zijden van de IJssel uitstrekte. Nog steeds bezat dus het geslacht van Goye dat gerecht in de oude gouw Isla et Lake, waarover zijn voorouders met bisschop en keizer in strijd geweest waren, al was het nu dan ook als Cuyks leen (zie ook hiervoor onder jonkvrouw N. de Goye). De uitgifte van deze oorkonde is niet alleen de laatst bekende daad van Walterus geweest, het is ook tevens de laatste keer, dat hij wordt vermeld.
In de geauthentiseerde notariële kopie uit 1603 van een der handvesten van Nieuwpoort, van 29 april 1283 (Telting: Oude rechten van Nieuwpoort. Versl. en Med Ter. t. Uitg. bronnen v/h Oud Vaderl. Recht, 4e deel (1903), pag. 17 sqq; zie aldaar ook de bijlagen en noten, oa. deze oorkonde), wordt Wouter genoemd: heer Wouter van Langheraeck ridder. Aangezien hij in de bovengenoemde oorkonde van 9 september 1277 nog voorkomt als 'famulus', zou hij op het einde van zijn leven, uit welk tijdperk wij gegevens omtrent hem missen, nog ridder geworden zijn.

 

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wouter II*1255  †1298 Utrecht 43
(Margaretha)     



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883
2.De Nederlandsche Leeuw (DNL), vanaf 1883
3.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 56)
4.Genealogie Uten Goye (Van Langerak) (B 002), B. de Keijzer, Ons Voorgeslacht, Emmen, 15 nov 2020 (blz. 22)


Jasper Cornelisz van den Donck
Jasper Cornelisz van den Donck.

tr.
met

Marichje Pieters 't Swager, dr. van Pieter Willemsz 't Swagertje en Maergie Arijsdr Verheul, geb. circa 1643.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertje*1692 Sliedrecht †1772  7911 


Marichje Pieters 't Swager
Marichje Pieters 't Swager, geb. circa 1643.

tr.
met

Jasper Cornelisz van den Donck.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertje*1692 Sliedrecht †1772  7911 


Pieter Willemsz 't Swagertje
Pieter Willemsz 't Swagertje, ovl. in 1668.

tr.
met

Maergie Arijsdr Verheul, dr. van Adriaen Lenaertsz Verheul en Lijntgen Huijgen van Ardenne, geb. Laag-Blokland circa 1610.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marichje*1643     


Maergie Arijsdr Verheul
Maergie Arijsdr Verheul, geb. Laag-Blokland circa 1610.

tr.
met

Pieter Willemsz 't Swagertje, ovl. in 1668.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marichje*1643     


Adriaen Lenaertsz Verheul
Adriaen Lenaertsz Verheul, geb. Laag-Blokland in 1580, ovl. Ottoland in mei 1631.

tr. Laag-Blokland voor 1610
met

Lijntgen Huijgen van Ardenne, dr. van Huijg Vasz van Ardenne en Annigje Claasdr van den Bergh, geb. Laag-Blokland circa 1590, ovl. Ottoland in okt 1645.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maergie*1610 Laag-Blokland    


Lijntgen Huijgen van Ardenne
in
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Lijntgen Huijgen van Ardenne, geb. Laag-Blokland circa 1590, ovl. Ottoland in okt 1645.

tr. Laag-Blokland voor 1610
met

Adriaen Lenaertsz Verheul, geb. Laag-Blokland in 1580, ovl. Ottoland in mei 1631.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maergie*1610 Laag-Blokland    


Jan Huigen de Bruijn
Jan Huigen de Bruijn (de Bruin), ged. Streefkerk op 10 jan 1732 (getuige: Pietertje Jans), molenaar.

tr. Noordeloos op 25 jan 1753
met

Neeltje Cornelis Stuurmans, dr. van Cornelis Pietersz Stierman en Neeltje Simons Hogendonk, ged. Noordeloos op 27 dec 1733.

Uit dit huwelijk 13 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ariaantje*1769 Goudriaan †1813 Ridderkerk 44


Neeltje Cornelis Stuurmans
Neeltje Cornelis Stuurmans, ged. Noordeloos op 27 dec 1733.

tr. Noordeloos op 25 jan 1753
met

Jan Huigen de Bruijn (de Bruin), zn. van Huijg Jaspers de Bruijn en Annigje Jansd de Ridder, ged. Streefkerk op 10 jan 1732 (getuige: Pietertje Jans), molenaar.

Uit dit huwelijk 13 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ariaantje*1769 Goudriaan †1813 Ridderkerk 44


Vastert Cornelisz van Ardenne
in
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Vastert Cornelisz van Ardenne, geb. circa 1530, ovl. Molenaarsgraaf in 1576,
, Beleend met 1,5 morgen land te Molenaarsgraaf 29-8-1545, genoemd in het kohier van de 10e penning Molenaarsgraaf 1561.
Staten van Holland voor 1572 inv 1353, 1561 aangeslagen in de 10e penning voor 8 morgen i hond eigen land en de helft van 8 morgen te Molenaarsgraaf in huur van Baernt van Hoeff tot Schoonhoven.
WK Molenaarsgraaf nr. 7
11-7-1563. Vastert Cornelisz als man en voecht van Arientgen Ariensdr, Claes Cornelisz als man ende voecht van Anniken Ariensdr, ende Egbert Berwitsz als ghecoren voecht van Anthonis Jansz, dat achterghebleven weeskint van Lijnken, Jan Ariensz huysvrou zaligher, Arien Anthonisse dochter was, zaligher memorien; als erfghenamen van wijlen Arien Anthonissen zaliger, hueren vader, schiften, scheiden en delen de achterghelaten goeden binnen Molenaersgraef in bijwesen van Andries Huyghensz als oem van dese erfghenamen met Arien Boensz van Giess(en)-Nieukerck met meer ander goede vrienden
1. Vastert Cornelisz is (onder meer) bedeelt ende ghebleven an sijn hofstede daer hij op woent
2. Ende Claes Cornelisz is (onder meer) bedeelt an een weer van 8 morgen 1 hont met sijn toebehoren
3. Ende des is dit weeskint Anthonis Jansz (onder meer) bedeelt an 5 morgen lants en 1 hont met een vierendeel honts ghelegen doergaens in die hofstede daer Margriet die weedue van Joest Pietersz met haer kinder op woenen
Gezegeld door Vastert Cornelisz onsen mede heemraet.

tr.
met

Ariaentge Ariens Sonderland, geb. in 1525.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Huijg*1555 Molenaarsgraaf †1612 Molenaarsgraaf 56


Ariaentge Ariens Sonderland
in
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Ariaentge Ariens Sonderland, geb. in 1525.

tr.
met

Vastert Cornelisz van Ardenne, zn. van Cornelis Vastersz van Ardenne en Peterke Anthonis van Muijlwijck, geb. circa 1530, ovl. Molenaarsgraaf in 1576,
, Beleend met 1,5 morgen land te Molenaarsgraaf 29-8-1545, genoemd in het kohier van de 10e penning Molenaarsgraaf 1561.
Staten van Holland voor 1572 inv 1353, 1561 aangeslagen in de 10e penning voor 8 morgen i hond eigen land en de helft van 8 morgen te Molenaarsgraaf in huur van Baernt van Hoeff tot Schoonhoven.
WK Molenaarsgraaf nr. 7
11-7-1563. Vastert Cornelisz als man en voecht van Arientgen Ariensdr, Claes Cornelisz als man ende voecht van Anniken Ariensdr, ende Egbert Berwitsz als ghecoren voecht van Anthonis Jansz, dat achterghebleven weeskint van Lijnken, Jan Ariensz huysvrou zaligher, Arien Anthonisse dochter was, zaligher memorien; als erfghenamen van wijlen Arien Anthonissen zaliger, hueren vader, schiften, scheiden en delen de achterghelaten goeden binnen Molenaersgraef in bijwesen van Andries Huyghensz als oem van dese erfghenamen met Arien Boensz van Giess(en)-Nieukerck met meer ander goede vrienden
1. Vastert Cornelisz is (onder meer) bedeelt ende ghebleven an sijn hofstede daer hij op woent
2. Ende Claes Cornelisz is (onder meer) bedeelt an een weer van 8 morgen 1 hont met sijn toebehoren
3. Ende des is dit weeskint Anthonis Jansz (onder meer) bedeelt an 5 morgen lants en 1 hont met een vierendeel honts ghelegen doergaens in die hofstede daer Margriet die weedue van Joest Pietersz met haer kinder op woenen
Gezegeld door Vastert Cornelisz onsen mede heemraet.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Huijg*1555 Molenaarsgraaf †1612 Molenaarsgraaf 56


Cornelis Vastersz van Ardenne
in
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Cornelis Vastersz van Ardenne, geb. circa 1500, ovl. Molenaarsgraaf voor 4 jun 1565,
, Beleend 24-3-1523 met de helft van 14 morgen land te Nieuwland, genoemd in een belending 1528 wonende te Molenaarsgraaf, kerkmeester 1537, schepen/heemraad 1540, 1541, heemraad 1544, wordt aangeslagen in de 10e penning 1544 voor 7 morgen (= het leenland) te Nieuwland, idem in de 10e penning 1544 voor 16 morgen, 10 morgen, 10 morgen eigen land en 10 morgen huurland, alsmede een huis getaxeerd op 6 Rijnsgld. te Molenaarsgraaf en in 1561 voor 10 morgen, 10 morgen eigen land en 10 morgen, waarvan 6 morgen huur te Molenaarsgraaf, krijgt bij boedelscheiding van zijn schoonouders land toebedeeld op 18-3-1546,24 verhuurt samen met de andere erfgenamen van zijn schoonouders een hofstede te Hoornaar van zijn zwager op 5-4- 1546, koopt wonende in de “Meerweert” in Molenaarsgraaf samen met zijn zuster Yken Vassen op 4-12- 1556 2 morgen land gelegen op Lang-Nuland van Emondt Mathysz.
5-4-1546 f32
Cornelis Gerrits alias Coninck van Noordeloos x Heijltje Thonis van Muijlwijck, Cornelis Vasterts x Pieterken Tonis van  Muijlwijck en Matthijs Jansz als voogd van de 3 onm. kinderen van Adriaen Thonis van  met name Dionijs. Peter en Susanna Adriaens en verkl. de voorn. Cornelis Gerrits ende Heijlke, verhuurt te heben een huijs en hofstad zoals dat Dirk Thonis van Muijlwijck door dode van zijn vader aenbestorven is, gelegen op Hoornaar en gen. "de oude dijck" en wel voor de tijt van 2 jaer, verder moeten zij de voorn. Dirk Thonis van eten en kleren voorzien.

tr. Molenaarsgraaf circa 1520
met

Peterke Anthonis van Muijlwijck, dr. van Anthonis Peters van Muijlwijck en Susanna Jacobsdr, geb. Hoornaar circa 1505, ovl. aldaar voor 18 nov 1566.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Vastert*1530  †1576 Molenaarsgraaf 46


Peterke Anthonis van Muijlwijck
in
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Peterke Anthonis van Muijlwijck, geb. Hoornaar circa 1505, ovl. aldaar voor 18 nov 1566.

tr. Molenaarsgraaf circa 1520
met

Cornelis Vastersz van Ardenne, zn. van Vas Aarts van Ardenne, geb. circa 1500, ovl. Molenaarsgraaf voor 4 jun 1565,
, Beleend 24-3-1523 met de helft van 14 morgen land te Nieuwland, genoemd in een belending 1528 wonende te Molenaarsgraaf, kerkmeester 1537, schepen/heemraad 1540, 1541, heemraad 1544, wordt aangeslagen in de 10e penning 1544 voor 7 morgen (= het leenland) te Nieuwland, idem in de 10e penning 1544 voor 16 morgen, 10 morgen, 10 morgen eigen land en 10 morgen huurland, alsmede een huis getaxeerd op 6 Rijnsgld. te Molenaarsgraaf en in 1561 voor 10 morgen, 10 morgen eigen land en 10 morgen, waarvan 6 morgen huur te Molenaarsgraaf, krijgt bij boedelscheiding van zijn schoonouders land toebedeeld op 18-3-1546,24 verhuurt samen met de andere erfgenamen van zijn schoonouders een hofstede te Hoornaar van zijn zwager op 5-4- 1546, koopt wonende in de “Meerweert” in Molenaarsgraaf samen met zijn zuster Yken Vassen op 4-12- 1556 2 morgen land gelegen op Lang-Nuland van Emondt Mathysz.
5-4-1546 f32
Cornelis Gerrits alias Coninck van Noordeloos x Heijltje Thonis van Muijlwijck, Cornelis Vasterts x Pieterken Tonis van  Muijlwijck en Matthijs Jansz als voogd van de 3 onm. kinderen van Adriaen Thonis van  met name Dionijs. Peter en Susanna Adriaens en verkl. de voorn. Cornelis Gerrits ende Heijlke, verhuurt te heben een huijs en hofstad zoals dat Dirk Thonis van Muijlwijck door dode van zijn vader aenbestorven is, gelegen op Hoornaar en gen. "de oude dijck" en wel voor de tijt van 2 jaer, verder moeten zij de voorn. Dirk Thonis van eten en kleren voorzien.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Vastert*1530  †1576 Molenaarsgraaf 46


Anthonis Peters van Muijlwijck
in
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Anthonis Peters van Muijlwijck, geb. Hoornaar circa 1473, ovl. aldaar circa 1545,
, Heilige Geestmeester 1502, Kerkmeester 1510, 1516, 1525-1527 in Hoornaar, schepen van Hoornaar, testeert 15-12-1534, eigenaar en bewoner van een huis en hofstad te Hoornaar genoemd "die Ouwendijcken" (1543), overlijdt Hoornaar tussen 14-2-1544 en aug. 1545. Grafsteen in kerk.

tr. Hoornaar in jun 1502
met

Susanna Jacobsdr, ovl. Hoornaar op 25 dec 1516.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Peterke*1505 Hoornaar †1566 Hoornaar 61
Adriaan*1510  †1564  54



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 373)


Susanna Jacobsdr
in
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Susanna Jacobsdr, ovl. Hoornaar op 25 dec 1516.

tr. Hoornaar in jun 1502
met

Anthonis Peters van Muijlwijck, zn. van Pieter Matthijsz van Muijlwijck (schildknaap) en Adriana Hermans, geb. Hoornaar circa 1473, ovl. aldaar circa 1545,
, Heilige Geestmeester 1502, Kerkmeester 1510, 1516, 1525-1527 in Hoornaar, schepen van Hoornaar, testeert 15-12-1534, eigenaar en bewoner van een huis en hofstad te Hoornaar genoemd "die Ouwendijcken" (1543), overlijdt Hoornaar tussen 14-2-1544 en aug. 1545. Grafsteen in kerk.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Peterke*1505 Hoornaar †1566 Hoornaar 61
Adriaan*1510  †1564  54


Rutger Gerritsz van Muijlwijck
in
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Rutger Gerritsz van Muijlwijck, geb. Dordrecht in 1380, ovl. Gorinchem op 11 nov 1478,
, over de geboortedatum en verdere gegevens van Rutger Gerrits van Muijlwijck bestaat grote onzekerheid. Onmogelijk moet worden geacht dat hij na 1469 is overleden terwijl als geboortejaar wordt opgegeven ca.1365. Anderzijds is het niet te verwachten dat hij ver na 1365 kan zijn geboren gelet op de geboortedatum van zijn zoon Matthijs, waarvan aangegeven wordt dat die plm. 1385 zou zijn geboren.
Er moeten dus grote vraagtekens worden gezet bij de vraag of deze Rutger wel de vader is van Matthijs. Wellicht is er nog een onbekende neef in het spel met dezelfde naam. Omdat vrijwel zeker de genoemde vader van Rutger de opa is van Matthijs (er zijn zeer veel overeenkomsten) worden de verdere voorouders tóch vermeld in deze stamreeks.
Leenman van Altena, schout, Knape, schepen in 1463 en 1469 in Gorinchem
23-4-1460 Rutger van Muijlwijck doet hulde. Manschap voor 2 morgen 2 hont in de Wolfaertse slagen. Recht van erfleen.
11-11-1470 Matthijs beleend met het bovengenoemde land (tussen het gasthuis en Gorinchem) hem aanbestorven bij dode van Rutger zijn vader.

tr.
met

Beata van Amerongen, dr. van Noyde Meus Noydezoon van Amerongen en Elisbath Oem, geb. circa 1380, h.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Matthijs*1400  †1463 Gorinchem 62



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 58)


Beata van Amerongen
in
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Beata van Amerongen, geb. circa 1380, h.

tr.
met

Rutger Gerritsz van Muijlwijck, zn. van Gerrit Jans van Muijlwijck (knape) en Jkv. Yde Borchgaert de Grote, geb. Dordrecht in 1380, ovl. Gorinchem op 11 nov 1478,
, over de geboortedatum en verdere gegevens van Rutger Gerrits van Muijlwijck bestaat grote onzekerheid. Onmogelijk moet worden geacht dat hij na 1469 is overleden terwijl als geboortejaar wordt opgegeven ca.1365. Anderzijds is het niet te verwachten dat hij ver na 1365 kan zijn geboren gelet op de geboortedatum van zijn zoon Matthijs, waarvan aangegeven wordt dat die plm. 1385 zou zijn geboren.
Er moeten dus grote vraagtekens worden gezet bij de vraag of deze Rutger wel de vader is van Matthijs. Wellicht is er nog een onbekende neef in het spel met dezelfde naam. Omdat vrijwel zeker de genoemde vader van Rutger de opa is van Matthijs (er zijn zeer veel overeenkomsten) worden de verdere voorouders tóch vermeld in deze stamreeks.
Leenman van Altena, schout, Knape, schepen in 1463 en 1469 in Gorinchem
23-4-1460 Rutger van Muijlwijck doet hulde. Manschap voor 2 morgen 2 hont in de Wolfaertse slagen. Recht van erfleen.
11-11-1470 Matthijs beleend met het bovengenoemde land (tussen het gasthuis en Gorinchem) hem aanbestorven bij dode van Rutger zijn vader.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Matthijs*1400  †1463 Gorinchem 62


Gerrit Jans van Muijlwijck
in
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Gerrit Jans van Muijlwijck1, geb. Dordrecht in 1360, knape, ovl. na 23 mrt 1450,
, wordt vermeld als raad in 1417 en 1426, als thesaurier in 1426, 1427, 1432 en als burgemeester van Dordrecht in 1428.
Rentmeester van Zuid-Holland in 1411, 1421 en 1423.
Op Sinte Mathijsavond apostel 1423 door Jan van
Beieren beleend met dat schroodambacht en zoutmate met de kleine zoutmate en haar toebehoren binnen de stad Dordrecht. Op 13-11-1425 wordt, op zijn voorstel, Gerrit Tielman Oemsz. met dit schroodambacht beleend. Philips van Bourgondië beleent hem op 10-9-1428 met een schroodambacht met de zoutmate groot en klein en met al zijn toebehoren binnen de stad Dordrecht. Sticht met zijn tweede vrouw Machteld van Malburg, Adriaensdr. op 4-4-1443 een Vicarie op het door hem geschonken altaar in de kerk te Dordrecht ter ere van St. Hieronymus en St. Helena en tot waardigheid van het H. Graf.
Schepen 1409, 1410, Rentmeester van Zuid Holland 9-1-1421, Raad van Dordrecht 1417 en 1426, Thesaurier der stad Dordrecht 1426, 1427 en 1432, Burgemeester van Dordrecht
literatuur: * Matthijs Balen: "Beschrijvinge der stad Dordrecht", Dordrecht 1677, p.1115 ev. *
M.S.F. Kemp: antwoord Van Muijlwijck, in: Gens Nostra 1971, p.355-356. * J. Hartog: "Familie van der Merwe, Van Clootwijck, Van Muijlwijck", uitgave van de werkgroep Genealogie van de O.H.K. Vereniging Sliedrecht, Hardinxveld 1995. * J. Kooijman: "Kwartierstaat van Maijken Nijssen de Vries", in: Ons  Voorgeslacht 1995, p.185-193. De kwartieren van Gerryt Jansz van Muylwijck zijn omstreden. Volgens Balen zou zijn vader Jan Willemszn van Muylwijck zijn. B. de Keijzer stelt echter in Ons Voorgeslacht 1974 pag. 60-63 enige kritische vragen ten aanzien van de juistheid van deze afstamming en vermoed een afstamming via de vrouw van Jan die een van Muylwijck zou kunnen zijn geweest en een zus van Matthijs en Rutger van Muylwijck. Zijn kritiek betreft het
wapen dat de van Muylwijcks voerden (twee van elkaar afgewende zalmen) dat teveel van de van der Merwedes zou verschillen (dwarsbalk met bisanten) om er van af te stammen. Afstammelingen van Mathijs van Muylwijck de stamvader van de tak in Gorinchem zouden het laatstgenoemde wapen wel voeren In Gens Nostra 1995 pag. 236-7 kan hiervoor echter een verklaring gevonden worden.
Matthys van Muylwijck, de stamvader van de Gorinchemse van Muylwijcks, zou mogelijk een zoon van Jan van der Merwede en N. van Muylwijck (dr. vanMatthys de broer van Rutger en Jan [of Jan's vrouw']) geweest zijn. Deze in 1363 genoemde Matthys van Muylwijck droeg evenals Gerrijt de zoon van Jan als wapen twee van elkaar afgewende zalmen. Een ander argument dat Keijzer gebruikt in zijn kritiek is het feit dat hij geen andere bronnen dan Balen heeft kunnen vinden die een Jan van Muylwijk en een Willem van Muylwijck vermelden. Dat Willem bestaan heeft lijkt echter niet onwaarschijnlijk omdat Matthys een zoon Willem had (Keijzer in Ons Voorgeslacht 1974). Of Jan, de
vader van Gerrit, nu een van Muylwijck was of zijn vrouw blijft onduidelijk. Zo ook overigens het vraagstuk of de van Muylwijcks wel van de van der Merwedes afstammen gezien het verschil in wapens. In de kwartieren van Greidanus-Jager wordt gesuggereerd dat Willem van Muylwijck mogelijk een grootvader?? is van Jan (moeders kant). Redenen hiervoor zijn mij niet bekend. Raad der stad Dordrecht 1417-26 rentmeester generaal van Zuid-Holland 9 jan 1421 en 1423; thesaurier van Dordrecht 1426, 7, 32; Burgemeester van Dordrecht 1428; in 1423 door Jan van Beieren beleend met dat schroodambacht en zoutmate met de kleine zoutmate en haar toebehoren binnen de stad Dordrecht. Philips van Bourgondie beleent hem op 10-9-1428 met een schroodambacht met de zoutmate groot en klein en met al zijn toebehoren binnend stad Dordrecht. Sticht met zijn tweede vrouw Machteld op 4-4-1443 een vicarie op het door hem geschonken altaar in de kerk van Dordrecht. Hij overleed na 23-3-1449. Gehuwd met: - knape - schepen van Dordrecht 1409, 1410, 16.10.1437,
11.1.1409 Ghijsbert van der Laeck Pieterszn. verkoopt 1/4 molen aan zijn broer (?) Gherit van Muylwyck; deze laatste verkoopt aan Ghijsbert van der Laeck 1/4 huis "thegen die Nyebrug"
5.7.1409 koopt 1/12 deel van een huis in Lonnen, waar hij nu woont aan de poortzijde
3.9.1409 koopt vierendeel van olijmolen op de Heisterbaxduc 4.11.1409 koopt 1/4 molen en verkoopt 1/4 huis lid raad Dordrecht 1417, 1426 verkoopt 2 schepen in 1418 rentmeester van Zuid-Holland
9.1.1421 koopt tienden in Heer Hugenland van de Heer van Putten 1423 bekomt het "schrootambacht" te Dordrecht 1424 en de zoutmaten binnen Dordrecht thesaurier Dordrecht 1426, 1427, 1432
burgemeester Dordrecht 1428 kerkmeester Dordrecht
30.6.1440 Balen: stichtte samen met zijn tr. 2e vrouw op 4.4.1443 een vicarie op het door hem geschonken altaar ter ere van St. Hieronymus en St. Helena en tot waardigheid van het Heilige Graf in de Grote Kerk te Dordrecht koopt 1/8 deel van twee huizen naast elkaar op de Rietdijk tr. 2e 4.12.1434 "joffrau" van Malburg, Machteld Adriaensdr, haar vader van Malburg, Adriaen was schout van Dordrecht 1423
BalenJuist of Onjuist? door B. de Keijzer Onder deze titel wil ik de lezer onder de aandacht brengen, dat wij het genealogisch materiaal bijeen gebracht door Mathijs Balen en neergelegd in zijn Beschrijving der Stad Dordrecht voor-al kritisch moeten beoordelen. In zijn kwartierstaat (zie: Ons Voorgeslacht nr.
219) verwerkt Ir. J. H. Werner ten aanzien van de familie Van Muylwijck en haar afstamming uit de Heren Van der Merwede gegevens uit Balen. Daarbij worden de kwartieren t/m Gheryt van Muylwijck Jansz. (kw. 188460) deskundig aangevuld met gegevens uit de Hol-landse Leenkamer, maar de oudere
generaties worden zonder meer overgenomen. Allereerst: Is het nu wel zo zeker, dat de Dordtse familie Van Muylwijck direct uit de Heren Van der Merwede stamt ? Het wapen, dat de Dordtse familie voert, namelijk 2 gouden zalmen verticaal geplaatst en afgewend naast elkaar op een van rood op zwart doorsneden veld ), duidt op een geheel andere wapen-groep, dan die waaronder de Heren Van der Merwede vallen.
Voorts ben ik vermeldingen van Jan van Muylwijck (kw. 376920) en Willem van Muylwijck (kw. 753840) tot op heden in geen enkele andere bron tegengekomen. Ik veronderstel, dat Gheryt van Muylwijck Jansz. en zijn broer Willem van Muylwijck Jansz. ) zoons zijn van een Jan NN, deze is mogelijk gehuwd geweest met een dochter van een Van Muylwijck. Het is immers mogelijk, dat Van Muylwijck een aanzienlijker klank had dan de naam van de vader of dat de vader nog geen vaste familienaam voerde. Wellicht zou als neef van de broers in aanmerking kunnen komen Willem van Muylwijck Mathijsz, die op 20-9-1403 samen met Tielman Oem Godschalkszoon voor een maand lang geleide krijgen ") . Zijn vader zou Mathijs van Muylwijck kunnen zijn, die in 1363,Hiemraet tot Sleeuwijc" is en een oom Rutgher van Muylwijck, die in 1361,richter van Almkerk" is "1. Deze laatste Van Muylwijcks vallen waarschijnlijk wel onder de wapengroep van de Heren Van der Merwede. Immers latere naamgenoten vooral voorkomende te Gorinchem en omstreken, voerden de dwarsbalk vergezeld met 15 bisanten ") . De stamvader van deze groep
Mathijs van Muylwijck is om-streeks 1421 met zijn gezin verhuisd vanuit het land van Altena naar Gorinchem "). Het volgende kwartier, die ten tonele wordt gevoerd is een Nicolaes van Muylwijck, heer Jansz. van der Merwede (kw. 1507680), die nevens zijn zuster Lijsbeth een kwestie had enz.
Over deze Lijsbeth is wel iets meer te vertellen. Er is een brief, waaruit blijkt, dat Lijzebeth, Jansdogter van der Merwede, Dirx wijf van der Made op Sinte Maria-Magdalena dag 1327 in bezit had,Stienhuys te Zandwijck, dat gebroken wart, dat geregt van Muylwijck, van Almkerke, van Zandwijck, van Huppen, van Uit-hoven, en die Nederscouw, en dat geregte derdedeel van alle vervallen" en nog enige andere goederen 1. Op de rug van deze brief stond nog een aantekening, dat haar erfgenaam Dirk van Hodenpijl was. Wij kunnen haar vereenzel-vigen met Lijsbet van Almkerk, gehuwd met Dirk van der Made "1. Hun dochter Aleid huwde met Jan van Hodenpijl, waaruit o.a. een zoon Dirk 1. Op 19-6-1326 wordt Jan de Burchgrave, gehuwd met Lijsbet, neef van Lijsbet
van Almkerck, bij dode van zijn vader Dirck de Burchgrave, te versterven op zijn zoon Gerijt beleend met 8 morgen land en een hofstede genaamd,Den Hoeck" O) . Wellicht kunnen wij als nazaten van Jan de Burchgrave beschouwen Aernd die Burchgrave Gheryt die Burchgrave ende Dirc die Burchgrave Lodicsz, Roelof van Emmichoven tesamen vermeld in eenacte van 1388 "). Hieruit
kunnen wij concluderen, dat haar vader Jan van der Merwede, identiek moet zijn met diegene, die gehuwd is met Beatrix, dochter van Lodewijk de Kastelein Een bevestigingvalt te lezen uit de volgende akte: Op 16-4-1325 ontvangt Niclaes van der Merwede, ridder, van de stad Utrecht 300 E zw.t van den zoen van Lodewijks, zijns neefs, dood, voor zijne magen van moederszijde, volgens
zeggen van Graaf Willem 14). Jan van der Merwede geh. met Beatrix zou dan identiek kunnen zijn met de Jan, die samen met zijn broer Daniel in 1288 voorkomen als zoons van Godschalc van der Merwede Danielsz. en Mabelia, dochter van Herbaren van den Bergh 14). Uit de zinsnede,dat geregte derdedeel" kunnen wij opmaken, dat Jan van der Merwede 3 erfgenamen gehad moet hebben. In 1350 wordt Jan van der Merwede Lodewijkszoon genoemd als momboir over de minderjarige Nicolaes van der Merwede, zoon van Jan van der Merwede en Sophia Uten Houte 15). Heer Nicolaes van der
Merwede, ridder, verlijdt op 7-7-1331 al zijn leengoed op zijnen oudsten zoon Jan 16). Voor de oudere Heeren van der Merwede (kw. 12061440 enz.), die genoemd zijn, kunnen wij verwijzen naar het artikel van W. H. Lenselink in Hollandse Studien 3 (1972), waarin op duidelijke wijze afgerekend wordt met oudere schrijvers ten aanzien van deze opeenvolgende Daniels als Heer van
der Merwede. Wij krijgen nu het hiernaast vermelde beknopte beeld: De vraag rijst nu: Waar past de familie Van Muylwijck in dit overzicht in ? Het lijkt mij in dit verband voor de hand, dat het een jongere zoon moet zijn geweest van Nicolaes van der Merwede, ridder, 1323- 1331, omdat er sprake is van een oudste zoon Jan en Nicolaes voor 1/3 erfgenaam was van het gerecht Muylwijck.
Aangezien wij verder over geen concrete feiten meer beschikken, moet dit voorlopig theorie blijven.
N: 1. Collectie Muschaert (CBG) kaart 63 A 2 .
2. Ons Voorgeslacht 1967. nr. 153 en 154.
3. Hall. leenkamer nr. 305, fol. 44.
4. Gens Nostra 1971. pag. 355 en 356.
5. Bloys van Treslong: Zuid-Holland zie Hoornaar, Gorinchem etc.
6. Gens Nostra 1971, pag. 355 en 356.
7. Batavia Illustra, deel 1, pag. 1011.
8. Ons Voorgeslacht 1968, nr. 138.
9. Ned. Leeuw 1965, kolom 7 en 8.
10. Ons Voorgeslacht 1965, nr. 138 [lenen Hodenpijll.
11. Ned. Leeuw 1941, kolom 231
12. Oorkondenboek v. d. Bergh, Holland II, pag. 332.
13. Regesta Hannonensia blz. 139.
14. Ned. Leeuw 1969. kolom 255 en 256. 1
15. Collectie J. P. de Man (CBG]. dossier Van der Merwede, waarin een schat aan gegevens over deze familie.
16. Regesta Hannonensia blz. 197.
Tot Slot: Zoals ik al aangaf heb ik het merendeel van gegevens van voor 1600 overgenomen uit bronnen van derden. Tot op heden heb ik deze gegevens nog niet geverifieerd. Bovenstaande reactie maakt duidelijk dat enige voorzichtigheid geboden is bij het overnemen van deze gegevens.

tr. (1) circa 1375
met

Jkv. Yde Borchgaert de Grote1, dr. van Borchard Dirksz de Groote en Glorie Klawardsdr, geb. Dordrecht in 1360, ovl. in 1435.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rutger*1380 Dordrecht †1478 Gorinchem 98
Jan  †1477   

tr. (2)
met

Machteld Adriaensdr van Malburg1.

Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 58)
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 59)


Yde Borchgaert de Grote
in
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Jkv. Yde Borchgaert de Grote1, geb. Dordrecht in 1360, ovl. in 1435.

tr. circa 1375
met

Gerrit Jans van Muijlwijck1, zn. van Jan Willemszn van Muijlwijck (knape) en Catharina Sasbout, geb. Dordrecht in 1360, knape, ovl. na 23 mrt 1450,
, wordt vermeld als raad in 1417 en 1426, als thesaurier in 1426, 1427, 1432 en als burgemeester van Dordrecht in 1428.
Rentmeester van Zuid-Holland in 1411, 1421 en 1423.
Op Sinte Mathijsavond apostel 1423 door Jan van
Beieren beleend met dat schroodambacht en zoutmate met de kleine zoutmate en haar toebehoren binnen de stad Dordrecht. Op 13-11-1425 wordt, op zijn voorstel, Gerrit Tielman Oemsz. met dit schroodambacht beleend. Philips van Bourgondië beleent hem op 10-9-1428 met een schroodambacht met de zoutmate groot en klein en met al zijn toebehoren binnen de stad Dordrecht. Sticht met zijn tweede vrouw Machteld van Malburg, Adriaensdr. op 4-4-1443 een Vicarie op het door hem geschonken altaar in de kerk te Dordrecht ter ere van St. Hieronymus en St. Helena en tot waardigheid van het H. Graf.
Schepen 1409, 1410, Rentmeester van Zuid Holland 9-1-1421, Raad van Dordrecht 1417 en 1426, Thesaurier der stad Dordrecht 1426, 1427 en 1432, Burgemeester van Dordrecht
literatuur: * Matthijs Balen: "Beschrijvinge der stad Dordrecht", Dordrecht 1677, p.1115 ev. *
M.S.F. Kemp: antwoord Van Muijlwijck, in: Gens Nostra 1971, p.355-356. * J. Hartog: "Familie van der Merwe, Van Clootwijck, Van Muijlwijck", uitgave van de werkgroep Genealogie van de O.H.K. Vereniging Sliedrecht, Hardinxveld 1995. * J. Kooijman: "Kwartierstaat van Maijken Nijssen de Vries", in: Ons  Voorgeslacht 1995, p.185-193. De kwartieren van Gerryt Jansz van Muylwijck zijn omstreden. Volgens Balen zou zijn vader Jan Willemszn van Muylwijck zijn. B. de Keijzer stelt echter in Ons Voorgeslacht 1974 pag. 60-63 enige kritische vragen ten aanzien van de juistheid van deze afstamming en vermoed een afstamming via de vrouw van Jan die een van Muylwijck zou kunnen zijn geweest en een zus van Matthijs en Rutger van Muylwijck. Zijn kritiek betreft het
wapen dat de van Muylwijcks voerden (twee van elkaar afgewende zalmen) dat teveel van de van der Merwedes zou verschillen (dwarsbalk met bisanten) om er van af te stammen. Afstammelingen van Mathijs van Muylwijck de stamvader van de tak in Gorinchem zouden het laatstgenoemde wapen wel voeren In Gens Nostra 1995 pag. 236-7 kan hiervoor echter een verklaring gevonden worden.
Matthys van Muylwijck, de stamvader van de Gorinchemse van Muylwijcks, zou mogelijk een zoon van Jan van der Merwede en N. van Muylwijck (dr. vanMatthys de broer van Rutger en Jan [of Jan's vrouw']) geweest zijn. Deze in 1363 genoemde Matthys van Muylwijck droeg evenals Gerrijt de zoon van Jan als wapen twee van elkaar afgewende zalmen. Een ander argument dat Keijzer gebruikt in zijn kritiek is het feit dat hij geen andere bronnen dan Balen heeft kunnen vinden die een Jan van Muylwijk en een Willem van Muylwijck vermelden. Dat Willem bestaan heeft lijkt echter niet onwaarschijnlijk omdat Matthys een zoon Willem had (Keijzer in Ons Voorgeslacht 1974). Of Jan, de
vader van Gerrit, nu een van Muylwijck was of zijn vrouw blijft onduidelijk. Zo ook overigens het vraagstuk of de van Muylwijcks wel van de van der Merwedes afstammen gezien het verschil in wapens. In de kwartieren van Greidanus-Jager wordt gesuggereerd dat Willem van Muylwijck mogelijk een grootvader?? is van Jan (moeders kant). Redenen hiervoor zijn mij niet bekend. Raad der stad Dordrecht 1417-26 rentmeester generaal van Zuid-Holland 9 jan 1421 en 1423; thesaurier van Dordrecht 1426, 7, 32; Burgemeester van Dordrecht 1428; in 1423 door Jan van Beieren beleend met dat schroodambacht en zoutmate met de kleine zoutmate en haar toebehoren binnen de stad Dordrecht. Philips van Bourgondie beleent hem op 10-9-1428 met een schroodambacht met de zoutmate groot en klein en met al zijn toebehoren binnend stad Dordrecht. Sticht met zijn tweede vrouw Machteld op 4-4-1443 een vicarie op het door hem geschonken altaar in de kerk van Dordrecht. Hij overleed na 23-3-1449. Gehuwd met: - knape - schepen van Dordrecht 1409, 1410, 16.10.1437,
11.1.1409 Ghijsbert van der Laeck Pieterszn. verkoopt 1/4 molen aan zijn broer (?) Gherit van Muylwyck; deze laatste verkoopt aan Ghijsbert van der Laeck 1/4 huis "thegen die Nyebrug"
5.7.1409 koopt 1/12 deel van een huis in Lonnen, waar hij nu woont aan de poortzijde
3.9.1409 koopt vierendeel van olijmolen op de Heisterbaxduc 4.11.1409 koopt 1/4 molen en verkoopt 1/4 huis lid raad Dordrecht 1417, 1426 verkoopt 2 schepen in 1418 rentmeester van Zuid-Holland
9.1.1421 koopt tienden in Heer Hugenland van de Heer van Putten 1423 bekomt het "schrootambacht" te Dordrecht 1424 en de zoutmaten binnen Dordrecht thesaurier Dordrecht 1426, 1427, 1432
burgemeester Dordrecht 1428 kerkmeester Dordrecht
30.6.1440 Balen: stichtte samen met zijn tr. 2e vrouw op 4.4.1443 een vicarie op het door hem geschonken altaar ter ere van St. Hieronymus en St. Helena en tot waardigheid van het Heilige Graf in de Grote Kerk te Dordrecht koopt 1/8 deel van twee huizen naast elkaar op de Rietdijk tr. 2e 4.12.1434 "joffrau" van Malburg, Machteld Adriaensdr, haar vader van Malburg, Adriaen was schout van Dordrecht 1423
BalenJuist of Onjuist? door B. de Keijzer Onder deze titel wil ik de lezer onder de aandacht brengen, dat wij het genealogisch materiaal bijeen gebracht door Mathijs Balen en neergelegd in zijn Beschrijving der Stad Dordrecht voor-al kritisch moeten beoordelen. In zijn kwartierstaat (zie: Ons Voorgeslacht nr.
219) verwerkt Ir. J. H. Werner ten aanzien van de familie Van Muylwijck en haar afstamming uit de Heren Van der Merwede gegevens uit Balen. Daarbij worden de kwartieren t/m Gheryt van Muylwijck Jansz. (kw. 188460) deskundig aangevuld met gegevens uit de Hol-landse Leenkamer, maar de oudere
generaties worden zonder meer overgenomen. Allereerst: Is het nu wel zo zeker, dat de Dordtse familie Van Muylwijck direct uit de Heren Van der Merwede stamt ? Het wapen, dat de Dordtse familie voert, namelijk 2 gouden zalmen verticaal geplaatst en afgewend naast elkaar op een van rood op zwart doorsneden veld ), duidt op een geheel andere wapen-groep, dan die waaronder de Heren Van der Merwede vallen.
Voorts ben ik vermeldingen van Jan van Muylwijck (kw. 376920) en Willem van Muylwijck (kw. 753840) tot op heden in geen enkele andere bron tegengekomen. Ik veronderstel, dat Gheryt van Muylwijck Jansz. en zijn broer Willem van Muylwijck Jansz. ) zoons zijn van een Jan NN, deze is mogelijk gehuwd geweest met een dochter van een Van Muylwijck. Het is immers mogelijk, dat Van Muylwijck een aanzienlijker klank had dan de naam van de vader of dat de vader nog geen vaste familienaam voerde. Wellicht zou als neef van de broers in aanmerking kunnen komen Willem van Muylwijck Mathijsz, die op 20-9-1403 samen met Tielman Oem Godschalkszoon voor een maand lang geleide krijgen ") . Zijn vader zou Mathijs van Muylwijck kunnen zijn, die in 1363,Hiemraet tot Sleeuwijc" is en een oom Rutgher van Muylwijck, die in 1361,richter van Almkerk" is "1. Deze laatste Van Muylwijcks vallen waarschijnlijk wel onder de wapengroep van de Heren Van der Merwede. Immers latere naamgenoten vooral voorkomende te Gorinchem en omstreken, voerden de dwarsbalk vergezeld met 15 bisanten ") . De stamvader van deze groep
Mathijs van Muylwijck is om-streeks 1421 met zijn gezin verhuisd vanuit het land van Altena naar Gorinchem "). Het volgende kwartier, die ten tonele wordt gevoerd is een Nicolaes van Muylwijck, heer Jansz. van der Merwede (kw. 1507680), die nevens zijn zuster Lijsbeth een kwestie had enz.
Over deze Lijsbeth is wel iets meer te vertellen. Er is een brief, waaruit blijkt, dat Lijzebeth, Jansdogter van der Merwede, Dirx wijf van der Made op Sinte Maria-Magdalena dag 1327 in bezit had,Stienhuys te Zandwijck, dat gebroken wart, dat geregt van Muylwijck, van Almkerke, van Zandwijck, van Huppen, van Uit-hoven, en die Nederscouw, en dat geregte derdedeel van alle vervallen" en nog enige andere goederen 1. Op de rug van deze brief stond nog een aantekening, dat haar erfgenaam Dirk van Hodenpijl was. Wij kunnen haar vereenzel-vigen met Lijsbet van Almkerk, gehuwd met Dirk van der Made "1. Hun dochter Aleid huwde met Jan van Hodenpijl, waaruit o.a. een zoon Dirk 1. Op 19-6-1326 wordt Jan de Burchgrave, gehuwd met Lijsbet, neef van Lijsbet
van Almkerck, bij dode van zijn vader Dirck de Burchgrave, te versterven op zijn zoon Gerijt beleend met 8 morgen land en een hofstede genaamd,Den Hoeck" O) . Wellicht kunnen wij als nazaten van Jan de Burchgrave beschouwen Aernd die Burchgrave Gheryt die Burchgrave ende Dirc die Burchgrave Lodicsz, Roelof van Emmichoven tesamen vermeld in eenacte van 1388 "). Hieruit
kunnen wij concluderen, dat haar vader Jan van der Merwede, identiek moet zijn met diegene, die gehuwd is met Beatrix, dochter van Lodewijk de Kastelein Een bevestigingvalt te lezen uit de volgende akte: Op 16-4-1325 ontvangt Niclaes van der Merwede, ridder, van de stad Utrecht 300 E zw.t van den zoen van Lodewijks, zijns neefs, dood, voor zijne magen van moederszijde, volgens
zeggen van Graaf Willem 14). Jan van der Merwede geh. met Beatrix zou dan identiek kunnen zijn met de Jan, die samen met zijn broer Daniel in 1288 voorkomen als zoons van Godschalc van der Merwede Danielsz. en Mabelia, dochter van Herbaren van den Bergh 14). Uit de zinsnede,dat geregte derdedeel" kunnen wij opmaken, dat Jan van der Merwede 3 erfgenamen gehad moet hebben. In 1350 wordt Jan van der Merwede Lodewijkszoon genoemd als momboir over de minderjarige Nicolaes van der Merwede, zoon van Jan van der Merwede en Sophia Uten Houte 15). Heer Nicolaes van der
Merwede, ridder, verlijdt op 7-7-1331 al zijn leengoed op zijnen oudsten zoon Jan 16). Voor de oudere Heeren van der Merwede (kw. 12061440 enz.), die genoemd zijn, kunnen wij verwijzen naar het artikel van W. H. Lenselink in Hollandse Studien 3 (1972), waarin op duidelijke wijze afgerekend wordt met oudere schrijvers ten aanzien van deze opeenvolgende Daniels als Heer van
der Merwede. Wij krijgen nu het hiernaast vermelde beknopte beeld: De vraag rijst nu: Waar past de familie Van Muylwijck in dit overzicht in ? Het lijkt mij in dit verband voor de hand, dat het een jongere zoon moet zijn geweest van Nicolaes van der Merwede, ridder, 1323- 1331, omdat er sprake is van een oudste zoon Jan en Nicolaes voor 1/3 erfgenaam was van het gerecht Muylwijck.
Aangezien wij verder over geen concrete feiten meer beschikken, moet dit voorlopig theorie blijven.
N: 1. Collectie Muschaert (CBG) kaart 63 A 2 .
2. Ons Voorgeslacht 1967. nr. 153 en 154.
3. Hall. leenkamer nr. 305, fol. 44.
4. Gens Nostra 1971. pag. 355 en 356.
5. Bloys van Treslong: Zuid-Holland zie Hoornaar, Gorinchem etc.
6. Gens Nostra 1971, pag. 355 en 356.
7. Batavia Illustra, deel 1, pag. 1011.
8. Ons Voorgeslacht 1968, nr. 138.
9. Ned. Leeuw 1965, kolom 7 en 8.
10. Ons Voorgeslacht 1965, nr. 138 [lenen Hodenpijll.
11. Ned. Leeuw 1941, kolom 231
12. Oorkondenboek v. d. Bergh, Holland II, pag. 332.
13. Regesta Hannonensia blz. 139.
14. Ned. Leeuw 1969. kolom 255 en 256. 1
15. Collectie J. P. de Man (CBG]. dossier Van der Merwede, waarin een schat aan gegevens over deze familie.
16. Regesta Hannonensia blz. 197.
Tot Slot: Zoals ik al aangaf heb ik het merendeel van gegevens van voor 1600 overgenomen uit bronnen van derden. Tot op heden heb ik deze gegevens nog niet geverifieerd. Bovenstaande reactie maakt duidelijk dat enige voorzichtigheid geboden is bij het overnemen van deze gegevens, tr. (2) met Machteld Adriaensdr van Malburg. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rutger*1380 Dordrecht †1478 Gorinchem 98
Jan  †1477   



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 58)
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 59)