Cees Hagenbeek
Bastiaen Nanningen Cleijndier
in
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Bastiaen Nanningen Cleijndier, geb. circa 1627.

tr.
met

Geertien Andriessen, ovl. op 27 jan 1707.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Andries~1673 Hardinxveld    


Geertien Andriessen
in
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Geertien Andriessen, ovl. op 27 jan 1707.

tr.
met

Bastiaen Nanningen Cleijndier, zn. van Nanning Pieters Cleijndier en Teuntgen Jacobs, geb. circa 1627.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Andries~1673 Hardinxveld    


Willem Jacobszn Roskam
in
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Willem Jacobszn Roskam, geb. te Sliedrecht in 1698.

tr. te Sliedrecht in 1726
met

Ariaantje Janse Hertog, dr. van Jan Ariensen Hertog en Geertjen Ariensdr Stam, ged. te Sliedrecht op 20 jul 1704, ovl. in 1793.

Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan~1736 Sliedrecht    


Ariaantje Janse Hertog
in
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Ariaantje Janse Hertog, ged. te Sliedrecht op 20 jul 1704, ovl. in 1793.

tr. te Sliedrecht in 1726
met

Willem Jacobszn Roskam, zn. van Jacob Roskam en Geertje de Jong, geb. te Sliedrecht in 1698.

Uit dit huwelijk 9 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan~1736 Sliedrecht    


Jacob Roskam
in
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Jacob Roskam, geb. te Sliedrecht in 1667, ovl. te Sliedrecht in dec 1729.

tr.
met

Geertje de Jong.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1698 Sliedrecht    


Geertje de Jong
in
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Geertje de Jong.

tr.
met

Jacob Roskam, zn. van Arien Roskam en Cundertjen Couwenhoven, geb. te Sliedrecht in 1667, ovl. te Sliedrecht in dec 1729.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1698 Sliedrecht    


Jan Ariensen Hertog
in
Kwartierstaat van Henk de Snoo
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld

Jan Ariensen Hertog, geb. te Sliedrecht circa 1675.

tr. te Sliedrecht op 26 sep 1693
met

Geertjen Ariensdr Stam, dr. van Arien Dirkszn Stam en Heiltje Cornelisdr, ged. te Hardinxveld op 26 feb 1668, ovl. op 9 nov 1727.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ariaantje~1704 Sliedrecht †1793  88


Geertjen Ariensdr Stam
in
Kwartierstaat van Henk de Snoo
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld

Geertjen Ariensdr Stam, ged. te Hardinxveld op 26 feb 1668, ovl. op 9 nov 1727.

tr. te Sliedrecht op 26 sep 1693
met

Jan Ariensen Hertog, zn. van Arien Kors Hartog en Anna Jans, geb. te Sliedrecht circa 1675.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ariaantje~1704 Sliedrecht †1793  88


Arien Dirkszn Stam
in
Kwartierstaat van Henk de Snoo
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld

Arien Dirkszn Stam, geb. te Hardinxveld circa 1635.

Arien Dirkszn Stam.
vermeld onder patroniem.

tr.
met

Heiltje Cornelisdr, geb. te Hardinxveld circa 1640.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertjen~1668 Hardinxveld †1727  59


Heiltje Cornelisdr
in
Kwartierstaat van Henk de Snoo
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld

Heiltje Cornelisdr, geb. te Hardinxveld circa 1640.

tr.
met

Arien Dirkszn Stam, zn. van Gerrit Aertszn Stam (martktschipper) en Fransentgen , geb. te Hardinxveld circa 1635.

Arien Dirkszn Stam.
vermeld onder patroniem.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertjen~1668 Hardinxveld †1727  59


Gerrit Aertszn Stam
in
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Gerrit Aertszn Stam, geb. circa 1612, martktschipper.

Gerrit Aertszn Stam.
vermeld onder patroniem.

tr.
met

Fransentgen .
Gerrit Aertszn Stam en Fransentgen
beiden lidmaat van Hardinxveld op 4-4-1638.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arien*1635 Hardinxveld    


Fransentgen
in
Kwartierstaat van Henk de Snoo

Fransentgen .

tr.
met

Gerrit Aertszn Stam, geb. circa 1612, martktschipper.

Gerrit Aertszn Stam.
vermeld onder patroniem.
Gerrit Aertszn Stam en Fransentgen
beiden lidmaat van Hardinxveld op 4-4-1638.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arien*1635 Hardinxveld    


Tzautzes Strategos de Macedoine
 
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Tzautzes Strategos de Macedoine, geb. te Kumanovo [Macedonia].


Hij krijgt een zoon:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Stylianos*848 Kumanovo [Macedonia] †899  51


Anna Pordayrogenitus
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van drs. Mathilde Zierikzee
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van Mechelien (Mechelina) Mezach
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Anna Pordayrogenitus, geb. te Kumanovo [Macedonia] circa 850.

tr.
met

Stylianos Tzaoutzes de Macedoine, zn. van Tzautzes Strategos de Macedoine, geb. te Kumanovo [Macedonia] circa 848, Magistros & Basileopator, ovl. in 899.

 

Uit dit huwelijk een dochter:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Zoe*865 Kumanovo [Macedonia] †912  47


Bernard II dit le Poitevin de Poitiers
 
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van drs. Mathilde Zierikzee
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van Mechelien (Mechelina) Mezach
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Bernard II dit le Poitevin Comte de Poitiers, geb. circa 806, 10e Comte de Poitiers 840 843-844, ovl. in feb 844.


Bernard II dit le Poitevin Comte de Poitiers.
Bernard II († februari 844), bijgenaamd de Poitevin, was graaf van Poitiers van 840 tot 844, waarschijnlijk afkomstig uit de familie der Guilhelmiden.

Zijn afkomst is onzeker. De enige zekerheden zijn dat hij de broer is van Turpion († 863), graaf van Angoulême, en van Émenon († 866), graaf van Poitiers. Hij is vermoedelijk afkomstig uit de familie der Guilhelmiden. De hypothesen over zijn afkomst worden uiteengezet in het artikel over Émenon van Poitiers. lgens de kroniekschrijver Adémar van Chabannes (ca. 989–† 1034) verbleef hij in Poitiers in 839, toen zijn broer, graaf Émenon van Poitiers, door keizer Lodewijk de Vrome werd verdreven. Het jaar daarvoor, bij het overlijden van koning Pepijn I van Aquitanië, had de keizer het koninkrijk Aquitanië toevertrouwd aan zijn jongste zoon Karel. Émenon kwam in opstand door de rechten van Pepijn II, zoon van Pepijn I, te steunen. Terwijl Émenon onderdak vindt bij zijn broer Turpion, graaf van Angoulême, begeeft Bernard zich naar Renaud, graaf van Herbauges.

Adémar van Chabannes noemt hem comes pictavinus, maar het is niet duidelijk hoe deze informatie moet worden geïnterpreteerd: moet men lezen “Bernard de Poitevin, graaf” of “Bernard, graaf van Poitiers”? Renaud van Herbauges, bij wie Bernard zijn toevlucht zoekt, is een aanhanger van Lodewijk de Vrome, en later van diens zoon Karel de Kale.

In 840 onderwerpt Émenon zich, en het is niet uitgesloten dat Bernard zich eveneens heeft onderworpen. Na de dood van Lodewijk de Vrome op 20 juni 840, strijden zijn drie zonen om de verdeling van het rijk, en Pepijn II grijpt de gelegenheid aan om aanspraak te maken op Aquitanië. Hij probeert voor het eerst Poitiers in te nemen, belegerde de stad die weerstand bood onder leiding van bisschop Ebroïn, en moet vluchten voor het ontzettingsleger onder leiding van Karel de Kale.

In 839 had Lodewijk de Vrome Ramnulf I benoemd tot graaf van Poitiers ter vervanging van Émenon, maar het is mogelijk dat Bernard de Poitevin het jaar daarop werd aangesteld. Als dat zo is, is het onbekend welke koning hem benoemde: Pepijn II, om een trouwe volgeling te belonen, of Karel de Kale, om zijn familie gunstig te stemmen. In werkelijkheid bezetten noch Ramnulf noch Bernard Poitiers, dat wordt bestuurd door Ebroïn. .

Wat zeker is, is dat hij streed aan de zijde van Renaud, graaf van Herbauges en van Nantes, tegen Lambert, zoon van Lambert I, de vorige graaf van Nantes, die in opstand was tegen Karel de Kale. Renaud sneuvelt in 843, en zijn zoon Hervé en Bernard zetten de strijd tegen Lambert voort, maar worden gedood in een gevecht tegen Lambert in februari 844.

tr.
met

Bichilde (Blichilde) du Maine, dr. van Rorich graaf van Maine (Comte Rennes 832-840) en Blichilde de France, geb. te Beaucouzé [Frankrijk] circa 806, ovl. in 886, tr. (1) met haar achterneef Ramnulf I hertog d'Aquitaine (Ramnulf II van Aquitanië), zn. van Gerhard graaf van Auvergne (graaf van Auvergne, raadgever koning Pippijn I) en Hildegarde Adeltrude Rotrude de France (Abbesse de Laon (Abbaye Saint-Jean)). Uit dit huwelijk een zoon.

Bichilde du Maine.
Tochter Graf Roricos von Maine aus der Ehe mit Bilechild. War sie Frau des 844 gefallenen Grafen Bernhard? (dann: Bilechild).

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Roger  †900   
Bernard*832  †879  47


Isaure de Lusignan
 
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van drs. Mathilde Zierikzee
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van Mechelien (Mechelina) Mezach
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Isaure de Lusignan, geb. circa 930.

 
 

tr.
met

Roland de Chénuly, zn. van Raimondis de Chénuly, geb. circa 925.

 

Uit dit huwelijk een dochter:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Melissende*950  †1006  56


Warin d'Alencon
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van drs. Mathilde Zierikzee
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van Mechelien (Mechelina) Mezach
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Warin (Guérin, Garin) Vicomte d'Alencon, geb. te Alençon, [Frankrijk] in 987, Comte de Mortagne, Seigneur de Domfront, ovl. in 1037.

Warin Vicomte d'Alencon.
Vermeld onder de vorm Alencione in de Merovingische tijd, Alercio in 1060 (waarschijnlijk een verschrijving voor *Alencio) en Alencio in 1070. .

Volgens Albert Dauzat en Charles Rostaing gaat het om de Gallische persoonsnaam Alantius, gevolgd door het suffix -o / -onem dat de plaats aangeeft. Ernest Nègre en René Lepelley stellen daarentegen dat het gaat om de Gallische persoonsnaam Allontius. .

Bij gebrek aan oudere vormen is het moeilijk te bepalen welke van deze twee beweringen juist is. Beide persoonsnamen bevatten bekende Gallische achtervoegsels zoals -(a)nti- (zoals in Bregenz, vroeger Brigantia) of (o)nti- (zoals in Besançon, vroeger Vesontio). Het lijkt eerder een plaatsnaam-samenstelling met een achtervoegsel *-onti-o of -anti-o, dan een op zichzelf staande persoonsnaam. Deze eindes, in het bijzonder -onti-o, komen veel voor in plaatsnamen zoals Lyons-la-Forêt (Licontio/Ligontio), Ressons-sur-Matz (Rosontio), Sigonce (Segontia, variant *-onti-a) en Besançon. .

Het eerste element "al-" kan overeenkomen met wat Pierre-Yves Lambert heeft vastgesteld in Gallische plaatsnamen zoals Alauna (Allonne/Allonnes). Dit zou afgeleid kunnen zijn van een Indo-Europees thema *al-, dat "voeden" betekent, te vinden in Oud-Iers alim, Latijn alo (zoals in alumnus, voeden, grootbrengen) en Oud-Noors ala (voeden). .

De betekenis zou "vruchtbare plek", of "voedzame plaats" zijn, passend bij de ligging van Alençon in een vruchtbare vlakte die contrasteert met de ruigere omliggende heuvels. .

Gelijkheid met plaatsnamen: Notre-Dame-d'Allençon (Alintumno, 658) en Lançon-de-Provence (de Alanzone, 980). Inwoners: Alençonnais. .

Begin van de bewoning van Alençon en omgeving: Archeologisch onderzoek laat zien hoe Alençon vanaf de prehistorie werd bewoond. Nabij de stad zijn locaties uit het Neolithicum ontdekt, zoals een steengroeve voor sieraden in Saint-Germain-du-Corbéis en sporen van nederzettingen in Cerisé. Uit de Bronstijd zijn in Cerisé begrafenisringen gevonden, terwijl de IJzertijd sterk vertegenwoordigd is in de regio, zichtbaar in plaatsnamen en Galische boerderijen (de zogenaamde 'indigene boerderijen') van vóór de Romeinse tijd.

Niet alle genoemde perioden komen terug op de precieze locatie van de stad Alençon. De Gallo-Romeinse periode is wel vertegenwoordigd met meerdere archeologische vondsten. Archeologen hebben vastgesteld dat deze locaties zich concentreren in twee ringen rondom Alençon. Zij concluderen dat deze plekken, met een agrarische functie, hebben bijgedragen aan de levensonderhoud van een dichter bevolkt centrum. Was dit een villa of een vicus? Het grootste probleem is dat er geen sporen van Gallo-Romeinse bewoning bekend zijn binnen de huidige grenzen van Alençon. Wel zijn er aanwijzingen van doorvoer: er zijn munten gevonden verspreid over de stad, zoals op de Rue des Grandes-Poteries, de Grande Rue, bij de oude Sarthe-brug, en de Rue des Tisons.

Alençon ontwikkelde zich oorspronkelijk in een bocht van de rivier de Sarthe, in het huidige Montsort-gebied. De Kelten gaven de voorkeur aan gezonde locaties zoals het kalkplateau van Montsort, in plaats van de moerassige gebieden waar Alençon vanaf de 10e eeuw uitbreidde. .

De kerstening van Normandië: De kerstening begon halverwege de 4e eeuw, geïnitieerd door Gallo-Romeinse aristocraten die in stedelijke centra woonden en grote landerijen bezaten. In deze periode viel Alençon onder de provincie “Tweede Lyonnaise.” Rond 380 werd deze provincie in tweeën gesplitst, met Tours en Rouen als hoofdsteden. De regio kende relatieve stabiliteit dankzij heiligen zoals Victricius en zijn contact met Ambrosius van Milaan. Relieken, waaronder die van Sint-Gervasius en Sint-Protasius, werden in 396 vanuit Milaan naar Sées gebracht, waarmee de kathedraal werd ingewijd en de verspreiding van het christendom op het platteland verder werd bevorderd.

De regio rond Alençon maakte deel uit van het “Tractus Armoricanus et Nervicanus,” een administratieve en militaire verdeling die bedoeld was om Saksische invasies vanaf zee tegen te houden. Later werden bestuurlijke eenheden zoals “pagi” (districten) ingericht, waaronder de pagus alencionnensis met Alençon als administratief centrum. .
In de Merovingische tijd stond Alençon bekend als Montsort, de nederzetting op de zuidelijke oever van de Sarthe, terwijl later de macht zich verplaatste naar de noordelijke oever. Archeologische vondsten zoals een funeraire kerk uit de 6e of 7e eeuw wijzen op vroege religieuze functies. .

Tijdens de Karolingische periode viel Alençon binnen het hertogdom Maine (ducatus cenomannensis). De stad leed onder Vikingen, die via de rivieren zoals de Sarthe het gebied binnenkwamen. Het verdrag van Saint-Clair-sur-Epte in 911 gaf Normandische Vikingen steeds meer gebied, waaronder Sées in 924, dat zich uitbreidde tot aan de Sarthe. .

In de 12e eeuw werd een priorij van de abdij van Lonlay opgericht. Dit markeert de overgang naar een meer georganiseerde tijd in de regio.

In 1414 werd Alençon verheven tot hertogdom en werd het de residentie van Marguerite d’Angoulême. In 1509 trouwde ze op 17-jarige leeftijd in eerste instantie met hertog Charles IV van Alençon. Na zijn dood in 1525, tijdens de slag bij Pavia, bleef Marguerite in Alençon, zelfs na haar hertrouwen met de koning van Navarra. Deze grootmoeder van de toekomstige koning Hendrik IV, en zus van koning François I, was een liefhebber van literatuur en verzamelde aan haar hof vele schrijvers. Haar tolerantie jegens hervormingsgezinden maakte Alençon tot een toevluchtsoord voor vervolgde geleerden zoals Clément Marot en Antoine Le Maçon, vertaler van Boccaccio. .

De protestantse Reformatie werd al in 1524 in het hertogdom Alençon gepredikt, mede dankzij Marguerites open geest. Onder andere Michel d'Arande en Pierre Caroli introduceerden nieuwe religieuze ideeën die veel inwoners tot calvinisme bekeerden. Alençon werd een centrum van de Reformatie en werd in 1530 zelfs "klein Duitsland" genoemd door een Duitse hervormer. In 1529 drukte Simon Du Bois er het "Kleine Catechismus" van Luther. Ondanks haar pogingen om protestanten te beschermen, zoals Gérard Roussel en Clément Marot, kon Marguerite niet voorkomen dat sommigen alsnog werden vervolgd en geëxecuteerd. .

Na Marguerites dood in 1549 werd het hertogdom definitief bij het koninklijk domein gevoegd. Tijdens de godsdienstoorlogen plunderden protestanten en katholieken elkaars kerken, wat tot grootschalige conflicten leidde. In de 16e eeuw wisselde de stad meerdere malen van hand tussen katholieken en protestanten. Alençon speelde een belangrijke rol in deze woelige periode. .

In de 17e eeuw, onder Richelieu, werd het hertogdom vervangen door de administratieve "généralité" van Alençon binnen Normandië. Rond 1665 stichtte Marthe La Perrière een fabriek voor het beroemde kantwerk "point d'Alençon", dat tot 8.000 kantwerkers tewerkstelde op het hoogtepunt. .

De opheffing van het Edict van Nantes leidde in 1685 tot vervolging van protestanten, die massaal vluchtten naar Engeland, de Nederlanden en de Kanaaleilanden. Dit veroorzaakte een economische terugslag, ondanks pogingen van functionarissen zoals Antoine Jean-Baptiste Alexandre Jullien (1766-1789) om stedelijke ontwikkelingen en landbouw te stimuleren.

 
 

tr. circa 1012
met

Melisende Vicomtesse de Chateaudun, dr. van Hugues I de Chateaudun (Seigneur de Châteaudun) en Hildegarde de Mortagne-au-Perche, geb. te Châteaudun [Frankrijk] circa 997, Dame Héritière de Châteaudun, ovl. te Alençon, [Frankrijk] in 1048.

 

Uit dit huwelijk een zoon:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geoffroy I*1012 Sablé-Sur-Sarthe [Frankrijk] †1051  39


Melisende de Chateaudun
 
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van drs. Mathilde Zierikzee
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van Mechelien (Mechelina) Mezach
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Melisende Vicomtesse de Chateaudun, geb. te Châteaudun [Frankrijk] circa 997, Dame Héritière de Châteaudun, ovl. te Alençon, [Frankrijk] in 1048.

 
 

tr. circa 1012
met

Warin (Guérin, Garin) Vicomte d'Alencon, zn. van Guillaume de Creil Prince de Belleme Seigneur de Saonnois (Prince de Belleme, sgr de Saonnois Comte de Bellême et d'Alençon) en Mathilde Dame de Ganelon de Condé-Sur-Noireau (Dame de Condé-sur-Noireau), geb. te Alençon, [Frankrijk] in 987, Comte de Mortagne, Seigneur de Domfront, ovl. in 1037.

Warin Vicomte d'Alencon.
Vermeld onder de vorm Alencione in de Merovingische tijd, Alercio in 1060 (waarschijnlijk een verschrijving voor *Alencio) en Alencio in 1070. .

Volgens Albert Dauzat en Charles Rostaing gaat het om de Gallische persoonsnaam Alantius, gevolgd door het suffix -o / -onem dat de plaats aangeeft. Ernest Nègre en René Lepelley stellen daarentegen dat het gaat om de Gallische persoonsnaam Allontius. .

Bij gebrek aan oudere vormen is het moeilijk te bepalen welke van deze twee beweringen juist is. Beide persoonsnamen bevatten bekende Gallische achtervoegsels zoals -(a)nti- (zoals in Bregenz, vroeger Brigantia) of (o)nti- (zoals in Besançon, vroeger Vesontio). Het lijkt eerder een plaatsnaam-samenstelling met een achtervoegsel *-onti-o of -anti-o, dan een op zichzelf staande persoonsnaam. Deze eindes, in het bijzonder -onti-o, komen veel voor in plaatsnamen zoals Lyons-la-Forêt (Licontio/Ligontio), Ressons-sur-Matz (Rosontio), Sigonce (Segontia, variant *-onti-a) en Besançon. .

Het eerste element "al-" kan overeenkomen met wat Pierre-Yves Lambert heeft vastgesteld in Gallische plaatsnamen zoals Alauna (Allonne/Allonnes). Dit zou afgeleid kunnen zijn van een Indo-Europees thema *al-, dat "voeden" betekent, te vinden in Oud-Iers alim, Latijn alo (zoals in alumnus, voeden, grootbrengen) en Oud-Noors ala (voeden). .

De betekenis zou "vruchtbare plek", of "voedzame plaats" zijn, passend bij de ligging van Alençon in een vruchtbare vlakte die contrasteert met de ruigere omliggende heuvels. .

Gelijkheid met plaatsnamen: Notre-Dame-d'Allençon (Alintumno, 658) en Lançon-de-Provence (de Alanzone, 980). Inwoners: Alençonnais. .

Begin van de bewoning van Alençon en omgeving: Archeologisch onderzoek laat zien hoe Alençon vanaf de prehistorie werd bewoond. Nabij de stad zijn locaties uit het Neolithicum ontdekt, zoals een steengroeve voor sieraden in Saint-Germain-du-Corbéis en sporen van nederzettingen in Cerisé. Uit de Bronstijd zijn in Cerisé begrafenisringen gevonden, terwijl de IJzertijd sterk vertegenwoordigd is in de regio, zichtbaar in plaatsnamen en Galische boerderijen (de zogenaamde 'indigene boerderijen') van vóór de Romeinse tijd.

Niet alle genoemde perioden komen terug op de precieze locatie van de stad Alençon. De Gallo-Romeinse periode is wel vertegenwoordigd met meerdere archeologische vondsten. Archeologen hebben vastgesteld dat deze locaties zich concentreren in twee ringen rondom Alençon. Zij concluderen dat deze plekken, met een agrarische functie, hebben bijgedragen aan de levensonderhoud van een dichter bevolkt centrum. Was dit een villa of een vicus? Het grootste probleem is dat er geen sporen van Gallo-Romeinse bewoning bekend zijn binnen de huidige grenzen van Alençon. Wel zijn er aanwijzingen van doorvoer: er zijn munten gevonden verspreid over de stad, zoals op de Rue des Grandes-Poteries, de Grande Rue, bij de oude Sarthe-brug, en de Rue des Tisons.

Alençon ontwikkelde zich oorspronkelijk in een bocht van de rivier de Sarthe, in het huidige Montsort-gebied. De Kelten gaven de voorkeur aan gezonde locaties zoals het kalkplateau van Montsort, in plaats van de moerassige gebieden waar Alençon vanaf de 10e eeuw uitbreidde. .

De kerstening van Normandië: De kerstening begon halverwege de 4e eeuw, geïnitieerd door Gallo-Romeinse aristocraten die in stedelijke centra woonden en grote landerijen bezaten. In deze periode viel Alençon onder de provincie “Tweede Lyonnaise.” Rond 380 werd deze provincie in tweeën gesplitst, met Tours en Rouen als hoofdsteden. De regio kende relatieve stabiliteit dankzij heiligen zoals Victricius en zijn contact met Ambrosius van Milaan. Relieken, waaronder die van Sint-Gervasius en Sint-Protasius, werden in 396 vanuit Milaan naar Sées gebracht, waarmee de kathedraal werd ingewijd en de verspreiding van het christendom op het platteland verder werd bevorderd.

De regio rond Alençon maakte deel uit van het “Tractus Armoricanus et Nervicanus,” een administratieve en militaire verdeling die bedoeld was om Saksische invasies vanaf zee tegen te houden. Later werden bestuurlijke eenheden zoals “pagi” (districten) ingericht, waaronder de pagus alencionnensis met Alençon als administratief centrum. .
In de Merovingische tijd stond Alençon bekend als Montsort, de nederzetting op de zuidelijke oever van de Sarthe, terwijl later de macht zich verplaatste naar de noordelijke oever. Archeologische vondsten zoals een funeraire kerk uit de 6e of 7e eeuw wijzen op vroege religieuze functies. .

Tijdens de Karolingische periode viel Alençon binnen het hertogdom Maine (ducatus cenomannensis). De stad leed onder Vikingen, die via de rivieren zoals de Sarthe het gebied binnenkwamen. Het verdrag van Saint-Clair-sur-Epte in 911 gaf Normandische Vikingen steeds meer gebied, waaronder Sées in 924, dat zich uitbreidde tot aan de Sarthe. .

In de 12e eeuw werd een priorij van de abdij van Lonlay opgericht. Dit markeert de overgang naar een meer georganiseerde tijd in de regio.

In 1414 werd Alençon verheven tot hertogdom en werd het de residentie van Marguerite d’Angoulême. In 1509 trouwde ze op 17-jarige leeftijd in eerste instantie met hertog Charles IV van Alençon. Na zijn dood in 1525, tijdens de slag bij Pavia, bleef Marguerite in Alençon, zelfs na haar hertrouwen met de koning van Navarra. Deze grootmoeder van de toekomstige koning Hendrik IV, en zus van koning François I, was een liefhebber van literatuur en verzamelde aan haar hof vele schrijvers. Haar tolerantie jegens hervormingsgezinden maakte Alençon tot een toevluchtsoord voor vervolgde geleerden zoals Clément Marot en Antoine Le Maçon, vertaler van Boccaccio. .

De protestantse Reformatie werd al in 1524 in het hertogdom Alençon gepredikt, mede dankzij Marguerites open geest. Onder andere Michel d'Arande en Pierre Caroli introduceerden nieuwe religieuze ideeën die veel inwoners tot calvinisme bekeerden. Alençon werd een centrum van de Reformatie en werd in 1530 zelfs "klein Duitsland" genoemd door een Duitse hervormer. In 1529 drukte Simon Du Bois er het "Kleine Catechismus" van Luther. Ondanks haar pogingen om protestanten te beschermen, zoals Gérard Roussel en Clément Marot, kon Marguerite niet voorkomen dat sommigen alsnog werden vervolgd en geëxecuteerd. .

Na Marguerites dood in 1549 werd het hertogdom definitief bij het koninklijk domein gevoegd. Tijdens de godsdienstoorlogen plunderden protestanten en katholieken elkaars kerken, wat tot grootschalige conflicten leidde. In de 16e eeuw wisselde de stad meerdere malen van hand tussen katholieken en protestanten. Alençon speelde een belangrijke rol in deze woelige periode. .

In de 17e eeuw, onder Richelieu, werd het hertogdom vervangen door de administratieve "généralité" van Alençon binnen Normandië. Rond 1665 stichtte Marthe La Perrière een fabriek voor het beroemde kantwerk "point d'Alençon", dat tot 8.000 kantwerkers tewerkstelde op het hoogtepunt. .

De opheffing van het Edict van Nantes leidde in 1685 tot vervolging van protestanten, die massaal vluchtten naar Engeland, de Nederlanden en de Kanaaleilanden. Dit veroorzaakte een economische terugslag, ondanks pogingen van functionarissen zoals Antoine Jean-Baptiste Alexandre Jullien (1766-1789) om stedelijke ontwikkelingen en landbouw te stimuleren.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geoffroy I*1012 Sablé-Sur-Sarthe [Frankrijk] †1051  39


Baudouin le Borgne de Langlée
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Baudouin (Baudouin II dit le Borgne) le Borgne de Langlée (Wavrin, de), geb. te Wavrin [Frankrijk] in 1210, Campbeur à Lille (Banquier) Receveur Comtal des Biefs de Flandres - Bourgeois de L, ovl. te Lomme [Frankrijk] tussen 1 mei 1285 en 31 mei 1285.

Baudouin le Borgne de Langlée.
Seigneur de Bauffremez , Seigneur de Langlée , Seigneur de Lomme et Capinghem.

Neef van de heren van Comines en van Cysoing, neemt hij deel aan de privé-oorlog die zij in 1276 voeren, en die eindigt met de schending van de collegiale kerk Saint-Pierre. Bij die gelegenheid werd de heer van Cysoing veroordeeld om jaarlijks een eerbetoon aan Sint-Pieter te brengen gedurende meer dan 400 jaar!! Vandaar de processie van de Rode Ridder, een feestelijkheid uit Lille die pas eindigde bij het voltooien van de straf. .

De afstammelingen van de heer van Cysoing moesten hem dus vervangen, want, om een reden die wij niet kennen, had de delinquent de slechte smaak om vóór zijn veertigste levensjaar te overlijden. .

Gehuwd met Marie Jacquemine de La Bourre rond 1215, uit wie: .
Antoine de Langlée de Wavrin, ca. 1250–1306 .

Gehuwd met Marotte de Beaufremez rond 1235, uit wie Isabeau Le Borgne.

 

tr. (1)
met

Marotte de Beauffremez, dr. van Thomas II of Allard de Beauffremetz de Wavrin en Marotte de Fournes (Dame héritière de Fournes en Weppes), geb. te Lille (Rijssel) [Frankrijk], ovl. na feb 1286, tr. (2) met Martin de Gommer, zn. van Dreux Drogon II de Gommer (Ecuyer - Bourgeois de Lille), geb. te Lille (Rijssel) [Frankrijk] in 1250, Bourgeois de Lille, ovl. te Lille (Rijssel) [Frankrijk] in 1294. Uit dit huwelijk een kind.

Martin de Gommer.
Een zekere Hubert Gommer (of de Gomer) voerde als wapen: van sabel bezaaid met 22 billetjes van goud, met de dwarsbalk van goud beladen met 4 arenden van keel, gerangschikt; het zegel waarvan hij zich in 1429 bediende droeg bovendien 1 ster met 5 stralen, geplaatst in het rechterhoofd van het schild, en had als helmteken een bourcq-hals.

De État de la Noblesse du Cambrésis, bladzijde 625, vermeldt Jacques de Gomer, ridder, die in 1276 aan de abdij van Le Verger 4 mercaudées land schonk, grenzend aan de hayettes van Oisy, met toestemming van Ricvine de Lagnicourt, zijn vrouw, en van zijn kinderen Jacques, Eustache, Jean en Simon de Gomer.

: – Jacques × Guillemette de Caintaing .

– Eustache was abt van Sint-Bertin te Sint-Omaars in 1296 .

– Jean was abt van Eaucourt in 1296.

– en Simon was de echtgenoot van Agnès de Senghin (Sainghin?) in de kasselrij van Rijsel (wapen van Senghin: ‘3 dwarsbalken en een rechterarm die een vogel op de vuist houdt’).

Een N… de Gomer, een Normandische heer, nam deel aan de verovering van Engeland met Willem de Veroveraar (slag bij Hastings).

De Gommers behoren tot de eerste families van het Liller patriciaat. Zij treden rond 1500 tot de adel toe, zoals de Artus, de le Preud'homme, de Vrete, met wie zij herhaaldelijk verbonden waren. .
Deze families bezetten het Magistraat van Rijsel tot het einde van de 15e eeuw, om zich er in de daaropvolgende eeuwen geleidelijk van los te maken.”.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pierre*1270     

tr. (2) in 1262
met

Jeanne Marotte de Beauffremez (Beaufremez, de), dr. van Thomas II of Allard de Beauffremetz de Wavrin en Marotte de Fournes (Dame héritière de Fournes en Weppes), geb. te Lille (Rijssel) [Frankrijk] in 1240, ovl. na feb 1286, tr. (1) voor 1262 met haar zwager Martin de Gommer, zn. van Dreux Drogon II de Gommer (Ecuyer - Bourgeois de Lille). Uit dit huwelijk een zoon, tr. (3) met haar neef Bauduin "le Changeur" le Borgne, zn. van Baudry Baudouin le Borgne en Pétronille de Maistaing de Jauche, geb. te Wavrin [Frankrijk] in 1240, ovl. te Lomme [Frankrijk] in 1298. Uit dit huwelijk een dochter.

Bauduin "le Changeur" le Borgne.
Changeur Bourgeois de Lille, Seigneur de Breucq et homme de fief de la Salle de Lille.Receveur comtal de Flandre, Seigneur de Lomme et de Capinghem, Chevalier.

Man van leen van de Salle van Rijsel, burger van Rijsel, geldwisselaar in Rijsel (bankier), grafelijk ontvanger van de “Brieven van Vlaanderen”. Heer van Lomme, van Beauffremez, van Capinghem, ridder, burger, geldwisselaar, bankier, grafelijk ontvanger van de lenen van Vlaanderen. .

Ridder, heer van Langmée, van Baufremez en van Espaing. Schrijfwijzen: “Baudes Li Borgn”, “Baudon Le Borgne”, “Baudouin Le Borgne”, “Boudewijn”, “Baudouin de Langlée de Wavrin”. .

Gérard, heer van Marlais en van Breucq, broer van Jean Marlais, verkocht in 1291 aan Baudon Le Borgne, rijke burger van Rijsel, voor de prijs van 4.000 pond, ongeveer de helft van de goederen die van deze heerlijkheid afhingen, “te nemen op het meest afgelegen deel van het domein van Bruech”, dat wil zeggen te Rijsel, te Fives en andere plaatsen, en waarvan Jeannin, dochter van Baudon, erfgename werd. Hij gaf de rest van de heerlijkheid aan zijn broer Jean de Marbais, die genoemde Jeannin huwde. .

Het deel dat de bruidsschat was van Jeannin Le Borgne, en waarvan het centrum in Rijsel lag, behield de naam pairie du Breucq. .

Bulletin de la Commission historique du département du Nord.

Uit dit huwelijk 2 kinderen.


Arien van Oosterhout
in
Kwartierstaat van Henk de Snoo
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld

Arien van Oosterhout.


Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Heiltje*1586 Sliedrecht †1620 Sliedrecht 34