Cees Hagenbeek
Jacob I van Mierlaer
Jacob I van Mierlaer.

Jacob I van Mierlaer.
vermeld 1213-1240, hij onderhield nauwe contacten met zowel de Heren van Meerhem (bij Roermond) als met de Heren van Kuijk, maar ook met de Graven van Gelre en Holland. In 1213 is hij getuige voor Rutger van Meerhem. In 1240 zegelt hij een akte van Hendrik III van Kuijk. Via zijn vrouw kwam de familie van Mierlaer rond 1260 in bezit van 1/3 deel Well en 1/3 deel Afferden (met onder meer het goed Bleijenbeek).

tr.
met

Justine van Straelen, dr. van Arnold van Straelen en Mechtildis van Gesserne (Wachtendonk), geb. circa 1185.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1220 Grave †1268 Keulen [Duitsland] 48


Justine van Straelen
Justine van Straelen, geb. circa 1185.

tr.
met

Jacob I van Mierlaer.

Jacob I van Mierlaer.
vermeld 1213-1240, hij onderhield nauwe contacten met zowel de Heren van Meerhem (bij Roermond) als met de Heren van Kuijk, maar ook met de Graven van Gelre en Holland. In 1213 is hij getuige voor Rutger van Meerhem. In 1240 zegelt hij een akte van Hendrik III van Kuijk. Via zijn vrouw kwam de familie van Mierlaer rond 1260 in bezit van 1/3 deel Well en 1/3 deel Afferden (met onder meer het goed Bleijenbeek).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1220 Grave †1268 Keulen [Duitsland] 48


Arnold van Straelen
Arnold van Straelen, geb. circa 1150.

tr.
met

Mechtildis van Gesserne (Wachtendonk) (Geiszerne), geb. circa 1155.

Mechtildis van Gesserne (Wachtendonk).
Geiszerne is de oude benaming van het land Wachtendonk = (Heuvel in het Moeraswater)'.
Um 1196 wird Arnold von Wachtendonk als erster seines Geschlechts genannt. Die erste schriftliche Erwähnung der Burg. In die tijd viel Geisern onder de Mühlgau.
Erstmals 946 in einem Privileg Ottos I. erwähnt, der Mühlgau bereits im Jahre 837. Die spätestens im 12. Jh. einsetzende Besiedlung Odenkirchens ging von der Burg der Herren von Odenkirchen Rabodo I aus.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Justine*1185     


Mechtildis van Gesserne (Wachtendonk)
Mechtildis van Gesserne (Wachtendonk) (Geiszerne), geb. circa 1155.

Mechtildis van Gesserne (Wachtendonk).
Geiszerne is de oude benaming van het land Wachtendonk = (Heuvel in het Moeraswater)'.
Um 1196 wird Arnold von Wachtendonk als erster seines Geschlechts genannt. Die erste schriftliche Erwähnung der Burg. In die tijd viel Geisern onder de Mühlgau.
Erstmals 946 in einem Privileg Ottos I. erwähnt, der Mühlgau bereits im Jahre 837. Die spätestens im 12. Jh. einsetzende Besiedlung Odenkirchens ging von der Burg der Herren von Odenkirchen Rabodo I aus.

tr.
met

Arnold van Straelen, zn. van Reinzo van Straelen, geb. circa 1150.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Justine*1185     


Meginhard III
Meginhard III , graaf van Hamaland en hertog van Friesland, ovl. circa 902.

Meginhard III .
Na de moord op Eberhard (I) volgt Meginhard III in 898 zijn broer op als graaf van Hamaland en hertog van Friesland (Frisia). Vooral de opvolging in het laatstgenoemde ambt is opmerkelijk, omdat Eberhard (I) deze op persoonlijke titel heeft verworven. De Brunharingen ontberen oorspronkelijk een stevige machtsbasis in Friesland. Blijkbaar heeft keizer Arnulf behoefte aan een stevige dynastie in het noordpoosten van zijn rijk. Waldger III van Teisterbant, de moordenaar van Eberhard (I) blijft merkwaardig genoeg onbestraft.

Bij de benoeming tot dux (hertog) heeft Eberhard (I) waarschijnlijk enkele goederen in het nieuw verworven ambtsgebied toegewezen gekregen om zijn nieuwe positie kracht bij te zetten. Deze goederen zullen samen met het ambt op Meginhard III overgegaan zijn. Een van de grootste problemen waarvoor Meginhard III zich na zijn aanstelling gesteld ziet is de plaats waar de bisschop van Utrecht zetelt. Bisschop Hunger heeft in 857 Utrecht verlaten en zijn opvolger Odilbald is na enkele omzwervingen waarschijnlijk voor 898 in Deventer terecht gekomen, waar ook de gravenzetel van Eberhard (I) en zijn opvolger Meginhard III zich bevindt. Voor de status van Hamaland is de aanwezigheid van de bisschopszetel enorm belangrijk. Bovendien is de invloed bij benoemingen van nieuwe bisschoppen zo groter. Wie het dichst bij het vuur zit. Tot 899 lijkt er niets aan de hand, het aanzien van Meginhard III binnen de rijksaristocratie is rijzende. In de loop van 899 doemen er problemen op. In dat jaar wordt Radbod (of Radboud) tot de nieuwe bisschop van Utrecht verheven met de instemming van keizer Arnulf, die drie maanden later zal overlijden. Meginhard III zal de benoeming niet hebben bevallen. Radbod is afkomstig uit de Reginaren-factie en via moederszijde verwant aan Waldger III van Teisterbant, de moordenaar van broer Eberhard (I). Mogelijk vindt de keizer dat Meginhard III's ster te snel rijst en denkt hij zo een evenwicht in het noordoosten van zijn rijk te creëren. Meginhard III zal Radbod in ieder geval niet vriendelijk in Deventer hebben ontvangen. Zeker niet wanneer Radbod meteen na zijn aanstelling zijn plannen met betrekking tot de verhuizing van de bisschopszetel naar Utrecht ontvouwt. Meginhard III verzet zich met succes, de plannen gaan vooralsnog de ijskelder in. Al zal het waarschijnlijk nooit de bedoeling van de Utrechtse bisschoppen geweest om zich permanent in Deventer te vestigen.

tr.
met

Irenfried .

Irenfried .
zuster van de Luitward, bisschop van Vercelli, 890-895. Op de vraag met wie Meginhard III getrouwd is heeft menigeen zich de tanden kapot gebeten, maar een definitief antwoord is tot op heden niet geformuleerd. Ook de volgende generatie Brunharingen, Meginhard IV en Eberhard (II), heeft nog geen definitieve plek in de stamboom gevonden. Zijn zij zonen van Eberhard (I) of Meginhard III?


Irenfried
Irenfried .

Irenfried .
zuster van de Luitward, bisschop van Vercelli, 890-895. Op de vraag met wie Meginhard III getrouwd is heeft menigeen zich de tanden kapot gebeten, maar een definitief antwoord is tot op heden niet geformuleerd. Ook de volgende generatie Brunharingen, Meginhard IV en Eberhard (II), heeft nog geen definitieve plek in de stamboom gevonden. Zijn zij zonen van Eberhard (I) of Meginhard III?

tr.
met

Meginhard III , zn. van Meginhard Graaf van Hamalant, der Friesen (Écuyer Comte de Hamaland, vermeld 861-880) en Evesa van Argengouw (gravin van Hamaland, vermeld 861-881), graaf van Hamaland en hertog van Friesland, ovl. circa 902.

Meginhard III .
Na de moord op Eberhard (I) volgt Meginhard III in 898 zijn broer op als graaf van Hamaland en hertog van Friesland (Frisia). Vooral de opvolging in het laatstgenoemde ambt is opmerkelijk, omdat Eberhard (I) deze op persoonlijke titel heeft verworven. De Brunharingen ontberen oorspronkelijk een stevige machtsbasis in Friesland. Blijkbaar heeft keizer Arnulf behoefte aan een stevige dynastie in het noordpoosten van zijn rijk. Waldger III van Teisterbant, de moordenaar van Eberhard (I) blijft merkwaardig genoeg onbestraft.

Bij de benoeming tot dux (hertog) heeft Eberhard (I) waarschijnlijk enkele goederen in het nieuw verworven ambtsgebied toegewezen gekregen om zijn nieuwe positie kracht bij te zetten. Deze goederen zullen samen met het ambt op Meginhard III overgegaan zijn. Een van de grootste problemen waarvoor Meginhard III zich na zijn aanstelling gesteld ziet is de plaats waar de bisschop van Utrecht zetelt. Bisschop Hunger heeft in 857 Utrecht verlaten en zijn opvolger Odilbald is na enkele omzwervingen waarschijnlijk voor 898 in Deventer terecht gekomen, waar ook de gravenzetel van Eberhard (I) en zijn opvolger Meginhard III zich bevindt. Voor de status van Hamaland is de aanwezigheid van de bisschopszetel enorm belangrijk. Bovendien is de invloed bij benoemingen van nieuwe bisschoppen zo groter. Wie het dichst bij het vuur zit. Tot 899 lijkt er niets aan de hand, het aanzien van Meginhard III binnen de rijksaristocratie is rijzende. In de loop van 899 doemen er problemen op. In dat jaar wordt Radbod (of Radboud) tot de nieuwe bisschop van Utrecht verheven met de instemming van keizer Arnulf, die drie maanden later zal overlijden. Meginhard III zal de benoeming niet hebben bevallen. Radbod is afkomstig uit de Reginaren-factie en via moederszijde verwant aan Waldger III van Teisterbant, de moordenaar van broer Eberhard (I). Mogelijk vindt de keizer dat Meginhard III's ster te snel rijst en denkt hij zo een evenwicht in het noordoosten van zijn rijk te creëren. Meginhard III zal Radbod in ieder geval niet vriendelijk in Deventer hebben ontvangen. Zeker niet wanneer Radbod meteen na zijn aanstelling zijn plannen met betrekking tot de verhuizing van de bisschopszetel naar Utrecht ontvouwt. Meginhard III verzet zich met succes, de plannen gaan vooralsnog de ijskelder in. Al zal het waarschijnlijk nooit de bedoeling van de Utrechtse bisschoppen geweest om zich permanent in Deventer te vestigen.


Froila Guterrez de Coimbra
Froila Guterrez de Coimbra, geb. Coimbra [Portugal] circa 900, Comte de Coïmbra, ovl. circa 943.

tr.
met

Saracina , geb. circa 908.

Uit dit huwelijk een zoon:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Munio*925 Coimbra [Portugal]    


Saracina
Saracina , geb. circa 908.

tr.
met

Froila Guterrez de Coimbra, zn. van Gutierre Arias de Menéndez de Coimbra (Conde, 2º del Sobrado) en Ilduara (Aldara) Ériz de Lugo (Sainte, una das principais e máis cualificadas aristócratas da centuria), geb. Coimbra [Portugal] circa 900, Comte de Coïmbra, ovl. circa 943.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Munio*925 Coimbra [Portugal]    


Gutierre Arias de Menéndez de Coimbra
Gutierre Arias de Menéndez de Coimbra, geb. circa 868, Conde, 2º del Sobrado, ovl. circa 933.

tr.
met

Ilduara (Aldara) Ériz de Lugo, dr. van Ero Fernandez (Ferdinandi) de Lugo (Conde de Lugo e de Galícia) en Doña Elvira Adosinda Romanez de Monterroso, geb. circa 871, Sainte, una das principais e máis cualificadas aristócratas da centuria, ovl. circa 948.

Ilduara (Aldara) Ériz de Lugo.
Documenten tussen 916 en 958 .

Dochter van Ero Ferdinandi, graaf van Lugo, en zijn vrouw Dona Adosinde, en kleindochter van vaderskant van graaf Fernando de Castrosiero en zijn vrouw Gutina. Dona Ilduara bevestigt een schenking in 937 aan Lorvão en deed meerdere schenkingen aan Celanova. .

In de genoemde verdeling van S. Rosendo met haar broers, op 11.3.934, staat: "Het beviel ons om onder ons een verdeling van villa's te maken uit de erfenis van onze grootouders Hermegildi en Ermedinde, Eroni en Adosinde, evenals onze ouders Guttierris en Iduari". .

Op 27 feb 938 schonk Ilduara Eriz, weduwe van Gútier Menéndez en moeder van [San] Rosendo, verschillende villa's, vee, huisraad en twee boeken aan het klooster van Celanova voor na haar dood of wanneer ze dat zelf bepaalde (TC, 5v-6v. Celanova 57). .

Op 30 dec 940 schenkt Pelayo aan Dona Ilduara en haar kinderen de helft van twaalf 'villares' als compensatie voor vijf ossen die hij hen moest betalen, krachtens een gerechtelijke uitspraak, voor de dood van een 'iunior' genaamd Froila, die hij had gedood met andere gezellen (TC, f155v, 2ª col.- 156r, 1ª col. Celanova 64). .

Op 27 jn 948 verkopen Lalino en Ayatro (of Ariatro) land aan Dona Ilduara Eriz in de vila van Arcozello, aan de oevers van de rivier de Leza, in het gebied van Portugal, en ontvangen als prijs twee solden, een in tarwe en de ander gelijk aan de waarde van een dier dat was toevertrouwd aan de genoemde Dona Ilduara en dat was gestorven (TC, f173r, 2ª col.-v, 1ª col. Celanova 82).

Lugo is een stad in het noordwesten van Spanje, de hoofdstad van de provincie Lugo, in de autonome gemeenschap Galicië. Het ligt ongeveer honderd kilometer van de Costa a Mariña, aan de Cantabrische Zee. De stad staat bekend om de stadsmuren die de stad omringen, een goed bewaard gebleven overblijfsel van de Romeinse beschaving uit de 3e eeuw.

In 26 v.Chr. arriveerde een Romeins expeditieleger onder bevel van Caius Antistius Vetus in de regio die later Gallaecia werd genoemd, met als doel de noordwestelijke regio van het Iberisch schiereiland te controleren. Hij vestigde een kamp op het grondgebied van het huidige Lugo in 25 v.Chr, dat hij Lucus Augusti noemde. Volgens een eerste theorie is Lucus een Latijns woord dat "heilig bos" betekent. De Latijnse naam van Lugo zou dus "het heilige bos van Augustus" betekenen. .

Een andere theorie suggereert dat Lucus een pre-Romeinse oorsprong heeft, gebaseerd op de Keltische mythologische godheid Lug of Lugh. .

Tijdens de neergang van het Romeinse Rijk veroverden de Sueben, een Germaans volk dat Hispania in 409 had binnengevallen, Lugo en heel het noordwesten van het Iberisch schiereiland, en stichtten in de regio een koninkrijk met Braga als hoofdstad. Dit koninkrijk werd in 585 geannexeerd door de Visigoten. Lugo maakte vervolgens deel uit van het Visigotische koninkrijk Spanje, tot de islamitische verovering van het begin van de 8e eeuw. Bezet door de Arabieren in 714, werd de stad in 741 heroverd door koning Alfons I van Asturië. .

Onder het regime van Napoleon I, tijdens de Spaanse campagne, werd Lugo bezet door de Fransen. Tussen 18 en 23 mei 1809 verdedigde François Louis Fournier-Sarlovèse de stad met slechts 1.500 man tegen 20.000 belegerende Spanjaarden. .

De provincie Lugo De provincie Lugo (in het Spaans en Galicisch: Provincia de Lugo) is een van de vier provincies van de autonome gemeenschap Galicië, in het noordwesten van Spanje. De hoofdstad is de stad Lugo.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Froila*900 Coimbra [Portugal] †943  43


Ansfried de Betuwe
Ansfried de Betuwe, geb. circa 810, Comte de Frioul (puis) Comte de Betuwe, de Saint-Varne, ovl. in 846.

 

tr. in 840
met

Oda (Oda Billung) van Billung (Oda Billung Ode de Baviere) (Saxe, de), dr. van Bruno II Billing van Saksen (Comte en Saxe) en Aeda van Italië, geb. circa 822, ovl. op 17 mei 913, tr. (1) met haar halfbroer Ludolf (Ludolf Billung) von Sachsen (Ludolf van Saksen). Uit dit huwelijk 2 kinderen, tr. (3) met Turolf de La Ferté-Frênel, zn. van Renaud Rongvalt de La Ferté-Frênel (Baron de La Ferté). Uit dit huwelijk 2 zonen.

Ludolf von Sachsen (Ludolf van Saksen).
vanaf 840 vermeld als graaf in Saksen. In 845 bezocht hij met zijn vrouw paus Sergius II in Rome, om zijn steun te vragen voor de oprichting van een vrouwenklooster. Dat klooster werd door hen gesticht in 852 in Brunnshausen, en zou later naar Gandersheim worden verplaatst. Vanaf 850 wordt hij ook genoemd als hertog van de Oost-Saksen (Latijn: dux orientalis Saxonum), hij vocht tegen de Slaven en de Vikingen. Zijn persoonlijke bezittingen lagen ook in het oosten van Saksen. Liudolf is begraven in zijn eigen klooster in Brunnshausen.
840 Graf in Thüringen/Ostsachsen, Neffe? des Widukind und einer der Stammesfürsten der Sachsen im 9. Jh. Durch seine Heirat mit der fränkischen Prinzessin Oda erlangte er eine einflußreiche Stellung im deutschen Reich. 850 Dux Orientaliumm Saxonum, 852 Stifter des Klosters Gandersheim (Brunshausen). filiation?, Begraben zu Brunshausen, Quellen: Agius v.Corvey: Vita Hathumodae, Widukind v.Corvey: Sachsengeschichte, Hrotsvith v.Gandersheim: Primordia coenobii Gandershemensis.

Oda van Billung (Oda Billung Ode de Baviere).
Oda van Billung (ca. 806 - 17 mei 913), was een dochter van de princeps van Billung (Billungers) en Aeda, dochter van Pepijn van Italië en dus kleindochter van Karel de Grote. Oda stichtte in 885 het klooster van Calbe an der Milde en werd meer dan 100 jaar oud. Liudolf en Oda hadden twaalf kinderen.


Kunigunde
Kunigunde , geb. circa 920, ovl. circa 980.

tr.
met

Meginhard IV van Teisterbant, zn. van Everhard I Saxo (graaf van Hamaland en markgraaf van Friesland) en Adelinde de Babenberg, geb. in 889, Comte de Hamaland, ovl. in 955, relatie (1) met Hirmentrud Kunigunde NN, ovl. circa 930. Uit deze relatie 2 kinderen.

Hirmentrud NN.
Dochter van graaf Gerhard (I) van Gulikgouw en Oda van Saksen. Waarschijnlijk is dit huwelijk een onderdeel van de verzoeningspolitiek tussen de Konradijnen en Matfriedingers. Als koppelaar zal dan waarschijnlijk Gebhard van Lotharingen optreden, omdat hij belangen in het hertogdom Lotharingen heeft. Bovendien heeft Gerberga mogelijk bezittingen in en rondom Deventer, de machtszetel van de Brunharingen, zodat zij een interressante partij is. Van haar zus Uda is bekend dat zij haar goederen in 956 in de stad Deventer, in de buurt van Deventer en in het graafschap van Wichman (IV) terugkrijgt, omdat zij niet heeft ingestemt met een schenking van haar moeder Oda aan het Sint Mauritiusklooster in Magdeburg. Na het overlijden van Uda in 960 wordt alsnog de schenking voltooid en blijkt het te gaan om een domeinhof en 32 kleinere hoeves in de stad en negentien meer verspreid gelegen hoeves. Mogelijk stammen deze bezittingen uit het weduwengoed van Oda, die in 897 is getrouwd met Zwentibold, de laatste koning van Lotharingen.

Meginhard IV van Teisterbant.
Vermeld 914-952, graaf van Hamaland en markgraaf van Friesland.

Hamaland (ook bekend als Hameland of Hamalant) was een middeleeuws Karolingisch graafschap gelegen in het oosten van het huidige Nederland. De naam is afkomstig van de eerste bewoners, de Chamavi, die verschenen in de nieuw gevormde confederatie van de Franken. Het ligt ten oosten van de rivier de IJssel en ten zuiden van Salland (de oorspronkelijke regio van de Frankische stam Salii) en Twente (de oorspronkelijke regio van de Germaanse stam Tuihanti). Hamaland en de Chamavi werden sinds de late oudheid bestuurd door onafhankelijke koningen, voordat ze werden geannexeerd door de Karolingische Franken. .

Vanaf de 9e eeuw was er een Hertogdom Hamaland, waarvan de heersers grote delen van het centrum, oosten en noorden van het huidige Nederland verwierven. Dezelfde familie verwierf ook belangrijke delen van het Duitse district Münster en gebieden verder naar het zuiden, waarschijnlijk rond Nassau. Toen de lijn van de graven uitstierf, werd Hamaland een van de pijlers van de Hertogen van Gelre en zo een deel van het Hertogdom Gelre. Andere afstammelingen van de lijn kregen een bepaalde positie in het Hertogdom Kleef en in de aartsbisdommen van Utrecht en Münster. .

Tegenwoordig is Hamaland een onderdeel van de Nederlandse provincie Gelderland.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wichman IV  †974   


Wiltrud
Wiltrud .

Wiltrud .
Mogelijk een kleindochter van Asig I, graaf in de Hessengouw.

relatie
met

Everhard I Saxo1 (im Keldachgau), zn. van Meginhard Graaf van Hamalant, der Friesen (Écuyer Comte de Hamaland, vermeld 861-880) en Evesa van Argengouw (gravin van Hamaland, vermeld 861-881), geb. circa 860, graaf van Hamaland en markgraaf van Friesland, ovl. in 898, tr. (2) met Adelinde de Babenberg, dr. van Poppon II de Babenberg (Chevalier Marquis de Sorbenmark Duc austrasien) en Ingeltrude van Friuli, geb. circa 865. Uit dit huwelijk 4 kinderen.


Bronnen:

1.Rijnland in de donkere eeuwen, Rijnland in de donkere eeuwen, Freek Lugt, Primavera, Leiden, 2021 (B 051) (blz. 207)

Waltbert van Graingouw
Waltbert van Graingouw.

tr.
met

Mathilde van Herford.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Diederik*872  †917  45


Mathilde van Herford
Mathilde van Herford.

tr.
met

Waltbert van Graingouw.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Diederik*872  †917  45


Diederik III van Kleef van Hamaland
Diederik III van Kleef van Hamaland, geb. circa 970, graaf van de Betuwe.

Diederik III van Kleef van Hamaland.
Hij werd ook wel Diederik I van Kleef genoemd, was graaf van Hamaland van -1017, uit het geslacht der Immedingen. Zijn vader, Immed IV van Hamaland, ook wel Immed van Kleef genoemd, was de eerste echtgenoot van Adela van Hamaland, dochter van graaf Wichman IV.
Bij het overlijden van zijn vader Immed in 983 was Diederik nog erg jong om daadwerkelijk het graafschap over te nemen. De tweede echtgenoot van zijn moeder, Balderik van Duffelgouw, probeerde zich als heerser door te zetten. Diederik werd in 1017 bij Upladen, de burcht van zijn stiefvader Balderik, vermoord. Balderik liet zich nu ook graaf van Hamaland noemen, hoewel het niet duidelijk is in hoeverre hij ook echt als graaf erkend werd.
Diederik verkreeg ook het graafschap Teisterbant, mogelijk door een huwelijk met een dochter van graaf Unruoch van Teisterbant.

tr.
met

NN van Teisterbant, dr. van Nevelong van de Betuwe en Liethard van Henegouwen.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bava     
Gerberga     


NN van Teisterbant
NN van Teisterbant.

tr.
met

Diederik III van Kleef van Hamaland, zn. van Immed IV Graf in Westsachsen en Adela gravin van Hamaland, geb. circa 970, graaf van de Betuwe.

Diederik III van Kleef van Hamaland.
Hij werd ook wel Diederik I van Kleef genoemd, was graaf van Hamaland van -1017, uit het geslacht der Immedingen. Zijn vader, Immed IV van Hamaland, ook wel Immed van Kleef genoemd, was de eerste echtgenoot van Adela van Hamaland, dochter van graaf Wichman IV.
Bij het overlijden van zijn vader Immed in 983 was Diederik nog erg jong om daadwerkelijk het graafschap over te nemen. De tweede echtgenoot van zijn moeder, Balderik van Duffelgouw, probeerde zich als heerser door te zetten. Diederik werd in 1017 bij Upladen, de burcht van zijn stiefvader Balderik, vermoord. Balderik liet zich nu ook graaf van Hamaland noemen, hoewel het niet duidelijk is in hoeverre hij ook echt als graaf erkend werd.
Diederik verkreeg ook het graafschap Teisterbant, mogelijk door een huwelijk met een dochter van graaf Unruoch van Teisterbant.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bava     
Gerberga     


Gerberga van Kleef van Hamalant
Gerberga van Kleef van Hamalant.


Willem Elling
Willem Elling, geb. Roswinkel in 1560.

Willem Elling.
Op 22-2-1610 is er sprake van een dufslag door Willem Ellinge aan Herman Lambarts. Willem Ellinge wordt genoemd in 1612 en 1614. In de akte wordt gesproken over "de pachter van het gesaeij te Roswinkel". Niet duidelijk of dit Willem Ellinge betreft, of dat hij het stuk ondertekend.
Op 22-5-1620 is Willem Ellinge voor zich en als volmacht van Albert Boelken en Jan Frieseeiser tegen de buren van Valthe over de buurlasten.


Hij krijgt 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hindrik*1590 Roswinkel    
Johan*1575 Roswinkel    


Johan Willems Elling
Johan Willems Elling, geb. Roswinkel circa 1575.

Johan Willems Elling.
Vlachtweddae Saturni den XXen Martij 1630:.
In saecken Boleman ter Haar impt versoeckende van Derck Memmes als borge voor Johan Ellinghe op Rosewinckel gedagede, restitutie van soodane gecofte en ontvangene osse van Henric als dess elfs gedagedens principael Johan voors. hem selfsheerich sulde hebben onthaelt in naestverleedene herfste. Daertegens de voors. gedagede sustineert dat impt alvooren sulde moeten bewisen den allegeerde van de questieuse osse van Henric Ellinghe of eemandt anders..
Vlachtweddae, Mercurij den XXIen Septembr. 1631:.
In saken Herman Ellingh tot Borsen, in Westphalen impt, versoeckende van Henric Willems op Rosewinkel in Drenthe, gedenuncieerde betalinge van vijf en vijftich rijxdalers rijxdalers ses stuivers, cra cht vertoenede handschrift van den III-en Septembris laestleeden, met noch anders ses rijxdalers, Uut desselven alhijr gearresteerde drie hingeste voelen en penningen onder Jacob Hermans tot Wedde, Bole ter Wissche, en Johan Wiltingh respective. Daertegens des gedenuncieerden vader Johan Willems gehoort, allegerende dat impt d'arresteerde voelen t'erst an sijn soen in coop overgedaen en nu tot Wedde wederomme selfstheerich angetastet, en deur Jacob Hermans an Peter Geerts in Bleiham anderwerfs vercoft sulde hebben..
Met sustenue dat oversulx dieselve voelen den impt behoeren werden ancortet voor die van sijnen soene belovede coop penningen, onder presentatie van de reste daetliken te betalen of daervoor Luicken ten Kampe als borge te stellen..
Johan Wever is op 16-11-1620 eiser tegen Johan Ellinge. Hij wil betaling van 4 daalder.


Meinwerk van Kleef
Meinwerk van Kleef, bisschop van Paderborn 1009-1036, ovl. in 1036.