Genealogische website van Cees Hagenbeek
Sulpicus van Charroux
Sulpicus van Charroux, graaf van La Haute Marche.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Boso I  †968   


Elburg van Langerak
Elburg van Langerak, van Polanen van Asperen, ovl. voor 1426.

tr. (1)
met

Johan van Polanen, zn. van Otto III van Asperen van Polanen en Johanna van Voorst en Keppel (vrouw van Voerst en Keppel), tr. (1) met Katharina von Gemen, dr. van Heinrich III von Gemen en Catharina von Bronckhorst. Uit dit huwelijk geen kinderen.

tr. (2)
met

Johan van Langerak, zn. van Gijsbert van Langerak en Johanna van Heusden en van Drongelen, geb. na 1380, ovl. voor 12 sep 1438,
, Beleend met Langerak 1405; dijkgraaf van de Alblasserwaard 1409; wordt aangesteld tot drost, baljuw en rentmeester van het land van Altena en tot kastelein van Loevestein 9-5-1411 en 13-5-1413; doet afstand van zijn leen Giessen, ‘s-Gravenhage 25-7-1413; kastelein van Woudrichem
12-2-1415; belooft, met de edelen en steden van Zuid-Holland, Jacoba van Beieren als erfdochter en opvolgster te zullen erkennen 15-8-1416; door haar belast met het bestuur van de goederen van Jan en diens broer Willem van Egmond en het kasteleinschap van Rijnegom, ‘s-Gravenhage 20-7-1417; beleend met half Nieuwpoort en de hofstee Langenstein 16-3-1420; baljuw van Schoonhoven 1422; maakt een magescheid met zijn dochter Elburg en haar man wegens de nalatenschap van haar moeder 16-12-1433.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elburg*1412  †1488  76


Bernhard I van Périgord
Bernhard I graaf van Périgord, graaf van Périgord en Agen 920-936, ovl. na 962,
, Grandin, 962 Ererbung von Angouleme.

relatie
met

Garsinde


Garsinde
Garsinde .

relatie
met

Bernhard I graaf van Périgord, zn. van Willem van Périgord en Agen (graf van Périgord en Agen), graaf van Périgord en Agen 920-936, ovl. na 962,
, Grandin, 962 Ererbung von Angouleme


Niketos van Skleros
Niketos van Skleros, geb. circa 885.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Constantijn*920  †980  60


Otto III van Asperen van Polanen
Otto III van Asperen van Polanen,
, Vermeld als knape 4-7-1383, als ridder en raad van hertog Albrecht 18-4-1391; wordt evenals zijn vader en zijn broers verbannen 28-5-1393, doch krijgt vergiffenis 1-5-1397; wordt door hertog Albrecht als heer van Voorst en Keppel beleend met alle goederen welke zijn schoonvader in leen had
gehad 2-1-1402; wordt vermeld als heer van Voorst 31-3-1402 en 30-1-1404; geeft samen met zijn echtgenote stadsrecht aan Keppel 17-9-1404; wordt door graaf Willem VI opnieuw beleend 11-1-1407; door het overlijden van zijn vader ook heer van Asperen 1412/13; draagt samen met zijn echtgenote Voorst en Keppel op aan hun zoon Johan (onder beding die beide heerlijkheden te allen tijde ongesplitst te laten) 1416; zegt de toekomstige gravin Jacoba zijn steun toe 15-8-1416; tekent de Gelderse landvrede 29-9-1419; draagt samen met anderen het land van Dalem over aan hertog Arnold van Gelre 9-6-1425.

tr.
met

Johanna van Voorst en Keppel, dr. van Wolter heer van Voerst en van Keppel en Kunigunde von Mörs, vrouw van Voerst en Keppel,
, Johanna van Voerst, vrouw van Voerst en Keppel en zeker de dochter van Wolter, heer van Voerst en Keppel, was gehuwd met Otto van Polanen, heer van Asperen, volgens VAN LEEUWEN, Batavia illustrata, blz. 1160, zoon van Dirck van Polanen, geheeten van der Lecke, en van N. N. van Arkel, vrouw van Bergambacht, Stolwijk en Asperen. Den 31 Maart 1402 wordt hij Otto van Asperen, heer van Voerst, genoemd (VAN DOORNINCK, Tidr. Reg, II, 92)) een teeken, dat hij toen reeds gehuwd was.r-- 1404, 17 April. Otto van Asperen, ridder, heer van Voerst en Keppel, en Johanna, vrouw van Voerst, Asperen en Keppel, geven stadsrechten aan Keppel (NIJHOFF, Bijdr, IX, II, 88). Otto en Johanna droegen in 1416 Voerst en Keppel op aan hun zoon Johan van Asperen, onder beding die beide heerlijkheden ten allen tijde ongesplitst te laten.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan     
Cunegonda     



Bronnen:
1.Heraldieke Bibliotheek. (HB), J.B. Rietstap, ’s-Gravenhage


Donald II of IV van Schotland
Donald II of IV (Dasachtach, Domhnall IV/V) van Schotland, koning van Schotland 900, ovl. in 900.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Malcolm I  †954 Moray  


Wouter 'Stoutkind' van Egmond gen. van Haarlem
Wouter 'Stoutkind' van Egmond gen. van Haarlem,
, Hij is een nieuwe element in de stamboom. Groesbeek heeft hem aan de vergetelheid ontrukt. Deze Wouter ging door het leven als Wouter van Haarlem maar gebruikte het Egmondse wapenzegel. Hij zal naar zijn moederlijke grootvader Wouter van Haarlem zijn vernoemd. Volgens Groesbeek behoorde het losse wapenzegel van deze Wouter (genoemd van Haarlem) van Egmond dan ook niet bij de oorkonde van 1237 waarin inderdaad een Wouter van Haarlem getuigde.

 


Arpad van Hongarije
Arpad van Hongarije, vorst van Hongarije in 886, ovl. in 907.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Zoltan*896  †949  53


Gerard II van Egmond
 
Gerard II van Egmond, geb. Egmond aan den Hoef in 1200, ovl. Candia, Kreta [Griekenland] op 25 dec 1242,
, hij volgde zijn vader in 1234 in de lenen op. Hij bezocht twee keer het Heilige Land en zou op de laatste reis zijn overleden en te Candia, op Kreta, in het Minnebroedersklooster begraven zijn. Op 08-10-1229 laat hij een kapel wijden in het slot op den Hoef.

  • Vader:
    Willem heer van Egmond, zn. van Wouter "de Kwade" Heer van Egmond (Twaalfde Heer van Egmond) en Mabilia I Hugodr Clementina van IJsselmonde (Vrouwe van Egmond), geb. circa 1180, 13e Heer van Egmont 1208-1234, ovl. Egmond op de Hoef op het slot op 17 mei 1234,
    , Vogt der Abtei Egmond, fällt gegen die Stedinger.
    Willem, eerste zoon van Wouter de Heer van Egmond, troude tegen de zin van zijn Moeder de Jonkvrow Badeloge, Dogter van de Heer van Amstel
    De bezwaren betroffen het standsverschil: Hoge Adel vs. ministerialen (niet vrije dienstmannen)
    In het voorjaar van 1234 trok Willem mee met Hendrik I en Floris IV in een kruistocht tegen ketterse Stedingers, in een van de veldslagen nabij de Elbe is Willem gesneuveld.
    Hij was advocatus van de abdij, vermeld op 28 aug 1215 en in juli 1221. Hij was leenvolger van zijn vader Wouter I van Egmond.
    Hij was onder de aanzienlijke edelen ten tijde van de graven Willem I en Floris IV en was, evenals zijn vader, advocatus van de abdij en werd in 1227 door de abt met verschillende goederen beleend, al twistte hij ook langdurig met hen over de rechten, die hij aan zich getrokken zou hebben. In het voorjaar van 1234 vergezelde hij Floris IV met vele andere edelen op diens kruistocht tegen de Stedingers aan de Elbe; hijzelf liet er het leven op 17-05-1234 en is begraven in de kapel, welke hij aan het door hem herstelde slot op de Hoef had doen bouwen.
    Willem I van Egmont (ca.1180 - Elbe, 17 mei 1234) was Heer van Egmont.
    Hij was een zoon van Wouter van Egmont en Mabelia van IJsselmonde. Hij werd op 28 augustus 1215 tot rentmeester of voogd van de Sint-Adelbertabdij benoemd, dit deed hij tot 1221.
    Hij liet in 1227 een kapel bouwen bij het slot aan de hoeven.
    Hij was onder de aanzienlijke edelen ten tijde van de graven Willem I en Floris IV, was evenals zijn vader, advocatus der abdij en werd in 1227 door de abt met verschillende goederen beleend, zodat hij blijkbaar de leenheerschappij der abten erkende, al twistte hij ook langdurig met hen over rechten, die hij aan zichzelf ontleende.
    In het voorjaar van 1234 trok hij mee met Floris IV van Holland als vazal om de stedingers een halt toe te roepen, in een van de veldslagen nabij de Elbe werd Willem gedood.
    Zijn lichaam werd teruggebracht en begraven in het slotkapel in Egmond aan den Hoef, tr.
 
 

tr. (1)
met

Mabelia , ovl. op 29 mei 1223.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sophia  †1309   

tr. (2)
met

Beatrix Willems van Haarlem, dr. van Willem heer van Egmond (13e Heer van Egmont 1208-1234) en Clementia Badeloch van Amstel, geb. Haarlem circa 1205, ovl. Leiden op 25 dec 1262.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem II*1221  †1304  82

tr. (3)
met

Elisabeth de Rover van Montfoort, ovl. in 1262.

Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 71)


Maroth van Bihar
Maroth van Bihar, vorst van Bihar.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
NN     


Mabelia
Mabelia , ovl. op 29 mei 1223.

tr.
met

Gerard II van Egmond, zn. van Willem heer van Egmond (13e Heer van Egmont 1208-1234) en Clementia Badeloch van Amstel, geb. Egmond aan den Hoef in 1200, ovl. Candia, Kreta [Griekenland] op 25 dec 1242,
, hij volgde zijn vader in 1234 in de lenen op. Hij bezocht twee keer het Heilige Land en zou op de laatste reis zijn overleden en te Candia, op Kreta, in het Minnebroedersklooster begraven zijn. Op 08-10-1229 laat hij een kapel wijden in het slot op den Hoef, tr. (2) met zijn zus Beatrix Willems van Haarlem. Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder, tr. (3) met Elisabeth de Rover van Montfoort. Uit dit huwelijk geen kinderen.

 

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sophia  †1309   


Waleran van Valois en Vexin
 
Waleran (Walram) (Waleran I) van Valois en Vexin (Meulan, de), geb. circa 885, graaf van Vexin, graaf van Pontoise, ovl. in 965,
, Vogt der Abtei St.Denis, deren Bannerträger (der Oriflamme), bei Stokvis: Gemahlin Hildegard von Flandern.

tr.
met

Hildegarde Baudouinides, geb. Gent [België] circa 934, ovl. Meulan [Frankrijk] op 15 apr 990, begr. Meulan [Frankrijk].

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Robert*950 Amiens [Frankrijk] †1037 Dreuil-lès-Amiens [Frankrijk] 87
Walter I  †987   


Adelheid van Dreux
Adelheid van Dreux.

tr.
met

Landerich van Dreux, geb. Dreux [Frankrijk] circa 915, graaf van Dreux.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Eva/Adelheid*945  †1017  72


Landerich van Dreux
Landerich van Dreux, geb. Dreux [Frankrijk] circa 915, graaf van Dreux.

tr.
met

Adelheid van Dreux, dr. van Fulco I de Rode van Anjou (graaf van Anjou) en Roscilla van Loches (gravin van Anjou).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Eva/Adelheid*945  †1017  72


Hendrik van Boutershem
Hendrik van Boutershem1, geb. circa 1280, heer van Boutershem, ovl. op 11 jul 1302.

tr.
met

Maria van Hemricourt, dr. van Guillaume Mauclerc de Hemricourt (ridder) en Catherine de Coucy de Berlaymont, geb. circa 1250, erfdochter van Hemricourt, Vrouwe van Kikempoix, ovl. op 19 nov 1304, tr. (2) met Arnoul V de Walhain. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria  †1325   10 
Henrick VI  †1333   



Bronnen:
1.Ons Voorgeslacht (OV nieuw), Periodiek (OV), Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Rotterdam, vanaf 1946 (blz. 131)
2.Europäische Stammtafeln (ES 8), Detlev Schwennicke, Marburg [Duitsland], 1980 (blz. 29)


Leszek IV van Polen
Leszek IV van Polen, hertog van Polen 892, ovl. in 921.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ziemonslaw  †964   


Johanna van Voorst en Keppel
Johanna van Voorst en Keppel, vrouw van Voerst en Keppel,
, Johanna van Voerst, vrouw van Voerst en Keppel en zeker de dochter van Wolter, heer van Voerst en Keppel, was gehuwd met Otto van Polanen, heer van Asperen, volgens VAN LEEUWEN, Batavia illustrata, blz. 1160, zoon van Dirck van Polanen, geheeten van der Lecke, en van N. N. van Arkel, vrouw van Bergambacht, Stolwijk en Asperen. Den 31 Maart 1402 wordt hij Otto van Asperen, heer van Voerst, genoemd (VAN DOORNINCK, Tidr. Reg, II, 92)) een teeken, dat hij toen reeds gehuwd was.r-- 1404, 17 April. Otto van Asperen, ridder, heer van Voerst en Keppel, en Johanna, vrouw van Voerst, Asperen en Keppel, geven stadsrechten aan Keppel (NIJHOFF, Bijdr, IX, II, 88). Otto en Johanna droegen in 1416 Voerst en Keppel op aan hun zoon Johan van Asperen, onder beding die beide heerlijkheden ten allen tijde ongesplitst te laten.

tr.
met

Otto III van Asperen van Polanen, zn. van Diederick (Dirck) van Polanen (2e Heer van Asperen, drost van Heusden.) en Elburg van Arkel van Asperen,
, Vermeld als knape 4-7-1383, als ridder en raad van hertog Albrecht 18-4-1391; wordt evenals zijn vader en zijn broers verbannen 28-5-1393, doch krijgt vergiffenis 1-5-1397; wordt door hertog Albrecht als heer van Voorst en Keppel beleend met alle goederen welke zijn schoonvader in leen had
gehad 2-1-1402; wordt vermeld als heer van Voorst 31-3-1402 en 30-1-1404; geeft samen met zijn echtgenote stadsrecht aan Keppel 17-9-1404; wordt door graaf Willem VI opnieuw beleend 11-1-1407; door het overlijden van zijn vader ook heer van Asperen 1412/13; draagt samen met zijn echtgenote Voorst en Keppel op aan hun zoon Johan (onder beding die beide heerlijkheden te allen tijde ongesplitst te laten) 1416; zegt de toekomstige gravin Jacoba zijn steun toe 15-8-1416; tekent de Gelderse landvrede 29-9-1419; draagt samen met anderen het land van Dalem over aan hertog Arnold van Gelre 9-6-1425.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan     
Cunegonda     


Thietburga
Thietburga .

tr.
met

Ezzo van Lotharingen, zn. van Herman I van Lotharingen en Heilwig von Dillingen, geb. in 954, paltsgraaf Lotharingen, ovl. Saalfeld op 21 mei 1034,
, Ezzo van Lotharingen (ook: Ehrenfried) (ca. 955 - Saalfeld/Saale, 21 maart 1034) was paltsgraaf van Lotharingen en de machtigste edelman van Duitsland. Hij is de stamvader van de Ezzonen.
Ezzo volgde zijn vader Herman van Lotharingen op als paltsgraaf van Lotharingen en graaf van de Auelgau en de Bonngau. Hij woonde op de Tomburg, een kasteel bovenop een vulkanische rots, in de omgeving van Rheinbach. Door zijn controle over de handel langs de Rijn verwierf hij grote rijkdom, en leefde hij voortdurend op gespannen voet met de bisschoppen van Keulen. Hij trouwde in het voorjaar van 991 met Mathilde (979 – Echtz, 4 november 1025), een zuster van koning Otto III. Mathilde was van jongsafaan opgevoed in het Sticht Essen, vermoedelijk om daar later abdis te worden. Haar huwelijk met Ezzo was vermoedelijk een politiek huwelijk, om Ezzo's steun voor het koningschap van de minderjarige Otto te verzekeren. Mathildes bruidsschat omvatte grote bezittingen in Thüringen en Franken.
Na de dood van Otto III probeerde Ezzo om zijn zoon Liudolf tot koning te laten kiezen. Door de listige politiek van zijn tegenstanders lukte dat niet en werd Hendrik II in 1002 tot koning gekozen. Hendrik bepaalde dat Mathildes bruidsschat terugviel aan de keizer. Hierdoor begon een langdurige vete tussen Hendrik en Ezzo. In 1012 werd die beslecht doordat Ezzo Hendrik versloeg bij Odernheim. Er werd een regeling getroffen waardoor Ezzo grote bezittingen bij Duisburg, Saalfeld en Kaiserswerth verwierf.
In 1024 stichtten Ezzo en Mathilde de abdij van Brauweiler waar beiden na hun dood werden bijgezet. Toen Mathilde in 1025 overleed, was de kloosterkerk van Brauweiler nog in aanbouw, haar begrafenisdienst werd daarom in een tent gehouden. Ezzo zou zijn overleden aan een ziekte, waarmee hij door een minnares zou zijn besmet.
Ezzo was zoon van paltsgraaf Herman van Lotharingen en diens vrouw Heilwig, dochter van Hucbold van Dillingen (graaf van Dillingen en Donauwörth) en Dietberg. Mathilde was dochter van keizer Otto II en keizerin Theophanu.
Het is opmerkelijk dat 8 kinderen van Ezzo abt of abdis werden, en dat bijna allemaal van oude en rijke kloosters die traditioneel sterke banden hadden met de Frankische en Duitse koningen. Dit onderstreept nog een keer de bijzondere machtspositie van Ezzo, tr. (1) met Mathilde van Saksen. Uit dit huwelijk 10 kinderen, waaronder.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wazela     


Aeda van Italië
Aeda van Italië.

tr.
met

Billung I , graaf,
, De Billungers vormen een adellijk Saksisch geslacht uit de vroege middeleeuwen. Ze worden onderscheiden in oude en jonge Billungers, waarbij de familiebanden tussen beide niet altijd duidelijk zijn. Tot de familie behoort ook de "princeps" Billung, die door zijn dochter Oda (-913) de schoonvader van de Saksische graaf Liudolf (-866) werd, de stamvader der Liudolfingers.
De oude Billungers zijn afkomstig uit Wetigau en behoorden tot de belangrijkste families van Oost-Saksen ten tijde van Karel de Grote. De eerste met naam bekende Billunger is graaf Wichman Billung (Wychmannus), die in 811 onderhandelingen aan de Eider gevoerd zou hebben. Wichman II was graaf in Hamaland. Zijn zoon graaf Egbert, vermoedelijk de grootvader van Herman Billung (-973), kreeg van koning Arnulf (850-899) gebieden in Bardengouw toegewezen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Oda  †913