Website van Cees Hagenbeek
Willem van Périgord en Agen
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Willem van Périgord en Agen, graf van Périgord en Agen, ovl. in 920.

Hij krijgt 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Emma     
Bernhard I  †962   


Andries van Barten
Andries van Barten.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Kathrina~1710 Leiden †1788 Leiden 78


Constantine I AODF Whitefoot
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Constantine I AODF Whitefoot (McAlpin), koning van Schotland 877, ovl. circa 876.

 

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Donald II  †900   


Margaretha van Wesemaele
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Fred Spaans

Margaretha van Wesemaele1,2 (van Merxsem), geb. circa 1247, gecompenseerdmet half Oplinter want de andere helft behoorde aan het geslacht Van Kraainem, ovl. op 25 mrt 1302,
, Maria van Wezemaal, vrouwe van Schoten, Merksem, Ettenhove en Bergen op Zoom, vermeld 1353-tna 1390, dochter van Gerard en Maria van Wilre, gehuwd met Hendrik van Boutersem, heer van Kinkempois, ridder, 1351 overl. na 1370,gebruikte twee enigszins, aar essentieël, verschillende zegelstempels. Van het eerste zegelstempel is een afdruk van 9 mei 1354 bewaard gebleven en van het tweede zegelstempel een van 6 sep 1355. Op het eerste zegelstempel voerde zij een gedeeld wapen: 1e drie maliën met een schildhoofd met drie palen en 2e drie lelies met een barensteel van drie hangers. Het rechterwapen op dit zegel is dat van haar echtgenoot Hendrik van Boutersem en het linkerwapen dat van haar grootvader Gerard van Wezemaal, heer van Schoten en Merksem, en vermoedelijk ook dat van haar vader.

tr. (1) op 17 apr 1277
met

Hendrik V van Boutersem, zn. van Hendrik IV van Boutershem en NN Gillisdr Berthout, geb. circa 1256, heer van Boutersem, heer van half Oplinter, ovl. op 16 jan 1294,
, onmondig 1236, ridder vermeld 1236, 1254-1279.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1280  †1302  22

tr. (2) op 9 mrt 1263
met

Johan II van Heverlee1, geb. in 1240, heer van Heverlee en Vaelbeeck, baljuw van Berchem, ovl. in 1277,
, Van Margareta is bekend dat ze de 2e vrouw was van Jan II van Heverlee (in 1255 gehuwd met Maria [van Aa]. Het vroegste moment dat ze gehuwd blijkt uit 1263. Uitgaande dat dit ook meteen het huwelijksjaar van haar is geweest en de veronderstelling dat ze dan minimaal 14/15 jaar zal zijn geweest mogen we stellen dat Margareta uiterlijk in 1248/49 geboren kan zijn. Dan bestaan er twee opties:
1. Margareta is het jongste kind van Arnold III van Wezemaal en Beatrix van Breda,
2. Margareta is de dochter van Arnold IV, dus een kleindochter.

Bij optie 1 is het vreemd dat we haar 'oudere zus' Aleidis enkel als vrouwe van (half) Perk aangeduid zien terwijl Margareta als 'jongere zus' uit de Wezemaal-erfenis half Oplinter (de andere helft behoorde aan een ander geslacht) en half Perk meekreeg. Bovendien kan worden opgemerkt dat haar 'ouders' Arnold III en Beatrix tussen 1219 en 1229 gehuwd waren. Margareta moet in dat geval dan een echt nakomertje zijn geweest.

Van Arnold IV van Wezemaal weten we dat hij op 22-6-1247 al gehuwd met een Elisabet. Arnold is de oudste zoon van zijn ouders. Hij wordt vermeld vanaf 1244, in 1246 was hij meerderjarig. Zijn huwelijksjaar 1247 is derhalve heel realistisch. Zijn vrouw Elisabeth wordt na 1253 niet meer vermeld. Margareta van Wezemaal zou zijn enige in leven gebleven kind kunnen zijn geweest, vernoemd naar een moederlijke grootmoeder want binnen de familie Van Wezemaal zouden voornamen als Beatrix (grootmoeder), Clementia en Luijtgard (overgrootmoeders) meer voor de hand hebben gelegen.

Wat weten we van opvolgingen bij de Van Wezemaals:
Arnold III + na 1261 Heer van Wezemaal.
Arnold IV heer van Wezemaal 1264-1269, Tempelier ca.1270
Godfried heer van Perk 1265, heer van Wezemaal 1272.
Aleidis vrouwe van Perk  januari 1270

We zien een soort van stuivertje-wisselen.  Aleidis was midden jaren 40 al gehuwd met Hendrik I van der Leck maar wordt pas in 1270 aangeduid als vrouwe van Perk. Het lijkt op een compensatie voor een nog niet betaalde bruidschat. Arnold IV van Wezemaal speelde een vooraanstaande rol als maarschalk van Brabant, maar door een ongelukkige keuze in de opvolgingsstrijd en een korte opstand tegen de nieuwe hertog Jan I na de dood van hertog Hendrik III viel hij in ongenade. In 1269 ging hij gebukt onder schulden. Hij lijkt toen al even weduwnaar te zijn omdat zijn vrouw na 1253 niet meer wordt vermeld. Ergens tussen 6 april 1269 en januari 1270 koos hij ervoor om Tempelier te worden. Arnold IV van Wezemaal overleed na 27-3-1278

In 1269 kan afgesproken zijn dat Godfried zijn oudere broer Arnold IV zou opvolgen als heer van Wezemaal. Een nieuwe smetteloze heer zou wellicht het aanzien van de familie weer kunnen oppoetsen. Dat lukte inderdaad maar anders dan verwacht omdat Godfrieds broer Gerard van Wezemaal en niet Godfrieds zoon Arnold V later in 1287 door hertog Jan I beleend werd met Bergen op Zoom, het westelijke deel van de heerlijkheid Breda.

In dit scenario werd in 1269 de dochter van Arnold IV overgeslagen in de opvolging. Margareta van Wezemaal kan op dat moment al weduwe zijn geweest van Jan II van Heverlee, maar begin jaren 70 zal ze al zijn hertrouwd met de weduwnaar Hendrik V van Boutersem,† na 1279 (in 1255 gehuwd met Maria [van Aa], met hieruit in 1276 twee zonen Hendrik en Leunis).

Dochter Margareta kan gecompenseerd zijn met half Oplinter want de andere helft behoorde aan het geslacht Van Kraainem. Perk kan dan aan zus Aleidis en haar man toebedeeld zijn als achterstallige bruidsschat. In het Latijnsboek is enkel sprake van het dorp Perk (ville) en niet van de heerlijkheid maar dat kan een vertekend beeld zijn omdat pas later de lenen beter en uitvoeriger werden beschreven. Het is ook onduidelijk of Margareta in 1270 ook al in het bezit van de andere helft van Perk was. Volgens Raf wordt Aleidis van Wezemaal in 1270 zo aangeduid.

Maar omdat in 1290 Margareta van Wezemaal aangeduid wordt als vrouwe van Perk moet zij toen al in het bezit zijn geweest van de helft van Perk en de jurisdictie. Dat heeft ze of al in 1269 gehad of tussen 1270 en 1290 van de Van der Lecks verworven. Er kunnen momenten zijn geweest dat de Van der Lecks om geld verlegen zaten en een deel van hun bezit verzilverd hebben. Wellicht is het verwerven van bezit in en rond Werth daarvoor aanleiding geweest.

Het kan ook zijn dat pas na het overlijden van 'vader' de Tempelier Arnold IV van Wezemaal, hij schijnt nog geruime tijd geleefd te hebben, Margareta en haar man de in 1269/70 overeengekomen afspraak tussen haar vader en oom hebben aangevochten en dat ze toen als compensatie voor het opgeven van haar erfafspraken de andere helft van Perk hebben gekregen. Een ander aspect wat meegenomen kan worden is het gegeven dat de halve heerlijkheid Oplinter van Margareta vererfde op haar zoon Hendrik van Boutersem uit haar 2e huwelijk. Het zou dus goed kunnen dat Margareta van Wezemaal pas tijdens haar 2e huwelijk Oplinter toebedeeld kreeg.

Vanuit deze insteek kan worden opgemerkt dat Hendrik V van Boutersem op 17 maart 1268 als getuige aanwezig was toen Hendrik V, heer van Breda, het patronaats- en personaatsrecht van de kerken van Schoten en Merksem verkocht aan de het kapittel van de O.L.V.-kerk te Antwerpen. Zijn aanwezigheid daar kan worden verklaard als zijnde de man van een Van Breda-kleindochter

Het lijkt me waarschijnlijk dat het huwelijk Boutersem-Wezemaal in of kort voor 1268 is gesloten. Als dan in 1269 Arnold IV van Wezemaal besluit om Tempelier te worden vind er een stoelendans plaats. Zijn broer Godfried wordt heer van Wezemaal en geeft zijn bezit Perk door aan zijn zuster Aleidis gehuwd met Hendrik I van der Leck. Aleidis wordt in 1270 aangeduid als vrouwe van Perk. Dochter Margareta van Wezemaal en haar man Hendrik V van Boutersem krijgen de halve heerlijkheid Oplinter wat later door vererfde aan hun zoon Hendrik van Boutersem, heer van (Op-)Linter. In 1269 kreeg Margareta ook, of verwierf pas tussen 1270 en 1290 de helft van Perk van hetzij haar oom Godfried of van haar tante Aleidis en haar man of later van haar neef Hendrik II van der Leck.

De grootste verliezers waren Hendrik en Jan van Heverlee, de zonen van Margareta van Wezemaal uit haar eerste huwelijk. Voor zover bekend erfden ze niets uit de Van Wezemaal-erfenis, tr. (2) in 1255 met Maria van der Aa. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik     
Leunis     



Bronnen:
1.Europäische Stammtafeln (ES 8), Detlev Schwennicke, Marburg [Duitsland], 1980 (blz. 29)
2.Ons Voorgeslacht (OV nieuw), Periodiek (OV), Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Rotterdam, vanaf 1946 (blz. 131)


Ziemowitt Polski
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Ziemowitt Ksiaze Polski, hertog van Polen, ovl. in 892,
, 842 zum Ksiaze gewählt.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Leszek IV  †921   


Johan van Langerak
in
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Johan van Langerak1, geb. na 1380, ovl. voor 12 sep 1438,
, Beleend met Langerak 1405; dijkgraaf van de Alblasserwaard 1409; wordt aangesteld tot drost, baljuw en rentmeester van het land van Altena en tot kastelein van Loevestein 9-5-1411 en 13-5-1413; doet afstand van zijn leen Giessen, ‘s-Gravenhage 25-7-1413; kastelein van Woudrichem
12-2-1415; belooft, met de edelen en steden van Zuid-Holland, Jacoba van Beieren als erfdochter en opvolgster te zullen erkennen 15-8-1416; door haar belast met het bestuur van de goederen van Jan en diens broer Willem van Egmond en het kasteleinschap van Rijnegom, ‘s-Gravenhage 20-7-1417; beleend met half Nieuwpoort en de hofstee Langenstein 16-3-1420; baljuw van Schoonhoven 1422; maakt een magescheid met zijn dochter Elburg en haar man wegens de nalatenschap van haar moeder 16-12-1433.

tr.
met

Elburg van Polanen van Asperen1, dr. van Otto van Polanen en Johanna van Voorst, ovl. voor 1426, tr. (1) met Johan van Polanen. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elburg*1412  †1488  76



Bronnen:
1.De Nederlandsche Leeuw (DNL), vanaf 1883


Bego I van Parijs
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Kwartierstaat van Mechelien Mezach

Bego I van Parijs, graaf van Parijs 776-816, ovl. op 28 okt 816,
, Graf von Paris, dann Kämmerer in Aquitanien während der Minderjährigkeit Ludwigs des Frommen, nach Karl dem Einfältigen 921 {\sl Bego genetricis nostrae proavus}, 2. Ehe mit Alpais; v.Damm. Biggo, Picco; Graf von Paris, Schleußner, DFA14. Hofbeamter Ludwigs des Frommen, vor 814 Graf von Paris; Stifter des Klosters St.Maur-des-Fosses bei Paris.  776-816, Graf von Paris, dann Kämmerer in Aquitanien während der Minderjährigkeit Ludiwgs des Frommen, nach Karl dem Einfältigen 921: ``Bego genetricis nostrae proavus'', 2. Ehe mit Alpais. Bego van Toulouse` (-816) was een zoon van graaf Gerard I van Parijs en van Rotrudis, een dochter van Karel Martel. Hij werd graaf van Toulouse, hertog van Septimanië en markgraaf van de Spaanse Mark, na het aftreden van Willem van Gellone in 806. Bego huwde met Alpeidis, een natuurlijke dochter van Lodewijk de Vrome, en werd vader van: Luethard I, graaf van Parijs Eberhard en Suzanna.

relatie (1)
met

Alpais (Adaltrudis) van Frankrijk (Carolingen), dr. van Keizer Karel de Grote en Himiltrudis , geb. tussen 765 en 770, ovl. voor 23 jul 852.

Uit deze relatie 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Eberhard*806  †861  55
Leuthard  †858   
Landrée     
Susanna*805     

relatie (2)


Alpais van Frankrijk
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Kwartierstaat van Mechelien Mezach

Alpais (Adaltrudis) van Frankrijk (Carolingen), geb. tussen 765 en 770, ovl. voor 23 jul 852.

  • Vader:
    Keizer Karel de Grote, zn. van Pippijn III de Korte (koning 751-768) en Bertrade van Laon, geb. Ingelheim bij Mainz [Duitsland] op 2 apr 748, ovl. Aken [Duitsland] op 28 jan 814,
    , Had voor zijn eerste huwelijk een kind bij een maîtresse. Dit kind had een bochel. Het is mogelijk geen toeval, dat Einhard, Karels biograaf, van de lijst van echtgenotes en maîtresses, die Karel in zijn latere levensjaren had de naam wegliet van zijn eerste maîtresse en het feit dat deze zoon nooit een functie in het koninkrijk kreeg. Koning der Franken, koning der Longobarden 774, keizer van het Romeinsche Rijk, door paus Leo III te Rome gekroond 25-12 -800.
    Karel de Grote, (zoon van Pippijn koning der Franken en Bertrada/Berta (van Laon)), geb. (eventueel volgens de traditie te Ingelheim) 2-4-742; Karel en zijn broer Carloman volgen hun vader Pippijn samen op, waarbij Karel in hoofdzaak Neustrië, Bourgondië en de Provence, en Carloman in hoofdzaak Austrasië krijgen; beiden worden gezalfd op 9-10-768, Karel te Noyon en Carloman te Soissons; na de dood van Carloman in 771 en onder het passeren van diens minderjarige zonen, wordt Karel de enige koning der Franken; hij wordt dan wederom gezalfd als zodanig te Corbeny; na een geslaagde veldtocht tegen zijn ex-schoonvader de koning der Longobarden, volgt in 774 zijn proclamatie tot koning der Longobarden; Karel was reeds met zijn vader Pippijn gezalfd tot koning, Saint-Denis 28-7-754, en tevens door paus Stephanus II verheven tot "patricius Romanorum", maar deze titel voert hij pas na zijn overwinning op de Longobarden; door paus Leo III tot keizer gekroond, Rome 25-12-800; laat dan zijn "patricius"-titel vallen; zijn uiteindelijke titulatuur wordt: "Karolus serenis-simus augustus a Deo coronatus magnus et pacificus imperator Romanum gubernans imperium et per misericordiam Dei rex Francorum et Longobar-dorum"; zijn (westers) keizerschap wordt in 812 door de Oostromeinse "basileus" Michael I Rhangabe erkend; overl. Aken 28-1-814, begr. ald. (Dom), tr. (3) 771 Hildegard; geb. 758; overl. 30-4-783, begr. Saint-Arnoul-de-Metz; dr. van (vermoedelijk) Gerold 1 graaf in de Vinzgouw, en (zeker) Imma/Hemma van Alemannië. Dat Karel de Grote een zoon was van Pippijn en van Bertrada/Berta wordt door meerdere bronnen gestaafd. Wat zijn moeder betreft, deze wordt nogal eens aangeduid als zijnde 'van Laon', en wel aangezien haar vader Her(i)bert graaf van Laon is geweest. Dit blijkt uit de ANN. REGN. FRANC. waarin bij het jaar 748 wordt vermeld "Pippinus coniugem duxit Bertradam cognomine Bertam, Cariberti Laudunensis comitis filiam". De 'Annales Prumienses' stellen echter "744. Coniunctio Pippini regis et Betrada regine". Hoe dan ook, of nu beide ouders gehuwd zijn in 744, 748 of 749, in elk geval zijn zij dus wettig gehuwd in  742 (geboortejaar van Karel) en vňňr 751 (geboortejaar van zijn broer Carloman). Karel de Grote was dus ter wereld gekomen als een voorkind. Ofschoon dat in die jaren geen beletsel vormde voor een troonsopvolging, was zulks ten tijde toen Eginhard schreef, onder de regering van Lodewijk de Vrome, minder gepast en werd dat door zijn biograaf dan ook niet met zoveel woorden vermeld. Zodoende schrijft deze in zijn cap. 4 enerzijds dat hij wegens gebrekkige informatie nalaat omtrent Karels geboorte en jeugd te berichten, maar stelt hij expliciet in zijn cap. 30 dat Karel in zijn 72ste levensjaar is overleden, hetgeen inhoudt dat hij in 742 werd geboren. Dag en maand blijken uit een, uit de eerste helft van de negende eeuw stammende, te Lorsch opgestelde kalender, waarin wij kunnen lezen "IIII. Non. Apr. Nativitas domni et gloriosissimi Karoli imperatoris et semper Augusti". Dat komt dus overeen met 2 april. Zodoende wordt dan ook thans als vaststaand aanvaard dat Karel is geboren op 2 april 742. De plaats is onzeker, aangezien het soms vermelde "Ingelheim" niet aantoonbaar is en berust op latere tradities. Zijn "onwettige" geboorte is wellicht ook (aldus Ganshof) een van de redenen weshalve Carloman zijn broer Karel onwelwillend gezind was. De partijdige Thegan (d.w.z. door dik en dun aanhanger van Lodewijk de Vrome) beweert voorts, om de opstandige kleinzoon Bernhard (zie generatie 3) zwart te maken, dat deze onwettig uit een concubine zou zijn geboren, hetgeen pertinent onjuist is, al is dan ook de naam van zijn moeder niet overgeleverd . Wat het overlijden van Karel de Grote betreft, de datum 28-1-814 en de plaats Aken zijn op meer dan een wijze gestaafd. Hij overleed vermoedelijk aan een pleuritis (Cabans, pag. 19). De ANN REG.FRANC. stellen "anno aetatis circiter septuagesimo primo, regni autem quadrage-simo septimo ex quo vero imperator et augustus appelatus est ann. XIIII, V. Kal. Febr. rebus humanis excessit". In zijn cap. 30 schrijft Kinhard ". . septimo postquam decubuit die, sacra communione percepta, decessit, anno aetatis suae septuagesimo secundo, et ex quo regnare cooperat quadragesimo septimo, V. Kal. Febr. "hora diei tertia" (d.i. op 28 januari 814 des morgens om negen uur). Hij citeert ook het grafschrift (cap. 31), dat volgens hem als volgt heeft geluid: "Sub hoc conditorio situm est corpus Karoli magni atque orthodoxi imperatoris, qui regnum Francorum nobiliter ampliavit et per annos XLVII feliciter rexit. Decessit septuagenarius anno Domini DCCC XIIII, Indictione VII, V. Kal. Febr ." Dat hij toen reeds als "de Grote" bekend stond, blijkt o.a. ook uit de wijze waarop Nithard in zijn "Historiae" zijn "liber 1" begint: "Karolus bene memoriaes et merito magnus imperator ab universis nationibus vocatus . . " (d .w.z. dat alle volkeren hem de grote keizer noemen). De wijze waarop hij werd begraven, is omstreden, zij het dan ook dat de versie in zittende houding op een troon gezeten, niet alleen onwaarschijnlijk, maar zeer zeker ook onjuist is. Zie daaromtrent de uitvoerige verhandeling van Helmut Beuman in Band IV (pag. 9-38) in het ook elders aangehaalde verzamelwerk "Karl der Grosse, Lebenswerk und Nachleben". In deze band zijn ook opgenomen enkele bijdragen met betrekking tot zijn "heiligverklaring" en "verering" (Erich Meuthen, "Karl der Grosse - Barbarossa - Aachen"; Robert Folz, "Aspects du culte liturgique de Saint Charlemagne en France"; Matthias Zender, "Die Verehrung des Hl. Karl im Gebiet des mittelalterlichen Reiches"). Karel werd namelijk op initiatief van keizer Frederik Barbarossa op 29 december 1165 te Aken met volmacht van de tegenpaus Paschalis 111 door de Keulse aartsbisschop Reinoud van Dassel heilig verklaard. Zijn graf en schrijn zijn meerdere keren geopend, laatstelijk werd zijn gebeente blootgelegd in aanwezigheid van diverse Europese autoriteiten, ten behoeve van dringende restauratie -werkzaamheden aan zijn schrijn, op zondag 30 januari 1983 na een plechtige dienst (het verslag daarvan kan men o.a. uitgebreid lezen in het "Informatiebulletin van het Bisdom Roermond", ll de Jg, no. 3, februari 1983 (pag. 14-15 met foto's verlucht). Wat Hildegard betreft: gezien zij (PAUI US UIACONUS) in het dertiende jaar van haar huwelijk overleed, moet haar huwelijk met Karel de Grote dateren uit 771 en wel v˘or 30 april. Haar herkomst van moederszijde uit het huis der hertogen van Alemannië staat vast, zie b.v. THECAN (cap. 6) ". . quae erat de cognatione Gotefridi ducis Alamannorum; Gotofridus dux genuit Huochingum, Huochingus genuit Nebi, Nebe genuit Immam; Imma vero genuit Hiltigardam beatissimam reginam". Hij vond kennelijk haar vader van geringe afkomst, zodat hij deze onvermeld liet. Tegenwoordig (o.a. Werner, Buhler, Hlawitscha) neemt men algemeen aan (mede aangezien b.v. een broer van Hildegard een graaf Gerold was), dat graaf Gerold 1 in de Vinzgouw haar vader is geweest. Expliciet is zulks echter niet documentair bewijsbaar. In de 19de eeuw stelde men als een mogelijk alternatief voor een "Adelhard, graaf in de Berchtolds-baar" (b.v. Karl Friedrich Vierordt, "Badische Geschichte bis zum Ende des Mittelalters". Tübingen 1865, S. 494, Tab. 2). Haar overlijdensdatum blijkt uit de ANN.REGN .FRANC. Voorts heeft Paulis Diaconus een door hem vermeld grafschrift voor haar gedicht. Haar geboortejaar is berekend op basis van diverse gegevens uit haar leven, tr. (2) in 769, (gesch. in 771) met Desiderata van Longobardië. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) Aken [Duitsland] op 30 apr 771 met Hildegard in de Vinzgouw. Uit dit huwelijk 9 kinderen, tr. (4) Worms [Duitsland] op 4 okt 783 met Fastrade van Francië. Uit dit huwelijk 2 dochters, relatie (5) met Onbekend . Uit deze relatie een dochter, tr. (6) met Luitgarde van de Alamanen. Uit dit huwelijk geen kinderen, relatie (7) met Regina . Uit deze relatie 2 zonen, relatie (8) met Adallinda . Uit deze relatie een zoon, relatie (9) met Gersvinda van Saksen. Uit deze relatie een dochter, relatie (10) met Madelgard . Uit deze relatie een dochter, tr. (1).
 

relatie
met

Bego I van Parijs, zn. van Girard graaf van Parijs (graaf 743-775) en Rotrude der Franken, graaf van Parijs 776-816, ovl. op 28 okt 816,
, Graf von Paris, dann Kämmerer in Aquitanien während der Minderjährigkeit Ludwigs des Frommen, nach Karl dem Einfältigen 921 {\sl Bego genetricis nostrae proavus}, 2. Ehe mit Alpais; v.Damm. Biggo, Picco; Graf von Paris, Schleußner, DFA14. Hofbeamter Ludwigs des Frommen, vor 814 Graf von Paris; Stifter des Klosters St.Maur-des-Fosses bei Paris.  776-816, Graf von Paris, dann Kämmerer in Aquitanien während der Minderjährigkeit Ludiwgs des Frommen, nach Karl dem Einfältigen 921: ``Bego genetricis nostrae proavus'', 2. Ehe mit Alpais. Bego van Toulouse` (-816) was een zoon van graaf Gerard I van Parijs en van Rotrudis, een dochter van Karel Martel. Hij werd graaf van Toulouse, hertog van Septimanië en markgraaf van de Spaanse Mark, na het aftreden van Willem van Gellone in 806. Bego huwde met Alpeidis, een natuurlijke dochter van Lodewijk de Vrome, en werd vader van: Luethard I, graaf van Parijs Eberhard en Suzanna, relatie. Hij krijgt geen kinderen.

Uit deze relatie 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Eberhard*806  †861  55
Leuthard  †858   
Landrée     
Susanna*805     


Egbert III de Grote van Wessex
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Kwartierstaat van Mechelien Mezach

Egbert III de Grote (Ecgberht) koning van Wessex, geb. in 775, koning van Wessex 827-836, koning van Engeland vanaf 827, ovl. op 4 feb 839, begr. Winchester (E),
, Ecbeorht, der Große, Er wurde in seiner Jugend von Beorhtric (789-802) und Offa, dem König von Mercien und Eroberer des Reiches seines Vaters, ins Exil geschickt und verbrachte die Jahre 789-92 am Hofe Karls d.Gr, Im Jahre 802 wurde er zum König des wieder unabhängigen Wessex ausgerufen (nach dem Tode von Beorhtric); bis 820 festigte er seine Herrschaft und begann danach eine lange Reihe von Kriegen. Unter Ausnutzung des Zerfalls von Mercien eroberte er systematisch die südlichen angelsächsichen Reiche und machte sich 825 zum Herrscher des gesamten angelsächsichen Englands. EdMA So schuf die Grundlagen für die Machtposition seiner Nachfolger. 825 schlug er bei Ellandune/Ellendun (heut. Wroughton, Wiltshire) König Beornwulf von Mercien; durch Entsendung eines Heeres nach Kent vertrieb er den dortigen König Bealdred. Egbert wurde daraufhin (827) als König von Kent, Sussex und Essex anerkannt; er ließ Münzen in Canterbury prägen. 829 setzte er Wiglaf als König von Mercien für etwa ein Jahr ab, ließ als ``rex Merciorum'' Münzen in London prägen und zwang Nordthumbrien zur Unterwerfung. In der Ags. Chronik wird Egbert als 8. Bretwalda erwähnt. Er vermochte den Widerstand in Cornwall, das er 815 erobert hatte, zu meistern. Seinem Sohn Aethelwulf konnte er die Regierung direkt übergeben. P.Sawyer, LdMA First King of all England, King of Kent, King of Wessex, 802-825 king, reigned 37 years and 7 months, acknowledged in Kent, Surrey, Sussex, Essex, and East Anglia, 19.11.838 urkundl.

relatie
met

Redburga (Redburh) Radburg v.Franken Raedburh (S.292. DGB 169),
, zij zou een zuster van de Frankische koning zijn, Karel de Grote; regis Frankorum soraria.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ćthelwulf*800  †858 Londen [Groot Brittanië] 57


Redburga
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Kwartierstaat van Mechelien Mezach

Redburga (Redburh) Radburg v.Franken Raedburh (S.292. DGB 169),
, zij zou een zuster van de Frankische koning zijn, Karel de Grote; regis Frankorum soraria.

relatie
met

Egbert III de Grote (Ecgberht) koning van Wessex, zn. van Ealhmund van Wessex (koning van Kent in 784) en Alburga Edgiva van Kent, geb. in 775, koning van Wessex 827-836, koning van Engeland vanaf 827, ovl. op 4 feb 839, begr. Winchester (E),
, Ecbeorht, der Große, Er wurde in seiner Jugend von Beorhtric (789-802) und Offa, dem König von Mercien und Eroberer des Reiches seines Vaters, ins Exil geschickt und verbrachte die Jahre 789-92 am Hofe Karls d.Gr, Im Jahre 802 wurde er zum König des wieder unabhängigen Wessex ausgerufen (nach dem Tode von Beorhtric); bis 820 festigte er seine Herrschaft und begann danach eine lange Reihe von Kriegen. Unter Ausnutzung des Zerfalls von Mercien eroberte er systematisch die südlichen angelsächsichen Reiche und machte sich 825 zum Herrscher des gesamten angelsächsichen Englands. EdMA So schuf die Grundlagen für die Machtposition seiner Nachfolger. 825 schlug er bei Ellandune/Ellendun (heut. Wroughton, Wiltshire) König Beornwulf von Mercien; durch Entsendung eines Heeres nach Kent vertrieb er den dortigen König Bealdred. Egbert wurde daraufhin (827) als König von Kent, Sussex und Essex anerkannt; er ließ Münzen in Canterbury prägen. 829 setzte er Wiglaf als König von Mercien für etwa ein Jahr ab, ließ als ``rex Merciorum'' Münzen in London prägen und zwang Nordthumbrien zur Unterwerfung. In der Ags. Chronik wird Egbert als 8. Bretwalda erwähnt. Er vermochte den Widerstand in Cornwall, das er 815 erobert hatte, zu meistern. Seinem Sohn Aethelwulf konnte er die Regierung direkt übergeben. P.Sawyer, LdMA First King of all England, King of Kent, King of Wessex, 802-825 king, reigned 37 years and 7 months, acknowledged in Kent, Surrey, Sussex, Essex, and East Anglia, 19.11.838 urkundl.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ćthelwulf*800  †858 Londen [Groot Brittanië] 57


Oslak
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Kwartierstaat van Mechelien Mezach

Oslak .

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Osburga*810  †876  66


Karsil III von Palant zu Breitenbend
in
Genealogie van Conrad van Horn.

Karsil III von Palant zu Breitenbend, geb. circa 1398, ovl. na 15 aug 1475.

tr.
met

Agnes van Hoemen, ovl. op 14 dec 1487,
, dochter van Gerhard, Burggraf zu Odenkirchen,+Ricarda von Rheydt.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Werner III  †1506   
Gerhard I  †1508   


Almos van Hongarije Hertog van Kroatië
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Lourens de Groot

Almos (Almus) Prins van Hongarije Hertog van Kroatië, geb. in 1068, hertog van Kroatië, ovl. in 1129,
, c.1089 Herzog v.Slavonien, 1102 Herzog v.Ungarn
Álmos (in Croatian and Slovak Almoš) (died 1129) was a Hungarian prince, the son of King Géza I of Hungary, brother of King Kálmán. He held several governmental posts in the Kingdom of Hungary. Between 1084 and 1091 he was the duke of Slavonia; between 1091 and 1095 he was named King of Slavonia (eastern Croatia). In 1095 Kálmán dethroned Álmos, making him the duke of the apanage Nitrian duchy (Tercia pars regni) instead. Álmos, supported by Germany and Bohemia, came in conflict with Kálmán in 1098, after Kálmán had declared himself the king of the whole of Croatia in 1097 (crowned in 1102). On August 21, 1104 Álmos married Predslava, the daughter of Svyatopolk II of Kiev. Kálmán made peace with Álmos in 1108, but only to have Álmos and his son Béla imprisoned in 1108 or 1109 and then blinded to prevent them from becoming the future king. After this he went on to live in seclusion at the monastery of Dömös founded by himself until his death, but his son would succeed as king of Hungary. Álmos was the last duke of Nitra (in Hungarian Nyitra), his removal also marks the end of the Nitrian Frontier Duchy and thus a full integration of most of today's Slovakia into the Kingdom of Hungary.

tr. (1)
met

Sophie von Looz en, dr. van Emmo III van Loon (graaf van Loon 1046) en Swanhilde gravin van Holland, geb. Byzantium in 1058, koningin van Hongarije, ovl. Székesfehérvári [Hongarije] op 20 dec 1082.

tr. (2) in 1104
met

Predslava (Predslawa Swjatopolkowna) van Kiev (Nowgorodskaja ?), dr. van Svatopolk van Kiev en NN Polowzkaja.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bela II*1109  †1141  31


Sophie von Looz
in
Genealogie van Conrad van Horn.
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Sophie von Looz en, geb. Byzantium in 1058, koningin van Hongarije, ovl. Székesfehérvári [Hongarije] op 20 dec 1082.

  • Vader:
    Emmo III van Loon1, zn. van Giselbert I dit de Duras 'd Orchimont en Erlande de Jodoigne, geb. Borgloon [België] op 12 dec 1020, graaf van Loon 1046, ovl. Borgloon [België] op 17 jan 1078,
    , Emmo [Immo], son of Giselbert Comte de Looz & his wife Liutgarde de Namur (-17 Jan 1078). The Vita Arnulfi names "Emmonem et Ottonem fratrem eius" as sons of Liutgarde, daughter of Albert [I] Comte de Namur. From a chronological point of view, it is not possible for Emmo and his brother to have been the children of Otto de Looz who, as stated above, is recorded in another source as the husband of Liutgarde de Namur. No primary source has been identified which confirms that Emmo and Otto were the sons of Comte Giselbert, although this suggested parentage would fit the chronology of the family. Comte de Looz. ?..Ottonis advocati et fratris eius Emmonis comitis de Los, Alberti comitis de Musal..? signed the charter dated 1059 under which ?Fredericus..Lothariencium dux? donated a serf to Saint-Trond. The necrology of Ličge Saint-Lambert records the death "XVII Kal Feb" of "Emononis comitis".
    m ---. The identity of the wife of Comte Emmo has not been established beyond doubt. The Annalista Saxo names "Bertrada, soror Suanehildis comitisse de castro quod dicitur Lon in Hasbania, cuius filius fuit Arnoldus comes Mogotiensis prefectus" as wife of Graf Dietrich (identified as Dietrich I Graf von Katlenburg). As noted in the document HOLLAND, no primary source has been identified which indicates that Bertrada was the daughter of Dirk III Count of Holland. Nevertheless, from a chronological point of view Count Dirk is the most likely father, assuming that Bertrada was a member of that family. "Arnoldus comes Mogotiensis prefectus" in this passage must be identified as Arnaud [I] Comte de Looz, who is recorded as the son of Emmo Comte de Looz. If that is correct, the wife of Emmo was Suanehildis of Holland, daughter of Dirk III "Hierosolymita" Count of Holland & his wife Othelindis [von Haldensleben] (-31 Mar [1100]). From a chronological point of view, the suggestion is feasible: the birth of the children of Count Dirk III must be dated to [1010/35], while Comte Emmoţs children were probably born in [1040/60]. The necrology of Ličge Saint-Jacques points to this being the correct solution when it records the death 31 Mar of ?Spannehildis comitissima de Los? and her donation. Verdonk indicates that she died in 1100 on a pilgrimage to Rome. [The Vita Andreć, first abbot of Averboden, in the Chronicle written by Nicolas Hogeland Abbot of Middelburg, records that "comitis Arnoldi Lossensis" descended "ex parte matris" from "Clivić comitibus", which would be inconsistent with this hypothesis but, as pointed out below, Klaversma notes that this source is a 17th century forgery and is therefore unreliable. [The dubious late-18th century Recueil généalogique de familles originaires des Pays-Bas indicates that Comte Emmo married ?Ermingarde, fille héritičre de Conrard sire de Hornes et de Machtilde de Juliers, laquelle fit de belles donations ŕ St. Barthelemi de Ličge et ŕ notre Dame de Hui?. No primary source is cited to confirm this statement and no reliable reference has been found to any such early family of Heren van Horne (see the document DUTCH NOBILITY). Possibly the statement is linked to the 17th century forgery which suggests that Horne was inherited by Emmo's son Thierry, as noted below. The reference to the ?donations ŕ St. Barthelemi de Ličge? suggests that this person was identified as "Ermengardis comitissa" whose donation is dated 1078, and presumably also as "Ermengardis" who made similar donations to the churches of Sainte-Marie et Saint-Lambert de Ličge by charter dated 5 Feb 1078. No primary source has been found which links Ermengarde to Looz while Daris, in his mid-19th century Histoire de Looz, indicated that the idea had no foundation. It is suggested elsewhere in the present document that the donor in question was the widow of Gozelon Comte de Montaigu.], tr. (1) met Ermengarde van Horn, dr. van Conrad van Horn en Mathilde de Juliers. Uit dit huwelijk geen kinderen, relatie (2). Hij krijgt een zoon, relatie (2).
 

tr.
met

Almos (Almus) Prins van Hongarije Hertog van Kroatië, zn. van Geisa I van Hongarije (koning van Hongarije) en Synadene Synademos, geb. in 1068, hertog van Kroatië, ovl. in 1129,
, c.1089 Herzog v.Slavonien, 1102 Herzog v.Ungarn
Álmos (in Croatian and Slovak Almoš) (died 1129) was a Hungarian prince, the son of King Géza I of Hungary, brother of King Kálmán. He held several governmental posts in the Kingdom of Hungary. Between 1084 and 1091 he was the duke of Slavonia; between 1091 and 1095 he was named King of Slavonia (eastern Croatia). In 1095 Kálmán dethroned Álmos, making him the duke of the apanage Nitrian duchy (Tercia pars regni) instead. Álmos, supported by Germany and Bohemia, came in conflict with Kálmán in 1098, after Kálmán had declared himself the king of the whole of Croatia in 1097 (crowned in 1102). On August 21, 1104 Álmos married Predslava, the daughter of Svyatopolk II of Kiev. Kálmán made peace with Álmos in 1108, but only to have Álmos and his son Béla imprisoned in 1108 or 1109 and then blinded to prevent them from becoming the future king. After this he went on to live in seclusion at the monastery of Dömös founded by himself until his death, but his son would succeed as king of Hungary. Álmos was the last duke of Nitra (in Hungarian Nyitra), his removal also marks the end of the Nitrian Frontier Duchy and thus a full integration of most of today's Slovakia into the Kingdom of Hungary, tr. (2) met zijn achternicht Predslava van Kiev. Uit dit huwelijk een zoon.

Bronnen:
1.Maison de Hornes, Horn, Horne, Hoerne, Huerne, Hoorne, etc. (B 014), Etienne Patou, 2014 (blz. 1)


Maurin van Parma
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Maurin paltsgraaf van Parma, markgraaf 835-844,
, 835-44 Pfalzgraf von Parma, Reggio und Piacenza, Salier.  Aus salischem Geschlecht, mit Besitz um Parma, Reggio und Pacenza, vielleicht Nachkomme des Grafen Suppo I. v.Brescia, wohl identisch mit Pfalzgraf Maurin, aber verschieden von Graf Moring von Brescia.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Suppo II  †888   


Agnes van Hoemen
Agnes van Hoemen, ovl. op 14 dec 1487,
, dochter van Gerhard, Burggraf zu Odenkirchen,+Ricarda von Rheydt.

tr.
met

Karsil III von Palant zu Breitenbend, zn. van Werner II von Palant zu Breitenbend en Alverade von Engelsdorf, geb. circa 1398, ovl. na 15 aug 1475.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Werner III  †1506   
Gerhard I  †1508   


Wilfred
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis

Wilfred , graaf, ovl. voor 902.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Berta  †921   


Godfried van Wesemaele
in
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek

Godfried van Wesemaele, geb. Wezemaal [België] in 1220, heer van Perk 1265, heer van Wezwmaal 1272, ovl. Wezemaal [België] op 1 nov 1275.

tr. in 1240
met

Isentrude van Alphen, dr. van Gilles van Alphen en Olivia , ovl. na 1278


Boso I 'de Oude' van Arles
in
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Cees Hagenbeek
Kwartierstaat van Eunice Roos
Kwartierstaat van Fred Spaans
Kwartierstaat van Hans Willem Johan van der Wind
Kwartierstaat van Jacoline van Dijk
Kwartierstaat van Lourens de Groot
Kwartierstaat van Magda en Paul Breedveld
Kwartierstaat van Marinus Pannevis
Kwartierstaat van Mechelien Mezach

Boso I 'de Oude' (Theodoric) van Arles (Comes de Autun), graaf in Italië, ovl. voor 855,
, Boso van Arles of van Vienne, bijgenaamd de Oude (ca. 780 - voor 855) was graaf van Arles en Turijn. In 826 ruilde hij met Lodewijk de Vrome 8 hoeven en een kapel bij Beek bij Nijmegen, met bezittingen in Vercelli. Hij was de stamvader van de Bosoniden.
Theotrith (Bozo)?, urk. 812 (Friedensunterhändler mit den Dänen), 826 bekommt der einen Mansus zu Biellea, 844 im Gefolge Ludwigs II. in Rom, missus, comes de Valois?, Bruder der Ida v.Ripuarien?, Sohn des Theoderich?, bei EStT ist Bouin der Vater von Boson und Richard.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bivinus*822  †865  43


Werner III von Palant Herr zu Breitenbend
Werner III von Palant Herr zu Breitenbend, ovl. voor okt 1506,
, 3.3.1477 Teilung mit den Brüdern, Pfandherr und Amtmann zu Boslar, Amtmann zu Wassenberg.

tr.
met

Adriane von Alpen,
, dochter van Elvert zu Honnepel u. Hamm+Mechtildis v.Cuylenberg zu Selem und Issum.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elpert*1470  †1543  73