Genealogische website van Cees Hagenbeek
Hadamut van Eppenstein
Hadamut van Eppenstein (Eppstein).

relatie
met

Frederik II Graf an der Sempt, zn. van Friedrich I Graf von Diessen-Andechs en Hemma von Öhningen, graaf van Diessen,
, 1050 Graf v.Diessen?, 1050-66 urk, 1035 Domvogt v.Regensburg, 1056 Graf an der Sempt, 1070 Abdankung, Mönch zu St.Blasien, Graf zu Haching?, bei EStT Sohn des Dietrich I, tr. (2) met Irmgard von Gilching. Uit dit huwelijk een dochter.

Uit deze relatie een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hagunda  †1104   


Poppo I von Weimar Markgraf von Istrien
Poppo I Graf von Weimar Markgraf von Istrien, ovl. voor 1044,
, 1012 Markgraf von Krain und Istrien, bei Grote und EStT Sohn des Wilhelm III.

relatie
met

Hadamut van Istrië (Hadamut (Azzela) van Friuli, van Friaul), dr. van Werigand van Istrië (graaf van Friaul) en Willibirg van Ebersberg (erfdochter).

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ulrich I  †1070   


Hadamut van Istrië
Hadamut van Istrië (Hadamut (Azzela) van Friuli, van Friaul).

relatie
met

Poppo I Graf von Weimar Markgraf von Istrien, zn. van Willem II van Weimar en NN van Babenberg, ovl. voor 1044,
, 1012 Markgraf von Krain und Istrien, bei Grote und EStT Sohn des Wilhelm III.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ulrich I  †1070   


Bela I van Hongarije
Bela I koning van Hongarije (Magyarország), geb. circa 1014, koning van Hongarije, ovl. in 1063,
, 1048-1061 Herzog, 1061 Kiraly
Koning van Hongarije van 1061 tot 1063 en behoorde tot het huis van Árpád.
Béla was een zoon van hertog Vazul van Hongarije en van Katun van Bulgarije. Na de mislukte opstand van zijn vader werd hij samen met zijn broers verbannen. Hij woonde eerst in Bohemen en daarna in Polen. Béla vocht in het leger van koning Mieszko II Lambert van Polen en zou een opstand van de Pommeren hebben bedwongen door de aanvoerder van de opstandelingen in een tweegevecht te verslaan. Hij werd in Polen gedoopt met de naam Adalbert en trouwde met een Poolse prinses. Béla steunde zijn zwager Casimir I van Polen om de macht van het Poolse koningshuis te vestigen.
In 1047 werd zijn oudere broer Andreas koning van Hongarije. Béla werd benoemd tot hertog tussen de Morava (Tsjechië) en de Hron. In die functie was hij veldheer tegen Kroatië en Bulgarije. Béla leek de aangewezen troonopvolger maar toen Andreas zijn 5-jarige zoon Salomon tot medekoning kroonde, vluchtte Béla naar Polen. Met een Pools leger wist hij in twee veldslagen Andreas te verslaan, diein 1060 in gevangenschap aan zijn verwondingen bezweek. Diens vrouw wist echter met Salomon en de schatkist naar Duitsland te vluchten. Béla werd koning van Hongarije maar de Duitse regentes Agnes steunde Salomon als tegenkoning.
Toen de landdag in 1061 het herstel van het heidendom eiste, liet hij de landdag door troepen uiteen jagen. Béla hervormde het muntwezen en de economie. In 1063 trok een Duits leger onder Otto I vanNortheim naar Hongarije om Salomon op de troon te zetten. Het kwam niet tot een veldslag want Béla raakte zwaargewond toen de baldakijn van zijn troon in zijn paleis in Dömös instortte, en overleedkort daarna. Béla werd begraven in de abdij van Szekszárd die hij in 1061 had gesticht.
Béla was gehuwd met de Poolse koningsdochter Richezza, dochter van Mieszko II Lambert. Zij hadden volgende kinderen:
Géza I van Hongarije, koning in 1074-1077 Lanka, gehuwd met Rostislav van Rostov Veliki Sophia (-1095), huwde een eerste maal rond 1062 met Ulrich I van Weimar, markgraaf van Carniola, graaf van Istrië (-1070) en een tweede maal rond 1071 met Magnus van Saksen Ladislaus I van Hongarije koning in 1077-1095 Euphemia (Ludmilla) (-1111), huwde met prins Otto I de Schone van Moravië-Olmütz (-1087) Maria, (rond 1053/55-); huwde met Andronicus Dukas, medekeizer van Byzantium, zoon van Constantijn X van Byzantium Lampert, hertog van Nitra in 1077-1095 Helena (Ilona), huwde met de koning van Kroatië Dmitar Zvonimir (1075-1089) Béla had ook nog een onechte dochter Sophia, getrouwd met graaf Lambert Hont-Pázmány.
Béla I the Champion or the Bison (Hungarian: I. (Bajnok/Bölény) Béla) (c. 1016 – 11 September 1063), King of Hungary (1060-1063). He descended from a younger branch of the Árpád dynasty and spent seventeen years in exile, probably in the court of the Kings of Poland. He came back to Hungary at the request of his brother, King Andrew I who assigned him the government of one third of the kingdom. However, Béla did not want to accept the hereditary rights of his brother's son, Solomon to the throne and he rebelled against his brother. Although, he managed to ascend to the throne after defeating King Andrew, he could not strengthen his reign and ensure his sons' succession. Early years Béla was the second[1] son of Duke Vazul, a cousin of Stephan I, the first King of Hungary. His mother was probably the concubine (a daughter of a member of the Hungarian gens Tátony) of his father, who still followed pagan customs[2]. On September 2, 1031, King Stephen I's only surviving son Imre was killed by a boar while hunting. King Stephen I wanted to secure the position of the Christianity in his semi-converted kingdom; therefore he was planning to name his sister's son, Peter Urseolo as his successor. However, Duke Vazul, who was suspected to be following pagan customs, took part in a conspiracy aimed at the murder of the king. But the assassination attempt failed and Duke Vazul had is eyes gouged out and molten lead poured in his ears and his three sons were exiled. In exile After their father's tragic death, the three brothers were obliged to leave the country. Fleeing first to Bohemia, they continued to Poland where Béla settled down, while his brothers, Levente and Andre continued on, settling in Kiev. In Poland, Béla served King Mieszko II Lambert of Poland and took part in the king's campaigns against the pagan Pomeran tribes. He became a successful military leader, and the king gave his daughter[3] in marriage to him. He may have been baptized just before his marriage, and his Christian name was Adalbert. After his marriage, he probably lived in Poland even during the time of interregnum when his brother-in-law, King Casimir I of Poland was obliged to leave the country. Some authors claim that during the interregnum in Poland, Béla fled to Bohemia and they identify Béla with "King Stephen's cousin", mentioned in medieval chronicles [4], whom the Emperor Henry III, in 1043, assigned to govern the parts of Hungary he had occupied from King Samuel Aba, when the Hungarians refused to accept King Peter's rule. Duke of Tercia pars Regni In the meantime, after a sanguine pagan revolt which ended the rule of King Peter, Béla's brother ascended the throne in Hungary as King Andrew I. However, his relations with the Holy Roman Empire remained tense, because King Peter had been not only a close ally of the Emperor Henry III, but he also had become a vassal of the Holy Roman Empire. King Andrew sent an embassy to the imperial court and offered to accept the Emperor's supremacy, but Henry III refused the peace; therefore the new King of Hungary had to make preparations for the approaching war. That was the reason he invited his younger brother, the successful military leader, Béla to his court, and Béla accepted his offer. In 1048, Andrew conceded one third of Hungary (Tercia pars Regni) in appanage to Béla.[5]. The two brothers shared power without incident until 1053, when King Andrew fathered a son, Solomon. Thereafter, Andrew became determined to secure the throne for his son and to displace his brother. Andrew, therefore, had his son (Béla's nephew) crowned "junior king" (rex iunior) in 1057. Following the coronation, Béla left his brother's court. In two years later, according to legend, King Andrew called back Béla to his court, and placed before him a crown and a sword, representing royal and ducal power, respectively, and asked Béla to take his choice. Knowing that choosing the crown would mean his life, Béla instead selected the sword. Shortly afterwards, Béla fled to Poland where he was received by King Boleslaw II of Poland, nephew of his wife. King of Hungary In 1060, Béla returned to Hungary and defeated King Andrew I to become the new king. After his brother's death and Béla's victory at the Theben Pass, Béla was crowned king on December 6, 1060. During his brief reign he concerned himself with crushing pagan revolts in his kingdom. Hungarian chroniclers praised Béla for introducing new currency, such as the silver denarius, and for his benevolence to the former followers of his nephew, Solomon. Béla died in an accident when his throne's canopy collapsed. After Béla's death, King Henry IV of Germany installed Solomon as the new king and Béla's male progenies had to flee to Poland again.

tr. (1) circa 1039
met

Richenza (Rixa) van Polen, dr. van Mieczyslaw II van Polen (koning van Polen) en Richenza van Palts-Lotharingen, ovl. na 1052.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sophie  †1095   
Ladislas*1040  †1095 Nyitra [Frankrijk] 54
Geisa I*1045  †1077  31

tr. (2)
met

Tuta von Formbach im Schweinachgau, dr. van Heinrich im Schweinachgau en Himiltrud , geb. circa 1021, ovl. circa 1073,
, Tuta van Formbach (* 1037, † 1100) was de stichter van het klooster Suben en mogelijk de tweede vrouw van koning Bélas I van Hongarije .
Tuta was de dochter van graaf Hendrik I (Hesso) van Formbach († 1030 of 1046) en zijn vrouw Himildrud. Na de vroege dood van hun enige broer Herimann († 1030), kwamen de bezittingen naar Suben, inclusief het kasteel Suben, en in het Pramtal naar Tuta. Haar zuster Himiltrudis ontving voornamelijk goederen ten westen van de Inns. De lucratieve contributie werd in gelijke delen betaald door de surtax te Schärding .
Na de dood van Richenza van Polen († 1058) was Tuta mogelijk de tweede vrouw van de Hongaarse koning Béla I in 1059. Hoe Tuta bij het Hongaarse hof terechtkwam, is niet bekend. Later trouwde ze met Engelbrecht III, graaf in Val Pusteria en graaf Palatine in Karinthië. Wanneer Tuta stierf, is precies niet bekend. De inscriptie op haar gotische grafplaat, die waarschijnlijk onder Provost Matthäus Meermoser werd gekocht, bevat de aanduiding MCXXXVI Kls May ; Maar dit kan niet waar zijn, aangezien Tuta 1095, haar zoon Koloman, begon als het hoofd van het klooster in Suben. De hele inscriptie op de grafplaat luidt: " Hye leyt de spuitende chünichleychis genderd aan terughoudend genaamd Tuta oprichter decz equivalent gotisch huis stierf aan Suben MCXXXVI KIs May "


Richenza van Polen
Richenza (Rixa) van Polen, ovl. na 1052.

tr. circa 1039
met

Bela I koning van Hongarije (Magyarország), zn. van Vazul van Hongarije en Anastasia Katun van Bulgarije, geb. circa 1014, koning van Hongarije, ovl. in 1063,
, 1048-1061 Herzog, 1061 Kiraly
Koning van Hongarije van 1061 tot 1063 en behoorde tot het huis van Árpád.
Béla was een zoon van hertog Vazul van Hongarije en van Katun van Bulgarije. Na de mislukte opstand van zijn vader werd hij samen met zijn broers verbannen. Hij woonde eerst in Bohemen en daarna in Polen. Béla vocht in het leger van koning Mieszko II Lambert van Polen en zou een opstand van de Pommeren hebben bedwongen door de aanvoerder van de opstandelingen in een tweegevecht te verslaan. Hij werd in Polen gedoopt met de naam Adalbert en trouwde met een Poolse prinses. Béla steunde zijn zwager Casimir I van Polen om de macht van het Poolse koningshuis te vestigen.
In 1047 werd zijn oudere broer Andreas koning van Hongarije. Béla werd benoemd tot hertog tussen de Morava (Tsjechië) en de Hron. In die functie was hij veldheer tegen Kroatië en Bulgarije. Béla leek de aangewezen troonopvolger maar toen Andreas zijn 5-jarige zoon Salomon tot medekoning kroonde, vluchtte Béla naar Polen. Met een Pools leger wist hij in twee veldslagen Andreas te verslaan, diein 1060 in gevangenschap aan zijn verwondingen bezweek. Diens vrouw wist echter met Salomon en de schatkist naar Duitsland te vluchten. Béla werd koning van Hongarije maar de Duitse regentes Agnes steunde Salomon als tegenkoning.
Toen de landdag in 1061 het herstel van het heidendom eiste, liet hij de landdag door troepen uiteen jagen. Béla hervormde het muntwezen en de economie. In 1063 trok een Duits leger onder Otto I vanNortheim naar Hongarije om Salomon op de troon te zetten. Het kwam niet tot een veldslag want Béla raakte zwaargewond toen de baldakijn van zijn troon in zijn paleis in Dömös instortte, en overleedkort daarna. Béla werd begraven in de abdij van Szekszárd die hij in 1061 had gesticht.
Béla was gehuwd met de Poolse koningsdochter Richezza, dochter van Mieszko II Lambert. Zij hadden volgende kinderen:
Géza I van Hongarije, koning in 1074-1077 Lanka, gehuwd met Rostislav van Rostov Veliki Sophia (-1095), huwde een eerste maal rond 1062 met Ulrich I van Weimar, markgraaf van Carniola, graaf van Istrië (-1070) en een tweede maal rond 1071 met Magnus van Saksen Ladislaus I van Hongarije koning in 1077-1095 Euphemia (Ludmilla) (-1111), huwde met prins Otto I de Schone van Moravië-Olmütz (-1087) Maria, (rond 1053/55-); huwde met Andronicus Dukas, medekeizer van Byzantium, zoon van Constantijn X van Byzantium Lampert, hertog van Nitra in 1077-1095 Helena (Ilona), huwde met de koning van Kroatië Dmitar Zvonimir (1075-1089) Béla had ook nog een onechte dochter Sophia, getrouwd met graaf Lambert Hont-Pázmány.
Béla I the Champion or the Bison (Hungarian: I. (Bajnok/Bölény) Béla) (c. 1016 – 11 September 1063), King of Hungary (1060-1063). He descended from a younger branch of the Árpád dynasty and spent seventeen years in exile, probably in the court of the Kings of Poland. He came back to Hungary at the request of his brother, King Andrew I who assigned him the government of one third of the kingdom. However, Béla did not want to accept the hereditary rights of his brother's son, Solomon to the throne and he rebelled against his brother. Although, he managed to ascend to the throne after defeating King Andrew, he could not strengthen his reign and ensure his sons' succession. Early years Béla was the second[1] son of Duke Vazul, a cousin of Stephan I, the first King of Hungary. His mother was probably the concubine (a daughter of a member of the Hungarian gens Tátony) of his father, who still followed pagan customs[2]. On September 2, 1031, King Stephen I's only surviving son Imre was killed by a boar while hunting. King Stephen I wanted to secure the position of the Christianity in his semi-converted kingdom; therefore he was planning to name his sister's son, Peter Urseolo as his successor. However, Duke Vazul, who was suspected to be following pagan customs, took part in a conspiracy aimed at the murder of the king. But the assassination attempt failed and Duke Vazul had is eyes gouged out and molten lead poured in his ears and his three sons were exiled. In exile After their father's tragic death, the three brothers were obliged to leave the country. Fleeing first to Bohemia, they continued to Poland where Béla settled down, while his brothers, Levente and Andre continued on, settling in Kiev. In Poland, Béla served King Mieszko II Lambert of Poland and took part in the king's campaigns against the pagan Pomeran tribes. He became a successful military leader, and the king gave his daughter[3] in marriage to him. He may have been baptized just before his marriage, and his Christian name was Adalbert. After his marriage, he probably lived in Poland even during the time of interregnum when his brother-in-law, King Casimir I of Poland was obliged to leave the country. Some authors claim that during the interregnum in Poland, Béla fled to Bohemia and they identify Béla with "King Stephen's cousin", mentioned in medieval chronicles [4], whom the Emperor Henry III, in 1043, assigned to govern the parts of Hungary he had occupied from King Samuel Aba, when the Hungarians refused to accept King Peter's rule. Duke of Tercia pars Regni In the meantime, after a sanguine pagan revolt which ended the rule of King Peter, Béla's brother ascended the throne in Hungary as King Andrew I. However, his relations with the Holy Roman Empire remained tense, because King Peter had been not only a close ally of the Emperor Henry III, but he also had become a vassal of the Holy Roman Empire. King Andrew sent an embassy to the imperial court and offered to accept the Emperor's supremacy, but Henry III refused the peace; therefore the new King of Hungary had to make preparations for the approaching war. That was the reason he invited his younger brother, the successful military leader, Béla to his court, and Béla accepted his offer. In 1048, Andrew conceded one third of Hungary (Tercia pars Regni) in appanage to Béla.[5]. The two brothers shared power without incident until 1053, when King Andrew fathered a son, Solomon. Thereafter, Andrew became determined to secure the throne for his son and to displace his brother. Andrew, therefore, had his son (Béla's nephew) crowned "junior king" (rex iunior) in 1057. Following the coronation, Béla left his brother's court. In two years later, according to legend, King Andrew called back Béla to his court, and placed before him a crown and a sword, representing royal and ducal power, respectively, and asked Béla to take his choice. Knowing that choosing the crown would mean his life, Béla instead selected the sword. Shortly afterwards, Béla fled to Poland where he was received by King Boleslaw II of Poland, nephew of his wife. King of Hungary In 1060, Béla returned to Hungary and defeated King Andrew I to become the new king. After his brother's death and Béla's victory at the Theben Pass, Béla was crowned king on December 6, 1060. During his brief reign he concerned himself with crushing pagan revolts in his kingdom. Hungarian chroniclers praised Béla for introducing new currency, such as the silver denarius, and for his benevolence to the former followers of his nephew, Solomon. Béla died in an accident when his throne's canopy collapsed. After Béla's death, King Henry IV of Germany installed Solomon as the new king and Béla's male progenies had to flee to Poland again, tr. (2) met Tuta von Formbach im Schweinachgau. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sophie  †1095   
Ladislas*1040  †1095 Nyitra [Frankrijk] 54
Geisa I*1045  †1077  31


Praxedis van Rusland
Praxedis van Rusland (Ewpraksija Wsewolodowna Kiewskaja), geb. circa 1070, ovl. Kiev [Russian Federation] op 10 jul 1109.

tr. in 1089
met

Keizer Hendrik IV von Schwaben der Salier, zn. van Hendrik III von Schwaben (Room Koning en Keizer) en Agnes van Poitou-Aquitanië (regentes Duitse rijk), geb. Goslar op 11 nov 1050, Rooms Koning-Keizer, ovl. Luik (B) op 7 aug 1106, begr. Spiers (Domkerk) eerst na opheffing van de ban op 7 aug 1111, tr. (1) met Keizerin Bertha van Suza de Turin, dr. van Otto di Savoia Marchese di Susa Comte de Chablais (graaf van Savoye) en Adelheid van Susa. Uit dit huwelijk 2 kinderen


Ermengarde van Horn
Ermengarde (Irmengard) van Horn,
, De stelling dat Emmo trouwde met een erfdochter van Horne is al lang achterhaald;[2] intussen staat vast dat hij trouwde met Swanhilde, dochter van de Friese graaf Dirk III.

tr. voor 1055
met

Emmo III van Loon1, zn. van Giselbert I dit de Duras 'd Orchimont en Erlande de Jodoigne, geb. Borgloon [België] in 1025, graaf van Loon 1046, ovl. Borgloon [België] op 17 jan 1078,
, Emmo [Immo], son of Giselbert Comte de Looz & his wife Liutgarde de Namur (-17 Jan 1078). The Vita Arnulfi names "Emmonem et Ottonem fratrem eius" as sons of Liutgarde, daughter of Albert [I] Comte de Namur. From a chronological point of view, it is not possible for Emmo and his brother to have been the children of Otto de Looz who, as stated above, is recorded in another source as the husband of Liutgarde de Namur. No primary source has been identified which confirms that Emmo and Otto were the sons of Comte Giselbert, although this suggested parentage would fit the chronology of the family. Comte de Looz. ?..Ottonis advocati et fratris eius Emmonis comitis de Los, Alberti comitis de Musal..? signed the charter dated 1059 under which ?Fredericus..Lothariencium dux? donated a serf to Saint-Trond. The necrology of Ličge Saint-Lambert records the death "XVII Kal Feb" of "Emononis comitis".
m ---. The identity of the wife of Comte Emmo has not been established beyond doubt. The Annalista Saxo names "Bertrada, soror Suanehildis comitisse de castro quod dicitur Lon in Hasbania, cuius filius fuit Arnoldus comes Mogotiensis prefectus" as wife of Graf Dietrich (identified as Dietrich I Graf von Katlenburg). As noted in the document HOLLAND, no primary source has been identified which indicates that Bertrada was the daughter of Dirk III Count of Holland. Nevertheless, from a chronological point of view Count Dirk is the most likely father, assuming that Bertrada was a member of that family. "Arnoldus comes Mogotiensis prefectus" in this passage must be identified as Arnaud [I] Comte de Looz, who is recorded as the son of Emmo Comte de Looz. If that is correct, the wife of Emmo was Suanehildis of Holland, daughter of Dirk III "Hierosolymita" Count of Holland & his wife Othelindis [von Haldensleben] (-31 Mar [1100]). From a chronological point of view, the suggestion is feasible: the birth of the children of Count Dirk III must be dated to [1010/35], while Comte Emmoţs children were probably born in [1040/60]. The necrology of Ličge Saint-Jacques points to this being the correct solution when it records the death 31 Mar of ?Spannehildis comitissima de Los? and her donation. Verdonk indicates that she died in 1100 on a pilgrimage to Rome. [The Vita Andreć, first abbot of Averboden, in the Chronicle written by Nicolas Hogeland Abbot of Middelburg, records that "comitis Arnoldi Lossensis" descended "ex parte matris" from "Clivić comitibus", which would be inconsistent with this hypothesis but, as pointed out below, Klaversma notes that this source is a 17th century forgery and is therefore unreliable. [The dubious late-18th century Recueil généalogique de familles originaires des Pays-Bas indicates that Comte Emmo married ?Ermingarde, fille héritičre de Conrard sire de Hornes et de Machtilde de Juliers, laquelle fit de belles donations ŕ St. Barthelemi de Ličge et ŕ notre Dame de Hui?. No primary source is cited to confirm this statement and no reliable reference has been found to any such early family of Heren van Horne (see the document DUTCH NOBILITY). Possibly the statement is linked to the 17th century forgery which suggests that Horne was inherited by Emmo's son Thierry, as noted below. The reference to the ?donations ŕ St. Barthelemi de Ličge? suggests that this person was identified as "Ermengardis comitissa" whose donation is dated 1078, and presumably also as "Ermengardis" who made similar donations to the churches of Sainte-Marie et Saint-Lambert de Ličge by charter dated 5 Feb 1078. No primary source has been found which links Ermengarde to Looz while Daris, in his mid-19th century Histoire de Looz, indicated that the idea had no foundation. It is suggested elsewhere in the present document that the donor in question was the widow of Gozelon Comte de Montaigu.], relatie (2) met Swanhilde gravin van Holland. Uit deze relatie 4 kinderen.

 


Bronnen:
1.Maison de Hornes, Horn, Horne, Hoerne, Huerne, Hoorne, etc. (B 014), Etienne Patou, 2014 (blz. 1)


Folmar III van Metz
Folmar III graaf van Metz, geb. voor 1055, graaf van Metz, ovl. in 1075.

relatie
met

Schwanhild von Dagsburg, erfdochter van Dagsburg.

Uit deze relatie 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Folmar IV  †1111   
Gottfried I*1089  †1122  33


Schwanhild von Dagsburg
Schwanhild von Dagsburg, erfdochter van Dagsburg.

relatie
met

Folmar III graaf van Metz, zn. van Gottfried Graf und Pfalzgraf von Metz en Judith van Luxemburg ?, geb. voor 1055, graaf van Metz, ovl. in 1075.

Uit deze relatie 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Folmar IV  †1111   
Gottfried I*1089  †1122  33


Hugo V van Egisheim
Hugo V graaf van Egisheim (graaf van Dagsburg), ovl. voor 1049,
, 1027 unterstützt er Kaiser Konrad II. gegen Herzog Ernst v.Schwaben, begr Kloster Hesse.

 

relatie
met

Mechtild , dr. van Albert van Moha.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Heinrich  †1063   


Mechtild
Mechtild .

relatie
met

Hugo V graaf van Egisheim (graaf van Dagsburg), zn. van Hugo IV graaf van Egisheim (graaf in de Nordgau) en Heilwich van Dagsburg-Egisheim, ovl. voor 1049,
, 1027 unterstützt er Kaiser Konrad II. gegen Herzog Ernst v.Schwaben, begr Kloster Hesse.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Heinrich  †1063   


Albert van Moha
Albert van Moha.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mechtild     


Ferdinand Breedveld
Fred (Ferdinand) Breedveld, geb. Rotterdam op 14 sep 1920, ovl. Zoeterwoude op 2 sep 1993.

tr. Rotterdam op 29 jul 1942
met

Truus (Geertrui) Lepelaar, dr. van Paulus Lepelaar (electriciën, had een electrot. installatiebureau en winkel "Het Electrohuis") en Magdalena de Vroedt, geb. Leiden op 27 dec 1920, ovl. Zoeterwoude op 20 jul 2016.

Uit dit huwelijk 12 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Magda*1947     
Paulus*1943 Leiden    


Godizo van de Betuwe
Godizo van de Betuwe.

relatie
met

Bertha (Bave)


Bertha
Bertha (Bave) .

relatie
met

Godizo van de Betuwe, zn. van Unruoch Hunerik in Teisterbant (graaf in Teisterbant981-1010)


Hendrik van Montferrat
Hendrik van Montferrat.

tr. voor 29 jan 1041
met

Adelheid van Susa (Adelaide van Turijn), dr. van Odelrico Manfredo II markgraaf van Suza (markgraaf) en Bertha van Este, geb. circa 1015, ovl. op 19 dec 1091, begr. op 25 dec 1091,
, Erbin der Ardoniniden, Erbin v.Piemont, Herrin v.Turin, La Grande Comtesse. 1. Ehe um 1036 mit Hermann v.Babenberg, Herzog von Schwaben (+ 1038). 2. Ehe 1042 mit Heinrich v.Montferrat; Busse, DFA56. + 19.12.? Adelheid van Turijn van Susa, relatie (1) met Herman IV hertog von Schwaben. Uit deze relatie 3 kinderen, tr. (3) met Otto di Savoia Marchese di Susa Comte de Chablais. Uit dit huwelijk 3 kinderen


Poppo II van Rott
Poppo II van Rott, graaf van Rott, ovl. na 1040.

relatie
met

Hazaga im Rangau ?, dr. van Kuno I Welf.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Kuno I  †1086   


Hazaga im Rangau ?
Hazaga im Rangau ?.

relatie
met

Poppo II van Rott, zn. van Poppo I von Rott Graf an der Sempt (graaf van Rott), graaf van Rott, ovl. na 1040.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Kuno I  †1086   


Baudouin II van Boulogne
Baudouin II (Ernicule ?) graaf van Boulogne, geb. circa 990, graaf van Boulogne, ovl. in 1033.

tr. (1) circa 1010
met

Adelheid van West-Friesland, dr. van Aarnout (Arnulf (Gandesis)) van Holland (graaf van 998 tot 993) en Liutgardis van Luxemburg, geb. circa 975, ovl. circa 1045, tr. (2) met Enguerrand I graaf de Ponthieu. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Eustache I*1004 Boulogne-sur-Mer [Frankrijk] †1049 Vincennes (F) 44

tr. (2)
met

Agnes de Jumičge, dr. van Eustache graaf Jumiege, geb. circa 984, tr. (1) met Hugo (Hugues) de Plantard, zn. van Jan I en Isabel , geb. circa 961, ovl. circa 1015,
, met de lange neus, is vermoord in 1015. Uit dit huwelijk geen kinderen


Adelheid van West-Friesland
Adelheid van West-Friesland, geb. circa 975, ovl. circa 1045.

tr. (1) circa 1010
met

Baudouin II (Ernicule ?) graaf van Boulogne, zn. van Gui graaf van Boulogne, geb. circa 990, graaf van Boulogne, ovl. in 1033, tr. (2) met Agnes de Jumičge. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Eustache I*1004 Boulogne-sur-Mer [Frankrijk] †1049 Vincennes (F) 44

tr. (2)
met

Enguerrand I graaf de Ponthieu, zn. van Hugues I de Ponthieu en Gisela van Frankrijk, ovl. in 1045.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hugues II  †1052   



Bronnen:
1.Genealogie der Graven van Holland (DEK/HOL), Dr. A.W.E. Dek, Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1969 (blz. 11)
2.Graven van Holland, Middeleeuwse vorsten in woord en beeld (880-1580) (B 236), Graven van Holland, Middeleeuwse vorsten ., Prof. dr. D.E.H. Boer Dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, 978-90-5730-644-0, Zwolle, 2010 (blz. 21)
3.Graven van Holland, Middeleeuwse vorsten in woord en beeld (880-1580) (B 236), Graven van Holland, Middeleeuwse vorsten ., Prof. dr. D.E.H. Boer Dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, 978-90-5730-644-0, Zwolle, 2010 (blz. 25)