Genealogische website van Cees Hagenbeek
Imma van Hasegouw
Imma (Irmintrud) van Hasegouw (von Brauweiler).

tr. circa 1010
met

Herman von Emmerich (van Ename), zn. van Liutger van Westfalen en Emma van Zevenaar, geb. circa 990, ovl. Verdun [Frankrijk] op 28 mei 1029,
, Graaf van Cappenberg, Graaf in Eifelgouw, Markgraaf van Ename, Graaf van Borken en omgeving, Graaf in Stevergouw? (Haltern), Graaf in Dreingouw, Graaf in Westfalengouw, Lekenbroeder in St. Vanne.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Godschalk*1020  †1063  43


Ludolf van Lotharingen
Ludolf (Erenfried, Liudolf) van Lotharingen, geb. circa 995, ovl. op 11 apr 1031, begr. Brauweiler (klooster) [Duitsland].

tr. in 1020
met

Mathilde van Zutphen, dr. van Otto I van Hammerstein (Heer van Zutphen) en Ermengard van Verdun, ovl. in 1031.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adelheid*1020  †1059  39
Koenraad*1024  †1055 Hongarije 31
Irmintrud*1025  †1083  58
Ruprecht I*1025 Valkenburg †1056  31
Hendrik  †1031   


Mathilde van Zutphen
Mathilde van Zutphen, ovl. in 1031.

tr. in 1020
met

Ludolf (Erenfried, Liudolf) van Lotharingen, zn. van Ezzo van Lotharingen (paltsgraaf Lotharingen) en Mathilde van Saksen, geb. circa 995, ovl. op 11 apr 1031, begr. Brauweiler (klooster) [Duitsland].

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adelheid*1020  †1059  39
Koenraad*1024  †1055 Hongarije 31
Irmintrud*1025  †1083  58
Ruprecht I*1025 Valkenburg †1056  31
Hendrik  †1031   


Werigand van Istrië
Werigand (Wezzelin) van Istrië, graaf van Friaul, ovl. circa 1028.

tr.
met

Willibirg van Ebersberg, dr. van Ulrich van Ebersberg markgraaf van Krain en Richgardis van Viehbach, erfdochter, ovl. voor 1065,
, later abdis van Geisenfeld.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hadamut     


Kuno
Kuno .


Wouter Simonsz van Haarlem
 
Wouter Simonsz van Haarlem, geb. circa 1180, heer van Bergen, ovl. in 1237,
, vermeld 1206-1230.

 

Hij krijgt 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Beatrix  †1263   
Simon II*1230  †1280 Haarlem 50
Wouter     
Willem     


Simon II van Haarlem
 
Simon II van Haarlem1 (van Haerlem), geb. in 1230, baljuw van Zeeland, later Baljuw van Kennemerland, ovl. op 15 nov 1280, begr. Haarlem,
, vermeld in 1254, 1259/1260, 18.11.1261, hij is getuige voor graaf Willem II in 1245, als deze een keur verleent aan de burgers van Haarlem, in 1248 getuige (vermeld als ridder) voor Willem, gekozen Rooms-koning, koopt in 1248, samen met Wouter van Egmond, van de gekozen Rooms-koning Willem en diens broer Floris de hof te Heemskerk, in 1248 kent Rooms-koning Willem aan abt en abdij van Egmond een jaarlijkse rente toe van 20 hoed gerst uit de tienden van Texel, in ruil voor het aandeel van abt en abdij in de samen met Simon van Haarlem (edelman) over de stad Alkmaar uitgeoefende rechten, wordt in 1250, door baljuw van Zeeland zijnde, door Rooms-koning Willem gelast de abdij van Middelburg te beschermen tegen Simon van Souburg, is in 1250, als baljuw van Zeeland, scheidsrechter in een geschil tussen de abdij van Middelburg en Simon van Souburg, beleent in 1251 en 1252 Jacob van Elsbroek, burger van Haarlem, met enig land, geeft in 1251 aan heer Wouter van Egmond, zijn "lieve zwager", een aantal stukken land onder Heemskerk, de helft van de tienden van Scommeer, alsmede enige renten in Limmen en Oesdom in leen, in 125[2] staat Rooms-koning Willem Simon van Haarlem toe dat diens kinderen achtereenvolgens in zijn lenen opvolgen, beleent in 1252 Willem van de Poel, burger van Haarlem, en diens vrouw, met elf percelen land binnen Haarlem, komt in 1254 met de Rooms-koning Willem overeen dat ingezetenen van Heilo zich niet mogen vestigen in de stad Haarlem, verleent in 1254 aan Jacob van Elsbroek, burger van Haarlem, de tiend van Raasdorp Simon was in zijn eerste huwelijk gehuwd met Beatrijs, dochter van Hendrik van Voorne.
Slot Oud Haerlem werd in 1248 gebouwd in opdracht van Simon van Haerlem en in 1351 tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten, toen het eigendom van Jan II van Polanen was, verwoest.
Simon van Haarlem beleent op 10 maart 1250 zijn zwager Wouter van Egmont met goed onder Heemskerk
De belening betrof naar alle waarschijnlijkheid de goederen van het slot Meerestein.
Na zijn dood is het "versterf", zijn de leengoederen terecht gekomen bij zijn zonen Willem & Dirk en vervolgens bij zijn kleinzoon Jan (overl. 1321.

 

tr. (1)
met

Beatrijs van Voorne1, dr. van Hendrik van Voorne (heer van Voorne en burggraaf van Zeeland, vermeld 1229-1259) en Mabelia van Cysoing, ovl. in 1279.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1250  †1317  67

tr. (2)
met

Katharina van Dale van Diepenheim, dr. van Hendrik graaf van Dale van Diepenheim (heer van Diepenheim) en Bertha van Bentheim, geb. circa 1255.

Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 34)


Willem II van Weimar
Willem II van Weimar, ovl. op 15 dec 1003,
, Willem II van Weimar, de Grote, (ca. 945 - 24 december 1003) was de leidende edelman in Thüringen.
Willem was graaf van Weimar (963), de Altgau (967), de Helmegau (968) en de Viesichgau (974). Hij had bovendien grote persoonlijke bezittingen in de regio. Na de dood van keizer Otto II steunde hij de aanspraken van Hendrik II van Beieren (hertog), een oom van Otto II. Willem werd daarom in 984 door de aanhangers van Otto III belegerd in Weimar maar dat beleg werd afgebroken toen Hendrik naderde om hem te ontzetten. In 1002 steunde Willem Hendriks zoon, de latere keizer Hendrik II. Hij werd toen weer belegerd maar wist dat te doorstaan. Nadat Hendrik II keizer was geworden trad Willem op namens de landstreek Thüringen. In bronnen wordt hij zelfs hertog genoemd maar dat is praktisch onmogelijk omdat Thüringen geen hertogdom was. Willem wist de plicht van Thüringen om ieder jaar 500 varkens aan de koning te leveren te laten afschaffen, deze belasting had bestaan sinds het onafhankelijke koninkrijk Thüringen in 531 door de Franken was onderworpen. Willem ontving de koning nog op zijn kasteel en overleed korte tijd daarna. Hij is begraven in Naumburg (Saale).
Willem was zoon van Willem I (ca. 910 - 16 april 963). Die was graaf in het zuiden van Thüringen en koos in 953 de kant van de opstandige hertogen Liudolf van Zwaben en Koenraad de Rode. Willem I verloor daardoor zijn functies en werd verbannen naar Beieren maar in 956 werd hij in zijn ambten en bezittingen hersteld en verwierf nog meer functies.
Willem II trouwde met een onbekende vrouw.

tr.
met

NN van Babenberg, geb. circa 947.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem III  †1039   
Poppo I  †1044   
Agnes*980  †1042  62


Leutfrid II van Alamannië
Leutfrid II hertog van Alamannië, geb. circa 640, ovl. tussen 673 en 695.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Godefried*660  †709  49


Mieczyslaw II van Polen
Mieczyslaw II van Polen, geb. in 990, koning van Polen, ovl. op 25 mrt 1034,
, 1025 Krol, verlor die Kontrolle über die von seinem Vater eroberten Länder und mußte weite Territorien im Südosten an Böhmen und Deutschland zurückgeben, 1031 abgesetzt, 1032 Ksiaz
Mieszko II Lambert, bijgenaamd de Vadsige of de Luie (ca. 990 - 10 mei 1034) was koning van Polen.
Als zoon van koning Boleslaw I van Polen kreeg Mieszko een goede opleiding, hij kon lezen en schrijven en beheerste Grieks en Latijn. In 1013 werd hij gouverneur van Krakau en onderhandelde hij namens Polen tijdens vredesbesprekingen in Merseburg. In 1015 plunderde hij in Bohemen maar werd gevangengenomen en pas na betaling van een losgeld vrijgelaten.
Door het testament van zijn vader werd Mieszko na diens overlijden koning, in plaats van zijn oudere halfbroer Bezprym. Tijdens het kerstfeest van 1025 werd hij gekroond in Gniezno. Koning Koenraad IIde Saliër van Duitsland maakte bezwaar tegen de kroning met het argument dat hij formeel leenheer van Polen was en dat zijn toestemming voor de kroning had moeten worden gevraagd. Mieszko trok zich daar niets van aan, waarna Koenraad voor oorlog koos. Mieszko wist zich goed te verdedigen en probeerde de oorlog zo veel mogelijk in Duitsland zelf uit te vechten. Gedurende een paar jaar werd gevochten tussen een Duits-Boheems en Pools-Hongaars bondgenootschap. In 1030 werd Polen echter verslagen toen ook het Kievse Rijk de kant van Duitsland koos. Mieszko moest vluchten naar Bohemen en zijn halfbroer stuurde de koningskroon naar Duitsland. Polen werd verdeeld in losse hertogdommen. Mieszko kreeg een van de hertogdommen maar moest de Duitse oppermacht erkennen. Door moorden op zijn rivalen wist Mieszko het land in 1032 weer te verenigen. Mieszko werd in 1034 door Poolse edelen vermoord, hij werd begraven in de Sint-Petrus-en-Paulusbasiliek te Poznan (stad).
Er is geen enkele reden om aan te nemen dat Mieszko lui of vadsig zou zijn. Vermoedelijk heeft hij achteraf deze bijnamen gekregen in de nationalistische geschiedschrijving omdat tijdens zijn regeringde Poolse macht die door zijn vader was opgebouwd, door Duitsland werd gebroken.
Mieszko was een zoon van Boleslaw I van Polen en van Emnilda. Hij was in 1013 gehuwd met Richeza. Zij kregen de volgende kinderen:
Casimir I
mogelijk een onbekende dochter die met Emmerik van Hongarije (heilige) zou zijn getrouwd
Richeza
Gertrudis (1020- 4 januari 1107/1108), gehuwd met Izjaslav I van Kiev.

tr. circa 1013
met

Richenza (Richenza, Rixa, Ryxa, Richesa) van Palts-Lotharingen, dr. van Ezzo van Lotharingen (paltsgraaf Lotharingen) en Mathilde van Saksen, geb. tussen 995 en 1000, ovl. Saalfeld tussen 21 mrt 1063 en 31 mrt 1063 ,
, Richeza van Lotharingen, ook Rixa, (ca. 1000 - Saalfeld/Saale, 21 maart 1063) was koningin van Polen tot 1034.
Na de moord op haar man, Mieszko II Lambert van Polen, vluchtte Richeza met haar kinderen naar haar familie in Duitsland. In 1047 overleed haar broer Otto II van Zwaben. Tijdens de begrafenis van Otto legde Richeza haar juwelen af en verklaarde plechtig dat zij ook in een klooster zou treden.
Na haar overlijden werd Richeza niet in Brauweiler begraven (zoals zij had gewenst) maar in het nieuwe Mariagarden klooster in Keulen (in de immuniteit van de dom). Aartsbisschop Anno II beriep zich op een mondelinge afspraak met Richeza. Hij eigende zich ook de schenkingen toe die Richeza aan Brauweiler had gedaan als tegenprestatie voor haar begrafenis. Na lange juridische strijd wist het klooster van Brauweiler deze schenkingen in 1090 alsnog in handen te krijgen. Het Mariagarden klooster werd in 1817 afgebroken, het gebeente van Richeza werd toen verplaatst naar de Johanneskapel in de dom.
Richeza werd heilig verklaard vanwege haar grote schenkingen aan de kerk en omdat ze een groot aantal kerken bouwde. De Nicolaas- en Gertrudiskerken in Keulen, Klotten, Brauweiler, Saalfeld, Bonn en Essen, zijn door haar gesticht.
Een persoonlijk evangeliarium van Richeza is bewaard in de Hessische bibliotheek. Haar graf is meerdere malen geopend om relikwieën uit te nemen. In 1959 is haar graf voor het laatst geopend. Uit haar skelet blijkt dat ze een kleine, tengere vrouw was met een genezen sleutelbeenbreuk en ouderdomsverschijnselen aan de wervelkolom.
Richeza was de dochter van paltsgraaf Ezzo van Lotharingen en Mathilde van Saksen, dochter van keizer Otto II. Zij huwde in 1013 met de Poolse koning Mieszko II Lambert (990-1034).

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Kasmir I*1016  †1058  42
Richenza  †1052   
Gertruda     


Richenza van Palts-Lotharingen
Richenza (Richenza, Rixa, Ryxa, Richesa) van Palts-Lotharingen, geb. tussen 995 en 1000, ovl. Saalfeld tussen 21 mrt 1063 en 31 mrt 1063 ,
, Richeza van Lotharingen, ook Rixa, (ca. 1000 - Saalfeld/Saale, 21 maart 1063) was koningin van Polen tot 1034.
Na de moord op haar man, Mieszko II Lambert van Polen, vluchtte Richeza met haar kinderen naar haar familie in Duitsland. In 1047 overleed haar broer Otto II van Zwaben. Tijdens de begrafenis van Otto legde Richeza haar juwelen af en verklaarde plechtig dat zij ook in een klooster zou treden.
Na haar overlijden werd Richeza niet in Brauweiler begraven (zoals zij had gewenst) maar in het nieuwe Mariagarden klooster in Keulen (in de immuniteit van de dom). Aartsbisschop Anno II beriep zich op een mondelinge afspraak met Richeza. Hij eigende zich ook de schenkingen toe die Richeza aan Brauweiler had gedaan als tegenprestatie voor haar begrafenis. Na lange juridische strijd wist het klooster van Brauweiler deze schenkingen in 1090 alsnog in handen te krijgen. Het Mariagarden klooster werd in 1817 afgebroken, het gebeente van Richeza werd toen verplaatst naar de Johanneskapel in de dom.
Richeza werd heilig verklaard vanwege haar grote schenkingen aan de kerk en omdat ze een groot aantal kerken bouwde. De Nicolaas- en Gertrudiskerken in Keulen, Klotten, Brauweiler, Saalfeld, Bonn en Essen, zijn door haar gesticht.
Een persoonlijk evangeliarium van Richeza is bewaard in de Hessische bibliotheek. Haar graf is meerdere malen geopend om relikwieën uit te nemen. In 1959 is haar graf voor het laatst geopend. Uit haar skelet blijkt dat ze een kleine, tengere vrouw was met een genezen sleutelbeenbreuk en ouderdomsverschijnselen aan de wervelkolom.
Richeza was de dochter van paltsgraaf Ezzo van Lotharingen en Mathilde van Saksen, dochter van keizer Otto II. Zij huwde in 1013 met de Poolse koning Mieszko II Lambert (990-1034).

tr. circa 1013
met

Mieczyslaw II van Polen, zn. van Boleslaw I Chrosby van Polen (koning van Polen) en Emenilde van Slovenië, geb. in 990, koning van Polen, ovl. op 25 mrt 1034,
, 1025 Krol, verlor die Kontrolle über die von seinem Vater eroberten Länder und mußte weite Territorien im Südosten an Böhmen und Deutschland zurückgeben, 1031 abgesetzt, 1032 Ksiaz
Mieszko II Lambert, bijgenaamd de Vadsige of de Luie (ca. 990 - 10 mei 1034) was koning van Polen.
Als zoon van koning Boleslaw I van Polen kreeg Mieszko een goede opleiding, hij kon lezen en schrijven en beheerste Grieks en Latijn. In 1013 werd hij gouverneur van Krakau en onderhandelde hij namens Polen tijdens vredesbesprekingen in Merseburg. In 1015 plunderde hij in Bohemen maar werd gevangengenomen en pas na betaling van een losgeld vrijgelaten.
Door het testament van zijn vader werd Mieszko na diens overlijden koning, in plaats van zijn oudere halfbroer Bezprym. Tijdens het kerstfeest van 1025 werd hij gekroond in Gniezno. Koning Koenraad IIde Saliër van Duitsland maakte bezwaar tegen de kroning met het argument dat hij formeel leenheer van Polen was en dat zijn toestemming voor de kroning had moeten worden gevraagd. Mieszko trok zich daar niets van aan, waarna Koenraad voor oorlog koos. Mieszko wist zich goed te verdedigen en probeerde de oorlog zo veel mogelijk in Duitsland zelf uit te vechten. Gedurende een paar jaar werd gevochten tussen een Duits-Boheems en Pools-Hongaars bondgenootschap. In 1030 werd Polen echter verslagen toen ook het Kievse Rijk de kant van Duitsland koos. Mieszko moest vluchten naar Bohemen en zijn halfbroer stuurde de koningskroon naar Duitsland. Polen werd verdeeld in losse hertogdommen. Mieszko kreeg een van de hertogdommen maar moest de Duitse oppermacht erkennen. Door moorden op zijn rivalen wist Mieszko het land in 1032 weer te verenigen. Mieszko werd in 1034 door Poolse edelen vermoord, hij werd begraven in de Sint-Petrus-en-Paulusbasiliek te Poznan (stad).
Er is geen enkele reden om aan te nemen dat Mieszko lui of vadsig zou zijn. Vermoedelijk heeft hij achteraf deze bijnamen gekregen in de nationalistische geschiedschrijving omdat tijdens zijn regeringde Poolse macht die door zijn vader was opgebouwd, door Duitsland werd gebroken.
Mieszko was een zoon van Boleslaw I van Polen en van Emnilda. Hij was in 1013 gehuwd met Richeza. Zij kregen de volgende kinderen:
Casimir I
mogelijk een onbekende dochter die met Emmerik van Hongarije (heilige) zou zijn getrouwd
Richeza
Gertrudis (1020- 4 januari 1107/1108), gehuwd met Izjaslav I van Kiev.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Kasmir I*1016  †1058  42
Richenza  †1052   
Gertruda     


Frederik von Schwaben
Frederik von Schwaben, paltsgraaf in Zwaben 1027, ovl. na 1053.

relatie
met

Cunigonda van Oehningen,
, mogelijk identiek met Hemma van Öhningen.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frederik  †1094   


Cunigonda van Oehningen
Cunigonda van Oehningen,
, mogelijk identiek met Hemma van Öhningen.

relatie
met

Frederik von Schwaben, zn. van Friedrich im Sundergau, paltsgraaf in Zwaben 1027, ovl. na 1053.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frederik  †1094   


Ludwig van Mousson
Ludwig (Lodewijk) van Mousson, geb. circa 1019, ovl. na 1070,
, Graf v.Mömpelgard, v.Bar-le-Duc, begr. zu Notre-Dame zu Bar, Herr von St.Mihiel, Mousson u. Armance, kämpft für den Kaiser gegen Gottfried den Bärtigen v.Lothringen, c.1042 kaiserl. Belehnung mit Mömpelgard, Pfirt und Altkirch, gegen Rainald v.Burgund, 1052 zu Rom bei Papst Leo IX, Erwerbung von Schloß Voburg b.Delsberg.

 

tr. op 4 mei 1037
met

Sophie van Opper-Lotharingen, dr. van Frederik van Opper-Lotharingen (hertog Opper-Lotharingen) en Mathilde Souabe de Baviere, geb. circa 1025, ovl. in 1092,
, Erbin von Bar, hat grosse Kinderschar, Gründerin des Priorats Notre-Dame zu Bar.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ludwig I*1043  †1095  52
Dirk I*1045  †1102 Autun [Frankrijk] 56
Beatrix  †1092   
Sophie*1037 Bar-le-Duc [België] †1093 Arnstein [Duitsland] 55


Sophie van Opper-Lotharingen
Sophie van Opper-Lotharingen, geb. circa 1025, ovl. in 1092,
, Erbin von Bar, hat grosse Kinderschar, Gründerin des Priorats Notre-Dame zu Bar.

tr. op 4 mei 1037
met

Ludwig (Lodewijk) van Mousson, zn. van Richwin van Mompelgard (graaf van Bar-Mousson) en Hildegard van Dagsburg Egisheim, geb. circa 1019, ovl. na 1070,
, Graf v.Mömpelgard, v.Bar-le-Duc, begr. zu Notre-Dame zu Bar, Herr von St.Mihiel, Mousson u. Armance, kämpft für den Kaiser gegen Gottfried den Bärtigen v.Lothringen, c.1042 kaiserl. Belehnung mit Mömpelgard, Pfirt und Altkirch, gegen Rainald v.Burgund, 1052 zu Rom bei Papst Leo IX, Erwerbung von Schloß Voburg b.Delsberg.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ludwig I*1043  †1095  52
Dirk I*1045  †1102 Autun [Frankrijk] 56
Beatrix  †1092   
Sophie*1037 Bar-le-Duc [België] †1093 Arnstein [Duitsland] 55


Otton van Looz
 
Otton (Giselbert) graaf van Looz (van Loon, de Duras)1, geb. Borgloon [België] circa 980, ovl. Duras [België] op 1 jan 1046 (1044), begr. Luik (B).

tr.
met

Liutgard Emma (Emma) van Namen1, dr. van Albert I van Namen (graaf, vermeld vanaf 981) en Ermengarde van Neder-Lotharingen, geb. Namen [België] circa 991 (992), ovl. Loon [België] (Duras [België]) circa 1055 (1030),
, Lutgarde filia Hermegardis Namurcensis comitissæ" de echtgenote van "Ottonis comitis de Los" (Gestorum Abbatem Trudonensium Continuatio Tertia 1007, MGH SS X, p. 382 Dame de Orchimont, Falmont, Ciney-Bas.

 

Uit dit huwelijk 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Otto I*1035  †1084  49
Giselbert I*1007 Orchimont [België] †1045 Orchimont [België] 38
Herman*1033     



Bronnen:
1.Maison de Hornes, Horn, Horne, Hoerne, Huerne, Hoorne, etc. (B 014), Etienne Patou, 2014 (blz. 1)

Liutgard Emma van Namen
 
Liutgard Emma (Emma) van Namen1, geb. Namen [België] circa 991 (992), ovl. Loon [België] (Duras [België]) circa 1055 (1030),
, Lutgarde filia Hermegardis Namurcensis comitissæ" de echtgenote van "Ottonis comitis de Los" (Gestorum Abbatem Trudonensium Continuatio Tertia 1007, MGH SS X, p. 382 Dame de Orchimont, Falmont, Ciney-Bas.

tr.
met

Otton (Giselbert) graaf van Looz (van Loon, de Duras)1, zn. van Rudolf in de Haspengouw (graaf in de Haspengouw) en NN van Vliermal gravin van de Haspengau, geb. Borgloon [België] circa 980, ovl. Duras [België] op 1 jan 1046 (1044), begr. Luik (B).

 

Uit dit huwelijk 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Otto I*1035  †1084  49
Giselbert I*1007 Orchimont [België] †1045 Orchimont [België] 38
Herman*1033     



Bronnen:
1.Maison de Hornes, Horn, Horne, Hoerne, Huerne, Hoorne, etc. (B 014), Etienne Patou, 2014 (blz. 1)


Folmar II van Metz
Folmar II van Metz, geb. voor 994, ovl. voor 1026,
, 1020 Graf im Bliesgau, Stifter von St.Remy zu Luneville, Graaf in de Bliesgau, waarschijnlijk 1120 graaf van Metz, vermeld 999/1026.

relatie
met

Gerberga van Verdun, dr. van Godfried van Verdun (graaf van Verdun 965, graaf van Henegouwen 973-995, 960-963 Graf im Bid- und Methingau) en Mathilde Billung von Sachsen.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gottfried*1029  †1052  23


Gerberga van Verdun
Gerberga van Verdun.

relatie
met

Folmar II van Metz, zn. van Folmar I van Metz (graaf van Metz) en Berta , geb. voor 994, ovl. voor 1026,
, 1020 Graf im Bliesgau, Stifter von St.Remy zu Luneville, Graaf in de Bliesgau, waarschijnlijk 1120 graaf van Metz, vermeld 999/1026.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gottfried*1029  †1052  23


Lodewijk I van Warcq
Lodewijk I van Warcq, ovl. op 25 okt 1030.

relatie
met

Catharina .

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lodewijk II  †1068