Website van $boomnaam$
Harmen Frits Addink
Harmen Frits (Frederik) Addink, broodbakker.

tr.
met

Helena Magrita de Jong (Helena Margarita de Jong, Helena Margrietha de Jongh)1, dr. van Nicolaas de Jong en Petronella van Wesel, geb. Den Haag circa 1774, RK, ovl. Den Haag op 18 jan 1845,
, in haar huwelijksinschrijving in Hillegom wordt zij Burgeresse genoemd, tr. (1) met Arie van den Toorn. Uit dit huwelijk een dochter.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas*1809     
Antonij*1802     



Bronnen:
1.BS Overlijdens register den Haag (BSO 079), Gemeentearchief den Haag, BS 's-Gravenzande, Inventarisnr.: 1236, Den Haag, 1845 (18 jan 1845 akte 123)
2.Doop- en Trouwboek Lisse (D 461), Nat. Arch, DTB Lisse, 3, FS filmnr. 118774, NH, Lisse, van 1695 tot 1800 (blz. 127)

Michiel Jansz de Wael
 
Michiel Jansz de Wael, geb. Voorschoten in 1473.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1497 Voorschoten  Haarlem  


Jan Jacobzn de Wael van Rosenburch
Jan Jacobzn de Wael van Rosenburch, geb. Voorschoten circa 1430, rijke koopman en vooraanstaande patricier van de stad Amsterdam, ovl. Voorschoten,
, erfgenaam van het landgoed Rosenburch bij Voorschoten.
Koopman en vooraanstaand Patricier van de stad Amsterdam.
Hij sticht op 3 november 1476 een dienst op het Romeinse altaar in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.
Hij kocht grond aan het eind van de Kalverstraat bij de Munt voor de bouw van het Clarissenklooster te Amsterdam.

  • Vader:
    Jacob Jansz de Wael van Rosenburch, zn. van Jan Jacobsz de Wael (koopman te Amsterdam), geb. Amsterdam circa 1405, koopman en patricier in Amsterdam, ovl. Voorschoten,
    , Jacob de Wael van Rosenburch was ondernemer in dijk- en waterwerken.
    De familie de Wael behoorde al in de 14de eeuw tot de meest vooraanstande burgers van zowel Amsterdam als Haarlem en brachten tot de 17de eeuw vele Regenten voort die een belangrijk aandeel hadden in de prille historie van de Verenigde Nederlanden.
    Jacob Janszn. was zo welgesteld dat hij in ca. 1440 het Landgoed Rosenburch bij Voorschoten kocht van de familie van Wassenaer, het landgoed zou in de familie blijven tot 1535 toen zijn achterkleinzoon Mr. Frans Jacobszn. de Wael (Schepen en Burgemeester van Haarlem) het landgoed verkocht.
 

tr.
met

Aeff Jonge Jacobsdr die Verwer, dr. van Jacob de jonge Jacobsz die Verwer en NN Baert, geb. Amsterdam circa 1430, ovl. Voorschoten.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Michiel*1473 Voorschoten    
Jacob*1466 Voorschoten †1536  70


Aeff Jonge Jacobsdr die Verwer
Aeff Jonge Jacobsdr die Verwer, geb. Amsterdam circa 1430, ovl. Voorschoten.

tr.
met

Jan Jacobzn de Wael van Rosenburch, zn. van Jacob Jansz de Wael van Rosenburch (koopman en patricier in Amsterdam), geb. Voorschoten circa 1430, rijke koopman en vooraanstaande patricier van de stad Amsterdam, ovl. Voorschoten,
, erfgenaam van het landgoed Rosenburch bij Voorschoten.
Koopman en vooraanstaand Patricier van de stad Amsterdam.
Hij sticht op 3 november 1476 een dienst op het Romeinse altaar in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.
Hij kocht grond aan het eind van de Kalverstraat bij de Munt voor de bouw van het Clarissenklooster te Amsterdam.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Michiel*1473 Voorschoten    
Jacob*1466 Voorschoten †1536  70


Jacob de jonge Jacobsz die Verwer
Jacob de jonge Jacobsz die Verwer, geb. Amsterdam circa 1390, ovl. Amsterdam op 10 okt 1447, begr. Amsterdam (Nieuwe Kerk).

tr.
met

NN Baert, geb. circa 1410, ovl. Amsterdam circa 1472.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aeff*1430 Amsterdam  Voorschoten  


NN Baert
NN Baert, geb. circa 1410, ovl. Amsterdam circa 1472.

tr.
met

Jacob de jonge Jacobsz die Verwer, geb. Amsterdam circa 1390, ovl. Amsterdam op 10 okt 1447, begr. Amsterdam (Nieuwe Kerk).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aeff*1430 Amsterdam  Voorschoten  


Jacob Jansz de Wael van Rosenburch
 
Jacob Jansz de Wael van Rosenburch, geb. Amsterdam circa 1405, koopman en patricier in Amsterdam, ovl. Voorschoten,
, Jacob de Wael van Rosenburch was ondernemer in dijk- en waterwerken.
De familie de Wael behoorde al in de 14de eeuw tot de meest vooraanstande burgers van zowel Amsterdam als Haarlem en brachten tot de 17de eeuw vele Regenten voort die een belangrijk aandeel hadden in de prille historie van de Verenigde Nederlanden.
Jacob Janszn. was zo welgesteld dat hij in ca. 1440 het Landgoed Rosenburch bij Voorschoten kocht van de familie van Wassenaer, het landgoed zou in de familie blijven tot 1535 toen zijn achterkleinzoon Mr. Frans Jacobszn. de Wael (Schepen en Burgemeester van Haarlem) het landgoed verkocht.

 

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1430 Voorschoten  Voorschoten  


Jan Jacobsz de Wael
 
Jan Jacobsz de Wael, geb. circa 1378, koopman te Amsterdam.

  • Vader:
    Jacob Jansz de Wael, zn. van Jacob Jansz de Wael (koopman te Amsterdam) en Heilwig van Haerlem, geb. Amsterdam circa 1335, welgesteld koopman te Amsterdam,
    , Huwde met Elisabeth van Egmont, dochter van Jan I van Egmont en Gyote van Amstel van IJsselstein.
    Het in Holland zeer vooraanstaande adellijke geslacht van Egmond, dat zelf beweerde af te stammen van de vroegmiddeleeuwse Friese koning Radboud, duikt voor het eerst op in de geschiedenis als beschermheren (advocatus) van de Egmondse abdij.
    Al in de dertiende de eeuw bezaten de heren van Egmond een eigen kasteel in Egmond aan den Hoef, in de loop der eeuwen uitgebouwd tot 'de schoonste burcht van Holland' zoals men het in de zestiende eeuw noemde, tr. Amsterdam in 1377.
 

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1405 Amsterdam  Voorschoten  



Bronnen:
1.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 239)

Jacob Jansz de Wael
 
Jacob Jansz de Wael, geb. Amsterdam circa 1335, welgesteld koopman te Amsterdam,
, Huwde met Elisabeth van Egmont, dochter van Jan I van Egmont en Gyote van Amstel van IJsselstein.
Het in Holland zeer vooraanstaande adellijke geslacht van Egmond, dat zelf beweerde af te stammen van de vroegmiddeleeuwse Friese koning Radboud, duikt voor het eerst op in de geschiedenis als beschermheren (advocatus) van de Egmondse abdij.
Al in de dertiende de eeuw bezaten de heren van Egmond een eigen kasteel in Egmond aan den Hoef, in de loop der eeuwen uitgebouwd tot 'de schoonste burcht van Holland' zoals men het in de zestiende eeuw noemde.

 

tr. Amsterdam in 1377
met

Elisabeth (Elisabeth Vrouwe) Vrouwe van Egmond van Merenstein, dr. van Jan Aelbrecht van Egmond van Meerenstein (heer van Egmond) en Jutte (Guyote) van Amstel van IJsselstein (erfdochter van IJsselstein), geb. Egmond aan den Hoef circa 1343, ovl. Amsterdam in 1400,
, was eerder gehuwd met Filips van Tetrode, overleden in 1375.
Zij droeg op 14 febr. 1376 het ambacht van Zoeterwoude op aan haar zwager Bartholomeus van Raaphorst. Zij was toen weduwe, tr. (1) met Philips van Tetrode. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1378     



Bronnen:
1.De heren van Amstel 1105-1378 (AMS/AMS), Th.A.A.M. van Amstel, Verloren, ISBN nummer: 9065502998, Hilversum, 1999 (blz. 239)

Jacob Jansz de Wael
 
Jacob Jansz de Wael, geb. Ouderkerk aan de Amstel circa 1310, koopman te Amsterdam.

  • Vader:
    Jacob de Wael, zn. van Willem II van Egmond en Mabilia de Wael, geb. Ouderkerk aan de Amstel circa 1280, koopman te Amsterdam,
    , bastaardzoon van Willem II van Egmont.
    Willem II had een buitenechtelijke relatie met meerdere vrouwen, waaronder ook Mabilia de Wael, uit deze relatie werd Jacob de Wael geboren.
    In die periode was het verwekken van kinderen bij niet adelijke vrouwen schering en inslag.
    Het Geslacht van de Heren van Egmond
    Willem II was een rechtstreekse nakomeling van Gerolf III (Dirk I), Graaf van de West-Fresonen en West-Frisia (het latere Holland) die afkomstig was uit Frans Vlaanderen (Tournehem).
    Gerolf III (836-896) had 3 zonen, waaronder de latere Dirk 1-bis (875 Tournehem -939 Brugge (B)), Graaf van West-Frisia (Holland) en Radbod van Egmont (880-930), die de eerste Heer van Egmond (het noordelijk deel van West-Frisia (Holland)zou worden.
    De Graven van het zgn. Hollandse huis stierven uit in 1299 met het overlijden van Graaf Jan I, zoon van de beroemde Graaf Floris V van Holland.
    Jacob de Wael als lid van Adelijke families
    Blijkbaar werd Jacob liefdevol opgenomen in de beide families (van Egmont en van Haarlem).
    Zijn zoon Jan Jacobzn. de Wael trouwde met Helwig van Haarlem, dochter van Willem van Haarlem en Geertruida van de Wateringen van Alkemade.
    Zijn kleinzoon Jacob Janszn. de Wael trouwde met Elisabeth van Egmont, dochter van Jan I van Egmont en Guyote van Amstel van IJsselstein (dochter van Gijsbrecht van Amstel van IJsselstein), via dit huwelijk werd de familie de Wael tevens verwant aan de Heren van Amstel.
    De achter-achterkleinzoon van Jacob, Jacob Janszn. de Wael van Rosenburch was ondernemer in Dijk-en Waterwerken, bij hem wordt vermeld dat hij afstamde van de Heren van Egmont en in vrouwelijke lijn van het uitgetorven geslacht van de Heren van Haarlem.
 

tr.
met

Heilwig van Haerlem, dr. van Willem van Haerlem riudder (baljuw van Kennemerland, ambachtsheer van Castricum) en Katharina van Voorne, geb. Heemskerk circa 1285, ovl. Amsterdam,
, was eerder gehuwd met Alfer van der Horst, overleden in 1342.
Het geslacht van de Heren van Haarlem stierf in mannelijke lijn uit in 1321, tr. (2) in 1300 met Alphert I van Wulven van der Horst. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1335 Amsterdam    



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883


Heilwig van Haerlem
Heilwig van Haerlem, geb. Heemskerk circa 1285, ovl. Amsterdam,
, was eerder gehuwd met Alfer van der Horst, overleden in 1342.
Het geslacht van de Heren van Haarlem stierf in mannelijke lijn uit in 1321.

  • Vader:
    Willem van Haerlem (van Haarlem) riudder, zn. van Simon II van Haerlem (baljuw van Zeeland, later Baljuw van Kennemerland) en Beatrijs van Voorne, geb. in 1250, baljuw van Kennemerland, ambachtsheer van Castricum, ovl. op 25 sep 1317,
    , Willem bereikte niet de hoogten van zijn vader. Hij is ook nooit ridder geworden.
    Wel is hij tweemaal gehuwd, de eerste maal met een zekere Katharina, van wie de geslachtsnaam ons eveneens onthouden wordt. Zijn tweede echtgenote droeg de naam Geertruida, terwijl haar toenaam opgegeven wordt als "van Alkemade". Deze naam heeft zij echter ontleend aan het geslacht van haar overleden echtgenoot Hendrik van Alkemade.
    Na de dood van haar tweede man zal zij in het klooster Loosduinen treden onder de naam
    "van Haarlem". In werkelijkheid stamde zij van de familie van de Wateringe, tr. (1) circa 1305 met Geertruida van de Wateringe van Alkemade. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (2) circa 1270.
 

tr. (1)
met

Jacob Jansz de Wael, zn. van Jacob de Wael (koopman te Amsterdam), geb. Ouderkerk aan de Amstel circa 1310, koopman te Amsterdam.

 

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1335 Amsterdam    

tr. (2) in 1300
met

Alphert I van Wulven van der Horst, Hij krijgt een dochter.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alphert II*1305  †1345 Warns 40



Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 34)

Willem van Haerlem
 
Willem van Haerlem (van Haarlem) riudder, geb. in 1250, baljuw van Kennemerland, ambachtsheer van Castricum, ovl. op 25 sep 1317,
, Willem bereikte niet de hoogten van zijn vader. Hij is ook nooit ridder geworden.
Wel is hij tweemaal gehuwd, de eerste maal met een zekere Katharina, van wie de geslachtsnaam ons eveneens onthouden wordt. Zijn tweede echtgenote droeg de naam Geertruida, terwijl haar toenaam opgegeven wordt als "van Alkemade". Deze naam heeft zij echter ontleend aan het geslacht van haar overleden echtgenoot Hendrik van Alkemade.
Na de dood van haar tweede man zal zij in het klooster Loosduinen treden onder de naam
"van Haarlem". In werkelijkheid stamde zij van de familie van de Wateringe.

  • Vader:
    Simon II van Haerlem1, zn. van Wouter Simonsz van Haarlem (heer van Bergen) en Sophia van Teijlingen, geb. in 1230, baljuw van Zeeland, later Baljuw van Kennemerland, ovl. op 15 nov 1280, begr. Haarlem,
    , vermeld in 1254, 1259/1260, 18.11.1261, hij is getuige voor graaf Willem II in 1245, als deze een keur verleent aan de burgers van Haarlem, in 1248 getuige (vermeld als ridder) voor Willem, gekozen Rooms-koning, koopt in 1248, samen met Wouter van Egmond, van de gekozen Rooms-koning Willem en diens broer Floris de hof te Heemskerk, in 1248 kent Rooms-koning Willem aan abt en abdij van Egmond een jaarlijkse rente toe van 20 hoed gerst uit de tienden van Texel, in ruil voor het aandeel van abt en abdij in de samen met Simon van Haarlem (edelman) over de stad Alkmaar uitgeoefende rechten, wordt in 1250, door baljuw van Zeeland zijnde, door Rooms-koning Willem gelast de abdij van Middelburg te beschermen tegen Simon van Souburg, is in 1250, als baljuw van Zeeland, scheidsrechter in een geschil tussen de abdij van Middelburg en Simon van Souburg, beleent in 1251 en 1252 Jacob van Elsbroek, burger van Haarlem, met enig land, geeft in 1251 aan heer Wouter van Egmond, zijn "lieve zwager", een aantal stukken land onder Heemskerk, de helft van de tienden van Scommeer, alsmede enige renten in Limmen en Oesdom in leen, in 125[2] staat Rooms-koning Willem Simon van Haarlem toe dat diens kinderen achtereenvolgens in zijn lenen opvolgen, beleent in 1252 Willem van de Poel, burger van Haarlem, en diens vrouw, met elf percelen land binnen Haarlem, komt in 1254 met de Rooms-koning Willem overeen dat ingezetenen van Heilo zich niet mogen vestigen in de stad Haarlem, verleent in 1254 aan Jacob van Elsbroek, burger van Haarlem, de tiend van Raasdorp Simon was in zijn eerste huwelijk gehuwd met Beatrijs, dochter van Hendrik van Voorne.
    Slot Oud Haerlem werd in 1248 gebouwd in opdracht van Simon van Haerlem en in 1351 tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten, toen het eigendom van Jan II van Polanen was, verwoest.
    Simon van Haarlem beleent op 10 maart 1250 zijn zwager Wouter van Egmont met goed onder Heemskerk
    De belening betrof naar alle waarschijnlijkheid de goederen van het slot Meerestein.
    Na zijn dood is het "versterf", zijn de leengoederen terecht gekomen bij zijn zonen Willem & Dirk en vervolgens bij zijn kleinzoon Jan (overl. 1321, tr. (2) met zijn achternicht Katharina van Dale van Diepenheim. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (1).
 

tr. (1) circa 1305
met

Geertruida van de Wateringe van Alkemade,
, Willem's tweede echtgenote was Geertruida van de Wateringe g.g.m. Hendrik van Alkemade. Na de dood van haar tweede man zal zij in het klooster Loosduinen treden, tr. (2) circa 1295 met Hendrik van Alkemade. Uit dit huwelijk geen kinderen.

tr. (2) circa 1270
met

Katharina van Voorne, geb. Castricum circa 1250, ovl. in 1290,
, Willem is tweemaal gehuwd, de eerste maal met een zekere Katharina, van wie de geslachtsnaam ons onthouden wordt.
16-5-1290: lijftocht levenslang vruchtgebruik van Katharina, g.m. Willem van Haarlem, gevestigd op het ambacht van Castricum, etc.
Willem & Katharina hadden een jong overleden mannelijk telg: de voortzetting van de lijn werd geleverd door Jan van Bergen, hun neef.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Beatrix  †1326   
Heilwig*1285 Heemskerk  Amsterdam  



Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 34)
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 1)


Geertruida van de Wateringe van Alkemade
Geertruida van de Wateringe van Alkemade,
, Willem's tweede echtgenote was Geertruida van de Wateringe g.g.m. Hendrik van Alkemade. Na de dood van haar tweede man zal zij in het klooster Loosduinen treden.

tr. (1) circa 1305
met

Willem van Haerlem (van Haarlem) riudder, zn. van Simon II van Haerlem (baljuw van Zeeland, later Baljuw van Kennemerland) en Beatrijs van Voorne, geb. in 1250, baljuw van Kennemerland, ambachtsheer van Castricum, ovl. op 25 sep 1317,
, Willem bereikte niet de hoogten van zijn vader. Hij is ook nooit ridder geworden.
Wel is hij tweemaal gehuwd, de eerste maal met een zekere Katharina, van wie de geslachtsnaam ons eveneens onthouden wordt. Zijn tweede echtgenote droeg de naam Geertruida, terwijl haar toenaam opgegeven wordt als "van Alkemade". Deze naam heeft zij echter ontleend aan het geslacht van haar overleden echtgenoot Hendrik van Alkemade.
Na de dood van haar tweede man zal zij in het klooster Loosduinen treden onder de naam
"van Haarlem". In werkelijkheid stamde zij van de familie van de Wateringe, tr. (2) met Katharina van Voorne. Uit dit huwelijk 2 dochters.

 

tr. (2) circa 1295
met

Hendrik van Alkemade.

Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 34)


Aleijdis Verver
Aleijdis Verver, ged. RK Hazerswoude Parochiekerk van de Heilige Michael op 20 sep 1807 Arij Berg en Willemijntje Verver.

tr. Leiderdorp op 20 aug 1834
met

Gerardus van Es, geb. Zoeterwoude circa 1801, timmermansknecht.

Bronnen:
1.Huwelijksproclamaties Leiderdorp (T 405), Nat. Arch., DTB Leiderdorp, 9.III, RK, Leiderdorp, van 1805 tot 1807 (2 jan 1807)
2.Doopboek Hazerswoude (D 508), Nat. Arch., DTB Hazerswoude, 9.III, RK, Parochiekerk van de Heilige Michael, Hazerswoude, van 1775 tot 1812 (22 feb 1787 blz. 235)


Beatrijs van Voorne
Beatrijs van Voorne1, ovl. in 1279.

 

tr.
met

Simon II van Haerlem1, zn. van Wouter Simonsz van Haarlem (heer van Bergen) en Sophia van Teijlingen, geb. in 1230, baljuw van Zeeland, later Baljuw van Kennemerland, ovl. op 15 nov 1280, begr. Haarlem,
, vermeld in 1254, 1259/1260, 18.11.1261, hij is getuige voor graaf Willem II in 1245, als deze een keur verleent aan de burgers van Haarlem, in 1248 getuige (vermeld als ridder) voor Willem, gekozen Rooms-koning, koopt in 1248, samen met Wouter van Egmond, van de gekozen Rooms-koning Willem en diens broer Floris de hof te Heemskerk, in 1248 kent Rooms-koning Willem aan abt en abdij van Egmond een jaarlijkse rente toe van 20 hoed gerst uit de tienden van Texel, in ruil voor het aandeel van abt en abdij in de samen met Simon van Haarlem (edelman) over de stad Alkmaar uitgeoefende rechten, wordt in 1250, door baljuw van Zeeland zijnde, door Rooms-koning Willem gelast de abdij van Middelburg te beschermen tegen Simon van Souburg, is in 1250, als baljuw van Zeeland, scheidsrechter in een geschil tussen de abdij van Middelburg en Simon van Souburg, beleent in 1251 en 1252 Jacob van Elsbroek, burger van Haarlem, met enig land, geeft in 1251 aan heer Wouter van Egmond, zijn "lieve zwager", een aantal stukken land onder Heemskerk, de helft van de tienden van Scommeer, alsmede enige renten in Limmen en Oesdom in leen, in 125[2] staat Rooms-koning Willem Simon van Haarlem toe dat diens kinderen achtereenvolgens in zijn lenen opvolgen, beleent in 1252 Willem van de Poel, burger van Haarlem, en diens vrouw, met elf percelen land binnen Haarlem, komt in 1254 met de Rooms-koning Willem overeen dat ingezetenen van Heilo zich niet mogen vestigen in de stad Haarlem, verleent in 1254 aan Jacob van Elsbroek, burger van Haarlem, de tiend van Raasdorp Simon was in zijn eerste huwelijk gehuwd met Beatrijs, dochter van Hendrik van Voorne.
Slot Oud Haerlem werd in 1248 gebouwd in opdracht van Simon van Haerlem en in 1351 tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten, toen het eigendom van Jan II van Polanen was, verwoest.
Simon van Haarlem beleent op 10 maart 1250 zijn zwager Wouter van Egmont met goed onder Heemskerk
De belening betrof naar alle waarschijnlijkheid de goederen van het slot Meerestein.
Na zijn dood is het "versterf", zijn de leengoederen terecht gekomen bij zijn zonen Willem & Dirk en vervolgens bij zijn kleinzoon Jan (overl. 1321, tr. (2) met zijn achternicht Katharina van Dale van Diepenheim. Uit dit huwelijk geen kinderen.

 

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1250  †1317  67



Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 34)
2.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006
3.Ons Voorgeslacht (OV 006), OV 006 (blz. 1)
4.Prometheus Kwartierstatenboeken (Deel XVII), Deel XVII (blz. 375)

Jacob de Wael
 
Jacob de Wael, geb. Ouderkerk aan de Amstel circa 1280, koopman te Amsterdam,
, bastaardzoon van Willem II van Egmont.
Willem II had een buitenechtelijke relatie met meerdere vrouwen, waaronder ook Mabilia de Wael, uit deze relatie werd Jacob de Wael geboren.
In die periode was het verwekken van kinderen bij niet adelijke vrouwen schering en inslag.
Het Geslacht van de Heren van Egmond
Willem II was een rechtstreekse nakomeling van Gerolf III (Dirk I), Graaf van de West-Fresonen en West-Frisia (het latere Holland) die afkomstig was uit Frans Vlaanderen (Tournehem).
Gerolf III (836-896) had 3 zonen, waaronder de latere Dirk 1-bis (875 Tournehem -939 Brugge (B)), Graaf van West-Frisia (Holland) en Radbod van Egmont (880-930), die de eerste Heer van Egmond (het noordelijk deel van West-Frisia (Holland)zou worden.
De Graven van het zgn. Hollandse huis stierven uit in 1299 met het overlijden van Graaf Jan I, zoon van de beroemde Graaf Floris V van Holland.
Jacob de Wael als lid van Adelijke families
Blijkbaar werd Jacob liefdevol opgenomen in de beide families (van Egmont en van Haarlem).
Zijn zoon Jan Jacobzn. de Wael trouwde met Helwig van Haarlem, dochter van Willem van Haarlem en Geertruida van de Wateringen van Alkemade.
Zijn kleinzoon Jacob Janszn. de Wael trouwde met Elisabeth van Egmont, dochter van Jan I van Egmont en Guyote van Amstel van IJsselstein (dochter van Gijsbrecht van Amstel van IJsselstein), via dit huwelijk werd de familie de Wael tevens verwant aan de Heren van Amstel.
De achter-achterkleinzoon van Jacob, Jacob Janszn. de Wael van Rosenburch was ondernemer in Dijk-en Waterwerken, bij hem wordt vermeld dat hij afstamde van de Heren van Egmont en in vrouwelijke lijn van het uitgetorven geslacht van de Heren van Haarlem.

  • Vader:
    Willem II van Egmond1, zn. van Gerard II van Egmond en Beatrix Woutersdr van Haarlem, geb. circa 1221, ovl. Egmond op 30 mrt 1304,
    , toen in 1242 zijn vader Gerard I van Egmond op nog jonge leeftijd kwam te overlijden was zijn zoon Willem II nog te jong om hem als leenman op te volgen. In de periode 1242-1248 zien we dan ook een Wouter van Egmond als voogd optreden. De leenrechterlijke leeftijd is 18 jaar. Deze Wouter van Egmond die we ook kennen onder de bijnaam Stoutkind wordt door Beelaerts van Blokland en Dek genoemd als derde en jongere broer van abt Lubbert van Egmond. Samen met Arnold, Nicolaas en Menzo zijn deze broers de zonen van Wouter van Egmond en kleinzonen van Gerard, een jongere broer van Willem I van Egmond.
    In de Regestenlijst van de abdij van Egmond wordt vermeld:
    37, 1248 October 8 (in crastino dedicationis ecclesie nostre)
    Lubbertus, abt van Egmonda, verklaart met toestemming van zijn kapittel de tiende in Wijnnem, welke Wilhelmus van Egmonde, heer Gerardusz, in pand had, in leen gegeven te hebben op dezelfde voorwaarde, als deze andere goederen van de abdij in leen had
    Willem was een zoon (broer) van Gerard van Egmont.
    Over zijn moeder bestaat onzekerheid: bronnen spreken over Beatrix van Haarlem én over Mabilia.
    Hij volgde in 1242 zijn vader (broer) op als heer van Egmond.
    Omdat hij op dat moment nog niet meerderjarig was, stond hij tot 1248 onder gezag van een regent, zijn achterneef Wouter "Stoutkind" van Egmont.
    Willem was gehuwd met Ada van Brederode (1222-1297).
    Het echtpaar had twee kinderen:
    Gerard (II) (1260?-1300), gehuwd met Elisabeth van Strijen
    Halewina, gehuwd met Hendrik van Cuyck, burggraaf van Leiden
    In 1258 stond hij de ambachten Oterleek, Ouddorp, Oudkarspel, Spanbroek en Wadeweij af aan graaf Floris V van Holland, in ruil waarvoor hij het ambacht Warmenhuizen in leen kreeg.
    Hij breidde zijn gebied ook uit door aankopen, onder meer van Huisduinen.
    Hij nam in 1282 deel aan een veldtocht van Floris V naar Friesland.
    Na de moord op Floris V in 1296 begeleidde hij de nieuwe graaf Jan I van Holland op een tocht naar Engeland, waar Jan ging trouwen met een dochter van de Engelse koning.
    Zijn vrouw Ada overleed in 1297 en zijn zoon Gerard in 1300.
    Bijgevolg werd hij na zijn overlijden in 1304 als heer van Egmont opgevolgd door zijn kleinzoon, Willem III, tr. (1) met zijn achternicht Ada van Brederode. Uit dit huwelijk 2 kinderen, tr. (2).
 
 

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1310 Ouderkerk aan de Amstel    



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Mabilia de Wael
 
Mabilia de Wael, geb. Ouderkerk aan de Amstel circa 1250.

 

tr.
met

Willem II van Egmond1, zn. van Gerard II van Egmond en Beatrix Woutersdr van Haarlem, geb. circa 1221, ovl. Egmond op 30 mrt 1304,
, toen in 1242 zijn vader Gerard I van Egmond op nog jonge leeftijd kwam te overlijden was zijn zoon Willem II nog te jong om hem als leenman op te volgen. In de periode 1242-1248 zien we dan ook een Wouter van Egmond als voogd optreden. De leenrechterlijke leeftijd is 18 jaar. Deze Wouter van Egmond die we ook kennen onder de bijnaam Stoutkind wordt door Beelaerts van Blokland en Dek genoemd als derde en jongere broer van abt Lubbert van Egmond. Samen met Arnold, Nicolaas en Menzo zijn deze broers de zonen van Wouter van Egmond en kleinzonen van Gerard, een jongere broer van Willem I van Egmond.
In de Regestenlijst van de abdij van Egmond wordt vermeld:
37, 1248 October 8 (in crastino dedicationis ecclesie nostre)
Lubbertus, abt van Egmonda, verklaart met toestemming van zijn kapittel de tiende in Wijnnem, welke Wilhelmus van Egmonde, heer Gerardusz, in pand had, in leen gegeven te hebben op dezelfde voorwaarde, als deze andere goederen van de abdij in leen had
Willem was een zoon (broer) van Gerard van Egmont.
Over zijn moeder bestaat onzekerheid: bronnen spreken over Beatrix van Haarlem én over Mabilia.
Hij volgde in 1242 zijn vader (broer) op als heer van Egmond.
Omdat hij op dat moment nog niet meerderjarig was, stond hij tot 1248 onder gezag van een regent, zijn achterneef Wouter "Stoutkind" van Egmont.
Willem was gehuwd met Ada van Brederode (1222-1297).
Het echtpaar had twee kinderen:
Gerard (II) (1260?-1300), gehuwd met Elisabeth van Strijen
Halewina, gehuwd met Hendrik van Cuyck, burggraaf van Leiden
In 1258 stond hij de ambachten Oterleek, Ouddorp, Oudkarspel, Spanbroek en Wadeweij af aan graaf Floris V van Holland, in ruil waarvoor hij het ambacht Warmenhuizen in leen kreeg.
Hij breidde zijn gebied ook uit door aankopen, onder meer van Huisduinen.
Hij nam in 1282 deel aan een veldtocht van Floris V naar Friesland.
Na de moord op Floris V in 1296 begeleidde hij de nieuwe graaf Jan I van Holland op een tocht naar Engeland, waar Jan ging trouwen met een dochter van de Engelse koning.
Zijn vrouw Ada overleed in 1297 en zijn zoon Gerard in 1300.
Bijgevolg werd hij na zijn overlijden in 1304 als heer van Egmont opgevolgd door zijn kleinzoon, Willem III, tr. (1) circa 1252 met zijn achternicht Ada van Brederode. Uit dit huwelijk 2 kinderen.

 

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob*1280 Ouderkerk aan de Amstel    



Bronnen:
1.Afgeschermd, Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883

Jacob Jansz de Wael
 
Jacob Jansz de Wael, geb. Haarlem circa 1220.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mabilia*1250 Ouderkerk aan de Amstel    


Christiaan Pool
Christiaan Pool.

tr. Vianen op 6 feb 1743
met

Gerrigijn (Gerarda, Gerritje) Croesen, dr. van Jan Croesen en Elisabeth Bosman, ged. Vianen op 15 apr 1717, tr. (1) met Bernardus de Wael van Anckeveen. Uit dit huwelijk 2 kinderen.

Bronnen:
1.Notariele akte Utrecht (Notar 413), Utrechts Arch., Not. Arch. Utrecht 34-4, U218a004, boeldelscheiding ouders, N. de Graaff, Utrecht, van 1560 tot 1905 (7 sep 1754 akte 109)


Herman Jansz Croesen
Herman Jansz Croesen, geb. circa 1650.

tr. voor 1675
met

Gerritje Commegijs, dr. van Jan Cornelisz Commegijs.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan~1684 Vianen