Website van $boomnaam$
Adélaïde von Rheinfelden
Adélaïde von Rheinfelden, geb. in 1060, Reine consort de Hongrie, ovl. in 1095.

tr. na 1065
met

Ladislas Ier Le Saint van Hongarije (Magyarország), zn. van Bela I koning van Hongarije (koning van Hongarije) en Richenza van Polen, geb. circa 1040, Administrateur puis roi de Hongrie 1077, ovl. Nyitra [Frankrijk] op 20 jun 1095, begr. Cath. de Nagyvarad -, France.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Piroska*1088  †1134  46


Sophie Polski
Sophie Polski (Sophie de Looz), geb. in 1045, ovl. in 1065.

tr. in 1062
met

Geisa I (Geza I) van Hongarije (Kiraly), zn. van Bela I koning van Hongarije (koning van Hongarije) en Richenza van Polen, geb. op 27 jun 1040, koning van Hongarije, ovl. op 24 apr 1077,
, Magnus, 1064-1074 Herzog, 1074 Kiraly
koning van Hongarije van 1074 tot 1077 en behoort tot het huis van Árpád.[1] Hij was een zoon van koning Béla I van Hongarije en Richezza van Polen. Zijn doopnaam was Magnus.
Jeugd
Géza's ouders leefden in Polen omdat zijn grootvader Vazul een mislukte staatsgreep had gepleegd. Toen zijn oom Andreas koning werd, konden ze terugkeren naar Hongarije. Na ongeveer tien jaar kwam het tot een open conflict tussen Andreas en Béla over de troonopvolging. Béla vluchtte weer met zijn gezin naar Polen en versloeg Andreas met een Pools leger. Béla werd koning in 1060 en Géza werd zijn belangrijkste adviseur. Andreas' minderjarige zoon Salomo van Hongarije vluchtte naar Duitsland en werd door de keizer als koning erkend. Géza bezocht in 1063 het Duitse hof en zou daar getrouwd zijn met Sophia van Loon (ca. 1045 - ca. 1065, kleindochter van de burggraaf Giselbert van Loon). In 1063 werd een Duitse expeditie uitgezonden om Salomo op de troon te plaatsen maar Béla stierf kort daarvoor door een ongeluk. Géza bood aan om Salomo te erkennen als koning, als hij het oude hertogdom van zijn vader (tussen de Morava (Tsjechië) en de Hron) zou krijgen. De regenten van Salomo wezen dit voorstel af en Géza vluchtte weer naar Polen. Toen de Duitsers terugkeerden naar huis, kwam Géza met een Pools leger naar Hongarije. Uiteindelijk werd op 26 januari 1064 in Gyor een overeenkomst gesloten: Salomo werd erkend als koning en Géza en zijn broers kregen inderdaad het hertogdom van hun vader (ook wel "Tercia pars Regni", het derde deel van het koninkrijk, genoemd).
Hertog[
In 1064 vierden Salomo en zijn neven samen het paasfeest in Pécs. Er ontstond een brand in de gebouwen waar ze verbleven en beide partijen gaven elkaar de schuld maar de aanwezige bisschoppen konden de zaak sussen. In de volgende jaren werkten Géza en zijn broers goed samen met de koning. In 1067 namen de koning en zijn neven deel aan een veldtocht in Dalmatië tegen Venetië. Het volgende jaar versloegen ze de Petsjenegen in een veldslag bij Lechin?a (bij Bistri?a (stad)). In 1071 veroverden ze Belgrado op het Byzantijnse Rijk. Maar de Byzantijnse bevelhebber gaf zich over aan Géza, en niet aan Salomo. Géza onderstreepte dit door de buit niet met de koning te delen en de Byzantijnse gevangen vrij te laten zonder daarvoor toestemming aan Salomo te vragen. Rond deze tijd zou Géza met Synadene van Byzantium zijn getrouwd, als tweede vrouw.
Het Byzantijnse leger heroverde Belgrado in 1072. Géza en Salomo ondernamen een nieuwe veldtocht maar Géza liet zijn broers achter in hun hertogdom, om dat te beschermen tegen aanhangers van Salomo. Door hun wantrouwen konden Géza en Salomo niet goed samenwerken en mislukte de veldtocht.
Géza en Salomo besteedden het jaar 1073 om buitenlandse steun te zoeken voor de komende confrontatie. Salomo kreeg steun uit Duitsland en Géza uit Polen en Bohemen. Salomo had zijn leger als eerste verzameld en koos de aanval. Hij versloeg Géza op 26 februari 1074. Kort daarna kwamen Boheemse en Poolse troepen Géza te hulp, en op 14 maar 1074 versloeg hij Salomo bij Mogyoród. Salomo raakte bij de veldslag gewond en vluchtte naar Duitsland.
Koning
Salomo kon het gezag houden over zijn meest westelijke provincies. Bovendien erkende hij keizer Hendrik IV als zijn leenheer. In ruil daarvoor stuurde Hendrik in augustus 1074 een legermacht die oprukte tot Vác. Maar toen Hendrik de opstand in Saksen niet onder controle kon krijgen, trok hij zijn leger terug.
Géza was door zijn aanhangers tot koning uitgeroepen en kon nu ook niet meer door Salomo worden bedreigd. Géza zocht internationale erkenning bij de paus en de keizer van het Byzantijnse Rijk. De paus vroeg in ruil om erkenning van de autoriteit van de paus over de koning, en Géza kon dat niet accepteren. Keizer Michaël VII Doukas erkende Géza wel, en stuurde hem een kroon omdat de oorspronkelijke Hongaarse kroon natuurlijk in handen was van Salomo. Beide kronen zouden later tot één kroon worden samengevoegd.
Géza stichtte de abdij van Hronský Benadik en voltooide de kathedraal van Vác. In 1076 liet hij zijn broer Ladislaus een veldtocht ondernemen tegen Salomo maar die had geen succes. Géza was inmiddels ziek en begon onderhandelingen met Salomo om af te treden en Salomo het koningschap terug te geven. De onderhandelingen mislukten echter en Géza werd na zijn dood in 1077 opgevolgd door Ladislaus. Géza werd begraven in Vác.
Huwelijken en kinderen
In zijn eerste huwelijk (1063) was Géza getrouwd met Sophia van Loon. Zij kregen de volgende kinderen:[2]
Koloman van Hongarije (1065-1116)
vermoedelijk een dochter, gehuwd met een Hongaarse edelman, moeder van troonpretendent Ivan (ovl. ca. 1023) die werd onthoofd onder koning Stefanus II van Hongarije.
In zijn tweede huwelijk (ca. 1070) was Géza getrouwd met Synadene. Zij kregen de volgende kinderen:
Álmos
vermoedelijk een dochter, gehuwd met een heer van Miskolc, moeder van troonpretendent Boris die ca. 1023 door Stefanus II werd verbannen.
Géza I (Hungarian: I. Géza) (c. 1040 – 25 April 1077), King of Hungary (1074-1077). During King Solomon's rule he governed, as Duke, one third of the Kingdom of Hungary. Afterwards, Géza rebelled against his cousin's reign and his followers proclaimed him king. However, he never achieved to strengthen his position, because King Solomon could maintain his rule over the Western part of the kingdom. Early years Géza was the eldest son of the future King Béla I of Hungary and his wife Adelaide/Rixa of Poland. When Géza was born, his parents were living in the court of his mother's brother, King Casimir I of Poland, because Béla had been obliged to leave Hungary after his father made an unsuccessful attempt against his cousin, King Stephen, the first King of Hungary. Géza was probably his pagan name, because he was baptized Magnus. In 1048, the family moved to Hungary, where his father received as appanage one third of Hungary ("Tercia pars Regni") from his brother, King Andrew I of Hungary who had acquired the throne from King Peter after a pagan revolt. Following his accession, King Andrew I had to face the attacks of Henry III, Holy Roman Emperor whose supremacy had been acknowledged by King Peter. King Andrew I and Duke Béla cooperated closely against the German attacks and they could preserve Hungary's independence. However, they cooperation began to loosen from 1053 when the king fathered a son, Solomon, because from that time he wanted to ensure his son's inheritance against his brother, who pursuant to the old Hungarian costums, as the oldest member of the royal family, could lay claim to the throne in case of the king's death. In 1057, King Andrew I had Solomon crowned to ensure his accession, and Géza had to participate in the coronation together with his father and his brothers, Ladislaus and Lampert. However, Duke Béla and his sons left the country in 1059 and they returned with Polish troops in the next year. King Andrew I lost two battles against his brother and died, and after his death Béla was crowned on 6 December 1060. During his father's reign, Géza was his main adviser and after his father's fatal accident it was he who administered the defence of the country against the German troops which entered Hungary in order to ensure Solomon's rule who had escaped to Germany in 1060. After his father's death on 11 September 1063, Géza offered to accept's his cousin's rule if he received his father's former duchy. However, King Solomon refused the offer and the superiority of his troops obliged Géza and his brothers to leave Hungary and they went to Poland. However, after the withdrawal of the German army, they came back to Hungary followed by troops King Boleslaw II of Poland, their maternal cousin, provided them. The parties, however, wanted to avoid the civil war and therefore they accepted the mediation services of the bishops, and they made an agreement on 20 January 1064 in Gyor. Under the agreement Géza and his brothers accepted Solomon's rule, and they received their father's former duchy, i.e, the one third of Hungary. Duke of Tercia pars Regni After the conclusion of the peace, King Solomon and his three cousins celebrated Easter together in Pécs. However, when a fire broke out, the two parties accused the other's followers of incerdiarism. The bishops had to intervene again in order to appease the king and the dukes. At that time, Géza married Sophia who was probably a daughter of a German count. In the next years, Géza and his brothers collaborated successfully with the king. In 1067, they led an army together to provide assistance to Géza's brother-in-law, King Dmitar Zvonimir of Croatia against Venice. In 1068, when the Pechenegs had overrun the territories of Transylvania, Géza, his brothers and the king went together against them and they won a victory at Kerlés. In 1071, King Solomon and the dukes led a campaign against the Byzantine Empire and laid siege to the fortress of Belgrade. The siege lasted two months, and the Greek commander surrendered the fort to Géza not to the king. Moreover, Géza denied to hand over the king's share of the booty and set the Greek captives free without the king's permission. Having the Byzantine troops reoccupied Belgrade in the next year, Géza and King Solomon led their armies together against the Greeks, but Géza left his two brothers behind, because he was worrying about that the king's partisans would try to occupy their duchy during their absence. The campaign was a total failure, because the king and the duke were not able to cooperate during the siege any more. During 1073, both King Solomon and his cousins were preparing for the coming struggle. The king sent his envoys to his brother-in-law, King Henry IV of Germany, while Géza and his brothers were seeking the help of their Polish and Czech relatives. In the beginning of 1074, before the Polish and Czech troops arrived, King Solomon led his armies against the dukes' territory and defeated Géza's troops on 26 February at Kemej. However, after the arrival of the reinforcement from Poland and Bohemia, the dukes' armies started a counter-attack and they won a decisive victory over King Solomon's troops on 14 March in the Battle of Mogyoród. King of Hungary Following the Battle of Mogyoród, King Solomon ran to the Western borders of Hungary seeking help from King Henry IV, whose supremacy he accepted, while Géza was declared king by his followers. However, King Solomon could still maintain his rule over the Counties (megye) of Moson and Pozsony. In August 1074, the imperial troops invaded the Northern part of the kingdom and advanced till Vác, but the German king was obliged to return to his domain because of the Saxons' uprising. Géza tried to obtain the international acknowledgement of his rule; therefore he sent embassies to Pope Gregory VII, who was struggling against the German king, and to Michael VII, Emperor of the Byzantine Empire. The pope claimed the recognition of his supremacy over Hungary which Géza did not accept, but the Byzantine emperor sent a crown, that was later incorporated with the ancient crown of Hungary, to him and Géza was crowned by that crown because the ancient crown was in the possession of King Solomon. At this time, Géza married a niece of Michael VII's military commander Nikephoros Botaneiates. During his reign Géza set up the Abbey of Garamszentbenedek and finished the building of the cathedral of Vác. In 1076, he sent his troops led by his brother, Duke Ladislaus against Pozsony, but King Solomon could beat off the troops. After this failure, according to the chronicles, Géza, who had become more and more ill, was thinking of his abdication in favour of his opponent, but they did not reach an agreement. He was buried in the cathedral of Vác, tr. (1) met Synadene Synademos, dr. van prins Theodulus Synademos (Byzantijns veldheer) en NN Botaneiata. Uit dit huwelijk een zoon


Lijsbet Dircks
Lijsbet Dircks.

tr. Rotterdam op 7 mrt 1648
met

Pieter Wiggertsz Hodenpijl, zn. van Wiggert Simonsz Hodenpijl en Lijsbeth (Elisabeth Huijgensdr) Hollaar, geb. Vlaardingen circa 1597, ovl. Vlaardingen in 1681, tr. (1) Delft op 25 dec 1619 met Dieuwertje Philipsdr van der Mij, geb. in 1598, ovl. Vlaardinger-Ambacht op 8 mrt 1646 (8 mrt 1648). Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder


Simeon van Bulgarije
Simeon van Bulgarije, geb. in 893, ovl. in 927.


Boris Michael I van Bulgarije
Boris Michael I van Bulgarije, geb. Preslav [Poland] circa 848, Kahn (vorst), monnik, ovl. op 2 mei 907,
, prins van Bulgarije (852-889), Kahn van Bulgarije (857-889), heet na zijn doop Michael III van Bulgarije.
In 864, tijdens de regeringsperiode van Prins Boris I Michail (852-889), namen de Bulgaren het Christendom als officiële godsdienst aan. Door deze acceptatie verdwenen de etnische verschillen tussen proto-Bulgaren en Slaven en begon een verenigde Bulgaarse natie te ontstaan.
De heilige Boris I (Bulgaars: ????? I (??????), ( - 7 mei 907) was vorst van Bulgarije van 853 tot 889.
Hoewel hij door westerse geestelijken in aanraking gekomen was met het Christendom, werd hij door de Byzanthijnse keizer gedwongen zich te laten dopen volgens de rites van de Oosterse kerk. In 864 werden hij, zijn familie en enkele Bulgaarse notabelen gedoopt, waarbij Boris de christelijke naam "Michael" aannam, naar zijn peetoom. Ondanks groot verzet onder de edelen van het land zette hij zich in voor de kerstening van zijn land.
Voor de nieuwe kerk in Bulgarije streefde hij naar een onafhankelijk patriarchaat, los van die van Byzanthium. Hieraan werd echter geen gehoor gegeven, en dus besloot Boris zich te wenden tot de paus. Paus Nicolaas I liet zich niet uit over een onafhankelijk kerkelijk bestuur, maar stuurde wel een delegatie, onder wie de latere paus Formosus, om Boris bij te staan bij zijn kerstening van het land. Boris I raakte zo onder de indruk van Formosus, dat hij een verzoek bij Nicolaas I indiende, om Formosus aartsbisschop van Bulgarije te maken. Nicolaas I weigerde dit verzoek, zich baserend op de kerkelijke wet, dat een bisschop niet van bisdom kon veranderen (Formosus was kardinaal-bisschop van Porto; in het proces van Formosus, dat bekend zou worden onder de naam Kadaversynode was dit een van de aangevoerde argumenten; Formosus zou een ander bisdom hebben geambieerd.)
Toen ook onder Nicolaas' opvolger, paus Adrianus II, zijn verzoek tot aanstelling van Formosus werd afgewezen (op dezelfde gronden) wendde hij zich tot de oostelijke kerk en voerde de liturgie van de slavenapostelen Cyrillus en Methodius in. Hij was de stichter van de Literaire School van Preslav.
In 889 legde hij zijn functie als vorst neer en werd hij monnik. Zijn feestdag is op 7 mei. Boris is de patroon van Bulgarije.

tr.
met

Marija van Bulgarije.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Simeon*893  †927  34
Ioannes*908     


Marija van Bulgarije
Marija van Bulgarije.

tr.
met

Boris Michael I van Bulgarije, zn. van Presian I van Bulgarije en Enrovata van Bulgarije, geb. Preslav [Poland] circa 848, Kahn (vorst), monnik, ovl. op 2 mei 907,
, prins van Bulgarije (852-889), Kahn van Bulgarije (857-889), heet na zijn doop Michael III van Bulgarije.
In 864, tijdens de regeringsperiode van Prins Boris I Michail (852-889), namen de Bulgaren het Christendom als officiële godsdienst aan. Door deze acceptatie verdwenen de etnische verschillen tussen proto-Bulgaren en Slaven en begon een verenigde Bulgaarse natie te ontstaan.
De heilige Boris I (Bulgaars: ????? I (??????), ( - 7 mei 907) was vorst van Bulgarije van 853 tot 889.
Hoewel hij door westerse geestelijken in aanraking gekomen was met het Christendom, werd hij door de Byzanthijnse keizer gedwongen zich te laten dopen volgens de rites van de Oosterse kerk. In 864 werden hij, zijn familie en enkele Bulgaarse notabelen gedoopt, waarbij Boris de christelijke naam "Michael" aannam, naar zijn peetoom. Ondanks groot verzet onder de edelen van het land zette hij zich in voor de kerstening van zijn land.
Voor de nieuwe kerk in Bulgarije streefde hij naar een onafhankelijk patriarchaat, los van die van Byzanthium. Hieraan werd echter geen gehoor gegeven, en dus besloot Boris zich te wenden tot de paus. Paus Nicolaas I liet zich niet uit over een onafhankelijk kerkelijk bestuur, maar stuurde wel een delegatie, onder wie de latere paus Formosus, om Boris bij te staan bij zijn kerstening van het land. Boris I raakte zo onder de indruk van Formosus, dat hij een verzoek bij Nicolaas I indiende, om Formosus aartsbisschop van Bulgarije te maken. Nicolaas I weigerde dit verzoek, zich baserend op de kerkelijke wet, dat een bisschop niet van bisdom kon veranderen (Formosus was kardinaal-bisschop van Porto; in het proces van Formosus, dat bekend zou worden onder de naam Kadaversynode was dit een van de aangevoerde argumenten; Formosus zou een ander bisdom hebben geambieerd.)
Toen ook onder Nicolaas' opvolger, paus Adrianus II, zijn verzoek tot aanstelling van Formosus werd afgewezen (op dezelfde gronden) wendde hij zich tot de oostelijke kerk en voerde de liturgie van de slavenapostelen Cyrillus en Methodius in. Hij was de stichter van de Literaire School van Preslav.
In 889 legde hij zijn functie als vorst neer en werd hij monnik. Zijn feestdag is op 7 mei. Boris is de patroon van Bulgarije.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Simeon*893  †927  34
Ioannes*908     


Presian I van Bulgarije
Presian I van Bulgarije, geb. Pannonië [Bulgaria] in 824, ovl. Pannonië [Bulgaria] tussen 849 en 852.

tr.
met

Enrovata van Bulgarije, geb. in 824, ovl. in 849.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Boris*848 Preslav [Poland] †907  58


Enrovata van Bulgarije
Enrovata van Bulgarije, geb. in 824, ovl. in 849.

tr.
met

Presian I van Bulgarije, geb. Pannonië [Bulgaria] in 824, ovl. Pannonië [Bulgaria] tussen 849 en 852.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Boris*848 Preslav [Poland] †907  58


Heinrich im Schweinachgau
Heinrich (Hesso) im Schweinachgau, geb. circa 995, ovl. circa 1045.

tr.
met

Himiltrud , geb. circa 999, ovl. in 1056.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Tuta*1021  †1073  52


Himiltrud
Himiltrud , geb. circa 999, ovl. in 1056.

tr.
met

Heinrich (Hesso) im Schweinachgau, zn. van Tiemo Graf im Schweinachgau (Comte de Formbach de Kinzisgau et Schweinachgau), geb. circa 995, ovl. circa 1045.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Tuta*1021  †1073  52


Tiemo im Schweinachgau
Tiemo Graf im Schweinachgau, Comte de Formbach de Kinzisgau et Schweinachgau, ovl. in 1049.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Heinrich*995  †1045  50


Bertold im Traungau
Bertold Graf im Traungau, geb. circa 963.

tr.
met

Himiltrude de Lumgau, geb. circa 965.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Tiemo  †1049   


Ulrich I de Formbach de Lurgau de Schweinachgau imTraungau
Ulrich I de Formbach de Lurgau de Schweinachgau imTraungau, geb. circa 930, Comte de Lurngau et de Schweinargau de Formbach, de Traungau, ovl. na 970.

tr.
met

Cunégonde in de Nordgau, dr. van Berthold I in de Nordgau en Biltrude de Hainaut, geb. in 945, ovl. in 1011.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bertold*963     


Meginhard I im Traungau
Meginhard I im Traungau, geb. circa 887, ovl. na 30 mrt 930.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ulrich I*930  †970  40


Cunégonde in de Nordgau
Cunégonde in de Nordgau, geb. in 945, ovl. in 1011.

tr.
met

Ulrich I de Formbach de Lurgau de Schweinachgau imTraungau, zn. van Meginhard I im Traungau, geb. circa 930, Comte de Lurngau et de Schweinargau de Formbach, de Traungau, ovl. na 970.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bertold*963     


Berthold I in de Nordgau
Berthold I in de Nordgau.

tr.
met

Biltrude de Hainaut, ovl. in 976.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cunégonde*945  †1011  66


Biltrude de Hainaut
Biltrude de Hainaut, ovl. in 976.

tr.
met

Berthold I in de Nordgau.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cunégonde*945  †1011  66


Himiltrude de Lumgau
Himiltrude de Lumgau, geb. circa 965.

tr.
met

Bertold Graf im Traungau, zn. van Ulrich I de Formbach de Lurgau de Schweinachgau imTraungau (Comte de Lurngau et de Schweinargau de Formbach, de Traungau) en Cunégonde in de Nordgau, geb. circa 963.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Tiemo  †1049   


Jean (Gilles ou Gérard) de Berlaymont
 
Jean (Gilles ou Gérard) de Berlaymont, Seigneur de Berlaymont, Floyon et Ville, ovl. na 1308,
, "Gilles, seigneur de Berlaimont et de Floyon, chevalier, boutillier héréditaire du Hainaut, en sa qualité de seigneur de Berlaimont, avoué de la Flamengrie, eut beaucoup à souffrir de la part de Jean d'Avesnes, comte de Hainaut, qui brûla son château de Berlaimont. L'héritière de Jean d'Avesnes, Philippine, comtesse de Hainaut, lui accorda une indemnité en février 1308. Il épousa Marie, fille de Robert, seigneur de Vierves, du pays de Liège.. source : Dictionnaire généalogique et héraldique des familles nobles du royaume de Belgique, Volume 1, Félix-Victor Goethals".

tr.
met

Marie de Vierves, dr. van Robert III de Vierves (Baron de Vierves) en Isabeau de Chatillon-en-Bazois (Dame de Jaligny), geb. voor 1275, Dame de Hautepenne.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Fastré II*1308 Chalais [Frankrijk]    
Agnès*1305 Houffalize †1369  64


Marie de Vierves
Marie de Vierves, geb. voor 1275, Dame de Hautepenne.

  • Moeder:
    Isabeau de Chatillon-en-Bazois, dr. van Hugues II de Châtillon-en-Bazois (Écuyer Seigneur de Jaligny et de La Montagne), geb. Châtillon-en-Bazois [Frankrijk], Dame de Jaligny, ovl. Luzy [Frankrijk] in 1297,
    , Elle est dite petite fille de Eudes de Chatillon dans plusieurs sources. Photo: extrait des accords du mariage d'Isabelle datés de 1276 ( Les sires de Chatillon, Ms de Corberon) où il est dit " Ysabel fille jadis de Hugon et nièce du chantre..". Il s'agit donc bien de la fille de Hugues de Chatillon décédé avant 1276. Ce qui rend caduque la généalogie dressée par le marquis de Corberon, quelques lignes plus haut, puisque Hugues II serait décédé en 1296 !!!!
    À la fin du XIIIe siècle, il ne restait comme descendant mâle de la famille de Chatillon-Jaligny que le frère de Hugues II, Guillaume de Chatillon-Jaligny,chantre d'Auxerre puis évêque de Laon en 1279. Il maria sa nièce, Isabeau de Châtillon, à Guiot de Château-Villain, Seigneur de Luzy. Devenue veuve, elle épousa, en 1289 Robert III, comte de Clermont, dauphin d'Auvergne, qui lui établit un douaire de mille francs. Elle lui apporta les seigneuries de Jaligny, Dompierre et Treteau.
    Ils eurent sept enfants dont l'aîné, Robert Dauphin, hérita les terres de Jaligny, Treteau et Saint-Ilpize. Il épousa d'abord Almodie d'Apchon. De cette union étaient issus les Dauphins d'Auvergne. Veuf, il se maria ensuite avec Isabelle de Châtelperron, dame de la Ferté-Chauderon. De cette union naquirent Hugues et Guichard Dauphin qui possédèrent successivement Jaligny.
    Jaligny-sur-Besbre est une commune française située dans le département de l'Allier.
    La terre de Jaligny appartint d'abord aux sires de Jaligny (XIe et XIIe siècles). C'est aux environs de l'an 1000 qu'on peut y trouver une puissante famille de ce nom, que certains historiens donnent comme une branche de la maison de Châtillon. En 1081, les sires de Jaligny vont s'allier aux sires de Bourbon, par le mariage de Guillaume de Jaligny, fils d'Oudin-le-Barbu, à Ermengarde de Bourbon, fille d'Archambaud le Fort qui lui donna pour dot la seigneurie de Beçay.
    L'un des descendants de Guillaume : Isabeau de Châtillon, dame de Jaligny, épousa en secondes noces vers 1280 Robert III comte de Clermont, Dauphin d'Auvergne. De ce mariage naquit Robert, dauphin, premier du nom qui fut la tige des seigneurs de Jaligny . Robert épousa Isabeau de Chastel-Perron et en eut deux fils : Robert, dauphin deuxièmedu nom et Guichard, dauphin, premier du nom, grand maitre des arbalétriers de France. Il avait épousé vers 1365 Isabeau de Sancerre, septième enfant de Louis de Sancerre seigneur de Charenton, de Beaumez,de Condé, de Luzy, créé maréchal de France en 1369 puis connétable le 22 septembre 1397
    Sources: Personne, famille 2: Detlev Schwennicke: Europäische Stammtafeln XIII 69 les sires de Châtillon-en-Bazois, Nièvre 1209-1371 Union 1: P. C. Famille 1: H&G 170 p 80: Edouard de Saint Phalle; H&G 211 p. 181: Edouard de Saint Phalle.- Personne: Les Sires de Chatillon en Bazois - à prendre avec prudence- (Ms de Corberon). Racines et Histoire. Loire historique. L'ancien Forez. Dossier généalogique Des Gozis Famille: Racines et Histoire. Mémoire de la commission des antiquités du département de la Côte d'Or. Mémoire de la société éduenne( 1872). Nobiliare du Nivernois. Société d'émulation du Bourbonnais, tr. (2) Château-en-Bazois [Frankrijk] op 26 jun 1276 met Guyot de Chateauvillain, ovl. in 1288. Uit dit huwelijk 2 kinderen, tr. (3) op 3 jun 1289 met Robert III d' Auvergne, geb. in 1255, ovl. op 27 jan 1324,
    , Dauphin d' Auvergne (1282-1324), Comte de Clermont (Robert IV, 1282-1324). Uit dit huwelijk geen kinderen.
 

tr.
met

Jean (Gilles ou Gérard) de Berlaymont, Seigneur de Berlaymont, Floyon et Ville, ovl. na 1308,
, "Gilles, seigneur de Berlaimont et de Floyon, chevalier, boutillier héréditaire du Hainaut, en sa qualité de seigneur de Berlaimont, avoué de la Flamengrie, eut beaucoup à souffrir de la part de Jean d'Avesnes, comte de Hainaut, qui brûla son château de Berlaimont. L'héritière de Jean d'Avesnes, Philippine, comtesse de Hainaut, lui accorda une indemnité en février 1308. Il épousa Marie, fille de Robert, seigneur de Vierves, du pays de Liège.. source : Dictionnaire généalogique et héraldique des familles nobles du royaume de Belgique, Volume 1, Félix-Victor Goethals".

 

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Fastré II*1308 Chalais [Frankrijk]    
Agnès*1305 Houffalize †1369  64