Website van $boomnaam$
Arnold I van Fouron
Arnold I van Fouron, geb. circa 1028, ovl. circa 1106,
, Notitie bij Arnold I van Fouron (Heer te Beusdael op de Motte?)
Uit het geslacht van Fouron.
Thibaut van Valkenburg werd in zijn testament vermeld als oom van Arnulph II van Elsloo zijn voogd bij de uitvoering van zijn testament (zijn Neef).
Bij een schenking van het Allodium van Maesniel aan het klooster Sint Jacues te Luik door Steppo de broer van Thibaut II van Columbire en Struona (Valkenburg) die beide broers had overleefd, wordt ook vermeld dat Arnulpus fillius fratris sui Arnuphus de wettige erfgenaam was van Maesniel en hij deze tegen betaling aan zijn oom Steppo had overgedragen.
Hier wordt Arnolphus als broer van Thibaut van Valkenburg en Steppo bevestigd. Bron; Dr Luise von Winterfeld, Oorkonde 1107-1116 uit het klooster St Jacob te Luik.
Ook de vader van Thibaut wordt vermeld en wel in de Akte van Guda waarin zij Eira en Withem schenkt, hier wordt haar Heer (schoonvader) Arnulph van Fouron vermeld!
Naar alle waarschijnlijkheid was Arnold met de dochter van Gerard van Eys gehuwd. Eira/Meira was waarschijnlijk Eys of Mheer volgens dhr. P.C. Boeren.
Zoals we weten waren van de Motte te Beusdael ca. 1055 geen bewoner(s) bekend. Om toch een mogelijk te zien heb ik de geschiedenis nogmaals bekeken en dan komen we al gauw uit bij de heren van Fouron (Voeren) de graven van de Luihgau. Zwaren er achtereenvolgens Richard I en II, Luizone, Thibaut I en Lambert van Fouron. Deze laatste van deze groep Graven woonde wellicht zeker op de burg "De Saele" te Voeren.
Thibaut I Graaf (de oude) had 2 zonen Lambert en Arnold, waarvan Lambert zijn opvolger werd. Arnold had 3 zonen Thibaut II, Steppo Domproost te Luik en Arnold II de eerste van Elsloo daarnaast ook mogelijk nog meerdere dochters waarvan waarschijnlijk een gehuwd was met Wericus van Colmont vanwege zijn aanwezigheid in het testament.
We zien nu dat van de oudere Arnold van Fouron geen verblijf bekend is. Lambert de Graaf van de Luihgau woont te Graven-Voeren op kasteel "de Saele", Thibaut II de zoon van Arnold (de oudere) gaat zich vestigen in het Geuldal te Oud Valkenburg.
Arnold II de zoon van Arnold (de oudere) gaat zich vestigen aan de Maas te Elsloo en noemt zich Arnold I van Elsloo. Later zien we dat diverse nakomelingen te Nuth, Stein,Gulpen, Vijlen en Hergenrath etc. etc. gaan vestigen en de familie breidt zich uit als een olievlek. Aangezien dat Lambert, Thibaut II en Steppo (Domproost) geen mannelijke nazaten hadden, mogen we stellen dat deze allen van Arnold afkomstig zijn. Arnold II de eerste van Elsloo had vele zonen en dochters.
Hier zouden we dan nu kunnen stellen dat Arnold (de oude) van Fouron mogelijk te Beusdael op de Motte heeft gewoond. Ook zien we daarna te Reijmersdaal en Opsinnich kort bij Beusdael hun nakomelingen terug. Zo ook de heren van Eynatten die weer te Reymersdael een leen krijgen.
Zo ook neem ik aan dat Arnold (de oude) vermoedelijk met een dochter van de Motte te Eys was gehuwd waardoor de rechten van deze Motte en goederen later via Gerard IX van Eys aan Eys zijn gegaan en daarna door huwelijk met de Heer van Mulrepas van Rimburg te Eys ook de tak met de naam Eys-Beusdael is uit ontstaan.

tr.
met

NN Dame van Eys van Eys, geb. circa 1028.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold I*1070 Elsloo †1140  70


NN Dame van Eys van Eys
NN Dame van Eys van Eys, geb. circa 1028.

tr.
met

Arnold I van Fouron, zn. van Theodorich I van Fouron en Jutta van Neder-Lotharingen, geb. circa 1028, ovl. circa 1106,
, Notitie bij Arnold I van Fouron (Heer te Beusdael op de Motte?)
Uit het geslacht van Fouron.
Thibaut van Valkenburg werd in zijn testament vermeld als oom van Arnulph II van Elsloo zijn voogd bij de uitvoering van zijn testament (zijn Neef).
Bij een schenking van het Allodium van Maesniel aan het klooster Sint Jacues te Luik door Steppo de broer van Thibaut II van Columbire en Struona (Valkenburg) die beide broers had overleefd, wordt ook vermeld dat Arnulpus fillius fratris sui Arnuphus de wettige erfgenaam was van Maesniel en hij deze tegen betaling aan zijn oom Steppo had overgedragen.
Hier wordt Arnolphus als broer van Thibaut van Valkenburg en Steppo bevestigd. Bron; Dr Luise von Winterfeld, Oorkonde 1107-1116 uit het klooster St Jacob te Luik.
Ook de vader van Thibaut wordt vermeld en wel in de Akte van Guda waarin zij Eira en Withem schenkt, hier wordt haar Heer (schoonvader) Arnulph van Fouron vermeld!
Naar alle waarschijnlijkheid was Arnold met de dochter van Gerard van Eys gehuwd. Eira/Meira was waarschijnlijk Eys of Mheer volgens dhr. P.C. Boeren.
Zoals we weten waren van de Motte te Beusdael ca. 1055 geen bewoner(s) bekend. Om toch een mogelijk te zien heb ik de geschiedenis nogmaals bekeken en dan komen we al gauw uit bij de heren van Fouron (Voeren) de graven van de Luihgau. Zwaren er achtereenvolgens Richard I en II, Luizone, Thibaut I en Lambert van Fouron. Deze laatste van deze groep Graven woonde wellicht zeker op de burg "De Saele" te Voeren.
Thibaut I Graaf (de oude) had 2 zonen Lambert en Arnold, waarvan Lambert zijn opvolger werd. Arnold had 3 zonen Thibaut II, Steppo Domproost te Luik en Arnold II de eerste van Elsloo daarnaast ook mogelijk nog meerdere dochters waarvan waarschijnlijk een gehuwd was met Wericus van Colmont vanwege zijn aanwezigheid in het testament.
We zien nu dat van de oudere Arnold van Fouron geen verblijf bekend is. Lambert de Graaf van de Luihgau woont te Graven-Voeren op kasteel "de Saele", Thibaut II de zoon van Arnold (de oudere) gaat zich vestigen in het Geuldal te Oud Valkenburg.
Arnold II de zoon van Arnold (de oudere) gaat zich vestigen aan de Maas te Elsloo en noemt zich Arnold I van Elsloo. Later zien we dat diverse nakomelingen te Nuth, Stein,Gulpen, Vijlen en Hergenrath etc. etc. gaan vestigen en de familie breidt zich uit als een olievlek. Aangezien dat Lambert, Thibaut II en Steppo (Domproost) geen mannelijke nazaten hadden, mogen we stellen dat deze allen van Arnold afkomstig zijn. Arnold II de eerste van Elsloo had vele zonen en dochters.
Hier zouden we dan nu kunnen stellen dat Arnold (de oude) van Fouron mogelijk te Beusdael op de Motte heeft gewoond. Ook zien we daarna te Reijmersdaal en Opsinnich kort bij Beusdael hun nakomelingen terug. Zo ook de heren van Eynatten die weer te Reymersdael een leen krijgen.
Zo ook neem ik aan dat Arnold (de oude) vermoedelijk met een dochter van de Motte te Eys was gehuwd waardoor de rechten van deze Motte en goederen later via Gerard IX van Eys aan Eys zijn gegaan en daarna door huwelijk met de Heer van Mulrepas van Rimburg te Eys ook de tak met de naam Eys-Beusdael is uit ontstaan.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold I*1070 Elsloo †1140  70


Theodorich I van Fouron
Theodorich I van Fouron, geb. circa 985, ovl. circa 1072,
, Notitie bij Theoderich I "Dietrich I, Thibaut I" van Fouron (Graaf in de Ardennen, Castelijn te Baelen Limburg 1033-1052, Lenna en van de Luihgouw 1040, Heer te Fouron 1041-1072)
Theoderich (Thibaut) is zeer waarschijnlijk een zoon van Sigebode omdat de Graafschap Voeren bij Dahlhem wordt gevoegd of anderzijds moet er waarschijnlijk een relatie met Asprimont zijn geweest gezien het familiewapen van Asprimont een kruis en het wapen van Arnold van Fouron een kruis waarbij kartels zijn toegevoegd.
Door Theoderich zijn Huwelijk met Jutta van Lotharingen werd hij Graaf in Limburg (Ardennen, Lenna, Luihgouw) en succesievelijk wijde hij en zijn nakomelingen de graafschappen van uit het Belgisch naar het Nederslands Limburg Valkenburg en Elsloo toe uit.

tr.
met

Jutta van Neder-Lotharingen, geb. circa 985.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold I*1028  †1106  78
Lambert I*1020  †1091  71


Jutta van Neder-Lotharingen
Jutta van Neder-Lotharingen, geb. circa 985.

tr.
met

Theodorich I van Fouron, geb. circa 985, ovl. circa 1072,
, Notitie bij Theoderich I "Dietrich I, Thibaut I" van Fouron (Graaf in de Ardennen, Castelijn te Baelen Limburg 1033-1052, Lenna en van de Luihgouw 1040, Heer te Fouron 1041-1072)
Theoderich (Thibaut) is zeer waarschijnlijk een zoon van Sigebode omdat de Graafschap Voeren bij Dahlhem wordt gevoegd of anderzijds moet er waarschijnlijk een relatie met Asprimont zijn geweest gezien het familiewapen van Asprimont een kruis en het wapen van Arnold van Fouron een kruis waarbij kartels zijn toegevoegd.
Door Theoderich zijn Huwelijk met Jutta van Lotharingen werd hij Graaf in Limburg (Ardennen, Lenna, Luihgouw) en succesievelijk wijde hij en zijn nakomelingen de graafschappen van uit het Belgisch naar het Nederslands Limburg Valkenburg en Elsloo toe uit.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold I*1028  †1106  78
Lambert I*1020  †1091  71


Lambert I van Fouron
Lambert I van Fouron, geb. circa 1020, ovl. circa 1091,
, Notitie bij Lambert I (Senioris de Oude) van Fouron (Graaf in de Luihgouw, Heer van Voeren 1078-1091)
Uit het geslacht van Fouron.
Vanwege de bijnaam Senioris in een oorkonde ging P.C. Boeren er van uit dat er ook nog een zoon Lambert II zou zijn echter hier bleek later dat met Lambert II Ida haar zoon Lambert van Montaigu was gemeend de kleinzoon van Lambert Senioris van Fouron.
De naam Lambert zal waarschijnlijk van zijn moederskant Thibaut I zijn echtgenote afstammen.
Nadat de Noormannen rond het jaar 881 de streek zwaar in de as hadden gelegd, besloot graaf Sigehard (Sigarhardi) een nieuwe burcht te bouwen op de Voerberg tussen Voeren en Meehr.
Op het grondgebied van Margraten bij de grensovergang Voeren (Fouron) lag vanaf omstreeks 900 na chr. het imposante kasteel "Op den Saele" (gen Borgh) op de Snauwenberg met geweldig uitzicht op het Maasdal, Mheer en de Voerstreek.Er liep een weg in die tijd van Dahlem via Bombay, Voeren over de Saele naar Meehr, Banholt naar Aken. Mogelijk was dit de Koetsweg of Kinkenberg vanuit Voeren de zuidelijke toegangsweg naar het kasteel dat hierboven op de berg was gelegen ( Heemkunde vereniging Voeren, Gem.Voeren en Margraten)(2008 Limburger). Door beide gemeenten is over een mogelijke Opgraving en toegankelijkheid voor geïnteresseerden in 2008 gesproken echter tot heden is niets ondernomen! Het was een ideale plek om een kleine Uitkijktoren te vestigen bij deze resten van "Op den Saele" gebouwd op de funderingsresten van een Romeinse vila Furonis uit de vergane geschiedenis van Limburg en Voeren.
In die vroege periode was het dan ook een perfecte lokatie met ruim zicht en gemakkelijk te verdedigen, Zo werden er op deze burg ook de conflicten etc. en recht gesproken, ook nog nadat het land bij Dalhem werd gevoegd. Naar alle waarschijnlijkheid was dit ook de zetel geworden van de Nobelen die zich "de Fouron" noemden.
In een akte van Lacomblet (van 996 naar 17-jan 966 gecorr.) lezen we dat graaf Richarri van Furon en Curcella (Cartils bij Wittem) bezit. De burg "Op den Saele" lag dan ook niet ver van het goed Cartils-Wittem verwijderd.
Naar alle waarschijnlijkheid is hiermee Richard van Metz mee bedoeldt. Bruno is de kleinzoon van Richard van Metz en verkrijgt Cartils-Wittem van Graaf Liozone (de Fouron)
In 1016 6 dec. schenkt Keizer Heinrich II 2 villa's een te Vijlen en een te Curtils aan het Klooster te Burscheidt deze voorheen door een Graaf Liozone was ingeruild aan de Keizer Otto III. ca.1000 jaar.
Akte 149 Oorkondeboek Lacomblet.
Het graafschap Dalhem was een klein zelfstandig gebied tussen Luik en Maastricht dat later met Voeren werd samengevoegd.
Aanvankelijk heette het graafschap Voeren met als hoofdplaats 's-Gravenvoeren, maar na het bouwen van een burcht te Dalhem op een steile rots tussen de riviertjes de Berwijn en de Bolland in 1080 werd Dalhem de naam van het gebied.
Thiebald was nog heer te Voeren.
Tot 1085 behoorde de burcht te Dalhem toe aan paltsgraaf Herman II van Lotharingen.
Chronicle of Saint-Hubert, interpolated in the Chronicle of Alberic de Trois-Fontaines, names "Ida filia senioris Lamberti" as wife of "comes Cono de Monteacute ( Montaigu).
De heren van Fouron die destijds hun kasteel hadden op de Voerberg tussen Voeren en Meehr "Den Saele " genaamd waren in die tijd zowel aan de Voerstreek als de Geulstreek van Meehr tot Vaals te vinden, het was destijds de Luihgouw.
Het kasteel "Den Saele" was destijds een imposant verdedigingswerk op een perfecte lokatie gelegen, opgericht ca 890 door graaf Sigehard tegen de overvallen van de Noormannen. Na 1080 werd de hoofdzetel van Fouron naar Dalhem verlegd en werd het gebied dat eerst Furon heette na Dahlem vernoemd.
Aan de huidige Nederlandse zijde waren Eijsden-Margraten: Cadier, Mheer, Noorbeek en Oost dorpen die destijds onder Voeren - Dalhem vielen.
23 april 1088:
Keizer Hendrik IV bevestigt te Aken de Benedictijnen van Sint-Jacob te Luik in een goed genaamd Cyrici hof in de Haspengouw in het graafschap Huy, dat de bisschop Hendik van Luik en de abt Robert van het klooster Sint-Jacob van markgravin Mathilde en haar zoon Robert de Briez reeds te Metz in 1084 verworven hadden.Getuigen waren o.a. Cuno van Heers en Lambert van Fouron.(Bron: dr. Karl Friedrich Stump-Brentano, Die Reichskanzler vornehmlich des X, XI, und XII Jahrhunderts, dritter band: Acta Imperii Adhuc Inedita, Innsbruck, Verlag der Wagner'schen Universitaets-Buchhandlung, 1865-1881, nr. 322, blz. 453-454.)
Mogelijk dat Lambert een relatie had met Heers.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ide     


Johan van Pallant van Wildenburg
Johan van Pallant van Wildenburg, geb. circa 1400, heer van Wildenburg, ovl. in 1475.

tr.
met

Fulsina van Swalmen van St. Laurensberg, geb. Wildenbruch [Duitsland] in 1408, ovl. op 1 feb 1470.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Eva*1435 Wildenburg [Duitsland] †1465 Linnich [Duitsland] 30


Fulsina van Swalmen van St. Laurensberg
Fulsina van Swalmen van St. Laurensberg, geb. Wildenbruch [Duitsland] in 1408, ovl. op 1 feb 1470.

tr.
met

Johan van Pallant van Wildenburg, geb. circa 1400, heer van Wildenburg, ovl. in 1475.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Eva*1435 Wildenburg [Duitsland] †1465 Linnich [Duitsland] 30


Maria van der Aa
Maria van der Aa.

tr. in 1255
met

Johan II van Heverlee1, geb. in 1240, heer van Heverlee en Vaelbeeck, baljuw van Berchem, ovl. in 1277,
, Van Margareta is bekend dat ze de 2e vrouw was van Jan II van Heverlee (in 1255 gehuwd met Maria [van Aa]. Het vroegste moment dat ze gehuwd blijkt uit 1263. Uitgaande dat dit ook meteen het huwelijksjaar van haar is geweest en de veronderstelling dat ze dan minimaal 14/15 jaar zal zijn geweest mogen we stellen dat Margareta uiterlijk in 1248/49 geboren kan zijn. Dan bestaan er twee opties:
1. Margareta is het jongste kind van Arnold III van Wezemaal en Beatrix van Breda,
2. Margareta is de dochter van Arnold IV, dus een kleindochter.

Bij optie 1 is het vreemd dat we haar 'oudere zus' Aleidis enkel als vrouwe van (half) Perk aangeduid zien terwijl Margareta als 'jongere zus' uit de Wezemaal-erfenis half Oplinter (de andere helft behoorde aan een ander geslacht) en half Perk meekreeg. Bovendien kan worden opgemerkt dat haar 'ouders' Arnold III en Beatrix tussen 1219 en 1229 gehuwd waren. Margareta moet in dat geval dan een echt nakomertje zijn geweest.

Van Arnold IV van Wezemaal weten we dat hij op 22-6-1247 al gehuwd met een Elisabet. Arnold is de oudste zoon van zijn ouders. Hij wordt vermeld vanaf 1244, in 1246 was hij meerderjarig. Zijn huwelijksjaar 1247 is derhalve heel realistisch. Zijn vrouw Elisabeth wordt na 1253 niet meer vermeld. Margareta van Wezemaal zou zijn enige in leven gebleven kind kunnen zijn geweest, vernoemd naar een moederlijke grootmoeder want binnen de familie Van Wezemaal zouden voornamen als Beatrix (grootmoeder), Clementia en Luijtgard (overgrootmoeders) meer voor de hand hebben gelegen.

Wat weten we van opvolgingen bij de Van Wezemaals:
Arnold III + na 1261 Heer van Wezemaal.
Arnold IV heer van Wezemaal 1264-1269, Tempelier ca.1270
Godfried heer van Perk 1265, heer van Wezemaal 1272.
Aleidis vrouwe van Perk  januari 1270

We zien een soort van stuivertje-wisselen.  Aleidis was midden jaren 40 al gehuwd met Hendrik I van der Leck maar wordt pas in 1270 aangeduid als vrouwe van Perk. Het lijkt op een compensatie voor een nog niet betaalde bruidschat. Arnold IV van Wezemaal speelde een vooraanstaande rol als maarschalk van Brabant, maar door een ongelukkige keuze in de opvolgingsstrijd en een korte opstand tegen de nieuwe hertog Jan I na de dood van hertog Hendrik III viel hij in ongenade. In 1269 ging hij gebukt onder schulden. Hij lijkt toen al even weduwnaar te zijn omdat zijn vrouw na 1253 niet meer wordt vermeld. Ergens tussen 6 april 1269 en januari 1270 koos hij ervoor om Tempelier te worden. Arnold IV van Wezemaal overleed na 27-3-1278

In 1269 kan afgesproken zijn dat Godfried zijn oudere broer Arnold IV zou opvolgen als heer van Wezemaal. Een nieuwe smetteloze heer zou wellicht het aanzien van de familie weer kunnen oppoetsen. Dat lukte inderdaad maar anders dan verwacht omdat Godfrieds broer Gerard van Wezemaal en niet Godfrieds zoon Arnold V later in 1287 door hertog Jan I beleend werd met Bergen op Zoom, het westelijke deel van de heerlijkheid Breda.

In dit scenario werd in 1269 de dochter van Arnold IV overgeslagen in de opvolging. Margareta van Wezemaal kan op dat moment al weduwe zijn geweest van Jan II van Heverlee, maar begin jaren 70 zal ze al zijn hertrouwd met de weduwnaar Hendrik V van Boutersem,† na 1279 (in 1255 gehuwd met Maria [van Aa], met hieruit in 1276 twee zonen Hendrik en Leunis).

Dochter Margareta kan gecompenseerd zijn met half Oplinter want de andere helft behoorde aan het geslacht Van Kraainem. Perk kan dan aan zus Aleidis en haar man toebedeeld zijn als achterstallige bruidsschat. In het Latijnsboek is enkel sprake van het dorp Perk (ville) en niet van de heerlijkheid maar dat kan een vertekend beeld zijn omdat pas later de lenen beter en uitvoeriger werden beschreven. Het is ook onduidelijk of Margareta in 1270 ook al in het bezit van de andere helft van Perk was. Volgens Raf wordt Aleidis van Wezemaal in 1270 zo aangeduid.

Maar omdat in 1290 Margareta van Wezemaal aangeduid wordt als vrouwe van Perk moet zij toen al in het bezit zijn geweest van de helft van Perk en de jurisdictie. Dat heeft ze of al in 1269 gehad of tussen 1270 en 1290 van de Van der Lecks verworven. Er kunnen momenten zijn geweest dat de Van der Lecks om geld verlegen zaten en een deel van hun bezit verzilverd hebben. Wellicht is het verwerven van bezit in en rond Werth daarvoor aanleiding geweest.

Het kan ook zijn dat pas na het overlijden van 'vader' de Tempelier Arnold IV van Wezemaal, hij schijnt nog geruime tijd geleefd te hebben, Margareta en haar man de in 1269/70 overeengekomen afspraak tussen haar vader en oom hebben aangevochten en dat ze toen als compensatie voor het opgeven van haar erfafspraken de andere helft van Perk hebben gekregen. Een ander aspect wat meegenomen kan worden is het gegeven dat de halve heerlijkheid Oplinter van Margareta vererfde op haar zoon Hendrik van Boutersem uit haar 2e huwelijk. Het zou dus goed kunnen dat Margareta van Wezemaal pas tijdens haar 2e huwelijk Oplinter toebedeeld kreeg.

Vanuit deze insteek kan worden opgemerkt dat Hendrik V van Boutersem op 17 maart 1268 als getuige aanwezig was toen Hendrik V, heer van Breda, het patronaats- en personaatsrecht van de kerken van Schoten en Merksem verkocht aan de het kapittel van de O.L.V.-kerk te Antwerpen. Zijn aanwezigheid daar kan worden verklaard als zijnde de man van een Van Breda-kleindochter

Het lijkt me waarschijnlijk dat het huwelijk Boutersem-Wezemaal in of kort voor 1268 is gesloten. Als dan in 1269 Arnold IV van Wezemaal besluit om Tempelier te worden vind er een stoelendans plaats. Zijn broer Godfried wordt heer van Wezemaal en geeft zijn bezit Perk door aan zijn zuster Aleidis gehuwd met Hendrik I van der Leck. Aleidis wordt in 1270 aangeduid als vrouwe van Perk. Dochter Margareta van Wezemaal en haar man Hendrik V van Boutersem krijgen de halve heerlijkheid Oplinter wat later door vererfde aan hun zoon Hendrik van Boutersem, heer van (Op-)Linter. In 1269 kreeg Margareta ook, of verwierf pas tussen 1270 en 1290 de helft van Perk van hetzij haar oom Godfried of van haar tante Aleidis en haar man of later van haar neef Hendrik II van der Leck.

De grootste verliezers waren Hendrik en Jan van Heverlee, de zonen van Margareta van Wezemaal uit haar eerste huwelijk. Voor zover bekend erfden ze niets uit de Van Wezemaal-erfenis, tr. (1) met Margaretha van Wesemaele. Uit dit huwelijk 2 zonen.

Bronnen:
1.Europäische Stammtafeln (ES 8), Detlev Schwennicke, Marburg [Duitsland], 1980 (blz. 29)
2.Ons Voorgeslacht (OV nieuw), Periodiek (OV), Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Rotterdam, vanaf 1946 (blz. 131)


Elisabeth
Elisabeth , ovl. circa 1253.

tr. in 1247
met

Arnold IV van Wesemaele, zn. van Arnold III van Wesemaele, maarschalk van Brabant, ovl. na 27 mrt 1278,
, meerderjarig in 1246, Tempelier ca 1270, tr. (1) met Beatrix van Breda, dr. van Gottfried II van Breda en Lutgard van Perk. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aleidis     
Margaretha*1247  †1302  54



Bronnen:
1.Europäische Stammtafeln (ES 8), Detlev Schwennicke, Marburg [Duitsland], 1980 (blz. 29)


Arnold III van Wesemaele
Arnold III van Wesemaele, ovl. circa 1261.

tr.

Uit dit huwelijk 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnold IV  †1278   
Godfried  †1270   
Gerard     


Aleidis van Wesemaele
Aleidis van Wesemaele, vrouwe van Perk.

tr. circa 1245
met

Hendrick I van der Leck


Hendrick I van der Leck
Hendrick I van der Leck.

tr. circa 1245
met

Aleidis van Wesemaele, dr. van Arnold IV van Wesemaele (maarschalk van Brabant) en Elisabeth , vrouwe van Perk


Godfried van Wesemaele
Godfried van Wesemaele, ovl. na 1270.


Gerard van Wesemaele
Gerard van Wesemaele,
, werd in 1278 door hertog Jan I beleend met Bergen op Zoom en het westelijk deel van de heerlijkheid Breda.


Hendrik van Heverlee
Hendrik van Heverlee1.

tr.
met

Maria van Grimbergen1.

Bronnen:
1.Europäische Stammtafeln (ES 8), Detlev Schwennicke, Marburg [Duitsland], 1980 (blz. 29)
2.Ons Voorgeslacht (OV nieuw), Periodiek (OV), Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Rotterdam, vanaf 1946 (blz. 131)


Leunis van Heverlee
Leunis van Heverlee.



Bronnen:
1.Europäische Stammtafeln (ES 8), Detlev Schwennicke, Marburg [Duitsland], 1980 (blz. 29)
2.Ons Voorgeslacht (OV nieuw), Periodiek (OV), Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Rotterdam, vanaf 1946 (blz. 131)


Maria van Grimbergen
Maria van Grimbergen1.

tr.
met

Hendrik van Heverlee1, zn. van Johan II van Heverlee (heer van Heverlee en Vaelbeeck, baljuw van Berchem) en Margaretha van Wesemaele (gecompenseerdmet half Oplinter want de andere helft behoorde aan het geslacht Van Kraainem).

Bronnen:
1.Europäische Stammtafeln (ES 8), Detlev Schwennicke, Marburg [Duitsland], 1980 (blz. 29)
2.Ons Voorgeslacht (OV nieuw), Periodiek (OV), Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie, Rotterdam, vanaf 1946 (blz. 131)


Arien Aarts Visser
Arien Aarts Visser, geb. circa 1660.

tr. circa 1680
met

Marigje Pieters.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sijmon*1685 Sliedrecht    


Marigje Pieters
Marigje Pieters.

tr. circa 1680
met

Arien Aarts Visser, zn. van Aart Ariensz Visser en Teuntje Ariens, geb. circa 1660.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sijmon*1685 Sliedrecht    


Jacob van Schieveen
Jacob van Schieveen, geb. circa 1575.

tr.
met

Jacoba Hoorewech,
, Vijf eeuwen geleden was er één vrouw met een soortgelijke naam, Jannetje Cornelisdr. Hoorewech, geboren omstreeks 1550 op een boerderij aan de Hoorewech te Overschie bij Rotterdam. Alle bovengenoemde naamgenoten stammen af van deze vrouw en haar echtgenoten die introkken op de boerderij.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maertje*1607 Overschie