Genealogische website van Cees Hagenbeek
Marguerite d' Enghien Contessa di Conversano Comtesse de Brienne
Marguerite d' Enghien Contessa di Conversano Comtesse de Brienne.

tr.
met

Jean II de Luxemburg Comte de Brienne Conte di Conversano, zn. van Guy de Luxemburg Comte de e Ligny de Roussy et de St-Pol (graaf van St. Pol 1360) en Mahaut de Chatillon Comtesse de St. -Pol (erfdochter van St. Pol en Elincourt), geb. in 1370, ovl. in 1397.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pierre*1390  †1433  43


Guy de Luxemburg Comte de e Ligny de Roussy et de St-Pol
Guy de Luxemburg Comte de e Ligny de Roussy et de St-Pol, graaf van St. Pol 1360, ovl. circa 1371.

tr.
met

Mahaut de Chatillon Comtesse de St. -Pol, erfdochter van St. Pol en Elincourt, ovl. voor 1378.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jean II*1370  †1397  27


Mahaut de Chatillon Comtesse de St. -Pol
Mahaut de Chatillon Comtesse de St. -Pol, erfdochter van St. Pol en Elincourt, ovl. voor 1378.

tr.
met

Guy de Luxemburg Comte de e Ligny de Roussy et de St-Pol, zn. van Jean I de Luxemburg en Alix de Richebourg (erfdochter van Richebourg), graaf van St. Pol 1360, ovl. circa 1371.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jean II*1370  †1397  27


Jean I de Luxemburg
Jean I de Luxemburg, ovl. op 17 mei 1364.

tr.
met

Alix de Richebourg, dr. van Guy V de Richebourg en Beatrix van Putten, erfdochter van Richebourg, ovl. op 4 mei 1346.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Guy  †1371   


Alix de Richebourg
Alix de Richebourg, erfdochter van Richebourg, ovl. op 4 mei 1346.

tr.
met

Jean I de Luxemburg, zn. van Walram II van Luxemburg Graaf van Roussy Heer van Serain en Guyotte de Lille, ovl. op 17 mei 1364.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Guy  †1371   


Walram II van Luxemburg Graaf van Roussy Heer van Serain
Walram II van Luxemburg Graaf van Roussy Heer van Serain, ovl. circa 1353.

tr.
met

Guyotte de Lille.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jean I  †1364   


Guyotte de Lille
Guyotte de Lille.

tr.
met

Walram II van Luxemburg Graaf van Roussy Heer van Serain, zn. van Walram I van Luxemburg en Jeanne de Beauvoir (erfdochter van Ligny, Roussy en Beauvoir), ovl. circa 1353.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jean I  †1364   


Walram I van Luxemburg
Walram I van Luxemburg, ovl. in 1288.

  • Vader:
    Hendrik V 'de Blonde' van Limburg-Luxemburg, zn. van Walram IV van Limburg-Arlon (graaf in de Ardennengouw) en Ermesinde van Namen-Luxemburg (gravin van Luxemburg 1196-1247), bij deling graaf van Luxemburg 4 mrt 1247, ovl. op 24 dec 1281,
    , In 1247 Graaf van Luxemburg, 1256-1265 Graaf van Namur (Namen), Heinrich II./V.?, IV.?, tr. op 4 jun 1240.
 

tr.
met

Jeanne de Beauvoir, erfdochter van Ligny, Roussy en Beauvoir.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Walram II  †1353   


Jeanne de Beauvoir
Jeanne de Beauvoir, erfdochter van Ligny, Roussy en Beauvoir.

tr.
met

Walram I van Luxemburg, zn. van Hendrik V 'de Blonde' van Limburg-Luxemburg (bij deling graaf van Luxemburg 4 mrt 1247) en Margaretha van Bar Mousson (Frau von Ligny), ovl. in 1288.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Walram II  †1353   


Guy V de Richebourg
Guy V de Richebourg, ovl. in apr 1345.

tr. (1)
met

Beatrix van Putten, ovl. op 18 jun 1354.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alix  †1346   

tr. (2)
met

Marie d' Enghien, ovl. in 1318


Beatrix van Putten
Beatrix van Putten, ovl. op 18 jun 1354.

tr.
met

Guy V de Richebourg, zn. van Willem van Vlaanderen (heer van Dendermonde en Crevecoeur) en Alix Vicomtesse de Clermont Chateaudun Dame de Mondoubleau (Erbin von Chateaudun), ovl. in apr 1345, tr. (2) met Marie d' Enghien. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Alix  †1346   


Marie d' Enghien
Marie d' Enghien, ovl. in 1318.

tr.
met

Guy V de Richebourg, zn. van Willem van Vlaanderen (heer van Dendermonde en Crevecoeur) en Alix Vicomtesse de Clermont Chateaudun Dame de Mondoubleau (Erbin von Chateaudun), ovl. in apr 1345, tr. (1) met Beatrix van Putten. Uit dit huwelijk een dochter


Maria van Bronckhorst
Maria van Bronckhorst.

relatie
met

Hertog Albrecht van Beieren1,2, zn. van Kaiser Lodewijk IV van Beieren en Margaretha gravin van Holland-Henegouwen (keizerin van Beieren), geb. München [Duitsland] op 25 jul 1336, graaf van Holland en Zeeland, ovl. Den Haag op 13 feb 1404, relatie (1) met Margaretha van Schlesien-Brieg1. Uit deze relatie 7 kinderen, tr. (2) in 1385 met Aleid van Poelgeest3,2. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) met Margaretha van Kleef, dr. van Adolf I van Kleef-Mark en Margaretha van Gulik-Berg. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem*1387     



Bronnen:
1.Genealogie der Graven van Holland (DEK/HOL), Dr. A.W.E. Dek, Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1969 (blz. 88)
2.Duizend jaar Poelgeest deel 2 (B 090), Fred van Poelgeest, Stichting Poelgeest archief, Hoorn (blz. 89)
3.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (60)


Willem van Beieren
Willem van Beieren, geb. tussen 1387 en 1389, bastaard van Holland 1427-1465,
, bastaard van Holland, zoon van hertog Aelbrecht van Beieren en Maria van Bronckhorst. Trouwt 1e omstreeks 1429 Johanna, dochter van Jan van Avesnes van Hodenpijl; 2e Maria van der Lecke, dochter van Jan van Polanen, heer van de Lecke en Aleid van Egmond.



Bronnen:
1.Genealogie der Graven van Holland (DEK/HOL), Dr. A.W.E. Dek, Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1969 (blz. 88)
2.Duizend jaar Poelgeest deel 2 (B 090), Fred van Poelgeest, Stichting Poelgeest archief, Hoorn (blz. 89)
3.De Nederlandsche Leeuw (NL), Periodiek, Kon. Ned. Gen. voor Geslacht- en Wapenkunde, ‘s-Gravenhage, vanaf 1883 (60)


Nicolaas II Persijn
Nicolaas II Persijn, geb. Velsen circa 1250, Heer van Half Waterland, Velzen, de Lier en Zouteveen, ovl. op 20 mrt 1304,
, hij wordt op 27 juli 1282 met name als de oudste zoon genoemd (Oorkondeboek II no 460). Hij is gesneuveld bij Zierikzee. Heer van half Waterland, Velsen (ca. 1255, hij woonde er ook), de Lier en Zouteveen. Hij werd op 28-09-1298 gegijzeld op huis Wena. Op 5 nov 1303 deden Nicolaas van Persijn, ridder, Nicolaas, heer van Putten, Philip van Duvenvoorde, Vriese van der Mye, baljuw van Zuid-Holland, uitspraak over goederen in Ticsclynswaerde (v Mieris II bl 35)
Claes Persijn (+ 1304) die in 1321 broer genoemd wordt van burggraaf Hendrik van Leiden was geen letterlijke broer maar een neef". Daarbij wordt voor de "jurisprudentie" verwezen naar een ander bekend raadsel dat niet letterlijk opgelost kon worden. In een oorkonde uit 1262 van Sweder van Beusinchem werd zijn oudste dochter verloofd met Henrik Rover van Montfoort. Als laatste in de getuigenrij worden genoemd Sweder en Wouter van Sulen, mijn "broers". In tal van berichten werd gepoogd dit op de een of andere wijze zinvol te verklaren. Uiteindelijk is duidelijk geworden dat deze twee Van Zuylen broers wel volle neven maar geen broers, halfbroers of stiefbroers van Sweder van Beusinchem konden zijn. Iets dergelijks is hier in die betiteling van 1321 ook. De aanduiding broer voor Claes Persijn kan niet letterlijk verklaard worden, maar accepteren we dat de verwantschapsaanduiding iets ruimer gezien moet worden, dan valt er toch een oplossing te vinden voor het vraagstuk. Als de werkelijke verwantschapsverhouding er een van "neef" was dan valt ook op dat Claes Persijn in het bezit was van een leen van de burggraaf van Leiden dat weer als leen afhing van de graaf van Holland. Claes Persijn was dus leenman en neef van de burggraaf. Dat betekend ook dat de link tussen Persijn en Leiden in hogere generaties gezocht dient te worden. Kijken we naar de moeder van Claes dan is deze niet bekend. Wel heeft Claes Persijn als broers een Dirk en een Jan.
Nu zegt dat wellicht niets totdat de voornamen worden bekeken vanuit het aspect van vernoeming (niet iedereen is daar gecharmeerd van) en dan blijkt dat de oudste zoon Claes vernoemd is naar zijn vaderlijke grootvader en derde broer Jan naar zijn eigen vader. Dat doet dus vermoeden dat de tweede broer Dirk vernoemd is naar zijn moederlijke grootvader. Door het bovengenoemde rijst een sterk vermoeden dat de moeder van de broers Claes, Dirk en Jan Persijn, een dochter was van Dirk van Kuyc, burggraaf van Leiden, en van Christina van Leiden. Door middel
vans dit huwelijk heeft Jan II Persijn goederen als leen verworven van de burggraaf van Leiden. Deze zijn vererfd op zijn zoon Claes die er zijn vrouw aan tochte. In 1321 zijn die leengoederen uitgegeven aan ridder Arnoud van Groeneveld, de tweede man van de weduwe van Claes Persijn.

tr.
met

Lijzebeth (Elisabeth) , dr. van Dirk van Cuijck (burggraaf van Leiden (1243)) en Christina Jacobsdr van Oegstgeest burggravin van Leiden (vrouwe van Leiderdorp en Oegstgeest), geb. circa 1260, ovl. in 1321, tr. (2) voor 31 jan 1321 met Arnout van Groenevelt. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan III  †1353   
Maria     


Jan II Persijn
Jan II Persijn, geb. in 1228, ridder, ovl. op 21 dec 1283,
, Ridder; heer van Waterland en het huis Velsen, vermeld tussen 1252 en 1283. Hij was de bezitter van het huis Swanenburg bij Monnickendam, dat in een verzoeningsverdrag op 30-08-1275 met de inwoners van Waterland nog geheel van hout bleek te zijn. Hij was op 4 sep 1252 te Middelburg tegenwoordig, toen Floris, broeder van Holland, aan Boudewijn van Noordwijk vrijdom van Schot en Bede voor zijn pachters tussen het Veen en Warmond vergunde. (Oorkondeboek I no 568).
Op 5 okt 1256 was hij met Hendrik, heer van Voorne, Symon van Haarlem, Dirk van Teylingen, Claes van Borsselen, Godfried van Cruyningen, Hendrik van de Leckem Arnous van Eemskek (burggraaf van Torenburg), Willem van Strijen, Hugo van Naaldwijk, Hugo van Schouwen en Simon van Souburgh te Brussel toen zij beloofden te zullen zorgen dat de vrede tussen Margaretha, gravin van Vlaanderen, en graaf Floris, voogd van Holland, gemaakt, bewaard bleef (Oorkondeboek II no 13).
Op 6 juni 1257 komt hij als getuige voor in de brief die Lubbertus, abt van Egmond, uitgaf ter aanwijzing van enige renten ter betaling van wijn en brood voor de monniken (Oorkondeboek II no 26).
Op 12 feb 1259 komt hij als ridder en getuige voor bij de bevestiging die Aleid, voogdes van Holland, gaf aan de abdis van Rijnsburg van de goederen haar vroeger door gravin Petronella en anderen geschonken, benevens goedkeuring van de vermangeling met Dirk, heer van Teylingen, aangegaan (Oorkondeboek II no 51).
Op 1 mei 1262 vergunde hij te Haarlem aan zijn neef Nicolaas van Rietwijk, dat op diens zonen en dochters het goed zou mogen versterven, dat die van hem in leen had (Oorkondeboek II no 86).
Op 18 nov 1263 was hij getuige bij de gift van Lubbertus, abt van Egmond, aan Symon van Haarlem en zijn erven van enige landerijen te Limmen (Oorkondeboek II no 106).
Op 28 okt 1264 was hij tegenwoordig bij de verkoop van Dirk van Wassenaar van de tienden tussen Alphen en Woerden aan Heer Willem van Brederode (Oorkondeboek II no 119).
Op 29 apr 1267 was hij getuige bij de belening van Albrecht, heer van Voorne, aan het Huis ten Velde met toebehoren aan Floris van den Velde (Oorkondeboek II no 156).
Op 23 okt 1268 was hij borg voor Hendrik, heer van de Lecke, ridder, tegenover het Kapittel van St. Marie (Oorkondeboek II no 173). In datzelfde jaar beschermde hij de stad Haarlem tegen de aanloop der kennemerlanders (zie Hollandse Kroniek).
Op 23 juni 1270 was hij in de Raad van de graaf toen Floris V het vrijgeleide van Lübeck bevestigde (Oorkondeboek II no 202).
In 1273 gaf hij die van Waterland handvesten en privileges, welke later tot onaangenaamheden aanleiding gaven.
Op 25 apr 1274 vergunde hij aan Ysbrand van Spaarnewoude, dat diens leengoederen bij gebrek van zoons op de dochters zouden mogen overgaan (Oorkondeboek II no 267). In datzelfde jaar stond hij graaf Floris V terzijde als getuige, toen deze de voorrechten van de abdij van Leeuwenhorst bevestigde en die in zijn bescherming nam (Oorkondeboek II no 282).
In tegenwoordigheid van de graaf en van diens Raden verzoende hij zich op 30 sep 1275 met zijn ontevreden geworden Waterlanders (Oorkondeboek II no 301). Daardoor waren echter alle moeilijkheden voor hem nog niet uit de weg geruimd, zodat op 13 juni 1277 Johannes, bisschop van Utrecht, met enige van zijn prelaten de geschillen tot een oplossing moest brengen, die er tussen Heer Jan Persijn en die van de Zeevang gerezen waren (Oorkondeboek II no 339).
Blijkens de verklaring die Floris V op 3 mei 1280 uitgaf, dat de heer Nicolaas van Cats de lijftocht had afgekocht, die vrouwe Aefkyn, weduwe van heer Hugo Botter, op Schoonhoven bezat, lag heer Johan Persijn met de graaf voor Vredelant (Oorkondeboek II no 392).
Op 27 juli 1282 verkocht heer Jan de helft van zijn vrije heerlijkheid Waterland en Zeevang, benevens zijn rechten in Amsterdam aan graaf Floris V tegen diens goederen in de Lier en Zouteveen, onder beding dat zijn zoon en erfgenaam Claes Persijn Waterland voortann als leen van de graaf zou ontvangen en altijd bezitten; deze zaak kreeg kreeg de volgende dag haar volkomen beslag (Oorkondeboek II no 460 en 461).
In het jaar 1285 schijnt hij met Amsterdam begiftigd te zijn, omdat de drie gebroedrs van Amstel, Willem, proost van St. Jan te Utrecht, Gijsbert, heer van Amstel, en Arnoud van Amstel op 27 okt 1285 de afgeperste verklaring aflegden dat zij genoegen zouden nemen en vrede hebben met die gift van Amsterdam aan heer Jan Persijn (Oorkondeboek II no 571).
Volgens van Leeuwen overleed heer jan Persijn in 1292. Dit is meer waarschijnlijk dan hetgeen de Kroniek van Egmond vermeld, 26 dec 1283, doch voor 1283 moet wellicht 1293 gelezen worden. Hij was waarschijnlijk gehuwd met Luitgaert van Linden, van wie echter niets bekend is.
23-01-1277 Archief E.A.Ochtman Den Haag. Transcriptie vanuit het Latijns.
Heer Jan Persijn belooft dat na den dood zijns broeders Symon, diens kinderen hetzij zoons of dochters, in zijne lenen zullen opvolgen.
Nos Johannes milles dictus Persyn notum facimus universis presentia visuris, quod omnia bona et predia que Symon frater noster dilectus a noblis in feudum obtinet, post obitum suum et uxoris sue Machtildis purkines ipsorum tali modo concedimus possidenda, videlicet quod filius post filium dummodo fuerit filius, quod absit, flia post filiam cum eorum heredibus jure feudali omnia bona seu predia a nobis collata sive conferenda in perpetuum obtinebit. In cujus rei testimonium ipsis presentem litteram nostri sigilli munimine contulimus roboratum. Datum anno Domini MCC septuagesimo sexto, sabbato ante conversionem Paulli".
Vertaling:
Ik Johannes, genoemd Persijn bij leven hier aanwezig, verklaar hierbij, dat hetgeen ik hier bevestig ten overstaande van mijn broeder Symon, vader zijne kinderen, edel in leven, te weten, dat na mijn overlijden, hij en zijne echgenote Machtildis en hunne kinderen in al mijne erfgoederen en lenen zullen opvolgen. Hetgeen ik hier bevestig ten overstaande van hun en door mij vastgelegd in de als getuigenis aanwezige schepenbrief. In het jaar des heren 1276, zaterdag voor de bekeerde Paulli.
Naar een afschrift der 17 eeuw geextract uit het leenregister van Hodenpijl en Haamstede. mr. LPC van den Bergh, oorkonde boek van Hollanden Zeeland, deel II nr.61.

tr.
met

Ludgard van Lijnden, geb. in 1235, ovl. Rijnsburg op 26 okt 1301.

Uit dit huwelijk 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas II*1250 Velsen †1304  54
Dirk     
Jan     


Ludgard van Lijnden
Ludgard van Lijnden, geb. in 1235, ovl. Rijnsburg op 26 okt 1301.

tr.
met

Jan II Persijn, zn. van Nicolaas I Persijn genaamd van Haarlem van Putten en Maria van Velzen (Vrouwe van Haarlem), geb. in 1228, ridder, ovl. op 21 dec 1283,
, Ridder; heer van Waterland en het huis Velsen, vermeld tussen 1252 en 1283. Hij was de bezitter van het huis Swanenburg bij Monnickendam, dat in een verzoeningsverdrag op 30-08-1275 met de inwoners van Waterland nog geheel van hout bleek te zijn. Hij was op 4 sep 1252 te Middelburg tegenwoordig, toen Floris, broeder van Holland, aan Boudewijn van Noordwijk vrijdom van Schot en Bede voor zijn pachters tussen het Veen en Warmond vergunde. (Oorkondeboek I no 568).
Op 5 okt 1256 was hij met Hendrik, heer van Voorne, Symon van Haarlem, Dirk van Teylingen, Claes van Borsselen, Godfried van Cruyningen, Hendrik van de Leckem Arnous van Eemskek (burggraaf van Torenburg), Willem van Strijen, Hugo van Naaldwijk, Hugo van Schouwen en Simon van Souburgh te Brussel toen zij beloofden te zullen zorgen dat de vrede tussen Margaretha, gravin van Vlaanderen, en graaf Floris, voogd van Holland, gemaakt, bewaard bleef (Oorkondeboek II no 13).
Op 6 juni 1257 komt hij als getuige voor in de brief die Lubbertus, abt van Egmond, uitgaf ter aanwijzing van enige renten ter betaling van wijn en brood voor de monniken (Oorkondeboek II no 26).
Op 12 feb 1259 komt hij als ridder en getuige voor bij de bevestiging die Aleid, voogdes van Holland, gaf aan de abdis van Rijnsburg van de goederen haar vroeger door gravin Petronella en anderen geschonken, benevens goedkeuring van de vermangeling met Dirk, heer van Teylingen, aangegaan (Oorkondeboek II no 51).
Op 1 mei 1262 vergunde hij te Haarlem aan zijn neef Nicolaas van Rietwijk, dat op diens zonen en dochters het goed zou mogen versterven, dat die van hem in leen had (Oorkondeboek II no 86).
Op 18 nov 1263 was hij getuige bij de gift van Lubbertus, abt van Egmond, aan Symon van Haarlem en zijn erven van enige landerijen te Limmen (Oorkondeboek II no 106).
Op 28 okt 1264 was hij tegenwoordig bij de verkoop van Dirk van Wassenaar van de tienden tussen Alphen en Woerden aan Heer Willem van Brederode (Oorkondeboek II no 119).
Op 29 apr 1267 was hij getuige bij de belening van Albrecht, heer van Voorne, aan het Huis ten Velde met toebehoren aan Floris van den Velde (Oorkondeboek II no 156).
Op 23 okt 1268 was hij borg voor Hendrik, heer van de Lecke, ridder, tegenover het Kapittel van St. Marie (Oorkondeboek II no 173). In datzelfde jaar beschermde hij de stad Haarlem tegen de aanloop der kennemerlanders (zie Hollandse Kroniek).
Op 23 juni 1270 was hij in de Raad van de graaf toen Floris V het vrijgeleide van Lübeck bevestigde (Oorkondeboek II no 202).
In 1273 gaf hij die van Waterland handvesten en privileges, welke later tot onaangenaamheden aanleiding gaven.
Op 25 apr 1274 vergunde hij aan Ysbrand van Spaarnewoude, dat diens leengoederen bij gebrek van zoons op de dochters zouden mogen overgaan (Oorkondeboek II no 267). In datzelfde jaar stond hij graaf Floris V terzijde als getuige, toen deze de voorrechten van de abdij van Leeuwenhorst bevestigde en die in zijn bescherming nam (Oorkondeboek II no 282).
In tegenwoordigheid van de graaf en van diens Raden verzoende hij zich op 30 sep 1275 met zijn ontevreden geworden Waterlanders (Oorkondeboek II no 301). Daardoor waren echter alle moeilijkheden voor hem nog niet uit de weg geruimd, zodat op 13 juni 1277 Johannes, bisschop van Utrecht, met enige van zijn prelaten de geschillen tot een oplossing moest brengen, die er tussen Heer Jan Persijn en die van de Zeevang gerezen waren (Oorkondeboek II no 339).
Blijkens de verklaring die Floris V op 3 mei 1280 uitgaf, dat de heer Nicolaas van Cats de lijftocht had afgekocht, die vrouwe Aefkyn, weduwe van heer Hugo Botter, op Schoonhoven bezat, lag heer Johan Persijn met de graaf voor Vredelant (Oorkondeboek II no 392).
Op 27 juli 1282 verkocht heer Jan de helft van zijn vrije heerlijkheid Waterland en Zeevang, benevens zijn rechten in Amsterdam aan graaf Floris V tegen diens goederen in de Lier en Zouteveen, onder beding dat zijn zoon en erfgenaam Claes Persijn Waterland voortann als leen van de graaf zou ontvangen en altijd bezitten; deze zaak kreeg kreeg de volgende dag haar volkomen beslag (Oorkondeboek II no 460 en 461).
In het jaar 1285 schijnt hij met Amsterdam begiftigd te zijn, omdat de drie gebroedrs van Amstel, Willem, proost van St. Jan te Utrecht, Gijsbert, heer van Amstel, en Arnoud van Amstel op 27 okt 1285 de afgeperste verklaring aflegden dat zij genoegen zouden nemen en vrede hebben met die gift van Amsterdam aan heer Jan Persijn (Oorkondeboek II no 571).
Volgens van Leeuwen overleed heer jan Persijn in 1292. Dit is meer waarschijnlijk dan hetgeen de Kroniek van Egmond vermeld, 26 dec 1283, doch voor 1283 moet wellicht 1293 gelezen worden. Hij was waarschijnlijk gehuwd met Luitgaert van Linden, van wie echter niets bekend is.
23-01-1277 Archief E.A.Ochtman Den Haag. Transcriptie vanuit het Latijns.
Heer Jan Persijn belooft dat na den dood zijns broeders Symon, diens kinderen hetzij zoons of dochters, in zijne lenen zullen opvolgen.
Nos Johannes milles dictus Persyn notum facimus universis presentia visuris, quod omnia bona et predia que Symon frater noster dilectus a noblis in feudum obtinet, post obitum suum et uxoris sue Machtildis purkines ipsorum tali modo concedimus possidenda, videlicet quod filius post filium dummodo fuerit filius, quod absit, flia post filiam cum eorum heredibus jure feudali omnia bona seu predia a nobis collata sive conferenda in perpetuum obtinebit. In cujus rei testimonium ipsis presentem litteram nostri sigilli munimine contulimus roboratum. Datum anno Domini MCC septuagesimo sexto, sabbato ante conversionem Paulli".
Vertaling:
Ik Johannes, genoemd Persijn bij leven hier aanwezig, verklaar hierbij, dat hetgeen ik hier bevestig ten overstaande van mijn broeder Symon, vader zijne kinderen, edel in leven, te weten, dat na mijn overlijden, hij en zijne echgenote Machtildis en hunne kinderen in al mijne erfgoederen en lenen zullen opvolgen. Hetgeen ik hier bevestig ten overstaande van hun en door mij vastgelegd in de als getuigenis aanwezige schepenbrief. In het jaar des heren 1276, zaterdag voor de bekeerde Paulli.
Naar een afschrift der 17 eeuw geextract uit het leenregister van Hodenpijl en Haamstede. mr. LPC van den Bergh, oorkonde boek van Hollanden Zeeland, deel II nr.61.

Uit dit huwelijk 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas II*1250 Velsen †1304  54
Dirk     
Jan     


Nicolaas I Persijn genaamd van Haarlem van Putten
Nicolaas I Persijn genaamd van Haarlem van Putten, geb. circa 1201, ovl. Velsen in 1255,
, Claes Persijn, genaamd van Haarlem, is vermoedelijk gehuwd geweest met een dochter van Dirk van Voorne en Alverade. Deze Claes Persijn is oorkondelijk bekend in de periode 1225-1256.

tr.
met

Maria van Velzen, geb. circa 1210, Vrouwe van Haarlem.

Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan II*1228  †1283  55


Jan I Persijn
Jan I Persijn, geb. circa 1153, ovl. Egmond op 20 sep 1224.

tr. in 1200
met

NN Voorne van Putten, dr. van Hugo IV Voorne Akersloot, geb. circa 1180.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Nicolaas I*1201  †1255 Velsen 54


Bruno van Este
Bruno van Este.

tr.
met

NN des Ursins.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bruno*930 Floretinië [Italië]