Cees Hagenbeek

Foucher de Freteval
 
in
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Foucher de Freteval, geb. te Fréteval [Frankrijk] in 1035, Seigneur de Fréteval et de Meslay (le Vidame), ovl. circa 1087.

  • Vader:
    Nivelon de Freteval, zn. van Renaud de Freteval (Vidame de Chartres en 1037) en Oda , geb. te Sarthe [Frankrijk] circa 990, Seigneur de Freteval, Sénéchal du comte de Blois, ovl. circa 1059, tr. in 1020 met
 
 

tr. circa 1069
met

Hildeburge Gouët, dr. van Guillaume I° Geoffroy I le Vieux Gouët en Mahaut d'Alluyes, geb. in 1050, ovl. te Fréteval [Frankrijk] op 6 aug 1104.

 

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Agnes*1065     


Hildeburge Gouët
 
in
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Hildeburge Gouët, geb. in 1050, ovl. te Fréteval [Frankrijk] op 6 aug 1104.

 
 

tr. circa 1069
met

Foucher de Freteval, zn. van Nivelon de Freteval (Seigneur de Freteval, Sénéchal du comte de Blois) en Ermentrude de Boel, geb. te Fréteval [Frankrijk] in 1035, Seigneur de Fréteval et de Meslay (le Vidame), ovl. circa 1087.

 

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Agnes*1065     


Nivelon de Freteval
 
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek

Nivelon de Freteval, geb. te Sarthe [Frankrijk] circa 990, Seigneur de Freteval, Sénéchal du comte de Blois, ovl. circa 1059.


Nivelon de Freteval.
Het wapenschild van Fréteval wordt als volgt beschreven: .

Zilver met twee rode dwarsbalken, vergezeld van zes merletten (kleine vogels zonder snavel of poten) van dezelfde kleur, geplaatst in een kring. Dit zijn de wapens van de eerste heren van Fréteval van de 11e tot de 13e eeuw.

Na zijn overwinning op graaf Thibaut III van Blois oefent Geoffroy Martel, graaf van Anjou en van Vendôme, echter zijn leenheerschappij uit over Fréteval in de jaren 1040–1050. Daarna keert Fréteval terug naar de graven van Blois, maar de invloed van de graven van Vendôme is altijd van betekenis gebleven in Fréteval.

Nivelon is heer van Fréteval en van Meslay (de Vidame) tot in 1059. Hij is ook seneschalk van de graaf van Blois vanaf 1030. In 1031 is hij aanwezig en neemt hij deel aan de stichting van de abdij Saint-Denis van Nogent-le-Rotrou. Hij is eveneens aanwezig bij de inwijding van de Trinité van Vendôme in 1040, aan de zijde van Geoffroy Martel, graaf van Vendôme.

In 1042, in het kader van zijn conflict met de graaf van Blois, neemt Geoffroy het kasteel van Fréteval af van Nivelon. In 1048 ondertekent Nivelon oorkonden van koning Hendrik I van Frankrijk, wat het belang van zijn seigneurale positie onderstreept.

Nivelon huwde met Ermentrude, bij wie hij drie zonen had: .

Payen, gehuwd met Helvise van Mondoubleau, waaruit Hildebert Payen van Mondoubleau voortkwam .

Foucher, die hem opvolgt .

Girard, die woonde in Montigny-le-Gannelon .

Hij had ook twee bastaardkinderen: Milon en Elinand van Fréteval.

Nivelon I nam het religieuze habijt aan en eindigde zijn leven in de abdij Saint-Père van Chartres.

 

tr. in 1020
met

Ermentrude de Boel, dr. van Foucher de Boel (Chevalier, Abbé de Saint-Lubin des Vignes en 981, Signifere du Chapitre de Chartres vers 990) en Hélisende de Chartres, geb. circa 995, ovl. circa 1048.

 

Uit dit huwelijk 2 zonen:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Foucher*1035 Fréteval [Frankrijk] †1087  52
Nivelon*1018 Fréteval [Frankrijk] †1059  41


Juhel de Mayenne
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Juhel de Mayenne, geb. circa 940, ovl. in 1017.

Juhel de Mayenne.
Dynastie des Rorgonides Seigneur de Mayenne , du Lude, de Beaufort et de Pithivier, Gouverneur du Maine et de l'Anjou.

tr.
met

Etiennette de Dol, dr. van Wicohen de Dol en Isabel de Mellanto de Vannes, geb. te Dol-De-Bretagne [Frankrijk] in 950.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aimon*980 Château-Du-Loir [Frankrijk] †1031  50


Etiennette de Dol
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Etiennette de Dol, geb. te Dol-De-Bretagne [Frankrijk] in 950.

tr.
met

Juhel de Mayenne, geb. circa 940, ovl. in 1017.

Juhel de Mayenne.
Dynastie des Rorgonides Seigneur de Mayenne , du Lude, de Beaufort et de Pithivier, Gouverneur du Maine et de l'Anjou.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aimon*980 Château-Du-Loir [Frankrijk] †1031  50


Aubert I le Riche
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Aubert I le Riche, geb. te Bouafle [Frankrijk] in 940, Seigneur de La Ferté-en-Beauce (propriétaire de Bouafle près Mantes, ovl. in 1035.

 
  • Moeder:
    Godehilde de Melun, geb. te Melun [Frankrijk] circa 918, ovl. te Toucy [Frankrijk] op 22 aug 994.

tr.
met

Hildeburge dite de Creil de Bellesme, dr. van Ivo I de Creil Seigneur de Bellême en Godehildis du Maine, geb. te Bellême [Frankrijk] in 975, ovl. op 27 okt 1035, tr. (1) met Aimon Seigneur de Château-du-Loir de Mayenne et de Cohemon. Uit dit huwelijk 5 kinderen.

Aimon Seigneur de Château-du-Loir de Mayenne et de Cohemon.
Il est à l'origine de la deuxième Maison de Mayenne  Aymon de Château-du-Loir était, en 1013-1014 l'un des fidèles du comte du Maine Hugues Ier, de qui il reçut probablement l'inféodation de Château-du-Loir , avant 1007. Il vécut au moins jusqu'en 1028. II avait épousé, au plus tard en 1000, Hildeburge de Bellesme, , fille d'Yves de Creil,seigneur de Bellême, et soeur de l'évêque Avesgaud Il en a deux fils, Gervais Eveque du Mans et Robert Seigneur de Chateau du Loir. Vers 1013, Hamon de Mayenne signe,avec Hamon de Chàteau-du-Loir, la charte par laquelle Hugue Ier approuve la donation de l'église de Tuffé à Saint-Vincent ; et de méme le don, en 1014, de l'église de Voivres au Mont-Saint-Michel par le même comte Hugue I". Hamon de Mayenne est rappelé en 1050 environ dans la donation à la Couture par un personnage nommé Lodo ou Lono ; il y est dit père de Geoffroy, comme dans la charte de 1067-1070 Les premiers seigneurs de Château-du-Loir paraissent originaires du pays de Laval. Au Xème siècle, Rorans, grand'-mère d'Aymon, reçut en douaire le domaine d'Argentré et le transmit à son petit-fils ; Rotrude, fille de celui-ci,épousa Guy Ier de Laval, et, à la fin du XIème siècle, on voit Adam de Château-du-Loir posséder à Parné des biens qui lui venaient sans doute de ses ancêtres.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wallerand*992 Dreux [Frankrijk] †1059 Dreux [Frankrijk] 67


Wicohen de Dol
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Wicohen de Dol.

tr.
met

Isabel de Mellanto de Vannes, dr. van Alain I 'le Grand' Roi de Bretagne (graaf van Nantes, koning van Bretagne) en Orgwuen de Cornouaille.

Uit dit huwelijk een dochter:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Etiennette*950 Dol-De-Bretagne [Frankrijk]    


Isabel de Mellanto de Vannes
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Isabel de Mellanto de Vannes.

tr.
met

Wicohen de Dol.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Etiennette*950 Dol-De-Bretagne [Frankrijk]    


Hugues de Mortagne
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Hugues de Mortagne, geb. te Mortagne-au-Perche [Frankrijk] circa 975, Comte du Perche et du Gâtinais, Noble Franc, ovl. circa 1031.

tr.
met

Beatrice van Mâcon (Macon, de), dr. van Alberic II van Mâcon en Ermentrudis van Roucy, geb. te Mâcon [Frankrijk] in 974, ovl. te Sens [Frankrijk] in 1030, tr. (1) met Geoffry III / IV (Geoffroy III) de Gatinais. Uit dit huwelijk 2 zonen.

Geoffry III / IV de Gatinais.
Geoffroy Ier, comte de Gâtinais (Gauzfridi comitis Wastinensis) fut l'un des .

Geoffroy I, graaf van Gâtinais (Gauzfridi comitis Wastinensis), was een van de eerste graven van deze streek, aan het einde van de 10e eeuw. Hij is de eerste die deze titel draagt, zijn voorgangers werden blijkbaar aangeduid als burggraaf van Orléans. Hij wordt ook aangeduid als graaf van Château-Landon (Gosfredi, comitis Landonensi castri), deze stad was toen de hoofdstad van Gâtinais.

Hij wordt voor het eerst genoemd als getuige van een akte uitgevaardigd door koning Lodewijk V van Frankrijk, op 9 juni 979 te Compiègne. Rond 985/987 doet Tédouin, vazal van graaf Eudes I van Blois, een schenking van zijn allodium Villotte (gemeente Fréville-du-Gâtinais) aan de abdij Saint-Père van Chartres. Geoffroy ondertekent deze akte, direct na de graaf van Blois en net vóór de schenker, wat zijn sociale positie aanduidt. Ten slotte, volgens een akte uit 1028 ondertekend door zijn zoon Aubry le Tort, nam hij deel aan een oorlog tegen graaf Eudes I van Blois, aan de zijde van Bouchard I de Eerbiedwaardige, graaf van Vendôme, Melun en Corbeil, en ontving als beloning de lenen Boësses en Échilleuses. Deze oorlog, aanvankelijk gedateerd op 999, wordt nu geïdentificeerd als het beleg van Melun, in 991. .
Na deze datum wordt er niet meer over graaf Geoffroy gesproken, en pas in 997 wordt hij indirect genoemd in een brief van Abbon, abt van Saint-Benoît-sur-Loire, gericht aan paus Gregorius V, waarin een zekere Quauz…, nepos Wal…, graaf van Gâtinais, wordt genoemd die de streek plundert, en waarvan hij vraagt hem te excommuniceren.

Hij was rond 975 gehuwd met Béatrice van Mâcon, dochter van Aubry II, graaf van Mâcon, en kreeg: .

Aubry le Tors (° ca. 985 † ca. 1030 zonder nageslacht), graaf van Gâtinais (zijn halfbroer Geoffroy II volgt hem op). .

Twee andere kinderen worden hypothetisch voorgesteld: .

Misschien een Geoffroy (° ca. 980 † 997), die de Quauz… uit de brief van Abbon zou kunnen zijn, volgens Settipani. Zou hij een verband hebben met de latere graven van Joigny?.

Misschien een dochter, gehuwd met Guy of Wido, graaf van Mâcon. Deze dochter wordt voorgesteld om de opvolging van het graafschap Mâcon van Aubry II naar Guy te verklaren, maar een andere verklaring is mogelijk: Guy is de zoon van Otto-Willem, graaf van Bourgondië, en Ermentrude van Roucy, weduwe-erfgename van Aubry II en vermoedelijk de stiefmoeder eerder dan de moeder van Béatrice van Mâcon. Bij het overlijden van Aubry II zonder zoon zou Mâcon zijn toegevallen aan zijn weduwe Ermentrude en haar nieuwe echtgenoot Otto-Willem, en vervolgens aan hun zoon Guy.

De theorieën verschillen over zijn afkomst en over de manier waarop hij het graafschap Gâtinais verwierf: .

Volgens Édouard de Saint-Phalle bracht zijn echtgenote hem het Gâtinais, waarbij hij de burggraaf Aubry van Orléans identificeert met graaf Aubry II van Mâcon. Wat betreft de afkomst van Geoffroy merkt hij op dat families waarin de naam Geoffroy voorkomt al talrijk zijn in die tijd, en hij kan geen conclusie trekken. Ten slotte identificeert hij zijn opvolger Wal… met Gautier (Walthar) I, graaf van Vexin, Valois en Amiens, die de tweede echtgenoot van Béatrice van Mâcon zou zijn geweest.

Christian Settipani merkt op dat graaf Gautier I van Vexin een zoon heeft genaamd Geoffroy en een echtgenote die Adèle zou zijn, dochter van Fulco II van Anjou en Gerberge, zelf vermoedelijk dochter van burggraaf Geoffroy/Gausfred van Orléans en vermoedelijk zus van burggraaf Aubry van Orléans (zie de Rorgoniden). Hij stelt dat bij het overlijden van Aubry van Orléans het Gâtinais overging op Geoffroy van Vexin, vermoedelijk kleinzoon van Aubry van Orléans, die hij identificeert met onze Geoffroy I, graaf van Gâtinais (het Gâtinais zou dus voortkomen uit een opsplitsing van de immense burggraafschap Orléans, en zou geen verband houden met Mâcon, Chalon en Bourgondië in het algemeen; Geoffroy I zou dan een Agilolfing kunnen zijn). Deze opvolging vond waarschijnlijk plaats via testamentaire aanwijzing, want de naaste erfgenamen zouden de graven van Anjou zijn, afstammend van Fulco II en Gerberge. Geoffroy stierf terwijl hij een (of meerdere) jonge kinderen naliet, en dus was het vanzelfsprekend zijn oudere broer Gautier II de Witte (de graaf Wal…), nog steeds erfgenaam van de graafschappen Vexin, Valois en Amiens, die het graafschap tijdelijk beheerde tot zijn neef Aubry le Tors meerderjarig werd.


Jean Dupond
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Jean Dupond.


Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Franchois     


Geoffroy III de Gatinais
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Geoffroy III de Gatinais, geb. te Montargis [Frankrijk] circa 950, Comte du Gatinais, ovl. in 1001.

Geoffroy III de Gatinais.
Geoffroy I (IV?) van Gâtinais .

Geoffroy I, graaf van Gâtinais (Gauzfridi comitis Wastinensis) was een van de eerste graven van deze streek, aan het einde van de 10e eeuw. Hij is de eerste die deze titel draagt, zijn voorgangers werden blijkbaar aangeduid als burggraaf van Orléans. Hij wordt ook aangeduid als graaf van Château-Landon (Gosfredi, comitis Landonensi castri), deze stad was toen de hoofdstad van het Gâtinais. .

Hij wordt voor het eerst genoemd onder de getuigen van een akte uitgevaardigd door koning Lodewijk V van Frankrijk, op 9 juni 979 te Compiègne. Rond 985/987 doet Tédouin, vazal van graaf Eudes I van Blois, een schenking van zijn allodium Villotte aan de abdij Saint-Père van Chartres. Geoffroy ondertekent deze akte, direct na de graaf van Blois en net vóór de schenker, wat wijst op een zekere feodale belangrijkheid. .

Ten slotte, volgens een akte uit 1028 ondertekend door zijn zoon Aubry le Tort, nam hij deel aan een oorlog tegen graaf Eudes I van Blois, aan de zijde van Bouchard I de Eerbiedwaardige, graaf van Vendôme, Melun en Corbeil, en ontving als beloning de lenen Boësses en Échilleuses. Deze oorlog, aanvankelijk gedateerd op 999, wordt nu geïdentificeerd als het beleg van Melun, in 991. .

Na deze datum wordt er niet meer over graaf Geoffroy gesproken, en pas in 997 wordt hij genoemd in een brief van Abbon, abt van Saint-Benoît-sur-Loire, gericht aan paus Gregorius V, waarin een zekere Quauz..., nepos Wal..., graaf van Gâtinais, wordt genoemd die de streek plundert en waarvan hij vraagt hem te excommuniceren. .

Hij was rond 975 gehuwd met Béatrice van Mâcon, dochter van Aubry II, graaf van Mâcon, en kreeg: .

Aubry le Tors (ca. 985? – ca. 1030), graaf van Gâtinais.

Twee andere kinderen worden hypothetisch voorgesteld: Misschien een Geoffroy (ca. 980? – 997), die de Quauz... uit de brief van Abbon zou kunnen zijn. Volgens Settipani misschien een dochter, gehuwd met Guy of Wido, graaf van Mâcon. Deze dochter wordt voorgesteld om de opvolging van het graafschap Mâcon van Aubry II naar Guy te verklaren, maar een andere verklaring is mogelijk: Guy is de zoon van Otto-Willem, graaf van Bourgondië, en Ermentrude van Roucy, weduwe van Aubry II. Bij het overlijden van Aubry II zonder zoon zou Mâcon zijn toegevallen aan zijn weduwe en aan Otto-Willem, en vervolgens aan hun zoon Guy. De theorieën verschillen over zijn afkomst en over de manier waarop hij het Gâtinais verwierf: Volgens Édouard de Saint-Phalle bracht zijn echtgenote hem het Gâtinais, waarbij hij de burggraaf Aubry van Orléans identificeert met graaf Aubry II van Mâcon. Wat betreft de afkomst van Geoffroy merkt hij op dat families waarin de naam Geoffroy voorkomt al talrijk zijn in die tijd, en hij kan geen conclusie trekken. Ten slotte identificeert hij zijn opvolger Wal... met Gautier (Walthar) I, graaf van Vexin, Valois en Amiens, die de tweede echtgenoot van Béatrice van Mâcon zou zijn geweest. Christian Settipani merkt op dat graaf Gautier I van Vexin een zoon heeft genaamd Geoffroy en een echtgenote die een dochter zou zijn van Fulco II van Anjou en Gerberge, zelf vermoedelijk dochter van burggraaf Geoffroy van Orléans en vermoedelijk zus van burggraaf Aubry van Orléans. Hij stelt dat bij het overlijden van Aubry het Gâtinais overging op Geoffroy van Vexin, die hij identificeert met Geoffroy I, graaf van Gâtinais. Deze opvolging vond waarschijnlijk plaats via testamentaire aanwijzing, want de naaste erfgenamen zouden de graven van Anjou zijn. Geoffroy stierf terwijl hij een (of meerdere) jonge kinderen naliet, en dus was het vanzelfsprekend zijn oudere broer Gautier II de Witte (graaf Wal...), nog steeds erfgenaam van de graafschappen Vexin, Valois en Amiens, die het graafschap tijdelijk beheerde tot zijn neef Aubry le Tors meerderjarig werd.

  • Vader:
    Geoffroy II de Gatinais, zn. van Geoffroi I de Gatinais (Ecuyer, Seigneur et Comte du Gâtinais) en Ava d'Auvergne (Princesse dans l'Île de Bretagne, Comtesse du Gâtinais), geb. te Montargis [Frankrijk] circa 930, Comte de Gâtinais, Seigneur du Gâtinais et de Férréol (Seigneur de Gatinais de Ferreol), ovl. te Anjou [Frankrijk] op 23 aug 1022, tr. met
 

tr.
met

Melisende du Perche, Viscountess of Châteaudun.

Wilhelm I le Liberateur van Provence en Arles (Guillaume I le Libérateur le Grand de Provence).
970 Graf von Arles und Provence, 979 Markgraf.

Guillaume I van Provence, genaamd de Bevrijder, (geboren ca. 955 – gestorven voor Avignon in 993, na 29 augustus). .

Zoon van Boson II, graaf van Arles, en van Constance van Provence, was hij achtereenvolgens graaf van Avignon (962), graaf van Provence (972), markies van de Provençaalse Provence (979) en prins van geheel Provence (991). Vanwege een oom die eveneens Guillaume heette, wordt hij soms Guillaume II van Provence genoemd. .

Guillaume en zijn oudere broer Roubaud volgen hun vader Boson en hun oom, die eveneens Guillaume heette, op tussen 962 en 966. Het graafschap Provence behoort hun in onverdeeldheid toe, waarbij Guillaume graaf van Avignon wordt en Roubaud graaf van Arles, overeenkomstig de verdeling die in de vorige generatie tussen hun vader en hun oom was gemaakt. .

Hij trouwt tussen 968 en april 970 met Arsinde van Comminges, dochter van Arnaud, graaf van Comminges, en van Arsinde van Carcassonne. .

Als Arsinde, zijn eerste vrouw, soms is verward met Adélaïde, zijn tweede, om er slechts één enkele echtgenote van te maken, is de controverse tegenwoordig beëindigd. .

Uit deze eerste verbintenis zouden geboren zijn: .

Odile van Provence, genaamd Odile van Nice (ca. 976–ca. 1032) .

Arsinde.

Ermengarde .

Na de ontvoering van abt Mayeul in juli 972 door Saraceense benden die zich sinds het einde van de 9e eeuw in het Massif des Maures hadden gevestigd, nemen graaf Guillaume en zijn broer Roubaud de leiding van het Provençaalse leger, versterkt door de troepen van Ardouin, graaf van Turijn. Zij achtervolgen de Moren (hooguit enkele honderden mannen), die zij verpletteren in de slag bij Tourtour in 973, en verdrijven hen vervolgens uit Provence. .

Deze militaire campagne tegen de Saracenen, gevoerd zonder de troepen van Conrad, maskeert in feite een onderwerping van Provence, van de lokale aristocratie en van de stedelijke en landelijke gemeenschappen die tot dan toe altijd de feodale omvorming en de comtale macht hadden geweigerd. Zij stelt Guillaume in staat de feitelijke opperheerschappij over Provence te verkrijgen en, met koninklijke toestemming, de fiscus van Provence te controleren. Hij verdeelt de heroverde landen onder zijn vazallen, zoals het gebied van Hyères aan de heren van Fos, beslecht geschillen en schept zo de Provençaalse feodaliteit. .

Met Isarn, bisschop van Grenoble, onderneemt hij de herbevolking van de Dauphiné en staat hij een Italiaanse graaf, genaamd Ugo Blavia, toe zich begin jaren 970 bij Fréjus te vestigen om de gronden opnieuw in cultuur te brengen.

Zoals zijn vader Boson laat Guillaume zich adviseren door een burggraaf die hem vanaf 977 bij al zijn verplaatsingen vergezelt, en hij steunt op een belangrijke groep rechters om recht te spreken. .

Toen hij in 979 markies van Provence werd, vestigde hij zich begin jaren 980 in Arles. Zijn eerste vrouw Arsinde van Comminges (ca. 950–983) komt te overlijden; hij trouwt in 984 in deze stad, tegen de wil van de paus, met Adélaïde van Anjou, die zich zojuist had gescheiden van haar echtgenoot, de toekomstige koning van Frankrijk, Lodewijk V. .

Het paar zal minstens twee kinderen hebben: .

Guillaume II van Provence (ca. 981 – vóór 30 mei 1018) .

Constance van Arles (986–1032), koningin van Frankrijk door haar huwelijk met Robert II rond het jaar 1000 .

Adélaïde en een andere dochter, Ermengarde van Arles, wier afstamming meer betwist wordt; Ermengarde van Arles trouwt later met Robert I van Auvergne. .

Om al deze redenen is hij een belangrijk personage in de kronieken van Raoul Glaber, die hem hertog noemt, en hij verschijnt in een oorkonde van 992 met de naam pater patriae. .

Aan het einde van zijn leven wordt Guillaume zeer vroom en geeft hij talrijke goederen terug aan de wereldlijke bezittingen van de Kerk. Reeds in 991, op verzoek van de bisschop van Fréjus, Riculf, die in Arles bij de prins smeekt om de teruggave van de oude domeinen van het bisdom, stemt Guillaume in met dit verzoek en schenkt hem bovendien de helft van Fréjus en het dorp Puget.

In 992 geeft hij eveneens belangrijke domeinen in de Camargue terug aan het klooster Saint-Jean van Arles.

In 993, zich stervende voelend in de stad Avignon, waarvan hij graaf was geweest, neemt hij de monnikspij aan en roept hij abt Mayeul om zijn ziel te verlichten. Hij doet restituties en schenkingen aan de abdij van Cluny, en omringd door de menigte van zijn onderdanen gaat Guillaume van Provence in deze stad uit het leven, kort na 29 augustus 993. .

Voor zijn dood spreekt hij de wens uit begraven te worden in Sarrians, bij Carpentras, in het priorij dat in aanbouw is op het domein dat aan de Bourgondische abdij is geschonken.
Ridder, graaf van de Provence, Arles, Gevaudan, markies van de Provence 973, graaf van de Provence.

Willem I van Provence, ook wel de Bevrijder genoemd (geboren ca. 955 - overleden voor Avignon in 993, na 29 augustus), was de zoon van Boson II, graaf van Arles, en Constance van Provence. Hij was achtereenvolgens graaf van Avignon (962), graaf van Provence (972), markies van het Arlesische deel van de Provence (979) en prins van heel de Provence (991). Omdat hij een oom had die ook Willem heette, wordt hij soms Willem II van Provence genoemd.

Willem en zijn oudere broer Roubaud volgden hun vader Boson en hun oom, eveneens Willem genaamd, op tussen 962 en 966. Het graafschap Provence behoorde hen gezamenlijk toe, waarbij Willem graaf van Avignon werd en Roubaud graaf van Arles, volgens de verdeling die in de vorige generatie tussen hun vader en oom was doorgevoerd. .

Hij trouwde tussen 968 en april 970 met Arsinde van Comminges, dochter van Arnaud, graaf van Comminges en Arsinde van Carcassonne. .

Uit dit eerste huwelijk werden geboren: .
Odile van Provence, ook wel Odile van Nice genoemd (ca. 976 - ca. 1032) .
Arsinde .
Ermengarde .

Na de ontvoering van abt Mayeul in juli 972 door Saraceense bendes die sinds het einde van de 9e eeuw in het Massief van de Maures waren gevestigd, namen graaf Willem en zijn broer Roubaud de leiding van het Provençaalse leger op zich, versterkt door de troepen van Ardouin, graaf van Turijn. Ze achtervolgden de Moren (hooguit een paar honderd man) en verpletterden hen in de Slag bij Tourtour in 973, waarna ze hen uit de Provence verdreven. Deze militaire campagne tegen de Saracenen, uitgevoerd zonder de troepen van Conrad, maskeerde eigenlijk de onderwerping van de Provence, de lokale aristocratie en de stedelijke en landelijke gemeenschappen die tot dan toe altijd de feodale veranderingen en de grafelijke macht hadden geweigerd. Het stelde Willem in staat om de feitelijke suzereiniteit over de Provence te verkrijgen en met koninklijke instemming de belastingadministratie van de Provence te controleren. Hij verdeelde de heroverde gebieden onder zijn vazallen, zoals het gebied van Hyères aan de heren van Fos, bemiddelde in geschillen en creëerde zo het feodale systeem in de Provence. .

Samen met Isarn, bisschop van Grenoble, ondernam hij de herbevolking van de Dauphiné en gaf hij een Italiaanse graaf genaamd Ugo Blavia toestemming om zich in het begin van de jaren 970 in de buurt van Fréjus te vestigen om de landbouwgronden opnieuw in cultuur te brengen. Net als zijn vader Boson, liet Willem zich adviseren door een burggraaf die hem vanaf 977 bij al zijn verplaatsingen vergezelde, en hij vertrouwde op een groot aantal rechters om recht te spreken. .

Nadat zijn eerste vrouw Arsinde van Comminges (ca. 950-983) was overleden, trouwde hij in 984 in Arles, tegen de wil van de paus, met Adélaïde van Anjou, die net gescheiden was van haar echtgenoot, de toekomstige koning van Frankrijk, Lodewijk V. Het echtpaar kreeg minstens twee kinderen: .

Willem II van Provence (ca. 981 - voor 30 mei 1018).
Constance van Arles (986-1032), koningin van Frankrijk door haar huwelijk met Robert II rond het jaar 1000 .

Aan het einde van zijn leven werd Willem zeer vroom en schonk hij veel bezittingen terug aan de kerk. Al in 991, op verzoek van de bisschop van Fréjus, Riculf, die bij de prins in Arles om teruggave van de oude domeinen van het bisdom smeekte, ging Willem op dit verzoek in en schonk hij bovendien de helft van Fréjus en het dorp Puget. In 992 schonk hij ook belangrijke domeinen in de Camargue aan het klooster Saint-Jean d'Arles.

In 993, zich stervend voelend in de stad Avignon, waarvan hij graaf was geweest, nam hij het habijt aan en riep abt Mayeul om zijn ziel te verlichten. Hij deed restituties en schenkingen aan de abdij van Cluny, en omringd door de menigte van zijn onderdanen overleed Willem van Provence in deze stad, kort na 29 augustus 993. Voor zijn dood uitte hij de wens om begraven te worden in Sarrians, nabij Carpentras, in de priorij die in aanbouw was op de villa die aan de Bourgondische abdij was geschonken.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geoffry*970 Château-Landon [Frankrijk] †1000 Château-Landon [Frankrijk] 29


Melisende du Perche
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Melisende du Perche, Viscountess of Châteaudun.

tr.
met

Geoffroy III de Gatinais, zn. van Geoffroy II de Gatinais (Comte de Gâtinais, Seigneur du Gâtinais et de Férréol) en Blanche (Adelaide) van Anjou (Comtesse de Gâtinais, Dame du Gâtinais et de Férréol, Reine de Franc), geb. te Montargis [Frankrijk] circa 950, Comte du Gatinais, ovl. in 1001.

Geoffroy III de Gatinais.
Geoffroy I (IV?) van Gâtinais .

Geoffroy I, graaf van Gâtinais (Gauzfridi comitis Wastinensis) was een van de eerste graven van deze streek, aan het einde van de 10e eeuw. Hij is de eerste die deze titel draagt, zijn voorgangers werden blijkbaar aangeduid als burggraaf van Orléans. Hij wordt ook aangeduid als graaf van Château-Landon (Gosfredi, comitis Landonensi castri), deze stad was toen de hoofdstad van het Gâtinais. .

Hij wordt voor het eerst genoemd onder de getuigen van een akte uitgevaardigd door koning Lodewijk V van Frankrijk, op 9 juni 979 te Compiègne. Rond 985/987 doet Tédouin, vazal van graaf Eudes I van Blois, een schenking van zijn allodium Villotte aan de abdij Saint-Père van Chartres. Geoffroy ondertekent deze akte, direct na de graaf van Blois en net vóór de schenker, wat wijst op een zekere feodale belangrijkheid. .

Ten slotte, volgens een akte uit 1028 ondertekend door zijn zoon Aubry le Tort, nam hij deel aan een oorlog tegen graaf Eudes I van Blois, aan de zijde van Bouchard I de Eerbiedwaardige, graaf van Vendôme, Melun en Corbeil, en ontving als beloning de lenen Boësses en Échilleuses. Deze oorlog, aanvankelijk gedateerd op 999, wordt nu geïdentificeerd als het beleg van Melun, in 991. .

Na deze datum wordt er niet meer over graaf Geoffroy gesproken, en pas in 997 wordt hij genoemd in een brief van Abbon, abt van Saint-Benoît-sur-Loire, gericht aan paus Gregorius V, waarin een zekere Quauz..., nepos Wal..., graaf van Gâtinais, wordt genoemd die de streek plundert en waarvan hij vraagt hem te excommuniceren. .

Hij was rond 975 gehuwd met Béatrice van Mâcon, dochter van Aubry II, graaf van Mâcon, en kreeg: .

Aubry le Tors (ca. 985? – ca. 1030), graaf van Gâtinais.

Twee andere kinderen worden hypothetisch voorgesteld: Misschien een Geoffroy (ca. 980? – 997), die de Quauz... uit de brief van Abbon zou kunnen zijn. Volgens Settipani misschien een dochter, gehuwd met Guy of Wido, graaf van Mâcon. Deze dochter wordt voorgesteld om de opvolging van het graafschap Mâcon van Aubry II naar Guy te verklaren, maar een andere verklaring is mogelijk: Guy is de zoon van Otto-Willem, graaf van Bourgondië, en Ermentrude van Roucy, weduwe van Aubry II. Bij het overlijden van Aubry II zonder zoon zou Mâcon zijn toegevallen aan zijn weduwe en aan Otto-Willem, en vervolgens aan hun zoon Guy. De theorieën verschillen over zijn afkomst en over de manier waarop hij het Gâtinais verwierf: Volgens Édouard de Saint-Phalle bracht zijn echtgenote hem het Gâtinais, waarbij hij de burggraaf Aubry van Orléans identificeert met graaf Aubry II van Mâcon. Wat betreft de afkomst van Geoffroy merkt hij op dat families waarin de naam Geoffroy voorkomt al talrijk zijn in die tijd, en hij kan geen conclusie trekken. Ten slotte identificeert hij zijn opvolger Wal... met Gautier (Walthar) I, graaf van Vexin, Valois en Amiens, die de tweede echtgenoot van Béatrice van Mâcon zou zijn geweest. Christian Settipani merkt op dat graaf Gautier I van Vexin een zoon heeft genaamd Geoffroy en een echtgenote die een dochter zou zijn van Fulco II van Anjou en Gerberge, zelf vermoedelijk dochter van burggraaf Geoffroy van Orléans en vermoedelijk zus van burggraaf Aubry van Orléans. Hij stelt dat bij het overlijden van Aubry het Gâtinais overging op Geoffroy van Vexin, die hij identificeert met Geoffroy I, graaf van Gâtinais. Deze opvolging vond waarschijnlijk plaats via testamentaire aanwijzing, want de naaste erfgenamen zouden de graven van Anjou zijn. Geoffroy stierf terwijl hij een (of meerdere) jonge kinderen naliet, en dus was het vanzelfsprekend zijn oudere broer Gautier II de Witte (graaf Wal...), nog steeds erfgenaam van de graafschappen Vexin, Valois en Amiens, die het graafschap tijdelijk beheerde tot zijn neef Aubry le Tors meerderjarig werd.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geoffry*970 Château-Landon [Frankrijk] †1000 Château-Landon [Frankrijk] 29


Geoffroy II de Gatinais
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Geoffroy II de Gatinais, geb. te Montargis [Frankrijk] circa 930, Comte de Gâtinais, Seigneur du Gâtinais et de Férréol (Seigneur de Gatinais de Ferreol), ovl. te Anjou [Frankrijk] op 23 aug 1022.

  • Vader:
    Geoffroi I de Gatinais, geb. te Nemours [Frankrijk] circa 890, Ecuyer, Seigneur et Comte du Gâtinais, ovl. te Boësses [Frankrijk] in 942, tr. met
  • Moeder:
    Ava d'Auvergne, dr. van Hector d'Auvergne (Ecuyer, Sire) en Ava d'Aquitaine (Abbesse de Sauxillanges.), geb. te Clermont-Ferrand [Frankrijk] circa 895, Princesse dans l'Île de Bretagne, Comtesse du Gâtinais, ovl. te Sens [Frankrijk] in 942.

tr.
met

Blanche (Adelaide) (Adélaide dite Blanche) van Anjou (Adélaïde Blance d' Anjou, Adelaide de Troyes), dr. van Fulco II 'de Goede' van Anjou (graaf van Anjou) en Gerberga le Maine (Comtesse du Maine), geb. te Angers [Frankrijk] (te Arles [Frankrijk]) in 946, Comtesse de Gâtinais, Dame du Gâtinais et de Férréol, Reine de Franc, ovl. te Arles [Frankrijk] (te Avignon [Frankrijk]) op 29 mei 1026, tr. (1) met Wilhelm I le Liberateur (Wilhelm I) van Provence en Arles (Guillaume I le Libérateur le Grand de Provence). Uit dit huwelijk 5 kinderen, tr. (2) met Etienne III de Gevaudan. Uit dit huwelijk 4 kinderen, tr. (3) met Ludwig V "de Luie" koning van Frankrijk. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (5) met Raymond VI de Toulouse. Uit dit huwelijk 2 kinderen.

 


Blanche (Adelaide) van Anjou (Adélaïde Blance d' Anjou, Adelaide de Troyes).
Of Azalaïs, genaamd Blanche. Haar verwantschap en haar eerste huwelijk worden bevestigd door de Kroniek van Saint Pierre du Puy. Haar tweede en derde huwelijk worden bevestigd door Richer. Het is de Kroniek van Saint Maxence die haar de bijnaam Blanche geeft. Haar vierde huwelijk wordt bevestigd door de "Historia Francorum". .

Haar leven was bijzonder bewogen. Rond 970 trouwt zij in haar eerste huwelijk met Etienne, graaf van Gévaudan en van Forez, een zeer machtige heer uit het zuidoosten van Aquitanië die heerste over Brioude en Mende. Na de dood van Etienne, rond 976, neemt zij de voogdij op zich over haar drie zonen: Etienne, Pons en Bertrand, en bestuurt namens hen de twee graafschappen Gévaudan en Forez. Haar dochter Ada Mode trouwt met Aldebert, graaf van Périgord en van La Marche. Zij hertrouwt in haar tweede huwelijk met Raymond, graaf van Toulouse, die rond 979 overlijdt.

In 981 wordt het huwelijksproject tussen Adélaïde en de zoon van koning Lotharius, Lodewijk (hij is pas vijftien jaar oud), uitgewerkt. Lodewijk wordt koning van Aquitanië en het huwelijk wordt begin 982 gevierd in Vieux Brioude. Adélaïde wordt tot koningin van Aquitanië gekroond, wat dit titel wat meer gewicht geeft, aangezien de Angevijnse clan Gévaudan, Forez, Le Puy en het graafschap Chalon bezit. De hertog van Aquitanië, Guillaume Fier-à-Bras, is niet in staat zich tegen deze operatie te verzetten; hij is verlamd door de gevolgen van zijn relatie met de vicomtesse van Thouars. De vrouw van Guillaume, Emma van Blois, heeft zich teruggetrokken in Chinon en de graaf van Poitou kan niet rekenen op de hulp van Eudes I van Blois.

In de praktijk is het huwelijk van Adélaïde volledig kunstmatig en koning Lotharius beseft al snel dat hij in feite heeft gewerkt voor het huis van Anjou. In 983 komt hij, gesteund door een leger, zijn zoon Lodewijk ophalen en brengt hem terug naar Noord-Frankrijk. Het huwelijk wordt ontbonden wegens niet-consummatie en Adélaïde vlucht naar Arles. .

Kort daarna (984) hertrouwt Adélaïde met graaf Guillaume van Arles, graaf van Provence, een vriend van abt Mayeul van Cluny. Zij krijgen een dochter, Constance, de toekomstige echtgenote van de koning van Frankrijk, Robert II de Vrome.

Wanneer zij in 982 trouwt met de jonge Lodewijk V (nog geen koning van Frankrijk) in Vieille-Brioude, is zij al tweemaal weduwe: van graaf Étienne van Gévaudan (overleden in 970), met wie zij kinderen had, en van graaf Raymond van Toulouse (overleden in 978). Het te grote leeftijdsverschil en de losbandigheid van de jonge echtgenoot zullen de oorzaak zijn van haar echtscheiding in 984. Volgens Raoul Glaber, teleurgesteld in de capaciteiten van Lodewijk, manoeuvreert Adélaïde om hem te verlaten en vlucht zij naar haar familie in Provence, waar zij haar huwelijk (in 983) met de toekomstige koning van Frankrijk laat ontbinden.

Daarna vertrekt zij naar Arles en hertrouwt in 984, tegen de wil van de paus [bron nodig], met de graaf van Provence, Guillaume, bijgenaamd de Bevrijder. Hun dochter, Constance van Arles (986–1032), zal koningin van Frankrijk worden door haar huwelijk met Robert II in 1003. Het echtpaar zou een tweede dochter hebben gehad, Ermengarde van Arles, die later trouwt met Robert I van Auvergne.

Na de dood van Guillaume in 993 voert zij een langdurige regentschap, die de nieuwe adel de gelegenheid biedt zich herhaaldelijk tegen de grafelijke dynastie te keren. Er is een eerste opstand in 1008, die van de zonen van Nivelon de Signes, burggraaf van Guillaume, en vervolgens in 1009 is het de beurt aan Audibert en Rainaud van Châteaurenard. Deze nieuwe generatie adel verzet zich heftig tegen de religieuze schenkingen die door de markies en zijn entourage zijn gedaan. Zij moet ook ingrijpen na de dood van de nieuwe graaf Guillaume II, die in 1018 sneuvelt bij het beleg van het kasteel van Fos. De situatie wordt inderdaad kritieker wanneer de familie van Fos in opstand komt, wat leidt tot de dood van de graaf en Adélaïde ertoe dwingt externe hulp in te roepen, met name die van haar zoon uit een eerder huwelijk, Guillaume III Taillefer, graaf van Toulouse. .

De hypothese van een vijfde huwelijk van Adélaïde van Anjou, weduwe van de graaf van Provence, met Otto Guillaume, graaf van Bourgondië en van Mâcon, werd in 1907 voorgesteld door René Poupardin en later door andere historici overgenomen. Deze hypothese is uitsluitend gebaseerd op drie oorkonden die eenvoudigweg het bestaan bevestigen van een tweede echtgenote van Otto Guillaume met de naam Adélaïde, en op een pauselijke bul van paus Benedictus VIII, gericht aan onder anderen de wereldlijke leiders van Bourgondië en Provence, waaronder Otto Guillaume en Adélaïde, zonder melding te maken van een huwelijk tussen hen. Deze hypothese, die op geen enkel doorslaggevend bewijs berust, moet dan ook met voorzichtigheid worden beschouwd. .

Zij sterft in 1026, mogelijk in Avignon, aangezien het jaar van haar overlijden is genoteerd door een monnik van de abdij van Saint-André, nabij Avignon. Zij wordt begraven in Montmajour, een abdij nabij Arles die destijds werd beschouwd als de grafplaats van de grafelijke familie van Provence.

Lijst van haar bekende kinderen .

Van Étienne van Gévaudan: .

Pons van Gévaudan .

Bertrand van Gévaudan .

Étienne van Gévaudan, bisschop van Le Puy van 995 tot 998 .

een dochter met een onzekere naam (Ermengarde of Philippa), gehuwd met Guillaume, graaf van Auvergne .

Van Raymond van Toulouse:.

Guillaume III van Toulouse, graaf van Toulouse (978–1037) .

Van Guillaume I van Provence (na 982 of 984, geschatte datum van het huwelijk tussen Adélaïde en Guillaume): .

Guillaume II, graaf van Provence, overleden in 1019; hoewel de afstamming tussen Adélaïde en haar zoon Guillaume wordt bevestigd door talrijke contemporaine oorkonden en wordt aanvaard door middeleeuwse historici, blijven sommige genealogische compilaties hem beschouwen als de zoon van Arsinde van Comminges, de eerste vrouw van Guillaume de Bevrijder. .
Constance van Arles (ca. 986–1032), koningin van Frankrijk door haar huwelijk met koning Robert II de Vrome .

Overlijden .

Abdij van Montmajour – Arles, 13200, Bouches-du-Rhône, Provence-Alpes-Côte d'Azur, FRANKRIJK.
Gravin van Toulouse, van de Provence, koningin der Franken (982-984.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geoffroy*950 Montargis [Frankrijk] †1001  51


Ansbert de Ponthieu
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Ansbert de Ponthieu, geb. te Crécy-en-Ponthieu [Frankrijk] in 510, ovl. in 560.

Ansbert de Ponthieu.
Comte du Ternois, Comte de Hainaut (Belgique), Comte de Brandebourg (Allemagne), Dynastie des Mérovingiens.

tr.
met

Mathilde Therouanne, dr. van Haymon de Therouanne en Maurianne d'Aquitaine, geb. te Thérouanne [Frankrijk] circa 520, Comtesse d'Arques.

 

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Richard*540 Crécy-en-Ponthieu [Frankrijk] †570 Crécy-en-Ponthieu [Frankrijk] 30
Wauthier*530     


Geoffroi I de Gatinais
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Geoffroi I de Gatinais, geb. te Nemours [Frankrijk] circa 890, Ecuyer, Seigneur et Comte du Gâtinais, ovl. te Boësses [Frankrijk] in 942.

Geoffroi I de Gatinais.
Geoffroy Ier, comte de Gâtinais (Gauzfridi comitis Wastinensis) fut l'un des .

Geoffroy I, graaf van Gâtinais (Gauzfridi comitis Wastinensis), was een van de eerste graven van deze streek, aan het einde van de 10e eeuw. Hij is de eerste die deze titel draagt, zijn voorgangers werden blijkbaar aangeduid als burggraaf van Orléans. Hij wordt ook aangeduid als graaf van Château-Landon (Gosfredi, comitis Landonensi castri), deze stad was toen de hoofdstad van Gâtinais.

Hij wordt voor het eerst genoemd als getuige van een akte uitgevaardigd door koning Lodewijk V van Frankrijk, op 9 juni 979 te Compiègne. Rond 985/987 doet Tédouin, vazal van graaf Eudes I van Blois, een schenking van zijn allodium Villotte (gemeente Fréville-du-Gâtinais) aan de abdij Saint-Père van Chartres. Geoffroy ondertekent deze akte, direct na de graaf van Blois en net vóór de schenker, wat zijn sociale positie aanduidt. Ten slotte, volgens een akte uit 1028 ondertekend door zijn zoon Aubry le Tort, nam hij deel aan een oorlog tegen graaf Eudes I van Blois, aan de zijde van Bouchard I de Eerbiedwaardige, graaf van Vendôme, Melun en Corbeil, en ontving als beloning de lenen Boësses en Échilleuses. Deze oorlog, aanvankelijk gedateerd op 999, wordt nu geïdentificeerd als het beleg van Melun, in 991. .
Na deze datum wordt er niet meer over graaf Geoffroy gesproken, en pas in 997 wordt hij indirect genoemd in een brief van Abbon, abt van Saint-Benoît-sur-Loire, gericht aan paus Gregorius V, waarin een zekere Quauz…, nepos Wal…, graaf van Gâtinais, wordt genoemd die de streek plundert, en waarvan hij vraagt hem te excommuniceren.

Hij was rond 975 gehuwd met Béatrice van Mâcon, dochter van Aubry II, graaf van Mâcon, en kreeg: .

Aubry le Tors (° ca. 985 † ca. 1030 zonder nageslacht), graaf van Gâtinais (zijn halfbroer Geoffroy II volgt hem op). .

Twee andere kinderen worden hypothetisch voorgesteld: .

Misschien een Geoffroy (° ca. 980 † 997), die de Quauz… uit de brief van Abbon zou kunnen zijn, volgens Settipani. Zou hij een verband hebben met de latere graven van Joigny?.

Misschien een dochter, gehuwd met Guy of Wido, graaf van Mâcon. Deze dochter wordt voorgesteld om de opvolging van het graafschap Mâcon van Aubry II naar Guy te verklaren, maar een andere verklaring is mogelijk: Guy is de zoon van Otto-Willem, graaf van Bourgondië, en Ermentrude van Roucy, weduwe-erfgename van Aubry II en vermoedelijk de stiefmoeder eerder dan de moeder van Béatrice van Mâcon. Bij het overlijden van Aubry II zonder zoon zou Mâcon zijn toegevallen aan zijn weduwe Ermentrude en haar nieuwe echtgenoot Otto-Willem, en vervolgens aan hun zoon Guy.

De theorieën verschillen over zijn afkomst en over de manier waarop hij het graafschap Gâtinais verwierf: .

Volgens Édouard de Saint-Phalle bracht zijn echtgenote hem het Gâtinais, waarbij hij de burggraaf Aubry van Orléans identificeert met graaf Aubry II van Mâcon. Wat betreft de afkomst van Geoffroy merkt hij op dat families waarin de naam Geoffroy voorkomt al talrijk zijn in die tijd, en hij kan geen conclusie trekken. Ten slotte identificeert hij zijn opvolger Wal… met Gautier (Walthar) I, graaf van Vexin, Valois en Amiens, die de tweede echtgenoot van Béatrice van Mâcon zou zijn geweest.

Christian Settipani merkt op dat graaf Gautier I van Vexin een zoon heeft genaamd Geoffroy en een echtgenote die Adèle zou zijn, dochter van Fulco II van Anjou en Gerberge, zelf vermoedelijk dochter van burggraaf Geoffroy/Gausfred van Orléans en vermoedelijk zus van burggraaf Aubry van Orléans (zie de Rorgoniden). Hij stelt dat bij het overlijden van Aubry van Orléans het Gâtinais overging op Geoffroy van Vexin, vermoedelijk kleinzoon van Aubry van Orléans, die hij identificeert met onze Geoffroy I, graaf van Gâtinais (het Gâtinais zou dus voortkomen uit een opsplitsing van de immense burggraafschap Orléans, en zou geen verband houden met Mâcon, Chalon en Bourgondië in het algemeen; Geoffroy I zou dan een Agilolfing kunnen zijn). Deze opvolging vond waarschijnlijk plaats via testamentaire aanwijzing, want de naaste erfgenamen zouden de graven van Anjou zijn, afstammend van Fulco II en Gerberge. Geoffroy stierf terwijl hij een (of meerdere) jonge kinderen naliet, en dus was het vanzelfsprekend zijn oudere broer Gautier II de Witte (de graaf Wal…), nog steeds erfgenaam van de graafschappen Vexin, Valois en Amiens, die het graafschap tijdelijk beheerde tot zijn neef Aubry le Tors meerderjarig werd.

tr.
met

Ava d'Auvergne, dr. van Hector d'Auvergne (Ecuyer, Sire) en Ava d'Aquitaine (Abbesse de Sauxillanges.), geb. te Clermont-Ferrand [Frankrijk] circa 895, Princesse dans l'Île de Bretagne, Comtesse du Gâtinais, ovl. te Sens [Frankrijk] in 942.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geoffroy*930 Montargis [Frankrijk] †1022 Anjou [Frankrijk] 92


Ava d'Auvergne
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Ava d'Auvergne, geb. te Clermont-Ferrand [Frankrijk] circa 895, Princesse dans l'Île de Bretagne, Comtesse du Gâtinais, ovl. te Sens [Frankrijk] in 942.

tr.
met

Geoffroi I de Gatinais, geb. te Nemours [Frankrijk] circa 890, Ecuyer, Seigneur et Comte du Gâtinais, ovl. te Boësses [Frankrijk] in 942.

Geoffroi I de Gatinais.
Geoffroy Ier, comte de Gâtinais (Gauzfridi comitis Wastinensis) fut l'un des .

Geoffroy I, graaf van Gâtinais (Gauzfridi comitis Wastinensis), was een van de eerste graven van deze streek, aan het einde van de 10e eeuw. Hij is de eerste die deze titel draagt, zijn voorgangers werden blijkbaar aangeduid als burggraaf van Orléans. Hij wordt ook aangeduid als graaf van Château-Landon (Gosfredi, comitis Landonensi castri), deze stad was toen de hoofdstad van Gâtinais.

Hij wordt voor het eerst genoemd als getuige van een akte uitgevaardigd door koning Lodewijk V van Frankrijk, op 9 juni 979 te Compiègne. Rond 985/987 doet Tédouin, vazal van graaf Eudes I van Blois, een schenking van zijn allodium Villotte (gemeente Fréville-du-Gâtinais) aan de abdij Saint-Père van Chartres. Geoffroy ondertekent deze akte, direct na de graaf van Blois en net vóór de schenker, wat zijn sociale positie aanduidt. Ten slotte, volgens een akte uit 1028 ondertekend door zijn zoon Aubry le Tort, nam hij deel aan een oorlog tegen graaf Eudes I van Blois, aan de zijde van Bouchard I de Eerbiedwaardige, graaf van Vendôme, Melun en Corbeil, en ontving als beloning de lenen Boësses en Échilleuses. Deze oorlog, aanvankelijk gedateerd op 999, wordt nu geïdentificeerd als het beleg van Melun, in 991. .
Na deze datum wordt er niet meer over graaf Geoffroy gesproken, en pas in 997 wordt hij indirect genoemd in een brief van Abbon, abt van Saint-Benoît-sur-Loire, gericht aan paus Gregorius V, waarin een zekere Quauz…, nepos Wal…, graaf van Gâtinais, wordt genoemd die de streek plundert, en waarvan hij vraagt hem te excommuniceren.

Hij was rond 975 gehuwd met Béatrice van Mâcon, dochter van Aubry II, graaf van Mâcon, en kreeg: .

Aubry le Tors (° ca. 985 † ca. 1030 zonder nageslacht), graaf van Gâtinais (zijn halfbroer Geoffroy II volgt hem op). .

Twee andere kinderen worden hypothetisch voorgesteld: .

Misschien een Geoffroy (° ca. 980 † 997), die de Quauz… uit de brief van Abbon zou kunnen zijn, volgens Settipani. Zou hij een verband hebben met de latere graven van Joigny?.

Misschien een dochter, gehuwd met Guy of Wido, graaf van Mâcon. Deze dochter wordt voorgesteld om de opvolging van het graafschap Mâcon van Aubry II naar Guy te verklaren, maar een andere verklaring is mogelijk: Guy is de zoon van Otto-Willem, graaf van Bourgondië, en Ermentrude van Roucy, weduwe-erfgename van Aubry II en vermoedelijk de stiefmoeder eerder dan de moeder van Béatrice van Mâcon. Bij het overlijden van Aubry II zonder zoon zou Mâcon zijn toegevallen aan zijn weduwe Ermentrude en haar nieuwe echtgenoot Otto-Willem, en vervolgens aan hun zoon Guy.

De theorieën verschillen over zijn afkomst en over de manier waarop hij het graafschap Gâtinais verwierf: .

Volgens Édouard de Saint-Phalle bracht zijn echtgenote hem het Gâtinais, waarbij hij de burggraaf Aubry van Orléans identificeert met graaf Aubry II van Mâcon. Wat betreft de afkomst van Geoffroy merkt hij op dat families waarin de naam Geoffroy voorkomt al talrijk zijn in die tijd, en hij kan geen conclusie trekken. Ten slotte identificeert hij zijn opvolger Wal… met Gautier (Walthar) I, graaf van Vexin, Valois en Amiens, die de tweede echtgenoot van Béatrice van Mâcon zou zijn geweest.

Christian Settipani merkt op dat graaf Gautier I van Vexin een zoon heeft genaamd Geoffroy en een echtgenote die Adèle zou zijn, dochter van Fulco II van Anjou en Gerberge, zelf vermoedelijk dochter van burggraaf Geoffroy/Gausfred van Orléans en vermoedelijk zus van burggraaf Aubry van Orléans (zie de Rorgoniden). Hij stelt dat bij het overlijden van Aubry van Orléans het Gâtinais overging op Geoffroy van Vexin, vermoedelijk kleinzoon van Aubry van Orléans, die hij identificeert met onze Geoffroy I, graaf van Gâtinais (het Gâtinais zou dus voortkomen uit een opsplitsing van de immense burggraafschap Orléans, en zou geen verband houden met Mâcon, Chalon en Bourgondië in het algemeen; Geoffroy I zou dan een Agilolfing kunnen zijn). Deze opvolging vond waarschijnlijk plaats via testamentaire aanwijzing, want de naaste erfgenamen zouden de graven van Anjou zijn, afstammend van Fulco II en Gerberge. Geoffroy stierf terwijl hij een (of meerdere) jonge kinderen naliet, en dus was het vanzelfsprekend zijn oudere broer Gautier II de Witte (de graaf Wal…), nog steeds erfgenaam van de graafschappen Vexin, Valois en Amiens, die het graafschap tijdelijk beheerde tot zijn neef Aubry le Tors meerderjarig werd.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geoffroy*930 Montargis [Frankrijk] †1022 Anjou [Frankrijk] 92


Hector d'Auvergne
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Hector d'Auvergne, geb. te Saurier [Frankrijk] circa 875, Ecuyer, Sire, ovl. in 912.

  • Vader:
    Arimannus Avernorum (Armand d' Auvergne), geb. te Clermont-Ferrand [Frankrijk] in 835, Comte de Clermont, Vicomte d'Auvergne, ovl. te Clermont-Ferrand [Frankrijk] in 898, tr. met

tr.
met

Ava d'Aquitaine, dr. van Bernard II dit Plantevelu d'Auvergne (graaf van Touluse) en Ermengarde van Chalon (Dame de Vergy), geb. te Saint-Emilion [Frankrijk] circa 865, Abbesse de Sauxillanges, ovl. te Saurier [Frankrijk] circa 895.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ava*895 Clermont-Ferrand [Frankrijk] †942 Sens [Frankrijk] 47


Ava d'Aquitaine
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Ava d'Aquitaine, geb. te Saint-Emilion [Frankrijk] circa 865, Abbesse de Sauxillanges, ovl. te Saurier [Frankrijk] circa 895.

tr.
met

Hector d'Auvergne, zn. van Arimannus Avernorum (Comte de Clermont, Vicomte d'Auvergne) en Bertildis d'Antoing (Dame d'Antoing), geb. te Saurier [Frankrijk] circa 875, Ecuyer, Sire, ovl. in 912.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ava*895 Clermont-Ferrand [Frankrijk] †942 Sens [Frankrijk] 47


Bernard I "Le Vieux" de Toulouse
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Bernard I "Le Vieux" (Bernard "le Vieux") de Toulouse (Bernard de Chalon), geb. te Chalon-sur-Saône [Frankrijk] in 835, Comte de Rouergue et de Toulouse - Comte d'Autun d'Auvergne (846-858), ovl. te Toulouse [Frankrijk] circa 875.

Bernard I "Le Vieux" de Toulouse (Bernard de Chalon).
Comte d' Autun, de Toulouse, de Carcassonne, d' Auvergne et de Mâcon, Marquis de Bourgogne.

 
 

tr.
met

Lieutgarde d'Auvergne, dr. van Gerhard graaf van Auvergne (graaf van Auvergne, raadgever koning Pippijn I) en Hildegarde Adeltrude Rotrude de France (Abbesse de Laon (Abbaye Saint-Jean)), geb. te Aurillac [Frankrijk] in 836, Dame d'Auvergne, ovl. te Clermont-Ferrand [Frankrijk] in 872, begr. Dame d'Auvergne.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ermengarde*850  †881  30
Ermengarde*865  †903  38


Hugues II d'Alluyes
 
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders

Hugues II d'Alluyes, geb. te Alluyes [Frankrijk] in 980, ovl. in 1026.


Hugues II d'Alluyes.
Seigneur d'Alluyes, de Chasteaux-en-Anjou (act. Château-La-Vallière et Saint-Christophe (-sur-le-Nais).

 

tr. te Château-la-Vallière [Frankrijk] in 1000
met

Richilde de Cassel, dr. van Walérand I de Cassel (Sieur de Cassel) en Berthe Ancilie Berthilde de Nédonchel, geb. te Cassel [Frankrijk] in 988, ovl. te Wavrin [Frankrijk] in 1018, tr. (1) met Roger I de Wavrin, zn. van Thierry de Wavrin (Sieur de Wavrin) en Gisèle de Malannoy. Uit dit huwelijk 2 kinderen.

 

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:


 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gauthier*1015 Alluyes [Frankrijk] †1069 Alluyes [Frankrijk] 54
Aymeric*1020 Alluyes [Frankrijk] †1064  44