Hubert de Ryes
in
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Hubert de Ryes, geb. te Bayeux [Frankrijk] in 1007, Seigneur de Ryes, Écuyer, Seigneur du Bessin.Steward of Normandy, ovl. te Capelle-Les-Grands [Frankrijk] in 1086.
- Vader:
Eudes de Ryes, zn. van Geoffrey de Ryes, geb. te Ryes [Frankrijk] in 973, Seigneur Chatelain de Ryes, Écuyer, ovl. te Rye [Verenigde Staten] in 1027, tr. in 1003 met
tr. te Préaux-Bocage [Frankrijk] in 1046
met
Albérade De Preaux-Harcourt de Vieilles, dr. van Humphrey Seigneur de Vielles en Aubraye de la Haye-du-Puits (Héritière de la Forêt de Brotonne, Dame de Brionne), geb. te Préaux-Bocage [Frankrijk] in 1027, ovl. te Colchester [Groot Brittanië] in 1052, begr. te Ryes [Frankrijk].
Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Ralph | *1045 | Crich [Groot Brittanië] | †1086 | Derby [Groot Brittanië] | 41 | 2 | 1 |
Albérade De Preaux-Harcourt de Vieilles
in
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Albérade De Preaux-Harcourt de Vieilles, geb. te Préaux-Bocage [Frankrijk] in 1027, ovl. te Colchester [Groot Brittanië] in 1052, begr. te Ryes [Frankrijk].
tr. te Préaux-Bocage [Frankrijk] in 1046
met
Hubert de Ryes, zn. van Eudes de Ryes (Seigneur Chatelain de Ryes, Écuyer) en Albrède Aubrey de Vieilles, geb. te Bayeux [Frankrijk] in 1007, Seigneur de Ryes, Écuyer, Seigneur du Bessin.Steward of Normandy, ovl. te Capelle-Les-Grands [Frankrijk] in 1086.
Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Ralph | *1045 | Crich [Groot Brittanië] | †1086 | Derby [Groot Brittanië] | 41 | 2 | 1 |
Eudes de Ryes
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Eudes de Ryes, geb. te Ryes [Frankrijk] in 973, Seigneur Chatelain de Ryes, Écuyer, ovl. te Rye [Verenigde Staten] in 1027.
- Vader:
Geoffrey de Ryes (Geoffrey de Corcun, Geoffry de Rie), geb. te Ryes [Frankrijk] in 943, ovl. in 998.
tr. in 1003
met
Albrède Aubrey de Vieilles, dr. van Ranulf de Vieilles en Sibel Senfria Sainsfrida de Crepon (Dame de la Forêt Brotonne), geb. circa 983, ovl. in 1042.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Hubert | *1007 | Bayeux [Frankrijk] | †1086 | Capelle-Les-Grands [Frankrijk] | 79 | 1 | 6 |
Albrède Aubrey de Vieilles
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Albrède Aubrey de Vieilles, geb. circa 983, ovl. in 1042.
tr. in 1003
met
Eudes de Ryes, zn. van Geoffrey de Ryes, geb. te Ryes [Frankrijk] in 973, Seigneur Chatelain de Ryes, Écuyer, ovl. te Rye [Verenigde Staten] in 1027.
Osborne Thorold de Pont-Audemer (Osborne Thorold Giffard de Bolbec).
Dynastie des Upplandings de Suède, Lord de Giffard (76), Sire de Pont-Audemer (27), Sire de Tor de Saint-Vaast d’Equiqueville - 1er Seigneur de Bolbec, Seigneur d'Harcourt et de Longueville-le-Giffard.
Uit dit huwelijk een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Hubert | *1007 | Bayeux [Frankrijk] | †1086 | Capelle-Les-Grands [Frankrijk] | 79 | 1 | 6 |
Geoffrey de Ryes
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Geoffrey de Ryes (Geoffrey de Corcun, Geoffry de Rie), geb. te Ryes [Frankrijk] in 943, ovl. in 998.
Geoffrey de Ryes (Geoffrey de Corcun, Geoffry de Rie).
Ryes est mentionnée sous la forme Rigia en 1060.
Vanuit Ryes, drie mijl ten noorden van Bayeux. "Geoffrey de Rie leefde rond 980. Zijn zoon, Odo Fitz Geoffrey, schonk de helft van de kerk van Rie aan de abdij van Fécamp, wat in 1027 werd bevestigd door Richard II van Normandië (Neustria Pia, 218)." De Normandische Mensen. Het was Hubert de Rie die in 1047 het leven redde van de jonge hertog van Normandië, de toekomstige veroveraar van Engeland, toen deze op de vlucht was voor de samenzweerders van Cotentin. Hij ontsnapte 's nachts uit Valognes, zonder wapenrusting of begeleiding, en "durfde niet," zegt Wace, "naar Bayeux te gaan, omdat hij niet wist wie hij kon vertrouwen. Dus nam hij de route tussen Bayeux en de zee. En terwijl hij vóór zonsopkomst door Rie reed, stond Hubert de Rie bij zijn poort, tussen de kerk en zijn kasteel, en zag dat Willem in wanorde passeerde en dat zijn paard helemaal bezweet was. 'Hoe komt het dat u zo reist, edele heer?' zei hij. 'Hubert,' zei Willem, 'durf ik het u te vertellen?' Toen zei Hubert: 'Zeker! Spreek openlijk!' 'Ik zal geen geheimen voor je hebben; mijn vijanden achtervolgen mij en bedreigen mijn leven. Ik weet dat ze mijn dood hebben gezworen.' Toen bracht Hubert hem naar zijn huis en gaf hem zijn goede paard. Hij riep zijn drie zonen erbij. 'Edelen zonen,' zei hij, 'muntez! muntez! Hier is uw heer; breng hem naar Falaise.'".
From Ryes, three leagues north of Bayeux. "Geoffrey de Rie was living c. 980. His son Odo Fitz Geoffrey gave half the church of Rie to Fescamp Abbey, which was confirmed 1027 by Richard II. of Normandy (Neustria Pia, 218)." The Norman People. It was Hubert de Rie, who, in 1047, saved the life of the young Duke of Normandy the future Conqueror of England when flying from the conspirators of the Cotentin. He had made his escape by night from Valognes, without armour or attendants, and "dared not," says Wace, "turn towards Bayeux, for he knew not whom to trust, so he took the way which passes between Bayeux and the sea. And as he rode through Rie before the sun rose, Hubert de Rie stood at his gate, between the church and his castle, and saw William pass in disorder, and that his horse was all in a sweat. 'How is it that you travel so, fair sire?' said he. 'Hubert,' said William, 'dare I tell you?' Then Hubert said, 'Of a truth,'most surely! say on boldly!' 'I will have no secrets with you; my enemies follow seeking me, and menace my life. I know that they have sworn my death.' Then Hubert led him into his hostel, and gave him his good horse, and called forthhis three sons. 'Fair sons,' said he, 'muntez! muntez! Behold your lord; conduct him till ye have lodged him in Falaise. This way ye shall pass; it will be ill for you to touch upon any town.' So Hubert taught them well the ways and turnings; and his sons understood all rightly, and followed his instructions exactly. They crossed all the country, passed Folpendant at the ford, and lodged William at Falaise. If he were in bad plight, what matters so that he got safe?.
"Hubert remained standing on his bridge: he looked out over valley and over hill, and listened anxiously for news, when they who were pursuing William came spurring by. They called him on one side, and conjured him with fair words to tell if he had seen the Bastard, and whither and by what road he was gone. And he said to them, 'He passed this way, and is not far off; you will have him soon: but wait, I will lead you myself, for I should like to give him the first blow. By my faith I pledge you my word that if I find him, I will strike him the first blow if I can.' But Hubert only led them out of the way till he had no fear for William, who was gone by another route. So when he had talked to them enough of thisthing and that, he returned back to his hostel." Roman de Rou.
From Falaise, the young Duke, well out of reach of his pursuers, went to seek and obtain the succour of the King of France, and returned to win the decisive victory of Val-es-dunes. He never forgot the man who had done him so signal a service,[28] and Hubert de Rie remained through life his friend and counsellor. When Edward the Confessor, shortly before his end, sent over a messenger to Normandy, requesting that some trustworthy envoy might go to him on the Duke's behalf, a great council was called together by William, to consider the choice of a representative. But the assembled nobles, one and all, hung back. They would not undertake the embassy to England. "They remembered what had been done at Guilford" (the massacre of the Norman companions of the son of Ethelred) "and refused to visit the barbarous people." Then Hubert de Rie stepped forward, volunteered to take upon himself the risk and the responsibility, and, "praised by all and rewarded by the Duke," set forth on his mission with a great train, picked men on splendidly trapped horses, equipped with all the pomp the Norman court could furnish. He was well received by Edward, who presented him with some lands in Esce (Ashe in Hampshire): and returned to Normandy with "the promise of the kingdom, and the tokens confirming the promise:" a two-handled sword of which the hilt enclosed the relics of certain saints, a hunter's horn of gold, and a great stag's head.
For this second important service, the grateful Duke promised him the office of Dapifer: but, soon after the Conquest, disturbances broke out in Cennomania which Hubert, "prompt of hand and good at council," was sent over to quell, and we do not hear of him again in England. He was then an old man, and must have died before 1086, as his sons only are entered in Domesday. There were four: Ralph, Hubert, Adam, and Eudo, all of them magnificently endowed by the Conqueror.
1. Ralph, who, like Adam and Eudo, was generally called Fitz Hubert, was Castellan of Nottingham, and held land in Leicester, Stafford, Nottingham, and Lincoln; but the head of his great barony was Crich in Derbyshire, where he had received the whole estate of a rich Saxon named Levenot, comprising thirty-six manors. Dugdale asserts that he was hung in 1140 for "divers crimes and cruelties"; but, as he was old enough to be the Duke's guideacross country in 1044, he must then have been for many years resting in his grave.[29] The senior male line of the house ended with his grandson Hubert, who died about 3 Hen. III, and left two daughters. Julian, the eldest, married Ansger de Frecheville, and the Derbyshire lands continued vested in her descendants till they died out in the reign of Charles II. One of the manors that Ralph held at Domesday Whitwell, was, however, for several centuries the seat of a juniorbranch of the family; till in 1583, Edward Rye, then its representative, sold his ancient home, and is lost sight of altogether.
2. Hubert, the next brother, founded another baronial family, which proved of even briefer duration. He held the Honour of Hingham in Norfolk, comprising thirty-five knights' fees, and succeeded Ralph Guader as Castellan of Norwich in 1074. His wife, Agnes de Todeni, a daughter of the first Baron of Belvoir, had been the richly-dowered widow of one of the De Beaufoes, and brought him several other manors in the county. "He cast his lot in closely with the church, half founded and richly endowed the splendid cathedral of Norwich," and assumed the cross in his later years. Both his son and his grandson, who in turn succeeded him, worthily emulated his munificence to the church: and with the latter, another Hubert, the line expired in 1188. This last Baron of Hingham again left two coheirs; Isabel, first married (without the King's license) to Geoffrey de Chester, and afterwards to Roger de Cressy; and Aliva, or Avelina, the wife of John le Mareschal. Aliva had no children, and on her death in 1263, Isabel succeeded to her moiety of the barony. She was then a very aged woman "of ninety and more," and yet survived till about 1270.
3. Adam, the third son, held considerable estates in Kent under Bishop Odo, and was one of the compilers of Domesday Book. Little is known of him, and nothing of his descendants, except that a Robert deRie of Kent presumably one of them is mentioned in the Pipe Roll of 1189.
4. Eudo generally styled Eudo Dapifer the last born, was by far the ablest and most distinguished of the four brothers. He received princely possessions, not only in Essex, where his principal estates lay, but in Norfolk, Suffolk, Herts, Cambridge, Berks, Bedford, Northampton, &c, with the great hereditary office of Seneschal or Dapifer, that had been promised to his father, and then appertained to the Conqueror's early friend, William Fitz Osbern. Dugdale gives a whimsical account of the time and circumstances of this grant. While Eudo was "personally attending the Court, it so hapned that that William Fitz Osberne, then Steward of the Houshold, had set before the King the Flesh of a Crane, scarce half rosted: whereat the King took such offence, as that he lifted up his Fist, and had struken him fiersly, but that Eudo bore off the blow. Whereupon Fitz Osberne grew so displeased, as that he quitted his Office, desiring that Eudo mighthave it. To which request the King as well for his Father Hubert's demerits," (sic) "and his own, readily yeilded." This must have taken place before 1074, when he witnesses a charter of donation at Bayeux as Eudo Dapifer.
He was in attendance on his master's death-bed at Caen, and mindful of his last wishes, hurried away to secure the succession of his son. He was the first to land in England, and, concealing the King's death, went straight to Winchester, to demand in his name the keys of the Treasury from the Treasurer, William de Pont de l'Arche: thence proceeded to Dover, Hastings, Pevensey, and the other strongholds of the south coast, and, as the King's appointed emissary, made the Castellans in charge swear to open their gates only at his command. Having secured these castles and harbours, he returned to Winchester, announced the Conqueror's death, and "while the rest of the Nobles were consulting in Normandy touching the succession" handed over the keys of the Treasury to William Rufus, who was at once proclaimed King. Thus the new sovereign "began to reign without a hand or a voice being raised against him." He was not ungrateful to Eudo. He confirmed him inhis office of Dapifer, and bestowed upon him the town of Colchester, partly at the request of the townsmen, who had petitioned "that they might have this famous Eudo to govern amongst them." For Eudo was not only a faithful servant, and an astute and sagacious politician, but one of the very few Norman rulers that endeared themselves to their English vassals: "he eased the oppressed, restrained the insolent, and pleased all." Moreover, he was a great prince in all his doings anddealings. The castle he built at Colchester could boast of the largest Keep ever seen in England (the White Tower of London is not more than half its size), and he founded a magnificent Abbey on the site of a wooden church then dedicated to St. John the Evangelist. In this humble edifice "it had been observed," writes one of the monks, "that Divine Lights sometimes appeared by night, and also the sound of Heavenly Voices devoutly praising God (and yet no man there). And moreover, taking notice of what had hapned to a certain man, who had been put in Fetters by the King's command: viz. that standing in that Church at the celebration of Mass, the Bolts of his Fetters flew out, whereby he was suddenly loosed, he" (Eudo) "became so much transported with these Miracles, he resolved to found an Abbey in that place, wherein perpetual suffrage might be made for his Soul.".
He reached a good old age, and died in 1120 at the castle of Preaux in Normandy; Henry Beauclerk standing by his bed side, and conferring with him as to the disposal of his property. No son was left to inherit; for his wife Roesia, the daughter of Richard Fitz Gilbert, Justiciary of England, had given him one only daughter, Margaret. She married William de Mandeville, and her son Geoffrey, Earl of Essex, was Steward of Normandy in her right.
In addition to the Ryes of Whitwell in Derbyshire, of whom I have already spoken, there were numerous other offsets from the parent stock. William de Rye perhaps the same William mentioned in Norfolk in 1272 (Rot. Hund.) was Conservator of York in 1287. Ranulph de Rie held Gosberkirk, Surflete, Donyngton and Quadryng in Lincolnshire of the Honour of Richmond. Gale's Richmondshire. John de Rye was in arms with Simon de Montfort during the baronial war, and taken prisoner at the storming of Northampton in 1263. He was pardoned in 1268 at the instance of the King's brother, and his estates in Lincoln and Oxford are entered in the Hundred Rolls of 1272. In 1290 he gave his manor of Rye to St. John's Abbey. Morant's Essex. Nicholas de Rye was Sheriff of Lincoln in 1276 and 1277; and in 1280 Ralph de Rye obtained the King's license for a weekly market and yearly fair at Gosberkirk, with free warren there and in his other manors in the county. He was present in 1309 at the Dunstable tournament, which was attended by two others of the family, Ralph de Rye of Whitwell, and William de Rye. This latter bore Gules a bend Ermine (the coat of the Barons of Hingham) with a label of three points Or, and was seated at Swan ton in Norfolk, which soon after (in 1327) had passed to a female heir. But the name lived on in Norfolk, where Roger Ree or Rye presided as Sheriff in 1461, though of its former high estate few memories remain. "The only traces now left of the Ryes are the 'Court of the Honor of Rye,' which still exists as a tribunal in the district which belonged to them, and a few yeomen-descended namesakes like myself, who take pride in belonging to a county with which their name has been so long connected." Walter Rye (Herald and Genealogist, vol. 7, p. 243). During the brief period of their ascendancy, they were conspicuous for their liberality to the Church. They founded St. John's Abbey at Colchester, Binham Abbey, Beeston Abbey, Aldeby Priory, and a chantry at Walsingham in Norfolk, and magnificently contributed to the foundation of Norwich Cathedral.
extract from The Battle Abbey Roll, with some account of the norman Lineages, vol.III, by the Duchess of Cleveland, London, John Murray, Albermale Street, 1889.
Hij krijgt een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Eudes | *973 | Ryes [Frankrijk] | †1027 | Rye [Verenigde Staten] | 54 | 1 | 1 |
Richilde de Wormsgau
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Richilde de Wormsgau, geb. circa 865.
tr.
met
Eudes I de Blois, zn. van Eudes de Souable (Comte en Lahngau) en Judith de Bourgogne, geb. te Blois [Frankrijk] circa 860, Comte de Chartres, ovl. te Chartres [Frankrijk] in 906.
Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Thibauld | *880 | Blois [Frankrijk] | †942 | Blois [Frankrijk] | 62 | 2 | 2 |
Gebhard d'Orleans
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Gebhard d'Orleans, geb. te Orléans [Frankrijk] in 810, Comte de Niederlahngau Margrave de Neustria, ovl. te Orléans [Frankrijk] na 879.
tr.
met
Ida de Nordgau, dr. van Ernest de Nordgau en Wartrum , geb. circa 815, ovl. te Orléans [Frankrijk] in 845.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Eudes | *832 | Orléans [Frankrijk] | †879 | | 47 | 1 | 6 |
| 2 | Waldrada | *836 | Orléans [Frankrijk] | †870 | Remiremont [Frankrijk] | 33 | 1 | 3 |
Ida de Nordgau
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Ida de Nordgau, geb. circa 815, ovl. te Orléans [Frankrijk] in 845.
tr.
met
Gebhard d'Orleans, geb. te Orléans [Frankrijk] in 810, Comte de Niederlahngau Margrave de Neustria, ovl. te Orléans [Frankrijk] na 879.
Uit dit huwelijk 2 kinderen:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Eudes | *832 | Orléans [Frankrijk] | †879 | | 47 | 1 | 6 |
| 2 | Waldrada | *836 | Orléans [Frankrijk] | †870 | Remiremont [Frankrijk] | 33 | 1 | 3 |
Ernest de Nordgau
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Ernest de Nordgau, geb. circa 775.
tr.
met
Wartrum .
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Ida | *815 | | †845 | Orléans [Frankrijk] | 30 | 1 | 2 |
Wartrum
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Wartrum .
tr.
met
Ernest de Nordgau, zn. van Eberhard I de Nordgau (6e Comte de Nordgau (747)) en Edeline de Luneville (Comtesse de Nordgau), geb. circa 775.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Ida | *815 | | †845 | Orléans [Frankrijk] | 30 | 1 | 2 |
Eberhard I de Nordgau
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Eberhard I de Nordgau, geb. in 730, 6e Comte de Nordgau (747), ovl. in 801.
tr. te Lunéville [Frankrijk] circa 775
met
Edeline de Luneville, dr. van Bernard de Saint-Quentin en Ercheswinda Ermentrude de Wisigothie, geb. in 757, Comtesse de Nordgau, ovl. in 801.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Ernest | *775 | | | | | 1 | 1 |
Edeline de Luneville
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Edeline de Luneville, geb. in 757, Comtesse de Nordgau, ovl. in 801.
tr. te Lunéville [Frankrijk] circa 775
met
Eberhard I de Nordgau, zn. van Alberich de Nordgau (Comte de Nordgau), geb. in 730, 6e Comte de Nordgau (747), ovl. in 801.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Ernest | *775 | | | | | 1 | 1 |
Bernard de Saint-Quentin
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Bernard de Saint-Quentin, geb. in 725, ovl. te Ecourt-Saint-Quentin [Frankrijk] in 809.
tr.
met
Ercheswinda Ermentrude de Wisigothie, geb. circa 725.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Edeline | *757 | | †801 | | 44 | 1 | 3 |
Bronnen:
Ercheswinda Ermentrude de Wisigothie
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Ercheswinda Ermentrude de Wisigothie, geb. circa 725.
tr.
met
Bernard de Saint-Quentin, zn. van Karel Martel de Herstal (hofmeier 717-741) en Swanhilde van Beieren, geb. in 725, ovl. te Ecourt-Saint-Quentin [Frankrijk] in 809.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Edeline | *757 | | †801 | | 44 | 1 | 3 |
Henry de Montfort-sur-Risle
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Henry de Montfort-sur-Risle, geb. te Montfort-Sur-Risle [Frankrijk] circa 915, Écuyer.Seigneur de Montfort (Montfort-sur-Risle).
tr. te Avranches [Frankrijk]
met
Anceline, Aubérée le Coz d'Avranches (Godefroi Murdac, Godefroy Godfroy Ginbe de Beulac), dr. van Godefroy Godfrey Ginbe le Coz d'Avranches (Comte de Beulac) en Advise de Beaulac (Comtesse de Beaulac (Bernos-Beaulac - Gironde), Dame de Tillières), geb. te Avranches [Frankrijk] circa 920, Comtesse, ovl. te Avranches [Frankrijk] in 958.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Auberée | *945 | Montfort-Sur-Risle [Frankrijk] | †1026 | Beaudesert [Groot Brittanië] | 81 | 1 | 3 |
Bronnen:
Anceline, Aubérée le Coz d'Avranches
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Anceline, Aubérée le Coz d'Avranches (Godefroi Murdac, Godefroy Godfroy Ginbe de Beulac), geb. te Avranches [Frankrijk] circa 920, Comtesse, ovl. te Avranches [Frankrijk] in 958.
tr. te Avranches [Frankrijk]
met
Henry de Montfort-sur-Risle, zn. van Robert I le Rollon de hertog de Normandie (hertog van Normandië) en Poppa de Bayeux, geb. te Montfort-Sur-Risle [Frankrijk] circa 915, Écuyer.Seigneur de Montfort (Montfort-sur-Risle).
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Auberée | *945 | Montfort-Sur-Risle [Frankrijk] | †1026 | Beaudesert [Groot Brittanië] | 81 | 1 | 3 |
Giséla dite la Délaissée de France
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Giséla dite la Délaissée de France, geb. te Parijs [Frankrijk] in 900, ovl. in 925.
tr.
met
Poppa de Bayeux (Gisèle la Belle Poppa de Bayeux).
Gräfin; Karolingernachkommin?.
(Poppa La Captive Poppie (Poppa La Captive Poppie de BAYEUX) (Poppa La Captive Poppie de SENLIS)) (Poppa La Captive Poppie (Phillipa Poppa Poppaeia Popa) (Poppa La Captive Poppie Poppée DE BAYEUX) (Phillipa Poppa Poppaeia Popa) (Poppa La Captive Poppie Poppée de SENLIS) (Phillipa Poppa Poppaeia Popa) (Poppa La Captive Poppie Poppée de VALOIS) (Phillipa Poppa Poppaeia Popa) (Poppa La Captive Poppie Poppée de SULSBACH)).
Robert I le Rollon de hertog de Normandie (Rollo van Normandie).
Robert 1er Le Rollon Robert Ier dit le Marcheur ou le Riche , alias de Normandie de Norvège .
(Robert 1er Le Rollon Rollon (Hrolf) "Le Marcheur" Ragnvaldsson de Normandie) .
(Robert 1er Le Rollon Rollo Ragnvaldsson de Norvège).
Rollo de Noorman , later gedoopt als Robert, was een Viking en de eerste Hertog van Normandië. Hij voerde een groep aan die zich permanent rond de Seinemonding had gevestigd en kwam in 911 tot een vergelijk met de West-Frankische koning Karel de Eenvoudige: in ruil voor de hertogtitel en de hand van zijn dochter, bekeerde hij zich tot het christendom en zou hij nieuwe Vikinginvallen bestrijden.
Rollo is haast zeker geboren in Scandinavië, maar daarbinnen bestaat discussie of hij tot de Noren dan wel de Denen behoorde.[1] Zijn oudste biograaf Dudo van Saint-Quentin werkte in opdracht van zijn kleinzoon Richard I van Normandië en had dus toegang tot de familieherinneringen. Hij noemde Rollo een Deen. De naam zou dan een Latijnse versie van Hrollaugr zijn. Latere Noorse bronnen hebben een omstandige genealogie opgebouwd die hem Hrolfr noemt, zoon van een jarl. Hij zou te vereenzelvigen zijn met Rolf de Wandelaar, een figuur uit de 13e-eeuwse Orkneyinga saga en de Heimskringla. Die heette zo omdat hij een grote en zware man was en geen toenmalig paard sterk genoeg was[2] om hem te dragen en hij dus altijd moest lopen. Volgens deze saga's zou Rollo een zoon zijn van Rognvald Eysteinsson en Hildr Hrólfsdóttir. Na de dood van zijn vader moest hij vluchten uit Noorwegen. Hij is eerst naar familie op de Orkney-eilanden getrokken, en daarna naar familie op de Hebriden. Scandinavische toponiemen in Rollo's Normandische gebied ondersteunen echter eerder een Deense afkomst.
De eerste bekende actie van Rollo zou een aanval op Rouen zijn geweest in 876. Hij verkreeg gastvrijheid bij koning Guthrum van East Anglia. In 885 was hij een van de aanvoerders van de Vikingen tijdens het Beleg van Parijs. Nadat het beleg was opgeheven, leidde hij een plundertocht door Bourgondië. In 886 of 889 trouwde hij met Poppa, die de moeder werd van zijn opvolger Willem Langzwaard. Dudo noemde haar de dochter van graaf Berengar van Bayeux, maar dat gegeven is niet zonder contradicties.
In 911 werd Rollo tijdens een nieuwe rooftocht verslagen bij Chartres. Koning Karel de Eenvoudige besloot echter zaken met Rollo te doen en gaf hem met het Verdrag van Saint-Clair-sur-Epte het gebied rond de Seine-monding in leen, met Rouen als hoofdstad. Rollo nam daarmee de verplichting op zich om de rivier (en dus de stad Parijs) te verdedigen tegen andere Vikingen. Rollo liet zich dopen, scheidde van Poppa en trouwde met Gisela – een dochter van Karel. Volgens de overlevering was er een groot protocolair probleem: om leenman te worden moest Rollo knielen voor de koning en zijn voet kussen maar hij weigerde dat te doen. Bij wijze van compromis zou een van zijn ondergeschikten dat doen, maar die wilde ook niet knielen maar bukte, pakte de voet van de koning en tilde die zover op dat de koning zijn evenwicht verloor en achterover viel. Rollo trouwde in 919 weer met Poppa nadat Gisela was overleden.
Rollo heeft zich goed aan de afspraak gehouden om de Seine tegen andere Vikingen te verdedigen. Maar wel bleef hij zelf oorlog voeren en plundertochten houden in de rest van West-Francië. Hij breidde zijn macht uit tot de rivier de Vire maar bracht na verloop van tijd wel rust in zijn eigen graafschap. Daardoor konden de kloosterlingen van Rouen terugkeren naar hun kloosters, met hun relieken en kostbaarheden.
In 923 hield Rollo nog een plundertocht, samen met de Vikingen die zich aan de Loire hadden gevestigd. Koning Rudolf, Herbert II van Vermandois en Hugo de Grote, probeerden hem te onderwerpen maar werden in 924 door Rollo verslagen. Rudolf was gedwongen om Rollo ook de omgeving van Bayeux en Caen in leen te geven. Daarmee kreeg Normandië, buiten Cotentin dat door de Bretoenen was veroverd, ongeveer zijn huidige vorm. In 925 hield Rollo een veroverings- en plundertocht naar Vlaanderen, Amiens en Noyon. Koning Rudolf en Herbert van Vermandois vielen daarop Normandië binnen, maar werden door Rollo.
.
Vikingleider Rollo (ca. 846-928/933) werd in 911 de eerste graaf van het latere hertogdom Normandië. Hij bekeerde zich tot het christendom en werd de stamvader van een reeks geduchte feodale vorsten. Zijn afstammeling Willem de Veroveraar veroverde vanuit Normandië in 1066 Engeland. In de biografie van Rollo zijn de historische feiten en legendarische overleveringen niet te scheiden. Maar dat geldt ook voor andere roemruchte Vikingen uit de negende eeuw, zoals Ragnar Lodbrok en Ivar de Beenloze.
Was Rollo een Deen of Noor? We weten het niet. Middeleeuwse kroniekschrijvers streefden naar overzichtelijkheid en construeerden graag afstammingslijnen en verwantschappen. Ten aanzien van Rollo zijn er twee tradities. Volgens zijn oudste biograaf Dudo van Saint-Quentin (Historia Normannorum, 996-1015) was hij een Deen. Zijn naam is in dat geval een latinisering van Hrollaugr. De elfde-eeuwse Gesta Normannorum Ducum van Willem van Jumièges volgde deze lijn en voegde nog bijzonderheden toe.
Latere Noorse kronieken schrijven Rollo echter een Noorse afkomst toe en noemen hem Hrolfr. Rollo moest in deze Noorse traditie, volgens de twaalfde-eeuwse Historia Norwegiae, vluchten na een conflict met Erik Bloedbijl, de zoon van de eerste Noorse koning Harald Schoonhaar. Rollo week uit naar de Orkaden (Orkney-eilanden) en vervolgens naar familie op de Hebriden.
Rollo zou bevriend zijn geraakt met de Deense Vikingleider Guthrum, die in 880 koning werd van Oost-Anglië, nadat hij was verslagen door Alfred de Grote. Vanaf de dertiende eeuw kreeg Rollo in de Orkneyinga saga en de Heimskringla van Snorri Sturluson ook de bijnaam de Wandelaar (Ganger-Hrólf). Hij zou zo lang en fors zijn geweest dat geen enkel paard hem kon dragen. We kennen dit verhaal eveneens van de zesde-eeuwse Hygelac, koning van de Gaeten of Denen en een van de personages in het Oudengelse gedicht Beowulf. Hygelac sneuvelde tegen de Franken tijdens een roofexpeditie in het Nederlandse rivierengebied.
Scandinavische toponiemen in Rollo's latere Normandische gebied ondersteunen eerder een Deense afkomst, waarmee Dudo in het gelijk zou zijn gesteld. Dudo was een monnik die ging werken voor Rollo's kleinzoon Richard I van Normandië. Hij schreef zijn kroniek in opdracht en had toegang tot de 'familieherinneringen'.
Verschillende auteurs hebben Rollo ten onrechte geïdentificeerd met de Deense Viking Rodulf (Hróðulfr), die jarenlang plunderde in West-Francië (Frankrijk), Engeland en Friesland inclusief de overige 'Nederlandse' kuststreken. Net als Guthrum en andere prominente Vikingen liet deze Rodulf zich dopen, aldus de Annalen van Egmond:.
Vanwege Rodulfs Walcherse connecties is Rollo ook wel ingedeeld bij de Scaldingi, de Schelde-Vikingen die opereerden vanuit hun basis bij Domburg op Walcheren.
Na zijn vermeende verblijf op Walcheren verscheen Rollo op het 'Franse' toneel. Hij onderhandelde met aartsbisschop Franco van Rouen en beloofde hem Rouen niet te plunderen als hij de stad in bezit kon nemen. Vervolgens nam hij als een van de aanvoerders van een enorme Vikingvloot deel aan het Beleg van Parijs in 885/86. De nog legendarischer Vikingleider Ragnar Lodbrok was al in 845 met een vloot van 120 langschepen en zo'n 5000 strijders de Seine opgevaren en erin geslaagd Parijs te plunderen, een schrikbeeld dat decennia lang een doorn bleef in het Frankische geheugen.
.
Deze keer voeren de Vikingen met 700 schepen en 30.000 tot 40.000 man de Seine op, nadat keizer Karel de Dikke had geweigerd een grote afkoopsom te betalen. De gigantische vloot verscheen voor Parijs in november 885. Enkele aanvallen op de stad mislukten. .
Gedurende twee maanden belegering plunderden de Vikingen ook plaatsen in de wijdere omgeving, zoals Chartres en Le Mans. Bij de inname van Bayeux ontvoerde Rollo Pop(p)a, de dochter van Berenger, graaf van Rennes. Hij trouwde haar 'op Deense wijze' (een wereldlijke verbintenis zonder kerkelijke inzegening). Uit deze relatie kwam Rollo's zoon en erfgenaam Willem Langzwaard voort, aldus Dudo.
Een uitbraak van besmettelijke ziekten in Parijs noopte de stad en Karel de Dikke tot nieuwe onderhandelingen. Karel tastte toch in de beurs en stond de Noormannen toe naar Bourgondië te trekken om te plunderen, omdat daar een opstand was uitgebroken.
Aan het begin van de tiende eeuw was Rollo weer in conflict met de West-Franken en belegerde Chartres. De inname werd volgens de overlevering verijdeld dankzij de belangrijke reliek het Kleed van de Maagd Maria (Sancta Camisia), dat de kerk van Chartres in 876 ten geschenke had gekregen van Karel de Kale. Men hing het Kleed boven een van de stadspoorten als steun voor de verdedigers, die samen met de inwoners onder leiding van onder anderen Ebalus van Aquitanië en Robert van Neustrië (Robert van Parijs) inderdaad de Vikingen wisten te verdrijven.
Rollo was zeker niet definitief verslagen en bond de strijd weer aan. Opnieuw trad aartsbisschop Franco van Rouen op als bemiddelaar, op verzoek van koning Karel de Eenvoudige (Karel III, een late Karolinger). Deze dankte zijn bijnaam aan zijn simpele trant van communicatie en barstte volgens de monnik en auteur Richer van Reims (eind tiende eeuw) nogal eens in tranen uit.
Karel werd in 911 met het Verdrag van Saint-Clair-sur-Epte verantwoordelijk voor de enige geslaagde Vikingkolonisatie in het hele gebied van de Lage Landen, Duitsland en Frankrijk. Hij stond namelijk het gebied rondom de Seine, het latere Normandië, af aan Rollo. Rollo kreeg het gebied in leen, mits hij Karel als leenheer erkende en het graafschap tegen andere Vikingen zou verdedigen.
Hoe de verhoudingen werkelijk lagen tussen leenheer en leenman blijkt uit een overgeleverd stukje protocol, dat uitliep op een gênante en komieke vertoning. Om leenman te kunnen worden moest de gevreesde plunderaar en zeerover Rollo deemoedig voor Karel de Eenvoudige knielen en zijn voet kussen. Dit weigerde hij botweg. Als compromis zou nu één van zijn mannen dit doen. Maar zelfs die wilde niet knielen: hij bukte, greep de voet van de koning en tilde die zover op, dat deze zijn evenwicht verloor en achterover stortte.
Om in de West-Frankische adel en samenleving te kunnen integreren moest Rollo uiteraard worden gedoopt. De ceremonie werd verricht door aartsbisschop Franco. Rollo's doopnaam was Robert, naar graaf Robert van Neustrië uit wiens gebieden hij zijn graafschap (de titel hertog duikt hier pas op in de elfde eeuw) had gekerfd, maar die als hoge West-Frankische edele als peetoom wel betrokken was bij zijn doop en opname in de adel.
Rollo kreeg ook de hand van Karels dochter Gisela (Gizla). Voor dit huwelijk moest hij zijn vorige echtgenote Poppa verlaten, die hij na Gisela's dood overigens in 919 opnieuw huwde. De historische gegevens over Poppa en Gisela zijn nog onzekerder dan die over Rollo zelf.
Het graafschap respectievelijk hertogdom Normandië strekte zich uit van Picardië in het noordoosten tot Bretagne in het zuidwesten. In de jaren na 911 hield Rollo zich aardig aan zijn woord: hij bestreed andere Vikingen in het gebied van de Seinemonding, maar bleef wel plunderen in andere delen van Frankrijk, in het zuiden maar in 925 ook in Vlaanderen. Hij breidde met militaire campagnes ook het grondgebied van Normandië uit.
In 918 verscheen Rollo voor het eerst in een historische bron, namelijk een charter van Karel de Eenvoudige ten behoeve van een abdij. Hierin wordt verwezen naar een eerdere schenking aan de 'Noormannen van de Seine', te weten 'Rollo en zijn metgezellen' voor 'de bescherming van het koninkrijk'.
Robert van Neustrië kwam in 921 in opstand tegen Karel de Eenvoudige. Rollo bleef bij deze opstand loyaal aan Karel, maar vergeefs: in 922 werd Robert tot koning gekroond. Hij sneuvelde al in 923 bij Soissons, volgens de overlevering door de hand van de afgezette Karel, die echter de slag verloor en in 928 stierf in gevangenschap.
Rollo bleek in deze jaren ook niet onkwetsbaar. Hij kreeg te maken met formidabele tegenstanders als Arnulf I 'de Grote', die in 918 zijn vader Boudewijn II opvolgde als graaf van Vlaanderen. Arnulf wist zijn graafschap uit te breiden tot aan de Somme. In 926 veroverde hij met graaf Herbert II van Vermandois de Normandische stad Eu op Rollo.
Brits DNA-onderzoek naar Vikingherkomst in Normandië (2015) met 89 vrijwilligers leverde een gemengd, diffuus beeld op. De Vikingelite vormde een dunne bovenlaag, zoals dat ook weer het geval zou zijn nadat Rollo's nakomeling Willem de Veroveraar in 1066 het Angelsakische Engeland had onderworpen. De verfransing en aanpassing van de Vikingen in Normandië begon al snel. Rollo steunde bijvoorbeeld de monnikengemeenschap van het nu zo beroemde Mont-Saint-Michel en liet de schade herstellen die hij er zelf eerder had aangericht. Wel moest Rollo's kleinzoon Richard I volgens Dudo nog de oude taal leren, en spraken de inwoners van Bayeux vaker Deens dan 'Romaans' (oud-Frans).
Zoals andere Vikingbekeerlingen bleef de nieuwbakken christen Rollo tegelijkertijd zijn oude religie trouw. Volgens monnik en geschiedschrijver Adhémar van Chabannes (ca. 1000) offerde hij vóór zijn dood nog zo'n honderd gevangenen aan zijn oude goden, terwijl hij tegelijkertijd honderd pond goud over verschillende kerken verdeelde: een dubbele verzekering voor een gunstig onthaal in het hiernamaals.
Rollo stierf tussen 928, toen hij voor het laatst werd vermeld door de monnik en kroniekschrijver Flodoard van Reims en 933, het jaar waarin zijn zoon en opvolger Willem Langzwaard (Willem I van Normandië) een schenking van land ontving. De grafmonumenten van Rollo en Willem bevinden zich in de kathedraal van Rouen.
De verwarring omtrent Rollo's 'nationaliteit' zorgde in 1911 voor wedijver tussen Noorwegen en Denemarken tijdens de viering van het duizendjarig bestaan van Normandië. De belangrijkste evenementen waren een congres en officiële ontvangsten en plechtigheden in Rouen. Het congres moest bepalen of Rollo een Deen of toch een Noor was geweest. Franse gelegenheidspublicaties hielden vast aan Deense afstamming. De gemeenteraad van Rouen ontving op de eerste feestdag (23 januari) eerst de Deense, vervolgens de Noorse en tenslotte de Zweedse deputaties.
Op zijn beurt reisde de burgemeester van Rouen naar Kristiania (Oslo), Stockholm en Kopenhagen. In Kristiania betoogden de Noren dat de andere twee volken niets met de verovering van Normandië te maken hadden gehad. Rollo was in hun visie een zoon van jarl (graaf) Ragnvald uit het .
Noorse Giske bij Ålesund.
De Noren, pas zelfstandig geworden in 1905 na eeuwenlange dominantie door zowel Denemarken als Zweden, stuurden in 1911 een marineschip naar Rouen met een plechtig te overhandigen runensteen. In een optocht naar Rollo's standbeeld (gemaakt door Arsène Letellier in 1863) naast de abdijkerk van Saint-Ouen, ontplooiden ze tegen alle afspraken in hun nationale vlag. De Zweedse officieren in de stoet trokken zich toen stil terug.
Rouen stuurde in 1911 als vriendschappelijke uitruil een bronzen standbeeld van Rollo naar Ålesund, een kopie van het beeld in Rouen. Het heeft een Frans aandoend trekje, namelijk een grote Gallische snor. In dezelfde periode kreeg ook Fargo in North Dakota (VS) een afgietsel van het beeld van Rollo, vanwege de vele Noorse immigranten hier. Het beeld van Rollo in Ålesund staat in een parkje waar ook een liggend beeld van een Vikingschild is te vinden, een gift van de Normandische stad Eu uit 1998.
De oorsprongskwestie van Rollo doofde maar niet uit en kreeg in 2016 een wetenschappelijk staartje. Een onderzoek door Noorse én Deense wetenschappers in dit jaar gebeurde weliswaar met een omweg. De onderzoekers richtten zich op de resten van Richard I (932-996) en Richard II (963/66-1026), kleinzoon en achterkleinzoon van Rollo. Deze bevonden zich in de Abbaye de la Sainte-Trinité in Fécamp.
Resten van Rollo zelf waren niet meer te traceren. Dat is niet verwonderlijk, gezien de roerige geschiedenis van de Rouaanse kathedraal. De laat-romeinse basiliek is in de elfde eeuw vervangen door een romaanse kerk, die vanaf 1145 weer plaatsmaakte voor een gotische kathedraal, die in 1200 bijna helemaal afbrandde. Verbouwingen gingen nadien eeuwen door. Tijdens de Franse revolutie (1789) is Rollo's praalgraf ook nog eens vernield.
Het onderzoek van de vermeende restanten van Richard I en II bracht een onverwacht resultaat. Analyse van gebitsresten bleek onmogelijk: te oud, te grote blootstelling aan vocht en een te lang verblijf in loden kistjes. De resten waren namelijk herontdekt in 1942, herbegraven in 1947 en nog eens verplaatst en in de kistjes geplaatst in 1956. De klap op de vuurpijl leverde een C14-datering van de bijbehorende skeletresten. Deze hadden een veel hogere ouderdom dan de tiende/elfde eeuw. Eén individu werd op ongeveer 700 gedateerd, het andere zelfs op 300-250 voor Christus! Het ging dus om abusievelijke herbijzettingen. De overblijfselen van Richard I en II bleken net zo spoorloos als die van hun voorvader Rollo.
Uit dit huwelijk een kind.
Bronnen:
Poppa La Captive De Bayeux
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Poppa La Captive De Bayeux, geb. te Bayeux [Frankrijk] circa 883, Comtesse de Valois, ovl. circa 913.
- Vader:
Heribert I graaf van Vermandois, zn. van Pepin II Quentin de Vermandois (heer van Peronne en St.Quentin) en Rothaide de Bobbio, geb. te Noyon [Frankrijk] circa 839, Sire de Péronne et St-Quentin, Comte de Soissons, Comte de Meaux et de Soissons 1er duc de Vermandoi, ovl. te Ormoy [Frankrijk] op 6 nov 902, tr. (1) met Beatrice Hildegarde Lieutgarde de Morvois, dr. van Guérin I de Morvois (Margrave de Neustrie 820-866 Comte de Morvois) en Éve dite de Roussillon dite de Saxe Deparis-De Paris. Uit dit huwelijk 7 kinderen, tr. (2) met Leutgarde Berhe Eve de Troyes, dr. van Adelelme Il de Poitiers (Comte Palatin de Troyes 886*894) en Ermengarde . Uit dit huwelijk een dochter, tr. (3) circa 875 met
|  |
tr. te Bayeux [Frankrijk] op 4 aug 904
met
Robert I le Rollon de hertog de Normandie (Rollo van Normandie).
Robert 1er Le Rollon Robert Ier dit le Marcheur ou le Riche , alias de Normandie de Norvège .
(Robert 1er Le Rollon Rollon (Hrolf) "Le Marcheur" Ragnvaldsson de Normandie) .
(Robert 1er Le Rollon Rollo Ragnvaldsson de Norvège).
Rollo de Noorman , later gedoopt als Robert, was een Viking en de eerste Hertog van Normandië. Hij voerde een groep aan die zich permanent rond de Seinemonding had gevestigd en kwam in 911 tot een vergelijk met de West-Frankische koning Karel de Eenvoudige: in ruil voor de hertogtitel en de hand van zijn dochter, bekeerde hij zich tot het christendom en zou hij nieuwe Vikinginvallen bestrijden.
Rollo is haast zeker geboren in Scandinavië, maar daarbinnen bestaat discussie of hij tot de Noren dan wel de Denen behoorde.[1] Zijn oudste biograaf Dudo van Saint-Quentin werkte in opdracht van zijn kleinzoon Richard I van Normandië en had dus toegang tot de familieherinneringen. Hij noemde Rollo een Deen. De naam zou dan een Latijnse versie van Hrollaugr zijn. Latere Noorse bronnen hebben een omstandige genealogie opgebouwd die hem Hrolfr noemt, zoon van een jarl. Hij zou te vereenzelvigen zijn met Rolf de Wandelaar, een figuur uit de 13e-eeuwse Orkneyinga saga en de Heimskringla. Die heette zo omdat hij een grote en zware man was en geen toenmalig paard sterk genoeg was[2] om hem te dragen en hij dus altijd moest lopen. Volgens deze saga's zou Rollo een zoon zijn van Rognvald Eysteinsson en Hildr Hrólfsdóttir. Na de dood van zijn vader moest hij vluchten uit Noorwegen. Hij is eerst naar familie op de Orkney-eilanden getrokken, en daarna naar familie op de Hebriden. Scandinavische toponiemen in Rollo's Normandische gebied ondersteunen echter eerder een Deense afkomst.
De eerste bekende actie van Rollo zou een aanval op Rouen zijn geweest in 876. Hij verkreeg gastvrijheid bij koning Guthrum van East Anglia. In 885 was hij een van de aanvoerders van de Vikingen tijdens het Beleg van Parijs. Nadat het beleg was opgeheven, leidde hij een plundertocht door Bourgondië. In 886 of 889 trouwde hij met Poppa, die de moeder werd van zijn opvolger Willem Langzwaard. Dudo noemde haar de dochter van graaf Berengar van Bayeux, maar dat gegeven is niet zonder contradicties.
In 911 werd Rollo tijdens een nieuwe rooftocht verslagen bij Chartres. Koning Karel de Eenvoudige besloot echter zaken met Rollo te doen en gaf hem met het Verdrag van Saint-Clair-sur-Epte het gebied rond de Seine-monding in leen, met Rouen als hoofdstad. Rollo nam daarmee de verplichting op zich om de rivier (en dus de stad Parijs) te verdedigen tegen andere Vikingen. Rollo liet zich dopen, scheidde van Poppa en trouwde met Gisela – een dochter van Karel. Volgens de overlevering was er een groot protocolair probleem: om leenman te worden moest Rollo knielen voor de koning en zijn voet kussen maar hij weigerde dat te doen. Bij wijze van compromis zou een van zijn ondergeschikten dat doen, maar die wilde ook niet knielen maar bukte, pakte de voet van de koning en tilde die zover op dat de koning zijn evenwicht verloor en achterover viel. Rollo trouwde in 919 weer met Poppa nadat Gisela was overleden.
Rollo heeft zich goed aan de afspraak gehouden om de Seine tegen andere Vikingen te verdedigen. Maar wel bleef hij zelf oorlog voeren en plundertochten houden in de rest van West-Francië. Hij breidde zijn macht uit tot de rivier de Vire maar bracht na verloop van tijd wel rust in zijn eigen graafschap. Daardoor konden de kloosterlingen van Rouen terugkeren naar hun kloosters, met hun relieken en kostbaarheden.
In 923 hield Rollo nog een plundertocht, samen met de Vikingen die zich aan de Loire hadden gevestigd. Koning Rudolf, Herbert II van Vermandois en Hugo de Grote, probeerden hem te onderwerpen maar werden in 924 door Rollo verslagen. Rudolf was gedwongen om Rollo ook de omgeving van Bayeux en Caen in leen te geven. Daarmee kreeg Normandië, buiten Cotentin dat door de Bretoenen was veroverd, ongeveer zijn huidige vorm. In 925 hield Rollo een veroverings- en plundertocht naar Vlaanderen, Amiens en Noyon. Koning Rudolf en Herbert van Vermandois vielen daarop Normandië binnen, maar werden door Rollo.
.
Vikingleider Rollo (ca. 846-928/933) werd in 911 de eerste graaf van het latere hertogdom Normandië. Hij bekeerde zich tot het christendom en werd de stamvader van een reeks geduchte feodale vorsten. Zijn afstammeling Willem de Veroveraar veroverde vanuit Normandië in 1066 Engeland. In de biografie van Rollo zijn de historische feiten en legendarische overleveringen niet te scheiden. Maar dat geldt ook voor andere roemruchte Vikingen uit de negende eeuw, zoals Ragnar Lodbrok en Ivar de Beenloze.
Was Rollo een Deen of Noor? We weten het niet. Middeleeuwse kroniekschrijvers streefden naar overzichtelijkheid en construeerden graag afstammingslijnen en verwantschappen. Ten aanzien van Rollo zijn er twee tradities. Volgens zijn oudste biograaf Dudo van Saint-Quentin (Historia Normannorum, 996-1015) was hij een Deen. Zijn naam is in dat geval een latinisering van Hrollaugr. De elfde-eeuwse Gesta Normannorum Ducum van Willem van Jumièges volgde deze lijn en voegde nog bijzonderheden toe.
Latere Noorse kronieken schrijven Rollo echter een Noorse afkomst toe en noemen hem Hrolfr. Rollo moest in deze Noorse traditie, volgens de twaalfde-eeuwse Historia Norwegiae, vluchten na een conflict met Erik Bloedbijl, de zoon van de eerste Noorse koning Harald Schoonhaar. Rollo week uit naar de Orkaden (Orkney-eilanden) en vervolgens naar familie op de Hebriden.
Rollo zou bevriend zijn geraakt met de Deense Vikingleider Guthrum, die in 880 koning werd van Oost-Anglië, nadat hij was verslagen door Alfred de Grote. Vanaf de dertiende eeuw kreeg Rollo in de Orkneyinga saga en de Heimskringla van Snorri Sturluson ook de bijnaam de Wandelaar (Ganger-Hrólf). Hij zou zo lang en fors zijn geweest dat geen enkel paard hem kon dragen. We kennen dit verhaal eveneens van de zesde-eeuwse Hygelac, koning van de Gaeten of Denen en een van de personages in het Oudengelse gedicht Beowulf. Hygelac sneuvelde tegen de Franken tijdens een roofexpeditie in het Nederlandse rivierengebied.
Scandinavische toponiemen in Rollo's latere Normandische gebied ondersteunen eerder een Deense afkomst, waarmee Dudo in het gelijk zou zijn gesteld. Dudo was een monnik die ging werken voor Rollo's kleinzoon Richard I van Normandië. Hij schreef zijn kroniek in opdracht en had toegang tot de 'familieherinneringen'.
Verschillende auteurs hebben Rollo ten onrechte geïdentificeerd met de Deense Viking Rodulf (Hróðulfr), die jarenlang plunderde in West-Francië (Frankrijk), Engeland en Friesland inclusief de overige 'Nederlandse' kuststreken. Net als Guthrum en andere prominente Vikingen liet deze Rodulf zich dopen, aldus de Annalen van Egmond:.
Vanwege Rodulfs Walcherse connecties is Rollo ook wel ingedeeld bij de Scaldingi, de Schelde-Vikingen die opereerden vanuit hun basis bij Domburg op Walcheren.
Na zijn vermeende verblijf op Walcheren verscheen Rollo op het 'Franse' toneel. Hij onderhandelde met aartsbisschop Franco van Rouen en beloofde hem Rouen niet te plunderen als hij de stad in bezit kon nemen. Vervolgens nam hij als een van de aanvoerders van een enorme Vikingvloot deel aan het Beleg van Parijs in 885/86. De nog legendarischer Vikingleider Ragnar Lodbrok was al in 845 met een vloot van 120 langschepen en zo'n 5000 strijders de Seine opgevaren en erin geslaagd Parijs te plunderen, een schrikbeeld dat decennia lang een doorn bleef in het Frankische geheugen.
.
Deze keer voeren de Vikingen met 700 schepen en 30.000 tot 40.000 man de Seine op, nadat keizer Karel de Dikke had geweigerd een grote afkoopsom te betalen. De gigantische vloot verscheen voor Parijs in november 885. Enkele aanvallen op de stad mislukten. .
Gedurende twee maanden belegering plunderden de Vikingen ook plaatsen in de wijdere omgeving, zoals Chartres en Le Mans. Bij de inname van Bayeux ontvoerde Rollo Pop(p)a, de dochter van Berenger, graaf van Rennes. Hij trouwde haar 'op Deense wijze' (een wereldlijke verbintenis zonder kerkelijke inzegening). Uit deze relatie kwam Rollo's zoon en erfgenaam Willem Langzwaard voort, aldus Dudo.
Een uitbraak van besmettelijke ziekten in Parijs noopte de stad en Karel de Dikke tot nieuwe onderhandelingen. Karel tastte toch in de beurs en stond de Noormannen toe naar Bourgondië te trekken om te plunderen, omdat daar een opstand was uitgebroken.
Aan het begin van de tiende eeuw was Rollo weer in conflict met de West-Franken en belegerde Chartres. De inname werd volgens de overlevering verijdeld dankzij de belangrijke reliek het Kleed van de Maagd Maria (Sancta Camisia), dat de kerk van Chartres in 876 ten geschenke had gekregen van Karel de Kale. Men hing het Kleed boven een van de stadspoorten als steun voor de verdedigers, die samen met de inwoners onder leiding van onder anderen Ebalus van Aquitanië en Robert van Neustrië (Robert van Parijs) inderdaad de Vikingen wisten te verdrijven.
Rollo was zeker niet definitief verslagen en bond de strijd weer aan. Opnieuw trad aartsbisschop Franco van Rouen op als bemiddelaar, op verzoek van koning Karel de Eenvoudige (Karel III, een late Karolinger). Deze dankte zijn bijnaam aan zijn simpele trant van communicatie en barstte volgens de monnik en auteur Richer van Reims (eind tiende eeuw) nogal eens in tranen uit.
Karel werd in 911 met het Verdrag van Saint-Clair-sur-Epte verantwoordelijk voor de enige geslaagde Vikingkolonisatie in het hele gebied van de Lage Landen, Duitsland en Frankrijk. Hij stond namelijk het gebied rondom de Seine, het latere Normandië, af aan Rollo. Rollo kreeg het gebied in leen, mits hij Karel als leenheer erkende en het graafschap tegen andere Vikingen zou verdedigen.
Hoe de verhoudingen werkelijk lagen tussen leenheer en leenman blijkt uit een overgeleverd stukje protocol, dat uitliep op een gênante en komieke vertoning. Om leenman te kunnen worden moest de gevreesde plunderaar en zeerover Rollo deemoedig voor Karel de Eenvoudige knielen en zijn voet kussen. Dit weigerde hij botweg. Als compromis zou nu één van zijn mannen dit doen. Maar zelfs die wilde niet knielen: hij bukte, greep de voet van de koning en tilde die zover op, dat deze zijn evenwicht verloor en achterover stortte.
Om in de West-Frankische adel en samenleving te kunnen integreren moest Rollo uiteraard worden gedoopt. De ceremonie werd verricht door aartsbisschop Franco. Rollo's doopnaam was Robert, naar graaf Robert van Neustrië uit wiens gebieden hij zijn graafschap (de titel hertog duikt hier pas op in de elfde eeuw) had gekerfd, maar die als hoge West-Frankische edele als peetoom wel betrokken was bij zijn doop en opname in de adel.
Rollo kreeg ook de hand van Karels dochter Gisela (Gizla). Voor dit huwelijk moest hij zijn vorige echtgenote Poppa verlaten, die hij na Gisela's dood overigens in 919 opnieuw huwde. De historische gegevens over Poppa en Gisela zijn nog onzekerder dan die over Rollo zelf.
Het graafschap respectievelijk hertogdom Normandië strekte zich uit van Picardië in het noordoosten tot Bretagne in het zuidwesten. In de jaren na 911 hield Rollo zich aardig aan zijn woord: hij bestreed andere Vikingen in het gebied van de Seinemonding, maar bleef wel plunderen in andere delen van Frankrijk, in het zuiden maar in 925 ook in Vlaanderen. Hij breidde met militaire campagnes ook het grondgebied van Normandië uit.
In 918 verscheen Rollo voor het eerst in een historische bron, namelijk een charter van Karel de Eenvoudige ten behoeve van een abdij. Hierin wordt verwezen naar een eerdere schenking aan de 'Noormannen van de Seine', te weten 'Rollo en zijn metgezellen' voor 'de bescherming van het koninkrijk'.
Robert van Neustrië kwam in 921 in opstand tegen Karel de Eenvoudige. Rollo bleef bij deze opstand loyaal aan Karel, maar vergeefs: in 922 werd Robert tot koning gekroond. Hij sneuvelde al in 923 bij Soissons, volgens de overlevering door de hand van de afgezette Karel, die echter de slag verloor en in 928 stierf in gevangenschap.
Rollo bleek in deze jaren ook niet onkwetsbaar. Hij kreeg te maken met formidabele tegenstanders als Arnulf I 'de Grote', die in 918 zijn vader Boudewijn II opvolgde als graaf van Vlaanderen. Arnulf wist zijn graafschap uit te breiden tot aan de Somme. In 926 veroverde hij met graaf Herbert II van Vermandois de Normandische stad Eu op Rollo.
Brits DNA-onderzoek naar Vikingherkomst in Normandië (2015) met 89 vrijwilligers leverde een gemengd, diffuus beeld op. De Vikingelite vormde een dunne bovenlaag, zoals dat ook weer het geval zou zijn nadat Rollo's nakomeling Willem de Veroveraar in 1066 het Angelsakische Engeland had onderworpen. De verfransing en aanpassing van de Vikingen in Normandië begon al snel. Rollo steunde bijvoorbeeld de monnikengemeenschap van het nu zo beroemde Mont-Saint-Michel en liet de schade herstellen die hij er zelf eerder had aangericht. Wel moest Rollo's kleinzoon Richard I volgens Dudo nog de oude taal leren, en spraken de inwoners van Bayeux vaker Deens dan 'Romaans' (oud-Frans).
Zoals andere Vikingbekeerlingen bleef de nieuwbakken christen Rollo tegelijkertijd zijn oude religie trouw. Volgens monnik en geschiedschrijver Adhémar van Chabannes (ca. 1000) offerde hij vóór zijn dood nog zo'n honderd gevangenen aan zijn oude goden, terwijl hij tegelijkertijd honderd pond goud over verschillende kerken verdeelde: een dubbele verzekering voor een gunstig onthaal in het hiernamaals.
Rollo stierf tussen 928, toen hij voor het laatst werd vermeld door de monnik en kroniekschrijver Flodoard van Reims en 933, het jaar waarin zijn zoon en opvolger Willem Langzwaard (Willem I van Normandië) een schenking van land ontving. De grafmonumenten van Rollo en Willem bevinden zich in de kathedraal van Rouen.
De verwarring omtrent Rollo's 'nationaliteit' zorgde in 1911 voor wedijver tussen Noorwegen en Denemarken tijdens de viering van het duizendjarig bestaan van Normandië. De belangrijkste evenementen waren een congres en officiële ontvangsten en plechtigheden in Rouen. Het congres moest bepalen of Rollo een Deen of toch een Noor was geweest. Franse gelegenheidspublicaties hielden vast aan Deense afstamming. De gemeenteraad van Rouen ontving op de eerste feestdag (23 januari) eerst de Deense, vervolgens de Noorse en tenslotte de Zweedse deputaties.
Op zijn beurt reisde de burgemeester van Rouen naar Kristiania (Oslo), Stockholm en Kopenhagen. In Kristiania betoogden de Noren dat de andere twee volken niets met de verovering van Normandië te maken hadden gehad. Rollo was in hun visie een zoon van jarl (graaf) Ragnvald uit het .
Noorse Giske bij Ålesund.
De Noren, pas zelfstandig geworden in 1905 na eeuwenlange dominantie door zowel Denemarken als Zweden, stuurden in 1911 een marineschip naar Rouen met een plechtig te overhandigen runensteen. In een optocht naar Rollo's standbeeld (gemaakt door Arsène Letellier in 1863) naast de abdijkerk van Saint-Ouen, ontplooiden ze tegen alle afspraken in hun nationale vlag. De Zweedse officieren in de stoet trokken zich toen stil terug.
Rouen stuurde in 1911 als vriendschappelijke uitruil een bronzen standbeeld van Rollo naar Ålesund, een kopie van het beeld in Rouen. Het heeft een Frans aandoend trekje, namelijk een grote Gallische snor. In dezelfde periode kreeg ook Fargo in North Dakota (VS) een afgietsel van het beeld van Rollo, vanwege de vele Noorse immigranten hier. Het beeld van Rollo in Ålesund staat in een parkje waar ook een liggend beeld van een Vikingschild is te vinden, een gift van de Normandische stad Eu uit 1998.
De oorsprongskwestie van Rollo doofde maar niet uit en kreeg in 2016 een wetenschappelijk staartje. Een onderzoek door Noorse én Deense wetenschappers in dit jaar gebeurde weliswaar met een omweg. De onderzoekers richtten zich op de resten van Richard I (932-996) en Richard II (963/66-1026), kleinzoon en achterkleinzoon van Rollo. Deze bevonden zich in de Abbaye de la Sainte-Trinité in Fécamp.
Resten van Rollo zelf waren niet meer te traceren. Dat is niet verwonderlijk, gezien de roerige geschiedenis van de Rouaanse kathedraal. De laat-romeinse basiliek is in de elfde eeuw vervangen door een romaanse kerk, die vanaf 1145 weer plaatsmaakte voor een gotische kathedraal, die in 1200 bijna helemaal afbrandde. Verbouwingen gingen nadien eeuwen door. Tijdens de Franse revolutie (1789) is Rollo's praalgraf ook nog eens vernield.
Het onderzoek van de vermeende restanten van Richard I en II bracht een onverwacht resultaat. Analyse van gebitsresten bleek onmogelijk: te oud, te grote blootstelling aan vocht en een te lang verblijf in loden kistjes. De resten waren namelijk herontdekt in 1942, herbegraven in 1947 en nog eens verplaatst en in de kistjes geplaatst in 1956. De klap op de vuurpijl leverde een C14-datering van de bijbehorende skeletresten. Deze hadden een veel hogere ouderdom dan de tiende/elfde eeuw. Eén individu werd op ongeveer 700 gedateerd, het andere zelfs op 300-250 voor Christus! Het ging dus om abusievelijke herbijzettingen. De overblijfselen van Richard I en II bleken net zo spoorloos als die van hun voorvader Rollo.
Uit dit huwelijk 3 kinderen.
Bronnen:
Aselinde de Rennes
in
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Julia Doets
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Aselinde de Rennes, geb. circa 858, Dame de Rennes, ovl. circa 905.
tr. circa 875
met
Heribert I graaf van Vermandois, zn. van Pepin II Quentin de Vermandois (heer van Peronne en St.Quentin) en Rothaide de Bobbio, geb. te Noyon [Frankrijk] circa 839, Sire de Péronne et St-Quentin, Comte de Soissons, Comte de Meaux et de Soissons 1er duc de Vermandoi, ovl. te Ormoy [Frankrijk] op 6 nov 902, tr. (1) met Beatrice Hildegarde Lieutgarde de Morvois, dr. van Guérin I de Morvois (Margrave de Neustrie 820-866 Comte de Morvois) en Éve dite de Roussillon dite de Saxe Deparis-De Paris. Uit dit huwelijk 7 kinderen, tr. (2) met Leutgarde Berhe Eve de Troyes, dr. van Adelelme Il de Poitiers (Comte Palatin de Troyes 886*894) en Ermengarde . Uit dit huwelijk een dochter. |  |
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Poppa | *883 | Bayeux [Frankrijk] | †913 | | 30 | 1 | 3 |
tr. te Charente [Frankrijk] in 1051
met
Halvisa de Londres, dr. van Thomas de Londres (Lord of Kidwelly) en Eva de Tracy Fitzwarin, geb. te Toddington [Groot Brittanië] circa 1023, ovl. te Saint-Symphorien [Frankrijk] in 1074, tr. (2) met Hugues de Sourches. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Uit dit huwelijk een zoon:

| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Patrick | *1052 | Toddington [Groot Brittanië] | †1086 | Salisbury [Groot Brittanië] | 34 | 1 | 1 |