Genealogische website van Cees Hagenbeek
Willem de Cocq van Châtillon
Willem de Cocq van Châtillon.


Hadewigis
Hadewigis , ovl. na 1291.

tr.
met

Ridder Gerard van Rossem, zn. van Ridder Goossen van Rossem, geb. voor 1291.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
N.N.     


Goossen van Rossem
Ridder Goossen van Rossem, geb. voor 1230, ovl. na 1263.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerard*1291     


Ives II de Nesle Comte de Soissons
Ives II de Nesle Comte de Soissons, graaf van Soissons 1146, ovl. in aug 1178.

tr.
met

Jolenta van Henegouwen, dr. van Boudewijn IV graaf van Henegouwen (graaf van Henegouwen) en Alice (Adelheid) van Namen, ovl. in 1131, tr. (2) met Hugues IV Comte de Saint Pol. Uit dit huwelijk een dochter, tr. (3) met Hugues (Heus) van Chatillon. Uit dit huwelijk 2 kinderen


Jolenta van Henegouwen
Jolenta van Henegouwen, ovl. in 1131.

tr. (1)
met

Ives II de Nesle Comte de Soissons, zn. van Ives de Nesle en Ramentrude de Soissons, graaf van Soissons 1146, ovl. in aug 1178.

tr. (2)
met

Hugues IV Comte de Saint Pol, zn. van Anselme de Saint Pol Seigneur de Lucheux et de Tarentefort en Mathilde ? , ovl. in feb 1205,
, Condavene/Candavene, 1175 Comte, 1192 crusadre, 1200 crusadre, 1204 dominus v.Didymotika.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1180  †1233  53

tr. (3), Dit is niet met bronnen bewezen
met

Hugues (Heus) van Chatillon, zn. van Reinoud II van Chatillon en Constance Fürstin von Antiochien,
, Filiatie niet bewezen, tr. (1) met NN gravin St. Paul (Pol). Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
René*1185     
Philippina     


Arie Paulusse Hoogendoorn
Arie Paulusse Hoogendoorn, geb. in 1686, doopgetuige van zijn kleindochter Meinsje van Konijnenburgh Oegstgeest op 7 sep 1738.

tr.
met

Meinsje Arisse de Groot, dr. van Arie Jansen de Groot en Adriaantje Cornelisse Heijn, doopgetuige van haar kleindochter Meinsje van Konijnenburgh Oegstgeest op 7 sep 1738.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ariaantje*1710  1785 Oegstgeest 75
Geertruij*1715 Willige Langerak    


Ramentrude de Soissons
Ramentrude de Soissons.

tr.
met

Ives de Nesle, ovl. voor 1119.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ives II  †1178   


Rycolt II van Ochten
Rycolt II van Ochten, heer van Isendoorn.

tr.
met

Jutta (Agnes) van Cuijck, dr. van Ridder Hendrik III graaf van Kuyc en NN van Perwez.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aleyt*1225  †1290  65
Bertha  †1281   


Jutta (Agnes) van Cuijck
Jutta (Agnes) van Cuijck.

tr.
met

Rycolt II van Ochten, zn. van Hendrik I van Ochten, heer van Isendoorn.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aleyt*1225  †1290  65
Bertha  †1281   


Hendrik I van Ochten
Hendrik I van Ochten.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rycolt II     


Rycolt I van Ochten
Rycolt I van Ochten.

tr.
met

Marina .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik I     


Marina
Marina .

tr.
met

Rycolt I van Ochten.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik I     


Anna von Schwanenberg
Anna von Schwanenberg, ovl. op 1 aug 1540.

tr.
met

Dietrich von und zu Wylich und Diersfort, zn. van Adolf von und zu Wylich und Diersfort en Elisabeth von Bylant, geb. in 1493, ovl. in 1569,
, zu Diersfort, Wylich, Pröbsting, Winnendal, Dornick, Pfandherr zu Döringen, Erbhofmeister, Rat, Drost zu Dinslaken und Ringenberg, Amtmann zu Bislich, Haffen und Meer, er erhält Haus Winnendal bei Xanten vom Herzog v.Cleve für seine Kinder 2.Ehe
Regestenlijst Duffelt, 448. 1555 November 29 (Haus Diersfordt),
Dietrich von Wylich, Herr zu Diersfordt und Erbhofmeister des Fürstentums Kleve, und seine Frau Raba Tengnagel treffen Bestimmungen über die Verteilung ihrer Verlassenschaft unter die Kinder Dietrichs aus seinen drei Ehen (von den Boetzeler, v.d. Schwanenburg und Tengnagel), tr. (2) met Elviro van Boetzelaer tot Asperen. Uit dit huwelijk 2 dochters, tr. (3) met Raba von Tengnagel. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dietrich*1539  †1583  44


Konrad I von Dortmund Graf de Tremonia
Konrad I von Dortmund Graf de Tremonia.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Konrad II     


Heinrich von Volmestein
Heinrich von Volmestein, geb. voor 1134, ovl. na 1169,
, De Volmudisteine, ministerialis.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik II  †1217   


Ermengarde van Anjou
Ermengarde van Anjou, geb. voor 1070, ovl. Jeruzalem op 1 jun 1146.

tr. (1) voor 1087, (gesch. voor 1090)
met

Willem VIII/IX van Poitiers en Acquitanië, zn. van Willem VI/VIII van Poitou hertog van Aquitanië (hertog van Aquitanië) en Hildegard van Bourgondië, geb. op 22 okt 1071, hertog van Aquitanië en de Gascogne, ovl. op 10 feb 1126, begr. Moustier-Neuf [Frankrijk], tr. (2) met Philippa van Toulouse. Uit dit huwelijk 3 kinderen, tr. (3) met Amalberga Dangerosa de l' Isle-Bouchard, dr. van Bartholomeus de l' Isle-Bouchard en Giberga . Uit dit huwelijk geen kinderen.

tr. (2)
met

Alain IV (VI) Fergent de Bretagne, zn. van Hoel II (V) de Cornouille Duc de Bretagne (Graf v.Cornwall, 1066 Herzog der Bretagne) en Hedwig (Havoise) de Bretagne, ovl. op 13 okt 1119,
, Rufus, Fergaunt, so: Hoel/Eudo, Comte de Bretagne, Herzog von Bretagne (1084), commanded the rear at Hastings, 1066, 6.7.1068 Earl, tr. (2) met Constance van Engeland, dr. van Willem I de Veroveraar hertog van Normandië (koning van Engeland) en Mathilde van Vlaanderen, geb. in 1061, ovl. op 13 aug 1094. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Conan III*1099  †1148  49


Heilwig van Merheim
Heilwig (Hertwig, Hadewich, Margaretha) van Merheim (van Merheym, Mereheym), geb. circa 1183, erfdochter van Merum en half Asten, ovl. circa 1235.

tr. circa 1195
met

Ridder Albert (Albrecht) van Kuyc (Albert van Kuyc, van Cuijck, van Cuyk), zn. van Hendrik II graaf van Cuyck (burggraaf van Utrecht) en Sophia van Rhenen (van Herpen) (erfdochter van Herpen, vermeld 1191-1203), geb. circa 1160, ridder, vermeld 1191-1233, Heer van Cuyk en Grave 1204-1233, van Herpen, Merum en half Asten 1220, ovl. in 1233,
, Getuige bij een schenking van het allodium Herpen aan de Brabantse hertog 1191, heer van Cuyc en Grave 1204-1233, heer van Herpen, Merum en half Asten 1220-1233, stadsgraaf van Utrecht tot 12-3-1220, verkocht zijn rechten voor 200 pond Utrechts, leenman van de bisschop van Utrecht voor het hoge en lage gerecht van Gasperde en Everdingen.

Uit dit huwelijk 6 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik III*1195  †1254  59
Rutger/Rogier*1200  †1267  67
Willem  †1240   
Margaretha     
Dirk*1205  †1260  55
Margaretha/Aleidis?  †1240   


Dirk van Cuijck
Dirk van Cuijck, geb. circa 1205, burggraaf van Leiden (1243), ovl. voor 1260.

tr. Leiden circa 1235, het echtpaar gaat wonen op het door hen gebouwde kasteel het Zand
met

Christina Jacobsdr van Oegstgeest burggravin van Leiden (Kerstine van Oegstgeest), dr. van Jacob burggraaf van Leiden (burggraaf van Leiden (1201-1241)), geb. circa 1220, vrouwe van Leiderdorp en Oegstgeest, ovl. in 1271,
, vermeld 1251-1253, erfdochter van het Leids burggraafschap en het ambacht Leiderdorp en Oegstgeest. LEIDEN, Christina van (gest. vóór 15-5-1276), burggravin. Dochter van Jacob burggraaf van Leiden (actief 1201-1241). Christina van Leiden trouwde (1) [onzeker] met Dirk van Oegstgeest (actief 1221-1242), ridder; (2) [zeker] vóór 30-5-1253 met Dirk van Cuijk (actief 1242-1253), ridder. Uit huwelijk (1) werd wellicht 1 zoon, uit (2) werden 1 of 2 zoons geboren.
Volgens een aantekening in een leenregister uit 1420 werd de erfdochter van de Leidse burggraaf Jacob bij diens overlijden door de grafelijkheid van Holland ‘in voogdij’ genomen. Dit betekende dat de grafelijkheid het bewind over haar erfenis voerde en mogelijk ook dat zij aan het hof van de graaf werd opgevoed. Vaststaat dat zij naderhand werd uitgehuwelijkt aan ‘een jongere broer’ uit de Utrechtse stadsgravenfamilie Van Cuijk. Als eigen inkomen kreeg zij de zogeheten ‘lage rechtspraak’ in Leiden en omstreken mee (Hoek, 54-55). Zij mocht dus een schout benoemen en had recht op een deel van de door deze geheven boetes. Door de familie van haar man werd zij beleend met land en tienden bij Sliedrecht. In een leenbrief uit 1251 noemt haar zwager Hendrik (III) van Cuijk haar ‘mijn lieve Christina, burggravin van Leiden’. Er was toen vermoedelijk nog geen stamhouder, want de leenbrief hield uitdrukkelijk de mogelijkheid open dat het leen op een dochter kon vererven. In 1253 trad Christina, ‘nederige burggravin (castellana) van Leiden’ en ‘gemalin van [Dirk], burggraaf aldaar, ridder’ zelf als leenvrouwe op. Haar man zegelde voor haar ‘omdat wij zelf geen zegel gebruiken’ (Kruisheer, 568, 655). Haar zoon Hendrik staat voor het eerst te boek in 1276. Hij was toen burggraaf van Leiden en leenvolger van zijn kort tevoren overleden moeder. In 1284 oorkondde hij dat burggraaf Jacob van Leiden zijn grootvader was geweest (Beelaerts, 220).
In een verklaring uit 1364 is sprake van een andere zoon van Christina van Leiden. Hij heette heer Willem van Oegstgeest, was ridder, had een dochter Christina, zegelde in 1285 en testeerde in 1312 (Janse, 16-17). Deze Willem zou vernoemd zijn naar een grootvader die in 1201 leefde (Monna, 68-69). Christina van Leiden moet dan eerder getrouwd zijn geweest met een zoon van Willem (I) van Oegstgeest – mogelijk Dirk van Oegstgeest, actief 1221-1242. Een aanwijzing daarvoor zou kunnen zijn dat de wapenzegels van Willem (II) van Oegstgeest uit 1285 en die van burggraaf Dirk van Leiden (zegelt vanaf 1310, zoon en opvolger van burggraaf Hendrik) aanzienlijk verschillen (Beelaerts, 291).
Belangrijker dan deze genealogische puzzels is de vraag hoe Christina’s titel ‘burggravin van Leiden’ in 1251 en 1253 moet worden begrepen. Het burggraafschap was bij de dood van haar vader teruggevallen aan de grafelijkheid. De historicus A. Kluit stelde in 1805 dat dit ‘kasteleinschap’ tot 1276 een mannelijk leen was en dat Christina ‘burggravin van Leiden’ werd genoemd vanwege haar huwelijk met heer Dirk van Cuijk, ‘burggraaf van Leiden’ (Kluit, 261). De genealoog W.A. Beelaerts van Blokland meende echter dat Dirk als burggraaf louter uit naam van zijn gemalin optrad. Vermoedelijk had Kluit gelijk. Ook in dertiende-eeuwse oorkonden van het Hollandse gravenhuis betekende de titel ‘gravin’ namelijk in eerste aanleg ‘gemalin van de graaf’ (Broer, 159-165). Hiermee werd zonder twijfel tevens de toon gezet voor de lagere adel. Dat Christina van Leiden in 1253 als ‘burggravin’ oorkondde, was dus waarschijnlijk alleen omdat haar man burggraaf was. Hun zoon Hendrik heeft dit ambt kennelijk van zijn vader en niet van zijn moeder geërfd.
Naslagwerken
NNBW.
Archieven
Nationaal Archief, Den Haag: toegangen 3.01.01 (Graven van Holland), 3.19.81 (Kopieën Leenregister Huis Wassenaar (Twickel)) en 3.20.87 (Van Wassenaer van Duvenvoorde).
Literatuur
A. Kluit, Historie der Hollandsche staatsregering tot aan het jaar 1795. Vijfde deel (Amsterdam 1805).
W.A. Beelaerts van Blokland, ‘De burggraven van Leiden vóór 1339’, De Nederlandsche Leeuw 39 (1921) 215-222.
C. Hoek, ‘De heren van Matenesse’, De Nederlandsche Leeuw 82 (1965) 32-58.
A.D.A. Monna, ‘De bezittingen van het Leidse burggraafschap’, in: Idem en W.H. Lenselink, Studies over het Zeeuwse en het Leidse burggraafschap (Groningen 1976) 63-106.
J.A. Coldewey, De Heren van Kuyc 1096-1400 (Tilburg 1981).
Oorkondenboek van Holland en Zeeland tot 1299, J.G. Kruisheer ed, 2 (Assen 1986).
J.C. Kort, ‘Repertorium op de grafelijke lenen in Rijnland’, Ons Voorgeslacht 42 (1987) 690-721.
C.J.C. Broer, ‘Echtgenote, deelgenote, lotgenote. Over oorkonden als bron voor vrouwengeschiedenis’, in: M. Mostert e.a. red, Vrouw, familie en macht. Bronnen over vrouwen in de Middeleeuwen (Hilversum 1990) 147-166.
A. Janse, Wie was Willem van Oegstgeest (1201)? (Oegstgeest 2001).

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1260  †1319  59
Willem II     
Lijzebeth     


Dochter Heer Claes van Egmond
Dochter Heer Claes van Egmond.

tr.
met

Zweder II heer van Vianen, zn. van Hubrecht ridder van Vianen en Agniese van Langerak (vermeld 1306-1317/1318),
, Zweder II heer van Vianen, zegelde of 16 okt. 1317 als borg voor Wouter van Amstel van Mijnden ten overstaan van de Hollandse graaf Willem III, op 8 nov. 1323 namens de bisschop van Utrecht (die een dijkgraaf en heemraden voor de Lekdijk benoemde) en op 24 juli 1328 de huwelijkse voorwaarden van Jan van Culemborg, overl. 4 dec. 1333, tr. vermoedelijk een dochter van heer Claes van Egmond.
Op 29 sept. 1326 beloofden graaf Willem III en Willem van Duivenvoorde aan heer Zweder II, die de burcht en de heerlijkheid van Vianen aan hen had overgegeven, hem zijn goederen terug te geven, als hij uit zijn schulden,gered” was.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Heilwig*1333  †1351  18


Luthard van Kleef
Luthard graaf van Kleef.

tr.
met

Bertha ? .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Baldur