Genealogische website van Cees Hagenbeek
Ermentrud von Bidgau
Ermentrud von Bidgau.

tr.
met

Arnulf I Graf van Rumigny-Florennes, zn. van Godefroid im Henngau, ovl. na 28 okt 1010.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gottfried III  †1079   


Godefroid im Henngau
Godefroid im Henngau.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnulf I  †1010   


Odoacar im Bliesgau Und Im Ardennergau
Odoacar Graf im Bliesgau Und Im Ardennergau, ovl. na 902.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wicheric  †923   


Adalhard van Parijs
Adalhard van Parijs, geb. in 830, westfränkischer Pfalzgraf ca 885, ovl. op 10 okt 891,
, omstreeks 885 waarschijnlijk graaf van Parijs,871 Ererbung der `villa Sennecey' von seinem Onkel Graf Eberhard, vor 875 Graf, Missus, 887 Pfalzgraf, 88/884 und 890 Graf, Mitregent in Abwesenheit Karls des Kahlen, um 885 wohl Graf v.Paris.
Zwar tritt in Rec. Ch. III, v. 13.6.919 in Herstal ein Adelardus als scabinus auf. Es dürfte sich jedoch in diesem pactum um einen Nachkommen des um 889-890 verstorbenen Adalhard II, Graf im Moselgau handeln. Der Name Adalhard war in dieser gräflichen Familie für den Erstgeborenen vorherrschend; s. Regin. Chron. SS I, S. 593, a. 882; Wampach, Echternach, S. 370 Z 8, a. 878-897; Ders. Lux. Namensregister; ebd, S. 111,112 Anm. 3, 113f, 115; Wampach Echternach, S. 184, a.895; Jb. G.l. G VIII (1896), S. 211ff, VI (1894, S. 291; Hlawitschka, Anfänge, S. 74 Anm. 18, S. 96 und ebd. Anm. 70, S. 168, Fbl. S. 171.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adelheid*860  †901 Laon [Frankrijk] 41


Kuno I Welf
Kuno I Welf, ovl. na 1020.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hazaga     


Rudof II in Schwaben
Rudof II Graf in Schwaben.

relatie
met

Ita von Öhningen, dr. van Konrad II hertog von Schwaben (hertog van Zwaben) en Richlint von Schwaben.

Uit deze relatie 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Kuno I  †1020   
Welf II  †1030   


Rudof I Welf van Altdorf
Rudof I Welf van Altdorf, geb. circa 905, graf in Schwaben, ovl. circa 940.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rudof II     


Heinrich "mit Dem Golden Wagen" in Schwaben
Heinrich "mit Dem Golden Wagen" in Schwaben, ovl. tussen 925 en 934,
, Heinrich mit dem goldenen Wagen, Graf im Ammergau, Stifter des Klosters Altdorf, soll mit einem goldenen Wagen als Talisman in vorgeschriebener Zeit ein großes Gebiet in Schwaben umritten haben, mit dem er dann nach kaiserlichem Versprechen belehnt wurde; v.Damm, filiation?

relatie
met

Atha von Hohenwart, ovl. na 975.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rudof I*905  †940  35


Eticho I von Altdorf
Eticho I Graf von Altdorf, ovl. circa 910,
, Graf im Ammergau, Graf und V v.Buchau, Graf im Eritgau, Graf im Breis- und Affagau, im Breisgau, Gründer von Ettal, filiation?

relatie
met

Adelinde von Babenberg, dr. van Heinrich in Friesland Dux Austrasiorum en Baba van Spoleto, ovl. na 915.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Heinrich  †925   


Ansgard van Bourgondië
Ansgard van Bourgondië, ovl. na 8 nov 879,
, Tochter des Grafen Harduin v.Burgund (erzwingt Scheidung), Ehe ?.3.862, + nach 2.11.879.

tr. in 862
met

Lodewijk II van West-Francië (Lodewijk II de Stamelaar of de Stotteraar.), zn. van Keizer Karel II 'de Kale' van West-Francië (koning, der Kahle, le Chauve, Regierte 25.12.875-6/13.8/10./8.12.877) en Ermentrudis van Orléans, geb. op 1 nov 846, ovl. Compiègne [Frankrijk] op 10 apr 879, begr. Compiègne (klooster Notre-Dame) [Frankrijk] op 11 apr 879, tr. (1) met Adelheid van Parijs. Uit dit huwelijk 2 kinderen


Willa von Buchau
Willa von Buchau, geb. circa 830.

tr.
met

Welf I Graf im Argengau, zn. van Koenraad I graaf in de Argen- en de Linzgau en Adelheid/Aelis van Tours (Gräfin im Argen- und Linzgau), geb. circa 825, ovl. voor 876,
, 834-859 Graf im Argen-, Linz- und Schussengau, 852-858 Graf im Alpgau.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Eticho I  †910   


Ato von Buchau
Ato von Buchau.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willa*830     


Adelinde von Babenberg
Adelinde von Babenberg, ovl. na 915.

relatie
met

Eticho I Graf von Altdorf, zn. van Welf I Graf im Argengau en Willa von Buchau, ovl. circa 910,
, Graf im Ammergau, Graf und V v.Buchau, Graf im Eritgau, Graf im Breis- und Affagau, im Breisgau, Gründer von Ettal, filiation?

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Heinrich  †925   


Atha von Hohenwart
Atha von Hohenwart, ovl. na 975.

relatie
met

Heinrich "mit Dem Golden Wagen" in Schwaben, zn. van Eticho I Graf von Altdorf en Adelinde von Babenberg, ovl. tussen 925 en 934,
, Heinrich mit dem goldenen Wagen, Graf im Ammergau, Stifter des Klosters Altdorf, soll mit einem goldenen Wagen als Talisman in vorgeschriebener Zeit ein großes Gebiet in Schwaben umritten haben, mit dem er dann nach kaiserlichem Versprechen belehnt wurde; v.Damm, filiation?

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rudof I*905  †940  35


Ita von Öhningen
Ita von Öhningen.

relatie
met

Rudof II Graf in Schwaben, zn. van Rudof I Welf van Altdorf (graf in Schwaben).

Uit deze relatie 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Kuno I  †1020   
Welf II  †1030   


Goossen van Lijnden
Goossen van Lijnden, ovl. circa 1455,
, Zijn huwelijksvrienden waren BARTHOLD VAN GENT, Heer van Loenen, WILLEM HUSCKE, JOHAN Heer VAN HOMOET EN WISCH, en JAKOB VAN AMBE. Hij transporteert in 1448 met zijn schoonvader GIJSBERT VAN RANDWYCK, Graaf in Doornick, Thinsen, zu Hofsteden en 50 Vlaamsche ponden aan zijn zwager GIJSBERT VAN RANDWYCK. Hij stierf omstreeks 1455. Zijne weduwe was tegenwoordig bij het huwelijk harer dochter CUNERA VAN LIJNDEN in 1457 met OTTO VAN BYLANDT. Zij hertrouwde omstreeks 1457 JOHAN VAN BEMMEL, Graaf in Doornick. Hij zegelde in 1436 mede het Verbond van de Landschaps en was op den Landdag. Hij kocht met zijn vrouw in 1457 de Heerlijkheid Doornick ten behoeve van hun onmondigen zoon GOOSSEN, was in 1460 op de Riddercedule te Setten, zegelde in 1463 als Graaf in Doornick, overleed in 1472 en was zoon van ALARD VAN BEMMEL en WOLBE VAN WEZE.

tr. (1) in 1436
met

Derrica (Dirkje) van Randwijck (Friedericke van Handwyck), dr. van Gijsbert van Randwijck (graaf van Doornick) en Elisabeth van Dornick, ovl. in 1480,
, Een akte uit 1483. waarin Johan van Randwijck en zijn vrouw Johanna vanWees aan Johanna van Randwijck, weduwe van Gijsbert van Randwijk een rente in het kerspel van Heusden verkopen. Hun borgen zijn Bartholomeus van Eck Bartholomeusz en Allert van BemmelWillemsz en zal deze rente na Johanna's dood komen aan Gijsberta van Randwijck ehevrouwe van Allard van Bemmel, haar
dochter en aan de kinderen van Bartholomeus van Eck die hij gehad heeft bij wijlen Bata van Randwijck, tr. (2) met Johan van Bemmel. Uit dit huwelijk 2 zonen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cunera  †1491   

tr. (2)
met

Walburga van Benthem, ovl. in 1392.

tr. (3)
met

Anna van Blitterswijck.

tr. (4)
met

Catharina van Montfoort, dr. van Zweder II burggraaf van Montfoort (burggraaf van Montfoort) en Mechteld van Culemborgh


Derrica van Randwijck
Derrica (Dirkje) van Randwijck (Friedericke van Handwyck), ovl. in 1480,
, Een akte uit 1483. waarin Johan van Randwijck en zijn vrouw Johanna vanWees aan Johanna van Randwijck, weduwe van Gijsbert van Randwijk een rente in het kerspel van Heusden verkopen. Hun borgen zijn Bartholomeus van Eck Bartholomeusz en Allert van BemmelWillemsz en zal deze rente na Johanna's dood komen aan Gijsberta van Randwijck ehevrouwe van Allard van Bemmel, haar
dochter en aan de kinderen van Bartholomeus van Eck die hij gehad heeft bij wijlen Bata van Randwijck.

tr. (1) in 1436
met

Goossen van Lijnden, zn. van Dirk van Lijnden en Adelise van Winssen, ovl. circa 1455,
, Zijn huwelijksvrienden waren BARTHOLD VAN GENT, Heer van Loenen, WILLEM HUSCKE, JOHAN Heer VAN HOMOET EN WISCH, en JAKOB VAN AMBE. Hij transporteert in 1448 met zijn schoonvader GIJSBERT VAN RANDWYCK, Graaf in Doornick, Thinsen, zu Hofsteden en 50 Vlaamsche ponden aan zijn zwager GIJSBERT VAN RANDWYCK. Hij stierf omstreeks 1455. Zijne weduwe was tegenwoordig bij het huwelijk harer dochter CUNERA VAN LIJNDEN in 1457 met OTTO VAN BYLANDT. Zij hertrouwde omstreeks 1457 JOHAN VAN BEMMEL, Graaf in Doornick. Hij zegelde in 1436 mede het Verbond van de Landschaps en was op den Landdag. Hij kocht met zijn vrouw in 1457 de Heerlijkheid Doornick ten behoeve van hun onmondigen zoon GOOSSEN, was in 1460 op de Riddercedule te Setten, zegelde in 1463 als Graaf in Doornick, overleed in 1472 en was zoon van ALARD VAN BEMMEL en WOLBE VAN WEZE, tr. (2) met Walburga van Benthem. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (3) met Anna van Blitterswijck. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (4) met Catharina van Montfoort. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cunera  †1491   

tr. (2) circa 1457
met

Johan van Bemmel, zn. van Alard van Bemmel en Wobbe van Wees, geb. in 1430, ovl. na 1467.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Goossen*1457  †1517  60
Albert  †1480 Heusden  


Gijsbert van Randwijck
Gijsbert van Randwijck, graaf van Doornick, ovl. in 1455,
, Hij begeeft zich in dienst van Jan van Beieren, Graaf van
Holland en wordt in den slag van Gorinchem gevangen genomen 1 April 1419. Hij is lid van de Geldersche Ridderschap en voegt zich bij het verbond dat dezelve in 1418 voor den Hertog gemaakt had. 1419. Hij en Elisabeth, zijn vrouw, transporteeren 2 Hofsteden te Randwijck gelegen aan Gijsbert van Randwijck, zijn voorzoon 1436. Hij verschijnt op den Landslag te Nijmegen 1436. Hij is Richter van Overbetuwe en zegelt met het volle wapen van Randwijck, de hond staande op den helm. 1437. Hij koopt de Heerlijkheid Dornick van Johan Heer van Rossem 1437. Hij voert den titel van Greve en Graaf in Dornick in brieven van 1444, 1447, 1448, 1452. Hij tocht zijne vrouw Elisabeth van Dornick aan Huijs, Heerlijkheid
enz. van Dornick 1437. Ambtman van Overbetuwe 1439-1440.
Hij bekomt eenige goederen, getransporteerd door de drie broeders van Eede 1440. Met zijn vrouw Lijsbeth en haar zoons Rutger en Arndt verschrijft hij 20 gld. uit den Roever aan
Meester Goossen van Lienden 1444. Hij krijgt als Graaf van
Doornick voor den Thinsheer den Here van Egmont, eenige
goederen aan hem getransporteerd door Bartha van Laer 1445. Hij verkoopt als Graaf in ‘Dornick met Lijsbeth zijn vrouw
als Principalen en Rutger en Arndt van Randwijck, Goosen
van Lienden en Jacob van Ambe als waarborgen, eenige Thinsen, 2 Hofsteden en 50 Vlaamsche ponden aan Gijsbert van Randwijck Gijsbertsz 1448. Hij vernieuwt te Cleef den leeneed wegens Dornick 1449. Hij is dood en wordt zijn zoon Rutgerbeleend met Dornick 1455. Voor zijn dood had hij van Johan van Lijnden eenig land in Hemmen tegen over het Huis in Dornick te leen gehouden en na zijn dood bekende zijn vrouw Lijsbeth en zijn zoon Rutger van Randwijck, dat dit land aan Johan van Lijnden behoorde, St. Urbaansdag 1455.
12.3.1471
Ghysbert van Randwyck, dem die Brüder Florys und Johan vanMyerlar, Ailart van
Ghoir, Johan van Dript und Herman van Zandwyck 105 rhein. Gulden schuldeten, quittiert über deren
Zahlung.Bitte an die Gebrüder Goert und Rutgher van Randwyck, Bartholomeus van Eck,
Bartholomeus' Sohn, und Aillart van Bemmel, Wilhelms Sohn, um Mitbesiegelung.

tr. (1)
met

Elisabeth (Lijsbeth) van Dornick (Elisabeth Pieck), ovl. tussen 1436 en 1437 (na 1457),
, Wordt ook vermeld als Elisabeth van Dornick zij was door haar man voor den Leenheer den Hertog van Cleve getocht aan Huis en Heerlijkheid Dornick 1437.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rutger  †1459   
Derrica  †1480   
Gijsbert  †1455   
Fulswina     

tr. (2)
met

Lijsbeth Pieck


Elisabeth van Dornick
Elisabeth (Lijsbeth) van Dornick (Elisabeth Pieck), ovl. tussen 1436 en 1437 (na 1457),
, Wordt ook vermeld als Elisabeth van Dornick zij was door haar man voor den Leenheer den Hertog van Cleve getocht aan Huis en Heerlijkheid Dornick 1437.

tr.
met

Gijsbert van Randwijck, zn. van Rutger van Randwijck en Alvera van Laekmonde, graaf van Doornick, ovl. in 1455,
, Hij begeeft zich in dienst van Jan van Beieren, Graaf van
Holland en wordt in den slag van Gorinchem gevangen genomen 1 April 1419. Hij is lid van de Geldersche Ridderschap en voegt zich bij het verbond dat dezelve in 1418 voor den Hertog gemaakt had. 1419. Hij en Elisabeth, zijn vrouw, transporteeren 2 Hofsteden te Randwijck gelegen aan Gijsbert van Randwijck, zijn voorzoon 1436. Hij verschijnt op den Landslag te Nijmegen 1436. Hij is Richter van Overbetuwe en zegelt met het volle wapen van Randwijck, de hond staande op den helm. 1437. Hij koopt de Heerlijkheid Dornick van Johan Heer van Rossem 1437. Hij voert den titel van Greve en Graaf in Dornick in brieven van 1444, 1447, 1448, 1452. Hij tocht zijne vrouw Elisabeth van Dornick aan Huijs, Heerlijkheid
enz. van Dornick 1437. Ambtman van Overbetuwe 1439-1440.
Hij bekomt eenige goederen, getransporteerd door de drie broeders van Eede 1440. Met zijn vrouw Lijsbeth en haar zoons Rutger en Arndt verschrijft hij 20 gld. uit den Roever aan
Meester Goossen van Lienden 1444. Hij krijgt als Graaf van
Doornick voor den Thinsheer den Here van Egmont, eenige
goederen aan hem getransporteerd door Bartha van Laer 1445. Hij verkoopt als Graaf in ‘Dornick met Lijsbeth zijn vrouw
als Principalen en Rutger en Arndt van Randwijck, Goosen
van Lienden en Jacob van Ambe als waarborgen, eenige Thinsen, 2 Hofsteden en 50 Vlaamsche ponden aan Gijsbert van Randwijck Gijsbertsz 1448. Hij vernieuwt te Cleef den leeneed wegens Dornick 1449. Hij is dood en wordt zijn zoon Rutgerbeleend met Dornick 1455. Voor zijn dood had hij van Johan van Lijnden eenig land in Hemmen tegen over het Huis in Dornick te leen gehouden en na zijn dood bekende zijn vrouw Lijsbeth en zijn zoon Rutger van Randwijck, dat dit land aan Johan van Lijnden behoorde, St. Urbaansdag 1455.
12.3.1471
Ghysbert van Randwyck, dem die Brüder Florys und Johan vanMyerlar, Ailart van
Ghoir, Johan van Dript und Herman van Zandwyck 105 rhein. Gulden schuldeten, quittiert über deren
Zahlung.Bitte an die Gebrüder Goert und Rutgher van Randwyck, Bartholomeus van Eck,
Bartholomeus' Sohn, und Aillart van Bemmel, Wilhelms Sohn, um Mitbesiegelung, tr. (2) met Lijsbeth Pieck. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 8 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Rutger  †1459   
Derrica  †1480   
Gijsbert  †1455   
Fulswina     


Gijsbert van Randwijck
Gijsbert van Randwijck, ovl. circa 1455.