Genealogische website van Cees Hagenbeek
Cornelis van Ginkel
Cornelis van Ginkel, geb. Utrecht op 19 jan 1811, ovl. Utrecht op 10 sep 1849,
, hij is pas 16 jaar als hij trouwt met Hendrika.

tr. Utrecht op 12 nov 1827
met

Hendrika Neeltje Phaff, dr. van Johann Gottlieb Phaff en Johanna van Veersen, geb. Utrecht circa 1806, ovl. Utrecht op 7 sep 1849,
, erkend: Johan Godfried geb: 21-04-1827 Utrecht.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan*1827 Utrecht †1863 Amsterdam 36
Anton*1830 Utrecht †1853 Arnhem 23


Hendrika Neeltje Phaff
Hendrika Neeltje Phaff, geb. Utrecht circa 1806, ovl. Utrecht op 7 sep 1849,
, erkend: Johan Godfried geb: 21-04-1827 Utrecht.

tr. Utrecht op 12 nov 1827
met

Cornelis van Ginkel, zn. van Teunis van Ginkel en Mechtelina (Metjen) Hagenbeck, geb. Utrecht op 19 jan 1811, ovl. Utrecht op 10 sep 1849,
, hij is pas 16 jaar als hij trouwt met Hendrika.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan*1827 Utrecht †1863 Amsterdam 36
Anton*1830 Utrecht †1853 Arnhem 23


Johann Gottlieb Phaff
Johann Gottlieb Phaff, geb. Schoenberg bij Eylau (Pruisen) [Duitsland] circa 1765, ovl. Utrecht op 12 apr 1847.

tr. (1)
met

Johanna van Veersen, ovl. Utrecht op 18 apr 1820.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrika*1806 Utrecht †1849 Utrecht 43

tr. (2) Utrecht op 24 jan 1821
met

Maria Margaretha Hagenbeck, dr. van Wilhelm Hagenbeck modo auf dem Berg (Steuermann) en Helena Scholten, ged. Beeck [Duitsland] op 17 nov 1774, ovl. Utrecht op 25 jul 1835


Henrich Nüssmann
Hendrik (Henrich) Nüssmann, geb. Ruhrort (D) op 14 mrt 1769, ged. Ruhrort (D) op 19 mrt 1769, timmerman, ovl. Arnhem op 26 feb 1855.

tr.
met

Heiltje Wiggers, dr. van Derk Wiggers en Sebadijna Pas, geb. Velp op 20 mrt 1763, ovl. Arnhem op 21 jan 1845.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1798  †1838 Arnhem 39
Arent*1804 Arnhem †1870 Arnhem 66
Sebadina*1801  †1843 Arnhem 41
Derk*1796 Arnhem    
Frans*1794 Arnhem    


Jobst Lohman
Joost (Jobst) Lohman, geb. Ruhrort (D), Schiffszimmermann, begr. Ruhrort (D) op 7 jan 1814.

tr. Meiderich bei Duisburg [Duitsland] op 9 okt 1750
met

Anna Catharina Sassenhaus, dr. van Vader Sassenhaus, ovl. Ruhrort (D) op 24 jan 1785, begr. Ruhrort (D) op 29 jan 1785, tr. (1) met Frans (Franz) Nüssmann (Nüsman). Uit dit huwelijk 3 kinderen.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Peter*1759     
Conrad*1751  †1814 Ruhrort (D) 63


Dietrich von Plettenberg
Dietrich von Plettenberg.

tr.
met

Barbara Scheiffert van Merode.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth     


Barbara Scheiffert van Merode
Barbara Scheiffert van Merode.

tr.
met

Dietrich von Plettenberg.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth     


Geertruida van Ginkel
Geertruida van Ginkel, geb. Utrecht op 11 jun 1826, ovl. Arnhem op 1 dec 1861.

tr. (1) Rheden op 22 dec 1849
met

Jan Jacob Jansen, geb. Velp in 1824.

tr. (2) Arnhem in 1853
met

Gerrit Frederik Lorentz, zn. van Tobias Hendrik Lorentz en Teuniske Mol, geb. Arnhem op 24 jan 1822, ovl. Arnhem op 26 nov 1893, tr. (2) met Luberta Cornelia Hupkes. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1853 Arnhem †1928 Haarlem 74


Maria Bernadina van Ginkel
Maria Bernadina van Ginkel, geb. Beusichem op 9 feb 1839.

tr. Wijk bij Duurstede op 6 okt 1864
met

Gerrit Boer, zn. van Jan Boer en Dirkje Cornelia Kuijlenburg, geb. Culemborg in 1838, ovl. Arnhem op 23 jul 1866


Jan Jacob Jansen
Jan Jacob Jansen, geb. Velp in 1824.

tr. Rheden op 22 dec 1849
met

Geertruida van Ginkel, dr. van Teunis van Ginkel en Maria Magdalena Simons, geb. Utrecht op 11 jun 1826, ovl. Arnhem op 1 dec 1861, tr. (2) met Gerrit Frederik Lorentz. Uit dit huwelijk een zoon


Gerrit Frederik Lorentz
Gerrit Frederik Lorentz, geb. Arnhem op 24 jan 1822, ovl. Arnhem op 26 nov 1893.

tr. (1) Arnhem in 1853
met

Geertruida van Ginkel, dr. van Teunis van Ginkel en Maria Magdalena Simons, geb. Utrecht op 11 jun 1826, ovl. Arnhem op 1 dec 1861, tr. (1) met Jan Jacob Jansen. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1853 Arnhem †1928 Haarlem 74

tr. (2) Utrecht op 30 jul 1862
met

Luberta Cornelia Hupkes, dr. van Derk Hupkes en Jaantje Wenting, geb. Rheden in 1820, ovl. Arnhem op 23 feb 1897


Tobias Hendrik Lorentz
Tobias Hendrik Lorentz.

tr.
met

Teuniske Mol.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit*1822 Arnhem †1893 Arnhem 71


Teuniske Mol
Teuniske Mol.

tr.
met

Tobias Hendrik Lorentz.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit*1822 Arnhem †1893 Arnhem 71


Aletta Catharina Kaiser
Aletta Catharina Kaiser,
, oprichting Leidse afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, Aletta was bestuurslid.

tr. in 1881
met

prof dr Hendrik Antoon Lorentz, zn. van Gerrit Frederik Lorentz en Geertruida van Ginkel, geb. Arnhem op 18 jul 1853, hoogleraar natuurkunde, H.B.S. Arnhem 1866-1869, Secretaris van de Hollandse Maatschappij de Wetenschappen, Staatsexamen gymnasium 1869, Studie wis- en natuurkunde aan RU Leiden in 1870, Kandidaatsexamen in 1871, Docent wiskunde in 1872, Doctoraal examen wis- en natuurkunde in 1873, Promotie wis- en natuurkunde RU Leiden in 1875, Hoogleraar theoretische natuurkunde RU Leiden van 1878 tot 1912, Formulering elektronentheorie in 1895, Nobelprijswinnaar in 1902, Buitengewoon hoogleraar RU Leiden in 1912, Curator van het natuurkundig kabinet van het Teyler museum in 1912, Voorzitter staatscommissie Zuiderzee van 1918 tot 1926, Bijzonder hoogleraarschap in 1923, ovl. Haarlem op 4 feb 1928,
, Hendrik Antoon Lorentz was een van Nederlands grootste natuurkundigen en winnaar van de Nobelprijs voor de Natuurkunde 1902. Hij ontving de Nobelprijs samen met Pieter Zeeman voor hun onderzoek naar de invloed van magnetisme op spectraallijnen: het Zeemaneffect. Lorentz deed vooral theoretisch onderzoek naar de elektromagnetische eigenschappen van materie: zijn elektronentheorie. Hij kwam tot de veronderstelling, dat de afmeting van voorwerpen beïnvloed wordt door hun snelheid (de Lorentzcontractie) evenals hun massa. Ook nam hij aan dat de lichtsnelheid de hoogst mogelijke snelheid is. Daarmee legde hij de basis voor de speciale relativiteitstheorie van Albert Einstein. Lorentz was de nestor van de natuurkundigen in zijn tijd: Einstein keek tegen hem op. De Lorentzkracht op een stroomvoerende draad of geleider in een magneetveld is naar hem vernoemd, evenals onder meer de lorentztransformatie uit de speciale relativiteitstheorie, de Lorentz-Lorenz-formule voor de brekingsindex en de lorentzverdeling uit de statistiek.
Lorentz kwam uit een familie van bemiddelde tuinders in Arnhem. Zijn vader was Gerrit Frederik Lorentz (1822-1893) en zijn moeder Geertruida van Ginkel (1826-1861). Na de dood van zijn moeder in 1861 hertrouwde zijn vader met Luberta Hupkes (1819/1820-1897). In de Steenstraat te Arnhem hangt een plaquette op zijn "geboortehuis" .
Na afloop van de lagere school ging Lorentz in 1866 meteen naar de derde klas van de nieuwe HBS aldaar. Hij had hoge cijfers, niet alleen voor exacte vakken, maar ook voor talen. Lorentz sprak later vloeiend Engels, Frans en Duits, wat hem bij zijn vele internationale contacten goed van pas kwam. Met een HBS-diploma kon Lorentz destijds niet naar de universiteit. Daarom deed hij staatsexamen in Latijn en Grieks, alvorens in 1870 aan de Rijksuniversiteit Leiden wis-, natuur- en sterrenkunde te gaan studeren bij onder meer de hoogleraren Pieter van Geer, Pieter Rijke en Frederik Kaiser. Na zijn kandidaatsexamen keerde Lorentz in 1872 naar zijn geboorteplaats terug om thuis verder te studeren. Tot 1878 gaf hij in Arnhem wiskundeles aan de plaatselijke avondschool. Op 11 december 1875 promoveerde Lorentz op het proefschrift "Over de theorie der terugkaatsing en breking van het licht." Hierin verklaarde hij deze verschijnselen voor het eerst vanuit de elektromagnetische theorie van James Maxwell in de interpretatie van Helmholtz.
In 1881 trouwde Lorentz met Aletta Catharina Kaiser (1858-1931), een nicht van de sterrenkundige Frederik Kaiser en dochter van Johann Wilhelm Kaiser, de directeur van het latere Rijksmuseum. Ze kregen twee dochters en een zoon. De oudste dochter Geertruida Luberta (1885-1973) studeerde natuurkunde te Leiden, waar zij bij haar vader promoveerde in 1912. De tweede dochter, Johanna Wilhelmina (1889-..) huwde Hendrik Carel Leemhorst, die later burgemeester van Hoorn zou worden.
In 1877 beriep de Universiteit Utrecht Lorentz als hoogleraar wiskunde, maar hij sloeg dit aanbod af: hij dacht privaatdocent aan de universiteit van Leiden te kunnen worden. Door de nieuwe Wet op het Hoger Onderwijs werd naast de leerstoel van professor Rijke een tweede in de natuurkunde ingesteld. Omdat prof. dr. J.D. van der Waals zijn benoeming aan de Gemeente Universiteit van Amsterdam aannam, kwam Lorentz in aanmerking. Zo werd hij in 1878, als een van de eersten in Europa, tot hoogleraar in het nieuwe afzonderlijke vak theoretische natuurkunde benoemd aan de Rijksuniversiteit Leiden. Op 25 januari 1878 hield Lorentz zijn inaugurele rede: "De moleculaire theorieën in de natuurkunde." Hij was toen pas 24 jaar oud. De rest van zijn leven zou hij aan de universiteit Leiden verbonden blijven. Hij gaf colleges natuurkunde aan onder meer natuur- en geneeskundestudenten en schreef een aantal leerboeken. Ook richtte hij een laboratorium voor studenten in. Toen zijn collega experimentele natuurkunde Kamerlingh Onnes door zwakke gezondheid colleges moest opgeven, nam Lorentz die van hem over.
Van zijn vijfentwintig promovendi werden vooral Leonard Ornstein (promotie 1908 over Gibbs' statistische thermodynamica) en Adriaan Fokker (promotie 1913 over Brownse beweging) bekend.
Einstein en Lorentz in Leiden (1921) Vanaf 1900 werd Lorentz internationaal bekend in de wetenschappelijke wereld. In 1902 won hij met Pieter Zeeman de Nobelprijs voor de Natuurkunde voor onderzoek naar de invloed van magnetisme op de kleuren van het licht van een natriumvlam (Zeemaneffect, magnetische splitsing van spectraallijnen). In 1906 gaf hij gastcolleges aan de Columbia University te New York, die in gedrukte dictaatvorm zeer bekend werden als "The theory of Electrons and its applications to the problems of light and radiant heat."
Later, in de jaren 20, deed hij op drie tournees diverse Amerikaanse universiteiten aan als gastdocent. Vanaf 1910 was hij organisator en voorzitter van baanbrekende Solvayconferenties over onder meer vroege kwantummechanica met Marie Curie, Albert Einstein, Max Planck, Ernest Rutherford en vele anderen. In 1923 aanvaardde hij de benoeming door de Volkenbond tot secretaris van de Commission internationale de coopération intellectuelle, onder voorzitterschap van de Franse filosoof Henri Bergson. In 1925 werd Lorentz voorzitter. Hij spande zich in om de samenwerking tussen onderzoekers uit de landen die elkaar na de Eerste Wereldoorlog boycotten te herstellen. In Nederland werkte Lorentz in 1918 mee aan de oprichting van de Wetenschappelijke Commissie van advies en onderzoek in het belang van volkswelvaart en weerbaarheid, een voorloper van de Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek.
Politiek was Lorentz actief binnen de Vrijzinnig Democratische Bond, terwijl de sociale kwestie en de volksopvoeding zijn levendige belangstelling hadden: in 1910 werd op zijn initiatief de eerste openbare bibliotheek van Leiden gesticht. Hij gaf graag populaire lezingen over natuurkunde voor belangstellenden.
Lorentz was voorzitter van de Onderwijsraad, afdeling hoger onderwijs van 1921 tot 1926, en drukte zijn stempel op de verdeling van leerstoelen en het nieuwe Academisch Statuut. Voor zijn internationale rol als verzoener was het voorzitterschap (1906-1921) van de sectie natuurkunde van de Akademie van Wetenschappen van belang.
Buitengewoon hoogleraar en conservator In 1912 ging Lorentz vervroegd met emeritaat als gewoon hoogleraar. Hij werd conservator van het Fysisch Kabinet bij Teylers Museum in Haarlem. Wel bleef hij, nu als buitengewoon hoogleraar, zijn "maandagochtendcolleges" geven in Leiden. Paul Ehrenfest volgde hem op als gewoon hoogleraar theoretische natuurkunde en stichtte het instituut voor theoretische natuurkunde, dat nu het Instituut-Lorentz heet.
Vanaf 1920 trad Lorentz ook op als secretaris van de Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen te Haarlem.
Staatscommissie Zuiderzee.
De naar Lorentz genoemde sluizen bij Kornwerderzand Na zijn emeritaat werkte Lorentz van 1918 tot 1926 mee aan plannen voor de drooglegging van de Zuiderzee. Hij stelde de golfvergelijking op, waarmee de waterhoogtes - en daarmee benodigde dijkhoogtes - na afsluiting door de Afsluitdijk voorspeld konden worden. Hij leidde de Staatscommissie Zuiderzee (ook wel "Commissie Lorentz" genoemd). Lorentz stelde voor het probleem van de waterhoogten op te lossen met numerieke wiskunde. De bewegingsvergelijkingen voor water moesten opgelost worden voor de geulen. Het werk van deze commissie is van grote betekenis geweest voor het waterloopkundig onderzoek in Nederland. Na voltooiing van de Afsluitdijk in 1933 bleken de voorspellingen van de commissie juist. De Lorentzsluizen zijn naar hem vernoemd.
Overlijdensadvertentie H.A. Lorentz Tot op het eind van zijn leven stelde Lorentz collega's niet teleur als deze benieuwd waren naar "wat Lorentz ervan vond". Op 4 februari 1928 overleed hij op 74-jarige leeftijd aan een belroosinfectie met koortsaanvallen.
Hij werd onder massale belangstelling en aanwezigheid van tal van collega-wetenschappers en hoogwaardigheidsbekleders begraven op begraafplaats Kleverlaan in Haarlem. Er werden zelfs extra treinen ingezet om alle deelnemers aan de begrafenis ter plekke te krijgen.
Hendrik Antoon Lorentz, in 1916 geschilderd door Menso Kamerlingh Onnes Licht en elektromagnetisme. In zijn promotieonderzoek toonde Lorentz voor het eerst aan dat de elektromagnetische theorie van James Maxwell de regels van lichtbreking en -terugkaatsing minstens zo goed kon verklaren als de rivaliserende theorie van Augustin Jean Fresnel. Bovendien had de theorie van Maxwell het voordeel dat deze transversale golven toestond. Lorentz kon in 1875 de kleurschifting van het licht verklaren en in 1878 het verband tussen dichtheid van een stof en zijn brekingsindex: de Lorentz-Lorenz-formule.
Elektronentheorie. De oorspronkelijke wetten van Maxwell konden niet verklaren waarom stoffen zo sterk verschillen in hun optisch gedrag. Lorentz wel, door combinatie van zijn kennis van Maxwells werk en de moleculaire theorie van Boltzmann. Optische eigenschappen van stoffen voerde hij terug op elektrische eigenschappen van atomen en moleculen. Deze bevatten volgens Lorentz gelijke ladingsdragers, de elektronen, die harmonisch trillen door invallende straling. Aanvankelijk noemde Lorentz ze in aansluiting op de toen nieuwe scheikundige terminologie nog "ioonen". Lorentz omschreef ze als "uiterst kleine deeltjes, geladen met elektriciteit, die in geweldige aantallen binnen alle ponderabele stof aanwezig zijn, en door welker verdeling en beweging wij alle elektrische en optische verschijnselen die niet beperkt zijn tot de vrije ether trachten te verklaren."
In de theorie van Lorentz bevonden de elektronen en andere ladingsdragers zich in de overal eendere ether die in absolute rust verkeert. Voor de lichtvoortplanting door de ether gelden de wetten van Maxwell, en de ether en de geladen deeltjes werken op elkaar in via een elektromagnetische kracht die naar hem werd vernoemd, de lorentzkracht. Met kathodestraalbuizen kan de lorentzkracht gedemonstreerd worden.
Een van de voorspellingen van Lorentz was dat in een magnetisch veld de spectraallijnen van atomen zich zouden moeten splitsen. Deze splitsing werd in experimenteel werk van Pieter Zeeman inderdaad aangetroffen, en voor deze ontdekking ontvingen Lorentz en Zeeman in 1902 gezamenlijk de Nobelprijs "in recognition of the extraordinary service they rendered by their researches into the influence of magnetism upon radiation phenomena" (als blijk van erkenning voor de buitengewone dienst die zij verleenden door hun onderzoek naar de invloed van magnetisme op stralingsverschijnselen).
Lorentzcontractie De manier waarop licht zich voortplant door de ether stond eind 19e eeuw zeer in de belangstelling. Men dacht dat de snelheid van het licht, als dat reist door dit veronderstelde medium, op de snel door de ether bewegende Aarde in verschillende richtingen een verschillende waarde zou hebben. Zoals bleek uit het interferometer-experiment van Albert Michelson en Edward Morley, was dit echter niet het geval. De lichtsnelheid bleek in alle richtingen precies gelijk te zijn. Dit betekende een paradigmaverschuiving, omdat daaruit bleek dat licht zich heel anders gedroeg dan geluid, waarover in die tijd al veel meer bekend was. Nog steeds is het gegeven dat de lichtsnelheid altijd constant is moeilijk te begrijpen en leidt het ogenschijnlijk tot de vreemdste paradoxen.
Lorentz ontwikkelde om dit experiment te begrijpen het begrip van lokale tijd. Hij stelde ook voor dat lichamen die de snelheid van het licht benaderen, zich samentrekken (korter worden). Dit wordt aangeduid met de term lorentzcontractie. In de vergelijkingen van Maxwell diende op bepaalde plaatsen een factor te worden toegevoegd, waarbij v de snelheid van het voorwerp is, en c de lichtsnelheid.
Lorentz zag de lokale tijd die hij ontwikkelde als een puur wiskundige manier om de natuurkundige experimenten te beschrijven. Met deze inzichten stond Lorentz echter aan de basis van de relativiteitstheorie, die ten volle door Albert Einstein werd ontwikkeld.
Erkenning en onderscheidingen. Poincaré en Einstein Internationaal brak Lorentz door met zijn elektronentheorie en lorentztransformaties. De Franse wis- en natuurkundige Henri Poincaré schreef in 1902:
"De meest bevredigende theorie is die van Lorentz, die zonder twijfel het best de bekende feiten verklaart.. dankzij Lorentz zijn de resultaten van Fizeau voor de optica van bewegende lichamen, de wetten van normale en abnormale dispersie en van absorptie met elkaar in verband gebracht.. Merk op hoe gemakkelijk het nieuwe Zeeman-verschijnsel werd opgenomen, en zelfs hielp bij de indeling van Faradays magnetische rotatie, die alle pogingen van Maxwell had weerstaan. — Poincaré, 1902 ". Het respect dat Lorentz genoot wordt treffend tot uitdrukking gebracht door O.W. Richardsons beschrijving van Lorentz' begrafenis in 1928:
De begrafenis vond plaats op vrijdag, 10 februari, in Haarlem. Klokslag 12 uur werden bij wijze van eerbetoon de telegraaf- en telefoondiensten in Nederland drie minuten stilgelegd. Sir Ernest Rutherford hield een toespraak namens de British Royal Society. Lorentz was een vaderfiguur voor Albert Einstein. Deze verklaarde de relatief beperkte roem van Lorentz als volgt:
"De natuurkundigen van de jongere generatie zijn zich meestal niet meer ten volle bewust van de beslissende rol, die H.A. Lorentz speelde bij de vorming van de fundamentele ideeën van de theoretische natuurkunde. Dit wonderlijke feit berust hierop, dat de grondslag van Lorentz' ideeën hun zozeer vlees en bloed geworden is, dat zij nauwelijks nog in staat zijn zich voor te stellen hoe vermetel deze ideeën waren en hoever ze het natuurkundig fundament vereenvoudigden. [..] Voor mij betekende hij meer dan alle anderen die ik op mijn levensweg ontmoette. — Einstein, 1953 ".
Lorentz heeft zeer veel prijzen ontvangen voor zijn belangrijke werk. Met Pieter Zeeman ontving hij in 1902 de Nobelprijs voor de Natuurkunde. Hij werd in 1905 gekozen tot lid van de Royal Society, en hij ontving van dit Wetenschappelijk genootschap de Rumford Medal in 1908 en de Copley Medal in 1918.

 

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Geertruida*1885 Leiden †1973  87


Gerrit Boer
Gerrit Boer, geb. Culemborg in 1838, ovl. Arnhem op 23 jul 1866.

tr. Wijk bij Duurstede op 6 okt 1864
met

Maria Bernadina van Ginkel, dr. van Teunis van Ginkel en Maria Magdalena Simons, geb. Beusichem op 9 feb 1839


Jan Boer
Jan Boer.

tr.
met

Dirkje Cornelia Kuijlenburg.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit*1838 Culemborg †1866 Arnhem 28


Dirkje Cornelia Kuijlenburg
Dirkje Cornelia Kuijlenburg.

tr.
met

Jan Boer.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit*1838 Culemborg †1866 Arnhem 28


Maartje Berends
Maartje Berends (Beerends, Barents, Beerns, Barends Louws),
, in de trouwregisters wordt zij vermeld als afkomstig van Holwerd, maar ook Leeuwarden. Martje heeft een broer Hendrik Berends getrouwd met Sjoukje Ages, volgens hetzelfde doopboek in Holwerd.

otr. Leeuwarden op 14 okt 1780, tr. Dokkum op 5 nov 1780, kerk.huw. Leeuwarden op 5 nov 1780, Brant is afkomstig van Holwerd en Martje Barend Louws van Leeuwarden
met

Brant de Geest, zn. van Derck de Geest (tabaksplanter) en Hendrikje Everts, ged. Oosterbeek op 3 aug 1755.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk*1781 Dokkum    
Johanna*1783 Dokkum    
Dirk*1788 Dokkum    


Johanna de Geest
Johanna de Geest, geb. Dokkum op 5 jul 1783, ged. Dokkum op 13 jul 1783 Sijtske Jans, weduwe van Jan Jansen.

tr. Arnhem op 20 apr 1815
met

Henricus Lambertus Jansen, zn. van Albert Jansen en Dorothea Evers, geb. Arnhem, pottebakkersknecht


Hendrick de Geest
Hendrick (Jan Hendrik) de Geest, geb. Oosterbeek circa 1784, tuinman.

tr. (1) Utrecht op 21 okt 1812
met

Johanna Zweers, dr. van Hendrik Zweers en Hendrina van Minkelen, geb. Rheden circa 1786, ovl. Laren op 18 jun 1826.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1812 Utrecht †1852 Arnhem 40
Jenneke*1815 Utrecht †1887 Velp 72
Hendrik*1816     

tr. (2) Laren op 31 aug 1827
met

Grietjen ten Arve, dr. van Hendrik ten Arve (daghuurder) en Willemken Wentzink (daghuurster), geb. (Ruurlo) circa 1778