Genealogische website van Cees Hagenbeek
Adelheid van Sulzbach
Adelheid van Sulzbach.

tr. in 1160
met

Boleslaw I de Lange van Polen, zn. van Wladislaw II van Polen en Agnes van Oostenrijk, geb. in 1127, Hertog van SileziŽ-Bresau (1163-1201), ovl. in 1201.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik I*1163  Ü1238 Krosno [Poland] 74


Wladislaus Odonic van Groot Polen
Wladislaus Odonic van Groot Polen (Odo von Posen, Piasten van Polen), geb. in 1190, Hertog van Kalisz (1208-mogelijkerwijze 1218), ovl. op 5 jun 1239,
, Wladislas Odonic (in het Pools Wladyslaw Odonic of Plwacz) (1190 Ė Poznan, 5 juni 1239) was een zoon van Odo van Posen.
In 1206 kon de jonge Wladislas Odonic niet langer aanzien dat een van Groot-Polen verloren ging en komt in conflict met zijn oom en opvoeder Wladislaus Spillebeen. Deze had de streek van Kalisz (die toekwam aan Wladislas Odonic) afgestaan aan SileziŽ. Wladislas weet een deel van de adel van Groot-Polen voor zijn zaak te winnen, evenals de aartsbisschop van Gniezno, Hendrik Kietlicz. De poging om Wladislaus Spillebeen omver te werpen, wordt echter een mislukking. Wladislaus Odonic vlucht naar het hof van Hendrik I met de Baard van SileziŽ die hem de troon van Kalisz aanbiedt in 1208. Wladislaus Odonic, Lech de Witte en Koenraad van MazoviŽ bevestigen in 1210 in Borzykowa de vele privileges aan de kerk van Leczyca uit 1180. De kerk verwerft het privilege van de immuniteit (ze kon eigen rechtbanken hebben).
In 1218 werd Wladislaus Odonic verjaagd door zijn oom Wladislaus Spillebeen en zocht zijn toevlucht bij Swietopelk II van Pommeren. Met diens steun begon hij in 1223 de verovering van Groot-Polen, die in 1229 werd afgerond. Tijdens een bijeenkomst van de piasten in 1227 in Gasawa werd Lech de Witte gedood toen hij in een hinderlaag werd gelokt door Swietopelk II van Pommeren en Wladislaus Odonic. Hendrik I met de Baard werd daarbij zwaargewond. Begin 1231 lanceert Hendrik I een tegenoffensief tegen Groot-Polen om Wladislaus Odonic omver te werpen en Wladislaus Spillebeen in zijn plaats te zetten. De aanval mislukte evenwel.
Wanneer Wladislaus Odonic belangrijke priviliges toestond aan de bisschop en het kapittel van Poznan lokt dat in 1233 een opstand van de adel van Groot-Polen uit.Hendrik I met de Baard maakt van deze gelegenheid gebruik om beslag te leggen op een groot deel van Groot-Polen. Met uitzondering van Ujscie en Naklo slaagde hij er in om Groot-Polen volledig te veroveren.
Hij was gehuwd met Hedwig van Pommeren.

tr.
met

Hedwig van Pommeren.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Salomea  Ü1271   
Boleslaw*1221  Ü1279  57
Przemysl I Trebniz [Duitsland] Ü1257   


Hedwig van Pommeren
Hedwig van Pommeren.

tr.
met

Wladislaus Odonic van Groot Polen (Odo von Posen, Piasten van Polen), zn. van Odo van Groot Polen en Wyszeslawa van GaliciŽ, geb. in 1190, Hertog van Kalisz (1208-mogelijkerwijze 1218), ovl. op 5 jun 1239,
, Wladislas Odonic (in het Pools Wladyslaw Odonic of Plwacz) (1190 Ė Poznan, 5 juni 1239) was een zoon van Odo van Posen.
In 1206 kon de jonge Wladislas Odonic niet langer aanzien dat een van Groot-Polen verloren ging en komt in conflict met zijn oom en opvoeder Wladislaus Spillebeen. Deze had de streek van Kalisz (die toekwam aan Wladislas Odonic) afgestaan aan SileziŽ. Wladislas weet een deel van de adel van Groot-Polen voor zijn zaak te winnen, evenals de aartsbisschop van Gniezno, Hendrik Kietlicz. De poging om Wladislaus Spillebeen omver te werpen, wordt echter een mislukking. Wladislaus Odonic vlucht naar het hof van Hendrik I met de Baard van SileziŽ die hem de troon van Kalisz aanbiedt in 1208. Wladislaus Odonic, Lech de Witte en Koenraad van MazoviŽ bevestigen in 1210 in Borzykowa de vele privileges aan de kerk van Leczyca uit 1180. De kerk verwerft het privilege van de immuniteit (ze kon eigen rechtbanken hebben).
In 1218 werd Wladislaus Odonic verjaagd door zijn oom Wladislaus Spillebeen en zocht zijn toevlucht bij Swietopelk II van Pommeren. Met diens steun begon hij in 1223 de verovering van Groot-Polen, die in 1229 werd afgerond. Tijdens een bijeenkomst van de piasten in 1227 in Gasawa werd Lech de Witte gedood toen hij in een hinderlaag werd gelokt door Swietopelk II van Pommeren en Wladislaus Odonic. Hendrik I met de Baard werd daarbij zwaargewond. Begin 1231 lanceert Hendrik I een tegenoffensief tegen Groot-Polen om Wladislaus Odonic omver te werpen en Wladislaus Spillebeen in zijn plaats te zetten. De aanval mislukte evenwel.
Wanneer Wladislaus Odonic belangrijke priviliges toestond aan de bisschop en het kapittel van Poznan lokt dat in 1233 een opstand van de adel van Groot-Polen uit.Hendrik I met de Baard maakt van deze gelegenheid gebruik om beslag te leggen op een groot deel van Groot-Polen. Met uitzondering van Ujscie en Naklo slaagde hij er in om Groot-Polen volledig te veroveren.
Hij was gehuwd met Hedwig van Pommeren.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Salomea  Ü1271   
Boleslaw*1221  Ü1279  57
Przemysl I Trebniz [Duitsland] Ü1257   


Odo van Groot Polen
Odo van Groot Polen (Piasten van Polen), geb. in 1145, ovl. op 29 apr 1194,
, Graaf van Posen (circa 1177 - 20 april 1194), Graaf van Kalisz (1193 - 20 april 1194)
Odo van Groot-Polen (1145- 20 april 1194) was een zoon van Mieszko III van Polen en Elisabeth van Hongarije. In 1177 vervoegt Odo de opstand tegen zijn vader in Klein-Polen. Odo verwijt zijn vader de kinderen uit zijn tweede huwelijk met Eudoxia te bevoordelen en wil Groot-Polen met geweld veroveren. Casimir II de Rechtvaardige die op de toon van Krakau komt, biedt Odo Posen aan. Odo voert de strijd tegen zijn vader verder tot in 1179 en verplicht hem af te treden en te vluchten. Tijdens deze verwarde periode huwt Odo met de dochter van vorst Jaroslaw I van GaliciŽ, die hem een zoon schenkt, Wladislaus Odonic, en een dochter.
In 1181, valt Mieszko III de Oude samen met Pommeren, Groot-Polen aan en verplicht zijn zoon zoon Odo om hem Groot-Polen en Posen af te staan. Odo kan alleen het zuiden van Groot-Polen houden.
Wanneer zijn jongere broer Mieszko de Jonge in 1193 overlijdt, volgt Odo hem op in Kalisz.
Na zijn dood is zijn zoon Wladislaus Odonic nog te jong en wordt het regentschap waargenomen door Odo's halfbroer, ťtant Wladislas III Spillebeen, terwijl Mieszko de Oude het hertogdom Kalisz neemt.

tr.
met

Wyszeslawa van GaliciŽ.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wladislaus*1190  Ü1239  48


Wyszeslawa van GaliciŽ
Wyszeslawa van GaliciŽ.

tr.
met

Odo van Groot Polen (Piasten van Polen), zn. van Miecislaw III van Polen (hertog van Groot-Polen) en Elisabeth van Hongarije, geb. in 1145, ovl. op 29 apr 1194,
, Graaf van Posen (circa 1177 - 20 april 1194), Graaf van Kalisz (1193 - 20 april 1194)
Odo van Groot-Polen (1145- 20 april 1194) was een zoon van Mieszko III van Polen en Elisabeth van Hongarije. In 1177 vervoegt Odo de opstand tegen zijn vader in Klein-Polen. Odo verwijt zijn vader de kinderen uit zijn tweede huwelijk met Eudoxia te bevoordelen en wil Groot-Polen met geweld veroveren. Casimir II de Rechtvaardige die op de toon van Krakau komt, biedt Odo Posen aan. Odo voert de strijd tegen zijn vader verder tot in 1179 en verplicht hem af te treden en te vluchten. Tijdens deze verwarde periode huwt Odo met de dochter van vorst Jaroslaw I van GaliciŽ, die hem een zoon schenkt, Wladislaus Odonic, en een dochter.
In 1181, valt Mieszko III de Oude samen met Pommeren, Groot-Polen aan en verplicht zijn zoon zoon Odo om hem Groot-Polen en Posen af te staan. Odo kan alleen het zuiden van Groot-Polen houden.
Wanneer zijn jongere broer Mieszko de Jonge in 1193 overlijdt, volgt Odo hem op in Kalisz.
Na zijn dood is zijn zoon Wladislaus Odonic nog te jong en wordt het regentschap waargenomen door Odo's halfbroer, ťtant Wladislas III Spillebeen, terwijl Mieszko de Oude het hertogdom Kalisz neemt.

Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wladislaus*1190  Ü1239  48


Boleslaw III "de Verkwister" van Liegnitz
Boleslaw III "de Verkwister" van Liegnitz, geb. op 23 sep 1291, ovl. op 21 apr 1352,
, Hertog van Breslau, Leignietz en Brieg (1302-1311), Hertog van Brieg (1311-1352), Hertog van Liegnitz (1312-1342).
Boleslaw III van Liegnitz, bijgenaamd de Verkwister (23 september 1291 - 21 april 1352) was een zoon van Hendrik V de Dikke en Elisabeth van Polen. Na de dood van zijn vader in 1305, werd hij hertog van Breslau, Liegnitz en Brieg, samen met zijn broers. Vanaf 1311, was hij hertog van Brieg en van 1312 tot 1342 regeerde hij over Liegnitz. In 1329 werd hij vazal van Bohemen.
Na het overlijden van Margaretha huwde hij nog met Catharina (-1358), dochter van Mladen II äubic.

tr.
met

Margaretha van Bohemen, dr. van Wenceslaus II van Bohemen en Julia van Habsburg, geb. in 1286, ovl. in 1322.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lodewijk I*1321  Ü1398  77


Margaretha van Bohemen
Margaretha van Bohemen, geb. in 1286, ovl. in 1322.

tr.
met

Boleslaw III "de Verkwister" van Liegnitz, zn. van Hendrik V "de Dikke" van SileziŽ en Elisabeth van Polen, geb. op 23 sep 1291, ovl. op 21 apr 1352,
, Hertog van Breslau, Leignietz en Brieg (1302-1311), Hertog van Brieg (1311-1352), Hertog van Liegnitz (1312-1342).
Boleslaw III van Liegnitz, bijgenaamd de Verkwister (23 september 1291 - 21 april 1352) was een zoon van Hendrik V de Dikke en Elisabeth van Polen. Na de dood van zijn vader in 1305, werd hij hertog van Breslau, Liegnitz en Brieg, samen met zijn broers. Vanaf 1311, was hij hertog van Brieg en van 1312 tot 1342 regeerde hij over Liegnitz. In 1329 werd hij vazal van Bohemen.
Na het overlijden van Margaretha huwde hij nog met Catharina (-1358), dochter van Mladen II äubic.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lodewijk I*1321  Ü1398  77


Wenceslaus II van Bohemen
Wenceslaus II van Bohemen, geb. op 17 sep 1271, ovl. op 21 jun 1305,
, Koning van Bohemen (1278-1305), Markgraaf van MoraviŽ (1285-1305), Koning van Polen (1300-1305).
Wenceslaus II van Bohemen' (17 september 1271 Ė 21 juni 1305), uit het geslacht der Premysliden, was een zoon van koning Ottokar II van Bohemen en Kunigonde van Halytsj. Hij volgde zijn vader op als koning van Bohemen in 1278 en werd markgraaf van MoraviŽ in 1285. Hij werd door de Poolse edelen tot koning van Polen verkozen in 1300.

tr. (1) in 1285
met

Julia van Habsburg (Jutta van Habsburg, Judith van Habsburg, Gutta van Habsburg), dr. van Koning Rudolf I/IV graaf van Habsburg en Gertrud Anna von Hohenberg, geb. Rheinfelden [Zwitserland] op 13 mrt 1271, ovl. Praag op 10 jun 1297,
, Julia van Habsburg, ook Gutta en Jutta (Rheinfelden, 13 maart 1271 - Praag, 10 juni 1297) was een dochter van Rudolf I van Habsburg en van Gertrude van Hohenburg. Zij huwde in 1285 met Wenceslaus II van Bohemen en steunde diens expansieplannen richting SileziŽ en Polen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1286  Ü1322  36

tr. (2) na 1297
met

Elisabeth Richezza van Polen, dr. van Przemysl II van Polen en Richeza Valdemarsdotter Bjelbo-van Zweden,
, Koningin van Bohemen (na 1297 - 21 juni 1305, 1306-1307)
lisabeth Richezza van Polen (1 september 1286 - 18 oktober 1335) was het enig overlevend kind van Przemysl II van Polen en van diens tweede echtgenote Richezza van Zweden. Zij werd koningin van Bohemen als tweede echtgenote van Wenceslaus II van Bohemen en werd dat weer na haar huwelijk in 1306 met Rudolf van Habsburg.
Na de dood van haar tweede echtgenoot, Rudolf trok zij zich terug in Hradec KrŠlovť. Zij bleef ongehuwd, maar had wel een minnaar, Hendrik van LipŠ, tr. (2) met Rudolph III von Habsburg van Oosterijk van Bohemen, zn. van Albrecht I van Habsburg en Elisabeth van KarinthiŽ. Uit dit huwelijk geen kinderen


Julia van Habsburg
Julia van Habsburg (Jutta van Habsburg, Judith van Habsburg, Gutta van Habsburg), geb. Rheinfelden [Zwitserland] op 13 mrt 1271, ovl. Praag op 10 jun 1297,
, Julia van Habsburg, ook Gutta en Jutta (Rheinfelden, 13 maart 1271 - Praag, 10 juni 1297) was een dochter van Rudolf I van Habsburg en van Gertrude van Hohenburg. Zij huwde in 1285 met Wenceslaus II van Bohemen en steunde diens expansieplannen richting SileziŽ en Polen.

tr. in 1285
met

Wenceslaus II van Bohemen, zn. van Ottokar II van Bohemen (Koning van Bohemen (1253-1278)) en Kunigonde van SlavoniŽ, geb. op 17 sep 1271, ovl. op 21 jun 1305,
, Koning van Bohemen (1278-1305), Markgraaf van MoraviŽ (1285-1305), Koning van Polen (1300-1305).
Wenceslaus II van Bohemen' (17 september 1271 Ė 21 juni 1305), uit het geslacht der Premysliden, was een zoon van koning Ottokar II van Bohemen en Kunigonde van Halytsj. Hij volgde zijn vader op als koning van Bohemen in 1278 en werd markgraaf van MoraviŽ in 1285. Hij werd door de Poolse edelen tot koning van Polen verkozen in 1300, tr. (2) met Elisabeth Richezza van Polen. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1286  Ü1322  36


Elisabeth Richezza van Polen
Elisabeth Richezza van Polen,
, Koningin van Bohemen (na 1297 - 21 juni 1305, 1306-1307)
lisabeth Richezza van Polen (1 september 1286 - 18 oktober 1335) was het enig overlevend kind van Przemysl II van Polen en van diens tweede echtgenote Richezza van Zweden. Zij werd koningin van Bohemen als tweede echtgenote van Wenceslaus II van Bohemen en werd dat weer na haar huwelijk in 1306 met Rudolf van Habsburg.
Na de dood van haar tweede echtgenoot, Rudolf trok zij zich terug in Hradec KrŠlovť. Zij bleef ongehuwd, maar had wel een minnaar, Hendrik van LipŠ.

tr. (1) na 1297
met

Wenceslaus II van Bohemen, zn. van Ottokar II van Bohemen (Koning van Bohemen (1253-1278)) en Kunigonde van SlavoniŽ, geb. op 17 sep 1271, ovl. op 21 jun 1305,
, Koning van Bohemen (1278-1305), Markgraaf van MoraviŽ (1285-1305), Koning van Polen (1300-1305).
Wenceslaus II van Bohemen' (17 september 1271 Ė 21 juni 1305), uit het geslacht der Premysliden, was een zoon van koning Ottokar II van Bohemen en Kunigonde van Halytsj. Hij volgde zijn vader op als koning van Bohemen in 1278 en werd markgraaf van MoraviŽ in 1285. Hij werd door de Poolse edelen tot koning van Polen verkozen in 1300, tr. (1) met Julia van Habsburg, dr. van Koning Rudolf I/IV graaf van Habsburg en Gertrud Anna von Hohenberg. Uit dit huwelijk een dochter.

tr. (2) in 1306
met

Rudolph III von Habsburg van Oosterijk van Bohemen, zn. van Albrecht I van Habsburg en Elisabeth van KarinthiŽ, geb. in 1282, ovl. Horaschdowitz [Czechoslovakia(ex)] op 4 jul 1307,
, Hertog van Oosternrijk en Stiermarken (1298-1307), Koning van Bohemen (1306-1307).
Hertog van Oosternrijk en Stiermarken (1298-1307), Koning van Bohemen (1306-1307), tr. (1) met Blanche van Frankrijk1. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Bronnen:
1.Pedigrees of Some of the Emperor Charlemagne's Descendants (B 042), Marcellus Donald L. von Redlich, Genealogical Publishing Co., Inc, ISBN 0-8063-0494-4 (blz. 65)


Ottokar II van Bohemen
Ottokar II van Bohemen, geb. in 1232, Koning van Bohemen (1253-1278), ovl. op 26 aug 1278,
, Ottokar II Premysl (?, 1232 - DŁrnkrut (Neder-Oostenrijk), 26 augustus 1278) was een jongere zoon van koning Wenceslaus I en Cunigonde van Hohenstaufen. Hij werd koning van Bohemen in 1253 tot 1278 in opvolging van zijn vader. Hij vormde in Midden-Europa een groot rijk via erfenissen (KarinthiŽ, Krain en Stiermarken) en veroveringen (Oostenrijk, SileziŽ en Slowakije), maar moest ten slotte het onderspit delven tegen keizer Rudolf I en verloor het grootste deel van zijn gebieden op het einde van zijn leven.
Ottokar huwde tweemaal. Een eerste huwelijk ging hij aan in 1252 met Margaretha van Babenberg (1205-1267), weduwe van Hendrik van Swabia. Dit huwelijk was duidelijk politiek gedreven opdat hij zo rechten kon laten gelden op Oostenrijk als schoonbroer van de laatste Babenberg-hertog. Het bleef kinderloos en werd ongeldig- en nietig verklaard in 1261. Een tweede maal huwde hij met Kunigunde van Halitsch (1246-1285).
Daarnaast had hij ook nog een aantal onwettige kinderen verwekt bij minnaressen, onder meer Nicolaas I van Troppau.
In 1255 werd de burcht Koningsbergen in het Samland (Pruisen) naar Ottokar II vernoemd onder de naam Conigsberg (later KŲnigsberg in Oost-Pruisen tot 1946).

tr. in 1261
met

Kunigonde van SlavoniŽ, geb. in 1246, ovl. op 9 sep 1285,
, Cunigonde van SlavoniŽ of van Halytsj en van Kiev (?, 1246 - Krumau, 9 september 1285) was een dochter van de heerser over SlavoniŽ Rostislav Mihailovich, en van Anna van Hongarije, zelf een dochter van Bťla IV van Hongarije. Haar vader riep zichzelf in 1256 uit tot koning van Bulgarije. Cunigonde huwde in 1261 met pas gescheiden Ottokar II van Bohemen.
Na de dood van haar echtgenoot in 1278 werd zij regentes voor de jonge Wenceslaus II in een fel ingekrompen Bohemen, dat alleen nog de streek rond Praag behelsde.
Cunigonde trouwde een tweede keer met een Boheems magnaat, Zavish, heer van Falkenstejn aen Rozmberk in 1284. Zavish zou haar overleven, hertrouwen en tenslotte terechtgesteld worden in 1290, tr. (2) met Zavish van Falkenstejn aen Rozmberk. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wenceslaus II*1271  Ü1305  33


Kunigonde van SlavoniŽ
Kunigonde van SlavoniŽ, geb. in 1246, ovl. op 9 sep 1285,
, Cunigonde van SlavoniŽ of van Halytsj en van Kiev (?, 1246 - Krumau, 9 september 1285) was een dochter van de heerser over SlavoniŽ Rostislav Mihailovich, en van Anna van Hongarije, zelf een dochter van Bťla IV van Hongarije. Haar vader riep zichzelf in 1256 uit tot koning van Bulgarije. Cunigonde huwde in 1261 met pas gescheiden Ottokar II van Bohemen.
Na de dood van haar echtgenoot in 1278 werd zij regentes voor de jonge Wenceslaus II in een fel ingekrompen Bohemen, dat alleen nog de streek rond Praag behelsde.
Cunigonde trouwde een tweede keer met een Boheems magnaat, Zavish, heer van Falkenstejn aen Rozmberk in 1284. Zavish zou haar overleven, hertrouwen en tenslotte terechtgesteld worden in 1290.

tr. (1) in 1261
met

Ottokar II van Bohemen, zn. van Wenceslaus I van Bohemen en Cunigonde van Hohenstaufen, geb. in 1232, Koning van Bohemen (1253-1278), ovl. op 26 aug 1278,
, Ottokar II Premysl (?, 1232 - DŁrnkrut (Neder-Oostenrijk), 26 augustus 1278) was een jongere zoon van koning Wenceslaus I en Cunigonde van Hohenstaufen. Hij werd koning van Bohemen in 1253 tot 1278 in opvolging van zijn vader. Hij vormde in Midden-Europa een groot rijk via erfenissen (KarinthiŽ, Krain en Stiermarken) en veroveringen (Oostenrijk, SileziŽ en Slowakije), maar moest ten slotte het onderspit delven tegen keizer Rudolf I en verloor het grootste deel van zijn gebieden op het einde van zijn leven.
Ottokar huwde tweemaal. Een eerste huwelijk ging hij aan in 1252 met Margaretha van Babenberg (1205-1267), weduwe van Hendrik van Swabia. Dit huwelijk was duidelijk politiek gedreven opdat hij zo rechten kon laten gelden op Oostenrijk als schoonbroer van de laatste Babenberg-hertog. Het bleef kinderloos en werd ongeldig- en nietig verklaard in 1261. Een tweede maal huwde hij met Kunigunde van Halitsch (1246-1285).
Daarnaast had hij ook nog een aantal onwettige kinderen verwekt bij minnaressen, onder meer Nicolaas I van Troppau.
In 1255 werd de burcht Koningsbergen in het Samland (Pruisen) naar Ottokar II vernoemd onder de naam Conigsberg (later KŲnigsberg in Oost-Pruisen tot 1946).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wenceslaus II*1271  Ü1305  33

tr. (2)
met

Zavish van Falkenstejn aen Rozmberk,
, Cunigonde trouwde een tweede keer met een Boheems magnaat, Zavish, heer van Falkenstejn aen Rozmberk in 1284. Zavish zou haar overleven, hertrouwen en tenslotte terechtgesteld worden in 1290


Zavish van Falkenstejn aen Rozmberk
Zavish van Falkenstejn aen Rozmberk,
, Cunigonde trouwde een tweede keer met een Boheems magnaat, Zavish, heer van Falkenstejn aen Rozmberk in 1284. Zavish zou haar overleven, hertrouwen en tenslotte terechtgesteld worden in 1290.

tr.
met

Kunigonde van SlavoniŽ, geb. in 1246, ovl. op 9 sep 1285,
, Cunigonde van SlavoniŽ of van Halytsj en van Kiev (?, 1246 - Krumau, 9 september 1285) was een dochter van de heerser over SlavoniŽ Rostislav Mihailovich, en van Anna van Hongarije, zelf een dochter van Bťla IV van Hongarije. Haar vader riep zichzelf in 1256 uit tot koning van Bulgarije. Cunigonde huwde in 1261 met pas gescheiden Ottokar II van Bohemen.
Na de dood van haar echtgenoot in 1278 werd zij regentes voor de jonge Wenceslaus II in een fel ingekrompen Bohemen, dat alleen nog de streek rond Praag behelsde.
Cunigonde trouwde een tweede keer met een Boheems magnaat, Zavish, heer van Falkenstejn aen Rozmberk in 1284. Zavish zou haar overleven, hertrouwen en tenslotte terechtgesteld worden in 1290, tr. (1) met Ottokar II van Bohemen. Uit dit huwelijk een zoon


Hendrik V "de Dikke" van SileziŽ
Hendrik V "de Dikke" van SileziŽ, geb. tussen 1245 en 1250, ovl. op 22 feb 1296,
, Hertog van Jawor (1273-1296), Hertog van Liegnitz (1289-1296), Hertog van SileziŽ-Breslau (na 1290-1293)
Hendrik V van SileziŽ, bijgenaamd "De Dikke" (rond 1245/1250 - 22 februari 1296) was de oudste zoon van Boleslaw II van Liegnitz en Hedwig van Anhalt. Hij bracht zijn jeugd door aan het hof van Ottokar II van Bohemen. In 1273 werd hij hertog van Jawor. Na de dood van zijn vader werd hij hertog van Liegnitz.
In 1281 kon Hendrik IV van Polen hem door een list gevangennemen. Pas nadat Hendrik van SileziŽ de gelofte deed om Hendrik van Polens vazal te worden. In 1290 overleed Hendrik IV van Polen zonder kinderen. SileziŽ-Breslau ging naar Hendrik III van Glogau, maar deze werd door de bevolking van Breslau verdreven wegens zijn autoritaire manier van besturen. Breslau koos daarop Hendrik V als hertog. Hendrik III van Glogau bestreed nu Hendrik V om het bezit van Breslau en kreeg de steun van Albrecht I van Brunswijk en Otto IV van Brandenburg, terwijl Hendrik V gesteund werd door koning Wenceslaus II van Bohemen. Hendrik V werd in 1293 door zijn rivaal gevangengenomen en kwam slechts vrij nadat hij belangrijke delen van Breslau afstond aan Hendrik III.
Hendrik V was gehuwd met Elisabeth, dochter van Boleslaw de Vrome.

tr.
met

Elisabeth van Polen, dr. van Boleslaw "de Vrome" van Groot Polen en Helena van SileziŽ, geb. in 1263, ovl. in 1304.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Boleslaw III*1291  Ü1352  60


Elisabeth van Polen
Elisabeth van Polen, geb. in 1263, ovl. in 1304.

tr.
met

Hendrik V "de Dikke" van SileziŽ, zn. van Boleslaw II van SileziŽ en Hedwig van Anhalt, geb. tussen 1245 en 1250, ovl. op 22 feb 1296,
, Hertog van Jawor (1273-1296), Hertog van Liegnitz (1289-1296), Hertog van SileziŽ-Breslau (na 1290-1293)
Hendrik V van SileziŽ, bijgenaamd "De Dikke" (rond 1245/1250 - 22 februari 1296) was de oudste zoon van Boleslaw II van Liegnitz en Hedwig van Anhalt. Hij bracht zijn jeugd door aan het hof van Ottokar II van Bohemen. In 1273 werd hij hertog van Jawor. Na de dood van zijn vader werd hij hertog van Liegnitz.
In 1281 kon Hendrik IV van Polen hem door een list gevangennemen. Pas nadat Hendrik van SileziŽ de gelofte deed om Hendrik van Polens vazal te worden. In 1290 overleed Hendrik IV van Polen zonder kinderen. SileziŽ-Breslau ging naar Hendrik III van Glogau, maar deze werd door de bevolking van Breslau verdreven wegens zijn autoritaire manier van besturen. Breslau koos daarop Hendrik V als hertog. Hendrik III van Glogau bestreed nu Hendrik V om het bezit van Breslau en kreeg de steun van Albrecht I van Brunswijk en Otto IV van Brandenburg, terwijl Hendrik V gesteund werd door koning Wenceslaus II van Bohemen. Hendrik V werd in 1293 door zijn rivaal gevangengenomen en kwam slechts vrij nadat hij belangrijke delen van Breslau afstond aan Hendrik III.
Hendrik V was gehuwd met Elisabeth, dochter van Boleslaw de Vrome.

Uit dit huwelijk 2 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Boleslaw III*1291  Ü1352  60


Boleslaw "de Vrome" van Groot Polen
Boleslaw "de Vrome" van Groot Polen, geb. tussen 1221 en 1227, ovl. op 14 apr 1279,
, Co-Hertog van Groot-Polen (1239-1247), Hertog van Kalisz (1247-1249), Hertog van Gniezno (1249-1250), Hertog van Kalisz en Gniezno (1253-1257), Hertog van Groot-Polen (1257-1277), Hertog van Kalisz en Gniezno (1277-1279).
Tussen 1250 en 1253 werd hij door zijn broer gevangen gehouden.
In 1264 gaf Boleslaw de eerste geschreven privilges aan de joden van Groot-Polen (het privilege van Boleslaw van Kalisz). Het regelde de gerechtelijke bevoegdheid over de joodse bevolking, evenals de joodse bank- en handelsactiviteiten. Dit vrij liberale statuut diende tot 1795 als voorbeeld voor de joodse privileges in Polen.
Boleslaw huwde in 1257 met Yolande, dochter van Bťla IV van Hongarije en Maria Laskarina.
Boleslaw van Groot-Polen, ook Boleslaw V van Kalisz, bijgenaamd De Vrome, (1221/ 1227 Ė 14 april 1279), was een zoon van Wladislaus Odonic en van Hedwig van Pommeren. Hij bekleedde volgende functies:
1239-1247: hertog van Groot-Polen, samen met zijn broer Przemysl I,
1247-1249: hertog van Kalisz,
1249-1250: hertog van Gniezno,
1253-1257: hertog van Kalisz en Gniezno
1257-1277: hertog van Groot-Polen,
1277-1279, hertog van Kalisz en Gniezno.

tr. in 1256
met

Helena (Yolande, Jolenta) van SileziŽ, dr. van Bela IV van Hongarije (koning) en Maria Laskaris van Byzantium, geb. Esztergom [Hongarije] in 1235, ovl. Gniezno [Poland] op 11 jun 1298,
, Helena of Jolenta (Esztergom, 1235 - Gniezno, 11 juni 1298) was een dochter van koning Bťla IV van Hongarije en een zuster van de heilige Margaretha van Hongarije. Zij werd opgevoed door haar oudere zuster, de heilige Cunegonda van Polen, echtgenote van koning Boleslaw V van Polen. Jolenta huwde in 1256 met Boleslaus V van Kalisz.
Toen Boleslaw in 1279 stierf, trad Jolenta met haar zuster Cunegonda in het klooster van de Arme Clarissen, dat Cunegonda in Sandeck had gesticht. Later werd Helena abdis van het klooster van Gniezno, dat zij zelf had gesticht.
Zij werd in 1827 zalig verklaard door paus Leo XII. Haar feestdag is op 11 juni.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1263  Ü1304  41


Helena van SileziŽ
Helena (Yolande, Jolenta) van SileziŽ, geb. Esztergom [Hongarije] in 1235, ovl. Gniezno [Poland] op 11 jun 1298,
, Helena of Jolenta (Esztergom, 1235 - Gniezno, 11 juni 1298) was een dochter van koning Bťla IV van Hongarije en een zuster van de heilige Margaretha van Hongarije. Zij werd opgevoed door haar oudere zuster, de heilige Cunegonda van Polen, echtgenote van koning Boleslaw V van Polen. Jolenta huwde in 1256 met Boleslaus V van Kalisz.
Toen Boleslaw in 1279 stierf, trad Jolenta met haar zuster Cunegonda in het klooster van de Arme Clarissen, dat Cunegonda in Sandeck had gesticht. Later werd Helena abdis van het klooster van Gniezno, dat zij zelf had gesticht.
Zij werd in 1827 zalig verklaard door paus Leo XII. Haar feestdag is op 11 juni.

tr. in 1256
met

Boleslaw "de Vrome" van Groot Polen, zn. van Wladislaus Odonic van Groot Polen (Hertog van Kalisz (1208-mogelijkerwijze 1218)) en Hedwig van Pommeren, geb. tussen 1221 en 1227, ovl. op 14 apr 1279,
, Co-Hertog van Groot-Polen (1239-1247), Hertog van Kalisz (1247-1249), Hertog van Gniezno (1249-1250), Hertog van Kalisz en Gniezno (1253-1257), Hertog van Groot-Polen (1257-1277), Hertog van Kalisz en Gniezno (1277-1279).
Tussen 1250 en 1253 werd hij door zijn broer gevangen gehouden.
In 1264 gaf Boleslaw de eerste geschreven privilges aan de joden van Groot-Polen (het privilege van Boleslaw van Kalisz). Het regelde de gerechtelijke bevoegdheid over de joodse bevolking, evenals de joodse bank- en handelsactiviteiten. Dit vrij liberale statuut diende tot 1795 als voorbeeld voor de joodse privileges in Polen.
Boleslaw huwde in 1257 met Yolande, dochter van Bťla IV van Hongarije en Maria Laskarina.
Boleslaw van Groot-Polen, ook Boleslaw V van Kalisz, bijgenaamd De Vrome, (1221/ 1227 Ė 14 april 1279), was een zoon van Wladislaus Odonic en van Hedwig van Pommeren. Hij bekleedde volgende functies:
1239-1247: hertog van Groot-Polen, samen met zijn broer Przemysl I,
1247-1249: hertog van Kalisz,
1249-1250: hertog van Gniezno,
1253-1257: hertog van Kalisz en Gniezno
1257-1277: hertog van Groot-Polen,
1277-1279, hertog van Kalisz en Gniezno.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1263  Ü1304  41


Boleslaw II van SileziŽ
Boleslaw II van SileziŽ, geb. circa 1217, ovl. op 26 dec 1278,
, Hertog van Krakau (1241-1278), Hertog van het zuidwesten van Groot-Polen (1241-1247), Hertog van SileziŽ (1241-1248), Hertog van Legnica (Liegnitz) en van Glogůw (1248-1249), Hertog van Legnica (Liegnitz) (1248-1278), Hertog van Sroda Slaska (1277-1278).
Boleslaw II van Liegnitz, bijgenaamd de Kale (rond 1217 - 26 december 1278) was een zoon van koning Hendrik II van Polen en van Anna van Bohemen.
Hij was hertog van Krakau (1241), hertog van het zuidwesten van Groot-Polen (1241-1247), hertog van SileziŽ (1241-1248), hertog van Legnica en van Glogůw (1248-1249/1251). In 1249 verloor hij Lubusz en was hij alleen nog hertog van Legnica. Vanaf 1277 werd hij ook hertog van Sroda Slaska.
In 1247 deelde hij de macht met zijn broer Hendrik III de Witte en in 1248, na de deling van Neder-SileziŽ had hij alleen nog Legnica. Het jaar daarop stond hij de streek rond Lubusz af aan het aartsbisdom Maagdenburg. In ruil kreeg hij de steun van de Duitsers in zijn strijd tegen zijn broer Hendrik III. In 1251 moest hij Glogůw afstaan aan zijn jongere broer Koenraad. Als gevolg van een geschil met bisschop Thomas I van Wroclaw verzwakte zijn positie jegens de kerk en zocht hij steun bij de Duitse adel. Dat kostte hem de steun van de Poolse adel.

tr. in 1242
met

Hedwig van Anhalt, dr. van Heinrich I graaf van Anhalt (Graaf van Anhalt (1212-1218), Vorst van Anhalt (1218-1244)) en Irmgard van ThŁringen, ovl. op 21 dec 1259.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik V*1245  Ü1296  50


Hedwig van Anhalt
Hedwig van Anhalt, ovl. op 21 dec 1259.

tr. in 1242
met

Boleslaw II van SileziŽ, zn. van Hendrik II van Polen en Anna van Bohemen, geb. circa 1217, ovl. op 26 dec 1278,
, Hertog van Krakau (1241-1278), Hertog van het zuidwesten van Groot-Polen (1241-1247), Hertog van SileziŽ (1241-1248), Hertog van Legnica (Liegnitz) en van Glogůw (1248-1249), Hertog van Legnica (Liegnitz) (1248-1278), Hertog van Sroda Slaska (1277-1278).
Boleslaw II van Liegnitz, bijgenaamd de Kale (rond 1217 - 26 december 1278) was een zoon van koning Hendrik II van Polen en van Anna van Bohemen.
Hij was hertog van Krakau (1241), hertog van het zuidwesten van Groot-Polen (1241-1247), hertog van SileziŽ (1241-1248), hertog van Legnica en van Glogůw (1248-1249/1251). In 1249 verloor hij Lubusz en was hij alleen nog hertog van Legnica. Vanaf 1277 werd hij ook hertog van Sroda Slaska.
In 1247 deelde hij de macht met zijn broer Hendrik III de Witte en in 1248, na de deling van Neder-SileziŽ had hij alleen nog Legnica. Het jaar daarop stond hij de streek rond Lubusz af aan het aartsbisdom Maagdenburg. In ruil kreeg hij de steun van de Duitsers in zijn strijd tegen zijn broer Hendrik III. In 1251 moest hij Glogůw afstaan aan zijn jongere broer Koenraad. Als gevolg van een geschil met bisschop Thomas I van Wroclaw verzwakte zijn positie jegens de kerk en zocht hij steun bij de Duitse adel. Dat kostte hem de steun van de Poolse adel.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik V*1245  Ü1296  50


Bernhard III van Anhalt
Bernhard III van Anhalt (van Saksen), geb. in 1134, ovl. Ballenstšdt [Duitsland] op 2 feb 1212,
, Graaf van Anhalt (1170-1212), Graaf van Saksen (1180-1212).
Bernhard III van Saksen (circa 1134 - Ballenstedt, 2 februari 1212) was vanaf 1170 graaf van Anhalt en vanaf 1180 hertog van Saksen. Hij behoorde tot het huis AscaniŽrs.
Hij was de jongste van de zeven zonen van Albrecht de Beer, van 1138 tot 1142 hertog van Saksen en vanaf 1157 markgraaf van Brandenburg, en Sophia van Winzenburg. In 1159 vergezelde hij samen met zijn oudste broer Otto I keizer Frederik I Barbarossa op zijn militaire expeditie door ItaliŽ.
Bij de dood van zijn vader in 1170 erfde Bernhard de domeinen rond de stad Aschersleben en het gebied tussen de rivieren Saale, Mulde en Elbe in het oosten van Saksen. Ook kreeg hij de titel graaf van Anhalt. De gebieden die Bernhard had geŽrfd, zouden later de basis vormen van het vorstendom Anhalt. Nadat zijn oudere broer Albrecht in 1172 stierf zonder mannelijke nakomelingen na te laten, werd hij eveneens graaf van Ballenstedt.
In 1173 schonk keizer Frederik I Barbarossa hem dan weer het gebied rond de gemeente PlŲtzkau. Dit veroorzaakte echter een hevig conflict met hertog Hendrik de Leeuw van Saksen uit het huis Welfen, die ook de macht over het gebied rond PlŲtzkau wilde. Dit conflict zou er uiteindelijk toe leiden dat de steden Aschersleben, GrŲningen en Halberstadt verwoest werden, maar Bernhard slaagde er niettemin in om de macht over zijn grondgebied te bevestigen. Nadat Bernhard III het hertogdom Saksen had bemachtigd, verhuisde hij zijn residentie en hof naar de stad Wittenberg. In 1212 overleed hij, waarna hij begraven werd in het benedictijnenklooster van Ballenstedt.

tr. (1) in 1170
met

Judith van Polen [https://gw.geneanet.org/dickduck?lang=nl&pz=dirk&nz=zwaan&ocz=6&p=judith&n=van+polen]], dr. van Miecislaw III van Polen (hertog van Groot-Polen) en Elisabeth van Hongarije.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Heinrich I*1170  Ü1251  81
Albrecht I*1175  Ü1260  85

tr. (2)
met

Brigitte van Denemarken.

tr. (3)
met

Sophia van ThŁringen, dr. van Lodewijk 'de IJzeren' landgraaf van Thuringen (landgraaf) en Jutta (Clarica) von Schwaben von Hohenstaufen.

Bronnen:
1.Genealogie der Graven van Holland (DEK/HOL), Dr. A.W.E. Dek, Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1969 (blz. 14)