Genealogische website van Cees Hagenbeek
Catharina van Broeckhuizen
Catharina van Broeckhuizen, geb. Haarlem in 1550.

tr.
met

Aert Adriaansz van Beijeren, zn. van Adriaan van Beijeren, geb. in 1545.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arien*1577     


Adriaan van Beijeren
Adriaan van Beijeren, geb. Rotterdam circa 1530.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aert*1545     


Aalbrecht van Beijeren
Aalbrecht van Beijeren, geb. Den Haag in 1485, ambachtsbewaarder Haags Ambacht / Sluis Wateringen.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adriaan*1530 Rotterdam    


Aernt van Beijeren
Aernt van Beijeren, geb. Egmond-Binnen in 1460.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aalbrecht*1485 Den Haag    


Albrecht van Beijeren
Albrecht van Beijeren, geb. Dordrecht in 1410, Doctor in de Rechtswetenschappen, ovl. na 7 dec 1467,
, 1452 Deken van de hofkapel te Den Haag.
1453 Raadsheer van het Hof van Holland.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aernt*1460 Egmond-Binnen    


Gerrit Vermij
Gerrit Vermij, geb. Aarlanderveen.

Hij krijgt een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1600 Bodegraven †1665  64


Adriaen van Beijeren
Adriaen van Beijeren, geb. Dordrecht in 1385,
, Bastaard van Albrecht van Beieren.
In 1415 was hij schout van Dordrecht.
Toen Jan van Beieren in 1418 de stad had bezet en Adriaan haar in dienst van Jacoba van Beieren belegerde, werd hij door de stedelingen gewelddadig gedood. Hij behoorde tot de partij van de Hoeksen.
[Beieren, Adriaan van] BEIEREN (Adriaan van), natuurlijke zoon van hertog Albrecht van Beieren, werd in 1415 schout van Dordrecht. Toen in 1418 Jacoba van Beieren, gravin van Holland, zich genoodzaakt zag het beleg van Dordrecht op te breken, bleef Adriaan, die hare zijde hield, het door haar gestichte blokhuis met eenige manschappen bezetten. Doch tegen de dagelijks aanwassende macht van Jan van Beieren, die Dordrecht bezet hield, was hij niet bestand, en hij moest ten slotte den strijd op leven of dood tegen zijn vijanden aanvangen, welke eindigde met de inneming van het blokhuis. Schout Adriaan werd daarbij door de Dordtenaars meedoogenloos doodgeslagen.

tr.
met

Josephina Maria Engel Hugo Foykinsdr Wyelensteyn, dr. van Hugo Foykin Wyelensteyn.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Albrecht*1410 Dordrecht †1467  57


Josephina Maria Engel Hugo Foykinsdr Wyelensteyn
Josephina Maria Engel Hugo Foykinsdr Wyelensteyn.

tr.
met

Adriaen van Beijeren, zn. van Albrecht II hertog van Beieren (hertog van Beieren), geb. Dordrecht in 1385,
, Bastaard van Albrecht van Beieren.
In 1415 was hij schout van Dordrecht.
Toen Jan van Beieren in 1418 de stad had bezet en Adriaan haar in dienst van Jacoba van Beieren belegerde, werd hij door de stedelingen gewelddadig gedood. Hij behoorde tot de partij van de Hoeksen.
[Beieren, Adriaan van] BEIEREN (Adriaan van), natuurlijke zoon van hertog Albrecht van Beieren, werd in 1415 schout van Dordrecht. Toen in 1418 Jacoba van Beieren, gravin van Holland, zich genoodzaakt zag het beleg van Dordrecht op te breken, bleef Adriaan, die hare zijde hield, het door haar gestichte blokhuis met eenige manschappen bezetten. Doch tegen de dagelijks aanwassende macht van Jan van Beieren, die Dordrecht bezet hield, was hij niet bestand, en hij moest ten slotte den strijd op leven of dood tegen zijn vijanden aanvangen, welke eindigde met de inneming van het blokhuis. Schout Adriaan werd daarbij door de Dordtenaars meedoogenloos doodgeslagen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Albrecht*1410 Dordrecht †1467  57


Hugo Foykin Wyelensteyn
Hugo Foykin Wyelensteyn, geb. Dordrecht circa 1360.

Hij krijgt een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Josephina     


Lodewijk I van Schlesien-Brieg
Lodewijk I De Wijze, De Schone, De Rechtvaardige van Schlesien-Brieg, geb. in 1321, Hertog van Legnica (9 augustus 1345-1398), ovl. op 23 dec 1398,
, Lodewijk I van Brieg, ook de Wijze, de Schone en de Rechtvaardige (1321 - december 1398), was een Silezisch hertog en lid van het huis der Piasten. Hij was de tweede zoon van Boleslaw III de Verkwister en Margaretha, de dochter van Wenceslaus II van Bohemen.
In 1342 werd Boleslaw III omwille van zijn grote schulden genoodzaakt om het hertogdom Legnica aan zijn zoons Lodewijk I en Wenceslaus I te schenken. Zelf trok hij zich samen met zijn tweede echtgenote Katharina Šubic terug in het hertogdom Brzeg-Olawa (dat ook Namyslów omvatte en hem werd teruggegeven door zijn oudste zoon Wenceslaus I). De eerste drie jaar regeerden beide broers samen zonder grote problemen, totdat Wenceslaus I, na een jarenlang kinderloos huwelijk alle hoop op een nageslacht verloren was en hij het grootste deel van zijn bezittingen in Legnica overliet aan Lodewijk. Het formele verdelingsverdrag vond plaats in Wroclaw op 9 augustus 1345 en werd ook getekend door koning Jan van Bohemen. Lodewijk I kreeg het rijkste deel van het hertogdom en de hoofdstad Legnica.
In 1346 kreeg Wenceslaus I echter na 8 jaar huwelijk een eerste kind en hij poogde het verdrag van 1345 te herzien. Lodewijk I kreeg als tijdelijke compensatie een jaarlijks bedrag van 400 zilverstukken en het paleis van Buczyna. Wenceslaus I wilde zijn broer dwingen om af te zien van zijn opvolgingsrechten en verminderde de betaling van de afgesproken geldsom. Na de dood van zijn vader Boleslaw III (april 1352), koos Lodewijk I voor een militaire oplossing van het conflict. De oorlog duurde bijna 6 jaar. De broers bereikten tenslotte een akkoord in juli 1359. Lodewijk I werd de winnaar van het conflict. Zijn gezag over Lubin werd bevestigd en hij verwierf de stad Chojnów, de helft van Olawa, het hertogdom Brzeg en een geldsom van 4.500 zilverstukken. Lodewijk beloofde van zijn kant om de schulden van zijn vader over te nemen en zag formeel af van alle aanspraken op het hertogdom Legnica.
Toen Wenceslaus I in 1364 stierf liet hij 4 minderjarige zoons na. Lodewijk I nam tot 1373 het regentschap waar van de broers en toonde zich een goed bestuurder. Door de verbetering van de financiële toestand van Legnica, kon Lodewijk I de helft terugkopen van het hertogdom Brzeg-Olawa, dat door zijn vader in 1368 verloren was en verwierf hij de steden Kluczbork, Buczyna, Wolczyn (in 1373) en Niemcza (jaren 1392-1395). Zijn reputatie zorgde er voor dat hij regelmatig werd aangezocht als bemiddelaar in conflicten.
Ook zijn huwelijkspolitiek kende succes. Hij arrangeerde een huwelijk van zijn oudste dochter Margaretha (Malgorzata) met Albrecht van Beieren, zoon van keizer Lodewijk IV en van zijn enige zoon Hendrik VIII met Margaretaha van Mazovië, weduwe van Casimir IV van Pommeren. Verder regelde hij het huwelijk van zijn neef Ruprecht I met Hedwig van Sagan, weduwe van koning Casimir III van Polen. Lodewijk I dacht dat met al deze huwelijken zijn kans vergrootte om na de dood van Casimir III de troon van Polen te bemachtigen. Al snel werd echter duidelijk dat de kans op de troon van Krakow zeer klein was en daarom smeedde Lodewijk in 1396 een verbond met de nieuwe heerser van Polen Wladyslaw II Jagiello tegen Wladyslaw Opolczyk.
Rond 1341 was Lodewijk I gehuwd met Agnes (1321 - 7 juli 1362), dochter van hertog Hendrik IV van Glogów-Zagan en weduwe van Leszek van Ratibor.

tr. circa 1341
met

Agnes van Glogow-Zagan, dr. van Hendrik IV van Sagan en Mathilde van Brandenburg, geb. in 1321, ovl. op 7 jul 1362, tr. (2) circa 1332 met Leszek van Ratibor. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1336  †1386 Den Haag 49


Agnes van Glogow-Zagan
Agnes van Glogow-Zagan, geb. in 1321, ovl. op 7 jul 1362.

tr. (1) circa 1341
met

Lodewijk I De Wijze, De Schone, De Rechtvaardige van Schlesien-Brieg, zn. van Boleslaw III "de Verkwister" van Liegnitz en Margaretha van Bohemen, geb. in 1321, Hertog van Legnica (9 augustus 1345-1398), ovl. op 23 dec 1398,
, Lodewijk I van Brieg, ook de Wijze, de Schone en de Rechtvaardige (1321 - december 1398), was een Silezisch hertog en lid van het huis der Piasten. Hij was de tweede zoon van Boleslaw III de Verkwister en Margaretha, de dochter van Wenceslaus II van Bohemen.
In 1342 werd Boleslaw III omwille van zijn grote schulden genoodzaakt om het hertogdom Legnica aan zijn zoons Lodewijk I en Wenceslaus I te schenken. Zelf trok hij zich samen met zijn tweede echtgenote Katharina Šubic terug in het hertogdom Brzeg-Olawa (dat ook Namyslów omvatte en hem werd teruggegeven door zijn oudste zoon Wenceslaus I). De eerste drie jaar regeerden beide broers samen zonder grote problemen, totdat Wenceslaus I, na een jarenlang kinderloos huwelijk alle hoop op een nageslacht verloren was en hij het grootste deel van zijn bezittingen in Legnica overliet aan Lodewijk. Het formele verdelingsverdrag vond plaats in Wroclaw op 9 augustus 1345 en werd ook getekend door koning Jan van Bohemen. Lodewijk I kreeg het rijkste deel van het hertogdom en de hoofdstad Legnica.
In 1346 kreeg Wenceslaus I echter na 8 jaar huwelijk een eerste kind en hij poogde het verdrag van 1345 te herzien. Lodewijk I kreeg als tijdelijke compensatie een jaarlijks bedrag van 400 zilverstukken en het paleis van Buczyna. Wenceslaus I wilde zijn broer dwingen om af te zien van zijn opvolgingsrechten en verminderde de betaling van de afgesproken geldsom. Na de dood van zijn vader Boleslaw III (april 1352), koos Lodewijk I voor een militaire oplossing van het conflict. De oorlog duurde bijna 6 jaar. De broers bereikten tenslotte een akkoord in juli 1359. Lodewijk I werd de winnaar van het conflict. Zijn gezag over Lubin werd bevestigd en hij verwierf de stad Chojnów, de helft van Olawa, het hertogdom Brzeg en een geldsom van 4.500 zilverstukken. Lodewijk beloofde van zijn kant om de schulden van zijn vader over te nemen en zag formeel af van alle aanspraken op het hertogdom Legnica.
Toen Wenceslaus I in 1364 stierf liet hij 4 minderjarige zoons na. Lodewijk I nam tot 1373 het regentschap waar van de broers en toonde zich een goed bestuurder. Door de verbetering van de financiële toestand van Legnica, kon Lodewijk I de helft terugkopen van het hertogdom Brzeg-Olawa, dat door zijn vader in 1368 verloren was en verwierf hij de steden Kluczbork, Buczyna, Wolczyn (in 1373) en Niemcza (jaren 1392-1395). Zijn reputatie zorgde er voor dat hij regelmatig werd aangezocht als bemiddelaar in conflicten.
Ook zijn huwelijkspolitiek kende succes. Hij arrangeerde een huwelijk van zijn oudste dochter Margaretha (Malgorzata) met Albrecht van Beieren, zoon van keizer Lodewijk IV en van zijn enige zoon Hendrik VIII met Margaretaha van Mazovië, weduwe van Casimir IV van Pommeren. Verder regelde hij het huwelijk van zijn neef Ruprecht I met Hedwig van Sagan, weduwe van koning Casimir III van Polen. Lodewijk I dacht dat met al deze huwelijken zijn kans vergrootte om na de dood van Casimir III de troon van Polen te bemachtigen. Al snel werd echter duidelijk dat de kans op de troon van Krakow zeer klein was en daarom smeedde Lodewijk in 1396 een verbond met de nieuwe heerser van Polen Wladyslaw II Jagiello tegen Wladyslaw Opolczyk.
Rond 1341 was Lodewijk I gehuwd met Agnes (1321 - 7 juli 1362), dochter van hertog Hendrik IV van Glogów-Zagan en weduwe van Leszek van Ratibor.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1336  †1386 Den Haag 49

tr. (2) circa 1332
met

Leszek van Ratibor, geb. circa 1291, Heerser over Kozle (1334-1336), ovl. in 1336,
, Leszek van Ratibor (1290/1292-1336) was een zoon van Przemyslaw van Ratibor en Anna van Mazovië. hij werd hertog van Ratibor in 1306, eerst nog samen met zijn oom Mieszko I van Teschen. Na de inval van de Boheemse koning Jan de Blinde in 1327, legde hij de eed van trouw jegens Bohemen af. Van 1334 regeert hij ook over Kozle. Na Leszeks dood in 1336 wordt Ratibor bij het hertogdom Opawa gevoegd en Kozle bij het hertogdom Beuthen.
Leszek was in 1332 gehuwd met Agnes (-1362), dochter van Hendrik IV van Glogau, die als weduwe zou hertrouwen met Lodewijk I van Brieg. Hij had geen kinderen


Leszek van Ratibor
Leszek van Ratibor, geb. circa 1291, Heerser over Kozle (1334-1336), ovl. in 1336,
, Leszek van Ratibor (1290/1292-1336) was een zoon van Przemyslaw van Ratibor en Anna van Mazovië. hij werd hertog van Ratibor in 1306, eerst nog samen met zijn oom Mieszko I van Teschen. Na de inval van de Boheemse koning Jan de Blinde in 1327, legde hij de eed van trouw jegens Bohemen af. Van 1334 regeert hij ook over Kozle. Na Leszeks dood in 1336 wordt Ratibor bij het hertogdom Opawa gevoegd en Kozle bij het hertogdom Beuthen.
Leszek was in 1332 gehuwd met Agnes (-1362), dochter van Hendrik IV van Glogau, die als weduwe zou hertrouwen met Lodewijk I van Brieg. Hij had geen kinderen.

tr. circa 1332
met

Agnes van Glogow-Zagan, dr. van Hendrik IV van Sagan en Mathilde van Brandenburg, geb. in 1321, ovl. op 7 jul 1362, tr. (1) met Lodewijk I De Wijze, De Schone, De Rechtvaardige van Schlesien-Brieg. Uit dit huwelijk een dochter


Hendrik IV van Sagan
Hendrik IV van Sagan, geb. in 1292, ovl. Sagan [Poland] op 22 jan 1342, begr. Sagan [Poland] bijgezet in de Augustijnenkerk van Sagan,
, Co-hertog van Silezië-Glogau (1309-1342), Hertog van Sagan (1309-1342), Heerser over Groot Polen (1309-1317)
Hendrik IV van Sagan bijgenaamd de Trouwe (circa 1292 - Sagan, 22 januari 1342) was van 1309 tot 1342 hertog van Sagan, van 1309 tot 1317 heerser over verschillende delen van Groot-Polen en van 1318 tot 1321 samen met zijn jongste broer Przemko II hertog van Glogau. Hij behoorde tot de Silezische tak van het huis Piasten.
Hendrik IV was de oudste zoon van hertog Hendrik III van Glogau en Mathilde van Brunswijk-Lüneburg, dochter van hertog Albrecht I van Brunswijk-Lüneburg.
In december 1309 overleed Hendrik III, waarna zijn vijf zonen zijn domeinen erfden op het hertogdom Glogau na, dat naar zijn weduwe Mathilde ging. Hoewel Hendrik IV toen zeventien jaar oud was en volgens de tradities binnen het huis Piasten al zelfstandig mocht regeren, werd hij samen met zijn vier jongere broers tot in 1312 onder het regentschap van zijn moeder geplaatst.
In 1318 overleed zijn moeder Mathilde, waarna Hendrik IV en zijn jongste broer Przemko II het hertogdom Glogau erfden. Drie jaar later, in 1321, verdeelden Hendrik IV en zijn jongste broers Jan en Przemko hun gezamenlijke gebieden. Hierbij kreeg Przemko II het hertogdom Glogau, gingen de districten Steinau en Lubin naar Jan en behield Hendrik IV het district Sagan.
In januari 1342 overleed Hendrik IV en hij werd daarna bijgezet in de Augustijnenkerk van Sagan.

tr.
met

Mathilde van Brandenburg, dr. van Herman III 'de Lange' van Brandenburg en Anna van Habsburg, geb. in 1296, ovl. in 1329, tr. (2) in 1310 met Hendrik VI "de Goede" van Silezië. Uit dit huwelijk 3 kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Agnes*1321  †1362  41


Mathilde van Brandenburg
Mathilde van Brandenburg, geb. in 1296, ovl. in 1329.

tr. (1)
met

Hendrik IV van Sagan, zn. van Hendrik III van Glogau en Mathilde van Brunswijk-Lüneburg, geb. in 1292, ovl. Sagan [Poland] op 22 jan 1342, begr. Sagan [Poland] bijgezet in de Augustijnenkerk van Sagan,
, Co-hertog van Silezië-Glogau (1309-1342), Hertog van Sagan (1309-1342), Heerser over Groot Polen (1309-1317)
Hendrik IV van Sagan bijgenaamd de Trouwe (circa 1292 - Sagan, 22 januari 1342) was van 1309 tot 1342 hertog van Sagan, van 1309 tot 1317 heerser over verschillende delen van Groot-Polen en van 1318 tot 1321 samen met zijn jongste broer Przemko II hertog van Glogau. Hij behoorde tot de Silezische tak van het huis Piasten.
Hendrik IV was de oudste zoon van hertog Hendrik III van Glogau en Mathilde van Brunswijk-Lüneburg, dochter van hertog Albrecht I van Brunswijk-Lüneburg.
In december 1309 overleed Hendrik III, waarna zijn vijf zonen zijn domeinen erfden op het hertogdom Glogau na, dat naar zijn weduwe Mathilde ging. Hoewel Hendrik IV toen zeventien jaar oud was en volgens de tradities binnen het huis Piasten al zelfstandig mocht regeren, werd hij samen met zijn vier jongere broers tot in 1312 onder het regentschap van zijn moeder geplaatst.
In 1318 overleed zijn moeder Mathilde, waarna Hendrik IV en zijn jongste broer Przemko II het hertogdom Glogau erfden. Drie jaar later, in 1321, verdeelden Hendrik IV en zijn jongste broers Jan en Przemko hun gezamenlijke gebieden. Hierbij kreeg Przemko II het hertogdom Glogau, gingen de districten Steinau en Lubin naar Jan en behield Hendrik IV het district Sagan.
In januari 1342 overleed Hendrik IV en hij werd daarna bijgezet in de Augustijnenkerk van Sagan.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Agnes*1321  †1362  41

tr. (2) in 1310
met

Hendrik VI "de Goede" van Silezië,
, Hendrik VI van Silezië bijgenaamd de Goede (18 maart 1294 - 24 november 1335) was van 1296 tot 1335 hertog van Breslau en van 1296 tot 1311 hertog van Liegnitz en hertog van Brieg. Hij behoorde tot de Silezische tak van het huis Piasten.
Hendrik VI was de tweede zoon van hertog Hendrik V van Silezië en Elisabeth van Groot-Polen, dochter van hertog Boleslaw de Vrome. Na de vroege dood van zijn vader in 1296 volgde hij hem samen met zijn oudere broer Boleslaw III en zijn jongere broer Wladislaus op als hertog van Breslau, Liegnitz en Brieg. Omdat de drie broers nog minderjarig waren, werd hun oom, hertog Bolko I van Schweidnitz, regent. Toen Bolko I in 1301 overleed, werd hij als regent opgevolgd door koning Wenceslaus II van Bohemen.
Tijdens zijn heerschappij werd Hendrik VI gul gesteund door de stad Breslau en schonk de burgerij van de stad als dank een hele reeks privileges. Drie maanden voor zijn dood werd in augustus 1335 het verdrag van Trentschin afgesloten, waarbij de Poolse koning definitief elke aanspraak van Polen op Silezië opgaf. Ook ging zijn hertogdom definitief in bezit van het koninkrijk Bohemen. Toen hij in november 1335 overleed zonder mannelijke nakomelingen, volgde koning Jan de Blinde hem op als hertog van Breslau, waardoor het hertogdom door het koninkrijk Bohemen geannexeerd werd. Hij was dus de laatste hertog van Breslau en werd in het clarissenklooster van de stad begraven.

Uit dit huwelijk 3 kinderen.


Herman III 'de Lange' van Brandenburg
Herman III 'de Lange' van Brandenburg, geb. in 1273, ovl. Lübz [Duitsland] op 1 feb 1308,
, Herman van Brandenburg bijgenaamd de Lange (circa 1275 - Lübz, 1 februari 1308) was van 1299 tot 1308 markgraaf van Brandenburg-Salzwedel. Hij behoorde tot het huis Ascaniërs.
Herman was de zoon van markgraaf Otto V van Brandenburg-Salzwedel en Judith, dochter van graaf Herman I van Henneberg. In 1299 volgde hij zijn vader op als mede-markgraaf van Brandenburg-Salzwedel, dat hij tot in 1300 regeerde samen met zijn neef Albrecht III. Na het overlijden van hertog Bolko I van Schweidnitz in 1301 werd hij ook regent over diens zonen.
In 1308 brak een oorlog uit tussen het markgraafschap Brandenburg en het hertogdom Mecklenburg, de zogenaamde Noord-Duitse Markgravenoorlog. Herman en zijn neef, markgraaf Otto IV van Brandenburg-Stendal, vielen daarop Mecklenburg binnen, maar Herman overleed tijdens het beleg van Lübz. Hij werd bijgezet in de abdij van Lehnin.

tr.
met

Anna van Habsburg, dr. van Albrecht I van Habsburg en Elisabeth van Karinthië, geb. in nov 1280, ovl. op 19 mrt 1327.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mathilde*1296  †1329  33


Anna van Habsburg
Anna van Habsburg, geb. in nov 1280, ovl. op 19 mrt 1327.

tr.
met

Herman III 'de Lange' van Brandenburg, zn. van Otto V "De Lange" van Brandenburg en Judith van Henneberg, geb. in 1273, ovl. Lübz [Duitsland] op 1 feb 1308,
, Herman van Brandenburg bijgenaamd de Lange (circa 1275 - Lübz, 1 februari 1308) was van 1299 tot 1308 markgraaf van Brandenburg-Salzwedel. Hij behoorde tot het huis Ascaniërs.
Herman was de zoon van markgraaf Otto V van Brandenburg-Salzwedel en Judith, dochter van graaf Herman I van Henneberg. In 1299 volgde hij zijn vader op als mede-markgraaf van Brandenburg-Salzwedel, dat hij tot in 1300 regeerde samen met zijn neef Albrecht III. Na het overlijden van hertog Bolko I van Schweidnitz in 1301 werd hij ook regent over diens zonen.
In 1308 brak een oorlog uit tussen het markgraafschap Brandenburg en het hertogdom Mecklenburg, de zogenaamde Noord-Duitse Markgravenoorlog. Herman en zijn neef, markgraaf Otto IV van Brandenburg-Stendal, vielen daarop Mecklenburg binnen, maar Herman overleed tijdens het beleg van Lübz. Hij werd bijgezet in de abdij van Lehnin.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mathilde*1296  †1329  33


Hendrik VI "de Goede" van Silezië
Hendrik VI "de Goede" van Silezië,
, Hendrik VI van Silezië bijgenaamd de Goede (18 maart 1294 - 24 november 1335) was van 1296 tot 1335 hertog van Breslau en van 1296 tot 1311 hertog van Liegnitz en hertog van Brieg. Hij behoorde tot de Silezische tak van het huis Piasten.
Hendrik VI was de tweede zoon van hertog Hendrik V van Silezië en Elisabeth van Groot-Polen, dochter van hertog Boleslaw de Vrome. Na de vroege dood van zijn vader in 1296 volgde hij hem samen met zijn oudere broer Boleslaw III en zijn jongere broer Wladislaus op als hertog van Breslau, Liegnitz en Brieg. Omdat de drie broers nog minderjarig waren, werd hun oom, hertog Bolko I van Schweidnitz, regent. Toen Bolko I in 1301 overleed, werd hij als regent opgevolgd door koning Wenceslaus II van Bohemen.
Tijdens zijn heerschappij werd Hendrik VI gul gesteund door de stad Breslau en schonk de burgerij van de stad als dank een hele reeks privileges. Drie maanden voor zijn dood werd in augustus 1335 het verdrag van Trentschin afgesloten, waarbij de Poolse koning definitief elke aanspraak van Polen op Silezië opgaf. Ook ging zijn hertogdom definitief in bezit van het koninkrijk Bohemen. Toen hij in november 1335 overleed zonder mannelijke nakomelingen, volgde koning Jan de Blinde hem op als hertog van Breslau, waardoor het hertogdom door het koninkrijk Bohemen geannexeerd werd. Hij was dus de laatste hertog van Breslau en werd in het clarissenklooster van de stad begraven.

tr. in 1310
met

Mathilde van Brandenburg, dr. van Herman III 'de Lange' van Brandenburg en Anna van Habsburg, geb. in 1296, ovl. in 1329, tr. (1) met Hendrik IV van Sagan. Uit dit huwelijk een dochter.

Uit dit huwelijk 3 kinderen.


Albrecht I van Habsburg
Albrecht I van Habsburg, geb. Rheinfelden [Zwitserland] in jul 1255, ovl. Königsfelden [Zwitserland] op 1 mei 1308,
, Rooms-Duits Koning (1298-1308), Co-hertog van Oostenrijk en Stiermarken (1282-1283), Hertog van Oostenrijk en Stiermarken (1283-1298)
Albrecht I (Rheinfelden (Zwitserland), juli 1255 - Königsfelden (Zwitserland), 1 mei 1308), uit het huis Habsburg, was hertog van Oostenrijk en van Stiermarken, eerst met zijn broer Rudolf en vanaf 1283 alleen.
Hij was de oudste zoon en het tweede kind van Rudolf I van Habsburg (1218-1291), graaf van Habsburg, landgraaf van Opper-Elzas (1237-1273), Rooms koning (1273-1291), en van Gertrude van Hohenburg (rond 1230-1281). Nadat hij zijn voorganger Adolf I van Nassau vermoord had, werd Albrecht op zijn beurt gekozen tot Rooms koning in 1298. Hij werd erkend door paus Bonifatius VIII, maar kreeg niet de tijd om tot keizer gekroond te worden.
Hij werd vermoord door zijn neef Jan van Habsburg (1290-1313), postume zoon van zijn broer Rudolf, die niet de door Albert afgesproken compensaties had gekregen.

tr. in 1274
met

Elisabeth van Karinthië, dr. van Meinhard II van Karinthië en Elisabeth van Beieren, geb. München [Duitsland] in 1262, ovl. Königsfelden [Zwitserland] op 28 okt 1312,
, Elisabeth van Karinthië ook bekend als Elisabeth van Gorizia-Tirol (München, circa 1262 - Königsfelden, 28 oktober 1312) was van 1282 tot 1308 hertogin-gemalin van Oostenrijk en van 1298 tot 1308 Rooms-Duits koningin. Ze behoorde tot het huis der Meinhardijnen.
Elisabeth was de oudste dochter van hertog Meinhard van Karinthië, die eveneens graaf van Gorizia en Tirol was, en diens echtgenote Elisabeth, dochter van hertog Otto II van Beieren.
Op 20 december 1274 huwde Elisabeth in Wenen met graaf Albrecht I van Habsburg, de oudste zoon en erfgenaam van de kort daarvoor tot Rooms-Duits koning verkozen Rudolf I van Habsburg. Op 17 december 1282 werd Albrecht door zijn vader benoemd tot hertog van Oostenrijk en Stiermarken.
Op 1 mei 1308 werd haar echtgenoot nabij de stad Windisch vermoord door zijn neef Jan Parricada. Na de moord op Albrecht stichtte Elisabeth op de plek van de moord het Clarissenklooster Königsfelden. Op het einde van haar leven trok Elisabeth zich terug in dit klooster. Op 28 oktober 1312 stierf Elisabeth er en ze werd er eveneens begraven. Later werden haar stoffelijke resten overgebracht naar de Sint-Paulusabdij in Karinthië.

Uit dit huwelijk 12 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1280  †1327  46
Rudolph III*1282  †1307 Horaschdowitz [Czechoslovakia(ex)] 25


Elisabeth van Karinthië
Elisabeth van Karinthië, geb. München [Duitsland] in 1262, ovl. Königsfelden [Zwitserland] op 28 okt 1312,
, Elisabeth van Karinthië ook bekend als Elisabeth van Gorizia-Tirol (München, circa 1262 - Königsfelden, 28 oktober 1312) was van 1282 tot 1308 hertogin-gemalin van Oostenrijk en van 1298 tot 1308 Rooms-Duits koningin. Ze behoorde tot het huis der Meinhardijnen.
Elisabeth was de oudste dochter van hertog Meinhard van Karinthië, die eveneens graaf van Gorizia en Tirol was, en diens echtgenote Elisabeth, dochter van hertog Otto II van Beieren.
Op 20 december 1274 huwde Elisabeth in Wenen met graaf Albrecht I van Habsburg, de oudste zoon en erfgenaam van de kort daarvoor tot Rooms-Duits koning verkozen Rudolf I van Habsburg. Op 17 december 1282 werd Albrecht door zijn vader benoemd tot hertog van Oostenrijk en Stiermarken.
Op 1 mei 1308 werd haar echtgenoot nabij de stad Windisch vermoord door zijn neef Jan Parricada. Na de moord op Albrecht stichtte Elisabeth op de plek van de moord het Clarissenklooster Königsfelden. Op het einde van haar leven trok Elisabeth zich terug in dit klooster. Op 28 oktober 1312 stierf Elisabeth er en ze werd er eveneens begraven. Later werden haar stoffelijke resten overgebracht naar de Sint-Paulusabdij in Karinthië.

tr. in 1274
met

Albrecht I van Habsburg, zn. van Koning Rudolf I/IV graaf van Habsburg en Gertrud Anna von Hohenberg, geb. Rheinfelden [Zwitserland] in jul 1255, ovl. Königsfelden [Zwitserland] op 1 mei 1308,
, Rooms-Duits Koning (1298-1308), Co-hertog van Oostenrijk en Stiermarken (1282-1283), Hertog van Oostenrijk en Stiermarken (1283-1298)
Albrecht I (Rheinfelden (Zwitserland), juli 1255 - Königsfelden (Zwitserland), 1 mei 1308), uit het huis Habsburg, was hertog van Oostenrijk en van Stiermarken, eerst met zijn broer Rudolf en vanaf 1283 alleen.
Hij was de oudste zoon en het tweede kind van Rudolf I van Habsburg (1218-1291), graaf van Habsburg, landgraaf van Opper-Elzas (1237-1273), Rooms koning (1273-1291), en van Gertrude van Hohenburg (rond 1230-1281). Nadat hij zijn voorganger Adolf I van Nassau vermoord had, werd Albrecht op zijn beurt gekozen tot Rooms koning in 1298. Hij werd erkend door paus Bonifatius VIII, maar kreeg niet de tijd om tot keizer gekroond te worden.
Hij werd vermoord door zijn neef Jan van Habsburg (1290-1313), postume zoon van zijn broer Rudolf, die niet de door Albert afgesproken compensaties had gekregen.

Uit dit huwelijk 12 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna*1280  †1327  46
Rudolph III*1282  †1307 Horaschdowitz [Czechoslovakia(ex)] 25


Meinhard II van Karinthië
Meinhard II van Karinthië, geb. circa 1238, ovl. op 1 nov 1295,
, Graaf van Gorizia en van Tirol (Meinhard IV, 1258-1295), Hertog van Karinthië (1286-1295)
Meinhard II (?, rond 1238 - Greifenburg 1 november 1295), lid van het Huis der Meinhardijnen, was graaf (als Meinhard IV) van Gorizia en Tirol en hertog van Karinthië (1286-1295). Hij was een vorst van betekenis in de 13e eeuw en grondlegger van het zelfstandige land Tirol.
Als zoon van graaf Meinhard I erfde hij in 1271 het graafschap Tirol. Zijn broer Albert kreeg de bezittingen in Friuli, Istrië, Karinthië en in het Pustertal. Hij werd beroemd door het laten slaan van de Zwainziger, het eerste Duitse grote zilveren muntstuk, dat veelvuldig vervalst werd. Hij steunde Rudolf I in diens heerschappijdispuut met koning Ottokar II van Bohemen en werd als beloning daarvoor in 1286 tot rijksvorst verheven en hem werd het hertogdom Karinthië toebedeeld.
Samen met zijn echtgenote Elisabeth van Beieren, de weduwe van Koenraad IV van Hohenstaufen, stichtte hij het Cisterciënzerssticht in Stams in Tirol, waar zich ook zijn graf bevindt. Zijn dochter Elisabeth trouwde Albrecht I, de Duitse koning tussen 1298 en 1308, en werd stammoeder van alle latere leden van het geslacht Habsburg. Door zijn onderwerping van de vorstbisdommen Trente (Italiaans: Trento) en Brixen (Italiaans: Bressanone) geldt hij als eigenlijke grondlegger van het land Tirol.

tr. München [Duitsland] op 6 okt 1259
met

Elisabeth van Beieren, dr. van Otto II (der Erlauchte) Hertog van Beieren (paltsgraaf aan de Rijn) en Agnes Welf van de Palts, geb. Landshut circa 1227, ovl. Schenna [Italië] op 9 okt 1273,
, Elisabeth van Beieren (Landshut, circa 1227 - Schenna, 9 oktober 1273) was van 1246 tot 1254 Rooms-Duits koningin. Ze behoorde tot het huis Wittelsbach.
Elisabeth werd geboren in het kasteel Trausnitz in Landshut als oudste dochter van hertog Otto II van Beieren en diens gemalin Agnes van de Palts, dochter van paltsgraaf aan de Rijn Hendrik V van Brunswijk.
In 1231 werd haar vader hertog van Beieren en paltsgraaf aan de Rijn. In het conflict tussen keizer Frederik II van het Heilige Roomse Rijk en de Romeinse Curie, koos Otto II oorspronkelijk de zijde van de paus, maar in 1241 veranderde hij van kant en koos hij de zijde van keizer Frederik II.
Oorspronkelijk had haar vader Elisabeth verloofd met hertog Frederik II van Oostenrijk.
Doordat Otto een alliantie met keizer Frederik II gesloten had, besloot hij de verloving te verbreken en verloofde hij haar met de zoon van Frederik II, Koenraad IV, vanaf 1237 Rooms-Duits koning, vanaf 1228 koning van Jeruzalem en vanaf 1235 hertog van Zwaben.
Op 1 september 1246 huwden Koenraad IV en Elisabeth in Vohburg, ondanks sterke protesten van pauselijk legaat Albert von Behaim. Ze kregen een zoon:
Konradijn (1252-1268), koning van Jeruzalem, koning van Sicilië en hertog van Zwaben.
Na de dood van haar echtgenoot en het daaropvolgende Interregnum, probeerde Elisabeth de rechten van haar zoon te verzekeren, gesteund door broers, hertogen Lodewijk II en Hendrik XIII van Beieren.
Op 6 oktober 1259 hertrouwde Elisabeth in München met graaf Meinhard II van Gorizia-Tirol, die vanaf 1286 ook hertog van Karinthië was en die tien jaar jonger dan haar was. Ze kregen volgende kinderen:
Elisabeth (±1262-1313), huwde in 1276 met Albrecht I van Habsburg, hertog van Oostenrijk en Rooms-Duits koning, tr. (2) Vohburg an der Donau [Duitsland] op 1 sep 1246 met Koenraad IV van Hohenstaufen. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1262 München [Duitsland] †1312 Königsfelden [Zwitserland] 5012