Genealogische website van Cees Hagenbeek
Michel de Douay
Michel de Douay.

tr.
met

Agnès de Montigny, dr. van Oprime II de Montigny


Oprime I de Montigny
Oprime I Seigneur de Montigny, seigneur de Montigny,
, qualifié de seigneur de Montigny et qui fait un don à l'abbaye de Marchiennes.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Oprime II     


Gautier of Wautiez I de Montigny et de Pecquencourt
Gautier of Wautiez I Seigneur de Montigny et de Pecquencourt, seigneur de Montigny,
, en 1077 (ou en 1079 selon d'autres auteurs), Guatier 1er (Wautiez), seigneur de Montigny et de Pecquencourt ainsi que Sohier, seigneur de Los et de Courcelles (France ), fondent à Aquis-Cinctum (petite île sur la Scarpe ), un monastère de l'ordre de Saint-Benoît, dépendant de l'abbaye d'Anchin, dans un lieu que leur abandonna Alselme de Ribemont, seigneur du comté d'Ostrevant et châtelain de Valenciennes.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Oprime I     


Gijsbrecht Dirksz van Loenersloot
Gijsbrecht Dirksz van Loenersloot, vermeld 1285-1294.

tr.
met

dochter van Hugo Botter van de Lede (Hugo Botter van Arkel), dr. van Hugo II Botter van der Lede en Asekijn van Schoonhoven,
, Eerder in een discussie over de heren van Loenersloot was
opgevallen dat rond 1400 de hoofdstam Loenersloot nog in het bezit was van Arkelse leengoederen: 1/4 van de tienden van Noordeloos; 1/3 van de tiende in de Beemd in Hoog-Blokland. Loenersloot moet dit bezit verworven hebben middels een huwelijk van een stamvader met een dochter van Hugo Botter van Arkel aangezien we vanaf 1300 de benaming Hugo Botter voor een jongere Van Loenersloot-telg aantreffen. Hun Arkelse leengoed zal derhalve uit het patrimonium van Hugo Botter zijn gekomen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik     
Hugo     
Jutte     


Hendrik van Loenersloot
Hendrik van Loenersloot, vermeld 1308-1330.

tr.
met

Elisabeth ? van Brederode, dr. van Dirk III 'de Goede' van Brederode (3e Heer van Brederode 1285, baljuw van Kennemerland 1288) en Maria van der Lecke


Asekijn van Schoonhoven
Asekijn van Schoonhoven (Afkijn, Asekin (Hadewich) van Cats), vrouwe van Schoonhoven,
, van Zweder van Abcoude is bekend dat hij in of voor 1280 hertrouwd was met vrouwe Asekijn, weduwe van ridder Hugo Botter van der Leede, heer van Schoonhoven. Hugo Botter had Schoonhoven vermaakt als lijftocht aan zijn vrouw. Deze had het goed Schoonhoven met rechtsmacht, tiende en bede in 1279 verkocht aan Nikolaas van Kats.
Zodoende vermeld de Arkel-literatuur, dat ridder Hugo
Botter ca. 1279 kinderloos overleed. De laatste vermelding van ridder Hugo Botter, heer van Haastrecht en Schoonhoven, is evenwel van 11-10-1267 (OHZ nr.1459). In 1272 (tussen 25 april en 1 mei) evenwel wordt broer Herbaren van der Leede al als heer van Haastrecht en van de Vlist aangeduid (OHZ nr.1593). Het lijkt dat ridder Hugo Botter dan overleden is tussen 1267 en 1272. Zweder van Abcoude zou derhalve ruim voor 1279, dus vóór 31-3-1277, hertrouwd kunnen zijn met vrouwe Asekijn van Schoonhoven.

tr. (1)
met

Hugo II Botter van der Lede (Hugo Botter van Arkel, Hugo Botter van Schoonhoven), zn. van Herbaren II van de Lede (ridder vermeld 1227-1253) en Mabelia , geb. in 1247, laatst vermeld als heer van Haastrecht en Schoonhoven op 11 okt 1267, heer van Blokland en Botersloot circa 1277, ovl. tussen 1262 en 1272.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
dochter     

tr. (2) voor 31 mrt 1277
met

Zweder van Abcoude, zn. van Gijsbert van Zuilen en Berta


Zweder van Abcoude
Zweder van Abcoude.

tr. voor 31 mrt 1277
met

Asekijn van Schoonhoven (Afkijn, Asekin (Hadewich) van Cats), vrouwe van Schoonhoven,
, van Zweder van Abcoude is bekend dat hij in of voor 1280 hertrouwd was met vrouwe Asekijn, weduwe van ridder Hugo Botter van der Leede, heer van Schoonhoven. Hugo Botter had Schoonhoven vermaakt als lijftocht aan zijn vrouw. Deze had het goed Schoonhoven met rechtsmacht, tiende en bede in 1279 verkocht aan Nikolaas van Kats.
Zodoende vermeld de Arkel-literatuur, dat ridder Hugo
Botter ca. 1279 kinderloos overleed. De laatste vermelding van ridder Hugo Botter, heer van Haastrecht en Schoonhoven, is evenwel van 11-10-1267 (OHZ nr.1459). In 1272 (tussen 25 april en 1 mei) evenwel wordt broer Herbaren van der Leede al als heer van Haastrecht en van de Vlist aangeduid (OHZ nr.1593). Het lijkt dat ridder Hugo Botter dan overleden is tussen 1267 en 1272. Zweder van Abcoude zou derhalve ruim voor 1279, dus vóór 31-3-1277, hertrouwd kunnen zijn met vrouwe Asekijn van Schoonhoven, tr. (1) met Hugo II Botter van der Lede. Uit dit huwelijk een dochter


Jan II van de Lede
Jan II van de Lede, vermeld 1254.


Hugo Botter (III) van de Lede en Schoonhoven
Hugo Botter (III) van de Lede en Schoonhoven, vermeld 1254-1261.


Huprecht von Gertzen gen. Sintzich
Huprecht von Gertzen gen. Sintzich.

tr.
met

Sophia van Nesselrode.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha  †1528   


Ludgard van Keppel
Ludgard van Keppel.

tr.
met

Herman van Voorst en Rechteren, zn. van Herman van Voorst en Rechteren, ovl. in 1329


Wolter van Keppel
Wolter van Keppel, ovl. op 30 mei 1330,
, 1330 ipso die Inventionis sanctae Crucis. Wouter, heer van Keppel, met zijne moeder Beatrix sticht in de kerk van Keppel verscheidene altaren, als aan St. Marie, aan het H. Kruis, aan St. Andreas, aan St. Nicolaas en aan St. Catharina. Aan elk van deze verzekert hij eenige inkomsten. Als uitvoerder van dezen last, die als zijn uiterste wil is te beschouwen, stelt hij aan zijne vrouw Jutta en zijn broeder Dirk, omdat hij zelf zwak en ziekelijk is. Deze hebben daarop nog bij heer Wouter's leven met zijn goedvinden en ook in overleg met Roderik heer van Voorst (zijn schoonzoon) en Beatrix, diens vrouw, Frederik (III) van der Ehze en Everard van Ulft, ridders, nader bepaald :..etc. (Med. Gelre 1916) (Nijhoff, Bijdr. IX, blz. 76.)
1307. Wolter van Keppel, zich noemende „consanguineus et fidelis" van den graaf van Cleve, verzoekt approbatie van de ruiling, die hij gedaan heeft van Nolcardïnc bij Grol aan Cleve leenroerig, tegen Rosepe en Hoeve te Geisteren met Wolter de Koere, knape. (Arch. Keppel.)
(Consanguineus, bloedverwant, meer dan vijf graden afstand.) Dus als moeder Beatrix werkelijk een dochter is van Dirk II van Moers en Elisabeth v.Isenberg zou daar Kleefs bloed in moeten zitten. Als Wolter doelde op de verwantschap via zijn vrouw Jutta van der Sluse met Kleef, dan zou eerder de term affinas of affinitas gebruikt worden.

tr. circa 1300
met

Jutte van der Sluis, dr. van Arnoud van der Sluys en Agnes van der Lecke (vrouwe van Haamstede), geb. circa 1281, stiftsjuffer te Bedbur, gelijftocht aan de hof Olbergen op 25 sep 1323, ovl. op 11 okt 1338.

Uit dit huwelijk 7 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Beatrix  †1355   
Arnolda*1310  †1396  86
Ermgard     
Agnes  †1340   
Elisabeth     
Lutgardis     
Johanna     


Sweder van Voorst
Sweder van Voorst.

tr.
met

Agneta van Loon.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Roderik  †1344   


Agneta van Loon
Agneta van Loon.

tr.
met

Sweder van Voorst, zn. van Herman van Voorst en Rechteren.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Roderik  †1344   


Hendrick de Geest
Hendrick de Geest, geb. circa 1652, gemeentesecretaris van Jutphaas, 1e klerk griffier hof van Utrecht, ovl. Utrecht circa 1697,
, deze Hendrick zou identiek kunnen zijn met de zoon van Sijmen de Geest en Adriaentge Jans van der Linden, die in die tijd in Utrecht woonden. In 1682 in 1682 wordt van Hendrick gezegd dat hij "langen tyd geweest is eerste clercq griffie hove van Utrecht", en die in 1692 de man was van Sara van de Enden. Kennelijk was hij al wat ouder rond 1682-1692.

otr. Jutfaas op 5 sep 1675, tr. Jutfaas op 27 sep 1675, HW geboden ook te Utrecht, BG secretaris alhier, getrouwd door Ds. Heijmenberg, predikant te Utrecht, omdat de predikant van Jutphaas wegens vacature van de kerk van Langerak over de Lek, op zijn beurt aldaar predikte
met

Sara van de Ende, dr. van Justus van de Ende (schout van Jutphaas), woonde in de Nieuwstraat Utrecht in 1630,
, Op 15-11-1679 vindt de uitkoop plaats van de kinderen van de overleden Heyltjen van Oosterhout, met name Coenraet van den Enden, Henrick de Geest als echtgenoot van Sara van den Enden, Anthony de Wilt als echtgenoot van Catharina van den Enden, Johan van Velsen als echtgenoot van Rebecca van den Enden en Cornelia van den Enden voor wie als gemachtigde optreedt haar vader Joost van den Enden, door Jacob van Hattum, coopman wonend te Utrecht, wedr. van Rebecca van Oosterhout. Het betreft de lyftocht uit de boedel van Rebecca van Oosterhout. De leden van de eerste party zyn voor 1/3e deel erfgenamen van Rebecca van Oosterhout. De tweede party, Jacob van Hattum, geniet 1/3e deel van dit 1/3e gedeelte en betaalt de leden van de eerste party ieder ƒ 334,6,-.

Uit dit huwelijk 4 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Simon~1676 Utrecht (Catharijnekerk)    
Benjamin~1679 Utrecht (Catharijnekerk)    
Cornelis~1686 Utrecht (Domkerk)    
Justus~1688 Utrecht (Catharijnekerk)    



Bronnen:
1.Trouwboek Utrecht (T 163), Het Utrechts archief, DTB Utrecht toeg.nr. 711, Inventarisnr.: 96, Utrecht, 1638 (16 mrt 1630 blz. 383)


Sara van de Ende
Sara van de Ende, woonde in de Nieuwstraat Utrecht in 1630,
, Op 15-11-1679 vindt de uitkoop plaats van de kinderen van de overleden Heyltjen van Oosterhout, met name Coenraet van den Enden, Henrick de Geest als echtgenoot van Sara van den Enden, Anthony de Wilt als echtgenoot van Catharina van den Enden, Johan van Velsen als echtgenoot van Rebecca van den Enden en Cornelia van den Enden voor wie als gemachtigde optreedt haar vader Joost van den Enden, door Jacob van Hattum, coopman wonend te Utrecht, wedr. van Rebecca van Oosterhout. Het betreft de lyftocht uit de boedel van Rebecca van Oosterhout. De leden van de eerste party zyn voor 1/3e deel erfgenamen van Rebecca van Oosterhout. De tweede party, Jacob van Hattum, geniet 1/3e deel van dit 1/3e gedeelte en betaalt de leden van de eerste party ieder ƒ 334,6,-.

otr. Jutfaas op 5 sep 1675, tr. Jutfaas op 27 sep 1675, HW geboden ook te Utrecht, BG secretaris alhier, getrouwd door Ds. Heijmenberg, predikant te Utrecht, omdat de predikant van Jutphaas wegens vacature van de kerk van Langerak over de Lek, op zijn beurt aldaar predikte
met

Hendrick de Geest, zn. van Sijmon Jelisz de Geest (groefbidder) en Adriaentgen Jans van der Linden, geb. circa 1652, gemeentesecretaris van Jutphaas, 1e klerk griffier hof van Utrecht, ovl. Utrecht circa 1697,
, deze Hendrick zou identiek kunnen zijn met de zoon van Sijmen de Geest en Adriaentge Jans van der Linden, die in die tijd in Utrecht woonden. In 1682 in 1682 wordt van Hendrick gezegd dat hij "langen tyd geweest is eerste clercq griffie hove van Utrecht", en die in 1692 de man was van Sara van de Enden. Kennelijk was hij al wat ouder rond 1682-1692.

Uit dit huwelijk 4 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Simon~1676 Utrecht (Catharijnekerk)    
Benjamin~1679 Utrecht (Catharijnekerk)    
Cornelis~1686 Utrecht (Domkerk)    
Justus~1688 Utrecht (Catharijnekerk)    


Justus van de Ende
Justus (Joost) van de Ende, schout van Jutphaas, ovl. in 1691.

5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sara     
Coenraedt     
Rebecca Jutfaas    
Cornelia     
Catharina     


Coenraedt van den Ende
Coenraedt van den Ende.

tr.
met

Heyltjen van Oosterhout, ovl. voor 15 nov 1679,
, samenvatting inhoud akte: van lyftocht uit de boedel van Rebecca van Oosterhout
Verwijzingen: procuratie d.d. 3-11-1679 voor de griffie van het hof van Utrecht
Bijzonderheden: leden eerste party zyn voor 1/3e deel erfgenamen van Rebecca van Oosterhout


Rebecca van de Ende
Rebecca van de Ende, geb. Jutfaas.

tr. Jutfaas op 1 apr 1678 huw. voorwaarden 13 maart 1678
met

Jan van Velsen, zn. van NN van Velsen en Catharina van Sweserengh, geb. Utrecht


Cornelia van de Ende
Cornelia van de Ende.

otr. Jutfaas op 10 feb 1685, tr. Jutfaas op 6 apr 1685 huw. voorwaarden 8 maart 1685
met

Glaudi de Kemp, zn. van Jan de Kemp en Willemina Stokmans, meester backer te Utrecht, ovl. in 1707, tr. (2) voor 1681 met Jannigien Plauwier, meester backer. Uit dit huwelijk geen kinderen