Genealogische website van Cees Hagenbeek
Christine Elisabeth van Loe
Christine Elisabeth van Loe https://www.genealogieonline.nl/west-europese-adel/I56407.php, geb. in 1500.

tr. in 1520
met

Lodewijk van Nagel Heer van Königsbruck, geb. in 1495, ovl. in 1572.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Joost*1520  †1558  38


Margarethe van den Loe
Margarethe van den Loe.


Wessel van den Loe tot Wissen
Wessel van den Loe tot Wissen.

tr.
met

Gertrud von Wylich, dr. van Dietrich von und zu Wylich und Diersfort en Elviro van Boetzelaer tot Asperen


Gertrud von Wylich
Gertrud von Wylich.

tr.
met

Wessel van den Loe tot Wissen, zn. van Wessel van den Loe (ambtman in de Liemers 1510) en Margaretha von Hümpel zu Greyn


Elisabeth Floren
Elisabeth Floren.

tr. Meiderich bei Duisburg [Duitsland] op 2 apr 1683
met

Wennemar (Wemmer, Wimmer) Scherer gnt Heintges zu Vohwinkel, zn. van Albert Scherer en Anna Overbruck, geb. Beeck [Duitsland] circa 1647, Bauer, Hofesgeschworener zu Lakum, begr. Meiderich [evg] op 3 feb 1707, tr. (1) met Sophie Heintges zu Vohwinkel. Uit dit huwelijk een dochter.

Uit dit huwelijk 6 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Albert*1684 Meiderich bei Duisburg [Duitsland] †1684 Meiderich bei Duisburg [Duitsland] 0
Albert~1687 Meiderich bei Duisburg [Duitsland]    
Magarethe~1688 Meiderich bei Duisburg [Duitsland]    
Magarethe*1690 Meiderich bei Duisburg [Duitsland] †1735 Meiderich bei Duisburg [Duitsland] 44
Heinrich~1693 Meiderich bei Duisburg [Duitsland]    
Katharina~1697 Meiderich [evg]    


Goert van Laar
Goert van Laar, ovl. in 1623.


Christoph van Laar
Christoph van Laar, ovl. na 1635.


Sibille Winsberg
Sibille Winsberg.


Wilhelm III Winsberg zu Stockum
Wilhelm III Winsberg zu Stockum, geb. in 1653, ovl. op 18 mrt 1709.


Jade Josephine Cohen Tervaert
Jade Josephine Cohen Tervaert, geb. op 11 sep 1993.


Han Jurgen Cohen Tervaert
Han Jurgen Cohen Tervaert, geb. op 9 sep 1996.


Vivian Sofie Joseph Antonius Stribos
Vivian (Vivian Sofie Joseph Antonius) Stribos, geb. Weert op 5 jul 1964.

tr. op 16 okt 2003
met

Reynout Cohen Tervaert, zn. van Wouter Cornelis Cohen Tervaert (huidarts) en Trix (Beatrice Henriëtte Gertrude) Boelen (grafologe), 2 kinderen


Godekinus de Loe
Ritter Godekinus de Loe, geb. circa 1285, ovl. na 1348.


Jacob VI van Mierlaer
Jacob VI van Mierlaer, erfhofmeester van Gelre, ovl. voor 1418,
, Onmondig 1360-1363, knaap 1368, ridder in 1371, laatste vermelding in 1418. Hij is rond 1370 getrouwd met Johanna van Broeckhuysen, dochter van Johan van Broeckhuysen en Theodora van Buderich van het kasteel De Gun (Swolgen). Hij "deed het minder goed" dan zijn voorgangers en eindigde in bijna armoede. Vanaf 1376 treedt hij op als Heer van Mierlaer. Zijn vader leefde toen nog op kasteel Myllendonk. In 1390, na de dood van zijn vader, verkoopt hij het erfdrostambt aan Willem van Broekhuizen, heer van Broekhuizen, Loo, Spraeland en Geijsteren. Het laatste optreden van Jacob VI is in 1418 als hij Henric van Blitterswijck beleend met de helft van de Heerlijkheid Horst, een oud allodiaal bezit van de Heren van Mierlaer.

tr. circa 1370
met

Johanna van Broeckhuijsen (Broichhausen), dr. van Johan van Broeckhuijsen (ridder) en Elisabeth van Buderich.

Uit dit huwelijk 5 kinderen.


Jacob V / III van Mierlaer
Jacob V / III van Mierlaer (Mirlaer), geb. in 1342, Heer van Meerlo en Millendonk, ovl. in 1373,
, Vermeld 1313-1387. Hij was getrouwd met Guda van Swalmen, dochter van Seger Vosken van Swalmen (van Broeckhuysen), maar leefde lange jaren gescheiden van haar. In 1365 werd het huwelijk opnieuw bevestigd om de bezittingen en erfenissen veilig te stellen. De allodiale bezittingen in Horst kwamen in dat jaar aan zijn broer Jan van Mierlaer. Samen met zijn broer Jan had Jacob ook inkomsten uit Well en uit bezittingen in Beuningen en Ewijk die zij hadden geerfd van hun tante Alveradis van Mierlaer en haar man Dirk van Groenouwen. In zijn kinderjaren verbleef Jacob aan het Hof van de Graven van Gelre en was er Page van de latere Hertog Reinoud II. Al op jonge leeftijd komt hij in talrijke aktes voor, aanvankelijk samen met zijn vader. In 1339 bij de benoeming van Reinoud II tot Hertog, benoemt de Duitse Keizer Jacob van Mierlaer tot Erfdrost van Gelre. In 1343 is hij medeondertekenaar bij het verlenen van stadsrechten aan Venlo. Na het onverwachte overlijden van Reinoud II in september 1343 neemt diens echtgenote Eleonora het bestuurlijke heft in handen. De wettelijke opvolger, Reinoud III is dan pas 10 jaar oud. De oude raadgevers van de Hertog, waaronder Jacob van Mierlaer, worden stilaan op non actief gezet. In de daarna ontstane opvolgingsstrijd tussen Reinoud III en zijn broer Eduard komt de laatste als overwinnaar te voorschijn en Jacob van Mierlaer trekt zich rond 1350 terug op kasteel Myllendonk nabij Monchen-Gladbach. In 1387 draagt Jacob van Mierlaer voor zich en voor zijn zoon Johan het slot Milendonk als open huis op aan Hertog Willem en Hertogin Maria van Gelre en Gulik. Het oude geslacht van Myllendonk was rond 1298 uitgestorven. Het slot Myllendonk kwam toen aan een zijtak van de Heren van Reifferscheidt (Reifferscheidt-Wildenburg in de Eiffel). Toen rond 1346 de laatste bewoner van het slot Myllendonk, Frederik van Reifferscheidt, was overleden zonder mannelijke opvolgers na te laten, viel Myllendonk als manleen terug aan de Hertog van Gelre die er daarna Jacob van Mierlaer mee beleende.

tr. in 1365, Man darf nicht vergessen, dass Jakob und Guda 1365 einen Dispens vom Papst bzw. vom Erzbischof von dem Ehehinderungsgrund der Verwandtschaft im 4. Grad erhalten hatte. Damit wurde die Ehe, die schon vorher bestanden hatte, für gültig erklärt und die Kinder legitimiert.
Avignon: 18.5. 1365: Papst Urban V. an Erzbischof v. Köln: Ritter Jakob v. Mirlaer Herr zu Myllendonk und Guda v. Swalmen, Tochter des + Ritters Siger v. Swalmen, hatten seinerzeit schlichten Sinnes und Rechtes unkundig geheiratet, obwohl sie wussten, dass sie im vierten Grad miteinander verwandt waren. Ziel der Heirat war der Rückerwerb der Herrschaft Wickrath und anderer Güter, welcher der Guda unbilligerweise vorenthalten wurden, mit Hilfe ihres Mannes. Der Papst fordert den Erzbischof auf, die zur Zeit getrennt lebenden Gatten von der Exkommunikation zu absolvieren, ihnen für eine erneute Heirat Dispens zu erteilen und ihre jetzige wie künftige Nachkommenschaft zu legitimieren". (Die Regesten der Erzbischöfe v. Köln im Mittelalter, Bd. 7, Düsseldorf 1982, S. 88, Urk. 321.
Also sind aus dieser Ehe vor 1365 auch schon Kinder gezeugt worden. Ich vermute, dass viele Forscher den Dispens aus dem Jahre 1365 als einen Heiratsdispens ansehen nachdem die Ehe erst geschlossen worden ist.
Wenn dem so wäre, wären natürlich alle Kinder, die in den 1360/70er Jahren genannt wurden, viel zu jung für eine einzige Ehe. Da dem aber nicht so ist und das Ehepaar schon VOR 1365 Kinder hatte, passt der Hinweis gut, dass Jakob v. Mirlaer 1360 - 1363 als unmündig genannt wurde, 1368 war er Knappe, 1371 wird er Ritter. Wenn der in diesem Jahr
18 Jahre als war, könnte er in den 1360er Jahren geboren sein, also zu einer Zeit, in der sein Vater bereits mit Guda v. Swalmen verheiratet gewesen ist. Und auch der Name des weiteren Sohnes, der dann nach dem Grüoßvater mütterlicherseits
met

Guda van Swalmen, dr. van Seger Vosker van Swalmen,
, Avignon: 18.5. 1365: Papst Urban V. an Erzbischof v. Köln: Ritter
Jakob v. Mirlaer Herr zu Myllendonk und Guda v. Swalmen, Tochter des
verstorbenen Ritters Siger v. Swalmen, hatten seinerzeit schlichten Sinnes und Rechtes unkundig geheiratet, obwohl sie wussten, dass sie im vierten Grad miteinander verwandt waren. Ziel der Heirat war der Rückerwerb der Herrschaft Wickrath und anderer Güter, welcher der Guda unbilligerweise vorenthalten wurden, mit Hilfe ihres Mannes. Der Papst fordert den Erzbischof auf, die zur Zeit getrennt lebenden Gatten von
der Exkommunikation zu absolvieren, ihnen für eine erneute Heirat Dispens zu erteilen und ihre jetzige wie künftige Nachkommenschaft zu
legitimieren.(Die Regesten der Erzbischöfe v. Köln im Mittelalter, Bd. 7, Düsseldorf 1982, S. 88, Urk. 321.).

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob VI  †1418   
Johan     


Guda van Swalmen
Guda van Swalmen,
, Avignon: 18.5. 1365: Papst Urban V. an Erzbischof v. Köln: Ritter
Jakob v. Mirlaer Herr zu Myllendonk und Guda v. Swalmen, Tochter des
verstorbenen Ritters Siger v. Swalmen, hatten seinerzeit schlichten Sinnes und Rechtes unkundig geheiratet, obwohl sie wussten, dass sie im vierten Grad miteinander verwandt waren. Ziel der Heirat war der Rückerwerb der Herrschaft Wickrath und anderer Güter, welcher der Guda unbilligerweise vorenthalten wurden, mit Hilfe ihres Mannes. Der Papst fordert den Erzbischof auf, die zur Zeit getrennt lebenden Gatten von
der Exkommunikation zu absolvieren, ihnen für eine erneute Heirat Dispens zu erteilen und ihre jetzige wie künftige Nachkommenschaft zu
legitimieren.(Die Regesten der Erzbischöfe v. Köln im Mittelalter, Bd. 7, Düsseldorf 1982, S. 88, Urk. 321.).

tr. in 1365, Man darf nicht vergessen, dass Jakob und Guda 1365 einen Dispens vom Papst bzw. vom Erzbischof von dem Ehehinderungsgrund der Verwandtschaft im 4. Grad erhalten hatte. Damit wurde die Ehe, die schon vorher bestanden hatte, für gültig erklärt und die Kinder legitimiert.
Avignon: 18.5. 1365: Papst Urban V. an Erzbischof v. Köln: Ritter Jakob v. Mirlaer Herr zu Myllendonk und Guda v. Swalmen, Tochter des + Ritters Siger v. Swalmen, hatten seinerzeit schlichten Sinnes und Rechtes unkundig geheiratet, obwohl sie wussten, dass sie im vierten Grad miteinander verwandt waren. Ziel der Heirat war der Rückerwerb der Herrschaft Wickrath und anderer Güter, welcher der Guda unbilligerweise vorenthalten wurden, mit Hilfe ihres Mannes. Der Papst fordert den Erzbischof auf, die zur Zeit getrennt lebenden Gatten von der Exkommunikation zu absolvieren, ihnen für eine erneute Heirat Dispens zu erteilen und ihre jetzige wie künftige Nachkommenschaft zu legitimieren". (Die Regesten der Erzbischöfe v. Köln im Mittelalter, Bd. 7, Düsseldorf 1982, S. 88, Urk. 321.
Also sind aus dieser Ehe vor 1365 auch schon Kinder gezeugt worden. Ich vermute, dass viele Forscher den Dispens aus dem Jahre 1365 als einen Heiratsdispens ansehen nachdem die Ehe erst geschlossen worden ist.
Wenn dem so wäre, wären natürlich alle Kinder, die in den 1360/70er Jahren genannt wurden, viel zu jung für eine einzige Ehe. Da dem aber nicht so ist und das Ehepaar schon VOR 1365 Kinder hatte, passt der Hinweis gut, dass Jakob v. Mirlaer 1360 - 1363 als unmündig genannt wurde, 1368 war er Knappe, 1371 wird er Ritter. Wenn der in diesem Jahr
18 Jahre als war, könnte er in den 1360er Jahren geboren sein, also zu einer Zeit, in der sein Vater bereits mit Guda v. Swalmen verheiratet gewesen ist. Und auch der Name des weiteren Sohnes, der dann nach dem Grüoßvater mütterlicherseits
met

Jacob V / III van Mierlaer (Mirlaer), zn. van Jacob IV / II van Mierlaer (heer van Ter Horst) en Beatrix van Malberg/ van Reifferscheyt, geb. in 1342, Heer van Meerlo en Millendonk, ovl. in 1373,
, Vermeld 1313-1387. Hij was getrouwd met Guda van Swalmen, dochter van Seger Vosken van Swalmen (van Broeckhuysen), maar leefde lange jaren gescheiden van haar. In 1365 werd het huwelijk opnieuw bevestigd om de bezittingen en erfenissen veilig te stellen. De allodiale bezittingen in Horst kwamen in dat jaar aan zijn broer Jan van Mierlaer. Samen met zijn broer Jan had Jacob ook inkomsten uit Well en uit bezittingen in Beuningen en Ewijk die zij hadden geerfd van hun tante Alveradis van Mierlaer en haar man Dirk van Groenouwen. In zijn kinderjaren verbleef Jacob aan het Hof van de Graven van Gelre en was er Page van de latere Hertog Reinoud II. Al op jonge leeftijd komt hij in talrijke aktes voor, aanvankelijk samen met zijn vader. In 1339 bij de benoeming van Reinoud II tot Hertog, benoemt de Duitse Keizer Jacob van Mierlaer tot Erfdrost van Gelre. In 1343 is hij medeondertekenaar bij het verlenen van stadsrechten aan Venlo. Na het onverwachte overlijden van Reinoud II in september 1343 neemt diens echtgenote Eleonora het bestuurlijke heft in handen. De wettelijke opvolger, Reinoud III is dan pas 10 jaar oud. De oude raadgevers van de Hertog, waaronder Jacob van Mierlaer, worden stilaan op non actief gezet. In de daarna ontstane opvolgingsstrijd tussen Reinoud III en zijn broer Eduard komt de laatste als overwinnaar te voorschijn en Jacob van Mierlaer trekt zich rond 1350 terug op kasteel Myllendonk nabij Monchen-Gladbach. In 1387 draagt Jacob van Mierlaer voor zich en voor zijn zoon Johan het slot Milendonk als open huis op aan Hertog Willem en Hertogin Maria van Gelre en Gulik. Het oude geslacht van Myllendonk was rond 1298 uitgestorven. Het slot Myllendonk kwam toen aan een zijtak van de Heren van Reifferscheidt (Reifferscheidt-Wildenburg in de Eiffel). Toen rond 1346 de laatste bewoner van het slot Myllendonk, Frederik van Reifferscheidt, was overleden zonder mannelijke opvolgers na te laten, viel Myllendonk als manleen terug aan de Hertog van Gelre die er daarna Jacob van Mierlaer mee beleende.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob VI  †1418   
Johan     


Johan van Mierlaer
Johan van Mierlaer (Mirlaer),
, Vermeld 1378-1411. Hij trouwde in 1378 met Bela Scheiffart van Merode. Van zijn vader, Jacob V van Mierlaer, erfde hij na 1387 Myllendonk. Hieruit ontstond het geslacht van Mierlaer van Myllendonk. In 1390 wordt Johan voor het eerst vermeld als heer van Myllendonk.

tr. voor 1378
met

Bela Scheiffart van Merode, dr. van Ritter Johan IV Scheiffart van Merode (ridder 1367, ambtman van Hülchrat 1372) en N.N. von Overbach


Bela Scheiffart van Merode
Bela Scheiffart van Merode.

tr. voor 1378
met

Johan van Mierlaer (Mirlaer), zn. van Jacob V / III van Mierlaer (Heer van Meerlo en Millendonk) en Guda van Swalmen,
, Vermeld 1378-1411. Hij trouwde in 1378 met Bela Scheiffart van Merode. Van zijn vader, Jacob V van Mierlaer, erfde hij na 1387 Myllendonk. Hieruit ontstond het geslacht van Mierlaer van Myllendonk. In 1390 wordt Johan voor het eerst vermeld als heer van Myllendonk


Johann III Scheiffart van Merode
Johann III Scheiffart van Merode, geb. circa 1293, ridder 1331, heer van Hemmersbach, buitenburge van Keulen 1333, ovl. tussen 10 jun 1314 en 11 nov 1344 ,
, Joh III, 1338 Verkauf der Lehnleute und Mannlehen im Gericht von Frechen an den Markgrafen Wil v.Jülich, 1360 jülichscher Truchsess, Raubritter, plünderte von seiner Burg Hammersbach aus kölnische und brabantische Kaufleute, 24.12.1366 Eroberung der Burg Hammersbach durch Kölner und Brabanter, Schleifung der Burg, Johann und seine 3 ältesten Söhne sowie 10 weitere Ritter werden gerädert (wenn das Todesdatum nach Schwennicke stimmt, dann war der Sohn Joh der Raubritter), woonde op de burcht Hemmersbach bij Keulen. Op Kerstavond van het jaar 1366 werd de burcht Hemmersbach door Keulse troepen veroverd en verwoest. Johan werd samen met drie van zijn zoons en een tiental andere ridders gevangen genomen en geradbraakt. Een zoon Hendrik overleefde de slachting en bouwde later de burcht Hemmersbach weer op.

tr.
met

Margaretha von Müllenark-Tomburg, ovl. voor 1338.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Werner     


Jacob IV / II van Mierlaer
Jacob IV / II van Mierlaer, geb. in 1310, heer van Ter Horst, ovl. voor 1359,
, Vermeld 1307-1336, in 1307 en 1308 was hij schout van Den Bosch nadat Jan van Kuijk daar op verzoek van de Hertog van Brabant de orde had hersteld. Na het overlijden van zijn vader in 1310 keerde hij terug naar het stamslot in Meerlo om de familiebelangen te behartigen. Na het overlijden van Jan van Kuijk in 1308 was Jacob (IV) de eerste van Mierlaer die zich op de Graven van Gelre ging richten. Zijn zoon (Jacob V) ontving zelfs zijn opvoeding aan het hof van de Gelderse Graven. Toen in 1318 de nog jonge graaf Reinald II zijn zwakzinnige vader Reinald I gevangen zette, was Jacob IV de voornaamste raadgever van de Graaf en zijn moeder Margaretha van Vlaanderen. In 1326, bij het definitieve aantreden van Graaf Reinald II, droeg hij zijn goederen in Meerlo (niet de Heerlijke Rechten) in leen op aan de Graaf. Naast Heer van Meerlo was Jacob ook Heer van het nabijgelegen Horst. In 1333 behoorde Jacob IV tot de vertrouwelingen die namens Graaf Reinald II bij de Engelse koning met succes om de hand van diens dochter Eleonora gingen vragen. Jacob moet rond 1336 zijn overleden.

tr. (1)
met

NN van Beeck, dr. van Sizo van Beeck en Mette van Uitwijk.

tr. (2) in 1345
met

Beatrix van Malberg/ van Reifferscheyt.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob V*1342  †1373  31