Genealogische website van Cees Hagenbeek
NN van Beeck
NN van Beeck.

tr.
met

Jacob IV / II van Mierlaer, zn. van Jacob III /I van Mierlaer, geb. in 1310, heer van Ter Horst, ovl. voor 1359,
, Vermeld 1307-1336, in 1307 en 1308 was hij schout van Den Bosch nadat Jan van Kuijk daar op verzoek van de Hertog van Brabant de orde had hersteld. Na het overlijden van zijn vader in 1310 keerde hij terug naar het stamslot in Meerlo om de familiebelangen te behartigen. Na het overlijden van Jan van Kuijk in 1308 was Jacob (IV) de eerste van Mierlaer die zich op de Graven van Gelre ging richten. Zijn zoon (Jacob V) ontving zelfs zijn opvoeding aan het hof van de Gelderse Graven. Toen in 1318 de nog jonge graaf Reinald II zijn zwakzinnige vader Reinald I gevangen zette, was Jacob IV de voornaamste raadgever van de Graaf en zijn moeder Margaretha van Vlaanderen. In 1326, bij het definitieve aantreden van Graaf Reinald II, droeg hij zijn goederen in Meerlo (niet de Heerlijke Rechten) in leen op aan de Graaf. Naast Heer van Meerlo was Jacob ook Heer van het nabijgelegen Horst. In 1333 behoorde Jacob IV tot de vertrouwelingen die namens Graaf Reinald II bij de Engelse koning met succes om de hand van diens dochter Eleonora gingen vragen. Jacob moet rond 1336 zijn overleden, tr. (2) met Beatrix van Malberg/ van Reifferscheyt. Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder


Sizo van Beeck
Sizo van Beeck.

tr.
met

Mette van Uitwijk, geb. Roermond.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
NN     


Mette van Uitwijk
Mette van Uitwijk, geb. Roermond.

tr.
met

Sizo van Beeck.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
NN     


Jacob III /I van Mierlaer
Jacob III /I van Mierlaer,
, Vermeld 1275-1310. Jacob vocht mee in de slag bij Worringen (1288) aan de zijde van Jan van Kuijk en de Hertog van Brabant tegen onder meer de Graaf van Gelre. Jacob erfde van zijn vader de "Hollandse goederen" in Delft en Katendrecht. In 1303 scheldt hij de graaf van Holland alle schulden kwijt die deze jegens hem heeft en verbindt hij zich met zijn nakomelingen aan de Graaf van Holland. Een jaar later is de graaf echter al overleden. Het laatste optreden van Jacob is in 1310 als Jacobus Dominus de Mirlaer een akte zegelt van Johannes Dominus de Kuyck (Jan II van Kuijk).

2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob IV*1310  †1359  49
Agnes     


Jacob II / I van Mierlaer
Jacob II / I (Jacob II) van Mierlaer, van Mirlaer, ovl. Keulen [Duitsland] in 1268,
, vermeld 1240-1268, door zijn huwelijk was Jan van Kuijk (1254-1308) zijn zwager. Jacob bezat goederen te Zoelmond (Betuwe) en Delft ('t Woud). Voor deze laatste goederen was hij ambtman van de graaf van Holland. Via zijn vrouw verkreeg hij ook goederen onder Katendrecht (Rotterdam) uit het bezit van de Heer van Putten. Jacob sneuvelde bij het beleg van Keulen op 15 oktober 1268.

tr. (1) kort voor 1240, het huwelijk tussen Jacob van Mierlaer en Alverade van Kuyc is kort voor 1240 gesloten. De schenking van 1240 is de eerste vermelding die Mierlaer direct linkt aan Kuyc
met

Alveradis van Kuyc, dr. van Ridder Hendrik III graaf van Kuyc en Aleydis Jansdr Persijn van Putten.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob III     

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Vrouwe     


Alveradis van Kuyc
Alveradis van Kuyc.

tr. kort voor 1240, het huwelijk tussen Jacob van Mierlaer en Alverade van Kuyc is kort voor 1240 gesloten. De schenking van 1240 is de eerste vermelding die Mierlaer direct linkt aan Kuyc
met

Jacob II / I (Jacob II) van Mierlaer, van Mirlaer, zn. van Jacob I van Mierlaer en Justine van Straelen, ovl. Keulen [Duitsland] in 1268,
, vermeld 1240-1268, door zijn huwelijk was Jan van Kuijk (1254-1308) zijn zwager. Jacob bezat goederen te Zoelmond (Betuwe) en Delft ('t Woud). Voor deze laatste goederen was hij ambtman van de graaf van Holland. Via zijn vrouw verkreeg hij ook goederen onder Katendrecht (Rotterdam) uit het bezit van de Heer van Putten. Jacob sneuvelde bij het beleg van Keulen op 15 oktober 1268, een dochter.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob III     



Bronnen:
1.Floris V, een politieke moord in 1296 (B 207), Prof. dr. E.H.P. Cordfunke, Walburg Pers, Zutphen, 2011 (blz. 69)


Jacob I van Mierlaer
Jacob I van Mierlaer,
, vermeld 1213-1240, hij onderhield nauwe contacten met zowel de Heren van Meerhem (bij Roermond) als met de Heren van Kuijk, maar ook met de Graven van Gelre en Holland. In 1213 is hij getuige voor Rutger van Meerhem. In 1240 zegelt hij een akte van Hendrik III van Kuijk. Via zijn vrouw kwam de familie van Mierlaer rond 1260 in bezit van 1/3 deel Well en 1/3 deel Afferden (met onder meer het goed Bleijenbeek).

tr.
met

Justine van Straelen, dr. van Arnold van Straelen en Mechtildis van Gesserne (Wachtendonk), geb. circa 1185.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob II  †1268 Keulen [Duitsland]  


Justine van Straelen
Justine van Straelen, geb. circa 1185.

tr.
met

Jacob I van Mierlaer,
, vermeld 1213-1240, hij onderhield nauwe contacten met zowel de Heren van Meerhem (bij Roermond) als met de Heren van Kuijk, maar ook met de Graven van Gelre en Holland. In 1213 is hij getuige voor Rutger van Meerhem. In 1240 zegelt hij een akte van Hendrik III van Kuijk. Via zijn vrouw kwam de familie van Mierlaer rond 1260 in bezit van 1/3 deel Well en 1/3 deel Afferden (met onder meer het goed Bleijenbeek).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob II  †1268 Keulen [Duitsland]  


Arnold van Straelen
Arnold van Straelen.

tr.
met

Mechtildis van Gesserne (Wachtendonk).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Justine*1185     


Mechtildis van Gesserne (Wachtendonk)
Mechtildis van Gesserne (Wachtendonk).

tr.
met

Arnold van Straelen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Justine*1185     


Meginhard III
Meginhard III , graaf van Hamaland en hertog van Friesland, ovl. circa 902,
, na de moord op Eberhard (I) volgt Meginhard III in 898 zijn broer op als graaf van Hamaland en hertog van Friesland (Frisia). Vooral de opvolging in het laatstgenoemde ambt is opmerkelijk, omdat Eberhard (I) deze op persoonlijke titel heeft verworven. De Brunharingen ontberen oorspronkelijk een stevige machtsbasis in Friesland. Blijkbaar heeft keizer Arnulf behoefte aan een stevige dynastie in het noordpoosten van zijn rijk. Waldger III van Teisterbant, de moordenaar van Eberhard (I) blijft merkwaardig genoeg onbestraft.
Bij de benoeming tot dux (hertog) heeft Eberhard (I) waarschijnlijk enkele goederen in het nieuw verworven ambtsgebied toegewezen gekregen om zijn nieuwe positie kracht bij te zetten. Deze goederen zullen samen met het ambt op Meginhard III overgegaan zijn. Een van de grootste problemen waarvoor Meginhard III zich na zijn aanstelling gesteld ziet is de plaats waar de bisschop van Utrecht zetelt. Bisschop Hunger heeft in 857 Utrecht verlaten en zijn opvolger Odilbald is na enkele omzwervingen waarschijnlijk voor 898 in Deventer terecht gekomen, waar ook de gravenzetel van Eberhard (I) en zijn opvolger Meginhard III zich bevindt. Voor de status van Hamaland is de aanwezigheid van de bisschopszetel enorm belangrijk. Bovendien is de invloed bij benoemingen van nieuwe bisschoppen zo groter. Wie het dichst bij het vuur zit. Tot 899 lijkt er niets aan de hand, het aanzien van Meginhard III binnen de rijksaristocratie is rijzende. In de loop van 899 doemen er problemen op. In dat jaar wordt Radbod (of Radboud) tot de nieuwe bisschop van Utrecht verheven met de instemming van keizer Arnulf, die drie maanden later zal overlijden. Meginhard III zal de benoeming niet hebben bevallen. Radbod is afkomstig uit de Reginaren-factie en via moederszijde verwant aan Waldger III van Teisterbant, de moordenaar van broer Eberhard (I). Mogelijk vindt de keizer dat Meginhard III's ster te snel rijst en denkt hij zo een evenwicht in het noordoosten van zijn rijk te creëren. Meginhard III zal Radbod in ieder geval niet vriendelijk in Deventer hebben ontvangen. Zeker niet wanneer Radbod meteen na zijn aanstelling zijn plannen met betrekking tot de verhuizing van de bisschopszetel naar Utrecht ontvouwt. Meginhard III verzet zich met succes, de plannen gaan vooralsnog de ijskelder in. Al zal het waarschijnlijk nooit de bedoeling van de Utrechtse bisschoppen geweest om zich permanent in Deventer te vestigen.

tr.
met

Irenfried ,
, zuster van de Luitward, bisschop van Vercelli, 890-895. Op de vraag met wie Meginhard III getrouwd is heeft menigeen zich de tanden kapot gebeten, maar een definitief antwoord is tot op heden niet geformuleerd. Ook de volgende generatie Brunharingen, Meginhard IV en Eberhard (II), heeft nog geen definitieve plek in de stamboom gevonden. Zijn zij zonen van Eberhard (I) of Meginhard III?


Irenfried
Irenfried ,
, zuster van de Luitward, bisschop van Vercelli, 890-895. Op de vraag met wie Meginhard III getrouwd is heeft menigeen zich de tanden kapot gebeten, maar een definitief antwoord is tot op heden niet geformuleerd. Ook de volgende generatie Brunharingen, Meginhard IV en Eberhard (II), heeft nog geen definitieve plek in de stamboom gevonden. Zijn zij zonen van Eberhard (I) of Meginhard III?

tr.
met

Meginhard III , zn. van Meginhard II (vermeld 861-880) en Evesa van Argengouw (gravin van Hamaland, vermeld 861-881), graaf van Hamaland en hertog van Friesland, ovl. circa 902,
, na de moord op Eberhard (I) volgt Meginhard III in 898 zijn broer op als graaf van Hamaland en hertog van Friesland (Frisia). Vooral de opvolging in het laatstgenoemde ambt is opmerkelijk, omdat Eberhard (I) deze op persoonlijke titel heeft verworven. De Brunharingen ontberen oorspronkelijk een stevige machtsbasis in Friesland. Blijkbaar heeft keizer Arnulf behoefte aan een stevige dynastie in het noordpoosten van zijn rijk. Waldger III van Teisterbant, de moordenaar van Eberhard (I) blijft merkwaardig genoeg onbestraft.
Bij de benoeming tot dux (hertog) heeft Eberhard (I) waarschijnlijk enkele goederen in het nieuw verworven ambtsgebied toegewezen gekregen om zijn nieuwe positie kracht bij te zetten. Deze goederen zullen samen met het ambt op Meginhard III overgegaan zijn. Een van de grootste problemen waarvoor Meginhard III zich na zijn aanstelling gesteld ziet is de plaats waar de bisschop van Utrecht zetelt. Bisschop Hunger heeft in 857 Utrecht verlaten en zijn opvolger Odilbald is na enkele omzwervingen waarschijnlijk voor 898 in Deventer terecht gekomen, waar ook de gravenzetel van Eberhard (I) en zijn opvolger Meginhard III zich bevindt. Voor de status van Hamaland is de aanwezigheid van de bisschopszetel enorm belangrijk. Bovendien is de invloed bij benoemingen van nieuwe bisschoppen zo groter. Wie het dichst bij het vuur zit. Tot 899 lijkt er niets aan de hand, het aanzien van Meginhard III binnen de rijksaristocratie is rijzende. In de loop van 899 doemen er problemen op. In dat jaar wordt Radbod (of Radboud) tot de nieuwe bisschop van Utrecht verheven met de instemming van keizer Arnulf, die drie maanden later zal overlijden. Meginhard III zal de benoeming niet hebben bevallen. Radbod is afkomstig uit de Reginaren-factie en via moederszijde verwant aan Waldger III van Teisterbant, de moordenaar van broer Eberhard (I). Mogelijk vindt de keizer dat Meginhard III's ster te snel rijst en denkt hij zo een evenwicht in het noordoosten van zijn rijk te creëren. Meginhard III zal Radbod in ieder geval niet vriendelijk in Deventer hebben ontvangen. Zeker niet wanneer Radbod meteen na zijn aanstelling zijn plannen met betrekking tot de verhuizing van de bisschopszetel naar Utrecht ontvouwt. Meginhard III verzet zich met succes, de plannen gaan vooralsnog de ijskelder in. Al zal het waarschijnlijk nooit de bedoeling van de Utrechtse bisschoppen geweest om zich permanent in Deventer te vestigen


Wichman II
graaf Wichman II , vermeld 825-861, ovl. circa 861,
, is weinig bekend. Bij zijn dood rond 861 verdelen zijn drie zonen de erfenis.

3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Meginhard II  †881   
Wichman III     
Herman II     


Wichman III
Wichman III .

tr.
met

Imhilde


Herman II
Herman II .


Imhilde
Imhilde .

tr.
met

Wichman III , zn. van graaf Wichman II (vermeld 825-861)


Kunigunde
Kunigunde .

tr.
met

Meginhard IV , zn. van Everhard I Saxo (graaf van Hamaland en markgraaf van Friesland) en Wiltrud , ovl. tussen 15 mrt 952 en 15 mrt 958 ,
, vermeld 914-952, graaf van Hamaland en markgraaf van Friesland, relatie (1) met Hirmentrud Kunigunde NN. Uit deze relatie 2 kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wichman IV  †974   


Wiltrud
Wiltrud ,
, mogelijk een kleindochter van Asig I, graaf in de Hessengouw.

relatie
met

Everhard I Saxo (im Keldachgau), zn. van Meginhard II (vermeld 861-880) en Evesa van Argengouw (gravin van Hamaland, vermeld 861-881), graaf van Hamaland en markgraaf van Friesland, ovl. in 898.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Meginhard IV  †952   


Waltbert van Graingouw
Waltbert van Graingouw.

tr.
met

Mathilde van Herford.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Diederik*872  †917  45


Mathilde van Herford
Mathilde van Herford.

tr.
met

Waltbert van Graingouw.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Diederik*872  †917  45