Genealogische website van Cees Hagenbeek

Ine Agerbeek
 
Ine Agerbeek.


Willem de Cocq van Waardenburg tot Isendoorn
Willem de Cocq van Waardenburg tot Isendoorn, ridder, heer van Isendoorn, ovl. op 13 nov 1318.

tr.
met

Mabelia van Heukelom (Mabelia van Arkel), dr. van Otto I van Arkel ridder (heer van Heukelom en Asperen), tr. (2) met Willem ridder van Isendoorn. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem  †1371   


Anna Gertrudis van Aeswijn
Anna Gertrudis van Aeswijn, erfdochter van Aeswijn en Gramsberg.


Gerard van Vlodorp
Gerard van Vlodorp (van Vloten), geb. circa 1400, vertegenwoordiger bij de kloosterbouw van Jacob I heer van Horne Weert in 1461,
, Gerard van Vlodorp overleden voor zijn vader, voogdijschap op diens erfgenamen van Vlodorp, van Wely pag. 116 noemt hem de neef van Willem van Vlodorp, de erfvoogd van Roermond en de vertegenwoordiger van graaf Jacob van Horne in 1461 bij de kloosterbouw te Weert, geb. ca. 1400, van Wely pag. 117, erfvoogd van Roermond Heer van Leuth, koopt Dalenbroek (1457),met lossing uit handen der kinderen van Johan van Brede. Jr Godard was heer van Leuth, heer van Dalenbroek,heer van Mettechoven, leenman van Horne, 1480 für den minderjährigen Stiefsohn Gerhard von Broichhausen mit der Herrschaft Werdenberg belehnt.

tr.
met

Elisabeth van Haeften, dr. van Walraven van Haeften (heer van Haeften, Herwijnen, Hellu en (causa uxoris) Varick) en Henrica van Varick (vrouwe van Varick), geb. circa 1438, vrouwe van Varick, ovl. op 31 okt 1504,
, Dochter: Walram en Hendrika van Varick, 1.Ehe: Johann van Broichhausen, 3.Ehe: Willem van Aeswein, tr. (1) met Johan van Broekhuizen. Uit dit huwelijk 2 kinderen, tr. (3) met Willem van Aeswijn. Uit dit huwelijk 2 kinderen, tr. (4) met Adolf van Egmond Hertog van Gelre graaf van Zutphen. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Anna  †1531   
Gerhard  †1544   


Willem van Aeswijn
Willem van Aeswijn, drost then Bergh.

tr.
met

Elisabeth van Haeften, dr. van Walraven van Haeften (heer van Haeften, Herwijnen, Hellu en (causa uxoris) Varick) en Henrica van Varick (vrouwe van Varick), geb. circa 1438, vrouwe van Varick, ovl. op 31 okt 1504,
, Dochter: Walram en Hendrika van Varick, 1.Ehe: Johann van Broichhausen, 3.Ehe: Willem van Aeswein, tr. (1) met Johan van Broekhuizen. Uit dit huwelijk 2 kinderen, tr. (2) met Gerard van Vlodorp, zn. van Willem van Vlodorp en Cecilia von Hamal-Elderen-Borgharen. Uit dit huwelijk 2 kinderen, tr. (4) met Adolf van Egmond Hertog van Gelre graaf van Zutphen. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Reinald     
Henrica*1465  †1553  88


Reinald van Aeswijn
Reinald van Aeswijn.


Christina ten Herenhaven
Christina ten Herenhaven.

tr.
met

Ludolph Bruyns, zn. van Nicolaas Bruyns en joffer Wendela Jansdr van Till, geb. circa 1555, heer van de,Avervoert", burgemeester van Emmerik, ovl. na 1617.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha*1600     


Margaretha Catharina Bruyns
Jvr Margaretha Catharina Bruyns, geb. circa 1600,
, dochter van de burgemeester van Emmerik.

relatie
met

Frederik Hendrik prins van Oranje, zn. van Willem I "de Zwijger" van Oranje-Nassau (burggraaf) en Louise de Coligny, geb. Delft op 29 jan 1584, ged. Delft op 12 jun 1584, graaf van Oranje-Nassau, Buren, etc. stadhouder, ovl. Den Haag op 14 mrt 1647, begr. Delft op 10 mei 1647, tr. (1) met zijn achternicht Amalia gravin van Solms-Braunsfeld. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frederik*1623  †1672 Grevenbroich 49


Casper Frederik Weisz
Casper Frederik Weisz.


Frederik van Nassau-Zuijlenstein
Jhr Frederik van Nassau-Zuijlenstein, geb. tussen 1623 en 1624, heer van Zuylenstein en Leersum, ovl. Grevenbroich Grevenbrugge half uur gaans van Woerden op 12 okt 1672, begr. Den Haag op 17 jan 1673,
, In een brief van Frederik Hendrik, gedateerd 27 Maart 1624, is sprake van een kind, waarvan hem het vaderschap werd toegeschreven en dat uit Emmerik naar ‘s Gravenhage werd 0vergebracht. In een,Kroniek der stad Roermond” 2) wordt vermeld, dat de Prins op den 17 October 1633 uit Wezel te Roermond aankwam en dat,Jhr Fredrik van Nassau, des Heeren Prince sone” zich met den,minister off predicant” van den Prins in zijn gevolg bevond.
In 1637 studeerde Frederik aan de Academie te Breda, als
wanneer van hem wordt vermeld, dat hij bestemd was om als Gouverneur dier stad op te treden. Zijn voormalige,pedagoge” wiens naam wordt- opgegeven als,Monsieur Tassyn”, hield zich destijds wegens,affaires” van den Prins te Parijs op.
Inmiddels kocht zijn vader in 1630 de heerlijkheid Zuijlestein, waarmee deze op den 24 Februari 1632 door de Staten van Utrecht werd verlijd. Denkelijk geschiedde die aankoop reeds met het doel zijn natuurlijken zoon een aanzienlijke positie te verschaffen. Hoe dit zij, bij open brieven van 15 Maart 1640 deed de Prins daarvan schenking aan zijn natuurlijke zoon, aangeduid als Jonkheer Frederik,commandeur van Bueren”, wien hij vervolgens bij codicil tot zijn testament, ddo 30 Januari 1644, bovendien nog een som van f 80,000
vermaakte.
Op den Staat van Oorlog voor 1644 komt de HEER VAN SUILENSTEIN voor als Kapitein van een compagnie voetvolk ter repartitie van Utrecht. Den 27n Mei 1645 krijgt hij commissie als Luitenant-Kolonel en wordt op de afbeelding der begrafenis van FREDERIK HENDRIK voorgesteld als drager van den wapenrok van den overledene, waarbij hij wordt aangeduid als,Commandeur van den Iande van Utrecht”.
Den 3 Januari 1648 wordt hij Kolonel en begiftigd met het
kapiteinschap over de compagnie van wijlen Luit.-kol. DE GRUTHERE. Als zoodanig ondersteunt hij 29 Juli-3 Aug. 1650 den aanslag op Amsterdam en houdt zijn residentie bij die gelegenheid op het Muiderslot.
Na den dood van zijn half-broeder WILLEM II werd hij in 1659 door de Prinsessen MARY en AMALIA VAN SOLMS benoemd tot Gouverneur van den jeugdigen Prins, later Koning-Stadhouder. In Maart 1662 werd hij uit naam van KAREL II door Lord CLARENDON met name aanbevolen aan den Raadpensionaris DE WITT, zoodat toen schijnt te zijn afgezien van het, reeds vóór den dood der Prinses Royale geopperd plan om ZUYLESTEIN als Gouverneur van den
Prins door een ander te doen vervangen. Toen dat plan ter sprake gebracht werd, was daarbij voorgesteld ZUYLESTEIN aan te stellen tot Gouverneur van het Prinsdom Oranje.
Slechts vier jaar mocht dit baten. Bij de reorganisatie van
‘s Prinsen omgeving in 1666 werd ZUYLESTEIN als Engelschgezind door ‘s Prinsen voogden ontslagen. Hij werd daarop vervangen door den Staatschgezinden JOHAN VAN GENT. Op den Staat van Oorlog van dat jaar komt FREDERIK VAN Nassu Zuijlenstein voor als Kolonel van een regiment voetvolk ter repartitie van de provincie Utrecht en,Commandeur over de guarnisoenen der Stadt en Steden ‘s Iants van Utrecht, ad vitam?‘. In Januari 1668 benoemd tot Luitenant-Generaal der Infanterie was hij van 1669 tot 1672 Stad- en Slotvoogd van Breda. Dat hij na zijn ontslag als Gouverneur met zijn voormaligen bloedverwant-kweekeling nog steeds op intiemen voet bleef staan, kan daaruit blijken, dat FREDERIK VAN N. Z. den Prins in den winter van 1670 naar Engeland vergezelde.
Op den Staat van Oorlog voor het jaar 1672 komt hij voor als,FREDERICK HENDRICK VAN NASSAU, HEER VAN Zuylestein Gouverneur tot Breda, Kolonel van een regiment voetvolk ter repartitie van Utrecht, Iieutenant-Generaal der Infanterie”. Na de verheffing van den Prins werd hij Generaal der Infanterie (de eerste hier te lande, die dezen titel verkreeg). Als zoodanig was hij een der organisateurs van het leger te velde, en als vertrouwd vriend van Willem III voorzitter van den krijgsraad. In die hoedanigheid veroordeelde hij den verrader DE MONTBAS ter dood.
Den 12 October 1672 sneuvelt NASSAU ZUYLESTEIN bij een aanval der Franschen op den post bij Grevenbrug (een half uur beoosten Woerden. Omtrent zijn dood doen allerlei verhalen de ronde. Of hij gevallen is als een offer van de wraak en het verraad van den naar den vijand overgeloopen DE MONTBAS is onzeker. Wel schijnt hij zich in zijn laatste oogenblikken nog dapper te hebben verweerd, want zijn lichaam was met 18 wonden als overdekt. In linnen - zwachtels werd het door de Franschen aan den Prins van Oranje toegezonden.

otr. Den Haag op 18 okt 1648, tr. Den Haag
met

Mary Killegrew, dr. van Sir William Killegrew (Engels toneelschrijver en kamerheer van koningin Catharina van Engeland) en Mary Hill of Honilay (eredame van prinses Mary, echtgenote van Prins Willem III), geb. in 1627,
, Zij was op circa 17-jarigen leeltijd in Februari 1644 naar Holland gekomen als eeredame van Maria, de latere echtgenoote van Willem II


Paulus Romeijn
Paulus Romeijn, geb. Schiedam op 20 mei 1812.


Dirk Romeijn
Dirk Romeijn, geb. Schiedam op 4 jun 1816.


Aelff van Bodelschwingh
Aelff van Bodelschwingh.


Herman van der Horst
Herman van der Horst,
, krijgt van zijn schoonvader Wennemar het terugkooprwcht van het goed Avervelt in het kerspel Walssem. Herman en zijn vrouw Fye moeten het tot de terugkoop in bezit houden.

tr.
met

Fye (Phye) von Heiden, dr. van Wennemar von Heiden (heer van Hagenbeck en Engelrading, drost van Steinfurt) en Woltera van Hagenbeke (ervin voor de helft van Hagenbeck), Kloosterjoffer te Hunnepe tussen 1441 en 1443


Wennemar von Heiden
Wennemar von Heiden.


Arnd von Heiden
Arnd von Heiden.


Katherina von Heiden
Katherina von Heiden.


Hanneman Sobbe zum Grünberg
Hanneman Sobbe zum Grünberg (Hannemann Sobbe von dem Grimberge), geb. circa 1362, ovl. voor 1455,
, 1418 Herr zu Grimberg, 1388 mit Bruder Albert Helfer des Gf. Engelbert von der Mark, 1399 brüderliche Teilung mit Bruder Engelbert, bekennt 1404 mit Bruder Engelbert zwei Güter zu Reese im Ksp. Buer an Reiner von Westerholt verpfändet zu haben, 1408 bekennt Reiner von Westerholt, dass er von ihm Briefe, sprechend auf 500 rh. Gulden, und betreffend der Leibzucht seiner Tochter Margaretha erhalten habe, kauft 1418 von seiner Cousine Metke Sobbe, deren Mann Hermann von Münster und deren Kindern den Aldengrimberge und den Nettelenbusch, macht 1419 mit seinen Söhnen für 24 Gulden Rente aus den Gefällen des Hofes Vrohlynne sein Gut Grimberg zum Offenhaus und Mannlehen des Herzogs Adolf I. von Kleve, nimmt 1427 Teil an der Fehdeansage der märkischen Ritterschaft gegen Hg. Adolf von Kleve, kauft 1429 von seiner Nichte Lyse von Alstede deren von ihren Eltern angestorbenen Güter für 400 rh. Gulden, kauft 1436 das Gut Bocauwe im Gericht Wattenscheid von Hermann Swarte, Verwahrer der Kirche zu Herne, 1438 von der Äbtissin von Essen belehnt mit dem Hofe in Aldengrimberge und dem Hof Nettelenbusch, verkauft 1438 das Gut zu Lochter im Ksp. Buer an Reiner von Westerholt, vergleicht sich 1444 wegen verschiedener Irrungen mit seinem Sohn Albert, 1449 bekennt Bernt von Hüllen, dass er mit Hannemann Sobbe und Albert, seinem Sohne, von aller Schuld geschieden sei, 1453 gelobt Dietrich von Eyckel, dass er den Zehnten zu Waltrop an Hannemann Sobbe und seinen Sohn Albert verpfändet hat, lebt noch 10.12.1454, 1.6.1455 tot.

tr.
met

Margaretha von Westerholt, geb. in 1378, ovl. in 1414.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Albert     


Derick van Bronckhorst tot Batenburg en Anholt
Derick van Bronckhorst tot Batenburg en Anholt, geb. in 1400, ovl. op 27 nov 1451,
, 1432 Einlösung von Batenburg, Pfandherr von Oyen und Uden, herzogl.Rat, 1437 Amtmann von Maas und Waal.

tr.
met

Katharina van Gronsfeld, erfdochter van Gronsveld en Rimburg.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik  1496 Maastricht  
Hermann  †1520 Stein  
Margaretha*1451  †1505  54


Gijsbert Bronckhorst
Gijsbert Bronckhorst, ovl. circa 1402,
, 1351 der Junge, 1367 Kauf von Borkelo, Amtmann von Twenthe, Gijsbert III huwde in februari 1360 met Henrica van Dodinkweerde, vrouwe van Borculo. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend. Henrica overleed voor 1397. Borculo vererfde op haar neef Godert van Borculo genaamd van Dodinkweerde. In 1397 heeft deze de heerlijkheid overgedragen aan Gijsbert (III) van Bronkhorst. Deze stierf in 1401, waarna de heerlijkheid vererfde op zijn neef Frederik van Bronkhorst.

tr. in 1360 (feb 1360)
met

Henrica van Dodinckweerde (Henrica v. Borculo), geb. in 1348, vrouwe van Borculo, ovl. voor 13 dec 1397,
, kinderloos overleden