Genealogische website van Cees Hagenbeek

Gerdt Jan Busschert
 
Gerdt Jan Busschert (Bosschert), ovl. vermoedelijk Meeden voor 25 mrt 1640,
, de vroegste tot op heden gevonden vermelding van de naam BUSSCHER betreft het huwelijkscontract" dat op 17 mei 1625 in Zuidbroek is opgemaakt bij het huwelijk tussen Gerdt Jans Bosschert en Lijsbeth Gerdts. Dit echtpaar krijgt ten minste vier kinderen, drie zoons: Jan, Geert en Meindert, en een dochter Lubbegijn. Waarschijnlijk woont het gezin in Meeden. Omdat het doopregister van Meeden in 1667 begint, zijn de doopdata van de kinderen niet bekend. Alle drie de zoons trouwen en krijgen zelf ook kinderen.
De familiebezit een familiewapen. Dit wapen is bekend van enkele grafzerken in Meeden. Het toont een boom met daartegen klimmend twee naar elkaar toegewende herten. Deze zerken zijn in 1977 beschreven in het boek van Pathuis 'Groninger Gedenkwaardigheden'.' Zij geven, naast de overlijdensdatum en de leeftijd, vaak ook extra informatie over de overleden personen. Zo vermeldt de grafzerk in Meeden van Jan Geerdt Bosscher dat hij ouderling en brouwer was. Op de grafzerk van zijn zoon Meerten Busker is vermeld dat hij kerkvoogd was. Overigens zijn enkele van de in dit boek beschreven grafzerken inmiddels verdwenen, maar andere liggen, weliswaar in min of meer gehavende staat, nog steeds op de begraafplaats van de oude kerk in Meeden. De familie is in de 17e eeuw tamelijk welgesteld. Zij bezitten land en vaak verschillende huizen. Zoon Jan Geerts Bosscher is brouwer, ongetwijfeld een winstgevend beroep in een tijd waarin bier de normale volksdrank was. Andere familieleden zijn landbouwer, zijl vest of schoolmeester en organist. Getuige verschillende 'verzegelingen' in het rechterlijk archief van Meeden en Zuidbroek en omstreken sluiten zij transacties af over grond en huizen, en lenen sommigen regelmatig geld uit - uiteraard tegen rente - en verkopen zij 'materialen als hout, steen, kalck ende ijserwerk'." Ook bekleden zij vooraanstaande functies in de kerk, zoals ouderling, diaken en kerkvoogd. Meerten is onderwijzer (bij de doop van een van zijn kinderen in 1696 wordt hij Meester Busker genoemd). Ook zijn neef Geert (Meinderts) Busscher is vanaf circa 1703 schoolmeester en organist. Daarnaast is deze Geert lange tijd (ruim 40 jaar) een soort gemeentesecretaris in Winschoten. In deze functie tekent hij vele akten, niet alleen in Winschoten, maar ook in plaatsen als Scheemda en Oude Pekela. De dochters in de familie Busscher trouwden - vooral aan het eind van de 17e eeuw - nogal eens met brouwers, advocaten, schoolmeesters, collectors, of met echtgenoten uit families waarin dergelijke beroepen voorkwamen. De familie Busscher heeft een uitgebreid nageslacht. Sommige takken blijven, zeker qua ontwikkeling, ook in de 18' eeuw steeds een vooraanstaande plaats in de maatschappij innemen. Zo komen in het nageslacht van Meindert Busscher bijvoorbeeld enkele predikanten, schoolmeesters en later een apotheker en een arts voor.

tr. vermoedelijk Zuidbroek in 1625 huwelijkscontract Zuidbroek, 17-5-1625
met

Elisabeth Gerdts (Geerts, Geerdes), tr. (2) met Egbert Gijsbertus Bresser. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Meinderts*1625  1700  75
Jan*1625 Meeden 1679 Meeden 54
Geert*1625 Meeden 1674 Muntendam 49
Lubbechien  1681   


Elisabeth Gerdts
Elisabeth Gerdts (Geerts, Geerdes).

tr. (1) vermoedelijk Zuidbroek in 1625 huwelijkscontract Zuidbroek, 17-5-1625
met

Gerdt Jan Busschert (Bosschert), ovl. vermoedelijk Meeden voor 25 mrt 1640,
, de vroegste tot op heden gevonden vermelding van de naam BUSSCHER betreft het huwelijkscontract" dat op 17 mei 1625 in Zuidbroek is opgemaakt bij het huwelijk tussen Gerdt Jans Bosschert en Lijsbeth Gerdts. Dit echtpaar krijgt ten minste vier kinderen, drie zoons: Jan, Geert en Meindert, en een dochter Lubbegijn. Waarschijnlijk woont het gezin in Meeden. Omdat het doopregister van Meeden in 1667 begint, zijn de doopdata van de kinderen niet bekend. Alle drie de zoons trouwen en krijgen zelf ook kinderen.
De familiebezit een familiewapen. Dit wapen is bekend van enkele grafzerken in Meeden. Het toont een boom met daartegen klimmend twee naar elkaar toegewende herten. Deze zerken zijn in 1977 beschreven in het boek van Pathuis 'Groninger Gedenkwaardigheden'.' Zij geven, naast de overlijdensdatum en de leeftijd, vaak ook extra informatie over de overleden personen. Zo vermeldt de grafzerk in Meeden van Jan Geerdt Bosscher dat hij ouderling en brouwer was. Op de grafzerk van zijn zoon Meerten Busker is vermeld dat hij kerkvoogd was. Overigens zijn enkele van de in dit boek beschreven grafzerken inmiddels verdwenen, maar andere liggen, weliswaar in min of meer gehavende staat, nog steeds op de begraafplaats van de oude kerk in Meeden. De familie is in de 17e eeuw tamelijk welgesteld. Zij bezitten land en vaak verschillende huizen. Zoon Jan Geerts Bosscher is brouwer, ongetwijfeld een winstgevend beroep in een tijd waarin bier de normale volksdrank was. Andere familieleden zijn landbouwer, zijl vest of schoolmeester en organist. Getuige verschillende 'verzegelingen' in het rechterlijk archief van Meeden en Zuidbroek en omstreken sluiten zij transacties af over grond en huizen, en lenen sommigen regelmatig geld uit - uiteraard tegen rente - en verkopen zij 'materialen als hout, steen, kalck ende ijserwerk'." Ook bekleden zij vooraanstaande functies in de kerk, zoals ouderling, diaken en kerkvoogd. Meerten is onderwijzer (bij de doop van een van zijn kinderen in 1696 wordt hij Meester Busker genoemd). Ook zijn neef Geert (Meinderts) Busscher is vanaf circa 1703 schoolmeester en organist. Daarnaast is deze Geert lange tijd (ruim 40 jaar) een soort gemeentesecretaris in Winschoten. In deze functie tekent hij vele akten, niet alleen in Winschoten, maar ook in plaatsen als Scheemda en Oude Pekela. De dochters in de familie Busscher trouwden - vooral aan het eind van de 17e eeuw - nogal eens met brouwers, advocaten, schoolmeesters, collectors, of met echtgenoten uit families waarin dergelijke beroepen voorkwamen. De familie Busscher heeft een uitgebreid nageslacht. Sommige takken blijven, zeker qua ontwikkeling, ook in de 18' eeuw steeds een vooraanstaande plaats in de maatschappij innemen. Zo komen in het nageslacht van Meindert Busscher bijvoorbeeld enkele predikanten, schoolmeesters en later een apotheker en een arts voor.

 

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Meinderts*1625  1700  75
Jan*1625 Meeden 1679 Meeden 54
Geert*1625 Meeden 1674 Muntendam 49
Lubbechien  1681   

tr. (2) in 1641 huwelijkscontract Zuidbroek, 24-2-1641
met

Egbert Gijsbertus Bresser


Egbert Gijsbertus Bresser
Egbert Gijsbertus Bresser.

tr. in 1641 huwelijkscontract Zuidbroek, 24-2-1641
met

Elisabeth Gerdts (Geerts, Geerdes), tr. (1) met Gerdt Jan Busschert. Uit dit huwelijk 4 kinderen


Jan Busschert
Jan Busschert, geb. vermoedelijk Meeden circa 1625, brouwer, diaken vanaf 1657, ouderling en kerkvoogd vanaf 1677, ovl. Meeden op 17 dec 1679.

  • Vader:
    Gerdt Jan Busschert (Bosschert), ovl. vermoedelijk Meeden voor 25 mrt 1640,
    , de vroegste tot op heden gevonden vermelding van de naam BUSSCHER betreft het huwelijkscontract" dat op 17 mei 1625 in Zuidbroek is opgemaakt bij het huwelijk tussen Gerdt Jans Bosschert en Lijsbeth Gerdts. Dit echtpaar krijgt ten minste vier kinderen, drie zoons: Jan, Geert en Meindert, en een dochter Lubbegijn. Waarschijnlijk woont het gezin in Meeden. Omdat het doopregister van Meeden in 1667 begint, zijn de doopdata van de kinderen niet bekend. Alle drie de zoons trouwen en krijgen zelf ook kinderen.
    De familiebezit een familiewapen. Dit wapen is bekend van enkele grafzerken in Meeden. Het toont een boom met daartegen klimmend twee naar elkaar toegewende herten. Deze zerken zijn in 1977 beschreven in het boek van Pathuis 'Groninger Gedenkwaardigheden'.' Zij geven, naast de overlijdensdatum en de leeftijd, vaak ook extra informatie over de overleden personen. Zo vermeldt de grafzerk in Meeden van Jan Geerdt Bosscher dat hij ouderling en brouwer was. Op de grafzerk van zijn zoon Meerten Busker is vermeld dat hij kerkvoogd was. Overigens zijn enkele van de in dit boek beschreven grafzerken inmiddels verdwenen, maar andere liggen, weliswaar in min of meer gehavende staat, nog steeds op de begraafplaats van de oude kerk in Meeden. De familie is in de 17e eeuw tamelijk welgesteld. Zij bezitten land en vaak verschillende huizen. Zoon Jan Geerts Bosscher is brouwer, ongetwijfeld een winstgevend beroep in een tijd waarin bier de normale volksdrank was. Andere familieleden zijn landbouwer, zijl vest of schoolmeester en organist. Getuige verschillende 'verzegelingen' in het rechterlijk archief van Meeden en Zuidbroek en omstreken sluiten zij transacties af over grond en huizen, en lenen sommigen regelmatig geld uit - uiteraard tegen rente - en verkopen zij 'materialen als hout, steen, kalck ende ijserwerk'." Ook bekleden zij vooraanstaande functies in de kerk, zoals ouderling, diaken en kerkvoogd. Meerten is onderwijzer (bij de doop van een van zijn kinderen in 1696 wordt hij Meester Busker genoemd). Ook zijn neef Geert (Meinderts) Busscher is vanaf circa 1703 schoolmeester en organist. Daarnaast is deze Geert lange tijd (ruim 40 jaar) een soort gemeentesecretaris in Winschoten. In deze functie tekent hij vele akten, niet alleen in Winschoten, maar ook in plaatsen als Scheemda en Oude Pekela. De dochters in de familie Busscher trouwden - vooral aan het eind van de 17e eeuw - nogal eens met brouwers, advocaten, schoolmeesters, collectors, of met echtgenoten uit families waarin dergelijke beroepen voorkwamen. De familie Busscher heeft een uitgebreid nageslacht. Sommige takken blijven, zeker qua ontwikkeling, ook in de 18' eeuw steeds een vooraanstaande plaats in de maatschappij innemen. Zo komen in het nageslacht van Meindert Busscher bijvoorbeeld enkele predikanten, schoolmeesters en later een apotheker en een arts voor, tr. vermoedelijk Zuidbroek in 1625 huwelijkscontract Zuidbroek, 17-5-1625.
 


Geert Busschert
Geert Busschert, geb. vermoedelijk Meeden na 1625, ovl. Muntendam tussen 23 okt 1674 en 2 dec 1674 .

  • Vader:
    Gerdt Jan Busschert (Bosschert), ovl. vermoedelijk Meeden voor 25 mrt 1640,
    , de vroegste tot op heden gevonden vermelding van de naam BUSSCHER betreft het huwelijkscontract" dat op 17 mei 1625 in Zuidbroek is opgemaakt bij het huwelijk tussen Gerdt Jans Bosschert en Lijsbeth Gerdts. Dit echtpaar krijgt ten minste vier kinderen, drie zoons: Jan, Geert en Meindert, en een dochter Lubbegijn. Waarschijnlijk woont het gezin in Meeden. Omdat het doopregister van Meeden in 1667 begint, zijn de doopdata van de kinderen niet bekend. Alle drie de zoons trouwen en krijgen zelf ook kinderen.
    De familiebezit een familiewapen. Dit wapen is bekend van enkele grafzerken in Meeden. Het toont een boom met daartegen klimmend twee naar elkaar toegewende herten. Deze zerken zijn in 1977 beschreven in het boek van Pathuis 'Groninger Gedenkwaardigheden'.' Zij geven, naast de overlijdensdatum en de leeftijd, vaak ook extra informatie over de overleden personen. Zo vermeldt de grafzerk in Meeden van Jan Geerdt Bosscher dat hij ouderling en brouwer was. Op de grafzerk van zijn zoon Meerten Busker is vermeld dat hij kerkvoogd was. Overigens zijn enkele van de in dit boek beschreven grafzerken inmiddels verdwenen, maar andere liggen, weliswaar in min of meer gehavende staat, nog steeds op de begraafplaats van de oude kerk in Meeden. De familie is in de 17e eeuw tamelijk welgesteld. Zij bezitten land en vaak verschillende huizen. Zoon Jan Geerts Bosscher is brouwer, ongetwijfeld een winstgevend beroep in een tijd waarin bier de normale volksdrank was. Andere familieleden zijn landbouwer, zijl vest of schoolmeester en organist. Getuige verschillende 'verzegelingen' in het rechterlijk archief van Meeden en Zuidbroek en omstreken sluiten zij transacties af over grond en huizen, en lenen sommigen regelmatig geld uit - uiteraard tegen rente - en verkopen zij 'materialen als hout, steen, kalck ende ijserwerk'." Ook bekleden zij vooraanstaande functies in de kerk, zoals ouderling, diaken en kerkvoogd. Meerten is onderwijzer (bij de doop van een van zijn kinderen in 1696 wordt hij Meester Busker genoemd). Ook zijn neef Geert (Meinderts) Busscher is vanaf circa 1703 schoolmeester en organist. Daarnaast is deze Geert lange tijd (ruim 40 jaar) een soort gemeentesecretaris in Winschoten. In deze functie tekent hij vele akten, niet alleen in Winschoten, maar ook in plaatsen als Scheemda en Oude Pekela. De dochters in de familie Busscher trouwden - vooral aan het eind van de 17e eeuw - nogal eens met brouwers, advocaten, schoolmeesters, collectors, of met echtgenoten uit families waarin dergelijke beroepen voorkwamen. De familie Busscher heeft een uitgebreid nageslacht. Sommige takken blijven, zeker qua ontwikkeling, ook in de 18' eeuw steeds een vooraanstaande plaats in de maatschappij innemen. Zo komen in het nageslacht van Meindert Busscher bijvoorbeeld enkele predikanten, schoolmeesters en later een apotheker en een arts voor, tr. vermoedelijk Zuidbroek in 1625 huwelijkscontract Zuidbroek, 17-5-1625.
 


Lubbechien Busschert
Lubbechien Busschert, ovl. op 10 feb 1681.

  • Vader:
    Gerdt Jan Busschert (Bosschert), ovl. vermoedelijk Meeden voor 25 mrt 1640,
    , de vroegste tot op heden gevonden vermelding van de naam BUSSCHER betreft het huwelijkscontract" dat op 17 mei 1625 in Zuidbroek is opgemaakt bij het huwelijk tussen Gerdt Jans Bosschert en Lijsbeth Gerdts. Dit echtpaar krijgt ten minste vier kinderen, drie zoons: Jan, Geert en Meindert, en een dochter Lubbegijn. Waarschijnlijk woont het gezin in Meeden. Omdat het doopregister van Meeden in 1667 begint, zijn de doopdata van de kinderen niet bekend. Alle drie de zoons trouwen en krijgen zelf ook kinderen.
    De familiebezit een familiewapen. Dit wapen is bekend van enkele grafzerken in Meeden. Het toont een boom met daartegen klimmend twee naar elkaar toegewende herten. Deze zerken zijn in 1977 beschreven in het boek van Pathuis 'Groninger Gedenkwaardigheden'.' Zij geven, naast de overlijdensdatum en de leeftijd, vaak ook extra informatie over de overleden personen. Zo vermeldt de grafzerk in Meeden van Jan Geerdt Bosscher dat hij ouderling en brouwer was. Op de grafzerk van zijn zoon Meerten Busker is vermeld dat hij kerkvoogd was. Overigens zijn enkele van de in dit boek beschreven grafzerken inmiddels verdwenen, maar andere liggen, weliswaar in min of meer gehavende staat, nog steeds op de begraafplaats van de oude kerk in Meeden. De familie is in de 17e eeuw tamelijk welgesteld. Zij bezitten land en vaak verschillende huizen. Zoon Jan Geerts Bosscher is brouwer, ongetwijfeld een winstgevend beroep in een tijd waarin bier de normale volksdrank was. Andere familieleden zijn landbouwer, zijl vest of schoolmeester en organist. Getuige verschillende 'verzegelingen' in het rechterlijk archief van Meeden en Zuidbroek en omstreken sluiten zij transacties af over grond en huizen, en lenen sommigen regelmatig geld uit - uiteraard tegen rente - en verkopen zij 'materialen als hout, steen, kalck ende ijserwerk'." Ook bekleden zij vooraanstaande functies in de kerk, zoals ouderling, diaken en kerkvoogd. Meerten is onderwijzer (bij de doop van een van zijn kinderen in 1696 wordt hij Meester Busker genoemd). Ook zijn neef Geert (Meinderts) Busscher is vanaf circa 1703 schoolmeester en organist. Daarnaast is deze Geert lange tijd (ruim 40 jaar) een soort gemeentesecretaris in Winschoten. In deze functie tekent hij vele akten, niet alleen in Winschoten, maar ook in plaatsen als Scheemda en Oude Pekela. De dochters in de familie Busscher trouwden - vooral aan het eind van de 17e eeuw - nogal eens met brouwers, advocaten, schoolmeesters, collectors, of met echtgenoten uit families waarin dergelijke beroepen voorkwamen. De familie Busscher heeft een uitgebreid nageslacht. Sommige takken blijven, zeker qua ontwikkeling, ook in de 18' eeuw steeds een vooraanstaande plaats in de maatschappij innemen. Zo komen in het nageslacht van Meindert Busscher bijvoorbeeld enkele predikanten, schoolmeesters en later een apotheker en een arts voor, tr. vermoedelijk Zuidbroek in 1625 huwelijkscontract Zuidbroek, 17-5-1625.
 


Johannes Kleijweg
Johannes Kleijweg, geb. Kethel op 5 apr 1787.

tr. op 10 mei 1812
met

Dieuwertje Dirksdr Sonnevelt, dr. van Derk Dirksz Sonnevelt en Arijaantje van Colen, ged. Kethel op 10 apr 1785, ovl. Kethel op 27 jun 1845


Arijaantje van Colen
Arijaantje van Colen, ged. Kethel op 22 okt 1747, ovl. Kethel op 6 sep 1818.

tr. Kethel op 5 mei 1771
met

Derk Dirksz Sonnevelt, zn. van Dirk Pieterse Zonnevelt en Maria Dirks van Noort, ged. Kethel op 24 sep 1730 (getuige: Caatje Dirks, stiefmoeder van de kraamvrouw)1, ovl. Kethel op 9 mei 1818.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dieuwertje~1785 Kethel 1845 Kethel 60



Bronnen:
1.Doopboek Kethel (D 034), GA Schiedam, DTB Kethel, Inventarisnr.: 2, NH, Kethel, 1729 (24 sep 173)


Dieuwertje Dirksdr Sonnevelt
Dieuwertje Dirksdr Sonnevelt, ged. Kethel op 10 apr 1785, ovl. Kethel op 27 jun 1845.

tr. op 10 mei 1812
met

Johannes Kleijweg, zn. van Cornelis Kleijweg (bouwman) en Neeltje Dirkse Huijsman, geb. Kethel op 5 apr 1787.

Bronnen:
1.Doopboek Kethel (D 034), GA Schiedam, DTB Kethel, Inventarisnr.: 2, NH, Kethel, 1729 (24 sep 173)


Luke Gregory
Luke Gregory.

tr.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mischa*2006 Fort Bragg [Verenigde Staten]    


Mischa Franziska Gregory
Mischa Franziska Gregory (Tauber), geb. Fort Bragg [Verenigde Staten] Scotch Plains N.J. (USA) op 16 sep 2006.


Heinrich Hoffmeister
Heinrich Hoffmeister.

tr.
met

Margarethe Talsfeldt.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Heinrich     


Margarethe Talsfeldt
Margarethe Talsfeldt.

tr.
met

Heinrich Hoffmeister.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Heinrich     


Agnes Elizabeth Mechtild Hagenbeck
Agnes Elizabeth Mechtild Hagenbeck, geb. Holten (D) op 29 jul 1822.


Olivier Willem Hermes van der Wind
Olivier (Olivier Willem Hermes) van der Wind, geb. Amsterdam op 26 okt 2006.

 
 


IJsbrant Pietersz Koolen
IJsbrant Pietersz Koolen, bouwman in het Hondertland, ovl. op 25 aug 1743.

otr. 's-Gravenzande op 14 apr 1715
met

Hilletje IJsbrantsdr Doorduyn, dr. van IJsbrand Jacobs Doorduin (schepen van het Hondertland (1691, 1693)) en Neeltje Isaacksdr van der Eyck, ged. 's-Gravenzande op 6 jun 1688 (getuige: Cornelia Isaac Verdick),
, op 19-10-1743 wordt de nalatenschap van IJsbrant Pietersz. Koole, wedr. van Hilletje IJsbrantsz. Doorduyn, overl. 25-8-1743, opgesteld door Isaack Doorduyn als testamentair voogd en Adam Pietersz. Koole als geassumeerde voogd, voor hun vier nagelaten minderjarige kinderen; de boedel bevat o.a. 5 paarden, 17 koeien, 4 vaarzen, 9 hokkelingen, 7 kalveren, 10 varkens, een huis en erf op grond van Leeuwenhorst, verkregen bij akte van 8-6-1718 (gerfd
door Hilletje) en 9 morgen land.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter~1722 's-Gravenzande    


Trijntje Isbrantsdr Doorduyn
Trijntje Isbrantsdr Doorduyn, ged. 's-Gravenzande op 5 mei 1686 (getuige: Maertie Arens), begr. Maasland op 18 aug 1720.


Hilletje IJsbrantsdr Doorduyn
Hilletje IJsbrantsdr Doorduyn, ged. 's-Gravenzande op 6 jun 1688 (getuige: Cornelia Isaac Verdick),
, op 19-10-1743 wordt de nalatenschap van IJsbrant Pietersz. Koole, wedr. van Hilletje IJsbrantsz. Doorduyn, overl. 25-8-1743, opgesteld door Isaack Doorduyn als testamentair voogd en Adam Pietersz. Koole als geassumeerde voogd, voor hun vier nagelaten minderjarige kinderen; de boedel bevat o.a. 5 paarden, 17 koeien, 4 vaarzen, 9 hokkelingen, 7 kalveren, 10 varkens, een huis en erf op grond van Leeuwenhorst, verkregen bij akte van 8-6-1718 (gerfd
door Hilletje) en 9 morgen land.

otr. 's-Gravenzande op 14 apr 1715
met

IJsbrant Pietersz Koolen, zn. van Pieter Pieters Koolen en Trintje IJsbrants Roodenburgh, bouwman in het Hondertland, ovl. op 25 aug 1743.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Pieter~1722 's-Gravenzande    


Trijntje Pouwelsdr
Trijntje Pouwelsdr.

tr.
met

Jacob Centen Doorduyn, zn. van Vincent Gerrit Doorduijn (bouwman 't Ambacht Dorp) en Geertge Pietersdr Verhoeff, leenman Honderdland, bouwman van het Hondertland en de Oranjepolder, schepen van de Lier in 1632, begr. Naaldwijk op 24 jul 1648,
, op 23-7-1629 verkoopt Jacob Senten, won. in 't Hondertlant, aan de baljuw en weesmeesters van Naaldwijk als oppervoogden van 't nagelaten weeskind van Pouwels Vincents, in zijn leven won. in het Hondertland, geteeld bij Liedewij Claesdr, t.b.v. het kind een losbare weesrente van 3 Car. gld.23.
Op 2-5-1638 is Jacob Vincenten, onze medebroeder en schepen, schuldig aan Maertje Cornelisdr, wed. van Willem Vrancken van der Houff, won. aan de Maasdijk, voor de ene helft en aan de voogden van de nagelaten kinderen van de
voors. Willem voor de wederhelft 5200 gld. wegens de koop van een huis en erf en 1 'A morgen bruykwaar van het klooster Leeuwenhorst en 1 morgen eigen land en 1 morgen land in leen van de heer van Naaldwijk en de helft van zestalf (5) morgen patrimonieel land en 10 morgen bruikland buiten gorsinge, te betalen met 3600 gld. gereed geld en voorts 800 gld. per jaar.
Jacob Centen Doorduyn verwerft op 17-5-1638 een leen (de helft van 2 morgen land in De Lier) van de hofstad van der Wateringe; dit leen gaat na zijn dood over op zijn zoon Pouwels, die het op 15-6-1654 overdraagt aan zijn stiefmoeder Trijntge Ysbrantsdr. Delff.
Op 4-7-1638 is Jacob schuldig aan de twee nagelaten weeskinderen van Willem Vrancken en Maritge Pietersdr. Hogedijck, beide sal, een losbare weesrente van 73
car. gld. 10 st. 4 penn.; hij verbindt daarvoor 1 morgen eigen land in het Hondertland, gekomen van de vicarie van De Lier, gemeen met 2 morgen, belend noord en zuid de abdij van Leeuwenhorst, west de Maasdijk en voorts de helft van derdalf
morgen patrimonieel land, ook in 't Hondertland, gemeen met het weeshuis te Delft en Maria Ysbrantsdr, belend noord en zuid Maritge Claes van Adrichem.
Op dezelfde datum verkoopt Jacob aan Jan Jansz. een huis, erf, schuur, berg en geboomte in 't Hondertland op VA morgen bruykwaarland wesende cloosterland toebehorend de abdij Leeuwenhorst, waarvoor Jan Jansz. hem 2000 Car. gld. schuldig blijft; de terzake afgegeven custingbrief verkoopt Jacob op 17-7-1639 aan Mr. Van Roosendael, advocaat bij het Hof van Holland, voor 800 Car. gld.
Gerrit Centen Doorduyn en Jacob Pietersz. van der Houff, als administrerende bloedvoogden van de nagelaten kinderen van zal. Jacob Senten Doorduyn bij Trijntje Pouwels zal. en Cornelis IJsbrantsz. en Daniel Ijsbrantsz. als broeders en voogden van de nagelaten weeskinderen door Jacob geproc. bij Trijntje IJsbrants, welke voors. comparanten en voogden op 28-4-1649 verkopen aan Jan Pouwels Verspeck vierdalf (3) morgen vrij eigen patrimonieel land, gelegen onder het ambacht van De Lier, belend west de Molenwech of Heerwech, noord het Munnikkenland, noord Arent Joris Touw (?) en zuid Joris Pietersz. Heymont, voor 3200 Car. gld.27
Op 6-6-1654 verkoopt Trijntje IJsbrants, wed. van Jacop Vincenten Doorduyn, aan Niesje Cornelis, wed. van IJsbrant Jansen Perdelf, won. te Maasland, een huis en erf, schuur, berg en geboomte in het Hondertland op grond van de abdij Leeuwenhorst en achtalf (7) hont eigen land met de toegift van 5 morgen bruyckwaar, voorts 1 morgen eigen land in het Hondertland van de vicarie in De Lier alsmede 1
morgen in leen van de heer van Naaldwijk en tenslotte 1 derdalf morgen patrimonieel land, gemeen met het weeshuis in Delft en de erfgenamen van Maria d'verschie met vee en huisraad, voor 8500 gld, relatie (1) met Trijntje IJsbrands Delff. Uit deze relatie 2 zonen


Neeltje Isaacksdr van der Eyck
Neeltje Isaacksdr van der Eyck, ged. 's-Gravenzande op 26 sep 1655 (getuige: Rusje Cornelisdr).

otr. 's-Gravenzande op 13 apr 1680
met

IJsbrand Jacobs Doorduin (Isbrant Jacobsz), zn. van Jacob Centen Doorduyn (leenman Honderdland) en Trijntje IJsbrands Delff, schepen van het Hondertland (1691, 1693), begr. Naaldwijk op 7 dec 1694.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hilletje~1688 's-Gravenzande    
Trijntje~1686 's-Gravenzande 1720 Maasland 34