Genealogische website van Cees Hagenbeek
Hendrik de Cocq van Weerdenburg
Hendrik de Cocq van Weerdenburg, geb. circa 1245, ovl. circa 1312,
, Hij werd in 1285 gevangen genomen door de Brabanders van hertog Jan I en bij Tiel gevangen genomen. Hij streed vervolgens mee in de slag bij Woeringen (Fühlingerheide) onder hertog Reinoud I van Gelre, graaf van Gelre en Zutphen, zoon en opvolger van Otto II. Hendrik werd in die slag gevangen genomen door graaf Walram van Gulick en moest, om weer in vrijheid gesteld te worden, zich leenman maken van deze graaf voor een bedrag van drie Mark uit de goederen, die gelegen waren te Hiern (=Waardenburg).
Er is een De kaart (oorkonde) die stelt dat Hedels wedem toen open was gevallen en ter vergeving stond der achtbare heeren Deken en Kapittel van St Marie te Utrecht.
De gebroeders Roelof en Hendrik de Cock, beide ridders, die hen kwamen bidden om de openstaande kerk. Zij deden zulks ten behoeve van hun vriend, heer Godevaert, een priester,
die toen nog niet begiftigd was. Op 4 Juli 1292 hingen zij hun zegel aan de oorkonde en stelden -deze aan hun goeden vriend ter hand. Zij zijn met hun bede zijn geslaagd, want de oorkonde is tot op heden bewaard gebleven in het archief van St. Marie. Zij luidt als volgt :
Viris venerabilibus et discretis, decano ceteriaque
concanonicis suis venerabilis ecclesie beate Marie I civitatis
Trajectensis, Rodolphus dictus Coc miles et Henricus dictus Coc miles fratres I saluten1 et quicquid possunt honoris et promotion’s in eorum districtu. Confidentes de vestra amicitia et discretione vobis pro dilectro nostro amico, domino Godefrido sacerdote, in forma paupertatis existente, latore presentium, humiliter ‘supplicamus, quatenus eidem ecclesiam vestram de Hetel, vestre collationi vacantem, conferre dignemini propter Dominum et causa petionis ‘nostre, cum pro nobis rogamus : facientes ut vobis teneamur regratiari, cum tempus postulat aut res. Datas anno Domini millesimo ducentesimo nonagesimo secundo in die Translationis beati Martini.
Naar het oorspronkelqk perkament met een uithangend
zegel O) in witachtig was, nog aanwezig in het archief
van Ste Marie te Utrecht (Vermeulen, Inventaris der
oudste charters no. 467).
Niet slechts om de kerk, maar ook om de twee heeren
ridders, verdient deze kaart alle aandacht. Aan deze
toch ontsproot een rijkdom van vertakkingen, die we
later gevestigd vinden op Waardenburg, Haaften, Isendoorn,
Hemert, Opijnen, Delwijnen, Neerijnen enz. (v. Spaen, Inleiding tot de Historie van Gelderland, III bl. 289). Wat hun te Hedel zooveel invloed gaf, dat zij met hoop op goed gevolg hun yerzoek bij het Utrechtsche kapittel konden indienen ? We vermoeden, dat ze, heer Hendrik de jongere der twee in het bijzonder, rechten konden doen gelden op de heerlijkheid Hedel, en dat zij voorgangers zijn der heeren van Cranendonck, die de eerste helft der 14e eeuw als heeren van Hedel voorkomen.

tr. (1)
met

Elisabeth Goossens van Rossem.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1275  †1336  61

tr. (2)
met

Eva van Langel


Elisabeth Goossens van Rossem
Elisabeth Goossens van Rossem.

tr.
met

Hendrik de Cocq van Weerdenburg, zn. van Ridder Rudolf de Chatillon bijgenaamd de Cock van Weerdenburgh (miles, 1e heer van Waardenburg, Opijnen en IJzendoorn, vermeld 1265-1295) en Agnes van Kuyc, geb. circa 1245, ovl. circa 1312,
, Hij werd in 1285 gevangen genomen door de Brabanders van hertog Jan I en bij Tiel gevangen genomen. Hij streed vervolgens mee in de slag bij Woeringen (Fühlingerheide) onder hertog Reinoud I van Gelre, graaf van Gelre en Zutphen, zoon en opvolger van Otto II. Hendrik werd in die slag gevangen genomen door graaf Walram van Gulick en moest, om weer in vrijheid gesteld te worden, zich leenman maken van deze graaf voor een bedrag van drie Mark uit de goederen, die gelegen waren te Hiern (=Waardenburg).
Er is een De kaart (oorkonde) die stelt dat Hedels wedem toen open was gevallen en ter vergeving stond der achtbare heeren Deken en Kapittel van St Marie te Utrecht.
De gebroeders Roelof en Hendrik de Cock, beide ridders, die hen kwamen bidden om de openstaande kerk. Zij deden zulks ten behoeve van hun vriend, heer Godevaert, een priester,
die toen nog niet begiftigd was. Op 4 Juli 1292 hingen zij hun zegel aan de oorkonde en stelden -deze aan hun goeden vriend ter hand. Zij zijn met hun bede zijn geslaagd, want de oorkonde is tot op heden bewaard gebleven in het archief van St. Marie. Zij luidt als volgt :
Viris venerabilibus et discretis, decano ceteriaque
concanonicis suis venerabilis ecclesie beate Marie I civitatis
Trajectensis, Rodolphus dictus Coc miles et Henricus dictus Coc miles fratres I saluten1 et quicquid possunt honoris et promotion’s in eorum districtu. Confidentes de vestra amicitia et discretione vobis pro dilectro nostro amico, domino Godefrido sacerdote, in forma paupertatis existente, latore presentium, humiliter ‘supplicamus, quatenus eidem ecclesiam vestram de Hetel, vestre collationi vacantem, conferre dignemini propter Dominum et causa petionis ‘nostre, cum pro nobis rogamus : facientes ut vobis teneamur regratiari, cum tempus postulat aut res. Datas anno Domini millesimo ducentesimo nonagesimo secundo in die Translationis beati Martini.
Naar het oorspronkelqk perkament met een uithangend
zegel O) in witachtig was, nog aanwezig in het archief
van Ste Marie te Utrecht (Vermeulen, Inventaris der
oudste charters no. 467).
Niet slechts om de kerk, maar ook om de twee heeren
ridders, verdient deze kaart alle aandacht. Aan deze
toch ontsproot een rijkdom van vertakkingen, die we
later gevestigd vinden op Waardenburg, Haaften, Isendoorn,
Hemert, Opijnen, Delwijnen, Neerijnen enz. (v. Spaen, Inleiding tot de Historie van Gelderland, III bl. 289). Wat hun te Hedel zooveel invloed gaf, dat zij met hoop op goed gevolg hun yerzoek bij het Utrechtsche kapittel konden indienen ? We vermoeden, dat ze, heer Hendrik de jongere der twee in het bijzonder, rechten konden doen gelden op de heerlijkheid Hedel, en dat zij voorgangers zijn der heeren van Cranendonck, die de eerste helft der 14e eeuw als heeren van Hedel voorkomen, tr. (2) met Eva van Langel. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1275  †1336  61


Gerard van Rossem
Ridder Gerard van Rossem.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Goossen*1230  †1263  33


Agnes van Kuyc
Agnes van Kuyc.

tr. circa 1240
met

Ridder Rudolf (Roelof I, Raoul) de Chatillon bijgenaamd de Cock van Weerdenburgh (Raoul de Châtillon, de Cocq van Châtillon, de Cock van Weerdenburg), zn. van René (Reinald II) de Châtillon en NN Coucy, geb. Chatillon sur Marne [Frankrijk] circa 1210, miles, 1e heer van Waardenburg, Opijnen en IJzendoorn, vermeld 1265-1295, ovl. in 1283 (circa 1275),
, van Rodolf de Cock van Weerdenberg is een aantal vermeldingen bekend. Allereerst wordt hij genoemd in 1265 met zijn vader Rodolf, en zijn broers Henric, Gijsbert en Willem. Daarna wordt hij vermeld in 1280, 1283, 1287, 1292, 1300 en 1306. In ieder geval in 1280 is hij zijn vader al opgevolgd als de tweede heer van Weerdenberg, en hij is het die in 1283 den sael en de ronde toern van Weerdenberg heeft laten bouwen. Hij wordt voor het eerst genoemd met zijn broers Henric, Gijsbert en Willem in de bekende acte van 1265. Over hun leeftijden is op dit moment weinig te zeggen, maar te proberen is een poging om een beetje reeële schatting te maken van hun leeftijden. Omdat zij alle 4 vermeld worden, mag de conclusie getrokken worden, dat ze volwassen waren. Ervan uitgaande, dat de jongste misschien rond de 14 jaar is. De oudste zoon zal dan makkelijk rond de 22 jaar zijn, en is daarmee dus geboren rond 1243. Zijn laatste vermelding ligt rond 1306, dus dan zou hij rond 65 jaar zijn geworden. Alleszins acceptabele getallen, waar misschien ook nog enige rek in zit. In het minimale geval was de jongste zoon rond de 2 jaar, en de oudste dan rond de 10 jaar, en dan zou Rodolf II geboren zijn rond 1255, en overleden zijn op in zijn vijftiger jaren. Er is voor zijn geboortejaar dus een schatting te maken: tussen 1240 en 1255. Zijn vader kan dan getrouwd zijn rond die tijd, 1235-1250 lijkt acceptabel, en uit de vermelding van 1283 is bekend dat zijn vader ook Rodolf heette, tr. (1) met zijn nicht Aleyt van Ochten. Uit dit huwelijk 4 kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1245  †1312  67


Constance von Antiochien
Constance Fürstin von Antiochien (Tarente), geb. circa 1127, ovl. in 1163,
, 1131-1136, 1139-1163 Fürstin.

tr. (1)
met

Raimund de Guienne Fürst von Antiochien, zn. van Willem VIII/IX van Poitiers en Acquitanië (hertog van Aquitanië en de Gascogne) en Philippa van Toulouse, geb. circa 1100, vorst van Antiochië in 1136, ovl. op 27 jun 1149.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1145  †1182  37

tr. (2) circa mei 1153
met

Reinoud II (Renaud) van Chatillon (de Chatillon Princeps Antiochiae), zn. van Henri I de Montjay Chatillon châtelain de Châtillon en Ermengard de Châtillon, ovl. in jul 1187,
, Van Chatillon, 1153 Fürst, +1163?, Überfällt im Frühjahr 1186 von seiner Burg Kerak in Moab eine Karawane syrischer Mekka-Pilger und macht reiche Beute. Trotzt den Schadenersatzforderungen des Sultans Saladin und wird so zur Ursache für die vernichtende Niederlage der Kreuzritter bei Hattin am 4.7.1187. Wird von Sultan Saladin als Gefangener erschlagen?

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Agnes  †1184   
Hugues     


Jan van Broeckhuijsen
Jan van Broeckhuijsen (Johan heer van Brouckhusen), ambtman van Rheinberg 1315-1354.

tr.
met

Sophie van Loe,
, vermeld in 1364.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem  †1358   
Johan     


Sweder de Cock van Weerdenburg
Ridder Sweder (Seger) de Cock van Weerdenburg, geb. circa 1360, ovl. circa 1404.


Otto II van Heukelom van Asperen
Heer Otto II van Heukelom van Asperen, geb. circa 1282, ovl. na 25 dec 1345,
, vermeld op 14 aug. 1311 als getuige, zegelde als heer van
Heukelem (knape) op 22 april 1312 (Nederl. Leeuw 1952, pag. 137), schuldeiser van de bisschop van Utrecht 21 maart 1328 en borg voor graaf Willem 111 op 9 aug. 1330. Tenslotte zegelde hij nog op 25 dec. 1346 een verklaring van bisschop Jan van Arkel. Volgens Korteweg, t.a.p,kol. 138, moet deze laatste acte ‘echter volgens de Kerststijl gedateerd zijn en dus van 25 dec. 1345 dagtekenen. Wellicht was hij gehuwd met een dochter van Gijsbert van der Leck. Otto II is blijkbaar nooit tot ridder geslagen.

tr.
met

Agatha Gijsberts van der Lecke, dr. van Gijsbert van der Lecke, geb. Monster circa 1294.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marie     
Jan II*1322  †1373  51
Gerard*1325  †1380  55
Otto     
Gijsbrecht     


Agatha Gijsberts van der Lecke
Agatha Gijsberts van der Lecke, geb. Monster circa 1294.

tr.
met

Heer Otto II van Heukelom van Asperen, zn. van Jan I van Heukelom van Asperen, geb. circa 1282, ovl. na 25 dec 1345,
, vermeld op 14 aug. 1311 als getuige, zegelde als heer van
Heukelem (knape) op 22 april 1312 (Nederl. Leeuw 1952, pag. 137), schuldeiser van de bisschop van Utrecht 21 maart 1328 en borg voor graaf Willem 111 op 9 aug. 1330. Tenslotte zegelde hij nog op 25 dec. 1346 een verklaring van bisschop Jan van Arkel. Volgens Korteweg, t.a.p,kol. 138, moet deze laatste acte ‘echter volgens de Kerststijl gedateerd zijn en dus van 25 dec. 1345 dagtekenen. Wellicht was hij gehuwd met een dochter van Gijsbert van der Leck. Otto II is blijkbaar nooit tot ridder geslagen.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marie     
Jan II*1322  †1373  51
Gerard*1325  †1380  55
Otto     
Gijsbrecht     


Marie van Asperen
Marie van Asperen.

tr.
met

Ghijsbrecht uten Goye famulus, zn. van Gijsbert II van Langerak (vermeld 1277-1299, heer van Hagestein) en Margaretha van Teylinghen tot Hagestein (vrouwe van Hagesteyn), geb. circa 1277, 2e burggraaf van Utrecht, ovl. circa 1334,
, In hem vlamde het verzet tegen de bisschop weer op, want toen Guy van Avesnes (bisschop van Utrecht 1301 - 1317) rond het jaar 1315 buiten het Sticht vertoefde, ondernam Ghisebrecht Uten Goye strooptochten in het Sticht en noemde zich weer onafhankelijk heer van Gaspewerde, Tull, 't Waal, Honswijk, Jaarsveld, Everdingen, Goberdingen Houten en 't Goy. Bij zijn terugkeer heeft de bisschop hem overwonnen en hem doen onthoofden. Vermeld wordt dat hij in het schip van de Mariakerk in Utrecht begraven zou zijn, tr. (2) met Margriet van Bosinchem, dr. van Ridder Hubert III van Culemborch (Heer van Beusinchem) en Elisabeth van Arkel. Uit dit huwelijk een dochter


Jan II van Heukelom
Jan II van Heukelom, geb. circa 1322, ovl. circa 1373.

tr. op 20 nov 1353
met

Elisabeth van Horne, dr. van Willem IV / V van Horne en Gaesbeek (heer van Horn, Altena, Weert, Nederweert, Wessem, Heeze, Leende en Kortessem, ondervoogd van Thorn) en Elisabeth gravin van Kleef-Hülchenrath (vrouwe van Bergheim, Kervenheim en Oedt), geb. circa 1339, ovl. circa 1416, tr. (1) met Hendrik van Diest. Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Otto III  †1409   


Gerard van Asperen
Gerard van Asperen, geb. circa 1325, heer van Tuyl en 't Waal, ovl. circa 1380.

tr.
met

Elisabeth van Kuyc, dr. van Jan III van Kuyc en Bebbeken (Catharina) Berthouts


Ghijsbrecht uten Goye famulus
Ghijsbrecht uten Goye famulus, geb. circa 1277, 2e burggraaf van Utrecht, ovl. circa 1334,
, In hem vlamde het verzet tegen de bisschop weer op, want toen Guy van Avesnes (bisschop van Utrecht 1301 - 1317) rond het jaar 1315 buiten het Sticht vertoefde, ondernam Ghisebrecht Uten Goye strooptochten in het Sticht en noemde zich weer onafhankelijk heer van Gaspewerde, Tull, 't Waal, Honswijk, Jaarsveld, Everdingen, Goberdingen Houten en 't Goy. Bij zijn terugkeer heeft de bisschop hem overwonnen en hem doen onthoofden. Vermeld wordt dat hij in het schip van de Mariakerk in Utrecht begraven zou zijn.

tr. (1)
met

Marie van Asperen, dr. van Heer Otto II van Heukelom van Asperen en Agatha Gijsberts van der Lecke.

tr. (2)
met

Margriet van Bosinchem, dr. van Ridder Hubert III van Culemborch (Heer van Beusinchem) en Elisabeth van Arkel.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Catharina*1300  †1351  51


Elisabeth van Kuyc
Elisabeth van Kuyc.

tr.
met

Gerard van Asperen, zn. van Heer Otto II van Heukelom van Asperen en Agatha Gijsberts van der Lecke, geb. circa 1325, heer van Tuyl en 't Waal, ovl. circa 1380


Jan III van Kuyc
Jan III van Kuyc, geb. circa 1295, ovl. in 1357.

tr. (1) circa 1320
met

Bebbeken (Catharina) Berthouts.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth     
Wenemar*1330  †1390  60

tr. (2)
met

Elisabeth van Bronckhorst-Batenburg, dr. van Gijsbert V Bronckhorst ridder (heer vanBronckhorst en Batenburg) en Catharina van Leefdael, ovl. circa 1403, tr. (2) in 1360 met Alard V heer van Buren en Beusichem, zn. van Alard IV van Buren en Mabilia I van Caets alias van Bosinchem (vrouwe van Beusichem, vermeld 1336-1361), ovl. tussen 1406 en 1409. Uit dit huwelijk 2 kinderen


Catharina Berthouts
Bebbeken (Catharina) Berthouts.

tr. circa 1320
met

Jan III van Kuyc, zn. van Willem van Kuyc (ridder vermeld 1295-1303) en Sofia van Gymnich (vrouwe van Hoogstraten), geb. circa 1295, ovl. in 1357, tr. (2) met Elisabeth van Bronckhorst-Batenburg. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth     
Wenemar*1330  †1390  60


Elisabeth van Bronckhorst-Batenburg
Elisabeth van Bronckhorst-Batenburg, ovl. circa 1403.

tr. (1)
met

Jan III van Kuyc, zn. van Willem van Kuyc (ridder vermeld 1295-1303) en Sofia van Gymnich (vrouwe van Hoogstraten), geb. circa 1295, ovl. in 1357, tr. (1) met Bebbeken (Catharina) Berthouts. Uit dit huwelijk 2 kinderen.

tr. (2) in 1360
met

Alard V heer van Buren en Beusichem, zn. van Alard IV van Buren en Mabilia I van Caets alias van Bosinchem (vrouwe van Beusichem, vermeld 1336-1361), ovl. tussen 1406 en 1409.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan  †1438   
Rosela     


Cathalijne Jans de Breucker
Cathalijne Jans de Breucker (Breuckel).

tr.
met

Govert Denijs (de Nijs, Denis).

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Levina Hillegom    
Geertruy*1627 Katwijk †1656  29
Philippina*1630     
Daniël*1632     
David*1640 Hillegom    


Geertruy Govertsdr Denijs
Geertruy Govertsdr Denijs, geb. Katwijk circa 1627, ovl. voor 1656.

otr. Leiden (Waalse Kerk) op 4 okt 1647 (getuigen: bruidegom: Jan le Leu oom Voldersgraft, Ouwde en getuige bruid: Jannetgien Jans moeu Haerlemstraet), tr. Leiden (Pieterskerk) op 20 okt 1647
met

Pieter le Leu, ged. Leiden (Hooglandse Kerk) op 13 apr 1626, grofgreinwerker, ovl. tussen 28 aug 1683 en 4 sep 1683 .

Uit dit huwelijk 5 kinderen.


Philippina Denijs
Philippina Denijs, geb. circa 1630.