Genealogische website van Cees Hagenbeek
Dirk Slot
Dirk Slot, geb. Haarlem circa 1800, schoenmakersknect.

tr. Arnhem op 19 dec 1832
met

Eva Kaater, geb. Randwijk circa 1802.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Theodorus*1827 Arnhem †1901 Arnhem 74


Otto von Heessen
Otto von Heessen.


Diedrich Henrich von Hessen
Diedrich Henrich Ritter von Hessen.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hildegard*1370  †1430  60


Moalda Kinniksdotter
Moalda Kinniksdotter, geb. Jutland [Denemarken] circa 594.

tr.
met

Halfdan III Haraldsson av Roeskilde, zn. van Valldar av Roeskilde en Hildur Heidreksdotter, koning van Zweden,
, vermeld 590-650, geboren in Jutland.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ivarr  †750   


Hildur Heidreksdotter
Hildur Heidreksdotter.

tr.
met

Valldar av Roeskilde, zn. van Hroar av Roeskilde.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Halfdan III     


Jeanne de Beaumont
Jeanne Comtesse de Beaumont, geb. in 1323, d'Avesnes, Gräfin v.Soissons, Dame de Dargies et de Chimay, Johanna van Holland, ovl. na 15 dec 1350.

tr.
met

Louis I de Chatillon de Blois et de Dunois Seigneur d'Avesnes de Guise de Trelon et de Dreux, zn. van Guy I Comte de Chatillon de Blois et de Dunois Seigneur d'Avesnes de Guise de Trelon et de Dreux (graaf van Blois) en Margaretha van Valois, ovl. Crecy [Frankrijk] op 26 aug 1346.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jean  †1379 Schoonhoven  


Herbastus uit Denemarken
Herbastus uit Denemarken (Herbastus de Crepon Arque), geb. Arque [Frankrijk] in 911.

tr. (1)
met

Gunnhild Olafsdottir, dr. van Olof Konung av Sverige (koning van Zweden) en Ingeberg Thrandsdotter, ovl. na 965, tr. (1) met Harald I "Blaatand" (Bluetooth) koning van Denemarken. Uit dit huwelijk 2 kinderen.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gunnor*945  †1031  86
Herbastus*944 Arque [Frankrijk]  Longueville [Frankrijk]  
Duvelina     
Senfria     
Wevia     


Wevia uit Denemarken
Wevia uit Denemarken.


Aaltje Cornelisdr Verhoeck
Aaltje Cornelisdr Verhoeck.

tr. Schipluiden op 11 jan 1642
met

Cornelis Cornelis Corpershoek, zn. van Cornelis Ockersz (van Corpershouck) (korenmolenaar te Delft op de Rietveldse korenmolen) en Annetje Jacobsdr van der Hoof, bouwman, schepen


Meginhard Graaf van Hamalant, der Friesen
Meginhard hertog Graaf van Hamalant, der Friesen, ovl. op 15 mrt 898.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerberga     


Wichmann der Vlaanderen graaf van Hamalant
Wichmann der Vlaanderen graaf van Hamalant, graaf in Hamalant 885, ovl. in 881.

tr.
met

Evesa .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Meginhard  †898   


Dirk/Dietrich in Westsachsen
Dirk/Dietrich in Westsachsen, voogd van Paderborn, ovl. na 17 apr 1015.


Meinwerk van Paderborn
Meinwerk (Meincwerc) bisschop van Paderborn, geb. circa 975, bisschop van 1009-1036, ovl. op 5 jun 1036,
, erzogen zu Hildesheim, in der königl. Kanzlei, 1009 Bischof v.Paderborn, 1015 Stiftung des Klosters Abdinghof.


Evesa
Evesa .

tr.
met

Wichmann der Vlaanderen graaf van Hamalant, graaf in Hamalant 885, ovl. in 881.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Meginhard  †898   


Frederik van Egmond graaf van Buren
Frederik van Egmond graaf van Buren, geb. circa 1440, Heer van Cranendonk, ovl. in 1521,
, Hij kreeg in 1472 de heerlijkheid Buren van zijn oom Arnold, hertog van Gelre, ter vergoeding van de te zijnen behoeve gemaakte onkosten. Drossaers, Archief Nassau Domeinraad, deel II, regest 1384). Reeds in 1462 (Dinxdag na Sint Lourens) stond Willem van Egmond aan zijn tweede zoon Frederik onder zekere voorwaarden de heerlijkheid IJsselstein af (Busken Huet en Van Veen, pag. 95; Dek, pag. 104). Hij erfde in 1483 van zijn vader de heerlijkheden IJsselstein en Leerdam. Hij was een krachtige steun van Keizer Maximiliaan, die hem op 24 juni 1498 verhief tot graaf van Buren en Leerdam (Drossaers, Archief Nassau Domeinraad, deel II, regest 1384). Hij volgde met zijn broeder Jan zijn vader in diens Gelderse politiek en was, evenals deze beiden, de
Kabeljauwse partij toegedaan, zodat hij ruimschoots zijn aandeel had aan de krijgsbedrijven van het zo woelige einde van de 15e eeuw. Hij speelde een grote rol in de Gelderse, Utrechtse en Friese oorlogen. In 1470 komt hij het eerst op het toneel, wanneer hij een zoen maakt met de burgers van de stad Utrecht, die IJsselstein hadden aangevallen. Bij het beleg van Neuss (1474), dat hij met zijn broeder Jan bijwoonde, verkreeg hij de riddertitel. Hij was in 1477, evenals zijn beide broeders, als kamerheer lid van de hofhouding van Maximiliaan van Oostenrijk. Om zijn vader steun te verlenen trachtte hij Nijmegen op diens hand te krijgen; hij viel echter op 21 april 1478 in handen van de stad en werd, met zijn broeder Willem en zijn bastaardbroeder Nicolaas, drie jaar op het Valkhof gevangen gehouden. Hieruit ontslagen vond hij de stad Utrecht, ondersteund door de heer van Montfoort en de Hoeken, in strijd met haar bisschop David van Bourgondië, wiens partij hij, als Kabeljauw, koos. Gedurende de schier eindeloze krijgstochten, waarvan tijdens deze twisten Holland en het Sticht het toneel waren, trad heer Frederik vaak op de voorgrond, te meer waar IJsselstein herhaaldelijk (oa. in 1482) van Utrechtse aanvallen te lijden had. Hij en zijn broeder Willem behoorden onder de 'kapiteinen' van de bisschoppelijke krijgsmacht. Frederik, die het huis te Eembrugge bezet en versterkt had, moest de verdediging hiervan op 17-09-1481 opgeven en oorlogde daarna voor Utrecht en Amersfoort. Twee jaar later, in 1483, verdedigde hij, als bevelhebber, voor de bisschop Wijk bij Duurstede en was nog dat zelfde jaar met zijn broeder Jan een der aanvoerders van de troepen, die onder bevel van Maximiliaan Utrecht belegerden. Na een beleg van drie maanden viel de stad op 31-08-1483 in hun handen en kon bisschop David, die door zijn tegenstanders gevangen werd gehouden, zijn zetel weer innemen. De vete met Utrecht was voor heer Frederik daarmee echter nog lang niet geëindigd. Nog in 1491 deed hij,
met zijn zoon Floris, een vergeefse poging om de stad in te nemen en eerst twee jaar later kwam een voorlopige vrede tot stand. In de oorlogen, die de Bourgondiërs met de hertog van Gelre voerden, hield hij de partij van de eersten. In 1497 brandschatte hij de Tielerwaard, wat de Geldersen hem betaald zetten met de inname van Leerdam. Nog verscheidene jaren duurde deze oorlog voort, maar heer Frederik werd wat ouder en op het krijgstoneel meer en meer vervangen door zijn zoon Floris. Heer Frederik had de bijnaam 'Schele Gijs'. Op het gemeentehuis van St. Maartensdijk is nog een geschilderd portret van hem aanwezig.

tr. (1)
met

Aleida van Culemburgh, dr. van Gerrit II heer van Culemborg en Elisabeth van Buren, erfdochter van Buren, Borssele en St- Maartensdijk, ovl. op 20 jul 1471, begr. IJsselstein.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Floris*1469  †1539  70

tr. (2)
met

Walburga van Manderscheid-Schleiden, dr. van Kuno I Graf von Manderscheid-Schleiden en Walpurgis van Horne, ovl. in 1468,
, Nichtje van Jacob II van Horne


Willem IV/VI van Egmond
Willem IV/VI heer van Egmond, geb. in 1412, zu Leerdam, Schoonderwoerd und Haastrecht, 1451 Herr v.IJsselstein, ovl. Grave op 19 okt 1483, begr. Grave,
, 1473 Statthalter v.Geldern, 1478 Ritter vom Orden des Goldenen Vliesses, verwerft ingevolge deling met zijn
broeder hertog Arnold: Egmond, Leerdam, Schoonderwoerd en Haastrecht; erft van zijn vaders broeder IJsselstein 1451; steunt zijn broer tot diens dood toe; treedt als stadhouder van Gelre op namens Karel de Stoute die hem later opneemt in de Orde van het Gouden Vlies.

tr. (1) op 22 jan 1437
met

Walpurgis von Moers zu Mörs, dr. van Frederik IV (Walraven) van Moers (graaf van Saarwerden, graaf van Moers, heer van Baer en Lathum, ridder in de Orde van het Gulden) en Engelberta van Kleef-Mark, geb. voor 1429, erfdochter van Bär, ovl. Den Haag in 1459.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frederik*1440  †1521  81
Jan III*1438 Hattem †1516 Egmond 78

relatie (2)
met

Aleijd Kreijnck.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik  †1511   


Aleida van Culemburgh
Aleida van Culemburgh, erfdochter van Buren, Borssele en St- Maartensdijk, ovl. op 20 jul 1471, begr. IJsselstein.

tr.
met

Frederik van Egmond graaf van Buren, zn. van Willem IV/VI heer van Egmond (zu Leerdam, Schoonderwoerd und Haastrecht, 1451 Herr v.IJsselstein) en Walpurgis von Moers zu Mörs (erfdochter van Bär), geb. circa 1440, Heer van Cranendonk, ovl. in 1521,
, Hij kreeg in 1472 de heerlijkheid Buren van zijn oom Arnold, hertog van Gelre, ter vergoeding van de te zijnen behoeve gemaakte onkosten. Drossaers, Archief Nassau Domeinraad, deel II, regest 1384). Reeds in 1462 (Dinxdag na Sint Lourens) stond Willem van Egmond aan zijn tweede zoon Frederik onder zekere voorwaarden de heerlijkheid IJsselstein af (Busken Huet en Van Veen, pag. 95; Dek, pag. 104). Hij erfde in 1483 van zijn vader de heerlijkheden IJsselstein en Leerdam. Hij was een krachtige steun van Keizer Maximiliaan, die hem op 24 juni 1498 verhief tot graaf van Buren en Leerdam (Drossaers, Archief Nassau Domeinraad, deel II, regest 1384). Hij volgde met zijn broeder Jan zijn vader in diens Gelderse politiek en was, evenals deze beiden, de
Kabeljauwse partij toegedaan, zodat hij ruimschoots zijn aandeel had aan de krijgsbedrijven van het zo woelige einde van de 15e eeuw. Hij speelde een grote rol in de Gelderse, Utrechtse en Friese oorlogen. In 1470 komt hij het eerst op het toneel, wanneer hij een zoen maakt met de burgers van de stad Utrecht, die IJsselstein hadden aangevallen. Bij het beleg van Neuss (1474), dat hij met zijn broeder Jan bijwoonde, verkreeg hij de riddertitel. Hij was in 1477, evenals zijn beide broeders, als kamerheer lid van de hofhouding van Maximiliaan van Oostenrijk. Om zijn vader steun te verlenen trachtte hij Nijmegen op diens hand te krijgen; hij viel echter op 21 april 1478 in handen van de stad en werd, met zijn broeder Willem en zijn bastaardbroeder Nicolaas, drie jaar op het Valkhof gevangen gehouden. Hieruit ontslagen vond hij de stad Utrecht, ondersteund door de heer van Montfoort en de Hoeken, in strijd met haar bisschop David van Bourgondië, wiens partij hij, als Kabeljauw, koos. Gedurende de schier eindeloze krijgstochten, waarvan tijdens deze twisten Holland en het Sticht het toneel waren, trad heer Frederik vaak op de voorgrond, te meer waar IJsselstein herhaaldelijk (oa. in 1482) van Utrechtse aanvallen te lijden had. Hij en zijn broeder Willem behoorden onder de 'kapiteinen' van de bisschoppelijke krijgsmacht. Frederik, die het huis te Eembrugge bezet en versterkt had, moest de verdediging hiervan op 17-09-1481 opgeven en oorlogde daarna voor Utrecht en Amersfoort. Twee jaar later, in 1483, verdedigde hij, als bevelhebber, voor de bisschop Wijk bij Duurstede en was nog dat zelfde jaar met zijn broeder Jan een der aanvoerders van de troepen, die onder bevel van Maximiliaan Utrecht belegerden. Na een beleg van drie maanden viel de stad op 31-08-1483 in hun handen en kon bisschop David, die door zijn tegenstanders gevangen werd gehouden, zijn zetel weer innemen. De vete met Utrecht was voor heer Frederik daarmee echter nog lang niet geëindigd. Nog in 1491 deed hij,
met zijn zoon Floris, een vergeefse poging om de stad in te nemen en eerst twee jaar later kwam een voorlopige vrede tot stand. In de oorlogen, die de Bourgondiërs met de hertog van Gelre voerden, hield hij de partij van de eersten. In 1497 brandschatte hij de Tielerwaard, wat de Geldersen hem betaald zetten met de inname van Leerdam. Nog verscheidene jaren duurde deze oorlog voort, maar heer Frederik werd wat ouder en op het krijgstoneel meer en meer vervangen door zijn zoon Floris. Heer Frederik had de bijnaam 'Schele Gijs'. Op het gemeentehuis van St. Maartensdijk is nog een geschilderd portret van hem aanwezig, tr. (2) met zijn achternicht Walburga van Manderscheid-Schleiden. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Floris*1469  †1539  70


Walburga van Manderscheid-Schleiden
Walburga van Manderscheid-Schleiden, ovl. in 1468,
, Nichtje van Jacob II van Horne.

tr.
met

Frederik van Egmond graaf van Buren, zn. van Willem IV/VI heer van Egmond (zu Leerdam, Schoonderwoerd und Haastrecht, 1451 Herr v.IJsselstein) en Walpurgis von Moers zu Mörs (erfdochter van Bär), geb. circa 1440, Heer van Cranendonk, ovl. in 1521,
, Hij kreeg in 1472 de heerlijkheid Buren van zijn oom Arnold, hertog van Gelre, ter vergoeding van de te zijnen behoeve gemaakte onkosten. Drossaers, Archief Nassau Domeinraad, deel II, regest 1384). Reeds in 1462 (Dinxdag na Sint Lourens) stond Willem van Egmond aan zijn tweede zoon Frederik onder zekere voorwaarden de heerlijkheid IJsselstein af (Busken Huet en Van Veen, pag. 95; Dek, pag. 104). Hij erfde in 1483 van zijn vader de heerlijkheden IJsselstein en Leerdam. Hij was een krachtige steun van Keizer Maximiliaan, die hem op 24 juni 1498 verhief tot graaf van Buren en Leerdam (Drossaers, Archief Nassau Domeinraad, deel II, regest 1384). Hij volgde met zijn broeder Jan zijn vader in diens Gelderse politiek en was, evenals deze beiden, de
Kabeljauwse partij toegedaan, zodat hij ruimschoots zijn aandeel had aan de krijgsbedrijven van het zo woelige einde van de 15e eeuw. Hij speelde een grote rol in de Gelderse, Utrechtse en Friese oorlogen. In 1470 komt hij het eerst op het toneel, wanneer hij een zoen maakt met de burgers van de stad Utrecht, die IJsselstein hadden aangevallen. Bij het beleg van Neuss (1474), dat hij met zijn broeder Jan bijwoonde, verkreeg hij de riddertitel. Hij was in 1477, evenals zijn beide broeders, als kamerheer lid van de hofhouding van Maximiliaan van Oostenrijk. Om zijn vader steun te verlenen trachtte hij Nijmegen op diens hand te krijgen; hij viel echter op 21 april 1478 in handen van de stad en werd, met zijn broeder Willem en zijn bastaardbroeder Nicolaas, drie jaar op het Valkhof gevangen gehouden. Hieruit ontslagen vond hij de stad Utrecht, ondersteund door de heer van Montfoort en de Hoeken, in strijd met haar bisschop David van Bourgondië, wiens partij hij, als Kabeljauw, koos. Gedurende de schier eindeloze krijgstochten, waarvan tijdens deze twisten Holland en het Sticht het toneel waren, trad heer Frederik vaak op de voorgrond, te meer waar IJsselstein herhaaldelijk (oa. in 1482) van Utrechtse aanvallen te lijden had. Hij en zijn broeder Willem behoorden onder de 'kapiteinen' van de bisschoppelijke krijgsmacht. Frederik, die het huis te Eembrugge bezet en versterkt had, moest de verdediging hiervan op 17-09-1481 opgeven en oorlogde daarna voor Utrecht en Amersfoort. Twee jaar later, in 1483, verdedigde hij, als bevelhebber, voor de bisschop Wijk bij Duurstede en was nog dat zelfde jaar met zijn broeder Jan een der aanvoerders van de troepen, die onder bevel van Maximiliaan Utrecht belegerden. Na een beleg van drie maanden viel de stad op 31-08-1483 in hun handen en kon bisschop David, die door zijn tegenstanders gevangen werd gehouden, zijn zetel weer innemen. De vete met Utrecht was voor heer Frederik daarmee echter nog lang niet geëindigd. Nog in 1491 deed hij,
met zijn zoon Floris, een vergeefse poging om de stad in te nemen en eerst twee jaar later kwam een voorlopige vrede tot stand. In de oorlogen, die de Bourgondiërs met de hertog van Gelre voerden, hield hij de partij van de eersten. In 1497 brandschatte hij de Tielerwaard, wat de Geldersen hem betaald zetten met de inname van Leerdam. Nog verscheidene jaren duurde deze oorlog voort, maar heer Frederik werd wat ouder en op het krijgstoneel meer en meer vervangen door zijn zoon Floris. Heer Frederik had de bijnaam 'Schele Gijs'. Op het gemeentehuis van St. Maartensdijk is nog een geschilderd portret van hem aanwezig, tr. (1) met Aleida van Culemburgh, dr. van Gerrit II heer van Culemborg en Elisabeth van Buren. Uit dit huwelijk een zoon


Kuno I von Manderscheid-Schleiden
Kuno I Graf von Manderscheid-Schleiden, ged. in 1444, ovl. op 24 jul 1489,
, Domherr zu Köln, Resignation, 1487 in Cronenburg und Neuerburg, 1488 in Manderscheid, Schleiden.

tr.
met

Walpurgis van Horne, dr. van Jacob I heer van Horne (na 1450 graaf van Horn) en Johanna van Moers-Saarwerden, ovl. in 1476.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Walburga  †1468   


Walpurgis van Horne
Walpurgis van Horne, ovl. in 1476.

tr.
met

Kuno I Graf von Manderscheid-Schleiden, ged. in 1444, ovl. op 24 jul 1489,
, Domherr zu Köln, Resignation, 1487 in Cronenburg und Neuerburg, 1488 in Manderscheid, Schleiden.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Walburga  †1468