Genealogische website van Cees Hagenbeek
Jan Philipsz van Duivenvoorde en Wassenaer
Jan Philipsz van Duivenvoorde en Wassenaer1, geb. Voorschoten in 1220, Ridder 1248, heer van Duivenvoorde, ovl. voor 1295,
, Jan van Duvenvoir de, stamvader van den uitgestorven tak Van Polanen, waaruit ook de graven van den Bergh stammen.
Jan van Wassenaer, ook bekend als van Duivenvoorde, ovl. voor 1295,
Ridder, heer van Duivenvoorde ca. 1250. Hij kocht Polanen, Monster, Terheijde, Poeldijk en half Loosduinen. Vermeld 22.11.1248 als broer van Arend I heer van Duivenvoorde.
Hij trouwde met NN Ghisekynsdr Uter Liere.

tr.
met

N.N. Ghisekynsdr uter Liere1, dr. van Ghisekyn uter Lyere (leenman van Wassenaer), geb. Monnikendam in 1222,
, Leenman van Wassenaar 1226, 1233. Hij is 1226 getuige voor Philips van Duivenvoorde. Ghisekin uter Lyre heeft 1 Maart 1223 met toestemming van de graaf zijn land in de Lyre met gerecht en tienden verkocht aan de abt van St. Mariënweerd.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Philips  †1308   
Elisabeth     



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 241)


Philips van Wassenaer
Philips van Wassenaer (genaamd van Duvenvoirde)1, geb. Voorschoten in 1198, heer van Duivenvoorde, ovl. voor 1248,
, het geslacht van Duvenvoorde is voortgekomen uit dat van Van Wassenaar. In het begin van de 13e eeuw erfde Philips van Wassenaar, tweede en jongste zoon van Philips van Wassenaar en Agnes van Persijn van Waterland, de landen Duvenvoorde en Polanen. Zijn nakomelingen hebben de naam van Van Duvenvoorde aangenomen.

tr. Zevenbergen in 1225
met

F[lorentia] Arentsdr van Strijen1, dr. van Arnold heer van Rijswijk (Dapifer van Holland, vermeld 1198-1216) en Meilindis , geb. Zevenbergen in 1200,
, haar naam begon met de letter F, mogelijk heette zij Florentia of Franca. Zij was een zuster van Bertha van Rijswijck, die met Philips' broer Dirk van Wassenaer trouwde.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1220 Voorschoten †1295  75
Arnold     



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 241)


F[lorentia] Arentsdr van Strijen
F[lorentia] Arentsdr van Strijen1, geb. Zevenbergen in 1200,
, haar naam begon met de letter F, mogelijk heette zij Florentia of Franca. Zij was een zuster van Bertha van Rijswijck, die met Philips' broer Dirk van Wassenaer trouwde.

tr. Zevenbergen in 1225
met

Philips van Wassenaer (genaamd van Duvenvoirde)1, zn. van Philips I van Wassenaer (Heer van Wassenaar) en NN van Voorne, geb. Voorschoten in 1198, heer van Duivenvoorde, ovl. voor 1248,
, het geslacht van Duvenvoorde is voortgekomen uit dat van Van Wassenaar. In het begin van de 13e eeuw erfde Philips van Wassenaar, tweede en jongste zoon van Philips van Wassenaar en Agnes van Persijn van Waterland, de landen Duvenvoorde en Polanen. Zijn nakomelingen hebben de naam van Van Duvenvoorde aangenomen.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan*1220 Voorschoten †1295  75
Arnold     



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 241)


Philips I van Wassenaer
Philips I van Wassenaer1, geb. vermoedelijk Voorschoten in 1175, Heer van Wassenaar, ovl. circa 1225,
, De bronnen verschillen over de moeder(s) van de kinderen van Philips I. Aangenomen is dat dit Agnes Persijn is. Melindes was waarschijnlijk zijn eerste vrouw. Het eerst wordt hij vermeld in 1200 onder de getuigen bij het verdrag van graaf Dirk VII van Holland met hertog Hendrik I van Brabant. In 1203 komt er in het graafschap weer beroering. Graaf Dirk VII laat bij zijn overlijden slechts een dochter na, Ada. Gravin Aleid had echter een plan gesmeed om door een huwelijk van haar dochter met Lodewijk, graaf van Loon, het graafschap uit handen van graaf Willem I (de broer van Dirk VII) te houden. Bijna alle Hollandse edelen bewilligden hierin, behalve Philips van Wassenaar en enkele ministralen. Zelfs Willem van Teylingen en Wouter van Egmond stemden aanvankelijk toe, hoewel ze iets later met Philips de leiders zullen zijn van de groep edelen, die zich tegen de opvolging van Ada verzetten (de Loonse oorlog). De vroegtijdige en duidelijke stellingname van Philips in 1203 ten gunste van graaf Willem I kan verklaard worden uit een bijzondere band tussen vorst en edelman, die gelagen kan zijn gedurende de gemeenschappelijke deelname aan de kruistocht in 1189 en het verblijf in het Oosten. In 1205 komt hij voor als getuigen bij de verkoop van twee hoeven aan de abdij te Rijnsburg en zegelde in 1223 de schenkingsbrief, waarbij de weduwe van graaf Willem I aan deze abdij 50 pond Hollands gaf, voor de ziel van haar overleden man. Philips stierf omstreeks 1225.

tr. (1)
met

NN van Voorne (Persijn)1, geb. Monnikendam in 1176.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk I*1205 Voorschoten †1258  53
Philips*1198 Voorschoten †1248  50
Oda*1210 Voorschoten    
Aleid     

tr. (2) circa 1165
met

Melendes , geb. circa 1145,
, Vermeld 15 nov 1229: Dirk van Wassenaar verkoopt zijn rechten op de hof van wijlen vrouwe Meilend aan graaf Floris IV en doet daar ten overstaan van de mannen van de graaf afstand van.

Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 241)


NN van Voorne
NN van Voorne (Persijn)1, geb. Monnikendam in 1176.

tr.
met

Philips I van Wassenaer1, zn. van Jacob van der Does, geb. vermoedelijk Voorschoten in 1175, Heer van Wassenaar, ovl. circa 1225,
, De bronnen verschillen over de moeder(s) van de kinderen van Philips I. Aangenomen is dat dit Agnes Persijn is. Melindes was waarschijnlijk zijn eerste vrouw. Het eerst wordt hij vermeld in 1200 onder de getuigen bij het verdrag van graaf Dirk VII van Holland met hertog Hendrik I van Brabant. In 1203 komt er in het graafschap weer beroering. Graaf Dirk VII laat bij zijn overlijden slechts een dochter na, Ada. Gravin Aleid had echter een plan gesmeed om door een huwelijk van haar dochter met Lodewijk, graaf van Loon, het graafschap uit handen van graaf Willem I (de broer van Dirk VII) te houden. Bijna alle Hollandse edelen bewilligden hierin, behalve Philips van Wassenaar en enkele ministralen. Zelfs Willem van Teylingen en Wouter van Egmond stemden aanvankelijk toe, hoewel ze iets later met Philips de leiders zullen zijn van de groep edelen, die zich tegen de opvolging van Ada verzetten (de Loonse oorlog). De vroegtijdige en duidelijke stellingname van Philips in 1203 ten gunste van graaf Willem I kan verklaard worden uit een bijzondere band tussen vorst en edelman, die gelagen kan zijn gedurende de gemeenschappelijke deelname aan de kruistocht in 1189 en het verblijf in het Oosten. In 1205 komt hij voor als getuigen bij de verkoop van twee hoeven aan de abdij te Rijnsburg en zegelde in 1223 de schenkingsbrief, waarbij de weduwe van graaf Willem I aan deze abdij 50 pond Hollands gaf, voor de ziel van haar overleden man. Philips stierf omstreeks 1225, tr. (2) met Melendes . Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk I*1205 Voorschoten †1258  53
Philips*1198 Voorschoten †1248  50
Oda*1210 Voorschoten    
Aleid     



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 241)


Claas Claasz Cranenburgh
Claas Claasz Cranenburgh, geb. Rijpwetering in 1630,
, vermeld in 1642, 1643, 1648 en 1649 als Welgeborene in Rijnland, wonend aan de Meneweg.

tr.
met

Niesje Jans, doopgetuige van Marichje Kranenburg Moordrecht op 8 feb 1699.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cornelis*1665     


Steeskinus van Brakel
Ridder Steeskinus (Staezikiin (de Oude), Eustachius II) van Brakel, geb. voor 1280, heer van Brakel, ovl. na 1346,
, Knaap 1326, poorter van 's-Hertogenbosch 1308, beleend met 16 morgen land te Brakel 3-11-1319, beleend met een woning in Brakel 26-4-1333. In het jaar 870 werd Kasteel Braken als Stamslot Brakel gesticht door een jongere zoon van Graaf de Monbeliard, die zich Heer van Brakel noemde. Daarna raakte dit nieuwe geslacht nauw verwant met de adellijke geslachten Monbeliard, Van Heusden en met het Bourgondische huis. In ongeveer het jaar 1000 trouwde Graaf de Moussond de Monbeliard met Gravin Hildegard von Egisheim en in ongeveer 1100 trouwde Graaf Diederick de Monbeliard met Gravin Irmtrud van Bourgondie. In 1009 werd kasteel Brakel reeds door de Vikings in de as gelegd. Al heel vroeg in de Middeleeuwen ontstond het Ridderschap, dat door de vorstenhuizen in het leven was geroepen. Vervolgens werden er in de landen Riddertoernooien gehouden waar Ridders elkaar bekampten. Tijdens zo'n toernooi, ook wel Steekspel genoemd, leidde de door de heersende Vorst aangestelde Heraut het toernooi. Deze Heraut hield het Wapenboek bij, waarin de diverse Wapens stonden van de Ridders die aan het toernooi deelnamen en zo ontstond ook de Heraldiek in de geschiedenis. Omstreeks het jaar 1210 werd een nieuw kasteel Brakel op de plek van het oude gebouwd. Een zogenaamde waterburcht van steen met ca 2,50 m. dikke muren. Dit kasteel bestond uit een ommuurde binnenplaats met aan de voorkant een zware vierkante toren naast de toegangspoort met valbrug. Aan de achterkant het woonhuis met de twee ronde hoektorens. Het geheel omringd door een diepe gracht. Rondom dit kasteel vonden vele oorlogshandelingen plaats, ten gevolge van de ruzies tussen de Hertogen van Gelre en Brabant en de Graaf van Holland. Kasteel Brakel werd dan ook ettelijke malen beschadigd, verwoest, maar weer herbouwd. Dat nieuwe kasteel was eerst bewoond door Ridder Johan van Brakel, getrouwd met Theodora van der Horst. In ca het jaar 1250 kwam het kasteel in het bezit van hun zoon Ridder Eustachius I van Brakel, die was getrouwd met Sophia van Broeckhuijsen in ca 1258. Omstreeks 1280 kwam dit kasteel in het bezit van hun zoon Ridder Eustachius II van Brakel, die de scepter zwaaide in de Zuid-Westelijke uithoek van de Bommelerwaard in het Graafschap Gelre, dat later een Hertogdom werd. Hij trouwde tweemaal, zijn eerste vrouw was Hendrika van Neynsel, later trouwde hij met Bertha Uten Goye van Hagenstein in ca 1300 die in ca 1316 al overleed, dochter van Ridder Giselbertus Uten Goye, Heer van de burchten Goye en Hagenstein aan de rivier de Ijssel. Deze ridder was weer getrouwd met Domina Margaretha van Teijlingen uit een ander adellijk geslacht. Ridder Eustachius II en Bertha Uten Goye kregen drie zonen, Staesekinus, Johan en Direk. Ridder Eustachius II en zijn zoon Staesekinus (die later ook Ridder werd) boden in ca het jaar 1323 als horigen Kasteel Brakel aan de hertog van Gelre, die het kasteel weer aan hun teruggaf. Ridder Eustachius II stierf in ca 1332. Zijn zoon Ridder Staesekinus trouwde in ca 1350 met een jongere dochter van Ridder Giselbertus Uten Goye of met Bertha van Neynsel, een jongere zuster van de eerste vrouw van zijn vader, Hendrika van Neynsel. Hun zoon, de latere Ridder Staesken van Brakel, was niet alleen Heer van Brakel maar ook Heer van Langerak, trouwde in ca 1380 met Catharina van Polanen, dochter van Ridder Diederick van Polanen en Elburg van Arkel van Asperen. (In ca 1350 verscheen ook Ridder Herbaren I van Brakel ten tonele. Hij was getrouwd met de rijke Aleijd van Heusden. Hun oudtse zoon Ridder Johan van Brakel was getrouwd met Margriet van Zuylen van Poederoyen en zij kregen drie dochters en drie zonen. Deze tak raakte verwant met de adellijke familie van Ridder Rudolf van Dalem die ook een kasteel bezat. Hij was getrouwd met Beatrix van Duivenvoorde). Ridder Staesken van Brakel en Catharina van Polanen kregen een dochter Adriana Joanna. Zij erfde later de landgoederen Brakel en Hagenstein, na de dood van haar vader in 1420 en zij trouwde in ca 1420 de rijke Baron Johan van Broekhuizen van Waardenburg, die meerdere kastelen bezat, o.a.het mooie kasteel Ammersoyen.

tr. (1)
met

Bertha uten Goye van Hagestein, dr. van Gijsbert II van Langerak (vermeld 1277-1299, heer van Hagestein) en Margaretha van Teylinghen tot Hagestein (vrouwe van Hagesteyn), geb. circa 1280, Vrouwe van Hagesteijn, ovl. voor 1316 voor 4 mei 1333.

Uit dit huwelijk 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Staesken*1360 Brakel †1410  50
Johan  †1396   
Dirk     

tr. (2)
met

Hendrika van Neynsel


Wilhelm van Bronckhorst und Reckheim
Wilhelm van Bronckhorst und Reckheim, geb. circa 1231,
, Willem van Bronkhorst doet op 29 oktober 1260 een schenking voor de jaargetijden van verschillende verwanten o.a. zijn vrouw Ermgard en hun kinderen. Op die datum zijn er dus al meerdere kinderen uit het huwelijk geboren. Hij zal derhalve uiterlijk 1259 maar waarschijnlijk wel iets eerder gehuwd zijn. Vanuit een geboortejaar van ca.1231 is de sluiting van diens huwelijk in de 2e helft van de jaren vijftig plausibel te noemen: ca. 1255/58. Zijn oudste zonen worden respectievelijk pas in 1283 (Willem) en 1288 (Jan) voor het eerst genoemd.

tr.
met

Ermgard van Randerode/Montfoort/Sponheim, dr. van Lodewijk van Randerode en Jutta .

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gisbert  †1312   
Kunigunde*1257  †1299  42


Ermgard van Randerode/Montfoort/Sponheim
Ermgard van Randerode/Montfoort/Sponheim.

tr.
met

Wilhelm van Bronckhorst und Reckheim, zn. van Gijsbert III van Bronckhorst (vir nobilis, 1230 dominus de Radekeym) en Cunegunde von Oldenburg, geb. circa 1231,
, Willem van Bronkhorst doet op 29 oktober 1260 een schenking voor de jaargetijden van verschillende verwanten o.a. zijn vrouw Ermgard en hun kinderen. Op die datum zijn er dus al meerdere kinderen uit het huwelijk geboren. Hij zal derhalve uiterlijk 1259 maar waarschijnlijk wel iets eerder gehuwd zijn. Vanuit een geboortejaar van ca.1231 is de sluiting van diens huwelijk in de 2e helft van de jaren vijftig plausibel te noemen: ca. 1255/58. Zijn oudste zonen worden respectievelijk pas in 1283 (Willem) en 1288 (Jan) voor het eerst genoemd.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gisbert  †1312   
Kunigunde*1257  †1299  42


Bertha uten Goye van Hagestein
Bertha uten Goye van Hagestein, geb. circa 1280, Vrouwe van Hagesteijn, ovl. voor 1316 voor 4 mei 1333.

tr.
met

Ridder Steeskinus (Staezikiin (de Oude), Eustachius II) van Brakel, zn. van Ridder Eustachius van Brakel en Sophia van Broeckhuijsen, geb. voor 1280, heer van Brakel, ovl. na 1346,
, Knaap 1326, poorter van 's-Hertogenbosch 1308, beleend met 16 morgen land te Brakel 3-11-1319, beleend met een woning in Brakel 26-4-1333. In het jaar 870 werd Kasteel Braken als Stamslot Brakel gesticht door een jongere zoon van Graaf de Monbeliard, die zich Heer van Brakel noemde. Daarna raakte dit nieuwe geslacht nauw verwant met de adellijke geslachten Monbeliard, Van Heusden en met het Bourgondische huis. In ongeveer het jaar 1000 trouwde Graaf de Moussond de Monbeliard met Gravin Hildegard von Egisheim en in ongeveer 1100 trouwde Graaf Diederick de Monbeliard met Gravin Irmtrud van Bourgondie. In 1009 werd kasteel Brakel reeds door de Vikings in de as gelegd. Al heel vroeg in de Middeleeuwen ontstond het Ridderschap, dat door de vorstenhuizen in het leven was geroepen. Vervolgens werden er in de landen Riddertoernooien gehouden waar Ridders elkaar bekampten. Tijdens zo'n toernooi, ook wel Steekspel genoemd, leidde de door de heersende Vorst aangestelde Heraut het toernooi. Deze Heraut hield het Wapenboek bij, waarin de diverse Wapens stonden van de Ridders die aan het toernooi deelnamen en zo ontstond ook de Heraldiek in de geschiedenis. Omstreeks het jaar 1210 werd een nieuw kasteel Brakel op de plek van het oude gebouwd. Een zogenaamde waterburcht van steen met ca 2,50 m. dikke muren. Dit kasteel bestond uit een ommuurde binnenplaats met aan de voorkant een zware vierkante toren naast de toegangspoort met valbrug. Aan de achterkant het woonhuis met de twee ronde hoektorens. Het geheel omringd door een diepe gracht. Rondom dit kasteel vonden vele oorlogshandelingen plaats, ten gevolge van de ruzies tussen de Hertogen van Gelre en Brabant en de Graaf van Holland. Kasteel Brakel werd dan ook ettelijke malen beschadigd, verwoest, maar weer herbouwd. Dat nieuwe kasteel was eerst bewoond door Ridder Johan van Brakel, getrouwd met Theodora van der Horst. In ca het jaar 1250 kwam het kasteel in het bezit van hun zoon Ridder Eustachius I van Brakel, die was getrouwd met Sophia van Broeckhuijsen in ca 1258. Omstreeks 1280 kwam dit kasteel in het bezit van hun zoon Ridder Eustachius II van Brakel, die de scepter zwaaide in de Zuid-Westelijke uithoek van de Bommelerwaard in het Graafschap Gelre, dat later een Hertogdom werd. Hij trouwde tweemaal, zijn eerste vrouw was Hendrika van Neynsel, later trouwde hij met Bertha Uten Goye van Hagenstein in ca 1300 die in ca 1316 al overleed, dochter van Ridder Giselbertus Uten Goye, Heer van de burchten Goye en Hagenstein aan de rivier de Ijssel. Deze ridder was weer getrouwd met Domina Margaretha van Teijlingen uit een ander adellijk geslacht. Ridder Eustachius II en Bertha Uten Goye kregen drie zonen, Staesekinus, Johan en Direk. Ridder Eustachius II en zijn zoon Staesekinus (die later ook Ridder werd) boden in ca het jaar 1323 als horigen Kasteel Brakel aan de hertog van Gelre, die het kasteel weer aan hun teruggaf. Ridder Eustachius II stierf in ca 1332. Zijn zoon Ridder Staesekinus trouwde in ca 1350 met een jongere dochter van Ridder Giselbertus Uten Goye of met Bertha van Neynsel, een jongere zuster van de eerste vrouw van zijn vader, Hendrika van Neynsel. Hun zoon, de latere Ridder Staesken van Brakel, was niet alleen Heer van Brakel maar ook Heer van Langerak, trouwde in ca 1380 met Catharina van Polanen, dochter van Ridder Diederick van Polanen en Elburg van Arkel van Asperen. (In ca 1350 verscheen ook Ridder Herbaren I van Brakel ten tonele. Hij was getrouwd met de rijke Aleijd van Heusden. Hun oudtse zoon Ridder Johan van Brakel was getrouwd met Margriet van Zuylen van Poederoyen en zij kregen drie dochters en drie zonen. Deze tak raakte verwant met de adellijke familie van Ridder Rudolf van Dalem die ook een kasteel bezat. Hij was getrouwd met Beatrix van Duivenvoorde). Ridder Staesken van Brakel en Catharina van Polanen kregen een dochter Adriana Joanna. Zij erfde later de landgoederen Brakel en Hagenstein, na de dood van haar vader in 1420 en zij trouwde in ca 1420 de rijke Baron Johan van Broekhuizen van Waardenburg, die meerdere kastelen bezat, o.a.het mooie kasteel Ammersoyen, tr. (2) met Hendrika van Neynsel. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Staesken*1360 Brakel †1410  50
Johan  †1396   
Dirk     


Eustachius van Brakel
Ridder Eustachius (Cesarius) van Brakel, geb. circa 1210,
, Dat huys to Brakel met sijnen voorborchten als die gelegen sijn binnen der vorster graften, met hagen ende bongerden, voort die weerden, die met den oversten eynde boven dat dorp van Brakel gelegen sijn ende met den nedersten eynde tegen dat gemael van Brakel, voort eenen weert, die met den oversten eynde streckt an dat gericht van Zulinchem ende met den nedersten eynde tegen den Papenthiende, voort die weerdt, die geheiten sijn Beddenweerde ende Snaecksaert, ende den weerdt tuschen der Slusen, streckende ter Monicklant to, met allen heuren anvallen ende opcommingen, die in den stroom ende tegen dose weerde voors. vallen mogen, uutgenomen van Snaetsairt ende uutgenomen off eenig sant ofte weert midden in den stroom tegen dese weerde vielen, daer men met eenen geladenen Rhijnschepe ofte saltschepe om varen mocht; voort alle de vischerie tegen dat dorp van Brakel, streckende van der vischerien geheiten Boningen tot den Vl.ieworp2) van Vuren, voort dat gemael van allen den dorp van Brakel met sijnen tobehoren, voort die schouwe van allen den dorp van Brakel, gelegen tuschen den gericht van Zulinchem an der Monclant, tot Zutphenachen rechte.

tr.
met

Sophia van Broeckhuijsen.

Uit dit huwelijk 4 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert     
Godschalk     
Steeskinus*1280  †1346  66
Johan     


Sophia van Broeckhuijsen
Sophia van Broeckhuijsen.

tr.
met

Ridder Eustachius (Cesarius) van Brakel, zn. van Eustachius van Brakel, geb. circa 1210,
, Dat huys to Brakel met sijnen voorborchten als die gelegen sijn binnen der vorster graften, met hagen ende bongerden, voort die weerden, die met den oversten eynde boven dat dorp van Brakel gelegen sijn ende met den nedersten eynde tegen dat gemael van Brakel, voort eenen weert, die met den oversten eynde streckt an dat gericht van Zulinchem ende met den nedersten eynde tegen den Papenthiende, voort die weerdt, die geheiten sijn Beddenweerde ende Snaecksaert, ende den weerdt tuschen der Slusen, streckende ter Monicklant to, met allen heuren anvallen ende opcommingen, die in den stroom ende tegen dose weerde voors. vallen mogen, uutgenomen van Snaetsairt ende uutgenomen off eenig sant ofte weert midden in den stroom tegen dese weerde vielen, daer men met eenen geladenen Rhijnschepe ofte saltschepe om varen mocht; voort alle de vischerie tegen dat dorp van Brakel, streckende van der vischerien geheiten Boningen tot den Vl.ieworp2) van Vuren, voort dat gemael van allen den dorp van Brakel met sijnen tobehoren, voort die schouwe van allen den dorp van Brakel, gelegen tuschen den gericht van Zulinchem an der Monclant, tot Zutphenachen rechte.

Uit dit huwelijk 4 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert     
Godschalk     
Steeskinus*1280  †1346  66
Johan     


Gijsbert van Brakel
Gijsbert van Brakel.


Godschalk van Brakel
Godschalk van Brakel.


Guillaume IV de Nevers et d'Auxerre
Guillaume IV Comte de Nevers et d'Auxerre, ovl. op 24 okt 1168,
, Graaf in 1161 van Auxerre, Nevers en 1159 van Tonnerre.

tr.
met

Eleonora van Vermandois, dr. van Raoul I graaf van Vermandois (1120 graaf van Vermandois) en Petronella (Alix) van Poitou, geb. in 1152, ovl. na 1221,
, Durch Vermächtnis königlich, tr. (1) met Mattheus van de Elzas. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (2) met Etienne de Chatillon, zn. van Etienne I de Champagne Comte de Sancerre (graaf van Sancerre in 1152) en Mathilde ? . Uit dit huwelijk geen kinderen


Guillaume III de Nevers et d'Auxerre
Guillaume III Comte de Nevers et d'Auxerre, geb. circa 1120, ovl. op 21 nov 1161,
, 1147 Graf v.Nevers und Auxerre.

tr.
met

Ida von Kärnten ?, ovl. circa 1178.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Guillaume IV  †1168   


Giselbertus uten Goye
Giselbertus uten Goye.


Bertha uten Goye
Bertha uten Goye, abdis van St. Servaes te Utrecht, ovl. Utrecht op 9 mrt 1284.


Ida von Kärnten ?
Ida von Kärnten ?, ovl. circa 1178.

tr.
met

Guillaume III Comte de Nevers et d'Auxerre, zn. van Guillaume II Comte de Nevers en Adelheid ? , geb. circa 1120, ovl. op 21 nov 1161,
, 1147 Graf v.Nevers und Auxerre.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Guillaume IV  †1168   


Maria von Bawir
Maria von Bawir,
, Dochter van Hermann von Bawir en Elise von Merode zu Frankenberg.

tr.
met

Dietrich von Wylich, zn. van Dietrich von und zu Wylich und Diersfort en Anna von Schwanenberg, geb. in 1539, ovl. in 1583,
, Zu Wylich, Winnenthal, Pröbsting und Döringen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adolf