Genealogische website van Cees Hagenbeek
Siets Zijlstra
Siets Zijlstra.

tr.
met

Klaas Jan Paarlberg, zn. van Gerrit Paarlberg (tuinbouwer) en Maartje Schuijt, geb. St. Maarten op 26 jun 1926, ovl. Schagen op 27 jul 2002.

Uit dit huwelijk 6 kinderen.


Chris Bakker
Chris Bakker.

tr.
met

Ita (Rosita Louise) Klusman, dr. van Willem Frederik Klusman en Leontine Christine Wilhelmine Schmidt, geb. Semarang (Java) [Indonesië] op 4 aug 1935


Arnold van Wassenaer van Duvenvoorde
Arnold (Arent) van Wassenaer van Duvenvoorde, geb. Leiden circa 1227, Heer van Duivenvoorde, ridder 1258-1268, ovl. Wassenaar in 1280,
, vermeld 1248.

tr. Wassenaar in 1260
met

Mehaud van Craijenhorst.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Florens  †1301 Veere  
Agnes*1259 Wassenaar †1335 Wassenaar 76



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 241)


Kerstant Doedensz van Wassenaer alias van Raephorst
Kerstant Doedensz van Wassenaer alias van Raephorst1, geb. Voorhout circa 1110, drost van Holland, ovl. circa 1189,
, vermeld als dapifer 1167-1189 (drossaard van Holland).

tr.
met

Halewin van Leijden van Pendrecht, ovl. in 1198,
, deze afstamming is niet zeker, geen kinderen.

Uit dit huwelijk 5 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk*1230  †1272 Heiloo 42
Jacob     
Dirk     
Willem I     
Dirck     



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 241)
2.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 242)


Doede van Voorhout alias Foranholte
Doede (Dodo) van Voorhout alias Foranholte (Dudo de Furneholt)1, geb. Voorhout circa 1100, bezit het veerrecht over de Rijn tussen Katwijk en Zwammerdam circa 1125, ovl. voor 1161,
, Vermogend Rijnlands edelman. Vermeld in 1101-1130. .
Vermeld in een oorkonde van 1108, waarin hij samen met de graaf en burggraaf Halewijn I van Leiden getuigt voor de bisschop van Utrecht.
Alias*: Dudo de Furneholt
Zoon: Kerstant van Raephorst*
Vermeld 1101-1130. Uit het "Oude register van graaf Florins" van omstreeks 1282 valt op te maken, dat hij in het bezit was van het veer over de Rijn, ter plaatse van de huidige brug Het Haagse Schouw, oudtijds genaamd Doedinxvere, en Schouw van Duivenvoorde. Nu staat echter vast, dat dit leen in oorsprong groter is geweest dan blijkt uit de optekening van omstreeks 1282. Er bestaat namelijk een oudere omschrijving van het leen die mededeelt, dat het leen omvatte "die vere twische des Rijnsover ende Zwadenburdamme", d.w.z. het veerrecht op de Rijn tussen Katwijk en Zwammerdam. Met andere woorden; Doede moet het veerrecht hebben bezeten over heel het Hollandse gedeelte van de Rijn. Een dergelijk bezit stempelt de eigenaar tot een belangrijk heerschap. Dit valt nog te illustreren met het feit dat over hetzelfde gebied van de Rijn het tolrecht vanouds in handen was van de burggraaf. Beide rechten zijn afgeleid van het landsheerlijke stoomregaal. Het belang van het Doeninxveer blijkt eveneens uit een aansluitende Middeleeuwse verkeersweg. Deze heeft men kunnen reconstrueren vanaf 's-Gravenzande via Monster, 's-Gravenhage en Wassenaar rechtstreeks naar het Schouw. Over deze gehele afstand droeg deze weg in de Middeleeuwen de naam van Rijnweg om eerst vlakbij het veer de naam Doedinxlaan (Doeslaan) te krijgen. De eigenaar en tevens naamgever van het leen zal onder de vooraanstaande Rijnlandse edelen gezocht moeten worden. Slechts een edelman komt daarvoor in aanmerking: Doede van Voorhout. De vraag rest nog, welke betekenis men er aan mag hechten dat de Rijnlandse edelman Doede zich met de achternaam "Van Voorhout" noemt. Een bezit van de ambachtsheerlijkheid kan in het eerste kwart van de twaalfde eeuw nog geen sprake zijn, een aanzienlijke vroonhof ter plaatse is niet bekend, de kerk met de tienden van Voorhout zijn reeds vroeg in handen van de abdij Egmond. Kan Doede zijn naam ontleend hebben aan een of andere betrekking tot het grafelijke kasteel, dat binnen de parochie Voorhout gelegen was, en dat we heden ten dagen nog kennen als de ruïne van Teilingen? Merkwaardig is, dat omstreeks de tijd, dat personen met de naam "Van Teilingen" voor het eerst voorkomen (1162 en 1174), verondersteld kan worden, dat belangen van de zoon van Doede, binnen Wassenaar en niet te Voorhout zijn geconcentreerd. Heeft de familie van Doede zijn rechten te Voorhout prijs gegeven ten behoeve van de aan het grafelijk huis verwante Van Teijlingen's.
Teylingen te Voorhout
De eerste burchten in Nederland waren rond. Vele waren ontstaan uit een motte, die er uitzag als, nu nog steeds, de burcht van Leiden. Teylingen lijkt echter een gewone ronde waterburcht te zijn, die dateert uit het begin van de dertiende eeuw.
Het slot bestond aanvankelijk uit een donjon en een poorttoren met traptoren. Deze gebouwen waren verbonden met een hoge bakstenen ringmuur van ongeveer 7 meter hoogte, met een weergang op bogen. Het geheel lag in een cirkelvormige gracht. De voorburcht lag op een apart terrein voor de burcht, dat ook omgracht was. In latere jaren werd de donjon vervangen door een in de ringmuur opgenomen torenvormig bakstenen woongebouw, dat enkele verdiepingen hoog was.
Het slot werd hier gesticht ter bewaking van de Rijndijk en de weg naar Haarlem aan de rand van de toenmalige bestaande bossen. Er is wel erg veel fantasie voor nodig om deze situatie in gedachten op te roepen als je je op het terrein van de huidige burchtruïne bevindt !
De huidige burchtruïne heeft een diameter van circa 37 meter. Aan de noordzijde bevindt zich het poortgebouw. Tegen de muur aan de oostzijde is het hoofdgebouw opgetrokken, dat nu nog een hoogte heeft van circa 19 meter. Aan de binnenzijde is de breedte daarvan ca 16 meter, aan de muurzijde circa 24 meter. De diepte van het hoofdgebouw is ongeveer 11 meter.
Een ander Teylingen, dat Oud-Teylingen heette, maar later Lokhorst werd genoemd, heeft gelegen bij Warmond.
Oorspronkelijk werd Teylingen bewoond door de Heren van Teylingen, maar het begin van de geschiedenis van Teylingen ligt nogal in het duister. Al spoedig echter verviel het slot aan de graven van Holland. Zij maakten van Teylingen de ambtswoning van de houtvesters van Holland. De bekendste bewoner van Teylingen was wel Jacoba van Beieren, die het slot ook als houtvester bewoonde. Vooral gedurende de laatste dagen van haar leven, woonde ze op Teylingen en overleed er in 1436. Aan haar herinneren nog de specifiek gevormde Jacobakannetjes uit de Middeleeuwen, die veelvuldig bij opgravingen in slotgrachten worden gevonden.
Kasteel Teylingen kreeg het in de Tachtigjarige oorlog zwaar te verduren. Vooral in de beginjaren van deze oorlog werd het slot tijdens gevechtshandelingen zwaar beschadigd. Omstreeks 1614 werd het kasteel niet meer opgeknapt, maar men bouwde op de voorburcht een gerieflijker onderkomen. Het werd een paleisachtig gebouw, dat we kennen uit een anonieme pentekening uit 1724. Ook werden rond het kasteel en het nieuwe woongebouw kasteeltuinen en een park aangelegd. De verdedigbaarheid van de burcht was in die tijd niet meer nodig. Men ging het accent leggen op een prettige bewoonbaarheid. Die voorgebouwen werden overigens omstreeks 1800 gesloopt.
Toen dan ook in 1677 de donjon opnieuw grote schade opliep, ditmaal door een brand, liet men de woontoren niet meer opknappen. Sindsdien verviel Teylingen steeds meer tot de ruïne, zoals we die nu kennen. Dat we de ruïne nu nog kunnen bewonderen, komt omdat bij een verkoop omstreeks 1800 bepaald werd dat de donjon met de ringmuur niet gesloopt mocht worden. Er werden steeds meer gronden rond de kasteelruïne verkocht, totdat er voor het kasteel nog maar een klein gedeelte overbleef.
In 1888 werd de ruïne het eigendom van de Nederlandse Staat en kwam het op de monumentenlijst te staan, zodat de ruïne van Teylingen geconsolideerd kon worden. Dank zij de oprichting van de Stichting Slot Teylingen in 1975 werd de ruïne en haar omgeving sterk verfraaid. De stichting zorgde er voor dat er met steun van het Rijk weer enkele gronden in de directe nabijheid van de slotruïne konden worden aangekocht, zodat Teylingen niet meer op een zo beperkt terrein stond. Verder zorgde de stichting er voor dat de slotgrachten opnieuw werden uitgegraven en dat er een nieuwe toegangsbrug werd gemaakt. Daarom is de ruïne van Teylingen nu een sieraad in de bollenstreek.
Enige literatuur:
- Drs. Ingrid W.L. Moerman, De Ruïne van Teylingen, deel XXVI uit de serie Nederlandse Kastelen (uitg NKS/ANWB), z.p, 1976.
- A.G. Schulte (red.), Ruines in Nederland, Zwolle, 1997.
- Jos Stöver e.a. (red.), Kastelen en buitenplaatsen in Zuid-Holland, Zutphen, 2000.
- Eigen documentatie.
Voorhout
Eeuwenlang was Voorhout met haar bebouwing een speldenknop op de landkaart.In 1988 vierde Voorhout op grootse wijze haar 1000 jarig bestaan. Historici zijn echter niet eensluidend over het jaartal 988.De een spreekt over het Voorhout van voor 989,anderen over 1064 of zelfs 1083.Feit is dat het dorp, ook wel Foranholte genaamd, beschikte over een groot en weids bebost gebied. Het strekte zich al vroeg uit van Lisse tot Rijnbrug/Oegstgeest en van Katwijk, Noordwijk tot Sassenheim. Qua oppervlakte kon het wedijveren met Leiden. Het gebied was zeer schaars bewoond; er waren slechts een paar honderd Voorhouters, voornamelijk landarbeiders.Van een dorpscentrum was beslist geen sprake. Deze ontwikkelde zich pas in eind 1800.
Volgens evangelische aantekeningen van de abdij van Egmond schonken op 6 mei 988 Dirk II, een van de Hollandse graven, en zijn gemalin de kerk van Voorhout aan de abdij. In 1064 zou in een open brief aan Keizer Hendrik IV over een kerk en kapel in Voorhout gesproken worden. De uit tufsteen opgetrokken christelijke kapel werd toen met de Heerlijkheid Foranholte aan het bisdom Utrecht geschonken. Twaalf jaar later werd de parochie Vorenholte bij de abdij beleend. Als dochterkerk behoorde ook Sassenheim onder Voorhout, In 1083 bevestigde graaf Dirk V in Flandria de schenkingsoorkonden van zijn voorvaderen
Bekende adellijke geslachten kwamen in de vroege middeleeuwen voor in het toen beboste Voorhout. Al in 1283 zien we de adellijke families Nagel, Boekhorst en van Teijlingen. Onder de Nagels trof men ruim twee eeuwen lang schouten. In de ambachtrekeningen van Voorhout van 1459 is al sprake van”Jan Naghels voor die bregge. De huidige Nagelbrug is overigens niet de oorspronkelijke. Deze lag over de Dinsdagse Wetering, de waterwegverbinding tussen Noordwijk, Sassenheim en Warmond, een honderd meter terug. In de volkstaal noemde men de oude in 1967 gesloopte Nagelbrug wel de Lage of Oude Schoolbrug. De Hoge of Nagelbrug is in 1657 voor fl.195.- tegelijk met het graven van de Haarlemmertrekvaart, gebouwd. Uit die periode stamt ook de in 1971 gesloopte herberg en regthuis De Bonte Koe.
Aan het einde van de twaalfde eeuw woonde op het slot Teijlingen het aanzienlijke geslacht van Teijlingen. Heer Willem overleed in maart 1244. Voor zover bekend liet hij vier kinderen na. Bijna veertig jaar later overleed Willems zoon Willem. Het slot en de andere leengoederen vervielen aan de graaf van Holland en aangezien de overledene kinderloos was,was er geen opvolging. Floris V schonk daarop het huis Teijlingen aan de weduwe van Heer Albrecht van Voorne. Een kleindochter van de graaf, de welbekende Jacoba van Beieren vestigde zich in 1428 op Teijlingen. Jacoba overleed acht jaar later.
Naast Teijlingen kende Voorhout in de veertiende eeuw het slot Boekhorstburg of ook wel Boekenburg genoemd. Nadat Jan van der Boekhorst in 1400 overleed ontving zijn zoon Jan Florisz. Het slot en bijbehorend land ter grootte van bijna 181/2 morgen (ca 16 ha) en twintig gaarden. In 1468 kreeg hij de onderscheiding “Het recht van zwanendrift” ( recht tot het houden van zwanen ), tot de Franse revolutie slechts voorbehouden aan de adel. Het oorspronkelijke Boekhorst is bij een laatste oplaaien van de Hoekse en Kabeljouwse twisten verwoest. Er werd een kleiner huis gebouwd, waarvan het twijfelachtig is of de eigenaars er ooit in hebben gewoond. Daarnaast kende Voorhout enige grote hofsteden, zoals de Hooghkamer en Oosthout.
De bewoning was eeuwenlang schaars. De abdij beschikte hier in 1339 wel over een aantal huizen. Rond de vijftiende eeuw telde men veertig haardsteden en 160 communicanten. 29 gezinnen betaalden belasting. De anderen waren arm of edel “die niet en geven”. Tijdens de Franse revolutie telde Voorhout niet meer dan 331 inwoners, voornamelijk Katholiek. Na de beeldenstorm van 1566 kerkten zij te Sassenheim. Doordat er weinig Hervormden voor bestuursfuncties waren, bleven deze functies veelal in Katholieke handen. In 1795 kwam aan deze vorm van bestuur met schout en schepenen een einde. Het ambacht en de heerlijkheid Voorhout werden opgeheven en het Liberté, Egalité en Fraternité volgden. Voorhout werd een gemeente. Twaalf jaar later verdween de Franse overheersing, Voorhout werd opgeheven en tot 1818 bij Sassenheim gevoegd. Toen kwam Voorhout weer op eigen benen te staan. De gemeente telde 400 inwoners.
Na jarenlang de Katholieke kerkgang in Sassenheim gedoogd te hebben, ontstond in 1856, na bijna 300 jaar, weer een Voorhoutse parochie: De Heilige Bartholomeus. De Hervormde kerk verkocht voor fl.1700.- het oude gedeelte van de kerk aan de Katholieken . In de periode is de buitenplaats Schoonoord gebouwd en weer gesloopt. Zij moest plaats maken voor het seminarie Hageveld . Na het vertrek van de priesters diende het beeldbepalende pand aan de Leidse Vaart tot het eind van de jaren zeventig als Bisschoppelijke Nijverheidsschool.
Hij werd vermeld 1101 - ca 1130 en hij wordt ook genoemd in de Fontes Egmundenses, in een serie transacties door abt Wouter (1130-1161). Het veerrecht dat hij had wordt zo omschreven: "Die vere twischen des Rijnovers ende Zwadenburdamme".

3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Kerstant*1110 Voorhout †1189  79
Gerrit  †1143   
Jacob  †1167   



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 242)


Jacob van Leiden
Jacob burggraaf van Leiden, burggraaf van Leiden (1201-1241),
, Vermeld 1201-1241, in 1223 als getuige gevolgd door
broer Dirk. 1241, item dese burchgrave Jacob voirsz, doe hij oflivich wort liet hij een dochter, die nam die graeflicheyt van Hollant in voechdijen ende gaf der jonfrouwen voirsz. in huwelike enen jongen broeder tot Kuyck ." Een circa 1420 door de familie opgestelde verklaring, geregistreerd in het Leenregister Wassenaer.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Christina*1220  †1271  51



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 241)


Dirk van Raephorst
Heer Dirk van Raephorst ridder, geb. in 1230, ovl. Heiloo gesneuveld op 27 jul 1272,
, vermeld 1221-1227.

2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Kerstant*1227 Bleiswijk †1322 Wassenaar 95
Gerrit*1253 Wassenaar †1328 Wassenaar 75



Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 241)


Kerstant Dircksz van Raephorst
Kerstant Dircksz (Kerstant) van Raephorst ridder, geb. Bleiswijk op Cranenburg circa 1227, ovl. Wassenaar in 1322,
, vermeld 1238 vermeld vanaf 1280. Hij bekleedde belangrijke functies in
het landsbestuur onder de graven Floris V en Willem III.
Zijn grafelijke lenen zijn opgesomd in,Het Oude Register
van graaf Florens. In 1290 draagt hij Raephorst
met de woning aan de graaf op, om er weer mee beleend
worden.

2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerard  †1272 Alkmaar  
Dirk     


Gerard van Raephorst
Gerard van Raephorst, ovl. Alkmaar op 20 aug 1272,
, gesneuveld samen met o.a. zijn broer Dirk op een mislukte
tocht van Floris V tegen de Westfriezen, vermeld 1267.

tr.
met

Alijt van Hillegersberg,
, vermeld 1269


Alijt van Hillegersberg
Alijt van Hillegersberg,
, vermeld 1269.

tr.
met

Gerard van Raephorst, zn. van Kerstant Dircksz van Raephorst ridder, ovl. Alkmaar op 20 aug 1272,
, gesneuveld samen met o.a. zijn broer Dirk op een mislukte
tocht van Floris V tegen de Westfriezen, vermeld 1267


Dirk van Raephorst
Dirk van Raephorst ridder,
, vermeld van 1328 tot 1343/4. Zijn afstammelingen zouden het goed Raephorst tot het uitsterven van de famiiie in het midden van de zeventiende eeuw in bezit houden.


Asnarius de Foix et de Comminges
Asnarius Conde de Foix et de Comminges, ovl. circa 940.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arnaud I  †957   


Acfred II de Carcassona
Acfred II Comte de Carcassona, ovl. circa 934.

tr.
met

Adelaide (Adelinda) d' Auvergne, dr. van Bernard II d' Auvergne (graaf van Touluse) en Ermengarde van Chalon.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Arsenda*902  †970  68


Melendes
Melendes , geb. circa 1145,
, Vermeld 15 nov 1229: Dirk van Wassenaar verkoopt zijn rechten op de hof van wijlen vrouwe Meilend aan graaf Floris IV en doet daar ten overstaan van de mannen van de graaf afstand van.

tr. circa 1165
met

Philips I van Wassenaer1, zn. van Jacob van der Does, geb. vermoedelijk Voorschoten in 1175, Heer van Wassenaar, ovl. circa 1225,
, de bronnen verschillen over de moeder(s) van de kinderen van Philips I. Aangenomen is dat dit Agnes Persijn is. Melindes was waarschijnlijk zijn eerste vrouw. Het eerst wordt hij vermeld in 1200 onder de getuigen bij het verdrag van graaf Dirk VII van Holland met hertog Hendrik I van Brabant. In 1203 komt er in het graafschap weer beroering. Graaf Dirk VII laat bij zijn overlijden slechts een dochter na, Ada. Gravin Aleid had echter een plan gesmeed om door een huwelijk van haar dochter met Lodewijk, graaf van Loon, het graafschap uit handen van graaf Willem I (de broer van Dirk VII) te houden. Bijna alle Hollandse edelen bewilligden hierin, behalve Philips van Wassenaar en enkele ministralen. Zelfs Willem van Teylingen en Wouter van Egmond stemden aanvankelijk toe, hoewel ze iets later met Philips de leiders zullen zijn van de groep edelen, die zich tegen de opvolging van Ada verzetten (de Loonse oorlog). De vroegtijdige en duidelijke stellingname van Philips in 1203 ten gunste van graaf Willem I kan verklaard worden uit een bijzondere band tussen vorst en edelman, die gelagen kan zijn gedurende de gemeenschappelijke deelname aan de kruistocht in 1189 en het verblijf in het Oosten. In 1205 komt hij voor als getuigen bij de verkoop van twee hoeven aan de abdij te Rijnsburg en zegelde in 1223 de schenkingsbrief, waarbij de weduwe van graaf Willem I aan deze abdij 50 pond Hollands gaf, voor de ziel van haar overleden man. Philips stierf omstreeks 1225, tr. (1) met NN van Voorne1. Uit dit huwelijk 4 kinderen.

Bronnen:
1.Prometheus Kwartierstatenboek (Deel XVII), Delft, 2001 (blz. 241)


Theodoricus Persijn
Dirck (Theodoricus) Persijn,
, Heeft een dochter, die met een van Wassenaer getrouwd zou zijn. Als vader van Agnes komt veeleer in aanmerking de Gijsbrecht Persijn, door Schotanus genoemd in verband met het beleg, in 1196 door de Bisschop van Utrecht voor de stad Coevorden geslagen. Na verovering van 'de schans' werd deze door de Bisschop ter bewaring in handen gegeven van 'Gijsbrecht Persijn - een Hollandschen Ridder - die de Drenthen wijselijck ende vredelijck berechtede.Volgens Mr. A. N. baron de Vos van Steenwijk, Het geslacht de Vos van Steenwijk in het licht van de Drentse adel (Assen, 1976, p. 25), werd overigens het rechtsgezag over heel Drenthe aan Gijsbrecht Persijn opgedragen.
Vrouw centraal in opvolgingskwestie, Dordrecht 4 november 1203; na dertien jaar het bewind in Holland te hebben gevoerd is graaf Dirk VII overleden. Er schijnt geen enkele regeling te zijn getroffen voor zijn opvolging en wie daarvoor in aanmerking komt is onzeker. Het probleem is des te groter omdat Dirk geen zonen heeft nagelaten, maar alleen een dochter, Ada. Erfelijkheid van graafschappen in de mannelijke lijn is sinds lang een algemeen erkend recht geworden, maar opvolging door een vrouw bij gebrek aan mannelijke erfgenamen is nauwelijks geregeld. Gebruiken op dat gebied zijn er evenmin, want het is immers nog nooit eerder voorgekomen. Ada's recht op de troon - voor zover dat er al is - wordt op het ogenblik betwist door haar oom Willem, de broer van haar vader. Ada's moeder, Aleid van Kleef, ziet Willem echter liever niet op de troon en het verhaal gaat dat het Aleid van Kleef is geweest die heeft verhinderd dat Dirk nog tijdens zijn leven de opvolging van zijn broer Willem heeft geregeld. De geruchten gaan bovendien dat Ada in aller ijl aan graaf Lodewijk van Loon zal worden uitgehuwelijkt, zodat hij in naam van Ada kan opvolgen. Lodewijk is nu al in Dordrecht, dus hij moet aan de grens de dood van Dirk hebben staan afwachten. Het ziet er naar uit dat een groot deel van de Hollanders Willem, de zoon van Floris III, als troonopvolger zal kiezen. Vooral de adel in Zeeland en de boeren in Kennemerland hebben weinig op met graaf Lodewijk, een vreemdeling, zoals zij ook weinig moesten hebben van Aleid van Kleef, een gravin die eveneens van buitenlandse afkomst is. Eigenlijk had de Duitse keizer als leenheer in deze opvolgingskwestie moeten beslissen, maar er is op het ogenblik geen; er zijn slechts twee koningen die elkaar de kroon betwisten en zelf in een hevige troonstrijd verwikkeld zijn. Zij laten het de heren hier zelf uitvechten. Daar zal het wel op uitdraaien, want Lodewijk is niet van plan Holland zomaar op te geven.

tr.
met

Bartrade Arnoutsdr Spiker, dr. van Arnout Spiker en Immegonda .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johannes     


Bartrade Arnoutsdr Spiker
Bartrade Arnoutsdr Spiker.

tr.
met

Dirck (Theodoricus) Persijn,
, Heeft een dochter, die met een van Wassenaer getrouwd zou zijn. Als vader van Agnes komt veeleer in aanmerking de Gijsbrecht Persijn, door Schotanus genoemd in verband met het beleg, in 1196 door de Bisschop van Utrecht voor de stad Coevorden geslagen. Na verovering van 'de schans' werd deze door de Bisschop ter bewaring in handen gegeven van 'Gijsbrecht Persijn - een Hollandschen Ridder - die de Drenthen wijselijck ende vredelijck berechtede.Volgens Mr. A. N. baron de Vos van Steenwijk, Het geslacht de Vos van Steenwijk in het licht van de Drentse adel (Assen, 1976, p. 25), werd overigens het rechtsgezag over heel Drenthe aan Gijsbrecht Persijn opgedragen.
Vrouw centraal in opvolgingskwestie, Dordrecht 4 november 1203; na dertien jaar het bewind in Holland te hebben gevoerd is graaf Dirk VII overleden. Er schijnt geen enkele regeling te zijn getroffen voor zijn opvolging en wie daarvoor in aanmerking komt is onzeker. Het probleem is des te groter omdat Dirk geen zonen heeft nagelaten, maar alleen een dochter, Ada. Erfelijkheid van graafschappen in de mannelijke lijn is sinds lang een algemeen erkend recht geworden, maar opvolging door een vrouw bij gebrek aan mannelijke erfgenamen is nauwelijks geregeld. Gebruiken op dat gebied zijn er evenmin, want het is immers nog nooit eerder voorgekomen. Ada's recht op de troon - voor zover dat er al is - wordt op het ogenblik betwist door haar oom Willem, de broer van haar vader. Ada's moeder, Aleid van Kleef, ziet Willem echter liever niet op de troon en het verhaal gaat dat het Aleid van Kleef is geweest die heeft verhinderd dat Dirk nog tijdens zijn leven de opvolging van zijn broer Willem heeft geregeld. De geruchten gaan bovendien dat Ada in aller ijl aan graaf Lodewijk van Loon zal worden uitgehuwelijkt, zodat hij in naam van Ada kan opvolgen. Lodewijk is nu al in Dordrecht, dus hij moet aan de grens de dood van Dirk hebben staan afwachten. Het ziet er naar uit dat een groot deel van de Hollanders Willem, de zoon van Floris III, als troonopvolger zal kiezen. Vooral de adel in Zeeland en de boeren in Kennemerland hebben weinig op met graaf Lodewijk, een vreemdeling, zoals zij ook weinig moesten hebben van Aleid van Kleef, een gravin die eveneens van buitenlandse afkomst is. Eigenlijk had de Duitse keizer als leenheer in deze opvolgingskwestie moeten beslissen, maar er is op het ogenblik geen; er zijn slechts twee koningen die elkaar de kroon betwisten en zelf in een hevige troonstrijd verwikkeld zijn. Zij laten het de heren hier zelf uitvechten. Daar zal het wel op uitdraaien, want Lodewijk is niet van plan Holland zomaar op te geven.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johannes     


Arnout Spiker
Arnout Spiker,
, een der viri clarissimi van Holland (7-10-1143), het echtpaar schenkt een hoeve land bij de kerk van Warder aan de abdij van Egmond (1130-1161).

tr.
met

Immegonda .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bartrade     


Immegonda
Immegonda .

tr.
met

Arnout Spiker,
, een der viri clarissimi van Holland (7-10-1143), het echtpaar schenkt een hoeve land bij de kerk van Warder aan de abdij van Egmond (1130-1161).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bartrade