Genealogische website van Cees Hagenbeek
Jan van Arkel
Jan van Arkel, geb. in 1314, bisschop van Utrecht van 1342 tot 1364 en prins-bisschop van Luik van 1364 tot 1378, ovl. Luik (B) op 1 jul 1377,
, na de dood van bisschop Jan III van Diest in 1340 kwam het niet direct tot een opvolger. De kapittels hadden Jan van Bronkhorst gekozen, de paus benoemde Nicolaas Capocci. Deze werd echter niet aanvaard door de kapittels en trok zich terug. De uiteindelijke benoeming van Jan van Arkel tot bisschop was te danken aan de invloed van graaf Willem IV van Holland.
Zijn voorganger had het Sticht achtergelaten als een protectoraat van Holland en het bewind van Jan van Arkel was erop gericht zich aan de voogdij van zijn voormalige Hollandse beschermers te onttrekken. Hij bleek hierin zeer succesvol en wist bovendien financieel orde op zaken te stellen. Hij werd bij zijn optreden gesteund door de stad Utrecht, die begreep dat zonder een sterk landsheerlijk gezag de positie van verschillende edellieden te sterk werd, met het optreden van roofridders en vrijbuiters als gevolg. De stad besloot zich onafhankelijk op te stellen tegenover Holland en sloot in 1344 een verbond met de bisschop.
Jan van Arkel, die zich in 1343 in Grenoble had gevestigd om de kosten van een hofhouding uit te sparen, werd door zijn broer en plaatsvervanger Robert van Arkel in 1345 teruggeroepen toen graaf Willem besloten had Utrecht aan te pakken en op 8 juni met een grote troepenmacht de stad belegerde. Na acht weken belegering stemde Utrecht in met een bestand, waarbij ze de positie van de graaf moesten erkennen. Deze sneuvelde echter twee maanden later, waarop in Holland de partijstrijd tussen Hoeken en Kabeljauwen losbarste. Ook in Gelre ontstond rond deze tijd een dergelijke partijstrijd, zodat ook daar de aandacht voor het sticht afnam.
De positie van het Sticht werd hierdoor weer sterker en maakte nieuwe acties tegen Holland mogelijk. Met steun van de stad werden in 1346 Hollandse steunpunten als Eemnes en IJsselstein aangevallen en in 1348 raakte hij slaags met Holland en Gelre. Al deze acties kostten echter meer dan Jan kon betalen, en daardoor kwam hij nu in de problemen. Zo moest hij Frederik van Eese, die hem had geholpen de Zutphense baanderheer Gijsbrecht van Bronkhorst te verslaan, het hele Oversticht, op Vollenhove na, in pand geven. Het volgende jaar werden ook Vollenhove en het Nedersticht verpand. Bovendien kwam er een mandaat van de paus om beslag te leggen op Jans tafelgoederen, om daarmee achterstallige servitiën te voldoen.
Jan trok zich weer terug in Grenoble, maar in 1351 keerde hij terug en wist in de volgende jaren zijn positie te herwinnen en zijn gezag in het bisdom te herstellen. Hij trad nogmaals op tegen lastige kasteelheren en roofridders, waarbij verschillende strategisch gelegen kastelen in Utrechtse handen kwamen. Binnen de stad werd stabiliteit geschapen door de verbanning van de Hollandsgezinde partij van de Gunterlingen. Na een laatste campagne tegen Holland in 1355-1356 werd voorlopig vrede getekend: het Nedersticht was onder de curatele van de graaf uitgekomen en de roofridders waren aangepakt.
Het Sticht stond er nu beter voor dan in tijden het geval geweest was. Het gevolg is wel dat de stad steeds meer macht had verworven in ruil voor financiële steun aan de militaire operaties. Zij begon nu een meer zelfstandige koers te varen.
In 1364 werd Jan van Arkel door paus Urbanus V overgeplaatst naar Luik. Door de macht van de gilden kon hij daar zijn macht minder laten gelden dan in Utrecht, al wist hij in 1366 het graafschap Loon definitief bij het prinsbisdom in te lijven. In 1373 werd hij gedwongen het Tribunaal der XXII op te richten. Dat was een rechtbank met soeverein beslissingsrecht, ter verdediging van iedere Luikse onderdaan tegen het onrechtmatig optreden van de bisschoppelijke ambtenaren. Het had al eerder kortstondig bestaan tijdens het bewind van Adolf II van der Marck. Na zijn dood werd Jan van Arkel begraven in de Domkerk te Utrecht.
Bisschop Jan werd door auteurs vaak verward met Jan IV van Arkel en Jan V van Arkel. Jan IV was de zoon van Jan III van Arkel uit zijn eerste huwelijk met Mabelia van Voorne en dus de halfbroer van bisschop Jan. Jan V van Arkel is de kleinzoon van Jan IV van Arkel, via zijn zoon Otto van Arkel.


Otto III van Heukelom
Otto III van Heukelom ridder, ridder 1381, ovl. tussen 1409 en 1414.

tr.
met

Elisabeth Jans van Lynden, dr. van Ridder Johan Heer van Lynden (heer van Lienden, erfschenker) en Elisabeth van den Berghe, vrouwe van Millingen.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan III  †1465   


Elisabeth Jans van Lynden
Elisabeth Jans van Lynden, vrouwe van Millingen.

tr.
met

Otto III van Heukelom ridder, zn. van Jan II van Heukelom en Elisabeth van Horne, ridder 1381, ovl. tussen 1409 en 1414.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan III  †1465   


Gerrit van Broekhuizen
Gerrit (Gerhard) van Broekhuizen, geb. Leersum circa 1410, heer van Waardenburg, Broekhuizen en Ammersoyen, erfhofmeester van Gelre, ovl. Erkelenz [Duitsland] op 5 nov 1443 St. Hubertsdag,
, Gerhard van Broeckhuisen volgde zijn vader Johan op als heer van Broeckhuijsen, Waardenburch en Ammerzode. Nadat deze uit zijn huwelijk met Walrave van Brederode, heer Walravens dochter bij Johanna van Vianen, den 6e April 1434 gesloten, zes kinderen had verwekt, sneuvelde hij op St. Hubertsdag (3 November 1444) bij Erkelents, toen hij aan de zijde van hertog Arnoud van Gelder diens mislukten krijgstocht in Gulik meemaakte. Hij was vóór de even genoemden veldslag op St. Hubert 1444 tot ridder geslagen en in dien slag gevangen genomen, kreeg Weerdenborch en Ammerzode. Zijn tweede zoon Walraven ontving evenwel, naar het schijnt, deze laatste heerlijkheid in gebruik, en werd daarin, bevestigd bij het magescheid van I 457, waarbij o. a. bepaald werd, dat hij het van zijn broeder Johan in leen zoude ontvangen. Zijn derde zoon Reinier van Broeckhuisen en Weerdenborch, ridder, was de beroemde krijgsoverste van hertog Karel van Gelder; dezelfde, die ook in 1473 Nijmegen, waar binnen zich de toen nauwelijks zesjarige hertog en zijne zuster Filippa bevonden, zo dapper en beleidvol verdedigde tegen hertog Karel van Bourgondië, die evenwel eindelijk de vesting overmeesterde en de jeugdige kinderen in gevangenschap naar Frankrijk voerde. Deze drie broeders voerden Broeckhuisen gedeeld met Weerdenborch, doch Walraven zegelde met een lambel en Reinier met eene ster als brisure in het schildhoofd. Twee andere broeders Willem en Adriaen waren kanunniken te Utrecht, en het zesde kind, de eenige dochter, Ermgard, was non te Nijverweerd. Johan van Broeckhuisen had bij Elisabeth van Haeften een dochter Walraven en een zoon Gerhard, welke laatste bij zijns vaders dood in 1468 eerst een half jaar oud was. Deze Gerhard was de tiende heer van Weerdenborch en werd na den dood van zijn oom Walraven in 1480 ook heer van Ammerzode.

tr. op 6 apr 1434 huw. voorwaarden
met

Walravina „Posthuma" van Brederode, dr. van Walraven I van Brederode en Johanna van Vianen, geb. Vianen in 1418 slot Batenstein te Vianen.

Uit dit huwelijk 6 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan*1435 Leersum †1468  33
Walraven  †1480   
Reinier     
Willem     
Adriaen     
Ermgard     


Walravina „Posthuma" van Brederode
Walravina „Posthuma" van Brederode, geb. Vianen in 1418 slot Batenstein te Vianen.

tr. op 6 apr 1434 huw. voorwaarden
met

Gerrit (Gerhard) van Broekhuizen, zn. van Johan baron van Broekhuizen en Weerdenborch en Adriana van Brakel, geb. Leersum circa 1410, heer van Waardenburg, Broekhuizen en Ammersoyen, erfhofmeester van Gelre, ovl. Erkelenz [Duitsland] op 5 nov 1443 St. Hubertsdag,
, Gerhard van Broeckhuisen volgde zijn vader Johan op als heer van Broeckhuijsen, Waardenburch en Ammerzode. Nadat deze uit zijn huwelijk met Walrave van Brederode, heer Walravens dochter bij Johanna van Vianen, den 6e April 1434 gesloten, zes kinderen had verwekt, sneuvelde hij op St. Hubertsdag (3 November 1444) bij Erkelents, toen hij aan de zijde van hertog Arnoud van Gelder diens mislukten krijgstocht in Gulik meemaakte. Hij was vóór de even genoemden veldslag op St. Hubert 1444 tot ridder geslagen en in dien slag gevangen genomen, kreeg Weerdenborch en Ammerzode. Zijn tweede zoon Walraven ontving evenwel, naar het schijnt, deze laatste heerlijkheid in gebruik, en werd daarin, bevestigd bij het magescheid van I 457, waarbij o. a. bepaald werd, dat hij het van zijn broeder Johan in leen zoude ontvangen. Zijn derde zoon Reinier van Broeckhuisen en Weerdenborch, ridder, was de beroemde krijgsoverste van hertog Karel van Gelder; dezelfde, die ook in 1473 Nijmegen, waar binnen zich de toen nauwelijks zesjarige hertog en zijne zuster Filippa bevonden, zo dapper en beleidvol verdedigde tegen hertog Karel van Bourgondië, die evenwel eindelijk de vesting overmeesterde en de jeugdige kinderen in gevangenschap naar Frankrijk voerde. Deze drie broeders voerden Broeckhuisen gedeeld met Weerdenborch, doch Walraven zegelde met een lambel en Reinier met eene ster als brisure in het schildhoofd. Twee andere broeders Willem en Adriaen waren kanunniken te Utrecht, en het zesde kind, de eenige dochter, Ermgard, was non te Nijverweerd. Johan van Broeckhuisen had bij Elisabeth van Haeften een dochter Walraven en een zoon Gerhard, welke laatste bij zijns vaders dood in 1468 eerst een half jaar oud was. Deze Gerhard was de tiende heer van Weerdenborch en werd na den dood van zijn oom Walraven in 1480 ook heer van Ammerzode.

Uit dit huwelijk 6 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan*1435 Leersum †1468  33
Walraven  †1480   
Reinier     
Willem     
Adriaen     
Ermgard     


Walraven van Haeften
Walraven van Haeften, geb. circa 1410, heer van Haeften, Herwijnen, Hellu en (causa uxoris) Varick, ovl. in 1478,
, Walraven van Haeften met dat huys te Herwijnen en voorgeborchte, met den koeweerd. Item die windmoole met den bedwanck ; Item met het halve veer aldaar, gelijk ook met verscheiden thienden in Herwijnen.
Walraven van Haeften ontfengt dat huys tot Haeften, met den voorgeborcht ende bongert, staende op 7 mergen lants; item den Coelhoff, lant gelegen an de noortsijde wijlen hoer Otto van Haeften, westwert die olde dijckgrave ende die Zegewoch, suydwert Offraen Poters, Udo Jans, Johan Simons ende die gemeyne straet; item 14 hont lants, in don gericht van Haeften, in den Molencamp, streckende van der stegen tot an den Waeldjjck, tusschen heer Otto voors. an beyden sijden ofte daer met recht lant gelegen sijn sal, a°. 1467.

tr.
met

Henrica van Varick (van Vanderick), dr. van Henric van Varick (heer van Varick) en Fie (Sophia) van Aller van Stoutenborch, geb. in 1421, vrouwe van Varick, ovl. voor 6 mei 1484.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1438  †1504  66
Johan  †1494   
Arnt     
Beatrix  †1478   


Henrica van Varick
Henrica van Varick (van Vanderick), geb. in 1421, vrouwe van Varick, ovl. voor 6 mei 1484.

tr.
met

Walraven van Haeften, zn. van Ridder Otto van Haeften en Herwijnen (ridder, raad, schepen van de Hoge Bank van Tuil 1400, dijkgraaf van de Tielerwaard 1413) en Adelise van Herwijnen, geb. circa 1410, heer van Haeften, Herwijnen, Hellu en (causa uxoris) Varick, ovl. in 1478,
, Walraven van Haeften met dat huys te Herwijnen en voorgeborchte, met den koeweerd. Item die windmoole met den bedwanck ; Item met het halve veer aldaar, gelijk ook met verscheiden thienden in Herwijnen.
Walraven van Haeften ontfengt dat huys tot Haeften, met den voorgeborcht ende bongert, staende op 7 mergen lants; item den Coelhoff, lant gelegen an de noortsijde wijlen hoer Otto van Haeften, westwert die olde dijckgrave ende die Zegewoch, suydwert Offraen Poters, Udo Jans, Johan Simons ende die gemeyne straet; item 14 hont lants, in don gericht van Haeften, in den Molencamp, streckende van der stegen tot an den Waeldjjck, tusschen heer Otto voors. an beyden sijden ofte daer met recht lant gelegen sijn sal, a°. 1467.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Elisabeth*1438  †1504  66
Johan  †1494   
Arnt     
Beatrix  †1478   


Henric van Varick
Henric van Varick, heer van Varick.

tr.
met

Fie (Sophia) van Aller van Stoutenborch, dr. van Engelbrecht van Aller van Stoutenborch en Elisabeth van Gelre,
, Zou een buitenechtelijk dochter van hertog Willem VI van Gulik zijn. In de kwartierstaat van de Koppel-Mijnlieff in Prometheus Kronieken wordt zij Fye genoemd. Deze Fye is eerst getrouwd geweest met Henrick van Vauderich. In 1422, lijftocht van Fie, gehuwd met Gijsbert Cock van Neerijnen getuigen Arnout de Cock van Opijnen, Johan Cock, zoon van de leenman.
In 1439: Fie, weduwe Gijsbert Cock van Neerijnen, met het goed, waarmee Willem, haar zoon, beleend is, voor haar lijftocht, Coll. Van Spaen, 164 A 1, nr. 143. getuige Wouter van
Oyen, bastaard, tr. (2) met Gijsbert van Cock van Neerijnen. Uit dit huwelijk 2 zonen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Henrica*1421  †1484  63


Sophia van Aller van Stoutenborch
Fie (Sophia) van Aller van Stoutenborch,
, Zou een buitenechtelijk dochter van hertog Willem VI van Gulik zijn. In de kwartierstaat van de Koppel-Mijnlieff in Prometheus Kronieken wordt zij Fye genoemd. Deze Fye is eerst getrouwd geweest met Henrick van Vauderich. In 1422, lijftocht van Fie, gehuwd met Gijsbert Cock van Neerijnen getuigen Arnout de Cock van Opijnen, Johan Cock, zoon van de leenman.
In 1439: Fie, weduwe Gijsbert Cock van Neerijnen, met het goed, waarmee Willem, haar zoon, beleend is, voor haar lijftocht, Coll. Van Spaen, 164 A 1, nr. 143. getuige Wouter van
Oyen, bastaard.

tr. (1)
met

Henric van Varick, zn. van Gosewinus van Varick en Machteld van Brakel, heer van Varick.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Henrica*1421  †1484  63

tr. (2) in 1422
met

Gijsbert van Cock van Neerijnen.

Uit dit huwelijk 2 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem  †1498   
Johan     


Johan van Broekhuizen en Weerdenborch
Johan baron van Broekhuizen en Weerdenborch, geb. Leersum circa 1382, ovl. in 1451,
, Johan heer van Broeckhuisen en Weerdenborch. Hij deelde zijn wapen met Weerdenborch, zijnde het volle wapen van Châtillon, en hij en zijne nakomelingen komen gemeenlijk eenvoudig voor onder den naam van Weerdenborch of Weerdenburg. In 1424 kocht hij van Willem heer van Wachtendonk, bastaardzoon van hertog Reinoud, de heerlijkheden Well en Ammerzode. Uit zijn huwelijk met Adriana van Brakell, dochter van Stees, heer van Langerack, en van Catharina van Polanen van Asperen, had hij vier kinderen. Johan heer tot Broeckhusen, Weerdenborch end Amersoyen ontfengt dat erfhovemeisteramt shertogdoms van Gelre met sijnen tobehoren, tot Zutphenschen leenrechten met twee silveren schoetelen end een pond goets gelts te verhergewaden, a°. 1427. 2 silveren schotelen, die opt minste weert sullen sijn 70 golden rhijnsgulden, met den onraet daerneven. Uit de Kroniek Werken Gelre nr. 5 (1904) pagina 55 : Johan van WEERDENBURG her Willems oudste soen van BROECHUSEN was seer groot ende vet ende was die ZEVENDE heer van WEERDENBERCH, dat hi ontfinc van hertog Willem van Gelre etc. na inhout sijns vaders testaments waarbij als leenmannen: her Hubert heer van CULEMBORG en her Robert van APPELTERN, rittere, int jaar 1401.
Johan van Broeckhuysen, heer te Loo en Geysteren, ambtman van Goch c.1430/51, erfhofmeester van Gelre. Na dode zijns
broers Willem in 1429 erfde hij van hem Huis en heerlijkheid Geisteren; Huis Loo ligt bij Alpen, dat hij erft van zijn vader Willem in 1415- Van zijn broer Willem had hij ook de pandschap van Kessel geërfd. De totale schuld van de hertog beliep 4.775 overlandse rijnsguldens, waarvoor hertog Arnold hem in 1434 alle inkomsten uit het land van Kessel en Venray verpandde. In of voor 1437 was hij gehuwd met Anna van der Straten, erfdochter van Johan, ridder, ambtman van Goch.

tr. (1) circa 1407
met

Adriana van Brakel, dr. van Ridder Staesken van Brakell (Heer van Langerak) en Catharina van Polanen, geb. Brakel circa 1386, ovl. na 1442,
, in 1260 en 1265 is Eustachius, ridder van Brakel, getuige van de heer van Altena. In 1321 werd het kasteel door Eustachius en zijn zoon Steesekin voor het eerst aan de graaf van Gelre in leen opgedragen. Adriana van Brakel werd in 1439 met kasteel en heerlijkheid beleend; aangezien ze huwde met Johan van Broeckhuysen, heer van Waardenburg en Ammerzoden, kwam het in deze familie. In 1583 kwam het door vererving aan het geslacht Van Aeswijn, in 1669 aan de familie Van Mathenesse en een jaar later al aan de familie Pieck. Deze verkocht het vervolgens aan dominee Wilhelmus Wilhelmius (die het nieuwe huis in 1768 liet bouwen). Rond 1800 werd de familie Van Dam eigenaar, die sindsdien Van Dam van Brakel heet en het nog bezit.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit*1410 Leersum †1443 Erkelenz [Duitsland] 33
Staesken*1412 Leersum    
Agnes*1430  †1489  59
Henrica     

tr. (2) circa 1437
met

Anna van der Straten, dr. van Johan van der Straten en Mechteld van Bylandt,
, Johan van Broekhuizen, zoon van Willem, heer van Broekhuizen, en Agnes van Waardenburg, heer te Loe (1405)» heer van Geysteren (1429), Oostrum en Spraland en erfhofmeester van Gelre (1429); ambtman (drost) van Kessel en half Horst (1431); huwt c.1437 met Anna van der Straeten, dochter van Johan en Mechteld van Bylandt, die als huwelijksgift het Huis Wissem (tussen Kevelaer en Weeze) inbrengt; gaat op pelgrimstocht naar het H. Land (1450); voegt 2 malder rogge 's jaars bij de inkomsten van het O.L.V. altaar te Geysteren; testeert in 1450 en sticht het klooster Betlehem der orde van Windesheim te Oostrum, dat later verhuisde naar Mariensande in Straelen. Zijn boedel wordt door zijn weduwe met zijn broers en zusters gescheiden op 1451 december 10. Heerlijkheid en kasteel Geysteren.'; Spraland en Oostrum vallen toe half aan Johan's neef Adriaan van Broekhuizen
en half aan Godart van Harff, gehuwd met Johan's zuster Henrica van Broekhuizen


Adriana van Brakel
Adriana van Brakel, geb. Brakel circa 1386, ovl. na 1442,
, in 1260 en 1265 is Eustachius, ridder van Brakel, getuige van de heer van Altena. In 1321 werd het kasteel door Eustachius en zijn zoon Steesekin voor het eerst aan de graaf van Gelre in leen opgedragen. Adriana van Brakel werd in 1439 met kasteel en heerlijkheid beleend; aangezien ze huwde met Johan van Broeckhuysen, heer van Waardenburg en Ammerzoden, kwam het in deze familie. In 1583 kwam het door vererving aan het geslacht Van Aeswijn, in 1669 aan de familie Van Mathenesse en een jaar later al aan de familie Pieck. Deze verkocht het vervolgens aan dominee Wilhelmus Wilhelmius (die het nieuwe huis in 1768 liet bouwen). Rond 1800 werd de familie Van Dam eigenaar, die sindsdien Van Dam van Brakel heet en het nog bezit.

tr. circa 1407
met

Johan baron van Broekhuizen en Weerdenborch, zn. van Willem van Broekhuizen (ridder, raad, erfdrost en erfhofmeester van Gelre in 1390) en Agnes de Cock van Waardenburg, geb. Leersum circa 1382, ovl. in 1451,
, Johan heer van Broeckhuisen en Weerdenborch. Hij deelde zijn wapen met Weerdenborch, zijnde het volle wapen van Châtillon, en hij en zijne nakomelingen komen gemeenlijk eenvoudig voor onder den naam van Weerdenborch of Weerdenburg. In 1424 kocht hij van Willem heer van Wachtendonk, bastaardzoon van hertog Reinoud, de heerlijkheden Well en Ammerzode. Uit zijn huwelijk met Adriana van Brakell, dochter van Stees, heer van Langerack, en van Catharina van Polanen van Asperen, had hij vier kinderen. Johan heer tot Broeckhusen, Weerdenborch end Amersoyen ontfengt dat erfhovemeisteramt shertogdoms van Gelre met sijnen tobehoren, tot Zutphenschen leenrechten met twee silveren schoetelen end een pond goets gelts te verhergewaden, a°. 1427. 2 silveren schotelen, die opt minste weert sullen sijn 70 golden rhijnsgulden, met den onraet daerneven. Uit de Kroniek Werken Gelre nr. 5 (1904) pagina 55 : Johan van WEERDENBURG her Willems oudste soen van BROECHUSEN was seer groot ende vet ende was die ZEVENDE heer van WEERDENBERCH, dat hi ontfinc van hertog Willem van Gelre etc. na inhout sijns vaders testaments waarbij als leenmannen: her Hubert heer van CULEMBORG en her Robert van APPELTERN, rittere, int jaar 1401.
Johan van Broeckhuysen, heer te Loo en Geysteren, ambtman van Goch c.1430/51, erfhofmeester van Gelre. Na dode zijns
broers Willem in 1429 erfde hij van hem Huis en heerlijkheid Geisteren; Huis Loo ligt bij Alpen, dat hij erft van zijn vader Willem in 1415- Van zijn broer Willem had hij ook de pandschap van Kessel geërfd. De totale schuld van de hertog beliep 4.775 overlandse rijnsguldens, waarvoor hertog Arnold hem in 1434 alle inkomsten uit het land van Kessel en Venray verpandde. In of voor 1437 was hij gehuwd met Anna van der Straten, erfdochter van Johan, ridder, ambtman van Goch, tr. (2) met Anna van der Straten. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerrit*1410 Leersum †1443 Erkelenz [Duitsland] 33
Staesken*1412 Leersum    
Agnes*1430  †1489  59
Henrica     


Willem van Broekhuizen
Willem van Broekhuizen, ridder, raad, erfdrost en erfhofmeester van Gelre in 1390, heer van Spraland en Oostrum, ovl. voor 22 jul 1415,
, Heer Willem van Broeckhuisen, ridder, werd heer van Weerdenborch door zijn huwelijk met Agnes van Weerdenborch of Weerdenburg, dochter van Gerhard, vijfde heer van Weerdenborch (uit het geslacht de Cock), en van Henrica van Culenborch. Hij kocht in 1390 het erfhofmeesterambt van Gelder van Jacob van Mierlaer. Uit hem stamt de tak der heeren van Weerdenborch (Zie hierover o. a. het opstel van wijlen Mr. J. Gerdes Oosterbeek, archivaris van Gelderland in den Gelderschen Volksalmanak voor 1874, blz, 7 ; Mr. W. van de Poll, het kasteel Waardenburg, in het bij de wed”. van Wermeskerken te Tiel uitgegeven tijdschrift:
Gelderland, 1853 ; Dr. Schotel, Ammerzode in de Bijdragen
voor vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde. Ie R, IV, 123; enz.). zie ook: Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde, verzameld en uitgegeven door Is. An. Nijhoff, Korrespondent der Tweede Klasse van het Koninklijk Nederlandsch Instituut van Kunsten en Wetenschappen, Opzigter van het Provinciaal Archief van Gelderland. IIIde Deel, 4de Stuk, en IVde Deel, 1ste en 2de Stuk. Te Arnhem, bij Is. An. Nijhoff. 1842 en 1843.

tr. circa 1380
met

Agnes de Cock van Waardenburg (de Cock van Weerdenburg), dr. van Gerard de Cocq van Waardenburg (5e heer van Waardenburg) en Hendrica van Culemborch, geb. circa 1360, ovl. circa 1404,
, het komt zelden voor dat de stichtingsdatum van een kasteel bekend is, met "de Waardenburg" is dat wel het geval. Op 5 augustus 1265 gaf graaf Otto II van Gelre de dorpen Hiern, Neerijnen en Opijnen aan Rudolph de Cock, ridder, die daartegenover zijn bezittingen in Rhenoy afstond. Toen deze Rudolph het dorp Hiern (de oude naam van het dorp Waardenburg) in leen had gekregen, wilde hij er zich ook vestigen. Hij vroeg dus aan zijn leenheer, graaf Otto, toestemming om een woning te mogen bouwen. Hij gaf Rudolph dan ook vergunning om te "timmeren", maar het bouwwerk mocht niet meer kosten dan 300 Leuvense Ponden. Zijn gelijknamige zoon volgde hem op en bouwde het uit, evenals diens zoon Johan. Uit het huwelijk van Gerard de Cock en Henrica van Culemborg kwam alleen de erfdochter Agnes die de bezittingen via haar huwelijk (kort voor 1385) inbracht bij Willem van Broeckhuysen. In 1415 overleed deze en kwam het aan de oudste van 9 kinderen, namelijk Willem en toen deze al snel overleed aan diens broer Johan van Broeckhuysen (een grote en vette man volgens de Waardenburgse kroniek), die trouwde met Adriana van Brakel. Hun zoon Gerard van Broeckhuysen trouwde in 1434 met Walraven van Brederode. Hun zoon Johan kreeg op circa 10 jarige leeftijd de beschikking over onder andere Waardenburg en overleed in 1468. In 1470 volgde zijn enige en minderjarige zoon Gerard hem op. Zijn zus Walraven volgde hem in 1494 op en trouwde met Otto van Arkel waardoor het in deze familie kwam. In 1574 is het kasteel door Lodewijk, graaf van Nassau, broer van prins Willem I, verwoest. De toenmalige bewoonster (Catharina van Gelder, weduwe van Walraven van Arkel) was Spaansgezind en weigerde zich over te geven. De schade was aanzienlijk en nooit meer is het slot deze slag te boven gekomen. Haar kleinzoon, Thomas van Thiennes, verkocht het aan Johan Vijgh in 1618. In 1700 werd het gekocht door de Friese adellijke familie Van Aylva, waarbij in 1800 A.J.W. van Aylva huwde met Frederik baron van Pallandt, welke familie het tot 1971 in bezit had.

Uit dit huwelijk 8 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan*1382 Leersum †1451  69
Alart  †1451   
Henrica     
Sweder  †1449   
Hubrecht  †1443   
Gerarda     
Elisabeth  †1469   
Willem  †1429   


Agnes de Cock van Waardenburg
Agnes de Cock van Waardenburg (de Cock van Weerdenburg), geb. circa 1360, ovl. circa 1404,
, het komt zelden voor dat de stichtingsdatum van een kasteel bekend is, met "de Waardenburg" is dat wel het geval. Op 5 augustus 1265 gaf graaf Otto II van Gelre de dorpen Hiern, Neerijnen en Opijnen aan Rudolph de Cock, ridder, die daartegenover zijn bezittingen in Rhenoy afstond. Toen deze Rudolph het dorp Hiern (de oude naam van het dorp Waardenburg) in leen had gekregen, wilde hij er zich ook vestigen. Hij vroeg dus aan zijn leenheer, graaf Otto, toestemming om een woning te mogen bouwen. Hij gaf Rudolph dan ook vergunning om te "timmeren", maar het bouwwerk mocht niet meer kosten dan 300 Leuvense Ponden. Zijn gelijknamige zoon volgde hem op en bouwde het uit, evenals diens zoon Johan. Uit het huwelijk van Gerard de Cock en Henrica van Culemborg kwam alleen de erfdochter Agnes die de bezittingen via haar huwelijk (kort voor 1385) inbracht bij Willem van Broeckhuysen. In 1415 overleed deze en kwam het aan de oudste van 9 kinderen, namelijk Willem en toen deze al snel overleed aan diens broer Johan van Broeckhuysen (een grote en vette man volgens de Waardenburgse kroniek), die trouwde met Adriana van Brakel. Hun zoon Gerard van Broeckhuysen trouwde in 1434 met Walraven van Brederode. Hun zoon Johan kreeg op circa 10 jarige leeftijd de beschikking over onder andere Waardenburg en overleed in 1468. In 1470 volgde zijn enige en minderjarige zoon Gerard hem op. Zijn zus Walraven volgde hem in 1494 op en trouwde met Otto van Arkel waardoor het in deze familie kwam. In 1574 is het kasteel door Lodewijk, graaf van Nassau, broer van prins Willem I, verwoest. De toenmalige bewoonster (Catharina van Gelder, weduwe van Walraven van Arkel) was Spaansgezind en weigerde zich over te geven. De schade was aanzienlijk en nooit meer is het slot deze slag te boven gekomen. Haar kleinzoon, Thomas van Thiennes, verkocht het aan Johan Vijgh in 1618. In 1700 werd het gekocht door de Friese adellijke familie Van Aylva, waarbij in 1800 A.J.W. van Aylva huwde met Frederik baron van Pallandt, welke familie het tot 1971 in bezit had.

  • Vader:
    Gerard (Gerrit, Johan ?) de Cocq van Waardenburg, zn. van Johan de Cocq van Waardenburg (4e heer van Waardenburg) en Agnes van Mirlaer, 5e heer van Waardenburg, ovl. tussen 5 jun 1403 en 11 sep 1409 ,
    , Hertog Willem van Gelder vergunde aan Gerhard, heer van Weerdenborch, dat de oudste zoon van zijne dochter Agnes en van heer Willem van Broeckhuisen, Weerdenborch zoude erven, en den naam en het wapen van Weerdenborch mocht aannemen, 1397. Gezien de bekende beleningsreeks van Weerdenberg lijkt het erop, dat Agnes enig kind was. Gerard de Cock van Weerdenberg stelt ook in 1397 duidelijk, dat hij zijn kleinzoon Johan van Broeckhuysen tot zijn erfgenaam maakt van Weerdenberg, via zijn dochter Agnes. Gerard de Cock van Weerdenberg is kort daarop overleden, tr. Waardenburg circa 1355.
 

tr. circa 1380
met

Willem van Broekhuizen, zn. van Johan van Broeckhuijsen (ridder) en Elisabeth van Buderich, ridder, raad, erfdrost en erfhofmeester van Gelre in 1390, heer van Spraland en Oostrum, ovl. voor 22 jul 1415,
, Heer Willem van Broeckhuisen, ridder, werd heer van Weerdenborch door zijn huwelijk met Agnes van Weerdenborch of Weerdenburg, dochter van Gerhard, vijfde heer van Weerdenborch (uit het geslacht de Cock), en van Henrica van Culenborch. Hij kocht in 1390 het erfhofmeesterambt van Gelder van Jacob van Mierlaer. Uit hem stamt de tak der heeren van Weerdenborch (Zie hierover o. a. het opstel van wijlen Mr. J. Gerdes Oosterbeek, archivaris van Gelderland in den Gelderschen Volksalmanak voor 1874, blz, 7 ; Mr. W. van de Poll, het kasteel Waardenburg, in het bij de wed”. van Wermeskerken te Tiel uitgegeven tijdschrift:
Gelderland, 1853 ; Dr. Schotel, Ammerzode in de Bijdragen
voor vaderlandsche geschiedenis en oudheidkunde. Ie R, IV, 123; enz.). zie ook: Bijdragen voor Vaderlandsche Geschiedenis en Oudheidkunde, verzameld en uitgegeven door Is. An. Nijhoff, Korrespondent der Tweede Klasse van het Koninklijk Nederlandsch Instituut van Kunsten en Wetenschappen, Opzigter van het Provinciaal Archief van Gelderland. IIIde Deel, 4de Stuk, en IVde Deel, 1ste en 2de Stuk. Te Arnhem, bij Is. An. Nijhoff. 1842 en 1843.

Uit dit huwelijk 8 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Johan*1382 Leersum †1451  69
Alart  †1451   
Henrica     
Sweder  †1449   
Hubrecht  †1443   
Gerarda     
Elisabeth  †1469   
Willem  †1429   


Jolanda van Gennep
Jolanda (Johanna) gravin van Gennep, geb. het koor van de kerk te Vianen, ovl. in 1413.

tr. Gennep in 1368
met

Reinoud I van Brederode, zn. van Dirk III van Brederode (5e heer van Brederode) en Beatrix van Valkenburg, geb. Santpoort slot Brederode in 1337, baljuw van Kennemerland, ovl. in 1390,
, volgde in 1377 zijn vader op als 6e heer van Brederode. Hij werd in 1358 door de ruwaard aangesteld als baljuw van Kennemerland, onderscheidde zich na 1372 in dienst van Machteld van Gelre.

Uit dit huwelijk 4 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Dirk*1365 Santpoort †1415 Zelhem 50
Jan*1367 Santpoort †1415 Azincourt [Frankrijk] 48
Willem*1374 Santpoort †1451  77
Walraven I*1370 Santpoort †1417 Gorinchem 47


Carel van Belle de jonge
Carel van Belle de jonge, drossaart en stadhouder van de lenen van Langerak.

tr. in 1723
met

Egeria Adriana Sybilla barones van Gendt, dr. van Adriaan baron van Gendt en Elisabeth Maria prinses van Portugal, ovl. in jul 1733, otr. (1) Den Haag op 25 nov 1703, tr. Den Haag op 16 dec 1703 met Adrian Gustav baron van Hompesch tot Walburg, kolonel van het Regiment Garde-dragonders, ovl. in 1710. Uit dit huwelijk een dochter


Johan Taets van Amerongen
Johan Taets van Amerongen.

tr.
met

Margriet van Colverschoten, vrouwe van Reynesteyn.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha  †1481   


Dirk van Brederode
Dirk van Brederode, geb. Santpoort slot Brederode in 1365, geestelijke, clericus redditus, ovl. Zelhem in 1415,
, trad 1389 in het karthuizerklooster Monnikhuizen bij Arnhem ging in 1403 over naar de chartreuse van St. Baptist te Zeelhem bij Diest. Hij was geen monnik, doch clericus redditus, d.w.z. koorreligieus en stierf te Zeelhem in 1415.


Jan van Brederode
Jan van Brederode, geb. Santpoort slot Brederode in 1367, ovl. Azincourt [Frankrijk] op 25 okt 1415,
, volgde zijn vader in 1390 op als 7e heer van Brederode en huwde Johanna, dochter van Willem heer van Abcoude. Hij nam in 1396 deel aan de tocht naar Friesland, doch in 1402 trokken beide echtgenoten in het klooster, zij waren kinderloos. Jan werd lekebroeder te Zeelhem. Omdat echter in 1407 zijn schoonvader was gestorven zonder zonen na te laten, verliet hij in 1409 het klooster weder en keerde in de wereld terug. Hij haalde in 1410 met geweld zijn vrouw uit het klooster Wijk bij Duurstede, doch werd gevangengenomen en tot 1412 vastgehouden, sneuvelde 25 Oktober 1415 bij Azincourt. Hij vertaalde in zijn kloostertijd enige werken uit het Frans (Des Coninx Summe).

tr. in 1371
met

Johanna van Abcoude, dr. van Willem heer van Gaesbeek, ovl. op 10 jan 1411,
, zij overleed 10 Januari 1411, na in haar klooster te zijn teruggekeerd


Willem van Brederode
Willem van Brederode, geb. Santpoort slot Brederode in 1374, ovl. in 1451,
, trad na 1417 op als voogd van de 3 kinderen van zijn broeder en als regent voor de lenen van Brederode. Hij huwde ca 1402 Margaretha van de Merwede, erfdochter van Daniël, heer van Merwede en Stein en Margaretha v. Heijnen. Hij werd in 1420 door Jacoba van Beieren tot ridder geslagen en nam deel aan de partijstrijd in Holland, zodat in 1426 het beroemde kasteel Brederode werd verwoest. Als bevelhebber der Hoekse vloot werd hij bij Wieringen verslagen en gevankelijk naar Enkhuizen gevoerd, waar 84 der zijnen werden terechtgesteld.
Met zijn gemalin bezocht hij Rome in 1450, zij stierven beiden in 1451 aan de pest, heer Willem 8 dagen na zijn vrouw.

tr.
met

Margaretha van der Merwede, dr. van Daniël van der Merwede en Margaretha van Heijnen, ovl. in 1451


Walraven I van Brederode
Walraven I van Brederode, geb. Santpoort slot Brederode in 1370, ovl. Gorinchem op 1 dec 1417,
, volgde zijn broeder Jan op als 8e heer van Brederode. Hij trok met Albrecht van Beieren in 1396 naar Friesland en werd 8 sept. 1400 burggraaf van Stavoren, doch van 1402 tot 14019 hield heer Jan van Arkel hem gevangen. Later een krachtige steun van graaf Willem VI, trad hij meermalen op als stadhouder van Holland. Hij sneuvelde, als bevelhebber
der troepen van gravin Jacoba, op 1 December 1417 in de straten van Gorinchem en werd begraven in de kerk te Vianen. (Zijn schedel wordt nog aldaar bewaard.) Hij huwde 1414 Johanna van Vianen, erfdochter van Hendrik heer van Vianen en van Hadewij van Herlaer, erfdochter van Ameide. Zij overleed 1418 in het kraambed en werd eveneens begraven te Vianen, in het koor der kerk.

tr.
met

Johanna van Vianen, dr. van Hendrik II van Vianen en Heilwich (Hadewich) van Herlaer (erfdochter van Ameide), ovl. op 18 apr 1418.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Reinoud II*1415 Vianen †1473 Utrecht 58
Gijsbrecht*1416 Vianen †1475 Breda 59
Walravina*1418 Vianen