Genealogische website van Cees Hagenbeek
Antoine van Croy
Antoine van Croy, graaf van Porcéan, ovl. in 1475,
, heer van Croy en Renti, eerste kamerheer van de
Hertog van Bourgondië,grand maitre de France”,
gouverneur-generaal der Nederlanden en van het
Hertogdom Luxemburg, ridder van het Gulden
Vlies.

tr.
met

Marie de Roubais Dame d'Aubermont, dr. van Jean de Roubais en Agnes de Lannoy.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha  †1432   


Marie de Roubais Dame d'Aubermont
Marie de Roubais Dame d'Aubermont.

tr.
met

Antoine van Croy, zn. van Jean van Croy en Marie van Craon, graaf van Porcéan, ovl. in 1475,
, heer van Croy en Renti, eerste kamerheer van de
Hertog van Bourgondië,grand maitre de France”,
gouverneur-generaal der Nederlanden en van het
Hertogdom Luxemburg, ridder van het Gulden
Vlies.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Margaretha  †1432   


Zweder II van Montfoort
Zweder II burggraaf van Montfoort, burggraaf van Montfoort, ovl. op 15 aug 1375 tijdens een reis naar Jeruzalem.

tr. in 1348 huw. voorwaarden, 10 apr 1348 huw. voorw
met

Mechteld van Culemborgh, dr. van Hubert II/IV heer van Culemborch en Jutte (Jutta) van der Leck (erfgename van de heerlijkheden Werth en Wertherbruch).

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik III  †1402   
Catharina     


Mechteld van Culemborgh
Mechteld van Culemborgh.

tr. in 1348 huw. voorwaarden, 10 apr 1348 huw. voorw
met

Zweder II burggraaf van Montfoort, zn. van Hendrik II burggraaf de Rovere van Montfoort en Agnes van IJsselstein, burggraaf van Montfoort, ovl. op 15 aug 1375 tijdens een reis naar Jeruzalem.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik III  †1402   
Catharina     


Gijsbert VI Bronckhorst
Gijsbert VI (Gijsbert) Bronckhorst ridder, heer van Bronckhorst, drost van het land van Zutphen, ovl. op 1 nov 1409,
, nach 1406/1379 auch in Borkeloo, 1386 Drost von Zütphen, Gijsbert (IV) van Bronkhorst, die gehuwd was met Hedwig van Tecklenburg. Huwelijkse voorwaarden werden gesloten op 7 november 1391. Hij overleed 1 november 1407 en werd opgevolgd door achtereenvolgens zijn zonen Willem en Otto. Hieronder een foto van een afschrift van de akte waarin Gyselbert van Brun[c]horst, heer to Borclo, bevestigt, dat hij in leen ontvangen heeft van bisschop Otto van der Hoya "dat slot unde de alynge herscap van Borclo myd allen eren tobehoringen und myd allen guden de sarin roret". Hij ontving dus in leen de gehele (niet meer gedeelde) heerlijkheid Borculo, 1406, maart 6
Gijsbert (III) van Bronkhorst was de zoon van Gijsbert (I) van Bronkhorst (overleden in 1356) en voor 1344 gehuwd met Catharina van Leefdael. Zij overleed op 13 april 1361. Gijsbert III huwde in februari 1360 met Henrica van Dodinkweerde, vrouwe van Borculo. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend. Henrica overleed voor 1397. Borculo vererfde op haar neef Godert van Borculo genaamd van Dodinkweerde. In 1397 heeft deze de heerlijkheid overgedragen aan Gijsbert (III) van Bronkhorst. Deze stierf in 1401, waarna de heerlijkheid vererfde op zijn neef Frederik van Bronkhorst.
Ergens tussen 1364 en 1379 - de periode waarin Floris van Wevelikhoven bisschop was in Muenster - is Gijsbert (III) van Bronkhorst beleend met het kasteel van Borculo en de helft van de heerlijkheid met de daarin gelegen gerichten. De andere helft hield "zijn zoon" Henricus van Wisch in leen van de vorst-bisschop. Twee vragen zijn in dit verband belangrijk: waarom werd Henricus van Wisch genoemd als "zoon" van Gijsbert van Bronkhorst? En: welk(e) gebied(en) en gericht(en) behoorde(n) bij die andere helft die Hendrik van Wisch in leen hield? We beperken ons hier tot beantwoording van de eerste vraag.
Het huwelijk van Gijsbert III van Bronkhorst met Henrica van Dodinkweerde is kinderloos gebleven. Henricus van Wisch kan dus geen zoon van hen geweest zijn. Kemkes c.s. [zie literatuurlijst] beweren dat Gijsbert slechts een dochter had, die gehuwd was met Henricus van Wisch. "Zoon" moet men dus lezen als "schoonzoon". Maar ook dit is onjuist. Catharina van Bronkhorst (overleden na 1420) sloot huwelijkse voorwaarden met Henrick heer van Wisch op 15 juni 1381. Zij was dochter van Willem van Bronckhorst en Cunigonda van Meurs. Deze Willem van Bronkhorst was zoon van Gijsbert (II) van Bronkhorst en Catharina van Leefdael. Hij was dus een broer van onze Gijsbert (III). Henrick van Wisch was een aangetrouwde neef.

tr. in 1391 huw. voorwaarden
met

Hedwig Tecklenburg, von Tecklenburg, dr. van Otto graaf van Tecklenburg en Adelheid van Lippe.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cunegonda  †1460   
Otto  †1458   


Hedwig Tecklenburg
Hedwig Tecklenburg, von Tecklenburg.

tr. in 1391 huw. voorwaarden
met

Gijsbert VI (Gijsbert) Bronckhorst ridder, zn. van Willem IV Bronckhorst ridder en Cunigonde van Meurs, heer van Bronckhorst, drost van het land van Zutphen, ovl. op 1 nov 1409,
, nach 1406/1379 auch in Borkeloo, 1386 Drost von Zütphen, Gijsbert (IV) van Bronkhorst, die gehuwd was met Hedwig van Tecklenburg. Huwelijkse voorwaarden werden gesloten op 7 november 1391. Hij overleed 1 november 1407 en werd opgevolgd door achtereenvolgens zijn zonen Willem en Otto. Hieronder een foto van een afschrift van de akte waarin Gyselbert van Brun[c]horst, heer to Borclo, bevestigt, dat hij in leen ontvangen heeft van bisschop Otto van der Hoya "dat slot unde de alynge herscap van Borclo myd allen eren tobehoringen und myd allen guden de sarin roret". Hij ontving dus in leen de gehele (niet meer gedeelde) heerlijkheid Borculo, 1406, maart 6
Gijsbert (III) van Bronkhorst was de zoon van Gijsbert (I) van Bronkhorst (overleden in 1356) en voor 1344 gehuwd met Catharina van Leefdael. Zij overleed op 13 april 1361. Gijsbert III huwde in februari 1360 met Henrica van Dodinkweerde, vrouwe van Borculo. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen bekend. Henrica overleed voor 1397. Borculo vererfde op haar neef Godert van Borculo genaamd van Dodinkweerde. In 1397 heeft deze de heerlijkheid overgedragen aan Gijsbert (III) van Bronkhorst. Deze stierf in 1401, waarna de heerlijkheid vererfde op zijn neef Frederik van Bronkhorst.
Ergens tussen 1364 en 1379 - de periode waarin Floris van Wevelikhoven bisschop was in Muenster - is Gijsbert (III) van Bronkhorst beleend met het kasteel van Borculo en de helft van de heerlijkheid met de daarin gelegen gerichten. De andere helft hield "zijn zoon" Henricus van Wisch in leen van de vorst-bisschop. Twee vragen zijn in dit verband belangrijk: waarom werd Henricus van Wisch genoemd als "zoon" van Gijsbert van Bronkhorst? En: welk(e) gebied(en) en gericht(en) behoorde(n) bij die andere helft die Hendrik van Wisch in leen hield? We beperken ons hier tot beantwoording van de eerste vraag.
Het huwelijk van Gijsbert III van Bronkhorst met Henrica van Dodinkweerde is kinderloos gebleven. Henricus van Wisch kan dus geen zoon van hen geweest zijn. Kemkes c.s. [zie literatuurlijst] beweren dat Gijsbert slechts een dochter had, die gehuwd was met Henricus van Wisch. "Zoon" moet men dus lezen als "schoonzoon". Maar ook dit is onjuist. Catharina van Bronkhorst (overleden na 1420) sloot huwelijkse voorwaarden met Henrick heer van Wisch op 15 juni 1381. Zij was dochter van Willem van Bronckhorst en Cunigonda van Meurs. Deze Willem van Bronkhorst was zoon van Gijsbert (II) van Bronkhorst en Catharina van Leefdael. Hij was dus een broer van onze Gijsbert (III). Henrick van Wisch was een aangetrouwde neef.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Cunegonda  †1460   
Otto  †1458   


Willem IV Bronckhorst
Willem IV Bronckhorst ridder, geb. in 1356, heer van Bronckhorst, burggaaaf van Nijmegen, Raad van de hertog van Gelre, drost en landrentmeester van Zutphen, ovl. in 1399,
, zijn vader, Gijsbert V laat een weduwe en zeven kinderen na. Zijn jongste zoon Dirk krijgt Batenburg. Vanaf nu zal deze tak Batenburg in bezit houden en door het leven gaan als Bronckhorst-Batenburg. Dirk wordt de stamvader van een nieuw geslacht en verwerft vele bezittingen, waarvan de bekendste wel de heerlijkheid Anholt (Duitsland) is.
Gijbert V's oudste zoon Willem IV volgt hem op als heer van Bronckhorst. Willem IV zal diverse hoge posten bezetten, zoals raad van de hertog, drost en landrentmeester van Zutphen. Voor dit laatste ambt moet hij hertog Willem I van Gelre 10.000 oude schilden betalen, toentertijd een fiks bedrag.
Willem IV is getrouwd met Cunegonde van Meurs. Hun dochters Elisabeth en Catharine trouwen na elkaar met Hendrik II van Wisch. In 1360 trouwt Willem IV's broer Gijsbert met Henrica van Dodinckweerde, vrouwe van Borculo.
Voor 1367 verwerven de Bronckhorsten ook het "goet to Hacvorte", want in dat jaar geeft Willem IV tienden over de boerderij Tiodinck in leen aan Gerrit I van Hackfort. In 1392 beleend hij diens zoon Jacob II van Hackfort met geheel Hackfort. Dit goed zal tot de verkoop in 1702 bij de bannerij Bronckhorst horen. Na de dood van hertog Reinald III laait de twist tussen de Bronckhorsten versus Heekerens opnieuw op. Willem IV van Bronckhorst leidt het kamp van de Bronckhorsten. In 1399 trekt hij zich terug en draagt hij Bronckhorst over aan zijn oudste zoon Gijsbert VI. Op 12 maart 1410 sterft hij. Ruim tien jaar heeft hij van zijn pensioen mogen genieten.

tr. in nov 1365
met

Cunigonde van Meurs (Cunigonde van Lanscroen), dr. van Dirk IV van Moers (ridder, heer van Moers 1307,) en Kunigunde van Volmestein (vermeld 1314-39), geb. voor 1341, ovl. na 1371, tr. (2) met Frederik heer van Baer. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert VI  †1409   
Catharina  †1420   


Cunigonde van Meurs
Cunigonde van Meurs (Cunigonde van Lanscroen), geb. voor 1341, ovl. na 1371.

tr. (1) in nov 1365
met

Willem IV Bronckhorst ridder, zn. van Gijsbert V Bronckhorst ridder (heer vanBronckhorst en Batenburg) en Catharina van Leefdael, geb. in 1356, heer van Bronckhorst, burggaaaf van Nijmegen, Raad van de hertog van Gelre, drost en landrentmeester van Zutphen, ovl. in 1399,
, zijn vader, Gijsbert V laat een weduwe en zeven kinderen na. Zijn jongste zoon Dirk krijgt Batenburg. Vanaf nu zal deze tak Batenburg in bezit houden en door het leven gaan als Bronckhorst-Batenburg. Dirk wordt de stamvader van een nieuw geslacht en verwerft vele bezittingen, waarvan de bekendste wel de heerlijkheid Anholt (Duitsland) is.
Gijbert V's oudste zoon Willem IV volgt hem op als heer van Bronckhorst. Willem IV zal diverse hoge posten bezetten, zoals raad van de hertog, drost en landrentmeester van Zutphen. Voor dit laatste ambt moet hij hertog Willem I van Gelre 10.000 oude schilden betalen, toentertijd een fiks bedrag.
Willem IV is getrouwd met Cunegonde van Meurs. Hun dochters Elisabeth en Catharine trouwen na elkaar met Hendrik II van Wisch. In 1360 trouwt Willem IV's broer Gijsbert met Henrica van Dodinckweerde, vrouwe van Borculo.
Voor 1367 verwerven de Bronckhorsten ook het "goet to Hacvorte", want in dat jaar geeft Willem IV tienden over de boerderij Tiodinck in leen aan Gerrit I van Hackfort. In 1392 beleend hij diens zoon Jacob II van Hackfort met geheel Hackfort. Dit goed zal tot de verkoop in 1702 bij de bannerij Bronckhorst horen. Na de dood van hertog Reinald III laait de twist tussen de Bronckhorsten versus Heekerens opnieuw op. Willem IV van Bronckhorst leidt het kamp van de Bronckhorsten. In 1399 trekt hij zich terug en draagt hij Bronckhorst over aan zijn oudste zoon Gijsbert VI. Op 12 maart 1410 sterft hij. Ruim tien jaar heeft hij van zijn pensioen mogen genieten.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert VI  †1409   
Catharina  †1420   

tr. (2)
met

Frederik heer van Baer, zn. van Johan van Zuylen-Anholt (heer van Baer) en Richarda van Bronckhorst-Batenburg


Gijsbert V Bronckhorst
Gijsbert V Bronckhorst ridder, geb. voor 1328, heer vanBronckhorst en Batenburg, ovl. in 1356,
, Hij was in de sedert 1349 in Gelderland woedende strijd tussen de Heeckerens en,de Bronckhorsten leider en naamgever van de partij van de Bronckhorsten. Deze partijstrijd werd eerst beslist in 1361 in het voordeel van de Bronckhorsten, toen Eduard van Gelre met de Bronckhorsten in de slag bij Tiel zijn op de Heeckerens steunende broeder, Hertog Reinoud van Gelre, versloeg en deze met het hoofd van de partij der Heeckerens, de later in dit hoofdstuk te noemen Frederik van Heeckeren genaamd van der Ese, gevangen nam.
Willem III's oudste zoon Gijsbert V volgt hem op als heer van Bronckhorst. Zijn tweede zoon Dirk krijgt Batenburg. Dirk sterft al spoedig, zodat Gijsbert V beide kastelen bezit. Gijsbert V is getrouwd met Catharina van Leefdael. Gijsbert V is de beruchtste en invloedrijkste heer van Bronckhorst. In 1344 sticht hij samen met zijn vrouw de kapel te Bronckhorst.
Hij heeft een groot aandeel in de burgeroorlog met de Heekerens en steunt Eduard in zijn aanspraken op de hertogshoed van Gelre tegen Reinald III van Gelre. Gijsbert V sterft in 1356 op het hoogtepunt van zijn macht. Het einde van de oorlog maakt hij niet mee. In het eigen kamp wordt Gijsbert V gezien als een kundig en geducht legeraanvoerder, een ervaren politicus en een bezielende partijleider. Het andere kamp ziet hem als een bloeddorstige beroepssoldaat voor wie een mensenleven niet telt, een sluwe intrigant en fanatieke, bekrompen bendeleider. In werkelijkheid zal hij niet slechter of beter zijn geweest dan andere edelen uit die tijd. 1328 Teilung: in Bronchorst, 1344/1351 auch in Batenburg.

tr.
met

Catharina van Leefdael, dr. van Rogier burggraaf van Leefdael (burggraaf van Brussel) en Agnes van Kleef-Hülchrath, ovl. op 13 apr 1361.

Uit dit huwelijk 5 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem IV*1356  †1399  43
Dirk  †1406   
Elisabeth  †1403   
Gijsbert  †1402   
Catharina     


Willem III van Bronckhorst und Reckheim
Willem III van Bronckhorst und Reckheim, geb. circa 1286, maarschalk in dienst van Hertog Reinald II van Gelre, ovl. Hasselt in het land van Luyck [België] op 25 sep 1328,
, op 15 juni 1318 verkopen Willem (III) van Bronkhorst, Johanna zijn echtgenote en Richarda Kanunnikes te Elten, diens zuster hun allodiale goederen te Haren, Horssen en Batenburg onder vermelding van borgen, gerichtslieden en getuigen voor 2000 pond kleine munt aan de abdij van Camp. (M. Dicks, Die abtei Camp am Niederrhein (Meurs 1913)p. 230)
Zie voor meer in NL 2006 door Henri Vermeulen
1328 November 15 (Nymeghen des Dinsdaghes na sunte Martiinsdaghe in den wynter).
Reynout (II), graaf van Gelren, oorkondt, dat op 26 October 1328 in zijn gericht te Aernem vrouwe Johanna, vrouwe van Brunchorst en Batenborgh, een scheiding maakte van de nalatenschap van haar man, heer Willam, heer van Bronchorst, met haar zoons Ghiselbrecht, Dideric en Baudewijn, waarbij Ghiselbrecht als oudste de heerschap
Bronchorst verkrijgt en Johanna de heerschap Batenborgh behoudt, te vererven op de jongere zoons.
Bron: (Inv. No. 224) Uit: De graven van Limburg Stirum in Gelderland Regestenlijst.
Verschillende Heren van Batenburg zijn in vreemde krijgsdienst geweest. Dit heeft ook tot gevolg gehad dat diverse Heren slechts kort geleefd hebben. De laatste mannelijke telg van de Heren van Batenburg overleed in 1315. Zijn erfdochter Johanna was juist daarvoor getrouwd met de bannerheer van Bronkhorst. Daardoor waren twee adellijke families in Gelre voor bijna 350 jaar met elkaar verenigd. De Heren van Bronkhorst-Batenburg gingen op dezelfde voet verder als hun voorgangers. Zij hebben aanzienlijke macht in deze periode. De Heren worden vooral betrokken bij de strijd tussen Gelre en Habsburg en Gelre en Brabant. Door deze strijd kwam Batenburg, dat sinds 1389 stadsrechten had, een aantal malen in het bezit van zowel Habsburg als Gelre. De stad moest dan weer veroverd of teruggekocht worden.
Zo wordt Batenburg in 1534 teruggekocht door Herman van Bronkhorst-Batenburg. Deze beschouwde zich nog steeds als leenman van de Duitse keizer. Gelre zei echter dat Batenburg na de verovering in 1503 tot Gelderland behoorde. Tientallen malen en gedurende honderden jaren (tot 1893) hebben rechtbanken zich over deze kwestie gebogen en even vaak positief als negatief geoordeeld.

tr. circa 1305
met

Johanna vrouwe van Batenburg, dr. van Dirk van Batenburg en Mechteld van Kuijck, geb. circa 1290, nicht van graaf Reinald II van Gelre, boedelscheiding tussen haar en wijlen haar man Willem, heer van Bronckhorst op 26 okt 1328, ovl. op 28 nov 1351,
, (Nijhoff dl. 1 nr. 300 blz. 338 e.v.)
27 Maart 1335 Testament of uiterste wilsbeschikking van Reinald(II) graaf van Gelre, ten behoeve van een aantal geestelijke gestichten. In deze lijvige oorkonde noemt hij: "..ene edel vrouwe onse lieue nichte vrouwe Johanna vrouwe van Batenborch...". In Nijhoff 2: Nr. 42-blz. 43 staat het volgende: 27 juli 1349 De heerlijkheid Batenburg door den Roomsch-koning Karel IV. aan Johanna van Batenburg ten leen gegeven. ……..nos itaque, saepedictae dominae de Battenburg ac illustris .Wilhelmi marchionis Juliacensis consanguinei……….
Aantekening Nijhoff:
Wilhelmi. marchionis Juliacensis (Willem (VI)van Gulik) Deze werd nevens Reinald (III) hertog van Gelre, ten zelfden dage, waarop dit stuk uitgevaardigd is, door keizer Karel gemagtigd, om, in zijnen naam, van de vrouw van Batenburg den leeneed af te nemen Johanna van Batenburg ontvangt Batenburg dus rechtstreeks in leen via een oorkonde van keizer Karel IV.
En Karel IV noemt Johanna en Willem (VI) van Gulik tevens zijn
bloedverwanten. (consanguinei).
1328 November 15 (Nymeghen des Dinsdaghes na sunte Martiinsdaghe in den wynter). Reynout (II), graaf van Gelren, oorkondt, dat op 26 October 1328 in zijn gericht te Aernem vrouwe Johanna, vrouwe van Brunchorst en Batenborgh, een scheiding maakte van de nalatenschap van haar man, heer Willam, heer van Bronchorst, met haar zoons Ghiselbrecht, Dideric en Baudewijn, waarbij Ghiselbrecht als oudste de heerschap Bronchorst verkrijgt en Johanna de heerschap Batenborgh behoudt, te vererven op de jongere zoons.
Bron: (Inv. No. 224) Uit: De graven van Limburg Stirum in Gelderland Regestenlijst Reinald v.Geldern nennt sie eine edle Frau, unsere Nichte. dochter van : Dirk+Mechtild
Johanna van Batenburg wordt in het testament van Reinout II van Gelre, gedateerd 27 mrt 1335, "onse lieve nichte" genoemd (Nijhoff I, nr 301). Johanna was als dochter van Machteld van Cuyk een kleindochter van Jutta van Nassau en
achterkleindochter van Machteld van Gelre, zuster van Reinouts overgrootvader. Reinout en Johanna waren derhalve "third cousins".

Uit dit huwelijk 4 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gijsbert V*1328  †1356  28
Diederik  †1328   
Balduin  †1347   
Frederik     


Jean van Croy
Jean van Croy, ovl. in 1415,
, sneuvelde in de slag bij Azincourt in 1415, Jean III.?, 1397 Kauf von Chimai von Theobald de Moreuil, 1404 burgundischer Kämmerer, 1405 Gouverneur des Artois, 1412 grand boutellier de France, Gouverneur der Comte de Boulogne, 1412 Seigneur de Gandelu, 1413 Seigneur de Beaurain.

tr.
met

Marie van Craon, dr. van Jean Seigneur de Craon de Domart-en-Ponthieu en Marie Châtillon, ovl. in 1368.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Antoine  †1475   


Marie van Craon
Marie van Craon, ovl. in 1368.

tr.
met

Jean van Croy, ovl. in 1415,
, sneuvelde in de slag bij Azincourt in 1415, Jean III.?, 1397 Kauf von Chimai von Theobald de Moreuil, 1404 burgundischer Kämmerer, 1405 Gouverneur des Artois, 1412 grand boutellier de France, Gouverneur der Comte de Boulogne, 1412 Seigneur de Gandelu, 1413 Seigneur de Beaurain.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Antoine  †1475   


Jean de Craon de Domart-en-Ponthieu
Jean Seigneur de Craon de Domart-en-Ponthieu, ovl. in 1400,
, heer van Domart, Bernarville, Clacy, Montsoreau etc,vidame” van Laon en (gehuwd in 1364) Marie van Châtillon
(nr. 845051) ; haar grootouders van vaderszijde waren Guillaume van Craon (nr. 1690100), heer van La Ferté, Bernarville, Ponthieu etc, kamerheer van de Koning van Frankrijk.

tr. in 1364
met

Marie Châtillon, ovl. tussen 7 mei 1412 en 25 okt 1415 .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marie  †1368   


Marie Châtillon
Marie Châtillon, ovl. tussen 7 mei 1412 en 25 okt 1415 .

tr. in 1364
met

Jean Seigneur de Craon de Domart-en-Ponthieu, zn. van Guillaume van Craon en Margaretha van Vlaanderen (burggravin van Châteaudun), ovl. in 1400,
, heer van Domart, Bernarville, Clacy, Montsoreau etc,vidame” van Laon en (gehuwd in 1364) Marie van Châtillon
(nr. 845051) ; haar grootouders van vaderszijde waren Guillaume van Craon (nr. 1690100), heer van La Ferté, Bernarville, Ponthieu etc, kamerheer van de Koning van Frankrijk.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Marie  †1368   


Guillaume van Craon
Guillaume van Craon, geb. na 15 apr 1318, ovl. op 8 jun 1387,
, heer van La Ferté, Bernarville, Ponthieu etc, kamerheer van de Koning van Frankrijk, 1395 Verkauf von Craon? (Chateaudun?) an den Duc d'Orléans.

tr.
met

Margaretha van Vlaanderen (de Crevecoeur Vicomtesse de Chateaudun), dr. van Jan van Vlaanderen (burggraaf van Châteaudun, heer van Dendermonde en Nesles) en Beatrix Châtillon St. Pol (Erbin von Alleux), burggravin van Châteaudun, ovl. in nov 1372,
, 1337 Verkauf von Dendermonde, Crevecoeur und Alleux an France, 1347 an Flandern abgetreten.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jean  †1400   


Hendrik II de Rovere van Montfoort
Hendrik II burggraaf de Rovere van Montfoort, ovl. in 1333,
, Wordt feitelijk burggraaf van Montfoort door het ingrijpen van graaf Willem 11129-3-1323 en belooft hem en zijn nakomelingen altijd te zullen dienen en helpen 14-4-1323; stelt zich borg voor zijn neef Hubrecht de Scenke die belooft hem schadeloos te zullen stellen 24-6-1325; verzoent zich met zijn vader en draagt hem het bestuur van Montfoort weer over 26-4-1327; wordt na de dood van zijn vader door de bisschop van Utrecht beleend met het huis Montfoort als een erfleen en met al het goed dat zijn vader van de bisschop gehouden heeft 2-1-1331.

tr. in 1322, zij zijn tegen de wil van zijn vader Zweder van Montfoort getrouwd. Zijn vader weigerde zijn zoon van voldoende inkomsten te voorzien om overeenkomstig zijn status te kunnen leven. Hendrik nam daarom zijn toevlucht tot geweld. Hij slaagde er in om met behulp van zijn schoonvader Gijsbrecht van IJsselstein in met ladders over de muren van het kasteel van Montfoort te klimmen, waarna hij zijn ouders gevangen zette. Hij dacht vervolgens te kunnen beschikken over het bezit van zijn vader, maar zo gemakkelijk ging dat toch niet. Zijn daad had alom verontwaardiging gewekt. Willem Procurator kwalificeert Hendrik als iemand die weliswaar edel van bloed was, maar beestachtig van levenswandel
met

Agnes van IJsselstein, dr. van Gijsbrecht VI van Amstel van IJsselstein en Bertha van Arkel van Heukelom, ovl. op 17 jan 1360,
, Regelt met haar vader en haar broer Arnoud de verdeling
der nalatenschap tussen haar kinderen Johan, Zweder, Beerte en Herbaren 3-6-1341.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Zweder II  †1375   


Agnes van IJsselstein
Agnes van IJsselstein, ovl. op 17 jan 1360,
, Regelt met haar vader en haar broer Arnoud de verdeling
der nalatenschap tussen haar kinderen Johan, Zweder, Beerte en Herbaren 3-6-1341.

tr. in 1322, zij zijn tegen de wil van zijn vader Zweder van Montfoort getrouwd. Zijn vader weigerde zijn zoon van voldoende inkomsten te voorzien om overeenkomstig zijn status te kunnen leven. Hendrik nam daarom zijn toevlucht tot geweld. Hij slaagde er in om met behulp van zijn schoonvader Gijsbrecht van IJsselstein in met ladders over de muren van het kasteel van Montfoort te klimmen, waarna hij zijn ouders gevangen zette. Hij dacht vervolgens te kunnen beschikken over het bezit van zijn vader, maar zo gemakkelijk ging dat toch niet. Zijn daad had alom verontwaardiging gewekt. Willem Procurator kwalificeert Hendrik als iemand die weliswaar edel van bloed was, maar beestachtig van levenswandel
met

Hendrik II burggraaf de Rovere van Montfoort, zn. van Zweder I van Montfoort (burggraaf van Montfoort) en Catharina van Holland, ovl. in 1333,
, Wordt feitelijk burggraaf van Montfoort door het ingrijpen van graaf Willem 11129-3-1323 en belooft hem en zijn nakomelingen altijd te zullen dienen en helpen 14-4-1323; stelt zich borg voor zijn neef Hubrecht de Scenke die belooft hem schadeloos te zullen stellen 24-6-1325; verzoent zich met zijn vader en draagt hem het bestuur van Montfoort weer over 26-4-1327; wordt na de dood van zijn vader door de bisschop van Utrecht beleend met het huis Montfoort als een erfleen en met al het goed dat zijn vader van de bisschop gehouden heeft 2-1-1331.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Zweder II  †1375   


Otto II van Bentheim
Otto II graaf van Bentheim, burggraaf Utrecht 1248-1277, graaf van Bentheim 1248, Tecklenburg 1264, ovl. circa 1279,
, in 1277 schenkt graaf Otto van Bentheim de kerk en de tienden van Bemmel aan de Duitse Orde waar hij al op 1nov 1268 lid van is geworden.

tr. voor 23 apr 1246
met

Helewigis (Mathilde) van Tecklenburg [PID: 64000454]], dr. van Otto II Graf van Tecklenburg en Mechthild von Schauenburg, ovl. circa 1253.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Egbert I*1253  †1305  51


Helewigis van Tecklenburg
Helewigis (Mathilde) van Tecklenburg [PID: 64000454]], ovl. circa 1253.

tr. voor 23 apr 1246
met

Otto II graaf van Bentheim, zn. van Boudewijn I van Bentheim (graaf van Bentheim 1208) en Jutta van Limburg, burggraaf Utrecht 1248-1277, graaf van Bentheim 1248, Tecklenburg 1264, ovl. circa 1279,
, in 1277 schenkt graaf Otto van Bentheim de kerk en de tienden van Bemmel aan de Duitse Orde waar hij al op 1nov 1268 lid van is geworden.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Egbert I*1253  †1305  51


Simon I van Lippe
Simon I van Lippe, heer van Lippe in 1275, 1285 selbständig, 1322/1356 Erwerb v.Schwalenberg, ovl. in 1344.

tr.
met

Adelheid van Waldeck, ovl. tussen 1339 en 1342.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mechteld  †1366   
Bernhard V  †1365   
Otto  †1360