Genealogische website van Cees Hagenbeek
Constantin Reynst
Constantin Reynst, ged. op 21 okt 1603, ovl. circa 1615 onderweg naar de Oost.


Gerard Reynst
Gerard Reynst, geb. in 1599, ovl. in 1658,
, de gebroeders Jan en Gerard Reynst waren in de 17de eeuw welvarende kooplieden in Amsterdam. Hun huis was een privť-museum van oudheden en kunst, waaronder sculptuur uit Griekenland en Rome. De broers verwierven hun collectie vooral via hun kantoor in VenetiŽ. In de loop der tijd raakten de beelden nogal beschadigd. Vroeger werden ze dan vaak opgeknapt met eigentijds marmer. De toevoegingen zijn nu weer verwijderd, maar worden vanwege hun historische waarde bewaard. Samen met de voeten en handen die wŤl antiek zijn, is deze collectie Reynst een curieus verschijnsel in de depots van het museum. De oudste verzameling sculptuur uit Griekenland en Rome in Nederland was in de 17e eeuw te vinden in de verzameling van de gebroeders Reynst te Amsterdam. Gerard Reynst (1599-1658) en zijn jongere broer Jan (1601-1646) waren welgestelde en invloedrijke kooplieden in de periode dat Amsterdam zijn gouden eeuw beleefde. In hun huis 'De Hoop' aan de Keizersgracht (nr. 209) waren naast een grote verzameling sculptuur ook Egyptische oudheden, muntcollecties, meer dan 200 Italiaanse schilderijen, boeken en rariteiten te zien. Dit privťmuseum trok vele belangrijke bezoekers, onder wie Amalia van Solms en Cosimo de Medici.
De oorsprong van de collectie antieke sculptuur van de gebroeders Reynst ligt in VenetiŽ. Jan Reynst had hier in 1625 een dependance van het handelshuis geopend en ervoor gekozen zijn zaken in de Dogenstad persoonlijk te leiden. In 1629 slaagde hij erin de privť-collectie van Andrea Vendramin te verwerven, die ondermeer 230 oudheden en 140 schilderijen omvatte. Hij zond de collectie op naar Amsterdam, waar ze in het huis 'De Hoop' werd opgesteld. In 1660 werden twaalf beelden uit deze verzameling gekocht om deel uit te maken van de Dutch Gift a Gift aan de Engelse koning.
Gerard Reynst besloot zijn belangrijke schilderijen- en sculptuurverzameling ook te publiceren. Een selectie van 112 beelden verscheen in de jaren 1668-9 als de Signorum Veterum Icones ('Afbeeldingen van antieke beelden'). De titelpagina is van de hand van Gerard de Lairesse en laat zien hoe Vader Tijd met zijn zeis de overblijfselen van de oudheid te lijf gaat. De personificatie van het verstand (Prudentia) houdt hem echter in toom. Het verstand heeft het vermogen om het verleden te beoordelen, ordening in het heden te brengen en de toekomst te voorzien. Indirect prijst deze titelpagina Reynst om zijn bescherming van de antieke beelden tegen de blinde woede van de Tijd. Na de dood van Gerard Reynst (hij verdronk in 1646 in de Keizersgracht) raakte zijn verzameling verspreid over binnen- en buitenlandse verzamelingen. Een klein gedeelte van zijn beelden kwam via de collectie Van Papenbroek in de 18de eeuw in het bezit van de Leidse universiteit en maakte zo deel uit van de kern van het huidige bezit aan Griekse en Romeinse sculptuur in het Rijksmuseum van Oudheden (zie inleiding). Op de platen uit de publicatie Signorum Veterum Icones zijn vrijwel alle stukken ongehavend en compleet afgebeeld. In werkelijkheid is maar een gering gedeelte van de antieke sculptuur in perfecte staat tot ons gekomen. Vooral de uŪtstekende delen van beelden hebben in de loop der tijden om verschillende redenen veel te lijden gehad: neuzen, armen, handen, voeten en schaamdelen. Dit geldt ook voor de stukken uit de Reynst-collectie. Vanaf de 16de en 17de eeuw was het echter gebruikelijk om incomplete stukken antieke sculptuur met modern marmer aan te vullen, om de esthetische en de geldelijke waarde te verhogen. Men schrok er zelfs niet voor terug om verschillende stukken marmer tot ťťn nieuw beeld samen te voegen.
De oudheidkundige Clarac bekritiseerde in 1850 de Icones vooral om het feit dat deze 16de- en 17de-eeuwse restauraties geheel niet aangegeven waren.
Tegenwoordig zijn de antieke beelden grotendeels van de latere toevoegingen ontdaan, maar omwille van de historische waarde worden de losse armen, benen, handen en voeten wel bewaard. Samen met de wťl antieke handen en voeten vormen deze stukken een curieus onderdeel in de magazijnen, dat doorgaans aan de bezoekers van een archeologisch museum onbekend blijft.

tr. circa 1631, kregen 9 kinderen
met

Anna Schuijt


Jan Reynst
Jan Reynst, geb. Amsterdam in 1601, ovl. VenetiŽ [ItaliŽ] in 1646,
, hij was koopman handelaren in zout en graan in Amsterdam en samen met zijn oudere broer, de advocaat Gerard verzamelde hij kunst. In 1625 vestigde hij zich in VenetiŽ. In 1629 slaagde hij erin de privť-collectie van Andrea Vendramin te verwerven, die onder meer 230 oudheden en 140 schilderijen omvatte. In 1646 trok hij als onderhandelaar voor de Staten-Generaal der Nederlanden naar Frankrijk. Hij werd opgenomen in de Orde van de Heilige MichaŽl. Jan Reynst nam zijn neef Michiel Hinlopen mee naar ItaliŽ, die daar begon te verzamelen en Nicolaas Heinsius ontmoette. Reynst werd begraven in een kerk in de lagunestad, de Santa Maria Formosa, waar zes beroemde schilderijen van Palma Vecchio hangen.
Tijdens zijn leven maar ook na zijn dood werden de Romeinse beelden en Italiaanse schilderijen van Federico Barocci, Bassano, Bellini, Paris Bordone, Pordenone, Palma Vecchio Giorgione, Lorenzo Lotto, Parmigianino, Guido Reni, Giulio Romano, Tintoretto, Titian, Andrea Schiavone, Perugino, Antonello da Messina, Francesco Gessi, Giovanni Busi, Bernardo Strozzi en Paolo Veronese verscheept naar Amsterdam. De enige noordelijke kunstenaar vertegenwoordigd was Pieter van Laer. Maria de' Medici, Amalia van Solms en Cosimo III de' Medici kwamen langs om de collectie te bewonderen. Al in 1650 probeerde Gerard de collectie beelden te verkopen aan de burgemeesters voor het nieuwe stadhuis. Ook Christina I van Zweden wees een aanbod af. Kort voor zijn dood heeft Gerard 33 schilderijen en 110 beelden de collectie laten vastleggen in afbeeldingen.
In 1660 werden twaalf beelden en 24 schilderijen uit deze verzameling gekocht om deel uit te maken van de Dutch Gift aan koning Karel II van Engeland. Het geschenk was georganiseerd door de Amsterdamse burgemeesters Cornelis en Andries de Graeff en enkele andere regenten na de dood van Jan en Gerard Reynst (1599-1658), die verdronk voor zijn huis op Keizersgracht 209. De Staten van Holland betaalden 80.000 gulden voor de werken.
In 1670 werd de collectie in het openbaar verkocht. Een groot deel kwam terecht bij Gerrit Uylenburgh, die op zijn beurt een aantal werken aanbod aan de Grote Keurvorst, die de beelden behield maar de schilderijen als vervalsingen beschouwde. De Jacopo Palma kwam terecht in de Collectie Six; ook Nicolaes Witsen behoorde tot de gelukkigen. In 1671 kocht zijn zoon Jan Reynst een huis op de Oudezijds Achterburgwal. Het schilderij van Schiavone werd opgenomen in het interieur en is nog steeds te zien in Museum Amstelkring. Een klein gedeelte van zijn beelden kwam via de collectie Gerard van Papenbroek in de 18de eeuw in het bezit van de universiteit van Leiden en maakte zo deel uit van de kern van het huidige bezit aan Griekse en Romeinse sculptuur in het Rijksmuseum van Oudheden.


Weijntje Reynst
Weijntje Reynst.

tr. circa 1620
met

Isaac Coymans


Vranck Symonsz
Vranck Symonsz.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jacob  Ü1562 Pijnacker  


Catharina Reynst
Catharina Reynst.

tr. Amsterdam op 5 jun 1612, kregen 12 kinderen
met

Samuel Blommaert, geb. Antwerpen [BelgiŽ] op 11 aug 1583, ovl. Amsterdam op 23 dec 1651,
, was een koopman, afkomstig uit een familie van goudsmeden en diamanthandelaren. Hij was overduidelijk geÔnteresseerd in kostbare metalen, delfstoffen en mineralen. In 1602 verbleef hij langere tijd in Benin. In de jaren 1605-1606 verbleef hij op Borneo. Blommaert was bewindhebber van de Westindische Compagnie van 1622 tot 1629 en opnieuw van 1636 tot 1642. Tijdens deze laatste periode was hij consul van Zweden in de Republiek en speelde een belangrijke maar dubieuse rol in de expeditie van Peter Minuit leidend tot het uitroepen van de kolonie Nieuw-Zweden. In 1645 werd hij voor de derde keer benoemd als bewindhebber van de WIC, als zijnde een van de belangrijkste investeerders


Samuel Blommaert
Samuel Blommaert, geb. Antwerpen [BelgiŽ] op 11 aug 1583, ovl. Amsterdam op 23 dec 1651,
, was een koopman, afkomstig uit een familie van goudsmeden en diamanthandelaren. Hij was overduidelijk geÔnteresseerd in kostbare metalen, delfstoffen en mineralen. In 1602 verbleef hij langere tijd in Benin. In de jaren 1605-1606 verbleef hij op Borneo. Blommaert was bewindhebber van de Westindische Compagnie van 1622 tot 1629 en opnieuw van 1636 tot 1642. Tijdens deze laatste periode was hij consul van Zweden in de Republiek en speelde een belangrijke maar dubieuse rol in de expeditie van Peter Minuit leidend tot het uitroepen van de kolonie Nieuw-Zweden. In 1645 werd hij voor de derde keer benoemd als bewindhebber van de WIC, als zijnde een van de belangrijkste investeerders.

tr. Amsterdam op 5 jun 1612, kregen 12 kinderen
met

Catharina Reynst, dr. van Gerard Reynst (Gouverneur-Generaal van Nederlands-IndiŽ in 1614) en Margaretha Niquet


Isaac Coymans
Isaac Coymans.

tr. circa 1620
met

Weijntje Reynst, dr. van Gerard Reynst (Gouverneur-Generaal van Nederlands-IndiŽ in 1614) en Margaretha Niquet


Anna Schuijt
Anna Schuijt.

tr. circa 1631, kregen 9 kinderen
met

Gerard Reynst, zn. van Gerard Reynst (Gouverneur-Generaal van Nederlands-IndiŽ in 1614) en Margaretha Niquet, geb. in 1599, ovl. in 1658,
, de gebroeders Jan en Gerard Reynst waren in de 17de eeuw welvarende kooplieden in Amsterdam. Hun huis was een privť-museum van oudheden en kunst, waaronder sculptuur uit Griekenland en Rome. De broers verwierven hun collectie vooral via hun kantoor in VenetiŽ. In de loop der tijd raakten de beelden nogal beschadigd. Vroeger werden ze dan vaak opgeknapt met eigentijds marmer. De toevoegingen zijn nu weer verwijderd, maar worden vanwege hun historische waarde bewaard. Samen met de voeten en handen die wŤl antiek zijn, is deze collectie Reynst een curieus verschijnsel in de depots van het museum. De oudste verzameling sculptuur uit Griekenland en Rome in Nederland was in de 17e eeuw te vinden in de verzameling van de gebroeders Reynst te Amsterdam. Gerard Reynst (1599-1658) en zijn jongere broer Jan (1601-1646) waren welgestelde en invloedrijke kooplieden in de periode dat Amsterdam zijn gouden eeuw beleefde. In hun huis 'De Hoop' aan de Keizersgracht (nr. 209) waren naast een grote verzameling sculptuur ook Egyptische oudheden, muntcollecties, meer dan 200 Italiaanse schilderijen, boeken en rariteiten te zien. Dit privťmuseum trok vele belangrijke bezoekers, onder wie Amalia van Solms en Cosimo de Medici.
De oorsprong van de collectie antieke sculptuur van de gebroeders Reynst ligt in VenetiŽ. Jan Reynst had hier in 1625 een dependance van het handelshuis geopend en ervoor gekozen zijn zaken in de Dogenstad persoonlijk te leiden. In 1629 slaagde hij erin de privť-collectie van Andrea Vendramin te verwerven, die ondermeer 230 oudheden en 140 schilderijen omvatte. Hij zond de collectie op naar Amsterdam, waar ze in het huis 'De Hoop' werd opgesteld. In 1660 werden twaalf beelden uit deze verzameling gekocht om deel uit te maken van de Dutch Gift a Gift aan de Engelse koning.
Gerard Reynst besloot zijn belangrijke schilderijen- en sculptuurverzameling ook te publiceren. Een selectie van 112 beelden verscheen in de jaren 1668-9 als de Signorum Veterum Icones ('Afbeeldingen van antieke beelden'). De titelpagina is van de hand van Gerard de Lairesse en laat zien hoe Vader Tijd met zijn zeis de overblijfselen van de oudheid te lijf gaat. De personificatie van het verstand (Prudentia) houdt hem echter in toom. Het verstand heeft het vermogen om het verleden te beoordelen, ordening in het heden te brengen en de toekomst te voorzien. Indirect prijst deze titelpagina Reynst om zijn bescherming van de antieke beelden tegen de blinde woede van de Tijd. Na de dood van Gerard Reynst (hij verdronk in 1646 in de Keizersgracht) raakte zijn verzameling verspreid over binnen- en buitenlandse verzamelingen. Een klein gedeelte van zijn beelden kwam via de collectie Van Papenbroek in de 18de eeuw in het bezit van de Leidse universiteit en maakte zo deel uit van de kern van het huidige bezit aan Griekse en Romeinse sculptuur in het Rijksmuseum van Oudheden (zie inleiding). Op de platen uit de publicatie Signorum Veterum Icones zijn vrijwel alle stukken ongehavend en compleet afgebeeld. In werkelijkheid is maar een gering gedeelte van de antieke sculptuur in perfecte staat tot ons gekomen. Vooral de uŪtstekende delen van beelden hebben in de loop der tijden om verschillende redenen veel te lijden gehad: neuzen, armen, handen, voeten en schaamdelen. Dit geldt ook voor de stukken uit de Reynst-collectie. Vanaf de 16de en 17de eeuw was het echter gebruikelijk om incomplete stukken antieke sculptuur met modern marmer aan te vullen, om de esthetische en de geldelijke waarde te verhogen. Men schrok er zelfs niet voor terug om verschillende stukken marmer tot ťťn nieuw beeld samen te voegen.
De oudheidkundige Clarac bekritiseerde in 1850 de Icones vooral om het feit dat deze 16de- en 17de-eeuwse restauraties geheel niet aangegeven waren.
Tegenwoordig zijn de antieke beelden grotendeels van de latere toevoegingen ontdaan, maar omwille van de historische waarde worden de losse armen, benen, handen en voeten wel bewaard. Samen met de wťl antieke handen en voeten vormen deze stukken een curieus onderdeel in de magazijnen, dat doorgaans aan de bezoekers van een archeologisch museum onbekend blijft


Joost Jan Thielmansz van Gerwen
Joost Jan Thielmansz van Gerwen.

tr. (1) in 1529
met

Ida Millinck, dr. van Lambrecht Millinck en Elisabeth , geb. circa 1508.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lambert  Ü1604   

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan     


Ida Millinck
Ida Millinck, geb. circa 1508.

tr. in 1529
met

Joost Jan Thielmansz van Gerwen, een zoon.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Lambert  Ü1604   


Lambrecht Millinck
Lambrecht Millinck, geb. circa 1483.

tr.
met

Elisabeth .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ida*1508     


Elisabeth
Elisabeth .

tr.
met

Lambrecht Millinck, geb. circa 1483.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ida*1508     


Marijtie Pardon
Marijtie Pardon, ged. Leiden (Hooglandse Kerk) op 30 sep 1736 (getuigen: haar grootvader Jan Rosier en haar grootmoeder Jannetje Segers).

otr. Leiden op 12 mei 1759 (getuigen: Lodewijk Janse, vader en Marijtje Rosier, moeder)
met

Lodewijk Jansze.

Bronnen:
1.K.O. register MM Leiden (T 045), RA Leiden, DTB Leiden, MM 36, Ned. Herv., Leiden, 1734 (14 apr 1736 blz. 263)


Jan Pardon
Jan Pardon de naam zijn vader luidt: Gelaude Claessen, ged. Leiden (Pieterskerk) op 27 jul 1689 gedoopt onder de naam Johannes Gelaude (getuigen: Jacemijntje Daniels van Loo en Pieter Fijngesel), spinner.

otr. Leiden op 11 jan 1710 (getuigen: zijn moeders andere man Johannes Adriaansz van Straetsburgh, bruidegom: Jan van Straatsburgh aenbehuwdvader (schoonvader) Cataline Vesteeg (Veststeeg) en getuige bruid: Maria de Vos moeder Doelagtergragt)2,3
met

Maria van de Kasteele, dr. van Abraham Andriesz Casteel (greinwever) en Marya de Vos, ged. Leiden (Hooglandse Kerk) op 16 feb 1687 (getuigen: Judith de Boon en Jacob Verstraaten).

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Abraham~1714 Leiden    13 
Johannes~1712 Leiden (Pieterskerk)    
Jacoba~1717 Leiden (Hooglandse Kerk)    
Katrijna~1719 Leiden (Hooglandse Kerk)    



Bronnen:
1.K.O. register BB Leiden (T 096), RA Leiden, DTB Leiden, BB 26, NH, Leiden, 1694 (10 dec 1694 blz. 37)
2.K.O. register EE Leiden (T 051), RA Leiden, DTB Leiden, EE 29, Ned.Herv., Leiden, 1708 (11 jan 1710 blz. 194)
3.Ondertrouwboek Leiden (T 319), RA Leiden, DTB Leiden 1004, Inventarisnr.: 109, Hooglandse Kerk, Leiden, van 27 mei 1707 tot 24 sep 1711  (9 jan 1711 blz. 141)


Johannes Pardon
Johannes Pardon (Predon), ged. Leiden (Pieterskerk) op 3 aug 1712 (getuige: Rebecca van de Kasteelen), warmoesierknegt, doopgetuige van zijn neef Michiel Pardon Leiden (Hooglandse Kerk) op 8 aug 1754, ondertrouw getuige van zijn broer Abraham Pardon en Marijtje Rosier, doopgetuige van zijn neef Jacobus Pardon Leiden (Pieterskerk) op 16 jun 1746.

otr. (1) Leiden op 6 jun 1744 (getuigen: bruidegom: Abraham Pardon, broeder, wonende op de Nieuwe Voldersgragt en getuige bruid: Maria Tilburg, moeder, wonende op de Binnevestgragt omtrent de Zegersteeg)
met

Lijsje (Elisabeth, Lijsbeth) de Wit, doopgetuige van haar neef Michiel Pardon Leiden (Hooglandse Kerk) op 8 aug 1754, doopgetuige van haar neef Jacobus Pardon Leiden (Pieterskerk) op 16 jun 1746, ondertrouw getuige van Johannes Adriaansz van Straetsburgh en Lijsbeth Carels Leiden op 10 dec 1694.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan~1748 Leiden (Hooglandse Kerk)    
Willem~1750 Leiden (Pieterskerk)    
Jan~1744 Leiden (Hooglandse Kerk)    

tr. (2) Leiden op 2 apr 1735 (getuigen: bruidegom:Pieter van Straetsburg zijn oom en getuige bruid:Catharina Lucie haar moeder)
met

Maria de Pon (Marij du Pon, Dupon, Dupont), ovl. voor jun 1744.

Uit dit huwelijk 2 dochters:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria~1735 Leiden (Hooglandse Kerk)    
Katrijn~1737 Leiden (Pieterskerk)    



Bronnen:
1.K.O. register EE Leiden (T 051), RA Leiden, DTB Leiden, EE 29, Ned.Herv., Leiden, 1708 (11 jan 1710 blz. 194)
2.Ondertrouwboek Leiden (T 319), RA Leiden, DTB Leiden 1004, Inventarisnr.: 109, Hooglandse Kerk, Leiden, van 27 mei 1707 tot 24 sep 1711  (9 jan 1711 blz. 141)


Lijsje de Wit
Lijsje (Elisabeth, Lijsbeth) de Wit, doopgetuige van haar neef Michiel Pardon Leiden (Hooglandse Kerk) op 8 aug 1754, doopgetuige van haar neef Jacobus Pardon Leiden (Pieterskerk) op 16 jun 1746, ondertrouw getuige van Johannes Adriaansz van Straetsburgh en Lijsbeth Carels Leiden op 10 dec 1694.

otr. Leiden op 6 jun 1744 (getuigen: bruidegom: Abraham Pardon, broeder, wonende op de Nieuwe Voldersgragt en getuige bruid: Maria Tilburg, moeder, wonende op de Binnevestgragt omtrent de Zegersteeg)
met

Johannes Pardon (Predon), zn. van Jan Pardon (spinner) en Maria van de Kasteele, ged. Leiden (Pieterskerk) op 3 aug 1712 (getuige: Rebecca van de Kasteelen), warmoesierknegt, doopgetuige van zijn neef Michiel Pardon Leiden (Hooglandse Kerk) op 8 aug 1754, ondertrouw getuige van zijn broer Abraham Pardon en Marijtje Rosier, doopgetuige van zijn neef Jacobus Pardon Leiden (Pieterskerk) op 16 jun 1746, tr. (2) met Maria de Pon. Uit dit huwelijk 2 dochters.

Uit dit huwelijk 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan~1748 Leiden (Hooglandse Kerk)    
Willem~1750 Leiden (Pieterskerk)    
Jan~1744 Leiden (Hooglandse Kerk)    


Lodewijk Jansze
Lodewijk Jansze.

otr. Leiden op 12 mei 1759 (getuigen: Lodewijk Janse, vader en Marijtje Rosier, moeder)
met

Marijtie Pardon, dr. van Abraham Pardon (warmoesiersknegt) en Marijtje Rosier, ged. Leiden (Hooglandse Kerk) op 30 sep 1736 (getuigen: haar grootvader Jan Rosier en haar grootmoeder Jannetje Segers)


Sara Brulu
Sara (Saartje) Brulu (Saartje de Brander), ged. Leiden (Waalse Kerk) op 2 nov 1664 (getuigen: Andrť Heu, Jacob Paulis, Marguerite Noule en Marie Carette).



Bronnen:
1.K.O. register Q Leiden (T 084), RA Leiden, DTB Leiden, Q 16, NH, Leiden, van 1657 tot 1661 (7 mrt 1657 blz. 10)
2.K.O. register AA Leiden (T 130), RA Leiden, DTB Leiden, AA 25, NH, Leiden, 1692 (5 jul 1692 blz. 158)


Jannetje Nieufoort
Jannetje Nieufoort.



Bronnen:
1.K.O. register AA Leiden (T 130), RA Leiden, DTB Leiden, AA 25, NH, Leiden, 1692 (14 mrt 1692 blz. 161)
2.Weeskamer Leiden (WL 015), RA Leiden, Inventarisnr.: 3, RBS nummer en blz.: 317, Acte van Seclusie, procuratie kinderen, Leiden, 19 sep 1751 (19 sep 1751)