Genealogische website van Cees Hagenbeek
Abraham Ariensz Patijn
Abraham Ariensz Patijn, geb. Maasland circa 1652, ovl. in 1702.

tr. Maasland op 11 nov 1674
met

Trijntje Noordervliet, dr. van Jan Willemsz Noordervliet en Marijtjen Crijnen van Marckenburch, ged. Maasland op 2 feb 1653.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem~1679 Maasland †1730  50


Willem Abrahamsz Patijn
Willem Abrahamsz Patijn, ged. Maasland op 19 mrt 1679, ovl. in 1730.


Doe Stevens
Doe Stevens, ovl. in 1606.

een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Sara     


Frans de Bruin
Frans de Bruin, geb. Monster circa 1738, broodbaker, ovl. Maassluis op 17 feb 1814.

tr.
met

Maartje van der Gaag, dr. van Hendrik van der Gaag (timmermansbaas) en Margaretha Aalbeek, geb. Maassluis circa 1736, ovl. Maassluis op 24 dec 1821


NN Gerhardsdr van Heinsberg
NN Gerhardsdr van Heinsberg.

tr.
met

Harper II von Randerath van Boxstel, ovl. na 1109,
, vermeld 1084-1109


Ida van Boulogne
Ida van Boulogne, geb. circa 1040, ovl. in 1106,
, Overleden 1106, huwt ca 1070 Herman van Malsen, geboren ca 1040, vermeld 1057-ca.1080; graaf van Cuyck, 1061 burggraaf van Utrecht. Waarschijnlijk door Hendrik IV met Cuyck beleend.
NOTA BENE: Ida van Boulogne blijkt een fantasienaam te zijn. Haar naam is hypothisch en recent betwijfeld, en haar vermeende vader Eustache II van Boulogne had voorzover gereconstrueerd kan worden geen dochter Ida gehad hebben.

tr. circa 1070
met

Herman van Malsen in de Betuwe (van Kuyc), zn. van Unruoch van Kempenland (Graaf in de Kempengouw 1047-1073) en N.N. van Isla en Lake, geb. circa 1040, Vice-graaf van Utrecht 1061, ovl. na 1080,
, Vermeld 1057-ca. 1080, vermoedelijk door keizer Hendrik IV (1056-1105) beleend met het land van Kuijc voor 1096, vice-graaf van Utrecht 1061. Met de regering van Herman I (1048-'68) begint voor de geschiedenis van de heren van Kuyc het eigenlijke historische tijdvak. Vanaf die tijd kunnen regelmatig de opvolgingen in het bestuur worden vastgesteld, mede door sinds die tijd bewaard gebleven oorkonden;
hij raakte in 1058 - samen met bisschop Willem van Utrecht, Lambertus III, graaf van Leuven, Wichard, voogd van Gelre, Anno, aartsbisschop van Keulen, Theoduinus, bisschop van Luik, en Egbert I, markgraaf van Brandenburg -, in oorlog met Floris I van Holland, omdat deze laatste was begonnen eigenmachtig tol te heffen op koopwaren die langs de rivieren in zijn gebied werden vervoerd, en bovendien onrechtmatig goederen in zijn bezit had, o.a. van het bisdom Utrecht. De verbondenen trokken als trouwe onderdanen en leenmannen van de keizer (het recht van watertol behoorde tot de z.g. regalia, d.w.z. aan de keizer als leenheer), maar natuurlijk ook uit welbegrepen eigenbelang, tegen Floris I te velde. Deze laatste, die zich legerde bij Oud-Heusden, werd gesteund door de West-Friezen. Omdat hij er echter van overtuigd was dat hij in kracht voor zijn tegenstanders zou moeten onderdoen, nam hij zijn toevlucht tot een list. Hij liet het hem omringende terrein uitgraven en de ontstane kuilen met rijshout en graszoden overdekken.
Ten gevolge daarvan stortten de aanvallers in de gegraven diepten, waar zij door elkaar verpletterd, of door de troepen van Floris, die een volledige overwinning behaalde, afgemaakt werden. Deze gebeurtenis maakte echter geen einde aan de oorlog; op 18 juni 1061 werd opnieuw slag geleverd, nu bij Nederhemert, een dorp tegenover Heusden, in de Bommelerwaard. De voorhoede van Floris' tegenstanders, die bestonden uit troepen van Keulen, Brandenburg en Cuijk, werd door de Hollandse graaf onmiddellijk aangegrepen en spoedig verslagen. De weggevluchte en hier en daar verstrooide vijanden verenigden zich echter langzamerhand weer en terwijl de vermoeide Hollandse krijgslieden onder het geboomte langs de Maas uitrustten, werden zij onverwacht door Herman I aangevallen. Na een schitterende verdediging vond Floris met nog honderden van zijn manschappen de dood.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrick I*1070  †1108  38
Andreas*1075  †1139  64
Godfried*1070  †1134  64
Heilwig*1075  †1128  53


Godfried van Verdun
Godfried van Verdun (Godefred Markgraf v. Eenham, alias: Godfried de Gevangene), geb. tussen 935 en 940, graaf van Verdun 965, graaf van Henegouwen 973-995, 960-963 Graf im Bid- und Methingau, ovl. op 4 sep 1005.

tr. circa 963
met

Mathilde Billung von Sachsen, dr. van Herman Billung van Saksen en Hildegard von Westfalen, ovl. op 25 mei 1008, tr. (1) met Boudewijn III van Vlaanderen. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerberga     
Frederik  †1022   
Gothelo I*967  †1044  77
NN     


Herman Billung van Saksen
Herman Billung van Saksen, geb. circa 905, ovl. Quedlinburg (D) op 27 mrt 973.

relatie
met

Hildegard von Westfalen, geb. circa 902, ovl. circa 944.

Uit deze relatie 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bernhard I  †1011   
Mathilde  †1008   
Swanhilde  †1014 Kloster Jena [Duitsland]  


Hildegard von Westfalen
Hildegard von Westfalen, geb. circa 902, ovl. circa 944.

relatie
met

Herman Billung van Saksen, zn. van Billung van Saksen (graaf van Saksen) en Frederun , geb. circa 905, ovl. Quedlinburg (D) op 27 mrt 973.

Uit deze relatie 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Bernhard I  †1011   
Mathilde  †1008   
Swanhilde  †1014 Kloster Jena [Duitsland]  


Hendrik I van Stade
Hendrik I van Stade, graaf van Staden, ovl. op 9 mei 976,
, der Kahle, 964 Erbauer der Burg Harsefeld.

tr. (1) voor 946
met

Judith van Wettergau, dr. van Udo I Graf Im Ufgau en Adele van Vermandois, ovl. op 16 okt 973.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Siegfried II*965  †1034  69
Udo I*948  †994  46

tr. (2) circa 973
met

Hildegard von Reinhausen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hildegard*974  †1011  37


Hildegard von Reinhausen
Hildegard von Reinhausen.

tr. circa 973
met

Hendrik I van Stade, zn. van Liuthar II van Stade (graaf van Stade) en Swanhilde , graaf van Staden, ovl. op 9 mei 976,
, der Kahle, 964 Erbauer der Burg Harsefeld, tr. (1) met Judith van Wettergau. Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hildegard*974  †1011  37


Judith van Wettergau
Judith van Wettergau, ovl. op 16 okt 973.

tr. voor 946
met

Hendrik I van Stade, zn. van Liuthar II van Stade (graaf van Stade) en Swanhilde , graaf van Staden, ovl. op 9 mei 976,
, der Kahle, 964 Erbauer der Burg Harsefeld, tr. (2) met Hildegard von Reinhausen. Uit dit huwelijk een dochter.

Uit dit huwelijk 6 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Siegfried II*965  †1034  69
Udo I*948  †994  46


Bertold I im Baierischen Nordgau
Bertold I im Baierischen Nordgau, geb. circa 915, ovl. op 15 jan 980,
, Berthold II.?, 960 Graf im Radenzgau, 961 Graf a.d.Unteren Naab, 973 Graf im Volkfeld, Graf vom Ammertal, 976 Markgraf, zu Cham im Nordgau, 980 im östlichen Franken, v.Schweinfurt (baierische Mark), 955 Graf v.Scheyern, Luitpoldinger?/Babenberger?, Erwähnt 941-980. Verschiedene Autoren erfinden einen Grafen Heinrich als seinen Vater, andere behaupten, Heinrich mit dem goldenen Wagen sei es. Tyroller führt zu seiner Abstammung an: (a) die Namen Berthold und Liutpold (sein Bruder) sind liutpoldingisch; ihre Paarung beseitige auch den leistesten Zweifel. Sie stehen in der Generationenfolge da, wo man sie unbedingt erwartet und wo ihr Fehlen auffallen würde. (b) Die Besitzungen Bertholds, sowohl das von dem Markgrafen Liutpold (+ 907) durch seine entscheidende Teilnahme an der Niederwerfung der Babenberger erworbene und von Arnulf besessene ostfränkische Gebiet als auch die nach Engildeo von Liutpold und Arnulf (?) besessene Markgrafschaft auf dem Nordgau, beweisen denselben Zusammenhang. (c) Der von Heinrich von Schweinfurt erhobene Anspruch auf das baierische Herzogtum wird nur verständlich, wenn man weiß, daß er ein Enkel des Herzogs Arnulf war, der die bisherige Zurückhaltung erst aufgab, als der Liudolfinger Heinrich II. als König das Herzogtum abgeben wollte. 941 wird {\sf comes Bertoldus} von König Otto I. mit der Bewachung des Lothar von Walbeck in Baiern beauftragt, später dessen Schwiegersohn durch die Tochter Eila (Thietmar ed. Holtzmann 62). Am 20.1.945 tauscht Graf Berchthold mit Eichstätt Güter zu Schambach und Gungolding (Heidingsfelder, Eichst. Reg. n 120). 953, nach dem Tode seines Bruders Eberhard, wird Berthold Haupt der Familie und erhält in der Folge den seit dem Tode des Großvaters ruhenden Markgrafentitel und alle herkömmlichen Lehen d.i. Grafschaften. 10.9.960 Besitz im Radenzgau in der Grafschaft Berehtolds (DD 1, 299 f.n 217). 4.2.961 Premberg im Nordgau liegt in der Grafschaft an der unteren Naab des Grafen Berthold (DD 1, 301 f. n 219). 27.6.973: Bamberg und Nendilin Uraha (Herzogenaurach) liegen in der Volkfeldgrafschaft des Grafen Berachtold (DD 2, 53 f. n 44). 974 {\sf ingenium Berahtoldi} vereitelt den Aufstand des Liudolfingers Heinrich II. (Annales Altah. maiores ed. Oefele 12). 976 Bürgerkrieg zwischen Herzog Heinrich II. und {\sf Perhtolfus marchicomes} (Arnold v.St. Emmeram SS 4, 568). 21.7.976 Graf Perhtold hat einen Hof zu Regensburg (DD 2, 150 n 134). 13.8.979 {\sf comes Bertoldus} tadelt Otto II. wegen der Enthauptung des Grafen Gero (Thietmar ed. Holtzmann 108). Anfang 980 {\sf Perahtolt de orientali Frantia comes (marchiocomes)} gibt mit Gattin H(eilica) in tödlicher Krankheit Besitz nach St. Emmeram, Heilica und ihr Sohn übergeben ihn (nQ 8, 190 f. n 210). Seiner wird gedacht in den Annales Fuldenses.

relatie
met

Helksuinda (Eilika) van Walbeck, dr. van Lothar II Graf van Walbeck (graaf van Walbeck) en Mathilde von Arneburg, ovl. op 19 aug 1015.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*975  †1017  42


Helksuinda van Walbeck
Helksuinda (Eilika) van Walbeck, ovl. op 19 aug 1015.

relatie
met

Bertold I im Baierischen Nordgau, zn. van Heinrich ? , geb. circa 915, ovl. op 15 jan 980,
, Berthold II.?, 960 Graf im Radenzgau, 961 Graf a.d.Unteren Naab, 973 Graf im Volkfeld, Graf vom Ammertal, 976 Markgraf, zu Cham im Nordgau, 980 im östlichen Franken, v.Schweinfurt (baierische Mark), 955 Graf v.Scheyern, Luitpoldinger?/Babenberger?, Erwähnt 941-980. Verschiedene Autoren erfinden einen Grafen Heinrich als seinen Vater, andere behaupten, Heinrich mit dem goldenen Wagen sei es. Tyroller führt zu seiner Abstammung an: (a) die Namen Berthold und Liutpold (sein Bruder) sind liutpoldingisch; ihre Paarung beseitige auch den leistesten Zweifel. Sie stehen in der Generationenfolge da, wo man sie unbedingt erwartet und wo ihr Fehlen auffallen würde. (b) Die Besitzungen Bertholds, sowohl das von dem Markgrafen Liutpold (+ 907) durch seine entscheidende Teilnahme an der Niederwerfung der Babenberger erworbene und von Arnulf besessene ostfränkische Gebiet als auch die nach Engildeo von Liutpold und Arnulf (?) besessene Markgrafschaft auf dem Nordgau, beweisen denselben Zusammenhang. (c) Der von Heinrich von Schweinfurt erhobene Anspruch auf das baierische Herzogtum wird nur verständlich, wenn man weiß, daß er ein Enkel des Herzogs Arnulf war, der die bisherige Zurückhaltung erst aufgab, als der Liudolfinger Heinrich II. als König das Herzogtum abgeben wollte. 941 wird {\sf comes Bertoldus} von König Otto I. mit der Bewachung des Lothar von Walbeck in Baiern beauftragt, später dessen Schwiegersohn durch die Tochter Eila (Thietmar ed. Holtzmann 62). Am 20.1.945 tauscht Graf Berchthold mit Eichstätt Güter zu Schambach und Gungolding (Heidingsfelder, Eichst. Reg. n 120). 953, nach dem Tode seines Bruders Eberhard, wird Berthold Haupt der Familie und erhält in der Folge den seit dem Tode des Großvaters ruhenden Markgrafentitel und alle herkömmlichen Lehen d.i. Grafschaften. 10.9.960 Besitz im Radenzgau in der Grafschaft Berehtolds (DD 1, 299 f.n 217). 4.2.961 Premberg im Nordgau liegt in der Grafschaft an der unteren Naab des Grafen Berthold (DD 1, 301 f. n 219). 27.6.973: Bamberg und Nendilin Uraha (Herzogenaurach) liegen in der Volkfeldgrafschaft des Grafen Berachtold (DD 2, 53 f. n 44). 974 {\sf ingenium Berahtoldi} vereitelt den Aufstand des Liudolfingers Heinrich II. (Annales Altah. maiores ed. Oefele 12). 976 Bürgerkrieg zwischen Herzog Heinrich II. und {\sf Perhtolfus marchicomes} (Arnold v.St. Emmeram SS 4, 568). 21.7.976 Graf Perhtold hat einen Hof zu Regensburg (DD 2, 150 n 134). 13.8.979 {\sf comes Bertoldus} tadelt Otto II. wegen der Enthauptung des Grafen Gero (Thietmar ed. Holtzmann 108). Anfang 980 {\sf Perahtolt de orientali Frantia comes (marchiocomes)} gibt mit Gattin H(eilica) in tödlicher Krankheit Besitz nach St. Emmeram, Heilica und ihr Sohn übergeben ihn (nQ 8, 190 f. n 210). Seiner wird gedacht in den Annales Fuldenses.

Uit deze relatie een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*975  †1017  42


Heribert van Gleiberg
Heribert Graf van Gleiberg (von Kinziggau), geb. circa 925, ovl. in 992.

relatie
met

Irmtrud (Ermentrud, Imiza) von Avalgau, dr. van Meringoz Graf in Geldern Und Zütphen en Gerberga van Lotharingen.

Uit deze relatie 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerberga*970  †1036  66
Irmtrud  †1020   
Otto I*975  1031 Brauweiler (Abdij) [Duitsland] 56


Irmtrud von Avalgau
Irmtrud (Ermentrud, Imiza) von Avalgau.

relatie
met

Heribert Graf van Gleiberg (von Kinziggau), zn. van Udo I Graf Im Ufgau en Adele van Vermandois, geb. circa 925, ovl. in 992.

Uit deze relatie 4 kinderen, waaronder:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Gerberga*970  †1036  66
Irmtrud  †1020   
Otto I*975  1031 Brauweiler (Abdij) [Duitsland] 56


Diederik I van Opper-Lotharingen
Diederik I van Opper-Lotharingen, geb. circa 955, ovl. op 26 okt 1027,
, 978 Herzog, 1027-1032 Graf von Bar.

  • Vader:
    Frederik I Barbarossa hertog van Opper-Lotharingen, zn. van Wicheric van Verdun en Kunigunde van Westfalen, geb. circa 912, graaf van Bar, ovl. tussen 978 en 984,
    , 959 Graf von Bar, 959-984 Herzog, Vater: Otto v.Bar? Vogt der Abteien Moyen-Moutier und St.Michel. Erbauer der Veste Bar. Wird vom Erzbischof Bruno von Köln auf den Vorschlag der lothringischen Stände, zum Herzog ernannt. Er war den Ottonen stets treu und starb während einer Kriegsunternehmung gegen Frankreich, tr. in 954.
 

relatie
met

Richilde von Luneville, dr. van Folmar I van Metz (graaf van Metz) en Berta .

Uit deze relatie 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adela  †995   
Frederik  †1027   


Richilde von Luneville
Richilde von Luneville.

relatie
met

Diederik I van Opper-Lotharingen, zn. van Frederik I Barbarossa hertog van Opper-Lotharingen (graaf van Bar) en Beatrix van Francië, geb. circa 955, ovl. op 26 okt 1027,
, 978 Herzog, 1027-1032 Graf von Bar.

Uit deze relatie 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adela  †995   
Frederik  †1027   


Gerard II Flamens
Gerard II Flamens (Gerhardus Flamens Graf in der Betau u. im Teisterbant), geb. circa 1010, ovl. in 1082.

relatie
met

Bava Diederiksdr van Kleef van Hamaland, dr. van Diederik III van Kleef van Hamaland en NN van Teisterbant.

Uit deze relatie 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1035  †1082  47
Gerhard  †1085   
Dirk*1035  †1082 Bouillon [Frankrijk] 47


Bava Diederiksdr van Kleef van Hamaland
Bava Diederiksdr van Kleef van Hamaland.

relatie
met

Gerard II Flamens (Gerhardus Flamens Graf in der Betau u. im Teisterbant), zn. van Gerard I Flamens en NN van Verdun, geb. circa 1010, ovl. in 1082.

Uit deze relatie 3 zonen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hendrik*1035  †1082  47
Gerhard  †1085   
Dirk*1035  †1082 Bouillon [Frankrijk] 47