Genealogische website van Cees Hagenbeek
Hermann I von Gleiberg
Hermann I Graf von Gleiberg, geb. circa 1015, ovl. na 1075,
, 12-11-1036 erwähnt.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hermann II  †1104   


Botho van Pottenstein
Botho van Pottenstein (van Bothenstein), geb. na 24 dec 1027, ovl. op 1 mrt 1104,
, v.Bothenstein, 1055 als Teilnehmer an dem Aufstand gegen Heinrich III. (Fürstenverschwörung um Herzog Konrad) seiner Reichslehen (Straßgang, Eisengräzheim) verlustig erklärt. (DH III n332,359). 1074 Graf, Mitgründer v.Millstatt. Heiratet nach dem Tode seines Mitverschworenen, des Ezzoniden Kuno, Herzogs von Bayern (+ 1055) dessen Witwe Judith, eine Tochter Ottos v.Schweinfurt (+ 1057). ``{\sf Judithe nupsit Cononi duci Bawariorum illoque defuncto accepit eam Bodo quidam valde nobilis peperitque illi Adelheiden, ex qua Heinricus dux Lintburch genuit}..'' (Annalista Saxo ad annum 1036 SS 6, 679). 1060 Heldenkampf des``Grafen'' Boto gegen die Ungarn bei Wieselburg (Annal. Alah. maiores SS 20, 810). 1070 geächtet; 1074 Ranshofen, Graf von Pottenstein s.25. 1087 dominus Botho Teilnehmer an einer Bamberger Synode (Jaffe 5, 502). 2.9.1094 bestätigt Kaiser Heinrich IV. die Stiftung des bayerischen Fürsten Boto zu dem Kloster Theres (am Main östlich Schweinfurts) zum Jahresgedenken seiner Gattin Judith und der Herzoge Otto (v.Schweinfurt) und Kuno v. Bayern (DH IV. n 440 - unecht). Stirbt 1.3.1104 in der Nähe von Regensburg, begraben zu Theres (Frutolf-Ekkehard SS 6, 225 f; Necr. 2, 457). 1074 Graf von Pottenstein.

tr.
met

Judith van Schwaben van Schweinfurt, dr. van Otto II van Schweinfurt en Irmingard van Susa, ovl. voor 1104, tr. (2) met haar achterneef Koenraad van Zutphen. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Adelheid  †1107   


Hartwich II von Baiern
Hartwich II von Baiern, ovl. op 24 dec 1027,
, Pfalzgraf c. 1020. Nekrolog; 1025 {Hartwic palatinus comes} (als Graf im unteren Salzburggau) mit Pilgrim {\sl comes} (als Graf im Mattiggau) Zeuge des Prekarienvertrags zwischen der Kaiserinwitwe Kunigunde und Bischof Egilbert von Freising wegen Überlassung von Reichsgut im unteren Salzburggau und Mattiggau.
1025 Tauschvertrag zwischen Erzbischof Tietmar von Salzburg und dem Pfalzgrafen Hartwig, wobei dieser gegen Hingabe von Eigengut am Flusse Lasnitz den Zehnten auf seinen Eigengütern zu Straßgang (beides in der Steiermark) erwirbt. Zwischen 1017 und 1027 ist {Hartwicus aulicus comes} Inhaber von Tegernsee entfremdeten Gütern nördlich Freising (Arch. Zeitschr. nF. 20 (1940), 88 ff). 1027 nach dem 5.7. ist {Hartwicus comes} Zeuge bei Gutserwerb Passaus im Mattiggau (nQ 6, 89f. n105. Tod: Seeon Nekr. 2, 235. Vermutlich vor Friederune verheiratet. Im Seeoner Nekrolog sind mehrere Gräfinnen überliefert, die nicht identifiziert werden können.

tr.
met

Frideruna in Bayern, dr. van Reting Graf in Bayern en Glismund in Westsachsen, ovl. Millstatt [Duitsland],
, Fridarun, Fridrun. Wird sogleich nach dem Tode ihres Mannes anscheinend aus erbrechtlichen Gründen ins Kloster gesteckt. Frutolf-Ekkehard.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Botho*1027  †1104  76


Frideruna in Bayern
Frideruna in Bayern, ovl. Millstatt [Duitsland],
, Fridarun, Fridrun. Wird sogleich nach dem Tode ihres Mannes anscheinend aus erbrechtlichen Gründen ins Kloster gesteckt. Frutolf-Ekkehard.

tr.
met

Hartwich II von Baiern, zn. van Aribo I Pfalzgraf von Bayern en Adela von Bayern, ovl. op 24 dec 1027,
, Pfalzgraf c. 1020. Nekrolog; 1025 {Hartwic palatinus comes} (als Graf im unteren Salzburggau) mit Pilgrim {\sl comes} (als Graf im Mattiggau) Zeuge des Prekarienvertrags zwischen der Kaiserinwitwe Kunigunde und Bischof Egilbert von Freising wegen Überlassung von Reichsgut im unteren Salzburggau und Mattiggau.
1025 Tauschvertrag zwischen Erzbischof Tietmar von Salzburg und dem Pfalzgrafen Hartwig, wobei dieser gegen Hingabe von Eigengut am Flusse Lasnitz den Zehnten auf seinen Eigengütern zu Straßgang (beides in der Steiermark) erwirbt. Zwischen 1017 und 1027 ist {Hartwicus aulicus comes} Inhaber von Tegernsee entfremdeten Gütern nördlich Freising (Arch. Zeitschr. nF. 20 (1940), 88 ff). 1027 nach dem 5.7. ist {Hartwicus comes} Zeuge bei Gutserwerb Passaus im Mattiggau (nQ 6, 89f. n105. Tod: Seeon Nekr. 2, 235. Vermutlich vor Friederune verheiratet. Im Seeoner Nekrolog sind mehrere Gräfinnen überliefert, die nicht identifiziert werden können.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Botho*1027  †1104  76


Chadalhoh im Isengau
Chadalhoh Graf im Isengau.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aribo I*940  †1020  80


Reting in Bayern
Reting Graf in Bayern.

tr.
met

Glismund in Westsachsen, dr. van Immed IV Graf in Westsachsen en Adela gravin van Hamaland, tr. (2) met Adalbert I van de Oostmark. Uit dit huwelijk een zoon.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frideruna   Millstatt [Duitsland]  


Glismund in Westsachsen
Glismund in Westsachsen.

tr. (1)
met

Reting Graf in Bayern.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Frideruna   Millstatt [Duitsland]  

tr. (2)
met

Adalbert I van de Oostmark, zn. van Luitpold van Babenburg (markgraaf van de Beierse Oostmark in Oostenrijk) en Richwara van Sualafeld, ovl. Melk [Duitsland] in 1053,
, der Siegreiche, 1010 Graf im Schweinachgau, 1011 Graf im Künziggau, 1019-1151 Graf im Unteren Donaugau, 1018/1019 Markgraf 10?? Eingreifen in die Kämpfe des Königs mit Ungarn, Böhmen und Polen, Erwerb von Niederösterreich, 1039-1041 Vordringen bis zur Thaya (Aufbau der Böhmischen Mark), intensiver Siedlungsausbau.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ernst*1020  †1075 Homburg 55


Immed IV in Westsachsen
Immed IV Graf in Westsachsen, ovl. Imbshausen [Duitsland] op 29 jan 983,
, von Sachsen. DGB 169, S.278. Graf in Westsachsen, Nachkomme des Bruders des Grafen Dietrich, des Vaters der Königin Mahtilde? NKdG, S.93. Immed II, Graf in Sachsen.

tr. circa 975
met

Adela gravin van Hamaland, dr. van Wichman IV graaf van Hamaland (graaf van Hamaland) en Liutgard van Vlaanderen, geb. circa 955, ovl. in 1017, begr. Keulen [Duitsland] in 1017,
, Zij was een roemruchte vrouw. Bezat de Duno bij Rhenen en werd abdis van het nonnenkloster bij Elten, dat haar vader had gesticht. Toen haar vader tweederde van zijn erfenis aan dat klooster naliet, ging zij daar niet mee akkoord. Een jarenlang familievete was het gevolg, waarbij burchten werden platgebrand, vazallen overliepen en het klooster twee keer met geweld werd bezet door Adela's tweede man Balderik. Zij werd de 'Lady Macbeth van de Lage Landen' genoemd. Uiteindelijk trokken zij aan het kortste eind en verloren al hun bezittingen, waarvan het merendeel aan de bosschop van Utrecht. Die Vita des Meinwerk berichtet negativ über sie, begraben vor der Tür der Kathedrale zu Köln, woonde vroeger op de Houberg bij Elten, destijds Uplade geheten, tr. (2) met Balderik van Duffelgouw. Uit dit huwelijk geen kinderen.

Uit dit huwelijk 3 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Glismund     
Dirk/Dietrich  †1015   
Meinwerk*975  †1036  61


Immed I in Westsachsen
Immed I in Westsachsen, ovl. in 953.

tr.
met

Mathilde ? .

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Immed IV  †983 Imbshausen [Duitsland]  


Mathilde ?
Mathilde ? .

tr.
met

Immed I in Westsachsen, zn. van Immed ? en Mathilde ? , ovl. in 953.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Immed IV  †983 Imbshausen [Duitsland]  


Ecbert Saxoniae
Ecbert Dux Saxoniae, geb. in 756, ovl. tussen 834 en 22 nov 838 ,
, Graf in Sachsen. DGB 169, S.285. Urgroßvater Mahtildes. Praefectus, Heerführer zwischen Rhein und Weser Edeling, 783 Graf im Drein- und Ittergau, in Westfalen und Engern, dann Herzog in Sachsen, grñdete 809 Itzehoe; (um 756 - nach 834); Schleußner, DFA14. + 22.11.838; Busse, DFA63. Heirat um 786. Zu Egbert, dem Gatten von Ida d.Heiligen: Kam inter alios orientis proceres in den Westen des Reiches, um dort einen Aufstand der Gallier gegen Karl den Großen niederzuschlagen. Als Ekbert während des Feldzuges erkrankte, gab Karl ihn in die Pflege eines zu den summis ipsius loci primatibus gehörenden Adligen (Bernarius). Nach seiner Genesung heiratete Ekbert dessen einzige Tochter Ida. Karl soll ihn daraufhin zum dux aller Sachsen qui inter Hrenum et Wisariam maxima flumina inhabitant erhoben haben.

tr.
met

Ida ? , dr. van Theoderich Dux ? en Theodora ? , geb. circa 766, ovl. Herzfeld [Duitsland] op 21 nov 838,
, 26.11.980 heilig gesprochen. DGB 169, S.285. Von Ripuarien; DFA14, Base Karl des Grossen. Begraben in Herzfeld; Busse, DFA57. Als Ida eine Kapelle in Herzfeld grñdete, weihte sie diese zu Ehren der Muttergottes Maria und des Germanus, die in der Kirchenprovinz Sens besonders verehrt wurden. Es ist nicht zu ermitteln, ob Herzfeld Germanus von Auxerre (+ ca. 448) oder Germanus von Paris (+ ca. 555) geweiht wurde. Ida vertraute ihre Gründung Geistlichen an, die sie de Galliis mit sich geführt hatte. ;Vita sanctae Idae, Kasten, S.180. Schwester des Theotrith (Bozo)?

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mathilde  †915   


Ida ?
Ida ? , geb. circa 766, ovl. Herzfeld [Duitsland] op 21 nov 838,
, 26.11.980 heilig gesprochen. DGB 169, S.285. Von Ripuarien; DFA14, Base Karl des Grossen. Begraben in Herzfeld; Busse, DFA57. Als Ida eine Kapelle in Herzfeld grñdete, weihte sie diese zu Ehren der Muttergottes Maria und des Germanus, die in der Kirchenprovinz Sens besonders verehrt wurden. Es ist nicht zu ermitteln, ob Herzfeld Germanus von Auxerre (+ ca. 448) oder Germanus von Paris (+ ca. 555) geweiht wurde. Ida vertraute ihre Gründung Geistlichen an, die sie de Galliis mit sich geführt hatte. ;Vita sanctae Idae, Kasten, S.180. Schwester des Theotrith (Bozo)?

tr.
met

Ecbert Dux Saxoniae, zn. van Wigbert ? en Odrade ? , geb. in 756, ovl. tussen 834 en 22 nov 838 ,
, Graf in Sachsen. DGB 169, S.285. Urgroßvater Mahtildes. Praefectus, Heerführer zwischen Rhein und Weser Edeling, 783 Graf im Drein- und Ittergau, in Westfalen und Engern, dann Herzog in Sachsen, grñdete 809 Itzehoe; (um 756 - nach 834); Schleußner, DFA14. + 22.11.838; Busse, DFA63. Heirat um 786. Zu Egbert, dem Gatten von Ida d.Heiligen: Kam inter alios orientis proceres in den Westen des Reiches, um dort einen Aufstand der Gallier gegen Karl den Großen niederzuschlagen. Als Ekbert während des Feldzuges erkrankte, gab Karl ihn in die Pflege eines zu den summis ipsius loci primatibus gehörenden Adligen (Bernarius). Nach seiner Genesung heiratete Ekbert dessen einzige Tochter Ida. Karl soll ihn daraufhin zum dux aller Sachsen qui inter Hrenum et Wisariam maxima flumina inhabitant erhoben haben.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Mathilde  †915   


Theoderich Dux ?
Theoderich Dux ?, geb. circa 725, ovl. Rüstringen [Duitsland] in mei 792,
, in Ripuarien, Graf in Köln, Herzog (fränkischer Heerführer) 782 in der Schlacht am Süntel; Busse, DFA57. Graf in Ripuarien. Schleußner, DFA14. Fällt in der Schlacht von Rüstringen; DFA57. Stirbt im Kloster; EStT, 1. Q: W.Posecker, Die Bzici als Vorfahren der Wettiner und Posecker, Genealogisches Handbuch, 1975.

tr.
met

Theodora ? , geb. circa 730, ovl. in 781,
, Theodrada in Francien, als Witwe Äbtissin in Soissons; Busse, DFA57.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ida*766  †838 Herzfeld [Duitsland] 72


Theodora ?
Theodora ? , geb. circa 730, ovl. in 781,
, Theodrada in Francien, als Witwe Äbtissin in Soissons; Busse, DFA57.

tr.
met

Theoderich Dux ?, zn. van Childeric III der Franken (koning der Franken 743-752) en Gisela ? , geb. circa 725, ovl. Rüstringen [Duitsland] in mei 792,
, in Ripuarien, Graf in Köln, Herzog (fränkischer Heerführer) 782 in der Schlacht am Süntel; Busse, DFA57. Graf in Ripuarien. Schleußner, DFA14. Fällt in der Schlacht von Rüstringen; DFA57. Stirbt im Kloster; EStT, 1. Q: W.Posecker, Die Bzici als Vorfahren der Wettiner und Posecker, Genealogisches Handbuch, 1975.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ida*766  †838 Herzfeld [Duitsland] 72


Gisela ?
Gisela ? .

tr.
met

Childeric III der Franken, zn. van Chilperic II der Franken (koning van Neustrië 715-721, koning van Frankrijk 719-720), geb. voor 743, koning der Franken 743-752, ovl. tussen 23 jan 752 en 755,
, in 751 afgezet door Pippijn de Korte die met steun van de Paus de troon overnam. Deze kleinzoon van Childerik is de laatst bekende Merovinger, {\sl le Fainéant}, 743-752 König, abgesetzt, 31.10.751 Mönch in St.Bertin (Sintho).

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Theoderich*725  †792 Rüstringen [Duitsland] 67


Haldetrudis van Autrasie
Haldetrudis van Autrasie, geb. in 585, ovl. Rouen (F) in 604.

tr.
met

Clotaire II (Clotaire II der Franken) Rex Francorum, van Neustrie, zn. van Chilpéric Rex Francorum (koning van Soissons 561-584) en Fredegundis , geb. Soissons op 5 jun 584, koning der Franken 613-629 (koning der Franken), ovl. tussen 18 okt 629 en 8 apr 630 , begr. St Vincent Abbey, Frankrijk,
, moest in 593 met zijn leger de eerste aanval afslaan van de graaf van Champagne Wintrion. Iets later, in 596, viel hij in gezelschap van zijn moeder, Parijs met zijn omgeving aan, dat hij snel veroverde, hetgeen echter van korte duur was toen drie jaar later in 600 twee neven van Clotaire, de koningen Thierry en Théodebert, zich verenigden en hem volledig in de pan hakte bij Dormelle. Hij wist zelf nauwelijks te ontsnappen en moest een beschamende vrede sluiten, waarbij hem slechts Rouen en diens directe omgeving bleef. Wist na enkele mislukte pogingen de juiste allianties te kiezen en werd uiteindelijk vorst over geheel Francië. Overleefde diverse complotten maar moest in 623 toestaan dat zijn zoon Dagobert I koning van Austrasië werd, maar hij behield o.a. Auvergne en la Provence. Dagobert verzette zich, maar wist niet meer te veroveren dan de Champagne. In 626 moest hij weer een gevaar keren door Godin, hofmeier van Bourgondië, zoon van Garnier II en ongetwijfeld zijn schoonzoon, te vermoorden, die de erfenis van zijn vader probeerde te veroveren. Hij behoorde tot de laatste sterke Merovingers, die zijn zoon in staat stelde een krachtig rijk met bekwame hand te regeren.
De overgang van de kleine vorst in Rouen tot het uiteindelijk resultaat verliep met veel bloedige oorlogen. In 604 werd hij voorzichtig wat agressiever met een slechte afloop. Weliswaar kwam één van zijn grootste vijanden Bertoald om het leven, maar hij verloor eveneens zijn eerstgeboren zoon Mérovée. In 607 zocht hij toenadering tot Thierry en werd zelfs peetoom van diens zoon Mérovée. Einde dat jaar vielen de Visigothen Thierry's rijk binnen en Clotaire was er snel bij een coalitie te vormen tegen de Visigothen, die ook Theodobert en Agon, koning van Lombardië, omvatte. De coalitie hield niet lang stand en de gehele affaire ging als een nachtkaars uit. De spanning tussen de twee broers bleef echter oplopen en in 611 is het Thierry die Clotaire overhaalde gezamenlijk Théodebert aan te vallen, hem het noorden van Neustrië belovend bij een overwinning. In twee bloedige veldslagen wist Thierry zijn broer vernietigend te verslaan en hem met zijn gehele familie te executeren (612). Thierry was echter niet zo gelukkig met zijn gedane belofte en stond op het punt Clotaire aan te vallen toen hij onverwachts stierf in Metz aan de dysenterie. Zijn troepen losten zich op. Nu is het Brunhilde die zich sterk maakte voor de Neustrische troon voor haar achterkleinzoon Sigebert II. Zij had zich echter de haat van vele bisschoppen en edelen op de hals gehaald door haar autocratisch optreden en vertegenwoordigers van de adel. Onder andere Pepijn en Arnulf in Austrasië en Garnier II voor Bourgondië vroegen aan Clotaire om zo snel mogelijk tegen Brunhilde op te trekken. Hij trok snel Austrasië binnen, vervolgens Champagne en Bourgondië, waar hij Brunhilde en haar drie achterkleinkinderen gevangen nam, de vierde, Childebert, had kunnen vluchten, doodde behalve zijn petekind Mérovée alle kinderen van Thierry en bracht de bijna zeventig jarige Brunhilde barbaars om na drie dagen martelen. Met haar stierf één van de meest markante figuren van de VIe eeuw. Clotaire kon zich nu met recht koning der Franken noemen.
King of Neustria (584-629), Paris (595-629), and the Franks (613-629)King of Neustria (584-629), Paris (595-629), and the Franks (613-629), tr. (1) met Bertrude . Uit dit huwelijk 3 kinderen, geen kinderen


Suavegotta van Bourgondië
Suavegotta van Bourgondië, ovl. circa 566.

tr.
met

Thierry I (Theuderich, Theodorik) der Franken (Rex Francorum), zn. van Chlodovech I koning der Franken (koning van de Franken Ripuaires) en Evochilde , geb. in 484, koning van Autrasië 511-534, ovl. in 533,
, Thierry, 511-533 in Reims, 27.11.511 Roi d'Austrasie, verheiratet mit Eustere, Tochter des Alarich, König der Westgoten?

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Theodebert*504  †548  44


Hermanrich of Kent
Hermanrich of Kent, ovl. circa 568.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Aethelbert I  †616 Canterbury [Groot Brittanië]  


Ochta of Kent
Ochta (Aeska) of Kent (Eormenric van Kent), koning van Kent, volgt op in ca 512, ovl. circa 539.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Hermanrich  †568   


Erich of Kent
Erich of Kent, ovl. circa 512.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ochta  †539