Genealogische website van Cees Hagenbeek
Willem Willemsz van Kessel
Willem Willemsz heer van Kessel ridder, heer van Kessel in 1317, ovl. voor 1324,
, oom en voogd van Jan de Voecht zoon van Leunis van Tuyl (wellicht gehuwd met een zus van heer Willem) Dr. S.W.A. Drossaers: Het Archief van den Nassauschen Domeinraad,
eerste deel: Het Archief van den Raad en Rekenkamer te Breda tot 1581, Regestenlijst I (1170-1427), s-Gravenhage 1984; regest 134, 15 mei 1317
Adulfus, bisschop van Leodium, beleent Wilhelmus Wilhelmusz. van Kessele als oom en voogd van den minderjarigen Johannes Advocatus, met de tienden van Ramesdonck, die deze van zijn ouders gerfd heeft;
regest 135, 24 juni 1317
Adulfus, bisschop van Leodium, verzoekt heer Wilhelmus van Kessel, ridder, (Johannes), zoon van Leonius de Tule, en Wilhelmus Uternesse, op een klacht van Theodericus Bokel Uternesse, eigenaar van de tienden te Donk, waarmede deze twee jaar geleden door den bisschop beleend is, doch in welker bezit hij door de genoemde personen gestoord wordt, voor hem te verschijnen.
Die eerdere belening vond plaats op 17 juni 1315 (zie regest 127).
Theodericus Bokel Uternesse was een oomzegger van de vorige eigenaar Johannes van Dongh. Het betrof de tienden van Raamsdonk bij Geertruidenberg. In de regestenlijst komen nog diverse andere regesten voor die op de kwestie betrekking hebben. De tienden van Raamsdonk waren een bezit van Wilhelmus Vogatus dat door zijn familieleden van hem in leen werd gehouden. Op 23-8-1273 (regest 29) droegen Wilhelmus en Henricus, kinderen van wijlen Th
(eodericus) Vogatus, in de aanwezigheid van hun leenheer, deze tienden over aan heer Th(eodericus) Bokel, ridder.
Ridder Dirk Bokel droeg vervolgens de tienden over aan (zijn broer) Jan van Donk. Deze stierf vrij jong nalatende een minderjarige dochter Maha(ut/Mehaut). De weduwe van Jan hertrouwde vervolgens met Leunis van Tuijl en kreeg bij hem nog twee zonen Jan de Voocht en Leunis van Tuijl. De minderjarige dochter Maha(ut/Mehaut) moet voor 17 juni 1315 zijn overleden aangezien toen haar neef Dirk Bokel Uternesse door de bisschop van Luik werd beleend. De tienden van
Raamsdonk waren echter een leengoed van de familie de Voocht (zie verkoop 1273) die het ongetwijfeld als leen van de bisschop van Luik zullen hebben gehouden.
In 1317 zien we dus een belening van de tienden door de bisschop van de onmondige Jan de Voocht als leenopvolger van zijn ouders. Jan de Voocht, zoon van Leunis van Tuijl en N.N. moet derhalve een nazaat of wettige erfgenaam zijn van de in 1273 genoemde Willem de Voocht, en tevens een erfgenaam van zijn halfzus Maha(ut/Mehaut) die de
tienden van haar vader als achterleen had gerfd.
De benaming De Voocht zien we onder diverse taalvariaties:
Advocatus; de Vocht; le Voweit; le Voweis; li Vo. De leen-
rechtelijke en familierechtelijke problemen inzake de tienden
speelden tussen 1315 en 1329. In de bovengenoemde kwestie en ook inzake het patronaatsrecht van de kerk van Raamsdonk trok Jan de Voocht (+ voor 25-11-1324) en na hem zijn broer Leunis van Tuijl (Tule/Thule) aan het langste eind.

tr. circa 1300
met

NN de Voecht van Tuyl ?.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem     


NN de Voecht van Tuyl ?
NN de Voecht van Tuyl ?.

tr. circa 1300
met

Willem Willemsz heer van Kessel ridder, zn. van Willem van Kessel, heer van Kessel in 1317, ovl. voor 1324,
, oom en voogd van Jan de Voecht zoon van Leunis van Tuyl (wellicht gehuwd met een zus van heer Willem) Dr. S.W.A. Drossaers: Het Archief van den Nassauschen Domeinraad,
eerste deel: Het Archief van den Raad en Rekenkamer te Breda tot 1581, Regestenlijst I (1170-1427), s-Gravenhage 1984; regest 134, 15 mei 1317
Adulfus, bisschop van Leodium, beleent Wilhelmus Wilhelmusz. van Kessele als oom en voogd van den minderjarigen Johannes Advocatus, met de tienden van Ramesdonck, die deze van zijn ouders gerfd heeft;
regest 135, 24 juni 1317
Adulfus, bisschop van Leodium, verzoekt heer Wilhelmus van Kessel, ridder, (Johannes), zoon van Leonius de Tule, en Wilhelmus Uternesse, op een klacht van Theodericus Bokel Uternesse, eigenaar van de tienden te Donk, waarmede deze twee jaar geleden door den bisschop beleend is, doch in welker bezit hij door de genoemde personen gestoord wordt, voor hem te verschijnen.
Die eerdere belening vond plaats op 17 juni 1315 (zie regest 127).
Theodericus Bokel Uternesse was een oomzegger van de vorige eigenaar Johannes van Dongh. Het betrof de tienden van Raamsdonk bij Geertruidenberg. In de regestenlijst komen nog diverse andere regesten voor die op de kwestie betrekking hebben. De tienden van Raamsdonk waren een bezit van Wilhelmus Vogatus dat door zijn familieleden van hem in leen werd gehouden. Op 23-8-1273 (regest 29) droegen Wilhelmus en Henricus, kinderen van wijlen Th
(eodericus) Vogatus, in de aanwezigheid van hun leenheer, deze tienden over aan heer Th(eodericus) Bokel, ridder.
Ridder Dirk Bokel droeg vervolgens de tienden over aan (zijn broer) Jan van Donk. Deze stierf vrij jong nalatende een minderjarige dochter Maha(ut/Mehaut). De weduwe van Jan hertrouwde vervolgens met Leunis van Tuijl en kreeg bij hem nog twee zonen Jan de Voocht en Leunis van Tuijl. De minderjarige dochter Maha(ut/Mehaut) moet voor 17 juni 1315 zijn overleden aangezien toen haar neef Dirk Bokel Uternesse door de bisschop van Luik werd beleend. De tienden van
Raamsdonk waren echter een leengoed van de familie de Voocht (zie verkoop 1273) die het ongetwijfeld als leen van de bisschop van Luik zullen hebben gehouden.
In 1317 zien we dus een belening van de tienden door de bisschop van de onmondige Jan de Voocht als leenopvolger van zijn ouders. Jan de Voocht, zoon van Leunis van Tuijl en N.N. moet derhalve een nazaat of wettige erfgenaam zijn van de in 1273 genoemde Willem de Voocht, en tevens een erfgenaam van zijn halfzus Maha(ut/Mehaut) die de
tienden van haar vader als achterleen had gerfd.
De benaming De Voocht zien we onder diverse taalvariaties:
Advocatus; de Vocht; le Voweit; le Voweis; li Vo. De leen-
rechtelijke en familierechtelijke problemen inzake de tienden
speelden tussen 1315 en 1329. In de bovengenoemde kwestie en ook inzake het patronaatsrecht van de kerk van Raamsdonk trok Jan de Voocht (+ voor 25-11-1324) en na hem zijn broer Leunis van Tuijl (Tule/Thule) aan het langste eind.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem     


Willem van Kessel
Willem van Kessel.

een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Willem  1324   


Giselbercht I van Bourghelles
Giselbercht I van Bourghelles.

tr.
met

Ermentrudis .

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1190     


Ermentrudis
Ermentrudis .

tr.
met

Giselbercht I van Bourghelles.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Maria*1190     


Petronella van Avesnes
Petronella van Avesnes, ovl. na 1206.

tr. (1)
met

Jan I van Petegem en Cysoing, zn. van Ingelbrecht IV van Petegem en Cysoing (baro terre, voogd van de abdij van Cysoing) en NN van Aalst, heer van Petegem en Cysoing, ovl. voor 1154,
, Cysoing is een plaatsje bij Rijssel/Lille, Petegem ligt bij Oudenaarde.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan II*1177  1220  43

tr. (2) in 1154
met

Rogier van Landas, ovl. na 1168


Wouter d' Oisy
Wouter Plukiel d' Oisy, ovl. na 1149,
, voogd van Doornik, heer van Avesnes.

tr.
met

Ida van Mortagne (Ida van Doornik).

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Petronella  1206   


Ida van Mortagne
Ida van Mortagne (Ida van Doornik).

tr.
met

Wouter Plukiel d' Oisy, zn. van Fastre II d' Oisy en Richilde of Mathilde , ovl. na 1149,
, voogd van Doornik, heer van Avesnes.

Uit dit huwelijk een dochter:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Petronella  1206   


Rogier van Landas
Rogier van Landas, ovl. na 1168.

tr. in 1154
met

Petronella van Avesnes, dr. van Wouter d' Oisy en Ida van Mortagne, ovl. na 1206, tr. (1) met Jan I van Petegem en Cysoing. Uit dit huwelijk een zoon


Ingelbrecht IV van Petegem en Cysoing
Ingelbrecht IV van Petegem en Cysoing, baro terre, voogd van de abdij van Cysoing, ovl. na 1135,
, vermeld 1080-1135. Vaandrig van de graaf van Vlaanderen, neemt in 1096 deel aan de Eerste Kruistocht (1095-1099).
Deze kruistocht liep via het verzamelpunt Constantinopel door Klein-Azi naar Jeruzalem, dat in 1099 werd ingenomen. De kruisvaarders stichtten het koninkrijk Jeruzalem, de graafschappen Edessa en Tripoli en het vorstendom Antiochi. Hun heerschappij in de Orient werd pas na bijna 200 jaar in 1291 met de val van Tripoli en Akko definitief beindigd.

tr.
met

NN van Aalst, dr. van Boudewijn I heer van Aalst van Gent ridder (ridder, heer van Aalst, Waas, Drongen en Ruiselede) en Oda .

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan I  1154   
Gisela*1115  1137  22


NN van Aalst
NN van Aalst.

tr.
met

Ingelbrecht IV van Petegem en Cysoing, zn. van Ingelbrecht III van Petegem en Mathilde , baro terre, voogd van de abdij van Cysoing, ovl. na 1135,
, vermeld 1080-1135. Vaandrig van de graaf van Vlaanderen, neemt in 1096 deel aan de Eerste Kruistocht (1095-1099).
Deze kruistocht liep via het verzamelpunt Constantinopel door Klein-Azi naar Jeruzalem, dat in 1099 werd ingenomen. De kruisvaarders stichtten het koninkrijk Jeruzalem, de graafschappen Edessa en Tripoli en het vorstendom Antiochi. Hun heerschappij in de Orient werd pas na bijna 200 jaar in 1291 met de val van Tripoli en Akko definitief beindigd.

Uit dit huwelijk 2 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Jan I  1154   
Gisela*1115  1137  22


Ingelbrecht III van Petegem
Ingelbrecht III van Petegem, ovl. voor 1082,
, vermeld 1036 tot 1046/52, ingenuus.

tr.
met

Mathilde ,
, wilde als weduwe een klooster stichten in Petegem in 1082.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ingelbrecht IV  1135   


Mathilde
Mathilde ,
, wilde als weduwe een klooster stichten in Petegem in 1082.

tr.
met

Ingelbrecht III van Petegem, zn. van Ingelbert II van Petegem en Glismondis , ovl. voor 1082,
, vermeld 1036 tot 1046/52, ingenuus.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Ingelbrecht IV  1135   


Boudewijn I van Aalst van Gent
Boudewijn I heer van Aalst van Gent (Ritter Balduin I. v. Alost) ridder, geb. circa 1020, ridder, heer van Aalst, Waas, Drongen en Ruiselede, ovl. tussen 23 apr 1082 en 24 apr 1082 ,
, vermeld 1046-1080, primor vir, ridder, voogd van de Sint Pietersabdij te Gent, Heer van Aalst, Waas, Drongen en Ruiselede van 1046 tot 1080: primor vir, ridder.

tr.
met

Oda , ovl. na 1082.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
NN     
Gertrud  1138   
Boudewijn II*1060  1097 Nikea [Griekenland] 37
Beatrix*1059  1086 Bleiswijk 27


Oda
Oda , ovl. na 1082.

tr.
met

Boudewijn I heer van Aalst van Gent (Ritter Balduin I. v. Alost) ridder, zn. van Radulf van Aalst (voogd van de sint Pietersabdij te Gent) en Gisela van Luxemburg, geb. circa 1020, ridder, heer van Aalst, Waas, Drongen en Ruiselede, ovl. tussen 23 apr 1082 en 24 apr 1082 ,
, vermeld 1046-1080, primor vir, ridder, voogd van de Sint Pietersabdij te Gent, Heer van Aalst, Waas, Drongen en Ruiselede van 1046 tot 1080: primor vir, ridder.

Uit dit huwelijk 4 kinderen:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
NN     
Gertrud  1138   
Boudewijn II*1060  1097 Nikea [Griekenland] 37
Beatrix*1059  1086 Bleiswijk 27


Radulf van Aalst
Radulf (Rudolf) van Aalst, geb. circa 990, voogd van de sint Pietersabdij te Gent, ovl. na 1052,
, vermeld 1031/34-1052, seigneur d'Alost en de Tenremonde.

tr.
met

Gisela van Luxemburg, dr. van Friedrich Graf van Luxemburg en Irmtrud van Gleiberg (Wetterau),
, begraven Klooster van St. Bavon te Gent ca. 1009 (nabij haar zuster Otgiva), vrouwe van Aalst.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Boudewijn I*1020  1082  62


Gisela van Luxemburg
Gisela van Luxemburg,
, begraven Klooster van St. Bavon te Gent ca. 1009 (nabij haar zuster Otgiva), vrouwe van Aalst.

tr.
met

Radulf (Rudolf) van Aalst, zn. van Radulf ? van Aalst, geb. circa 990, voogd van de sint Pietersabdij te Gent, ovl. na 1052,
, vermeld 1031/34-1052, seigneur d'Alost en de Tenremonde.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Boudewijn I*1020  1082  62


Fastre II d' Oisy
Fastre II d' Oisy, ovl. na 5 aug 1111,
, voogd van Doornik, later monnik in de St. Maartensabdij te Doornik. De voogdij van Doornik, aan hem ontnomen in verband met een moord, werd waarschijnlijk voor 1100 aan hem teruggegeven.

tr.
met

Richilde of Mathilde ,
, werd als weduwe non in de St. Maartensabdij te Doornik.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wouter  1149   


Richilde of Mathilde
Richilde of Mathilde ,
, werd als weduwe non in de St. Maartensabdij te Doornik.

tr.
met

Fastre II d' Oisy, zn. van Fastre I heer van Avesnes en Ada of Ida van Avesnes, ovl. na 5 aug 1111,
, voogd van Doornik, later monnik in de St. Maartensabdij te Doornik. De voogdij van Doornik, aan hem ontnomen in verband met een moord, werd waarschijnlijk voor 1100 aan hem teruggegeven.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Wouter  1149   


Fastre I van Avesnes
Fastre I heer van Avesnes, ovl. circa 8 jun 1092,
, voogd van Doornik, vermeld 1065 tot 1093.

tr.
met

Ada of Ida van Avesnes.

Uit dit huwelijk een zoon:

 naamgeb.plaatsovl.plaatsoudrelatiekinderen
Fastre II  1111