Neeltje Jansdr Cuyper
in
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Neeltje Jansdr Cuyper, geb. te Delft circa 1555, ovl. te Rotterdam tussen 11 mrt 1614 en 6 okt 1624.
tr.
met
Claes Dirckszn Vettekeucken, geb. te Rotterdam circa 1550, kuiper en koopman, begr. te Rotterdam op 8 jan 1602.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Jan | *1578 | Rotterdam | | | | 1 | 1 |
Baudouin de Gommer
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van Eduard von Saher
Kwartierstaat van Eiso (Eiso Lucas Maarten) de Block
Kwartierstaat van Han (Henricus Johannes Antonius) Bekke
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Kwartierstaat van Magda (Magdalena) Breedveld
Kwartierstaat van mr Mark P. Schneiders
Baudouin de Gommer (Baudoin Goëmaëre-Goëmaërede), geb. te Lille (Rijssel) [Frankrijk] in 1324, Bourgeois de Lille par rachat en 1343 - Roi de l'Epinette en 1368 - Echevin de Lille - Commis au com, ovl. te Lille (Rijssel) [Frankrijk] in 1412.
Baudouin de Gommer (Baudoin Goëmaëre-Goëmaërede).
Seigneur de Coquemplus (Beaudoin II) , Bourgeois de Lille (par achat), (9 januari 1343).
Zijn naam in het Oudfrans (L’Isle) evenals in het Frans-Vlaams (Rysel [ri:s?l], en Rijsel [re?s?l] in het Nederlands; van “ter Yssel”) zou afkomstig zijn van zijn oorspronkelijke ligging op een eiland in de moerassen van de vallei van de Deûle waar zij werd gesticht. Nog altijd vandaag in Frankrijk “de Hoofdstad van Vlaanderen” genoemd, behoort Lille en haar omgeving tot de historische streek van het Romaanse Vlaanderen, zelf behorend tot de historische provincie Frans-Vlaanderen, voormalig gebied van het graafschap Vlaanderen dat geen deel uitmaakt van het taalgebied van het West-Vlaams. Garnizoensstad, Lille heeft een bewogen geschiedenis gekend van de Middeleeuwen tot de Franse Revolutie. Bekend als een van de meest belegerde steden van Frankrijk, heeft zij achtereenvolgens toebehoord aan het graafschap Vlaanderen, het koninkrijk Frankrijk, de Bourgondische staat, het Heilige Roomse Rijk en de Spaanse Nederlanden voordat zij definitief werd heroverd door Frankrijk aan het einde van de Spaanse Successieoorlog. Zij wordt opnieuw belegerd in 1792 tijdens de Frans-Oostenrijkse oorlog en zeer zwaar getroffen door de twee wereldoorlogen van de 20ste eeuw tijdens welke zij bezet is.
.
Lille is een stad in het noorden van Frankrijk, prefectuur van het departement Nord en hoofdplaats van de regio Hauts-de-France.
.
Gemeente van 233.897 inwoners binnen de gemeentegrenzen bij de laatste volkstelling van 2014, vormt Lille, samen met Roubaix, Tourcoing en Villeneuve-d’Ascq, de Europese Metropool van Lille, een metropool die 90 gemeenten groepeert en 1.139.929 inwoners telt op 1 januari 2014. In haar Franse deel maken haar stedelijke eenheid en haar 1.037.939 inwoners van Lille de vierde agglomeratie van Frankrijk achter Parijs, Lyon en Marseille, terwijl de 1.182.127 inwoners van haar stadsgewest haar de zesde van het land maken achter diezelfde steden, Toulouse en Bordeaux. In ruimere zin behoort zij tot een uitgestrekte conurbatie gevormd met de Belgische steden Moeskroen, Kortrijk, Doornik en Menen, die in januari 2008 aanleiding heeft gegeven tot de Eurometropool Lille-Kortrijk-Doornik, de eerste Europese Groepering voor Territoriale Samenwerking (EGTS), die meer dan 2,1 miljoen inwoners omvat. Zij oefent eveneens een belangrijke invloed uit op een gebied van meer dan 3,8 miljoen inwoners dat “metropolitaan gebied van Lille” wordt genoemd, sterk verstedelijkt en dichtbevolkt, dat met name het voormalige mijnbekken van Nord-Pas-de-Calais en de agglomeraties van Arras en Cambrai omvat.
.
Roi de l’Épinette — Koning van de Épinette
.
Het feest van de Épinette is een feest dat in de 13de eeuw in Lille werd ingesteld. Elk jaar georganiseerd aan het begin van de Vasten, gaf het aanleiding tot toernooien, steekspelen en feestmalen.
Het feest werd voorgezeten door de koning van de Épinette, die werd verkozen onder de rijkste burgers van de stad. Hij werd aangewezen op Vette Dinsdag (Mardi Gras), en was belast met de organisatie van de toernooien en banketten. Deze waren gedeeltelijk op zijn kosten, ondanks het budget dat door de stad was voorzien om de festiviteiten te financieren.
.
De koning behield zijn titel gedurende een heel jaar, en vertegenwoordigde de stad in de feesten van andere steden. Hij organiseerde een laatste feestmaal voor Vette Dinsdag van het volgende jaar, waar zijn opvolger werd verkozen.
- Vader:
Baudouin de Gommer, zn. van Huon de Gommer (Bourgeois de Lille - Prévôt de Lille en 1303, 1304 - Echevin de Lille 1316, 1319, 1323, Echevin ou J) en Isabeau le Borgne, geb. te Lille (Rijssel) [Frankrijk] in 1300, Bourgeois de Lille par achat en 1343, ovl. te Lille (Rijssel) [Frankrijk] in 1375, tr. met
tr. (1) in 1342
met
Catherine Dufour, dr. van Jehan Dufour en Mahaut le Prévost de Basserode, geb. te Lille (Rijssel) [Frankrijk] circa 1327, ovl. te Lille (Rijssel) [Frankrijk] in 1387.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Hubert | *1380 | Lille (Rijssel) [Frankrijk] | †1455 | Lille (Rijssel) [Frankrijk] | 74 | 1 | 4 |
tr. (2) te Lille (Rijssel) [Frankrijk] in 1374
met
Laurence de l' Ecarlate, geb. in 1351, Dame de Bazinghien à Esquermes, ovl. te Lille (Rijssel) [Frankrijk] op 16 aug 1391, begr. te Lille (Rijssel) [Frankrijk] op 16 aug 1391.
Uit dit huwelijk een kind.
Aletta
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Aletta .
tr.
met
Johan Borchard van Varn, zn. van Borchard van Varn.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Hilleken | *1675 | | | | | 1 | 6 |
Borchard van Varn
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Kwartierstaat van Ans Karstens
Kwartierstaat van ir Cees (Cornelis Jorden) Hagenbeek
Borchard van Varn, ovl. na 1594.
Hij krijgt een zoon:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Johan | | | | | | 1 | 1 |
Jan Snellen
Jan Snellen, geb. te Breda circa 1630, Capitein ter Zee ten dienste dezer lande, ovl. op 26 aug 1691, begr. te Rotterdam op 25 sep 1691.
tr. te Kralingen op 29 apr 1680
met
Margaretha van Muijden (van Muyen), dr. van Bartholomeus Rijcken van Muijden en Bartha Graswinckel, ged. te Rotterdam op 16 jun 1658, begr. te Rotterdam op 7 dec 1708.
Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Willem | *1683 | Rotterdam | †1739 | Rotterdam | 55 | 1 | 3 |
Margaretha van Muijden
Margaretha van Muijden (van Muyen), ged. te Rotterdam op 16 jun 1658, begr. te Rotterdam op 7 dec 1708.
tr. te Kralingen op 29 apr 1680
met
Jan Snellen, geb. te Breda circa 1630, Capitein ter Zee ten dienste dezer lande, ovl. op 26 aug 1691, begr. te Rotterdam op 25 sep 1691.
Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Willem | *1683 | Rotterdam | †1739 | Rotterdam | 55 | 1 | 3 |
Bronnen:
| 1. | Afgeschermd |
| 2. | Afgeschermd (blz. 453) |
Bartholomeus Rijcken van Muijden
Bartholomeus Rijcken van Muijden1.
otr. te Rotterdam op 7 nov 1648, tr. te Delft op 22 nov 1648
met
Bartha Graswinckel1,2, dr. van dr. Engelbrecht Graswinckel van Maeslandt en Margaretha Martensdr van Hoogenhouck, geb. in 1619, ovl. in 1677.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Margaretha | ~1658 | Rotterdam | 1708 | Rotterdam | 50 | 1 | 7 |
Bronnen:
| 1. | Afgeschermd |
| 2. | Afgeschermd (blz. 453) |
Bartha Graswinckel
Bartha Graswinckel1,2, geb. in 1619, ovl. in 1677.
otr. te Rotterdam op 7 nov 1648, tr. te Delft op 22 nov 1648
met
Bartholomeus Rijcken van Muijden1, zn. van Ryck Adriaensz van Muijden en Eeuwoutje Bartholomeusdr.
Uit dit huwelijk een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Margaretha | ~1658 | Rotterdam | 1708 | Rotterdam | 50 | 1 | 7 |
Bronnen:
| 1. | Afgeschermd |
| 2. | Afgeschermd (blz. 453) |
dr. Engelbrecht Graswinckel van Maeslandt.
brouwer, advocaat bij het Hof van Holland 1602 en 1606, schout van Hof van Delft (in 1633 nog vermeld), Vrijenban Engelbert Graswinckel van Maesland, portret door Michiel Jansz. van Miereveld Engelbert Graswinckel van Maesland (Delft, 14 juni 1577 - aldaar, 16 april 1635) was een Nederlands bestuurder. Engelbert (ook: Engelbrecht) Graswinckel stamt uit een Delfts regentengeslacht. Hij was een zoon van Gerrit Jans Graswinckel en Baertje van Maesland. Hij studeerde aan de Leidse universiteit (waar hij in 1597 werd ingeschreven als Engelbert van Maesland) en vervolgde zijn opleiding in Orléans. Bij zijn terugkeer in Nederland was hij doctor in de beide rechten. In 1602 werd hij geadmitteerd als advocaat in het Hof van Holland, maar het is niet zeker of hij het beroep daadwerkelijk heeft uitgeoefend. Dr. Graswinckel assisteerde zijn vader in diens brouwerij De Ruyt aan de Koornmarkt in Delft. In 1606 trouwde hij met zijn buurmeisje Margaratha van Hoogenhouck (1588-1648), dochter van de Delftse burgemeester Maarten Jansz van Hoogenhouck en Catharina Adriaans van der Dussen. Graswinckel vervulde diverse openbare functies in Delft, zo was hij bewaarder van het Fraterhuis (1608), visitator op de Latijnse school en van 1632 tot aan zijn overlijden schout van Overschie en Hogenban, Biesland en Vrijenban, Hof van Delft, 't Woudt en Hoog- en Woud Harnasch. Hij werd begraven in de Oude Kerk.
tr. te Delft op 4 jun 1606
met
Margaretha Martensdr van Hoogenhouck1, dr. van Maarten Jan Jacobsz van Hoogenhouck en Catharina Adriaen Bruijnsdr van der Dussen, ged. te Delft op 29 apr 1588, ovl. te Delft op 30 mrt 1648.
Margaretha Martensdr van Hoogenhouck.
regentes weeshuis. Haar ouders woonden in het huidige Koornmarkt 75.
Margaratha van Hoogenhouck (1588-1648), dochter van de Delftse burgemeester Maarten Jansz van Hoogenhouck en Catharina Adriaans van der Dussen.
Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Bartha | *1619 | | †1677 | | 58 | 1 | 1 |
Bronnen:
| 1. | Afgeschermd |
| 2. | Afgeschermd (blz. 453) |
Margaretha Martensdr van Hoogenhouck
Margaretha Martensdr van Hoogenhouck1, ged. te Delft op 29 apr 1588, ovl. te Delft op 30 mrt 1648.
Margaretha Martensdr van Hoogenhouck.
regentes weeshuis. Haar ouders woonden in het huidige Koornmarkt 75.
Margaratha van Hoogenhouck (1588-1648), dochter van de Delftse burgemeester Maarten Jansz van Hoogenhouck en Catharina Adriaans van der Dussen.
tr. te Delft op 4 jun 1606
met
dr. Engelbrecht Graswinckel van Maeslandt.
brouwer, advocaat bij het Hof van Holland 1602 en 1606, schout van Hof van Delft (in 1633 nog vermeld), Vrijenban Engelbert Graswinckel van Maesland, portret door Michiel Jansz. van Miereveld Engelbert Graswinckel van Maesland (Delft, 14 juni 1577 - aldaar, 16 april 1635) was een Nederlands bestuurder. Engelbert (ook: Engelbrecht) Graswinckel stamt uit een Delfts regentengeslacht. Hij was een zoon van Gerrit Jans Graswinckel en Baertje van Maesland. Hij studeerde aan de Leidse universiteit (waar hij in 1597 werd ingeschreven als Engelbert van Maesland) en vervolgde zijn opleiding in Orléans. Bij zijn terugkeer in Nederland was hij doctor in de beide rechten. In 1602 werd hij geadmitteerd als advocaat in het Hof van Holland, maar het is niet zeker of hij het beroep daadwerkelijk heeft uitgeoefend. Dr. Graswinckel assisteerde zijn vader in diens brouwerij De Ruyt aan de Koornmarkt in Delft. In 1606 trouwde hij met zijn buurmeisje Margaratha van Hoogenhouck (1588-1648), dochter van de Delftse burgemeester Maarten Jansz van Hoogenhouck en Catharina Adriaans van der Dussen. Graswinckel vervulde diverse openbare functies in Delft, zo was hij bewaarder van het Fraterhuis (1608), visitator op de Latijnse school en van 1632 tot aan zijn overlijden schout van Overschie en Hogenban, Biesland en Vrijenban, Hof van Delft, 't Woudt en Hoog- en Woud Harnasch. Hij werd begraven in de Oude Kerk.
Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Bartha | *1619 | | †1677 | | 58 | 1 | 1 |
Bronnen:
| 1. | Afgeschermd |
| 2. | Afgeschermd (blz. 453) |
Maarten Jan Jacobsz van Hoogenhouck
Maarten Jan Jacobsz van Hoogenhouck, geb. circa 1550, ovl. te Delft op 24 jul 1613.
tr. (1) op 16 sep 1576
met
Catharina Adriaen Bruijnsdr van der Dussen, dr. van Adriaan Jacob Jan van der Dussen (Veertigraad) en Elisabeth van Bodegom (Regentes van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis), geb. te Delft circa 1555, ovl. te Delft op 17 feb 1617, begr. te Delft op 18 feb 1617.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Margaretha | ~1588 | Delft | †1648 | Delft | 59 | 1 | 5 |
| 2 | Maria | ~1589 | Delft | †1649 | Delft | 59 | 1 | 1 |
tr. (2) te Delft op 18 jun 1563
met
Margriete Sasbouts van der Dussen, dr. van Sasbout Corneliszn van der Dussen en Elisabeth Jan Beuckelsdr van Santen.
Catharina Adriaen Bruijnsdr van der Dussen
Catharina Adriaen Bruijnsdr van der Dussen, geb. te Delft circa 1555, ovl. te Delft op 17 feb 1617, begr. te Delft op 18 feb 1617.
- Moeder:
Elisabeth van Bodegom, dr. van Frans Willemsz van Bodegom (Veertigraad, brouwer, ziekenmeester, keurmeester haring, regent weeshuis, havenmeester, etc) en Maria Cornelisse van Sijst, geb. te Delft circa 1525, Regentes van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis, ovl. na 21 sep 1599.
tr. op 16 sep 1576
met
Maarten Jan Jacobsz van Hoogenhouck, zn. van Jan Jacobsz van Hoogenhouck (burgemeester van Delft in 1573) en Anna Jansdr van der Mije, geb. circa 1550, ovl. te Delft op 24 jul 1613, tr. (2) met Margriete Sasbouts van der Dussen. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Uit dit huwelijk 2 dochters:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Margaretha | ~1588 | Delft | †1648 | Delft | 59 | 1 | 5 |
| 2 | Maria | ~1589 | Delft | †1649 | Delft | 59 | 1 | 1 |
Adriaan Jacob Jan van der Dussen
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Kwartierstaat van Maarten Rol arts
Adriaan Jacob Jan van der Dussen, geb. te Delft circa 1520, Veertigraad, ovl. te Delft op 21 okt 1576.
tr. te Delft op 17 jan 1544
met
Elisabeth van Bodegom, dr. van Frans Willemsz van Bodegom (Veertigraad, brouwer, ziekenmeester, keurmeester haring, regent weeshuis, havenmeester, etc) en Maria Cornelisse van Sijst, geb. te Delft circa 1525, Regentes van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis, ovl. na 21 sep 1599.
Elisabeth van Bodegom.
Adriaen Jacob Jan Bruynsz. (a) en Elisabet Frans Willemszoonsdr. (b) zijn <>met consent van vrienden en magen (ORA 306: met consent van zijn moeder Claesgen Eewoutsdr, weduwe van Jacob Jan Bruynsz, en van haar vader Frans Willemsz.) gehuwd op de volgende voorwaarden:.
Claesgen, weduwe van Jacob Jan Bruynsz. geeft met haar zoon 900 Kar. gld. aan penningen en Adriaen zelf brengt 300 Kar. gld. in, die hij zelf verworven heeft. Frans Willemsz. geeft met zijn dochter 1200 Kar. gld. aan penningen binnen een jaar, waarin zijn begrepen 700 Kar. gld. van haar moederlijk erfdeel. De kosten van de bruiloft worden door beiden gedeeld.
Indien een van hen overlijdt met kind(eren) zullen deze kind(eren) met representatie erven van de goederen, die Claesgen Evoudtsdr. en Frans Willemsz. zullen nalaten. Indien een van hen overlijdt met of zonder kind(eren) dan krijgen de langstlevende en de erfgenamen van de overledene elk de inbreng, de aanbestorven goederen en de kleren, juwelen, kleinodiën en harnas. Als er na het overlijden van hen beiden kinderen achterblijven dan vererven hun goederen na het laatste kind naar schependoms recht, behalve in het geval dat Claesgen of Frans Willemsz. dan nog leven, dan zijn zij geprefereerd. Indien Elisabet de langstlevende is krijgt zij als douarie 100 Kar. gld. De verworven en verloren goederen moeten gedeeld worden, wel verstaande dat alle door naarstigheid en sparing verworven goederen aan de langstlevende zullen toekomen.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Catharina | *1555 | Delft | †1617 | Delft | 61 | 1 | 2 |
Elisabeth van Bodegom
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Kwartierstaat van Maarten Rol arts
Elisabeth van Bodegom, geb. te Delft circa 1525, Regentes van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis, ovl. na 21 sep 1599.
Elisabeth van Bodegom.
Adriaen Jacob Jan Bruynsz. (a) en Elisabet Frans Willemszoonsdr. (b) zijn <>met consent van vrienden en magen (ORA 306: met consent van zijn moeder Claesgen Eewoutsdr, weduwe van Jacob Jan Bruynsz, en van haar vader Frans Willemsz.) gehuwd op de volgende voorwaarden:.
Claesgen, weduwe van Jacob Jan Bruynsz. geeft met haar zoon 900 Kar. gld. aan penningen en Adriaen zelf brengt 300 Kar. gld. in, die hij zelf verworven heeft. Frans Willemsz. geeft met zijn dochter 1200 Kar. gld. aan penningen binnen een jaar, waarin zijn begrepen 700 Kar. gld. van haar moederlijk erfdeel. De kosten van de bruiloft worden door beiden gedeeld.
Indien een van hen overlijdt met kind(eren) zullen deze kind(eren) met representatie erven van de goederen, die Claesgen Evoudtsdr. en Frans Willemsz. zullen nalaten. Indien een van hen overlijdt met of zonder kind(eren) dan krijgen de langstlevende en de erfgenamen van de overledene elk de inbreng, de aanbestorven goederen en de kleren, juwelen, kleinodiën en harnas. Als er na het overlijden van hen beiden kinderen achterblijven dan vererven hun goederen na het laatste kind naar schependoms recht, behalve in het geval dat Claesgen of Frans Willemsz. dan nog leven, dan zijn zij geprefereerd. Indien Elisabet de langstlevende is krijgt zij als douarie 100 Kar. gld. De verworven en verloren goederen moeten gedeeld worden, wel verstaande dat alle door naarstigheid en sparing verworven goederen aan de langstlevende zullen toekomen.
- Vader:
Frans Willemsz (François) van Bodegom, zn. van Willem Jacobsz van Bodegom en Maria Jansd van Hogerwoert, geb. te Delft na 1484, Veertigraad, brouwer, ziekenmeester, keurmeester haring, regent weeshuis, havenmeester, etc, ovl. te Delft op 11 apr 1560, begr. te Delft op 12 apr 1560, tr. (2) te Delft op 6 sep 1542 met Lijsbeth Aerts van Bolgersteijn, geb. circa 1525. Uit dit huwelijk geen kinderen, tr. (1) te Delft op 24 jan 1514 met
tr. te Delft op 17 jan 1544
met
Adriaan Jacob Jan van der Dussen, zn. van Jacob Jan Bruijnsz en Claesje Ewouts van der Dussen van der Smaling, geb. te Delft circa 1520, Veertigraad, ovl. te Delft op 21 okt 1576.
Uit dit huwelijk 3 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Catharina | *1555 | Delft | †1617 | Delft | 61 | 1 | 2 |
Frans Willemsz van Bodegom
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Kwartierstaat van Maarten Rol arts
Frans Willemsz (François) van Bodegom, geb. te Delft na 1484, Veertigraad, brouwer, ziekenmeester, keurmeester haring, regent weeshuis, havenmeester, etc, ovl. te Delft op 11 apr 1560, begr. te Delft op 12 apr 1560.
Frans Willemsz van Bodegom.
Keurmeester van de haring 1537-1545, watermeester 1537-1538, bewaarder.
(Mijnheer), Frans Willemsz. van, brouwer, ziekenmeester 1523-1524, keurmeester van de haring 1537, 1539-1545, watermeester 1537-1538, bewaarder cellebroeders 1545-1559, oude vrouwen (tehuis) 1549-1551, oude mannen (tehuis) 1549-1559, H. Magdalena Gasthuis 1550 -1556, armmeester 1546-1552, Pontemaet 1544-1551, havenmeester van Delfshaven 1547, 1553, regent weeshuis 1546 en veertigraad 1548 van Delft, koopt een rente 8 oktober 1538, verkoopt deze rente in maart 1546 aan de Carthuisers, geeft geld voor een orgel 1544, testeert met zijn 2e vrouw Delft 12 februari 1542, 14 mei 1549 en 16 januari 1554, koopt een lijfrente voor zijn zoon Jan 1523, in voor zijn zoon Willem 1524, bezit schulden, renten, pachten op land in Altena, Heusden en in de heerlijkheid Daelhem, dijkgraaf van Delfland 1555, aangeslagen bij de 10de penning van 1543 voor 3 pond voor zijn huis in ’t Ellefde sestiendeel, overl. 11 april 1560, zoon van Willem Jacobs van Bodegom en Maria Jans van Hogewoert.
tr. (1) te Delft op 24 jan 1514
met
Maria Cornelisse van Sijst, dr. van Cornelis van Sijst, geb. circa 1491, ovl. te Delft op 29 sep 1532.
Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Elisabeth | *1525 | Delft | †1599 | | 74 | 1 | 3 |
| 2 | Johan | *1514 | Delft | †1581 | Delft | 67 | 1 | 6 |
tr. (2) te Delft op 6 sep 1542
met
Lijsbeth Aerts van Bolgersteijn, geb. circa 1525.
Maria Cornelisse van Sijst
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Kwartierstaat van Maarten Rol arts
Maria Cornelisse van Sijst, geb. circa 1491, ovl. te Delft op 29 sep 1532.
tr. te Delft op 24 jan 1514
met
Frans Willemsz (François) van Bodegom, zn. van Willem Jacobsz van Bodegom en Maria Jansd van Hogerwoert, geb. te Delft na 1484, Veertigraad, brouwer, ziekenmeester, keurmeester haring, regent weeshuis, havenmeester, etc, ovl. te Delft op 11 apr 1560, begr. te Delft op 12 apr 1560, tr. (2) met Lijsbeth Aerts van Bolgersteijn. Uit dit huwelijk geen kinderen.
Frans Willemsz van Bodegom.
Keurmeester van de haring 1537-1545, watermeester 1537-1538, bewaarder.
(Mijnheer), Frans Willemsz. van, brouwer, ziekenmeester 1523-1524, keurmeester van de haring 1537, 1539-1545, watermeester 1537-1538, bewaarder cellebroeders 1545-1559, oude vrouwen (tehuis) 1549-1551, oude mannen (tehuis) 1549-1559, H. Magdalena Gasthuis 1550 -1556, armmeester 1546-1552, Pontemaet 1544-1551, havenmeester van Delfshaven 1547, 1553, regent weeshuis 1546 en veertigraad 1548 van Delft, koopt een rente 8 oktober 1538, verkoopt deze rente in maart 1546 aan de Carthuisers, geeft geld voor een orgel 1544, testeert met zijn 2e vrouw Delft 12 februari 1542, 14 mei 1549 en 16 januari 1554, koopt een lijfrente voor zijn zoon Jan 1523, in voor zijn zoon Willem 1524, bezit schulden, renten, pachten op land in Altena, Heusden en in de heerlijkheid Daelhem, dijkgraaf van Delfland 1555, aangeslagen bij de 10de penning van 1543 voor 3 pond voor zijn huis in ’t Ellefde sestiendeel, overl. 11 april 1560, zoon van Willem Jacobs van Bodegom en Maria Jans van Hogewoert.
Uit dit huwelijk 5 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Elisabeth | *1525 | Delft | †1599 | | 74 | 1 | 3 |
| 2 | Johan | *1514 | Delft | †1581 | Delft | 67 | 1 | 6 |
Willem Jacobsz van Bodegom
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Willem Jacobsz van Bodegom, geb. in 1460, ovl. te Delft circa 1503.
tr. circa 1487
met
Maria Jansd van Hogerwoert, dr. van Jan van Hogerwoert en Margrieta van der Poel, geb. te Delft circa 1458, ovl. te Delft in 1489.
Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Frans | *1484 | Delft | †1560 | Delft | 75 | 2 | 5 |
Maria Jansd van Hogerwoert
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Maria Jansd van Hogerwoert, geb. te Delft circa 1458, ovl. te Delft in 1489.
tr. circa 1487
met
Willem Jacobsz van Bodegom, zn. van Jacob Goverts van Bodegom en Neeltje Gerrits van der Sijst, geb. in 1460, ovl. te Delft circa 1503.
Uit dit huwelijk 7 kinderen, waaronder:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Frans | *1484 | Delft | †1560 | Delft | 75 | 2 | 5 |
Cornelis van Sijst
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Cornelis van Sijst, geb. voor 1462.
Hij krijgt een dochter:
| | naam | geb. | plaats | ovl. | plaats | oud | relatie | kinderen |
| 1 | Maria | *1491 | | †1532 | Delft | 41 | 1 | 5 |
Lijsbeth Aerts van Bolgersteijn
in
Kwartierstaat van Ada (Adriana Trijntje) Zoutendijk
Lijsbeth Aerts van Bolgersteijn, geb. circa 1525.
tr. te Delft op 6 sep 1542
met
Frans Willemsz (François) van Bodegom, zn. van Willem Jacobsz van Bodegom en Maria Jansd van Hogerwoert, geb. te Delft na 1484, Veertigraad, brouwer, ziekenmeester, keurmeester haring, regent weeshuis, havenmeester, etc, ovl. te Delft op 11 apr 1560, begr. te Delft op 12 apr 1560, tr. (1) met Maria Cornelisse van Sijst, dr. van Cornelis van Sijst. Uit dit huwelijk 5 kinderen.
Frans Willemsz van Bodegom.
Keurmeester van de haring 1537-1545, watermeester 1537-1538, bewaarder.
(Mijnheer), Frans Willemsz. van, brouwer, ziekenmeester 1523-1524, keurmeester van de haring 1537, 1539-1545, watermeester 1537-1538, bewaarder cellebroeders 1545-1559, oude vrouwen (tehuis) 1549-1551, oude mannen (tehuis) 1549-1559, H. Magdalena Gasthuis 1550 -1556, armmeester 1546-1552, Pontemaet 1544-1551, havenmeester van Delfshaven 1547, 1553, regent weeshuis 1546 en veertigraad 1548 van Delft, koopt een rente 8 oktober 1538, verkoopt deze rente in maart 1546 aan de Carthuisers, geeft geld voor een orgel 1544, testeert met zijn 2e vrouw Delft 12 februari 1542, 14 mei 1549 en 16 januari 1554, koopt een lijfrente voor zijn zoon Jan 1523, in voor zijn zoon Willem 1524, bezit schulden, renten, pachten op land in Altena, Heusden en in de heerlijkheid Daelhem, dijkgraaf van Delfland 1555, aangeslagen bij de 10de penning van 1543 voor 3 pond voor zijn huis in ’t Ellefde sestiendeel, overl. 11 april 1560, zoon van Willem Jacobs van Bodegom en Maria Jans van Hogewoert.